Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2166

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
10-07-2012
Datum publicatie
20-07-2012
Zaaknummer
420278 - KG ZA 12-557
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding, ontruiming na beëindiging overeenkomst. De door de Staat gevorderde ontruiming wordt toegewezen aangezien de gesloten overeenkomst niet is aan te merken als huur en gedaagde sub 1 dan ook geen rechtsgeldig beroep op huurbescherming toekomt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 420278 / KG ZA 12-557

Vonnis in kort geding van 10 juli 2012

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

de Staat der Nederlanden (Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie),

zetelende te 's-Gravenhage,

eiser,

advocaat mr. E.E. van der Kamp te 's-Gravenhage,

tegen:

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

1. Groeneveld Catering B.V.,

gevestigd te Driebergen-Rijsenburg,

2. P4 Holding B.V.,

gevestigd te Zeist,

gedaagden,

advocaat mr. R.J. Verweij te Nijmegen.

Partijen worden hierna respectievelijk ook wel aangeduid als 'de Staat' enerzijds en 'Groeneveld Catering' en 'P4' anderzijds.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 27 juni 2012 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Groeneveld Catering is een dochtervennootschap van P4.

1.2. De Staat (voorheen het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (hierna 'LNV') en thans het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (hierna 'EL&I')) is eigenaar van Kasteel Groeneveld te Baarn. Dit kasteel, dat bestaat uit een hoofdgebouw, een oranjerie en een koetshuis, heeft zowel een beleidsfunctie als een publieksfunctie. De beleidsfunctie houdt in dat overheidsinstanties gebruik kunnen maken van de faciliteiten van het kasteel voor bijvoorbeeld congressen, vergaderingen of presentaties. De publieksfunctie houdt in dat het kasteel geopend is voor bezoekers van tentoonstellingen die daar worden gehouden en voor wandelaars die het landgoed bezoeken.

1.3. Ten behoeve van de cateringdiensten voor deze beide functies heeft LNV in 2002 een aanbesteding gehouden. In het bestek van de betreffende aanbesteding is de opdracht als volgt omschreven:

"Kasteel Groeneveld is voornemens een cateringcontract aan te besteden voor de exploitatie van het museumrestaurant en de verzorging van de banquetingfaciliteiten voor de duur van drie jaar met een mogelijkheid tot verlenging met tweemaal een jaar."

1.4. Na de aanbesteding is de opdracht gegund aan Kraaybeekerhof Facilitair B.V. en vervolgens is een "overeenkomst cateringdiensten" gesloten tussen LNV en Groeneveld Catering, een hiertoe door Kraaybeekerhof Facilitair opgerichte vennootschap. Artikel 2 van het daartoe op 2 april 2003 ondertekende contract bepaalt met betrekking tot het voorwerp van de overeenkomst het volgende:

"LNV draagt aan Opdrachtnemer op, gelijk de Opdrachtnemer van LNV aanvaardt, de exploitatie van het restaurant van Kasteel Groeneveld, verzorging van de banquetingactiviteiten van Kasteel Groeneveld en de verzorging van de personeelsvoorzieningen voor de medewerkers en vrijwilligers van Kasteel Groeneveld, zoals nader uitgewerkt in deze overeenkomst en de bijlagen, omvattende het bestek, het programma van eisen en de offerte van Opdrachtnemer (...)."

In de overeenkomst is bepaald dat Groeneveld Catering een vergoeding aan de Staat dient te betalen. Deze vergoeding bestaat uit een (vaste) gebruiksvergoeding van € 2.500,- per maand en een variabel deel, bestaande uit 50% van de overwinst. Met betrekking tot de vaste gebruiksvergoeding is in artikel 7 het volgende opgenomen:

"Deze vergoeding betreft de publiekscatering en beslaat het gebruik van het Kasteelrestaurant, terras en keuken inclusief gas, water, electra en telefoon."

Met betrekking tot de bedrijfsruimte bepaalt artikel 15 van de overeenkomst:

"In overleg tussen partijen worden door LNV voldoende Bedrijfsruimten en Inventaris aan Opdrachtnemer ter beschikking gesteld.", waarbij bedrijfsruimten zijn gedefinieerd als "die ruimten waarin medewerkers van Opdrachtnemer werkzaamheden verrichten ter uitvoering van de overeengekomen Diensten".

De overeenkomst is aangegaan voor een periode van drie jaar, ingaande op 24 februari 2003 en eindigend op 28 februari 2006 met een mogelijke verlenging van tweemaal één jaar.

