Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3324

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
31-07-2012
Datum publicatie
01-08-2012
Zaaknummer
09/925140-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich in vier dagen tijd meermalen schuldig gemaakt aan oplichting met behulp van valse creditcards door deze in winkels aan te bieden ter betaling van diverse (waardevolle) goederen met een totale waarde van € 26.473,47. De creditcards heeft verdachte zelf vervalst en de daarvoor benodigde apparatuur had hij voorhanden in zijn woning.

Gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek. Vordering benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen voor € 26.473,47.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/925140-12

Datum uitspraak: 31 juli 2012

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum] 1986 te [plaats],

adres: [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting "Midden Holland" Huis van Bewaring De Geniepoort te Alphen aan den Rijn.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 21 mei 2012 en 17 juli 2012.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.A. Visser en van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S. Koster, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting d.d. 21 mei 2012 - ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 februari 2012 tot en met 9 februari 2012 te 's-Gravenhage en/of Rotterdam en/of Amsterdam en/of Eindhoven, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door (één of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- De Bijenkorf B.V. en/of Diamond Point en/of iCentre, in ieder geval één of meerdere winkel(s)

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van enig(e) goed(eren) ter waarde van (een) geldbedrag(en) van (in totaal) (ongeveer) 30.468,47 euro,

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - (telkens) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- twee, althans één, vals(e) en/of vervalst(e) creditcard(s)/MasterCard(s) (met het nummer [nummer 1] en/of het nummer [nummer 2]) ter betaling van meerdere, althans één, goed(eren) aangeboden en/of overhandigd aan (een) medewerker(s) van de Bijenkorf en/of Diamond Point en/of iCentre, in ieder geval van één of meerdere winkel(s) en/of de, middels die creditcard(s)/MasterCard(s) opgemaakte, verkoopbon(nen) ondertekend en/of met die creditcard(s)/ MasterCard(s) gepind, in ieder geval zich ten opzichte van die medewerker(s) van de Bijenkorf en/of Diamond Point en/of iCentre, in ieder geval bij één of meerdere winkel(s) voorgedaan als zijnde de perso(o)n(en) die bevoegd en/of gerechtigd was/waren om met voornoemde creditcard(s) te betalen,

waardoor genoemde Bijenkorf en/of Diamond Point en/of iCentre, in ieder geval één of meerdere winkel(s) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(s);

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op of omstreeks 8 februari 2012, te Eindhoven, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door (één of meer) listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Bijenkorf B.V. te bewegen tot de afgifte van enig goed (te weten een armband), (met dat oogmerk) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een valse en/of vervalste creditcard ter betaling van dat goed heeft aangeboden en/of overhandigd aan een medewerker van de Bijenkorf en/of met die creditcard heeft gepind, in ieder geval zich ten opzicht van die medewerker van de Bijenkorf heeft voorgedaan als zijnde de persoon die bevoegd en/of gerechtigd was om met voornoemde creditcard te betalen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid,

zulks (ten aanzien van beide cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten) terwijl tijdens het plegen van voornoemde misdrijven nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;"

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 8 juli 2011 tot en met 10 februari 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk meerdere, althans één, creditcard(s), zijnde (een) betaalpas(sen) bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen en daar (telkens) opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid de oorspronkelijke (magneet)gegevens van de originele creditcard(s) valselijk gekopieerd/geladen naar/op (een) creditcard(s) welke was/waren voorzien van een magneetstrip en/of de naam en/of persoonsgegevens van verdachte en/of een ander dan verdachte (tengevolge waarvan met die laatstgenoemde creditcard(s) valse en/of vervalste creditcard(s) elektronische betalingen ten laste van de rechtmatige eigen(a)ar(en) van de originele creditcard(s) mogelijk was/waren geworden) zulks (telkens) met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen

zulks (ten aanzien van beide cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten) terwijl tijdens het plegen van voornoemde misdrijven nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;"

art 47 lid 1 wetboek van Strafrecht

art 232 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 februari 2012 tot en met 9 februari 2012 te 's-Gravenhage en/of Rotterdam en/of Amsterdam en/of Eindhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van twee, althans één, valse of vervalste creditcard(s), zijnde (een) betaalpas(sen) bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, als ware die creditcard(s) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hieruit dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), (telkens) met (een) valse of vervalste creditcard(s) bij De Bijenkorf en/of Diamond Point en/of iCentre, in ieder geval bij één of meerdere winkel(s), betalingen heeft/hebben verricht en bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hieruit dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), de oorspronkelijke (magneet)gegevens van de originele creditcard(s) valselijk heeft/hebben gekopieerd/geladen naar/op (een) creditcard(s) welke was/waren voorzien van een magneetstrip en/of de naam en/of persoonsgegevens van verdachte op de (valse) creditcard(s) heeft/hebben gezet (tengevolge waarvan met die laatstgenoemde creditcard(s) valse en/of vervalste creditcard(s) elektronische betalingen ten laste van de rechtmatige eigen(a)ar(en) van de originele creditcard(s) mogelijk was/waren geworden) danwel heeft/hebben verdachte, en/of zijn mededader(s), opzettelijk (een) zodanige creditcard(s) voorhanden gehad, zulks terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat die creditcard(s) bestemd was/waren voor zodanig gebruik

zulks (ten aanzien van beide cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten) terwijl tijdens het plegen van voornoemde misdrijven nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 232 lid 2 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 10 februari 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, stoffen en/of voorwerpen en/of gegevens, te weten

een drukmachine (voor het bedrukken van bankkaarten) en/of 20, althans een (groot) aantal, (witte) bankpassen met een magneetstrip en/of magneetapparatuur en/of een kaartlezer

heeft/hebben vervaardigd en/of ontvangen en/of verschaft en/of verkocht en/of overgedragen en/of voorhanden gehad, waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat zij bestemd was/waren tot het plegen van enig in artikel 326 eerste lid en/of artikel 232 eerste lid en/of artikel 232 tweede lid van het wetboek van strafrecht omschreven misdrijf

zulks (ten aanzien van beide cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten) terwijl tijdens het plegen van voornoemde misdrijven nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 234 Wetboek van Strafrecht

3. Bewijsuitsluiting*1

Redelijk vermoeden van schuld/vorderen gegevens

3.1 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw is van oordeel dat een deel van het bewijs moet worden uitgesloten, omdat dit onrechtmatig is verkregen. Zij onderbouwt dit door te stellen dat de politie gedurende het onderzoek op grond van artikel 126 nd van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), bij verschillende winkels kassabonnen heeft gevorderd, zonder dat sprake was van het daarvoor vereiste redelijke vermoeden dat een misdrijf was begaan. Bovendien zijn de vorderingen ex artikel 126nd Sv gedaan door een hoofdagent, terwijl de bevoegdheid daartoe enkel is voorbehouden aan de officier van justitie. Ook zijn de vorderingen mondeling gedaan zonder dat ze tijdig, dat wil zeggen binnen drie dagen, zijn gevolgd door een schriftelijke vordering.

