Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2012

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
23-06-2012
Datum publicatie
18-07-2012
Zaaknummer
394491 / HA ZA 11-1520
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Erfrecht. Verkoop van onderneming na overlijden door gemachtigde van erflater op naam van erfgenamen. Zuivere aanvaarding op grond van gedragingen erfgenamen?

Het betreft artikel 4:192 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 394491 / HA ZA 11-1520

Vonnis van 13 juni 2012

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALLIANCE HEALTHCARE B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SPITS B.V.,

beiden gevestigd te 's-Hertogenbosch,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. J.P. Heering te 's-Gravenhage,

tegen

1. [A],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie

advocaat mr. J.C. Moree te Rotterdam

2. de gezamenlijke erfgenamen van de heer [A1],

laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats],

niet verschenen.

Partijen zullen hierna enerzijds Alliance, Spits en gezamenlijk Alliance c.s. genoemd worden en anderzijds [A] en de gezamenlijke of overige erfgenamen.

1.De procedure

1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 29 april 2011;

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie;

- het tussenvonnis van 24 augustus 2011;

- het proces-verbaal van comparitie van 21 maart 2012 en de daarin genoemde stukken, waaronder de conclusie van antwoord in reconventie, tevens van wijziging van eis in conventie.

1.2.Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

1.3.De rechtbank merkt op dat mr. Moree zich ook heeft gesteld voor de minderjarige dochter van [A1] en [A], [B] (hierna: [B]), en mede namens haar de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie ingediend, omdat Alliance c.s. haar mogelijk als erfgenaam op het oog had en zij om die reden belang had bij het voeren van verweer. Inmiddels hebben Alliance c.s. erkend dat [B] de erfenis rechtsgeldig heeft verworpen en dus geen erfgenaam is. Zij is daarom niet afzonderlijk in de kop van dit vonnis vermeld.

2.De feiten

2.1.Op 5 februari 2011 is te Delft overleden de heer [A1] (hierna: [A1]), geboren te [geboorteplaats], Indonesië, op [geboortedatum] 1952, laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats]. Hij was de echtgenoot van [A]. Zij waren aanvankelijk in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. Op 31 december 2004 hebben [A1] en [A] huwelijkse voorwaarden gemaakt, waarbij hun woonhuis [A-straat te plaats A] aan [A] is toegedeeld en een drietal appartementsrechten met toebehoren te [plaats B], plaatselijk bekend [B-straat] respectievelijk [C-straat] -waarin de apotheek werd gedreven- aan [A1].

2.2.Bij testament van 2 oktober 1996 heeft [A1] over zijn nalatenschap beschikt, waarbij hij de wettelijke erfopvolging heeft bevestigd en een ouderlijke boedelverdeling vastgesteld, inhoudende dat alle goederen van zijn nalatenschap aan [A] worden toegedeeld onder de verplichting voor haar rekening te nemen en als eigen schuld te voldoen alle schulden die ten laste van de nalatenschap zullen blijken te bestaan. [A] en [B] zijn ingevolge het bepaalde in artikel 10 lid 1 aanhef en onder a Burgerlijk Wetboek (BW) de (enige) door de wet tot de nalatenschap van [A1] geroepen erfgenamen.

2.3.Bij leven dreef [A1] in de vorm van een eenmanszaak een apotheek met nevenvestiging te Rotterdam.

2.4.Alliance is onder andere leverancier van farmaceutische en andere producten. In juli 2007 is een tweetal vorderingen van haar op [A1] uit hoofde van leveranties en geldlening omgezet in een overeenkomst van geldlening van € 800.000,--. Per datum dagvaarding resteerde van dit bedrag € 557.599,88 exclusief vertragingsrente. Daarnaast heeft Alliance wegens leveranties sinds 2007 een vordering op [A1] van € 378.665,07 exclusief vertragingsrente.

2.5.Spits houdt zich bezig met het semi-geautomatiseerd verpakken ("baxteren") van geneesmiddelen. Zij heeft ter zake leveringen aan [A1] opeisbaar te vorderen een bedrag van € 7.860,-- exclusief vertragingsrente.

