Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2244

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-03-2012
Datum publicatie
20-07-2012
Zaaknummer
AWB 12/3184
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

In aanmerking genomen dat de minderjarige kinderen van verzoekster behoren tot de categorie kwetsbare personen die gezien artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en fundamentele vrijheden in het bijzonder recht hebben op bescherming van hun privé- of gezinsleven en zij de zorg van hun moeder behoeven, mogen verzoekers naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet verstoken blijven van noodzakelijke of basale opvang en verzorging zolang zij niet - vrijwillig of door de Staat gedwongen - zijn vertrokken uit Nederland. Het is de rechtsplicht van de Staat ervoor te zorgen dat voor verzoekers hierin wordt voorzien. Totdat de Staat al dan niet naar aanleiding van bovengenoemde uitspraak de opvang van het gezin ter hand gaat nemen dient verweerder, die als bestuursorgaan van de Staat de publiekrechtelijke bevoegdheid - en gehoudendheid - heeft om in zeer bijzondere omstandigheden buiten de in de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 voorziene gevallen opvang te bieden, de huidige opvang van verzoekers in de vrouwenopvang van [stichting] te continueren middels de bekostiging daarvan. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt derhalve toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

VOORZIENINGENRECHTER VAN DE RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/3184

uitspraak van 20 maart 2012 in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster, V-nummer [nummer], mede ten behoeve van haar minderjarige kinderen [A], V-nummer [nummer], [B], V-nummer [nummer] en [C], V-nummer [nummer] (allen tezamen verzoekers)

(gemachtigde: mr. W.G. Fisher, advocaat te Haarlem),

en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), verweerder

Procesverloop

Verzoekster, geboren op [geboortedatum] 1970, en haar minderjarige kinderen geboren respectievelijk op [geboortedatum] 1999, [geboortedatum] 2003 en [geboortedatum] 2007, hebben de Marokkaanse nationaliteit.

Bij schrijven van 30 januari 2012 hebben verzoekers de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorziening te treffen die ertoe strekt verweerder op te dragen het verblijf van verzoekers in de vrouwenopvang van [stichting] te bekostigen dan wel in opvang te voorzien zolang hun verblijfsrechtelijke positie niet in rechte vast staat.

Bij schrijven van 14 maart 2012 heeft verweerder zijn standpunt ten aanzien van dit verzoek kenbaar gemaakt.

Overwegingen

Ingevolge artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter indien onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter acht in dit geval termen aanwezig om van vorenbedoelde bevoegdheid gebruik te maken.

Bij uitspraak van 20 maart 2012 heeft de rechtbank het beroep van verzoekers gericht tegen de in bezwaar gehandhaafde afwijzing van de aanvragen om een verblijfsvergunning regulier onder de beperkingen 'conform beschikking Minister' en 'gezinshereniging bij ouder [verzoekster]' ongegrond verklaard (AWB 11/14748).

Verzoekers hebben thans geen rechtmatig verblijf in Nederland.

In aanmerking genomen dat de minderjarige kinderen van verzoekster behoren tot de categorie kwetsbare personen die gezien artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en fundamentele vrijheden in het bijzonder recht hebben op bescherming van hun privé- of gezinsleven en zij de zorg van hun moeder behoeven, mogen verzoekers naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet verstoken blijven van noodzakelijke of basale opvang en verzorging zolang zij niet - vrijwillig of door de Staat gedwongen - zijn vertrokken uit Nederland. Het is de rechtsplicht van de Staat ervoor te zorgen dat voor verzoekers hierin wordt voorzien. Totdat de Staat al dan niet naar aanleiding van bovengenoemde uitspraak de opvang van het gezin ter hand gaat nemen dient verweerder, die als bestuursorgaan van de Staat de publiekrechtelijke bevoegdheid - en gehoudendheid - heeft om in zeer bijzondere omstandigheden buiten de in de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 voorziene gevallen opvang te bieden, de huidige opvang van verzoekers in de vrouwenopvang van [stichting] te continueren middels de bekostiging daarvan. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt derhalve toegewezen.

Voor zover is verzocht verweerder te veroordelen in geleden schade, overweegt de voorzieningenrechter dat een dergelijk verzoek zich niet leent voor beantwoording in de onderhavige voorlopige voorzieningprocedure.

De voorzieningenrechter ziet in dit geval aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de kosten die verzoekers in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs hebben moeten maken. Deze kosten zijn op voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 437,- (1 punt voor het verzoekschrift).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

1 wijst het verzoek toe en bepaalt dat verweerder de huidige opvang van verzoekers in de vrouwenopvang van [stichting] bekostigt zolang de rechtspositie van verzoekers niet in rechte vast staat;

2 wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in geleden schade af;

3 veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 437,- die deze kosten aan verzoekers dient te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kouwenhoven, rechter, in aanwezigheid van

mr. A. Zanlier-Erkan, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

26 maart 2012.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.