Op basis van deze onrechtmatig verkregen informatie is een concrete verdenking jegens verdachte ontstaan en is bepaald dat er een doorzoeking van zijn woning diende plaats te vinden. Verdachte is dan ook tengevolge van deze onregelmatigheden in zijn belangen geschaad en op grond van artikel 359a Sv dienen de resultaten van die vormverzuimen, te weten de kassabonnen en het bewijsmateriaal dat als gevolg van de doorzoeking is verkregen, van het bewijs te worden uitgesloten.

3.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er een redelijk vermoeden bestond dat een misdrijf was begaan, op het moment dat de kassabonnen werden gevorderd. Deze vorderingen zijn weliswaar door een hoofdagent gedaan, maar eerst nadat er overleg met een officier van justitie is geweest. Dat de mondeling gedane vorderingen na meer dan drie dagen schriftelijk zijn bevestigd, heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat er een weekend tussen heeft gezeten. Dit levert naar het oordeel van de officier van justitie geen vormverzuim op. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat dit wel een vormverzuim oplevert, dan moeten hier geen consequenties aan worden verbonden, nu verdachte hierdoor niet in zijn belangen is geschaad.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat getuige [getuige 1], vestigingsmanager bij de Diamond Point van de Bijenkorf te Den Haag, haar twijfels had bij een betaling die verdachte had gedaan middels een creditcard. Verdachte had zich bij de betaling met een Nederlands paspoort geïdentificeerd. [getuige 1] heeft enige dagen na de transactie telefonisch contact opgenomen met de heer [A], een medewerker van de creditcard maatschappij. [A] heeft [getuige 1] gevraagd of de gebruiker van de creditcard een Amerikaan was, waarop [getuige 1] heeft geantwoord dat de man Antilliaans of Surinaams was. Uit dit gesprek heeft de getuige opgemaakt dat het gebruik van de creditcard onrechtmatig was. Later die dag zag [getuige 1] verdachte opnieuw in de Bijenkorf en vernam zij van een collega dat hij aankopen had gedaan met twee verschillende creditcards.

Vervolgens heeft European Merchant Services BV (hierna: EMS) op 8 februari 2012 aangifte gedaan van fraude met de desbetreffende creditcards. In de aangifte staat onder meer dat de legitieme kaarthouders geen transacties in Nederland hebben verricht.

De rechtbank is van oordeel dat, nu verdachte bij de betaling een Nederlands in plaats van een Amerikaans paspoort had overgelegd en gezien de aangifte van EMS dat de legitieme kaarthouders geen transacties in Nederland hadden gepleegd, er voldoende feiten en omstandigheden aanwezig waren op grond waarvan een redelijk vermoeden bestond dat gebruik was gemaakt van valse kaarten, zodat op grond van artikel 126 nd Sv nadere gegevens, zoals kassabonnen, konden worden gevorderd.

Zowel uit het relaas proces-verbaal*2 als uit het methodieken proces-verbaal*3 blijkt dat er overleg met de officier van justitie is geweest alvorens is besloten een mondelinge vordering af te geven voor het opvragen van de kassabonnen. Deze vorderingen zijn derhalve namens de daartoe bevoegde persoon gedaan. Dat de feitelijke uitvoering door een ander is gebeurd doet daar niet aan af. Op woensdag 8 februari 2012 zijn de gegevens mondeling gevorderd en op maandag 13 februari 2012 schriftelijk bevestigd.*4 Nu de periode van drie dagen op zaterdag eindigde werd deze, conform artikel 1 van de Algemene termijnenwet, verlengd tot de eerstvolgende dag, niet zijnde een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, en dat was maandag 13 februari 2012. Hieruit volgt dat de mondeling gedane vorderingen op tijd schriftelijk zijn bevestigd.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank niet gebleken van enig vormverzuim in het voorbereidend onderzoek, zodat er geen grond is de door de raadsvrouw genoemde bewijsmiddelen van het bewijs uit te sluiten.

Salduz-verweer

3.4 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte blijkens het proces-verbaal van bevindingen betreffende de doorzoeking voor, noch na zijn aanhouding is gewezen op zijn recht een advocaat te raadplegen. Evenmin is verdachte de cautie gegeven. Dit levert een ernstig vormverzuim op in de zin van artikel 359a Sv, dat niet meer kan worden hersteld, zodat dit dient te leiden tot bewijsuitsluiting van al hetgeen verdachte naar aanleiding van zijn aanhouding en gedurende de doorzoeking heeft verklaard.

3.5 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte geheel zelfstandig een verklaring heeft afgelegd zonder dat de politie hem vragen heeft gesteld, hetgeen geen reden is om deze verklaringen niet tot het bewijs te bezigen.

3.6 Het oordeel van de rechtbank

Blijkens het proces-verbaal van aanhouding*5 - welke aanhouding voor aanvang van de feitelijke doorzoeking heeft plaatsgevonden - is verdachte terstond na zijn aanhouding de cautie gegeven. Tevens is hij blijkens dit proces-verbaal gewezen op zijn recht op consultatiebijstand door een advocaat. Het verweer van de raadsvrouw mist derhalve feitelijke grondslag en wordt om die reden verworpen.

4. Bewijsoverwegingen

4.1 Inleiding

De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de gebruikte bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

EMS heeft aangifte gedaan van diverse frauduleuze transacties die hebben plaatsgevonden in Den Haag, Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven in de periode van 5 februari 2012 tot en met 9 februari 2012 met twee valse/vervalste MasterCard creditcards met de volgende nummers: [nummer 1] en [nummer 2].*6

Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten ligt de vraag voor of verdachte degene is geweest die met de valse creditcards betalingen heeft verricht. In het verlengde daarvan ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of verdachte creditcards valselijk heeft opgemaakt of vervalst, gebruik heeft gemaakt van valse creditcards en apparatuur voorhanden heeft gehad om creditcards mee te vervalsen.