2.6.Eind 2010 heeft hebben [A1] en [A] als opdrachtgevers een algemene volmacht en opdracht verstrekt aan Polos BV als opdrachtnemer, vertegenwoordigd door mevrouw [C] (hierna: [C]), gericht op sanering van de financiële situatie van de apotheek van [A1]. In dit stuk wordt, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, overwogen dat opdrachtgevers tot de conclusie zijn gekomen dat er op korte termijn maatregelen moeten worden getroffen, waarbij de algehele verkoop van de apotheek en haar afzonderlijke onderdelen alsmede het woonhuis van opdrachtgevers van deze maatregelen deel uit zal kunnen maken. Aan Polos BV wordt vervolgens een ruime volmacht gegeven om namens opdrachtgevers alles te doen wat tot voormeld doel kan strekken, waaronder het aangaan van overeenkomsten en andere rechtshandelingen.

2.7.Op 1 maart 2011 heeft mr. W.L. Louwers, notaris te Rotterdam, als gevolmachtigde van [A] een verzoek ingediend bij de kantonrechter te 's-Gravenhage, locatie Delft, om [A] machtiging te verlenen om de nalatenschap namens [B] te verwerpen, omdat de nalatenschap volgens het verzoek negatief is.

2.8.Blijkens een door mr. Louwers voornoemd verleden notariële akte van 15 maart 2011 is een overeenkomst van koop en verkoop van de activiteiten van de apotheek en overname van personeel gesloten tussen mevrouw [D], handelend als schriftelijk gevolmachtigde van [C], die handelde als schriftelijk gevolmachtigde van de erfgenamen van [A1] enerzijds en (twee vennoten van) v.o.f. BVK Apotheken anderzijds. De overdracht van activiteiten en personeel heeft op of omstreeks 22 maart 2011 plaatsgevonden.

2.9.Bij beschikking van 12 april 2011 heeft de kantonrechter aan [A] de verzochte machtiging als bedoeld onder 2.7 verleend. Blijkens de beschikking is het verzoek daartoe op 2 maart 2011 ter griffie ingekomen.

2.10.Op 15 april 2011 heeft [A] ter griffie van deze rechtbank zowel als wettelijk vertegenwoordiger van [B] als voor zichzelf een schriftelijke verklaring afgelegd dat zij de nalatenschap van [A1] wil verwerpen.

2.11.Eveneens op 15 april 2011 hebben Alliance c.s. conservatoir beslag doen leggen op het aan [A] in eigendom toebehorende woonhuis.

3.Het geschil

in conventie

3.1.Alliance c.s. vordert -samengevat en na wijziging van eis- bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van primair [A] en subsidiair de gezamenlijke erfgenamen van [A1] tot betaling van bedragen van:

I. € 557.599,88 aan Alliance ter zake de geldlening;

II. € 378.665,07 aan Alliance ter zake de leveranties;

III. € 7.860,-- aan Spits;

IV. € 249,96 aan kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid;

V. € 2.557,65 aan beslagkosten,

vermeerderd met rente en proceskosten, waaronder nakosten.

3.2.[A] voert verweer. Zij stelt daartoe onder andere dat Alliance c.s. de -wegens de verwerping van de nalatenschap door haarzelf en [B]- opvolgende gezamenlijke erfgenamen niet juist heeft opgeroepen en dat Alliance c.s. op die grond niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vordering. Verder voert [A] aan dat zij zowel voor zichzelf als voor [B] de erfenis heeft verworpen.

3.3.Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.[A] vordert -samengevat- dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht zal verklaren dat [A] en [B] vanwege hun verwerping van de nalatenschap van [A1] niet behoren tot de categorie "gezamenlijke erfgenamen van [A1]";

II. voor recht zal verklaren dat het door Alliance c.s. gelegde beslag op het woonhuis onrechtmatig, althans ten onrechte is gelegd;

III. Alliance c.s. zal veroordelen om binnen twee weken na betekening van het vonnis het beslag op te heffen en opgeheven te houden, op straffe van een dwangsom,

met veroordeling van Alliance c.s. in de proceskosten.

3.5.Alliance c.s. voert verweer.

3.6.Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie

4.1.Het verweer van [A] dat Alliance c.s. de -mogelijke- opvolgende gezamenlijke erfgenamen van [A1] niet goed hebben opgeroepen en daarom niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen, wordt verworpen. Ingevolge artikel 53 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) kan betekening ten aanzien van de gezamenlijke erfgenamen van een overledene plaatsvinden zonder vermelding van hun namen en woonplaatsen, indien de betekening geschiedt aan de laatste woonplaats van de overledenen, mits aldaar nog -onder andere- de overlevende echtgenoot woont. Dat is in dit geval geschied. Nu [A] bovendien zelf niet kan aangeven om wie het precies zou gaan en waar deze erfgenamen zich bevinden, kan zij Alliance c.s. redelijkerwijs niet tegenwerpen dat zij deze erfgenamen niet goed hebben opgeroepen.

