Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3546

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
01-08-2012
Datum publicatie
03-08-2012
Zaaknummer
09/900127-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bedreigingen en vernielingen. Verdachte heeft zijn wijkagent bedreigd en daarbij twee keukenmessen getoond en voor diens voeten op de grond gegooid. Tevens heeft verdachte twee andere politieagenten die vervolgens ter plaatse kwamen bedreigd, door een mes te tonen en daarmee zwaaiende en gooiende bewegingen te maken. De rechtbank houdt er rekening mee dat voor verdachte deze bedreigingen mogelijk een roep om hulp waren, maar dat neemt niet weg dat het uiten van deze bedreigingen zeer beangstigend is geweest voor de slachtoffers. Eén van de ter plaatse gekomen politieagenten heeft zich zelfs genoodzaakt gevoeld zijn vuurwapen te trekken en een schot te lossen. Voorts heeft verdachte tot tweemaal toe de deur van zijn toenmalige vriendin vernield, heeft verdachte tuinmeubilair van zijn buurvrouw vernield en heeft verdachte twee deuren en een intercominstallatie van een vriend van hem vernield. Gevangenisstraf van 8 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar; bijzondere voorwaarden: reclasseringstoezicht ook als dat inhoudt een meldingsgebod, het volgen van een (ambulante) behandeling en/of opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummers: 09/900127-12, 09/900551-11 (gev.ttz.), 09/660055-11 (gev.ttz.) en 09/562198-07 (tul)

Datum uitspraak: 1 augustus 2012

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Haaglanden, locatie Zoetermeer te Zoetermeer.

1. De terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van de politierechter van 17 oktober 2011 en 8 maart 2012 en ter terechtzittingen van de meervoudige kamer op 27 april 2012 en 18 juli 2012.

Verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.H. Pelle, advocaat te 's-Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

Er hebben zich benadeelde partijen gevoegd.

De officier van justitie mr. R.P. Peters heeft gevorderd dat de rechtbank alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen zal verklaren en dat verdachte te dier zake wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens GGZ Reclassering Palier te 's-Gravenhage, zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dat inhoudt een meldingsgebod, het volgen van een (ambulante) behandeling zoals door de Forensische Polikliniek van GGZ Palier nader te omschrijven en/of opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [C] tot het volledige bedrag van € 400,-.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 400,-, subsidiair 8 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [C].

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [B] tot het volledige bedrag van € 400,-.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 400,-, subsidiair 8 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [B].

De officier van justitie heeft de vordering tot tenuitvoerlegging gewijzigd in die zin dat wordt gevorderd dat in plaats van een last tot tenuitvoerlegging ten aanzien van de bij vonnis van deze rechtbank d.d. 24 september 2008 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis, zal worden gelast.

De officier van justitie heeft ten slotte gevorderd dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage A aan dit vonnis is gehecht) vermelde voorwerp (te weten een handwapen) zal worden onttrokken aan het verkeer.

2. De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 09/900127-12:

1.

hij op of omstreeks 24 januari 2012 te Honselersdijk, gemeente Westland, [A] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte deze dreigend de woorden toegevoegd: 'Moet ik dan jou neersteken om hulp te krijgen, maar dat kan ik niet [A]' en/of 'Moet ik dan iemand neersteken of jou? Maar ik kan jou niet neer steken [A]', althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of opzettelijk dreigend 2 keukenmessen gepakt en/of getoond en/of (vervolgens) deze messen met kracht op de grond voor de voeten van die [A] gegooid;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 24 januari 2012 te Honselersdijk, gemeente Westland, [B] en/of [C] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

- een mes getoond en/of (vervolgens)

- de hand met daarin het mes omhoog gebracht en/of (vervolgens)

- met het mes in de richting van die [B] en/of die [C] gewezen en/of (vervolgens)

- met het mes in zijn hand (een) zwaaiende beweging(en) gemaakt en/of (vervolgens)

- met de hand met daarin het mes (meermalen) een gooiende beweging(en) gemaakt in de richting van die [B] en/of [C]

en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd : "Pak me maar dan steek ik je neer", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 24 januari 2012 te Honselersdijk, gemeente Westland, opzettelijk en wederrechtelijk tuinmeubiliair (waaronder een ligbed en/of een tuintafel en/of een sidetable en/of één of meerdere stoelen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk met die goederen te gooien en/of tegen die goederen aan te trappen/schoppen;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 09/900551-11:

1.

