Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX1913

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
11-07-2012
Datum publicatie
18-07-2012
Zaaknummer
408239 - HA ZA 11-2748
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Internationale koopovereenkomsten partijen ijsbergsla en tomaten. Plaats van aflevering. Artikelen 38 (keuringsplicht koper) en 39 (klachtplicht koper) Weens Koopverdrag. Zie ook LJN BJ3228.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

Vonnis van 11 juli 2012

in de zaak met zaaknummer / rolnummer 408239 / HA ZA 11-2748 van:

[eiser],

ook handelend onder de namen "Tziki [A] Fresh Herbs Grower" en "Meshek [A]",

wonende en/of kantoorhoudende te [woonplaats], Israël,

eiser in conventie, verweerder in reconventie,

advocaat : mr. U. Aloni,

tegen

de besloten vennootschap GREENFRESH BV,

gevestigd te Katwijk,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

advocaat : mr. S.C. Krekel.

De rechtbank zal de procespartijen hierna "[eiser]" en "Greenfresh" noemen.

De procedure

1.1De rechtbank heeft bij het wijzen van dit vonnis kennis genomen van en rekening

gehouden met de navolgende processtukken, waaruit ook het procesverloop blijkt:

- de dagvaarding van 4 november 2011 tegen de eerste rolzitting van 7 december 2011, met producties 1 t/m 10;

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van 1 februari 2012, met producties 1 t/m 11;

- het tussenvonnis van 15 februari 2012 en het instructieformulier van 2 april 2012 van de rechtbank;

- de op 8 mei 2012 ter griffie ontvangen conclusie van antwoord in reconventie en de akte in conventie met producties 11 t/m 14 van partij [eiser];

- de op 9 mei 2012 ter griffie ontvangen akte met productie 12 en met vermeerdering van eis in reconventie van partij Greenfresh;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 24 mei 2012.

1.2Ter zitting van 24 mei 2012 is vonnis bepaald op vandaag 11 juli 2012.

De feiten

2.1Producent en groothandelaar [eiser] te Israël heeft in 2009 en 2010 grote partijen ijsbergsla en tomaten verkocht en geleverd aan groothandelaar Greenfresh te Nederland. In 2010 zijn problemen gerezen tussen [eiser] en Greenfresh over enerzijds een grote betalingsachterstand van de facturen en anderzijds de (gestelde maar betwiste) slechte kwaliteit van een relevant deel van de geleverde partijen ijsbergsla en tomaten, en de wijze van verpakking daarvan inclusief het ontbreken van kwaliteitslabels op de dozen.

2.2Correspondentie tussen [eiser] en Greenfresh heeft niet tot een oplossing geleid. Tijdens deze procedure heeft [eiser] op 29 februari 2012 vier conservatoire derdenbeslagen doen leggen ten laste van Greenfresh.

De vorderingen

3.1[eiser] vordert in conventie dat de rechtbank Greenfresh zal veroordelen om aan hem te betalen voor onbetaalde facturen en verstreken rente een bedrag van (naar de rechtbank begrijpt, zie ook rov. 4.7 hierna) in totaal € 138.039,15, te vermeerderen met de wettelijke rente naar Israëlisch recht over dat bedrag met ingang van 1 oktober 2011, met proceskosten en uitvoerbaar verklaring bij voorraad.

3.2In reconventie vordert Greenfresh dat de rechtbank zal verklaren voor recht dat [eiser] jegens Greenfresh aansprakelijk is voor de door Greenfresh wegens de wanprestaties van [eiser] geleden schade en (zo begrijpt de rechtbank de eisvermeerdering van 24 mei 2012) dat de rechtbank de vier gelegde conservatoire derdenbeslagen zal opheffen, met kostenveroordeling en uitvoerbaar verklaring bij voorraad.

3.3De relevante stellingen en verweren van beide partijen komen hierna bij de beoordeling van de vorderingen door de rechtbank aan de orde.

De beoordeling in conventie

4.1Tussen [eiser] en Greenfresh is sprake van mondeling gesloten internationale koopovereenkomsten van grote partijen ijsbergsla en tomaten. Zij zijn het er terecht over eens dat op hun rechtsverhouding uit die internationale koopovereenkomsten het Weens Koopverdrag van toepassing is.

4.2Partijen verschillen van mening over de vraag welke plaats van aflevering tussen hen is overeengekomen of geldt. Volgens [eiser] is dat "ex works" te Moshav Yardena (Israël) of "free on board" in de verschepingshaven te Haifa (Israël). Volgens Greenfresh is de overeengekomen plaats van aflevering echter Katwijk (Nederland) bij de aankomst van de vrachtwagens met de ijsbergsla en de tomaten bij haar loods in Katwijk. De rechtbank moet constateren dat ook op dit punt een schriftelijke afspraak tussen partijen helaas ontbreekt. De rechtbank constateert echter ook dat alle geproduceerde facturen voor het zeevervoer door de Israëlische vervoerder Mentfield 1983 Ltd en alle geproduceerde facturen van GCS BV voor Nederlandse douanerechten zijn gericht aan en betaald door Greenfresh. Uit dit feit dat het internationale zeetransport en de Nederlandse douanerechten zijn betaald door Greenfresh concludeert de rechtbank dat tussen partijen in ieder geval gaandeweg de samenwerking stilzwijgend is overeengekomen dat de juridische aflevering zou plaatsvinden in de verschepingshaven Haifa in Israël. Daar ging dus het risico van verlies en beschadiging (rotting) van deze bederfelijke waren op het moment van het passeren van de scheepsrailing over van [eiser] op Greenfresh. Haifa in Israël als plaats van aflevering strookt voorts met tekst en strekking van artikel 67 van het Weens Koopverdrag.