1.5. Bij brief van 27 september 2005 heeft Kasteel Groeneveld, onderdeel van LNV, aan Groeneveld Catering bevestigd dat de overeenkomst met twee jaar is verlengd, en wel tot en met 29 februari 2008. Deze brief is op 12 oktober 2005 door Groeneveld Catering ondertekend voor akkoord.

1.6. Mede in verband met een (uitvoerige) verbouwing heeft Kasteel Groeneveld aan Groeneveld Catering aangeboden de overeenkomst ook na 29 februari 2008 voort te zetten, dit keer tot en met 31 december 2008. Een en ander wordt bij brief van 25 februari 2008 door Kasteel Groeneveld bevestigd aan Groeneveld Catering. In deze brief, die door Groeneveld Catering is ondertekend voor akkoord, wordt de intentie uitgesproken om later datzelfde jaar een nieuwe aanbestedingsprocedure te houden voor de horeca in het kasteel.

1.7. Ook na 31 december 2008 heeft Groeneveld Catering haar activiteiten in Kasteel Groeneveld voortgezet. In verband met de verbouwing zijn deze activiteiten verplaatst van het hoofdgebouw naar het koetshuis.

1.8. Op tussen juli 2009 en maart 2011 door LNV aan Groeneveld Catering verzonden facturen wordt de onder 1.4 vermelde (vaste) gebruiksvergoeding van € 2.500,- aangeduid als 'Pachtsom restaurant en keuken'.

1.9. In mei 2011 hebben LNV en P4 per e-mail gecorrespondeerd over een vermindering van de door Groeneveld Catering te betalen maandelijkse vergoeding. De door Groeneveld Catering te betalen vergoeding wordt in deze correspondentie door beide partijen aangeduid als 'huur' of 'pacht'.

1.10. Bij brief van 11 oktober 2011 heeft Kasteel Groeneveld aan P4 meegedeeld dat de cateringfaciliteiten opnieuw zullen worden aanbesteed. In deze brief staat, voor zover relevant, nog het volgende:

"Voor de volledigheid moet ik u melden dat u aan het feit dat u thans een overeenkomst met Kasteel Groeneveld heeft en dat u voor de periode van november 2011 tot aan de gunning van de nieuwe overeenkomst de catering binnen Kasteel Groeneveld verzorgt, geen rechten voor de toekomst kunt ontlenen."

1.11. In antwoord op een eerdere mail van P4 heeft Kasteel Groeneveld bij brief van 20 december 2011 aan P4 meegedeeld dat de overeenkomst tussen partijen moet worden aangemerkt als een concessieovereenkomst en niet als een huurovereenkomst.

1.12. Eind december 2011 heeft de Staat een aanbestedingsprocedure gehouden ten behoeve van de catering in Kasteel Groeneveld. P4 en Vineyard Catering B.V. (hierna 'Vineyard') hebben zich hiervoor ingeschreven. Bij brief van 20 februari 2012 heeft de Staat aan P4 meegedeeld dat hij voornemens is de opdracht te gunnen aan Vineyard. Bij vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank d.d. 16 april 2012 zijn de tegen dat voornemen gerichte vorderingen van P4 afgewezen. Tegen dat vonnis heeft P4 hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof 's-Gravenhage. In die procedure heeft nog geen inhoudelijke behandeling plaatsgevonden.

1.13. Bij brief van 7 mei 2012 heeft EL&I aan P4 meegedeeld dat hij de cateringovereenkomst op 31 mei 2012 beëindigt. In deze brief wordt P4 verzocht mee te werken aan de overdracht van (onder meer) het koetshuis aan Vineyard.

1.14. Bij brief van 30 mei 2012 heeft de landsadvocaat gedaagden gesommeerd Kasteel Groeneveld te ontruimen. Gedaagden hebben aan deze sommatie geen gehoor gegeven.

2. Het geschil

2.1. De Staat vordert - zakelijk weergegeven - gedaagden te veroordelen de door hen gebruikte ruimten gelegen in, dan wel op het terrein van Kasteel Groeneveld te ontruimen en ontruimd te houden, zulks op straffe van een dwangsom en met machtiging aan de Staat om dit vonnis na betekening zelf ten uitvoer te leggen met de behulp van de sterke arm, een en ander met veroordeling van gedaagden in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente en nakosten.

2.2. Daartoe stelt de Staat het volgende. Nu de tussen LNV en Groeneveld Catering gesloten overeenkomst is beëindigd, dienen gedaagden, althans Groeneveld Catering, Kasteel Groeneveld te ontruimen.

Het standpunt van gedaagden dat de tussen partijen gesloten overeenkomst kwalificeert als huur is onjuist, aangezien er geen misverstand over kan bestaan dat sprake is van een dienstenconcessie. Ook hebben gedaagden door deelname aan de nieuwe aanbestedingsprocedure het recht verwerkt om zich op die vermeende huurovereenkomst te beroepen.