hij op of omstreeks 29 juni 2011 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van de voordeur (van de woning gelegen aan het [adres]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [E], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk tegen die ruit van die deur te slaan en/of te stompen;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 01 juni 2011 te Honselersdijk, gemeente Westland, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van de deur van de centrale toegangshal en/of de voordeur van de woning (gelegen aan de [adres]) en/of een intercominstallatie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [F], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk tegen die deur(en) te trappen en/of die intercominstallatie van de muur te trekken en/of (vervolgens) deze op de grond te gooien;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 09/660055-11:

hij op of omstreeks 17 oktober 2011 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk een of meer ruit(en) van een voordeur (van een woning gelegen [adres]) , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [E], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk (met kracht) met zijn elleboog door/tegen voornoemde ruit te slaan/stoten;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3. Het bewijs

3.1 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

3.2 Bewijsoverwegingen

3.2.1 Parketnummer 09/900127-12, feit 1

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van dit feit, omdat niet aannemelijk is dat verbalisant [A] zich daadwerkelijk bedreigd heeft gevoeld. [A] kende verdachte al lange tijd en moet hebben geweten dat geen sprake was van een daadwerkelijke bedreiging, maar van een noodkreet om hulp. Verdachte heeft bovendien juist ook aangegeven dat hij [A] niets aan zou kunnen doen.

De rechtbank stelt voorop dat niet nodig is dat de bedreiging in het concrete geval een zodanige indruk heeft gemaakt dat werkelijk vrees is opgewekt bij de bedreigde dat hij het leven zou kunnen verliezen. De bedreiging moet van dien aard zijn geweest en onder zodanige omstandigheden zijn geschied dat deze bij de bedreigde een redelijke vrees heeft kunnen opwekken (zie o.a. HR 7 juni 2005, NJ 2005/448).

Verbalisant [A] heeft verklaard dat hij bij binnenkomst in de woning van de vader van verdachte uit feiten en omstandigheden het vermoeden had dat verdachte paranoïde was geworden en vermoedelijk in een psychose verkeerde. [A] zag in de woonkamer en in de keuken meerdere messen liggen. [A] zag dat verdachte steeds verwarder en nerveuzer werd en hoorde hem zeggen: 'Moet ik dan jou neersteken om hulp te krijgen, maar dat kan ik niet [A].' en 'Moet ik dan iemand neersteken of jou?, maar ik kan jou niet neersteken [A].'. Vervolgens zag [A] dat verdachte twee keukenmessen met een lengte van ongeveer 30 centimeter pakte en deze met kracht op de grond voor zijn voeten gooide. Niet alleen is deze bedreiging naar het oordeel van de rechtbank van dien aard geweest en onder zondanige omstandigheden geschied dat deze - ondanks het feit dat verdachte heeft gezegd dat hij [A] niets zou kunnen doen - bij [A] een redelijke vrees heeft kunnen opwekken, [A] heeft ook zelf verklaard dat hij zich zeer bedreigd voelde omdat verdachte hem het gevoel gaf hem neer te willen steken.

De rechtbank acht de ten laste gelegde bedreiging dan ook wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna, onder 3.3, weergegeven.

3.2.2 Parketnummer 09/660055-11

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van dit feit, omdat bij verdachte geen sprake is geweest van opzet op het vernielen van de ruit, ook niet in voorwaardelijke zin.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de deuropening een discussie had met zijn toenmalige vriendin [E]. Verdachte verkeerde hierbij onder invloed van alcohol. Omdat de deur klapperde, duwde hij deze steeds met zijn elleboog terug. Op het moment dat de discussie hoog was opgelopen stootte hij met zijn elleboog zodanig tegen de deur dat hierdoor een ruit van die deur kapot ging. Volgens verdachte was sprake van een ongeluk.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat bij verdachte sprake is geweest van voorwaardelijk opzet. Door onder deze omstandigheden de deur - kennelijk met kracht - met zijn elleboog dicht te willen gooien heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat de ruit daarbij kapot zou gaan.

De rechtbank acht de ten laste gelegde vernieling dan ook wettig en overtuigend bewezen zoals hierna, onder 3.3, weergegeven.

3.3 De bewezenverklaring

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, te weten dat verdachte:

Parketnummer 09/900127-12:

1.

op 24 januari 2012 te Honselersdijk, gemeente Westland, [A] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte deze dreigend de woorden toegevoegd: 'Moet ik dan jou neersteken om hulp te krijgen, maar dat kan ik niet [A]' en 'Moet ik dan iemand neersteken of jou? Maar ik kan jou niet neer steken [A]', en opzettelijk dreigend 2 keukenmessen gepakt en getoond en vervolgens deze messen met kracht op de grond voor de voeten van die [A] gegooid.