4.3Wegens onbetaalde facturen voor in 2010 geleverde partijen ijsbergsla en tomaten vordert [eiser] in hoofdsom naar de rechtbank begrijpt € 127.784,62. Greenfresh voert geen verweer tegen de omvang van dat bedrag in hoofdsom, maar beroept zich bij wijze van verweer op de voet van de artikelen 49 en 50 van het Weens Koopverdrag op ontbinding van de overeenkomsten of prijsvermindering wegens de door haar gestelde ondermaatse kwaliteit van relevante delen van de leveranties (rotting en/of te klein formaat van de sla en de tomaten) en wegens haar stelling dat [eiser] niet altijd de overeengekomen PEAKfresh verpakkingen en kwaliteitslabels op de dozen heeft toegepast. [eiser] stelt daartegenover onderbouwd met een stapel geproduceerde vrachtbrieven en phytosanitaire certificaten dat de door hem geleverde partijen op de plaats van aflevering in de verschepingshaven Haifa te Israël (nog) wel van de overeengekomen goede kwaliteit waren, voorts dat niet was afgesproken dat PEAKfresh verpakkingen en kwaliteitslabels moesten worden toegepast, en bovendien dat Greenfresh niet heeft voldaan aan haar keuringplichten en klachtplichten uit de artikelen 38 en 39 van het Weens Koopverdrag, waardoor Greenfresh haar eventuele rechten op partiële ontbinding, prijsvermindering en schadevergoeding jegens [eiser] sowieso zou hebben verloren.

4.4Naar het oordeel van de rechtbank slaagt het beroep van [eiser] op de artikelen 38 en 39 van het Weens Koopverdrag. Vaststaat dat Greenfresh de door haar van [eiser] gekochte grote partijen ijsbergsla en tomaten niet in haar opdracht heeft doen keuren bij de aflevering in de verschepingshaven Haifa in Israël, hoewel zo'n keuring in de internationale handelspraktijk zeer gebruikelijk is ter voorkoming van problemen als de onderhavige, en in het bijzonder bij te vervoeren zeer bederfelijke waren zoals sla en tomaten. Ook is niet vast komen te staan dat Greenfresh binnen zo kort mogelijke tijd na aflevering tijdig bij [eiser] heeft geklaagd over de ondermaatse kwaliteit van de ijsbergsla en de tomaten, dat wil zeggen het volgens Greenfresh soms te kleine formaat daarvan en de gedeeltelijke rotting zoals geconstateerd op een later moment in Nederland bij de door Greenfresh geproduceerde kwaliteitskeuringen door D-Quality in opdracht van afnemers van Greenfresh. Ook op dit geschilpunt van tijdig reclameren ontbreekt ieder schriftelijk bewijsstuk van Greenfresh, en voor wat betreft het geschilpunt van de eventuele tijdige telefonische klachten bij [eiser] heeft Greenfresh niet aan haar concrete stelplicht voldaan en ook geen specifiek relevant bewijsaanbod gedaan.

4.5Niet gesteld of gebleken zijn uitzonderlijke omstandigheden of verborgen gebreken waardoor ook bij een tijdige kwaliteitskeuring door Greenfresh de gestelde maar betwiste ondermaatse kwaliteit van de ijsbergsla en de tomaten niet direct had kunnen worden ontdekt en waarover dus uit de aard der zaak pas later door Greenfresh bij [eiser] kon worden geklaagd. Zulke bijzondere omstandigheden behoren overigens als hoofdregel ook voor Greenfresh te blijven, die als professionele groothandelaar de risico's verbonden aan de internationale handel in bederfelijke waren kent of behoort te kennen.

4.6Onvoldoende concreet gesteld, gebleken of te bewijzen aangeboden is tenslotte dat [eiser] met Greenfresh mondeling was overeengekomen om alle te leveren ijsbergsla en tomaten te verpakken in zogenaamde PEAKfresh verpakkingen en om de dozen altijd te voorzien van specifieke kwaliteitslabels, zoals bij antwoord in conventie door Greenfresh nog is betoogd maar door [eiser] ter comparitie gemotiveerd is betwist. Van non-conformiteit is dan geen sprake, indien en voor zover moet worden geoordeeld dat voor wat betreft de verpakking en de labels het niet tijdig keuren en niet tijdig reclameren door Greenfresh niet leidt tot rechtsverlies op grond van de artikelen 38 en 39 van het Weens Koopverdrag.

