Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2812

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-03-2012
Datum publicatie
26-07-2012
Zaaknummer
412265 / HA RK 12-52
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Schriftelijk verzoek tot wraking. Wrakingsverzoek niet tijdig gedaan. Dit leidt er toe dat verzoekster niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar verzoek en dat de wrakingskamer niet meer aan een inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek toekomt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beslissing

WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Meervoudige wrakingskamer

Wrakingnummer 2012/8

rekestnummer: 412265 / HA RK 12-52

zaaknummer: 1051009 / 11-8810

datum beslissing: 12 maart 2012

BESLISSING

op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Veiling Netherlands B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

verzoekster,

procederend in de persoon van [X],

tegen

mr. P.M. Gompen,

kantonrechter in de rechtbank te 's-Gravenhage,

hierna te noemen: de kantonrechter,

belanghebbende: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Cozzmoss B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

advocaat mr. T. Berendsen,

1 De voorgeschiedenis en het procesverloop

Verzoekster is op 15 maart 2011 gedagvaard door belanghebbende.

Verzoekster heeft vervolgens een conclusie van antwoord ingediend. Op 12 september 2011 heeft de kantonrechter een comparitie na antwoord gehouden. De kantonrechter heeft vervolgens bij vonnis van 18 oktober 2011, voor zover thans van belang, verzoekster toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.

Bij akte na comparitie van 14 november 2011 heeft verzoekster te kennen gegeven zich niet te kunnen vinden in het vonnis van 18 oktober 2011. Voorts heeft verzoekster, met redenen omkleed, haar voornemen kenbaar gemaakt om een wrakingsverzoek in te dienen tegen de kantonrechter. De zaak is vervolgens gepland voor de rolzitting van 13 december 2011.

Belanghebbende heeft op 6 december 2011 een akte houdende een reactie bewijsaanbod alsmede een reactie op het wrakingsverzoek van verzoekster ingediend. De behandeling van de zaak is aangehouden in afwachting van de beslissing van de wrakingskamer. De akte na comparitie van

14 november 2011 is, voor zover die moet worden opgevat als een wrakingsverzoek, voorgelegd aan de wrakingskamer.

2 De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek

Op 27 februari 2012 is het wrakingsverzoek ter openbare terechtzitting behandeld. Verzoekster is verschenen in de persoon van [X], bijgestaan door mr. M.W.R. Hoogstraten, advocaat te 's-Gravenhage. De kantonrechter heeft bij brief van 6 februari 2012 zijn standpunt met betrekking tot het wrakingsverzoek kenbaar gemaakt. Namens belanghebbende is verschenen [Y], bijgestaan door mr. M.R. Rijks, advocaat te 's-Hertogenbosch.

3 Het standpunt van verzoekster

Ter zitting heeft verzoekster meegedeeld dat het voornemen tot wraking zoals weergegeven in voormelde akte dient te worden beschouwd als wrakingsverzoek. Het wrakingsverzoek komt, kort en zakelijk weergegeven, op het volgende neer. Verzoekster is van mening dat de kantonrechter een vooringenomen positie inneemt en haar onvoldoende gelegenheid geeft om haar zaak te verdedigen. Verzoekster stelt te zijn benadeeld omdat de kantonrechter bij de planning van de comparitie een verzoek van verzoekster tot verplaatsing van de comparitie niet in behandeling wilde nemen en niet heeft ingegrepen toen belanghebbende de zitting voortijdig verliet. Bovendien heeft de kantonrechter tijdens de comparitie min of meer duidelijk gemaakt dat bij tegenstrijdigheden tussen partijen altijd het verhaal van de Nederlandse partij voor waar wordt gehouden, waardoor verzoeker een eerlijke procesgang is ontnomen. Verder richt het wrakingsverzoek zich tegen de bewijsopdracht die aan verzoekster is gegeven.

4 Het standpunt van belanghebbende

Belanghebbende heeft de gang van zaken met betrekking tot het bepalen van de nieuwe datum voor de comparitie uiteengezet. De verplaatsing van de comparitie naar 12 september 2011 is al op 20 juli 2011 aan verzoekster kenbaar gemaakt, derhalve ruim anderhalve maand voor de comparitiedatum. Niet kan worden volgehouden dat verzoekster hierdoor in haar belangen is geschaad. Belanghebbende stelt dat het voor partijen duidelijk was dat alle inhoudelijke punten naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aan bod waren gekomen op het moment dat belanghebbende de zittingszaal verliet. Van vooringenomenheid van de kantonrechter was overigens volgens belanghebbende geen sprake.

5 Het standpunt van de kantonrechter

Het standpunt van de kantonrechter komt, kort en zakelijk weergegeven, op het volgende neer. Het uitstel voor de comparitie van partijen is administratief afgehandeld, zoals in de akte van belanghebbende van 13 december 2011 is verwoord. De kantonrechter ontkent met klem de aantijgingen als zou hij zich negatief hebben uitgelaten over allochtonen. De vertegenwoordiger van verzoekster heeft alle gelegenheid gehad om zijn standpunt naar voren te brengen. De zitting is op correcte wijze afgesloten. De kantonrechter is hogelijk verbaasd over de interpretatie van de vertegenwoordiger van verzoekster over de gang van zaken bij de zitting.

6 De beoordeling

Aan de orde is in de eerste plaats de vraag of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan. De wrakingskamer is van oordeel dat dit niet het geval is. Artikel 37 eerste lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) schrijft voor dat een verzoek tot wraking wordt gedaan zodra de relevante feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden.

Blijkens de toelichting die de vertegenwoordiger van verzoekster ter zitting van de wrakingskamer heeft gegeven richten zijn bezwaren zich in hoofdzaak tegen het optreden van de kantonrechter gedurende de comparitie op 12 september 2011. Zelfs indien zou worden aangenomen dat de vertraging die is ontstaan nu de vertegenwoordiger van verzoekster eerst het vonnis wilde afwachten als verschoonbaar kan worden aangemerkt, dan heeft in ieder geval te gelden dat het tijdsverloop tussen het wijzen van het vonnis op 18 oktober 2011 en het indienen van het wrakingsverzoek op 14 november 2011 dusdanig lang is dat daarmee het wrakingsverzoek niet langer als tijdig ingediend kan worden beschouwd. Ook derhalve voor zover het wrakingsverzoek zich richt tegen hetgeen de kantonrechter in het vonnis heeft overwogen en beslist, is het te laat ingediend. Het vorenstaande leidt er toe dat verzoekster niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoek en dat de wrakingskamer niet meer aan een inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek toekomt.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

7 De beslissing

De wrakingskamer

- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek;

- bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;

- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij Artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:

• verzoekster ter attentie van haar vertegenwoordiger en via haar advocaat;

• belanghebbende via haar advocaat; en

• de kantonrechter/rechter-commissaris.

Deze beslissing is gegeven door mr. E. Rabbie, voorzitter, mr. S.J. Hoekstra-van Vliet en mr. D. Aarts, rechters, in tegenwoordigheid van A.J. Faasse-van Rossum als griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2012.