4.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte alle ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Nu er geen concrete aanwijzingen uit het dossier zijn gebleken waaruit blijkt dat verdachte de feiten samen met één of meer anderen heeft begaan is de officier van justitie van oordeel dat verdachte de feiten alleen heeft begaan. Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het bewezenverklaarde bedrag dient te worden beperkt tot € 26.473,47, nu de transactie uit Eindhoven bij een poging is gebleven en EMS voor wat deze transactie betreft dus geen schade heeft geleden.

4.3 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.

Het overzicht met transacties van EMS kan slechts met behoedzaamheid voor het bewijs worden gebezigd nu op dit overzicht staat vermeld dat de transactie in Eindhoven is voltooid, terwijl verbalisanten hebben gerelateerd dat die transactie niet is doorgegaan. Terughoudendheid is voorts vereist, omdat dezelfde magnetische gegevens op valse creditcards vaak door verschillende personen worden gebruikt, hetgeen betekent dat meerdere van elkaar te onderscheiden personen met eenzelfde vals creditcardnummer fraudetransacties kunnen plegen. Het enkele gebruik van zo'n nummer levert op zichzelf dan ook onvoldoende bewijs op dat verdachte deze transacties heeft gepleegd.

Ten aanzien van de transacties op 9 februari 2012 in de Bijenkorf in Amsterdam is onvoldoende bewijs voorhanden, nu het bewijs enkel bestaat uit het overzicht van EMS - waar dus de nodige kanttekeningen bij bestaan - en de in de woning van verdachte aangetroffen kassabonnen. Deze bonnen zijn niet aan verdachte te koppelen, omdat ook andere personen toegang hadden tot de woning en de bonnen niet zijn voorzien van een naam danwel een handtekening van verdachte.

Ten aanzien van oplichtingen gepleegd in Den Haag, Rotterdam en de poging tot oplichting in Eindhoven heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat het feit oplichting niet bewezen kan worden, omdat de in de tenlastegelegging genoemde winkelbedrijven niet "valselijk" zijn bewogen tot de afgifte van goederen. De transacties zijn immers goedgekeurd en betaald, als gevolg waarvan de winkels niet zijn benadeeld.

Ten aanzien van de feiten 2 en 4 heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat er geen onderzoek - zoals DNA onderzoek of dactyloscopisch onderzoek - is verricht waaruit de directe betrokkenheid van verdachte kan worden afgeleid. Voorts maken meerdere personen gebruik van de woning waar verdachte woont, zodat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is dat verdachte van de aangetroffen apparatuur gebruik heeft gemaakt en/of deze voorhanden heeft gehad.

4.4 De beoordeling van de tenlastelegging

Op zondag 5 februari 2012 is getuige [getuige 1] aan het werk bij de Diamond Point in Den Haag als er een man een armband ter waarde van € 3.995,- koopt en deze betaalt met een creditcard. De naam op de creditcard kwam overeen met de naam in het Nederlandse paspoort, waarmee de man zich legitimeerde. Omdat getuige de transactie niet vertrouwde, heeft ze het paspoortnummer en de adresgegevens van de man op een kopie van het certificaat - dat bij de armband hoort - genoteerd. Tevens heeft zij het paspoortnummer van de man op de kassabonuitdraai genoteerd.

Op dinsdag 7 februari 2012 wilde dezelfde man nog een armband kopen, echter de armband was niet op voorraad. Omdat getuige het niet vertrouwde heeft ze contact opgenomen met [A] van de creditcardmaatschappij waarna is gebleken dat het gebruik van de creditcard vermoedelijk onrechtmatig was. Even later zag getuige de man bij de afdeling iCentre de verkoper de hand schudden. Getuige heeft verdachte later op een politiefoto herkend.*7

Uit de aangifte van EMS is gebleken dat er zowel in Den Haag als in Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven frauduleuze transacties hebben plaatsgevonden zoals blijkt uit het hierna volgende.*8

Kassabonnen

Op 8 februari 2012 heeft verbalisant [verbalisant 1]de volgende kassabonnen en certificaten van de Bijenkorf ontvangen betreffende goederen die zijn betaald met een valse creditcard.

Den Haag:

- Een kopie van de kassabon en het certificaat van de aankoop van een sieraad (ter waarde van €3.995,-) op 5 februari 2012 om 14.28 uur, welke is betaald met een creditcard die eindigt op het nummer [nummer 2].

- Een kopie van de kassabon en factuur van de aankoop van twee computers bij het iCentre (totale waarde €5.997,-), op 7 februari 2012 om 15.15 uur, welke is betaald met een creditcard die eindigt op het nummer [nummer 1].*9

Beide kassabonnen zijn ondertekend met de naam [verdachte]. Op de achterkant van de kassabon van het sieraad stond het paspoortnummer van de koper, [PASPOORTNUMMER], geschreven. Op het certificaat stonden de volgende gegevens: dhr. [verdachte], [adres].*10

Rotterdam

- Een kopie van een kassabon van de aankoop van twee paar schoenen (totale waarde €444,95), op 5 februari om 16.14 uur.*11

- Een kopie van een kassabon van de aankoop van een schoudertas (ter waarde van €375,-), op 5 februari 2012 om 16.23 uur.*12

- En een kopie van een kassabon van de aankoop van twee sieraden (totale waarde €7.095,-) op 7 februari 2012 om 13.05 uur.*13

Alle drie de bonnen zijn ondertekend met de naam [verdachte] of [verdachte]en betaald met een creditcard die eindigt op het nummer [nummer 2] of [nummer 1].

Bij deze sieraden horen twee certificaten waarvan er één op naam van [verdachte] staat.*14

Amsterdam

- Een kopie van een kassabon van de aankoop van twee paar Uggs laarzen (totale waarde €374,85), op 7 februari 2012 om 13.30 uur. Op de bon staat het paspoortnummer [PASPOORTNUMMER] genoteerd.*15

- Een kopie van een kassabon van de aankoop van een sieraad (ter waarde van €5.905,-), op 7 februari 2012 om 17.26 uur,*16 en een kopie van een paspoort op naam van [verdachte], dat is getoond bij deze aankoop.*17

- Een kopie van een kassabon van de aankoop van twee cadeaucards, één ter waarde van € 250,-, met het nummer [nummer cadeaucard]en één ter waarde van € 500,-, met het nummer [nummer cadeaucard](totale waarde € 750,-), op 9 februari 2012 om 20.23 uur.*18

Deze drie bonnen zijn allen ondertekend met de naam [verdachte].

