Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2786

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
28-06-2012
Datum publicatie
26-07-2012
Zaaknummer
AWB 12 / 19882
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

artikel 5.1a, 1e lid, sub a, van het Vb 2000 en artikel 5.1a, 2e lid, van het Vb 2000 tegelijkertijd ten grondslag aan maatregel van bewaring

De stelling van eiser dat artikel 5.1a, 1e lid, sub a, van het Vb 2000 en artikel 5.1a, 2e lid, van het Vb 2000 niet tegelijkertijd aan de maatregel van bewaring ten grondslag kunnen worden gelegd volgt de rechtbank niet. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit niet uit genoemd artikel worden afgeleid. Volgens genoemd artikel kan iemand in bewaring worden gesteld op grond van het risico van onttrekking aan het toezicht en het ontwijken of belemmeren van de verwijdering en eveneens als er aanknopingspunten zijn voor een Dublinclaim.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Zittinghoudende te Amsterdam

zaaknummer: AWB 12 / 19882

V-nr: 276.252.1035

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 28 juni 2012 in de zaak tussen

[eiser],

geboren op [1965], van (gestelde) Algerijnse nationaliteit, eiser,

gemachtigde: mr. R.M. Seth Paul, advocaat te Amsterdam

en

de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel,

verweerder,

gemachtigde: mr. W. Fairweather, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 juni 2012. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde. Ook was ter zitting aanwezig

A. Biada, als tolk in de Arabische taal.

Met inachtneming van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank onmiddellijk na sluiting van het onderzoek ter zitting mondeling uitspraak gedaan. De rechtbank heeft hierbij aan partijen medegedeeld dat partijen binnen één week na verzending van een afschrift van deze uitspraak hoger beroep kunnen instellen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Motivering

Eisers primaire stelling dat verweerder niet tegelijkertijd in het formulier M110-A kan aankruisen dat de maatregel wordt gevorderd door de openbare orde omdat er een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken (artikel 5.1a, eerste lid, sub a van het Vreemdelingenbesluit (Vb) 2000) en omdat er concrete aanknopingspunten zijn voor een Dublinoverdracht (artikel 5.1a, tweede lid, van het Vb 2000), wordt door de rechtbank niet gevolgd. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit niet worden afgeleid uit genoemd artikel. Volgens dit artikel kan iemand in bewaring worden gesteld op grond van het risico van onttrekking aan het toezicht en het ontwijken of belemmeren van de verwijdering en eveneens als er aanknopingspunten zijn voor een Dublinclaim. Daar doet niet aan af dat artikel 5.1a, eerste lid, op de Terugkeerrichtlijn is gebaseerd en bij artikel 5.1a, tweede lid, de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing is.

Ten aanzien van de door eiser betwiste gronden overweegt de rechtbank dat bij een Dublinclaimant de belangenafweging, overeenkomstig het beleid, in beginsel ten nadele van de vreemdeling uitvalt. Verweerder heeft deze belangenafweging ter zitting gemaakt en de rechtbank acht dit voldoende. Uit het feit dat eiser uit België is vertrokken blijkt dat eiser zich aan het toezicht onttrekt. Verweerder heeft ter zitting de grond dat eiser eerder een aanzegging heeft ontvangen om Nederland te verlaten laten vallen. De overige gronden kunnen echter, mede gelet op de ter zitting gegeven toelichting, aan de maatregel ten grondslag worden gelegd. Eiser heeft in het verleden meerdere aliassen gebruikt en geen documenten overgelegd. Verweerder heeft ter zitting de gronden met betrekking tot het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en het niet beschikken over voldoende middelen van bestaan toegelicht. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het risico op onttrekken aan het toezicht aanwezig is.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.

M.M.J. Mooijer mr. H.J. Schaberg

griffier rechter

afschrift verzonden op:

Conc.: MM

Coll:

D: C

VK

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (adres: Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage). De termijn voor het instellen van hoger beroep bedraagt één week. Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.