Nu gedaagden weigeren Kasteel Groeneveld te ontruimen en zij aldus verhinderen dat Vineyard aanvangt met het leveren van de overeengekomen cateringdiensten, komt de continuïteit van de beleidsfunctie van het kasteel in gevaar. De Staat heeft dan ook een spoedeisend belang bij de gevorderde ontruiming.

2.3. Gedaagden voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Voorop staat dat voor toewijzing in kort geding van de door de Staat gevorderde ontruiming van Kasteel Groeneveld slechts plaats is indien het in zodanig hoge mate waarschijnlijk te achten is dat deze vordering in een eventueel aan te spannen bodemprocedure toewijsbaar is, dat het verantwoord is daarop bij wijze van voorziening bij voorraad vooruit te lopen. Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of sprake is van een huurovereenkomst tussen de Staat enerzijds en Groeneveld Catering en/of P4 anderzijds, en - in het verlengde daarvan - of aan gedaagden een beroep op huurbescherming toekomt. Dit betekent dat de gevorderde ontruiming alleen kan worden toegewezen indien met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid moet worden aangenomen dat de tussen partijen gesloten overeenkomst niet als huur kan worden aangemerkt en/of dat gedaagden geen rechtsgeldig beroep op huurbescherming toekomt.

3.2. Het betoog van de Staat dat gedaagden door de deelname van P4 aan de aanbestedingsprocedure hun recht om zich te beroepen op het bestaan van een huurovereenkomst hebben verwerkt, kan niet worden gevolgd. Nog daargelaten dat enkel P4 aan die aanbestedingsprocedure heeft deelgenomen, valt niet in te zien hoe door die deelname bij de Staat het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat gedaagden geen aanspraak meer zouden maken op de vermeende huurovereenkomst of dat daardoor zijn positie onredelijk is benadeeld. Dat een (geslaagd) beroep op het bestaan van een huurovereenkomst de aanbesteding zinledig maakt en dat dit beroep de snelheid en de doelmatigheid van de aanbestedingsprocedure aantast, is in dat verband ontoereikend.

3.3. Partijen gaan er beide van uit dat het gebruik van Kasteel Groeneveld door Groeneveld Catering ook na 31 december 2008 nog altijd gebaseerd is op de onder 1.4 vermelde in 2003 gesloten overeenkomst.

3.4. Ter onderbouwing van hun standpunt dat sprake is van huur hebben gedaagden - kort gezegd - aangevoerd dat Groeneveld Catering sinds 2003, in ieder geval ten aanzien van het publieke deel, tegen een periodieke vergoeding (de vaste gebruiksvergoeding) voor eigen rekening en risico (bepaalde) ruimten binnen Kasteel Groeneveld gebruikt. Volgens gedaagden moet het voor publiek toegankelijke kasteelrestaurant daarom worden aangemerkt als bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 Burgerlijk Wetboek.

3.5. Ook indien wordt aangenomen dat de tussen LNV en Groeneveld Catering gesloten overeenkomst (mede) betrekking heeft op het gebruik van voldoende bepaalde ruimten tegen een eveneens voldoende bepaalbare tegenprestatie - hetgeen door de Staat gemotiveerd wordt betwist -, dan is dit onvoldoende om de overeenkomst aan te merken als huurovereenkomst. Zoals overwogen door de Hoge Raad (HR 11 februari 2011, LJN BO9673) is het immers niet beslissend of een overeenkomst elementen bevat op grond waarvan op zichzelf aan de wettelijke omschrijving van huur is voldaan, maar of in de gegeven omstandigheden, gelet op hetgeen partijen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, de inhoud en strekking van de overeenkomst van dien aard zijn dat deze in haar geheel beschouwd als huurovereenkomst kan worden aangemerkt.

3.6. De inhoud en de strekking van de overeenkomst moeten worden afgeleid uit het op 2 april 2003 opgestelde contract en de aanbestedingsdocumentatie waarop dit contract is gebaseerd. Hierbij is de naamgeving van de overeenkomst niet bepalend, maar gaat het om de inhoud ervan. Uit de onder 1.3 en 1.4 vermelde passages uit de aanbestedingsdocumentatie en het contract volgt dat de opgedragen activiteiten bestaan uit catering ten behoeve van de gebruikers (personeel, vrijwilligers en genodigde bezoekers) van het kasteel enerzijds en uit de exploitatie van het voor publiek toegankelijke kasteelrestaurant anderzijds.