- Een kopie van een kassabon van de aankoop van drie broeken (totale waarde €549,85), op 9 februari 2012 om 13.44 uur.*19

- Een kopie van een kassabon van de aankoop van diverse parfums (totale waarde €541,06) op 9 februari om 20.10 uur.*20

- Een kopie van een kassabon van de aankoop van parfum (ter waarde van € 44,80), op 9 februari om 20.14 uur.*21

- Een kopie van een kassabon van de aankoop van make-up (totale waarde € 56,-), op 9 februari om 20.19 uur.*22

- Een kopie van een kassabon van de aankoop van diverse computerspellen (totale waarde € 344,96), op februari om 20.33 uur.*23

Alle betalingen zijn verricht met een creditcard die eindigt op het nummer [nummer 1].

Eindhoven

- Een kopie van een kassabon van de aankoop van een sieraad (ter waarde van € 3.995,-) op 8 februari 2012 om 17.29 uur, welke is betaald met een creditcard die eindigt op het nummer [nummer 1].

- Een kopie van bovengenoemde kassabon met daarop geschreven 'correctie omzet'.*24

Uit de gemeentelijke basisadministratie is gebleken dat op de [adres]in [plaats] onder andere verdachte staat ingeschreven. Tevens is hieruit gebleken dat verdachte een reisdocument heeft, voorzien van het nummer [PASPOORTNUMMER]. Dit nummer komt overeen met het paspoortnummer dat is geschreven op de kassabonnen van de aankoop van het sieraad in Den Haag ter waarde van € 3.995,- en de Uggs laarzen ter waarde van € 374,85 in Amsterdam. Genoemd reisdocument is weliswaar als vermist opgegeven, maar er is geen aangifte van vermissing gevonden in het politiesysteem.*25

Doorzoeking

Op 10 februari 2012 heeft er een doorzoeking in de woning van verdachte aan de [adres]in [plaats] plaatsgevonden. Verdachte is in de woning aangehouden en heeft desgevraagd verklaard dat hij geen paspoort of identiteitskaart had, omdat hij deze was verloren. Tijdens de doorzoeking is in een tas onder andere een paspoort - documentnummer [PASPOORTNUMMER] - op naam van verdachte en een portemonnee met daarin onder andere vijf creditcards aangetroffen.*26 Na onderzoek is gebleken dat deze creditcards vals zijn.*27 Tevens is hieruit gebleken dat de nummers van twee van deze creditcards - op naam van [verdachte] - overeen komen met de twee creditcards waar - blijkens de aangifte van EMS - de frauduleuze betalingen mee zijn verricht, te weten [nummer 1] en [nummer 2].*28

Voorts zijn er in genoemde tas twee kassabonnen van de Bijenkorf Amsterdam aangetroffen. Blijkens deze bonnen zijn er op 9 februari 2012 om 13.30 uur voor € 374,85 Uggs laarzen en om 13.44 uur voor € 549,85 aan broeken gekocht; beide aankopen zijn betaald middels een creditcard die eindigt op het nummer [nummer 1].*29

Ten slotte zijn er in genoemde tas een Bijenkorf een cadeaucard ter waarde van € 250,- met het nummer [nummer cadeaucard]en een Bijenkorf cadeaucard ter waarde van € 500,- met het nummer [nummer cadeaucard] aangetroffen.

In de woning van verdachte is voorts een tasje met verscheurde kassabonnen in beslag genomen.*30 Deze kassabonnen zijn door verbalisant [verbalisant 2]aan elkaar geplakt en hieruit blijkt het volgende.

Op 5 februari 2012 zijn in de Bijenkorf Rotterdam om 16.14 uur twee paar schoenen (totale waarde € 444,95) en om 16.23 uur een schoudertas (ter waarde van € 375,-) gekocht, welke zijn betaald middels een creditcard die eindigt op het nummer [nummer 2].

Op 9 februari 2012 zijn er in de Bijenkorf Amsterdam om 20.14 uur parfum (ter waarde van €44,80), om 20.19 uur make-up (ter waarde van € 56,-), om 20.23 uur twee cadeaucards (totale waarde € 750,-), om 20.33 uur computerspellen (totale waarde € 344,96) en om 20.39 uur verschillende parfums (ter waarde van € 541,06) gekocht, welke aankopen zijn betaald middels een creditcard die eindigt op het nummer [nummer 1].*31

Voorts zijn in de woning onder andere de volgende goederen aangetroffen: kaartleesapparatuur, een drukmachine om bankkaarten te bedrukken, een zakje met 20 witte bankpassen met een magneetstrip en een magneetapparaat.*32

Camerabeelden Bijenkorf Rotterdam

Op camerabeelden van de Bijenkorf Rotterdam d.d. 7 februari 2012 tussen 12.30 en 13.12 uur is een man te zien met een tas om zijn schouders die grote gelijkenissen vertoond met de tas die bij de doorzoeking in de woning van verdachte is aangetroffen. Voorts is te zien dat de man in diverse vitrines kijkt en dat de medewerkster hem diverse sieraden laat passen. Rond 13.01 uur pakt de man iets uit zijn tas wat op een paspoort lijkt en geeft het aan de medewerkster. De man tekent iets en doet het paspoort weer in zijn tas. De medewerkster haalt een bon uit de kassa en overhandigt de man een witte plastic tas waarna hij uit beeld verdwijnt. Verbalisant [verbalisant 1]heeft de man op de beelden herkend als verdachte.*33

Eindhoven

Na contact met een medewerkster van de Bijenkorf in Eindhoven is gebleken dat het artikel door de verkoopster was aangeslagen, maar dat de man, toen hij doorkreeg dat de bewaking was gebeld, de creditcard uit de handen van de verkoopster heeft gepakt en er vandoor is gegaan, onder achterlating van het artikel.*34

Camerabeelden Bijenkorf Eindhoven

Op camerabeelden van de Bijenkorf Eindhoven van 7 februari 2012, vanaf 17:27 uur is een man bij een kassa van de winkel te zien. Deze man wordt door de verbalisant herkend als verdachte. Tevens is te zien dat de man een tas heeft die grote gelijkenissen vertoont met de tas die in de woning van verdachte is gevonden*35.

4.5 Bewijsoverwegingen

De rechtbank is van oordeel dat er op grond van voormelde bewijsmiddelen voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte degene is geweest die de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en overweegt daartoe nader als volgt.