4.2.Met betrekking tot de vorderingen jegens deze overige erfgenamen zelf geldt dat deze van weinig praktisch belang lijken. Gesteld noch gebleken is dat er andere erfgenamen dan [A] en [B] zijn getraceerd, laat staan dat deze erfgenamen de nalatenschap zuiver hebben aanvaard; voorts is niet in geschil dat de nalatenschap van [A1] negatief is, zodat ook niet te verwachten is dat (eventuele) opvolgende erfgenamen de erfenis zullen aanvaarden. De rechtbank zal de vordering tegen deze andere erfgenamen dan ook afwijzen.

4.3.Tussen partijen is in geschil of de onder 2.7 vermelde verkoop van de apotheek door de erfgenamen van [A1] een handeling van [A] oplevert die zuivere aanvaarding van de nalatenschap door haar heeft meegebracht in de zin van artikel 4:192 BW, waardoor de latere verwerping van de nalatenschap geen effect heeft gehad. Naar het oordeel van de rechtbank is dit niet het geval. Zij overweegt daartoe het volgende.

4.4.Voormeld artikel bepaalt, voor zover thans van belang, dat een erfgenaam die zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt, daardoor de nalatenschap zuiver aanvaardt. Dat betekent dat er sprake moet zijn van een gedraging van de erfgenaam na het overlijden. Daarvan is in dit geval geen sprake.

4.5.Tegenover de betreffende stelling van Alliance heeft [A] aangevoerd dat de apotheek weliswaar namens de erfgenamen van [A1] is verkocht, maar dat dit is gebeurd door [C] van Polos BV op grond van de onder 2.6 bedoelde volmacht. Volgens [A] heeft zij zelf geen enkele feitelijke bemoeienis gehad met de verkoop. Deze verkoop door [C] na het overlijden van [A1] zonder daadwerkelijke tussenkomst van erfgenamen was mogelijk op grond van artikel 3:73 BW, dat inhoudt dat niettegenstaande de dood van de volmachtgever de gevolmachtigde bevoegd blijft de rechtshandelingen te verrichten die nodig zijn voor het beheer van een onderneming, aldus [A].

Ter ondersteuning van haar standpunt heeft [A] een verklaring overgelegd van [C]. Volgens deze verklaring heeft [C] na het overlijden van [A1] geen inhoudelijk contact met [A] gehad en heeft zij -evenmin als voor zijn overlijden- op geen enkele wijze verantwoording aan [A] afgelegd, noch instructies van haar ontvangen. Mr. Louwers heeft in een brief van 22 juni 2011 aan mr. Moree geschreven dat de door mevrouw [C] verzonden brief in overeenstemming is met hetgeen hem bekend is.

4.6.Alliance heeft de stelling van [A] dat zij feitelijk geen bemoeienis heeft gehad met de verkoop van de apotheek niet gemotiveerd weersproken, zodat deze voor juist moet worden gehouden. Dat betekent dat van een gedraging als bedoeld in artikel 4:192 BW van [A] geen sprake is. Daarmee kan de juistheid van de stellingen van Alliance c.s. dat de verkoop door [C] niet als beheer van de onderneming kan worden aangemerkt en dat [A] derhalve juridisch als verkoper moet worden aangemerkt, in het midden blijven. [A] kan niet geacht worden de nalatenschap zuiver te hebben aanvaard door de verkoop van de apotheek door [C] in naam van de erfgenamen, ook niet via de weg van de volmacht van [A] aan [C], nu de onderneming niet aan [A] toebehoorde, zodat die verkoop op grond van de volmacht alleen namens [A1] kon plaatsvinden.

4.7.Nu dus geen sprake is van zuivere aanvaarding van de nalatenschap door [A] door de verkoop van de apotheek, heeft de verwerping van de nalatenschap door haar op 15 april 2011 werking.

4.8.De stelling van Alliance c.s. (onder 7.1 van de conclusie van antwoord in reconventie) dat het voeren van verweer door [A] als opvolgend erfgenaam van [B] als een daad van aanvaarding van de nalatenschap moet worden beschouwd, moet reeds worden verworpen op de grond dat het betreffende verweer eerst op 10 augustus 2011 is gevoerd, dus na de verwerping van de nalatenschap op 15 april 2011, en dus geen werking meer kon hebben, nu een eenmaal gedane keuze met betrekking tot aanvaarding of verwerping ingevolge artikel 190 lid 4 BW onherroepelijk is.

