Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX1923

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
11-07-2012
Datum publicatie
18-07-2012
Zaaknummer
415779 - HA ZA 12-398
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

VerwijzingsIncident. De vraag is of een zaak die door de kantonrechter is verwezen naar de rechtbank, sector civiel als gevolg van een eisvermindering weer terug moet worden verwezen naar de sector kanton. De rechtbank beantwoordt deze vraag in dit

geval bevestigend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 415779 / HA ZA 12-398

Vonnis in incident van 11 juli 2012

in de zaak van

1.[eiseres sub 1],

wonende te [woonplaats],

2.[eiser sub 2],

wonende te [woonplaats],

eisers in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

advocaat mr. M. de Wijs te Leiden,

tegen

de stichting

STICHTING DE ROTONDE VOOR- INKOMEN- EN VERMOGENSBEHEER,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. S.C. Braun te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eisers c.s.] en Stichting de Rotonde genoemd worden.

1.De procedure

1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis van deze rechtbank, sector kanton, locatie Alphen aan den Rijn van 20 maart 2012, waarin de zaak is verwezen naar de sector civiel van deze rechtbank en de in dat vonnis genoemde gedingstukken;

- de akte vermindering van eis tevens houdende verzoek tot verwijzing van [eisers c.s.]

- de incidentele conclusie van antwoord.

1.2.Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.De beoordeling in het incident

2.1.Bij vonnis van 20 maart 2012 heeft de kantonrechter geoordeeld dat naar zijn oordeel de door [eisers c.s.] gevorderde verklaringen voor recht een waarde vertegenwoordigen die de competentiegrens van de kantonrechter overstijgen. De kantonrechter heeft de zaak verwezen naar de sector civiel van de rechtbank.

2.2.Na verwijzing door de kantonrechter vorderen [eisers c.s.] dat de rechtbank de zaak terug verwijst naar de sector kanton van deze rechtbank. Zij hebben met het oog daarop hun eis als volgt gewijzigd:

1. voor recht te verklaren dat Stichting de Rotonde financiële overzichten over alle kwartalen en met saldi dient te verstrekken;

2. Stichting de Rotonde te veroordelen aan [eisers c.s.] te betalen:

a) alle door Stichting de Rotonde tot 1 maart 2012 ingehouden "bewindvoerdersloon" inclusief extra werkzaamheden, vooralsnog begroot op € 8.000,--, te vermeerderen met de samengestelde rente van € 1.100,--;

b) alle kosten voor taxatie, ontruiming en opslag van de inboedel tot 1 maart 2012, vooralsnog begroot op € 8.000,--, te vermeerderen met de samengestelde rente van € 1.100,--;

c) een bedrag van € 1.100,--, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag, in verband met een door [eisers c.s.] betaalde immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met 5% samengestelde rente daarover vanaf 7 juni 2007;

d) een immateriële schadevergoeding van € 1.000,--, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met 5% samengestelde rente daarover vanaf 3 augustus 2007;

e) een bedrag van € 740,--, te vermeerderen met 5% samengestelde rente daarover vanaf 3 augustus 2007;

3. Stichting de Rotonde te veroordelen in de proceskosten.

2.3.De rechtbank stelt voorop dat zij op grond van artikel 71 lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) gebonden is aan de verwijzing door de kantonrechter. Dit laat onverlet dat, als hangende het geding na verwijzing, de eis wordt verminderd waardoor het beloop van de vordering minder dan € 25.000,-- bedraagt, de zaak alsnog (verder) dient te worden behandeld door de kantonrechter, naar wie de zaak dan moet worden verwezen.

2.4. [eisers c.s.], die zolang geen eindvonnis is gewezen, op grond van artikel 129 Rv te allen tijde hun eis kunnen verminderen, hebben hun eis gewijzigd en gesteld dat deze wijziging een eisvermindering inhoudt die ertoe leidt dat de zaak dient te worden behandeld en beslist door de kantonrechter.