2.

op 24 januari 2012 te Honselersdijk, gemeente Westland, [B] en [C] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

- een mes getoond en vervolgens

- de hand met daarin het mes omhoog gebracht en vervolgens

- met het mes in de richting van die [B] en/of die [C] gewezen en vervolgens

- met het mes in zijn hand zwaaiende bewegingen gemaakt en vervolgens

- met de hand met daarin het mes gooiende bewegingen gemaakt in de richting van die [B] en/of [C]

en daarbij deze dreigend de woorden toegevoegd : "Pak me maar dan steek ik je neer".

3.

op 24 januari 2012 te Honselersdijk, gemeente Westland, opzettelijk en wederrechtelijk tuinmeubiliair (waaronder een ligbed en een tuintafel en een sidetable en stoelen), toebehorende aan [D], heeft beschadigd door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk tegen die goederen aan te trappen/schoppen.

Parketnummer 09/900551-11:

1.

op 29 juni 2011 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van de voordeur (van de woning gelegen aan het [adres]), toebehorende aan [E], heeft vernield door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk tegen die ruit van die deur te slaan.

2.

op 1 juni 2011 te Honselersdijk, gemeente Westland, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van de deur van de centrale toegangshal en de voordeur van de woning (gelegen aan de [adres]) en een intercominstallatie, toebehorende aan [F], heeft vernield door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk tegen die deuren te trappen en die intercominstallatie van de muur te trekken en vervolgens deze op de grond te gooien.

Parketnummer 09/660055-11:

op 17 oktober 2011 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een voordeur (van een woning gelegen [adres]), toebehorende aan [E], heeft vernield door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk met kracht met zijn elleboog tegen voornoemde ruit te stoten.

4. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, aangezien er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is deswege strafbaar, nu er evenmin feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

5. Strafmotivering

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zijn wijkagent bedreigd en daarbij twee keukenmessen getoond en voor diens voeten op de grond gegooid. Tevens heeft verdachte twee andere politieagenten die vervolgens ter plaatse kwamen bedreigd, door een mes te tonen en daarmee zwaaiende en gooiende bewegingen te maken. De rechtbank houdt er rekening mee dat voor verdachte deze bedreigingen mogelijk een roep om hulp waren, maar dat neemt niet weg dat het uiten van deze bedreigingen zeer beangstigend is geweest voor de slachtoffers. Eén van de ter plaatse gekomen politieagenten heeft zich zelfs genoodzaakt gevoeld zijn vuurwapen te trekken en een schot te lossen.

Voorts heeft verdachte tot tweemaal toe de deur van zijn toenmalige vriendin vernield, heeft verdachte tuinmeubilair van zijn buurvrouw vernield en heeft verdachte twee deuren en een intercominstallatie van een vriend van hem vernield. Verdachte heeft hiermee schade berokkend aan en ongemak veroorzaakt bij de slachtoffers.

De rechtbank heeft acht geslagen op het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 26 januari 2012, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen, onder meer wegens vernielingen.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op de over verdachte uitgebrachte psychologische rapportage d.d. 9 april 2012, opgesteld door Y. Kat, GZ-psycholoog. De psycholoog heeft geconcludeerd dat verdachte lijdende is aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, tot uiting komend in zijn zwakbegaafdheid en een sociaal-emotionele ontwikkelingsachterstand. Tevens is sprake van een ziekelijke stoornis in de vorm van alcoholmisbruik. Naar het oordeel van de psycholoog zijn de aangetroffen stoornissen ook van betekenis geweest voor de gedragskeuze(mogelijkheden) ten tijde van het ten laste gelegde, zodat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar kan worden geacht voor wat betreft het hem ten laste gelegde. Het risico op toekomstig gewelddadig gedrag wordt zonder adequate behandeling als matig tot hoog ingeschat. Naar de mening van de psycholoog lijkt een langdurige klinische opname en een reclasseringstoezicht in het kader van bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke veroordeling het meest passend.