3.7. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de catering als dienstverlening moet worden aangemerkt, waarbij gebruikmaking van de voor die cateringactiviteiten benodigde ruimte(n) ondergeschikt is aan de dienstverlening en de te betalen vergoeding niet (alleen) geldt als tegenprestatie voor het gebruik van de ruimte(n) maar (ook) als tegenprestatie voor het verschaffen van het recht op het verlenen van die activiteiten.

3.8. Hoewel de exploitatie van een restaurant op zichzelf bezien mogelijk wel als huur kan worden beschouwd, volgt daaruit niet dat de onderhavige overeenkomst in haar geheel bezien als een huurovereenkomst kan worden aangemerkt. Hiervoor gelden in de hoofdzaak twee redenen. In de eerste plaats ligt in de overeenkomst de nadruk op de te leveren diensten en niet op het gebruiksrecht op bepaalde ruimten van het kasteel. Uit de onder 1.4 vermelde aanduiding van de bedrijfsruimten in de overeenkomst volgt immers dat partijen niet het gebruik van specifieke ruimte(n) zijn overeengekomen, ook niet ten aanzien van het restaurant. Zij hebben immers alleen vastgelegd dat LNV voldoende ruimte ter beschikking dient te stellen voor het uitvoeren van de overeengekomen diensten. Ook de omstandigheid dat de activiteiten in verband met de verbouwing zijn verplaatst van het hoofdgebouw naar het koetshuis geeft een aanwijzing dat in de overeenkomst de ruimte niet doorslaggevend is. In de tweede plaats geldt dat niet is gesteld of gebleken dat in het geheel van de overeenkomst het (vermeende) huurelement van de restaurantexploitatie een overheersend karakter heeft. De omstandigheid dat vergoeding in de onder 1.8 vermelde facturen en in de onder 1.9 vermelde correspondentie is aangemerkt als 'pacht' of 'huur', maakt een en ander niet anders.

3.9. Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de voorzieningenrechter de tussen LNV en Groeneveld Catering gesloten overeenkomst niet aan te merken als huur. De gevorderde ontruiming zal dan ook op de hierna te vermelden wijze worden toegewezen.

3.10. Nu gedaagden zich alleen ten aanzien van Groeneveld Catering op het bestaan van een huurovereenkomst hebben beroepen en nu niet is gesteld of gebleken dat P4 gebruik maakt van ruimten behorend tot Kasteel Groeneveld, zal de gevorderde ontruiming alleen tegen Groeneveld Catering worden toegewezen. Dat neemt niet weg dat, indien en voor zover P4 gebruik maakt van de ruimten van het kasteel, zij met Groeneveld Catering gehouden is deze te ontruimen.

3.11. Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd. Voorts zal worden bepaald dat de op te leggen dwangsom vatbaar is voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid daarvan.

3.12. De door de Staat gevorderde machtiging om de ontruiming zelf uit te voeren, zal worden afgewezen, nu de deurwaarder de bevoegdheid heeft tot reële executie van de veroordeling tot ontruiming over te gaan op grond van de artikelen 555 e.v. in verbinding met artikel 444 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

3.13. Nu de tegen P4 ingestelde vordering wordt afgewezen, zal de Staat worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van P4. Nu P4 naast Groeneveld Catering geen zelfstandige kosten heeft hoeven te maken, worden deze proceskosten begroot op nihil. Groeneveld Catering zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de overige kosten van dit geding, alsmede (deels voorwaardelijk) in de nakosten.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt Groeneveld Catering de door haar gebruikte ruimten in, dan wel op het terrein van Kasteel Groeneveld, gelegen aan het adres Groeneveld 2 (3744 ML) te Baarn, binnen drie dagen na betekening van dit vonnis met de haren en het hare te ontruimen en ontruimd te houden, op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per dag, met een maximum van € 200.000,-;

- bepaalt dat bovenstaande dwangsom vatbaar is voor matiging op de wijze zoals onder 3.11 is vermeld;

- veroordeelt de Staat in de proceskosten aan de zijde van P4, tot dusver begroot op nihil;

- veroordeelt Groeneveld Catering in de overige kosten van dit geding, tot dusver aan de zijde van de Staat begroot op

€ 1.481,64, waarvan € 816,- aan salaris advocaat, € 575,- aan griffierecht en € 90,64 aan dagvaardingskosten;

-bepaalt dat, indien niet binnen veertien dagen na heden aan deze proceskostenveroordeling is voldaan, wettelijke rente daarover verschuldigd is;

-veroordeelt Groeneveld Catering tevens in de nakosten, forfaitair begroot op € 131,- aan salaris advocaat, te vermeerderen met € 68,- aan salaris en met de explootkosten gemaakt voor de betekening van dit vonnis indien tot betekening wordt overgegaan;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2012.

WJ