De bonnen (ter waarde van € 3.995 en € 5.997) van de Bijenkorf in Den Haag zijn beide ondertekend met de naam van verdachte. Het paspoortnummer achterop een van de bonnen komt overeen met het paspoort van verdachte, welk paspoort in een tas in zijn woning is aangetroffen. Op het certificaat staat het GBA adres van verdachte. Getuige [getuige 1] heeft verdachte van een politiefoto herkend als degene die beide aankopen heeft verricht.

De bonnen (ter waarde van € 444,95, € 375 en € 7.095) van de Bijenkorf in Rotterdam zijn alledrie ondertekend met de naam van verdachte. Tevens staat op één certificaat de naam van verdachte. Van de aankopen van € 444,95 en € 375 zijn tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte kassabonnen aangetroffen. Verdachte is herkend op camerabeelden van de Bijenkorf Rotterdam op 7 februari 2012 rond 13.00. De aankoop van de twee sieraden ter waarde van € 7.095 is op 7 februari 2012 omstreeks 13.05 uur gedaan. Daarvan zitten diverse afdrukken van camerabeelden in het dossier en de rechtbank heeft ter terechtzitting geconcludeerd dat de man op de afdrukken een sterke gelijkenis vertoont met verdachte, gelet onder meer op zijn haargrens en het oorknopje in zijn oor.

De kassabonnen ter waarde van € 5.905, € 374,85 en € 750 van de Bijenkorf in Amsterdam zijn alledrie ondertekend met de naam [verdachte]. Bij de koop ter waarde van € 5.905, is een paspoort op naam van verdachte getoond, dit paspoort is tijdens de doorzoeking in een tas in de woning van verdachte aangetroffen. Op de bon ter waarde van € 374,85 staat het paspoortnummer [PASPOORTNUMMER] genoteerd, hetgeen overeenkomt met het paspoortnummer van verdachte. Tevens is een kopie van deze bon in de woning van verdachte aangetroffen. De op de kassabon ter waarde van € 750 genoemde cadeaucards zijn tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte aangetroffen.

De overige door de Bijenkorf Amsterdam overlegde bonnen (ter waarde van € 549,85, € 541,06, € 44,80, € 56 en € 344,96) zijn niet door verdachte ondertekend, echter in de woning van verdachte zijn van deze bonnen - al dan niet verscheurde - kopieën aangetroffen.

Alle bovengenoemde transacties zijn gepleegd met valse creditcards, ofwel met het nummer [nummer 1] ofwel [nummer 2]. Deze beide creditcards zijn in de woning van verdachte aangetroffen in een tas waarin tevens het paspoort op naam van verdachte en drie overige valse creditcards zijn aangetroffen.

De rechtbank is van oordeel dat de door EMS overhandigde lijst met transacties onverkort voor het bewijs kan worden gebezigd, nu onvoldoende aannemelijk is dat deze lijst niet zou kloppen. Uit de bon op pagina 277 van het dossier leidt de rechtbank af dat de betaling in Eindhoven van € 3.995,- in eerste instantie wel is verwerkt, en dat de betaling pas daarna, toen bleek dat het goed door de verdachte niet was meegenomen is gecorrigeerd en teruggedraaid.

Gezien het korte tijdsbestek waarin genoemde aankopen zijn verricht, de bonnen die zijn ondertekend met de naam van verdachte, de in de woning van verdachte aangetroffen kassabonnen, de diverse aangetroffen valse pasjes waar de verschillende aankopen mee zijn verricht, het in de woning van verdachte in een tas aangetroffen paspoort van verdachte - dat meermalen bij aankopen is overhandigd - de camerabeelden van de Bijenkorf Rotterdam en Eindhoven waar verdachte op is herkend en de herkenning van verdachte door getuige [getuige 1] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de genoemde aankopen heeft verricht. Het door de verdediging geschetste scenario dat een ander dan verdachte (ook) aankopen heeft gedaan, is niet aannemelijk geworden. Dat meerdere personen gebruik maken van de woning, waardoor de in de woning aangetroffen bonnen niet te individualiseren zijn - doet niets af aan het feit dat het merendeel van de bonnen is ondertekend met de naam van verdachte en de handtekening op die bonnen overeenkomt met de handtekening in het paspoort van verdachte. Het verweer van de raadsvrouw wordt dan ook verworpen.

Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat de handelingen van verdachte passen bij de delictsomschrijving van oplichting. Verdachte heeft de winkelbedrijven valselijk bewogen tot afgifte van goederen, omdat hij de passen heeft gebruikt alsof ze van hemzelf waren en zodoende een valse hoedanigheid heeft aangenomen. De goederen zouden niet zijn afgegeven als verdachte bekend had gemaakt dat hij niet de legitieme kaarthouder was. Verdachte heeft daarmee het vertrouwen dat bedrijven moeten kunnen stellen in het handelsverkeer geschonden en in die zin die bedrijven benadeeld. Een andere (financiële) benadeling vereist naar het oordeel van de rechtbank het feit oplichting niet.

Ten aanzien van de feiten 2 en 4 overweegt de rechtbank tot slot als volgt. In de woning van verdachte zijn de in de tenlastelegging genoemde goederen aangetroffen. Gezien de overige bewijsmiddelen in het dossier ligt het voor de hand dat verdachte de aangetroffen goederen heeft gebruikt voor het valselijk opmaken van diverse betaalpassen. Dat er geen DNA- en/of dacty- onderzoek op deze goederen heeft plaatsgevonden doet hier wat de rechtbank betreft niets aan af.

Op grond van het voorgaande, afzonderlijk en in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Dit geldt inclusief de tenlastegelegde strafverzwarende recidivefactor, nu verdachte blijkens het hem betreffende uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 13 februari 2012 op 12 juli 2010 is veroordeeld tot dertig maanden gevangenisstraf wegens het plegen van soortgelijke vermogensdelicten, welke veroordeling op 14 februari 2011 in kracht van gewijsde is gegaan.

De rechtbank gaat ten aanzien van feit 1, eerste cumulatief alternatief, uit van een bewezen verklaard bedrag, zoals door de officier van justitie gevorderd, van € 26.473,47. Het bedrag van de transactie te Eindhoven van €3.995 is daarbij op het tenlastegelegde bedrag van € 30.468,47 in mindering gebracht. Verdachte heeft het artikel dat met dit bedrag is aangekocht uiteindelijk immers niet meegenomen, zodat deze transactie beperkt is gebleven tot een poging.