2.5.Vorderingen waarbij de rechter om een meer algemeen geformuleerde ingreep of uitspraak wordt verzocht, bijvoorbeeld een verklaring voor recht zoals hier aan de orde, zijn in beginsel te kwalificeren als vorderingen van onbepaalde waarde die volgens de hoofdregel van artikel 42 wet op de rechterlijke organisatie tot de bevoegdheid van de sector civiel van de rechtbank behoren. Kan echter met voldoende zekerheid worden vastgesteld wat ten hoogste de waarde van de vordering is, dan is deze waarde bepalend voor de bevoegdheid hetgeen er - in afwijking van voornoemde hoofdregel - toe kan leiden dat de zaak door de sector kanton behandeld en beslist dient te worden (artikel 93 sub b Rv).

2.6.De gewijzigde vordering tot betaling van de in de vordering genoemde bedragen beloopt niet meer dan € 25.000,--. Er zijn geen duidelijke aanwijzingen dat de gevorderde verklaring voor recht ertoe leidt dat het totale beloop van de vordering € 25.000,-- overstijgt.

2.7.Het voorgaande leidt ertoe dat de kantonrechter de zaak (verder) dient te behandelen en beslissen en dat de zaak wordt verwezen naar de kantonrechter.

2.8.Dat stelt de rechtbank voor de vraag of verwezen moet worden naar de sector kanton van de rechtbank 's-Gravenhage, locatie 's-Gravenhage of - gelet op de vestigingsplaats van Stichting de Rotonde - naar de sector kanton van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam.

De in artikel 71 Rv vastgelegde verwijzingsregels lijken te impliceren dat alleen sprake kan zijn van "interne" verwijzing, in die zin dat een sector civiel van een rechtbank alleen mag verwijzen naar de sector kanton van dezelfde rechtbank en andersom. Dit kan meebrengen dat een - om welke reden dan ook - relatief bevoegde sector civiel van een rechtbank (bijvoorbeeld omdat geen beroep is gedaan op de relatieve onbevoegdheid) een zaak moet verwijzen naar een relatief onbevoegde sector kanton van die rechtbank. In veel gevallen zal de kantonrechter - anders dan de rechter van de civiele sector - zichzelf vervolgens ambtshalve onbevoegd moeten verklaren en de zaak moeten verwijzen naar de relatief wel bevoegde kantonrechter (art. 110, lid 1 Rv). In het onderhavige geval zou dit kunnen betekenen dat de kantonrechter te 's-Gravenhage, locatie 's-Gravenhage de zaak - na verwijzing naar hem - op zijn beurt weer moet verwijzen naar de kantonrechter te 's-Gravenhage, locatie Alphen aan den Rijn. Gelet hierop zal de rechtbank de zaak tussen [eisers c.s.] en Stichting de Rotonde om doelmatigheidsredenen (ter voorkoming van eventuele uitsluitend formele beslissingen) rechtstreeks verwijzen naar een bepaalde rolzitting van de sector kanton van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam.

Omdat beide partijen zich hebben kunnen uitlaten over de vraag of de zaak bij de juiste rechter in behandeling is, behoeft hen niet nogmaals - maar dan uitdrukkelijk - de gelegenheid te worden geboden zich over de ambtshalve verwijzing naar de relatief bevoegde rechter uit te laten (MvT, Parl. Gesch. Herz. Rv, p. 228-229). Een rolverwijzing om partijen de mogelijkheid te geven zich uit te laten over deze verwijzing betreft dus een overbodige exercitie.

2.9.Om redenen van doelmatigheid zal de proceskostenveroordeling in het incident worden aangehouden tot de eindbeslissing in de hoofdzaak.

3.De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak en in het incident

3.1.verwijst deze procedure in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de sector kanton van de rechtbank Rotterdam, locatie, op woensdag 8 augustus 2012 om 10.00 uur, alwaar beide partijen zich tevoren ter griffie schriftelijk moeten stellen in persoon of bij gemachtigde, waarna de kantonrechter zal beslissen over de voortgang van de procedure;

3.2.wijst partijen erop dat de in deze procedure geheven griffierechten ingevolge art. 8 lid 4 WGBZ zullen worden verlaagd en dat de teveel betaalde griffierechten door de griffier zullen worden teruggestort.

Dit vonnis is gewezen door de rolrechter mr. L. Alwin en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2012.