4.9.Alliance heeft nog aangevoerd dat [A] er door haar medeondertekening van de eerder vermelde volmacht mee heeft ingestemd dat zij met haar eigen vermogen aansprakelijk werd voor de schulden van [A1]. De rechtbank overweegt hierover als volgt.

4.10.Gelet op de formulering van de volmacht is het zo dat [A] aan [C] volmacht heeft gegeven om ook haar eigen vermogensbestanddelen te bezwaren of vervreemden. Dat het zover is gekomen is echter gesteld noch gebleken. Alliance c.s. kunnen daaraan dan ook geen rechten ontlenen; de uit de opdracht/volmacht blijkende intentie van [A] om in te stemmen met het (zonodig) vervreemden van aan haar in eigendom toebehorende vermogensbestanddelen brengt niet mee dat de schuldeisers van [A1] daaraan rechtstreekse aanspraken jegens [A] kunnen ontlenen.

4.11.[A] is dus niet met haar eigen vermogen aansprakelijk voor de schulden van (het bedrijf van) wijlen haar echtgenoot. Dat betekent dat de vorderingen van Alliance c.s. moeten worden afgewezen.

4.12.Alliance c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [A] worden tot op heden begroot op:

- griffierecht 1.414,00--

- salaris advocaat 5.160,00-- (2 punt × tarief € 2.580,00)

Totaal € 6.574,--

en van de gezamenlijke erfgenamen op nihil.

in reconventie

4.13.Uit hetgeen in conventie is overwogen volgt reeds dat [A] en [B] vanwege hun verwerping van de nalatenschap niet tot de categorie gezamenlijke erfgenamen van [A1] behoren, zodat zij geen belang meer hebben bij een verklaring voor recht ter zake.

4.14.Nu de vorderingen van Alliance c.s. in conventie worden afgewezen, blijkt daarmee overeenkomstig het bepaalde in artikel 705 lid 2 Rv. summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door haar ingeroepen recht. Op grond daarvan komen de vorderingen van [A] in reconventie tot verklaring voor recht dat het conservatoire beslag ter zake onrechtmatig is gelegd en tot opheffing van dat beslag voor toewijzing in aanmerking, met dien verstande dat de rechtbank het bedrag van de dwangsom ambtshalve zal matigen en maximeren. Het verweer ter zake van Alliance c.s. dat, ook indien de rechtbank zou oordelen dat [A] de nalatenschap niet zuiver heeft aanvaard, dit niet tot gevolg heeft dat het beslag onrechtmatig is gelegd, wordt verworpen. Alliance c.s. hebben daartoe aangevoerd dat tussen [A1] en [A] een finaal verrekenbeding is overeengekomen, op grond waarvan er vanuit moet worden gegaan dat de nalatenschap van [A1] -nu deze negatief is- een vordering heeft op [A]. Nu Alliance s.c. een vordering hebben op de nalatenschap, hebben zij er recht op en belang bij dat de woning van [A] niet wordt verkocht, aldus Alliance c.s. Wat daar van zij, deze grondslag is niet in het beslagrekest vermeld, zodat het verleende verlof door de voorzieningenrechter niet voor beslag op deze grondslag kan gelden.

4.15.Ook in reconventie zullen Alliance c.s. als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, tot op heden aan de zijde van [A] begroot op € 226,-- (1/2 punt tarief II).

5.De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.wijst het gevorderde af,

5.2.veroordeelt Alliance c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op € 6.574,-- en aan de zijde van de gezamenlijke erfgenamen op nihil;

5.3.verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

5.4.verklaart voor recht dat het door Alliance c.s. gelegde beslag op het woonhuis onrechtmatig is gelegd;

5.5.veroordeelt Alliance c.s. om binnen twee weken na betekening van het vonnis het beslag op te heffen en opgeheven te houden, op straffe van een dwangsom van € 2.500,-- per (deel van een) dag dat zij hiermee in gebreke blijven, tot een maximum van € 50.000,--;

5.6.veroordeelt Alliance c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op € 226,--;

5.7.verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordeling tot opheffing van het beslag en de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

5.8.wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.B. Verkleij en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2012.