4.6 De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

1.

hij in de periode van 5 februari 2012 tot en met 9 februari 2012 te 's-Gravenhage en Rotterdam en Amsterdam meermalen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, telkens door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen De Bijenkorf B.V. en Diamond Point en iCentre heeft bewogen tot de afgifte van goederen ter waarde van 26.473,47 euro, hebbende hij, verdachte, toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid twee valse creditcards/MasterCards met het nummer [nummer 1] en het nummer [nummer 2] ter betaling van meerdere goederen aangeboden en overhandigd aan medewerkers van de Bijenkorf en Diamond Point en iCentre, en de, middels die creditcards/MasterCards opgemaakte, verkoopbonnen ondertekend en zich ten opzichte van die medewerkers van de Bijenkorf en Diamond Point en iCentre voorgedaan als zijnde de persoon die bevoegd en gerechtigd was om met voornoemde creditcards te betalen, waardoor genoemde Bijenkorf en Diamond Point en iCentre, werden bewogen tot bovenomschreven afgiftes;

en/of

hij op 8 februari 2012 te Eindhoven, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen de Bijenkorf B.V. te bewegen tot de afgifte van enig goed (te weten een armband) met dat oogmerk opzettelijk valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid een valse creditcard ter betaling van dat goed heeft aangeboden en overhandigd aan een medewerker van de Bijenkorf en zich ten opzichte van die medewerker van de Bijenkorf heeft voorgedaan als zijnde de persoon die bevoegd en/of gerechtigd was om met voornoemde creditcard te betalen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid, zulks ten aanzien van beide cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten terwijl tijdens het plegen van voornoemde misdrijven nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

2.

hij in de periode van 8 juli 2011 tot en met 10 februari 2012 te Amsterdam creditcards, zijnde betaalpassen bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte toen en daar telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid de oorspronkelijke (magneet)gegevens van de originele creditcards valselijk geladen naar/op creditcards welke waren voorzien van een magneetstrip en de naam en/of persoonsgegevens van verdachte tengevolge waarvan, met die valse creditcards, elektronische betalingen ten laste van de rechtmatige eigenaren van de originele creditcards mogelijk waren geworden, zulks telkens met het oogmerk zichzelf te bevoordelen, zulks terwijl tijdens het plegen van voornoemde misdrijven nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

3.

hij in de periode van 5 februari 2012 tot en met 9 februari 2012 te 's-Gravenhage en Rotterdam en Amsterdam en Eindhoven telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van twee valse creditcards, zijnde betaalpassen bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, als ware die creditcards echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hieruit dat hij, verdachte, telkens met een valse creditcard bij De Bijenkorf en Diamond Point en iCentre betalingen heeft verricht en bestaande die valsheid telkens hieruit dat hij, verdachte, de oorspronkelijke magneetgegevens van de originele creditcards valselijk heeft geladen naar/op creditcards welke waren voorzien van een magneetstrip en de naam en/of persoonsgegevens van verdachte op de valse creditcards heeft gezet tengevolge waarvan met die valse creditcards elektronische betalingen ten laste van de rechtmatige eigenaren van de originele creditcards mogelijk waren geworden, zulks terwijl tijdens het plegen van voornoemde misdrijven nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

4.

hij op 10 februari 2012 te Amsterdam voorwerpen, te weten een drukmachine voor het bedrukken van bankkaarten en 20, witte bankpassen met een magneetstrip en magneetapparatuur en een kaartlezer voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van enig in artikel 232 eerste lid van het wetboek van strafrecht omschreven misdrijf, zulks terwijl tijdens het plegen van voornoemde misdrijven nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

5. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7. De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van de feiten 1 en 3 geen sprake is van eendaadse samenloop nu beide feiten een ander beschermd belang hebben en beide feiten onder een andere titel in het Wetboek van Strafrecht vallen.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat bij bewezenverklaring rekening gehouden dient te worden met het feit dat ten aanzien van de feiten 1 en 3 sprake is van eendaadse samenloop. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat het gaat om dezelfde eenheid van tijd en plaats en dat de feiten niet los van elkaar gezien kunnen worden nu het karakter van beide feiten gelijk is. Tevens is er sprake van een vergelijkbare strekking van de betrokken strafbepalingen. Zij verwijst daarbij naar een uitspraak van het Hof te 's-Gravenhage.*36

Voorts heeft de raadsvrouw verzocht om - bij het bepalen van het onvoorwaardelijk deel van de eventueel op te leggen straf - aan te sluiten bij straffen welke in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. Zij verwijst daarbij naar een aantal uitspraken.*37 Tevens verzoekt zij, indien de rechtbank van oordeel is dat de recidive tot uitdrukking dient te komen in de strafmaat, dit achterwege te laten nu één en ander al voldoende tot uitdrukking komt in de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich in vier dagen tijd meermalen schuldig gemaakt aan oplichting met behulp van valse creditcards door deze in winkels aan te bieden ter betaling van diverse (waardevolle) goederen met een totale waarde van € 26.473,47. De creditcards heeft verdachte zelf vervalst en de daarvoor benodigde apparatuur had hij voorhanden in zijn woning. Het vertrouwen dat door de consument en de acceptant in het betaalnetwerk en in de creditcard moet kunnen worden gesteld, is van groot economisch en maatschappelijk belang. Door de bewezen verklaarde feiten is een ernstige inbreuk gemaakt op een dergelijk vertrouwen van de deelnemers in het betalingsverkeer. Wanneer dit vertrouwen niet meer aanwezig is bestaat het risico van een ernstige ontwrichting van het maatschappelijke en economisch verkeer. Bovendien heeft verdachte voor een aanzienlijk bedrag financiële schade berokkend en geven de onderhavige feiten overlast bij winkeliers.

Daarbij geeft het handelen van verdachte naar het oordeel van de rechtbank blijk van planmatigheid en raffinement. De rechtbank rekent verdachte deze feiten dan ook ernstig aan.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een reclasseringsadvies ten behoeve van de voorwaardelijke invrijheidsstelling d.d. 11 april 2011, opgemaakt en ondertekend door […], reclasseringswerker, en op een voortgangsverslag d.d. 29 mei 2012, opgemaakt door […], reclasseringswerker. Hieruit blijkt dat verdachte weinig bespreekt en weinig openheid van zaken geeft. Voorts komt verdachte berekenend over voordat hij antwoord geeft, hetgeen wordt bevestigd door De Waag. Hierdoor is er weinig inzicht op bepaalde leefgebieden, zoals het delict en zijn relaties met vrienden en kennissen.