Tevens heeft de rechtbank acht geslagen op het over verdachte uitgebrachte rapport van de reclassering (Palier) d.d. 22 mei 2012, opgesteld door [reclasseringswerker], reclasseringswerker, en [leidinggevende], leidinggevende. De reclasseringswerker heeft gerapporteerd dat alcohol een steeds terugkerend aspect is dat met name invloed heeft op het delictgedrag van verdachte. Ondanks dat hij na een lange hulpverleningsgeschiedenis meer grip heeft ontwikkeld op zijn alcoholproblematiek blijkt het nog steeds negatief van invloed. Toch lijkt de voornaamste factor die van invloed blijkt te zijn op het delictgedrag van verdachte zijn beperkte (naar de rechtbank begrijpt) begripvermogen en probleemoplossend vermogen, voortkomend uit een verminderde begaafdheid. Naar de mening van de reclasseringswerker zou bij een gecombineerd traject van woonbegeleiding en ambulante behandeling gericht kunnen worden ingezet op de diverse voor verdachte geldende probleemgebieden. Ter controle op de naleving van de woonbegeleiding en behandeling is een nieuw verplicht reclasseringscontact geïndiceerd, teneinde de kans op recidive te verminderen.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij heel graag hulp wil hebben en dat hij bereid is mee te werken aan de voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.

Gelet op al het vorenstaande acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden op zijn plaats. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte van twee maanden niet zal worden tenuitvoergelegd onder de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.

6. De vordering van de benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel

[C] en [B] hebben zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van het onder parketnummer 09/900127-12 onder 2 ten laste gelegde feit. Beide benadeelde partijen hebben ter zake van dit feit immateriële schadevergoeding tot een bedrag van € 400,- gevorderd.

De rechtbank acht deze vorderingen als vergoeding ter zake van immateriële schade tot dat bedrag naar billijkheid toewijsbaar, nu door of namens verdachte de omvang daarvan niet is betwist en nu vast is komen te staan dat de benadeelde partijen rechtstreeks schade hebben geleden als gevolg van het onder parketnummer 09/900127-12 onder 2 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vorderingen toewijzen tot het volledige bedrag van € 400,-.

Dit brengt mee, dat verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met hun vorderingen hebben gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Nu verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 400,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [C] en van een bedrag groot 400,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [B].

7. Inbeslaggenomen voorwerpen

Over het op de beslaglijst vermelde voorwerp heeft verdachte verklaard dat het niet van hem is. Derhalve zal de rechtbank gelasten dat dit voorwerp wordt bewaard voor een eventuele rechthebbende.

8. Vordering tenuitvoerlegging

De rechtbank acht termen aanwezig voor toewijzing van de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf, waartoe verdachte werd veroordeeld bij onherroepelijk geworden vonnis van deze rechtbank d.d. 24 september 2008. Uit het onderzoek ter terechtzitting is immers gebleken dat verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, doordat deze zich voor het einde van de proeftijd die bij voormeld vonnis was opgelegd (en die bij vonnis van de politierechter te 's-Gravenhage d.d. 19 november 2010 met één jaar is verlengd), wederom heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten. De rechtbank zal daarbij de gevangenisstraf omzetten in een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van na te melden duur.

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 57, 285, 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. Beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij parketnummer 09/900127-12 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, de bij parketnummer 09/900551-11 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten en het bij parketnummer 09/660055-11 ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van parketnummer 09/900127-12 feit 3:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

ten aanzien van parketnummer 09/900551-11 feiten 1 en 2, parketnummer 09/660055-11:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd;

ten aanzien van parketnummer 09/900127-12, feiten 1 en 2:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezenverklaarde en verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 8 (ACHT) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 2 (TWEE) MAANDEN niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

alsmede onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde ter vaststelling van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

alsmede onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Wetboek van Strafrecht de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en voorts inhoudende dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, in dit geval GGZ Reclassering Palier te 's-Gravenhage, zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dat inhoudt een meldingsgebod, het volgen van een (ambulante) behandeling zoals door de Forensische Polikliniek van GGZ Palier nader te omschrijven en/of opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijen toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan:

[C], een bedrag van € 400,-,

[B], een bedrag van € 400,-;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 400,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [C] en € 400,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [B];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedragen volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 8 dagen;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen de betalingsverplichtingen aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichtingen aan de Staat de betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen in zoverre doet vervallen;

gelast de bewaring voor de rechthebbende van het op de beslaglijst vermelde voorwerp, te weten: 1.00 STK Wapen (handwapen);

gelast, in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis van deze rechtbank d.d. 24 september 2008, gewezen onder parketnummer 09/562198-07, een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.T. Timmermans, voorzitter,

mrs. G.M.G. Hink en A.M.G. van de Kragt, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R. van der Graaff, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 augustus 2012.