De reclassering ziet mogelijkheden om het toezicht voort te zetten indien de voorwaardelijke invrijheidstelling niet herroepen zal worden. Verdachte dient zich dan actief in te zetten tijdens de meldplichtgesprekken en informatie te verstrekken omtrent zijn criminogene leefgebieden. Tevens zal er bij De Waag en bij de reclassering extra aandacht worden besteed aan zijn houding.

De rechtbank houdt er voorts ten nadele van verdachte rekening mee dat verdachte blijkens het hem betreffende uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 13 februari 2012 op 12 juli 2010 is veroordeeld tot dertig maanden gevangenisstraf wegens het plegen van soortgelijke vermogensdelicten. Dat verdachte kort na zijn vrijlating op 8 juli 2011, terwijl hij nog in een proeftijd liep in het kader van zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling, onderhavige feiten heeft gepleegd geeft aan dat hij zich van de eerdere detentie kennelijk niet veel heeft aangetrokken en acht de rechtbank bijzonder ernstig.

De rechtbank merkt de onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten aan als één voortgezette handeling en heeft overeenkomstig artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht bij de straftoemeting slechts de strafbepaling toegepast waarbij de zwaarste straf is gesteld.

Anders dan de raadsvrouw stelt de rechtbank vast dat ten aanzien van de feiten 1 en 3 geen sprake is van eendaadse samenloop maar van meerdaadse samenloop met het oog op de andersluidende strekking van de in het geding zijnde te beschermen rechtsbelangen, terwijl voorts niet gesproken kan worden van een enkel wilsbesluit maar van meerdere op zichzelf staande wilsbesluiten.

Wel houdt de rechtbank in de strafmaat ten voordele van verdachte rekening met het feit dat twee van de kaarten die onder feit 2 ten laste zijn gelegd (het maken van valse kaarten) dezelfde zijn als onder feit 3 ten laste gelegd (het gebruik maken van valse kaarten).

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de ernst van de bewezen verklaarde strafbare feiten geen andere strafmodaliteit dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank het niet strafverzwarend dat verdachte de feiten alleen en dus niet in vereniging heeft gepleegd. Gelet op het voorgaande en gelet op de opgelegde straffen in soortgelijke zaken is de rechtbank van oordeel dat de aan de verdachte op te leggen straf lager dient te zijn dan de officier van justitie heeft geëist.

8. De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel

8.1 Inhoud van de vordering benadeelde partijen

EMS heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en heeft gevorderd dat verdachte ter vergoeding van de geleden schade wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 36.673,07.

8.2 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot het bedrag wat naar het oordeel van de officier van justitie bewezen kan worden als het bedrag dat verdachte heeft verkregen aan goederen, te weten € 26.473,47. Het feit dat EMS niet genoemd wordt in de tenlastelegging doet er niet toe nu het een partij is die op directe wijze schade heeft ondervonden door het handelen van verdachte. Een vordering van een creditcardmaatschappij komt in een dergelijk geval voor toewijzing in aanmerking, de officier van justitie verwijst hierbij naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam.*38

Nu EMS naar het oordeel van de officier van justitie in staat wordt geacht om het bedrag zelf op verdachte te verhalen vordert hij niet aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

8.3 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen nu de tenlastegelegde feiten niet bewezen kunnen worden verklaard. Subsidiair heeft zij zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet ontvankelijk dient te worden verklaard nu een gedegen behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafproces zou opleveren. De vordering is onvolledig nu EMS geen informatie heeft verschaft over de wijze waarop EMS zichzelf verzekerd heeft. Voorts kunnen de nodige kanttekeningen worden gezet bij de overzichten van de fraudetransacties van EMS nu deze onjuiste informatie bevatten betreffende de vraag of een transactie al dan niet succesvol is geweest.

Meer subsidiair stelt de raadsvrouw zich op het standpunt dat enkel de posten voor vergoeding in aanmerking komen die kunnen worden gelieerd aan de bewezenverklaarde feiten onder 1, dit zijn de feiten die voortvloeien uit de oorspronkelijke aangifte hetgeen een schadebedrag van € 23.811,95 inhoudt, voor het overige dient de vordering niet ontvankelijk te worden verklaard.

8.4 Het oordeel van de rechtbank

Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat de vordering voldoende volledig is. Ongeacht de vraag of EMS verzekerd is met betrekking tot dergelijke schadeposten staat het dit bedrijf vrij om zich als benadeelde partij te stellen en een schadebedrag te vorderen.

De vordering, voor zover deze betrekking heeft op een bedrag van € 26.473,47 is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij dit bedrag aan rechtstreekse schade heeft geleden als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op het resterende bedrag van €10.199,60, de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren. Ten aanzien van dit bedrag is verdachte deels vrijgesproken (de transactie te Eindhoven die beperkt is gebleven tot een poging) deels is het niet ten laste gelegd. Voor het gehele resterende bedrag geldt derhalve dat dit niet direct is te herleiden tot het bewezenverklaarde in feit 1.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 26.473,47 en EMS voor het overige niet ontvankelijk verklaren.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

De rechtbank zal geen schadevergoedingsmaatregel opleggen nu zij EMS in staat acht om het toegewezen bedrag zelf op verdachte te verhalen.

9. De inbeslaggenomen goederen

9.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage A aan dit vonnis is gehecht) onder 2, 2a, 8, 25 t/m 29 genummerde voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte en dat de onder 3 t/m 7, 9 t/m 24 en 30 genummerde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard.

9.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich onthouden van een standpunt terzake.

9.3 Het oordeel van de rechtbank

Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan verdachte gelasten van de op de beslaglijst onder 2, 2a, 8, 25 t/m 29 genummerde voorwerpen.

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 3 t/m 7, 9 t/m 24 en 30 genummerde voorwerpen, verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien deze voorwerpen aan verdachte toebehoren en deze voorwerpen geheel of grotendeels door middel van het onder 1 bewezenverklaarde strafbare feit zijn verkregen en/of met betrekking tot deze voorwerpen de onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde feiten zijn begaan en/of met behulp van deze voorwerpen de onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde feiten zijn begaan of voorbereid.

Bij de vaststelling van deze bijkomende straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

10. De vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling

10.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe te wijzen aangezien verdachte, de algemene voorwaarde heeft overtreden.

10.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich onthouden van een standpunt terzake.

10.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling, zoals blijkt uit de bewezenverklaring van dit vonnis, opnieuw strafbare feiten heeft gepleegd. De veroordeelde heeft aldus de algemene voorwaarde die aan de voorwaardelijke invrijheidstelling is verbonden, niet nageleefd. De rechtbank zal daarom de vordering van de officier van justitie toewijzen.

11. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 15g, 15i, 15j, 33, 33a, 43a, 45, 56, 57, 326, 232, 234 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

12. De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1, eerste cumulatief alternatief:

oplichting, meermalen gepleegd, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

ten aanzien van feit 1, tweede cumulatief alternatief:

poging tot oplichting, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

ten aanzien van feit 2

opzettelijk een betaalpas bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen langs geautomatiseerde weg valselijk opmaken met het oogmerk zichzelf te bevoordelen, meermalen gepleegd, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

ten aanzien van feit 3

opzettelijk gebruik maken van een valse pas als bedoeld in artikels 232, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware deze echt en onvervalst, meermalen gepleegd, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

ten aanzien van feit 4:

het voorhanden hebben van voorwerpen, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van enig in artikel 232, eerste lid, omschreven misdrijf, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan European Merchant Services BV, een bedrag van € 26.473,47,

bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

gelast de teruggave aan verdachte van de op de beslaglijst onder 2, 2a, 8, 25 tot en met 29 genummerde voorwerpen, te weten:

2. een telefoon (Nokia 101);

2a. een telefoon (Blackberry);

8. een portemonnee;

25. een schoudertas;

26. een pasjeshouder;

27. een rekenmachine;

28. een notitieblok;

29. een paspoort;

verklaart verbeurd de op de beslaglijst onder 3 tot en met 7, 9 tot en met 24 en 30 genummerde voorwerpen, te weten:

3. een ontwikkelapparaat;

4. een kassabon (1170 euro);

5. een kassabon (698 euro);

6. een cadeaubon Bijenkorf (250 euro);

7. een cadeaubon Bijenkorf (500 euro);

9. een creditcard (nr. [nummer]);

10. een creditcard (nr. [nummer]);

11. een betaalkaard (Western Union, nr. [nummer]);

12. een bankpas (Bank Amerika);

13. een creditcard (nr. [nummer]);

14. een paar schoenen (Burberry);

15. een creditcard (nr. [nummer]);

16. een kaart (met de naam […]);

17. een OV chipkaart;

18. een stuk papier (opschrift: […]);

19. een graveerapparaat;

20. twintig blance passen;

21. een magneetapparaat met snoer en gebruiksaanwijzing;

22. een chipkaart (nr. [nummer]);

23. een zak met verscheurde kassabonnen;

24. een kaartlezer met snoeren;

30. twee bonnen van de Bijenkorf;

wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe en gelast dat het gedeelte van de vrijheidstraf dat als gevolg van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd alsnog geheel moet worden ondergaan, te weten 305 dagen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H. Steenhuis,voorzitter,

mrs. H.W. Vogels en T.L. Fernig - Rocour, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E. van der Plas,griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 juli 2012.

*1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van het proces-verbaal met het nummer PL 1512 2012029205 van de regiopolitie Haaglanden (doorgenummerd blz. 1 t/m 319), met bijlagen.

*2 Proces-verbaal van relaas, p. 3.

*3 Methodieken proces-verbaal, p. 15, 20 en 25.

*4 Methodieken proces-verbaal, p. 17, 22 en 27.

*5 Proces-verbaal van aanhouding, p. 9.

*6 Een geschrift, te weten een door EMS opgestelde aangifte en aanvullende aangifte, p. 19, 21, 108 en 109.

*7 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], p. 27 en 28.

*8 Een geschrift, te weten een door EMS opgestelde aangifte en aanvullende aangifte, p. 19, 21, 108 en 109.

*9 Meerdere geschriften, te weten twee kassabonnen (p. 33, 34 en 36), een certificaat (p. 35) en een factuur (p. 37 en 38), allen als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van bevindingen op p. 31 en 32.

*10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 31 en 32.

*11 Een geschrift, te weten een kopie van een kassabon, p. 49.

*12 Een geschrift, te weten een kopie van een kassabon, p. 50.

*13 Een geschrift, te weten een kopie van een kassabon, p. 51.

*14 Een geschrift, te weten een kopie van een certificaat, p. 51.

*15 Een geschrift, te weten een kopie van een kassabon, p. 278.

*16 Een geschrift, te weten een kopie van een kassabon, p. 45.

*17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 44; een geschrift, te weten een kopie van een paspoort, p.46.

*18 Een geschrift, te weten een kopie van een kassabon, p. 278.

*19 Een geschrift, te weten een kopie van een kassabon, p. 279.

*20 Een geschrift, te weten een kopie van een kassabon, p. 280.

*21 Een geschrift, te weten een kopie van een kassabon, p. 282.

*22 Een geschrift, te weten een kopie van een kassabon, p. 283.

*23 Een geschrift, te weten een kopie van een kassabon, p. 281.

*24Proces-verbaal van bevindingen, p. 266; meerdere geschriften, te weten een kopie van twee kassabonnen, p. 277.

*25 Proces-verbaal van bevindingen, p. 41.

*26 Proces-verbaal van bevindingen, p.59.

*27 Proces-verbaal van bevindingen, p. 158-162.

*28 Proces-verbaal van bevindingen, p. 53; proces-verbaal van bevindingen, p. 159 en 160; een geschrift, te weten een kopie van de creditcards, p. 56 en 163

*29 Proces-verbaal van bevindingen, p.59; proces-verbaal van bevindingen, p. 117; een geschrift, te weten twee kassabonnen, p. 120.

*30 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61.

*31 Proces-verbaal van bevindingen, p. 129; meerder geschriften, te weten meerdere kassabonnen, p. 132 - 138.

*32 Proces-verbaal van bevindingen, p.59, 60, 61, 161 en 162.

*33 Proces-verbaal van bevindingen, p. 284-287; meerder geschriften, te weten afdrukken van camerabeelden, p. 288-290, 301-305.

*34 Proces-verbaal van bevindingen, p. 167.

*35 Proces-verbaal van bevindingen, p. 293 en camerabeelden, p. 294.

*36 Hof 's-Gravenhage, d.d. 6 juni 2006, LJN AX8770.

*37 Rechtbank Maastricht d.d. 30 januari 2007, LJN BA5163; Rechtbank Zutphen, 5 oktober 2007, JLN BB4922; Rechtbank Leeuwarden, 8 februari 2011, LJN BP3765; Rechtbank Haarlem, 9 februari 2012, LJN BW0079.

*38 Rechtbank Amsterdam, 4 februari 2011, LJN BR3864.