4.7Het voorgaande betekent in conventie dat Greenfresh aan [eiser] de onweersproken hoofdsom van € 127.784,62 voor de geleverde partijen ijsbergsla en tomaten moet betalen. Het Weens Koopverdrag bevat geen bepalingen over het daarover te betalen rentepercentage. [eiser] betoogt terecht dat naar Nederlands internationaal privaatrecht de Israëlische wettelijke rente van toepassing is, kort gezegd omdat de juridische plaats van aflevering tussen partijen gelegen is in Haifa, Israël. Onweersproken is ook dat de hoofdsom plus de tot 1 oktober 2011 verstreken Israëlische wettelijke rente volgens productie 10 van [eiser] € 138.039,15 bedraagt, zodat dat gevorderde bedrag in conventie moet worden toegewezen, vermeerderd met de daarover gevorderde Israëlische wettelijke rente met ingang van 1 oktober 2011. Ter comparitie heeft de advocaat van [eiser] desgevraagd bevestigd dat het door hem in het petitum van zijn dagvaarding nog met zoveel woorden gevorderde extra rentebedrag van € 10.254,15 een dubbeltelling is, omdat dit bedrag ook al is verwerkt in het gevorderde bedrag van in totaal € 138.039,15.

4.8[eiser] heeft voorts gevorderd als onderdeel van de door hem gevorderde proceskosten "het volledige bedrag aan juridische kosten daarin mede begrepen het salaris van de advocaat". Hij heeft daartoe gesteld dat naar Israëlisch recht de volledige kosten voor rechtsbijstand moeten worden vergoed en dat die kosten op het moment van dagvaarding werden geraamd op € 10.560,-. Greenfresh heeft tegen die vordering het verweer gevoerd dat die buitengerechtelijke kosten worden betwist en in het geheel niet zijn gespecificeerd en onderbouwd. De rechtbank constateert dat [eiser] zijn nevenvordering tot betaling van het volledige bedrag aan juridische kosten niet heeft ingesteld als buitengerechtelijke kosten (schadevergoeding), maar als onderdeel van de door hem gevorderde proceskosten. Op materiële geschilpunten zoals rente en incassokosten is volgens de regels van het internationaal privaatrecht in dit geval het Israëlische materiële recht van toepassing bij gebreke van bepalingen daarover in het overigens toepasselijke Weens Koopverdrag, maar op procesrechtelijke geschilpunten zoals de proceskostenveroordeling is dat het Nederlandse procesrecht als lex fori. In civiele zaken zoals deze kent het Nederlandse procesrecht niet de regel van een volledige vergoeding van de advocatenkosten, maar slechts een vergoeding volgens een forfaitair tarief.

4.9Als de in conventie in het ongelijk gestelde partij moet Greenfresh de proceskosten van [eiser] betalen, inclusief de (impliciet gevorderde) beslagkosten en de (expliciet gevorderde) nakosten. Die proceskosten begroot de rechtbank op € 933,38 aan kosten deurwaarder plus € 3.529,- aan griffierecht rechtbank plus € 4.263,- aan forfaitair salaris advocaat plus € 131,- forfaitaire nakosten, dat is in totaal € 8.856,38, dat bedrag nog te vermeerderen met € 68,- indien betekening van dit vonnis zal plaatsvinden.

De beoordeling in reconventie

5.1Greenfresh vordert ten eerste een verklaring voor recht dat [eiser] aansprakelijk is voor de door Greenfresh geleden schade wegens de wanprestaties van [eiser]. In het lichaam van haar eis in reconventie schat Greenfresh haar schade op in totaal tenminste € 88.000,-. Deze vordering moet worden afgewezen, reeds gelet op hetgeen de rechtbank in conventie in rovv. 4.4 en 4.5 heeft overwogen en beslist over het door Greenfresh achterwege laten van een kwaliteitskeuring op de plaats van aflevering en over het door Greenfresh niet binnen zo kort mogelijke tijd na aflevering reclameren als bedoeld in de artikelen 38 en 39 van het Weens Koopverdrag. Daardoor heeft Greenfresh jegens [eiser] haar recht op eventuele schadevergoeding wegens eventuele non-conformiteit van de geleverde partijen ijsbergsla en tomaten wegens de rotting en afmetingen daarvan verloren, nog daargelaten de overige verweren van [eiser] tegen deze vordering van Greenfresh in reconventie. Voor wat betreft de verpakkingen en de labels stuit deze vordering in reconventie af op hetgeen de rechtbank hiervoor in conventie in rov. 4.6 heeft overwogen en beslist.

5.2Greenfresh vordert ten tweede (naar de rechtbank niet uit het petitum, maar uit het lichaam van de gewijzigde eis in reconventie van Greenfresh begrijpt) dat de rechtbank de door [eiser] op 29 februari 2012 gelegde vier conservatoire derdenbeslagen zal opheffen, omdat er volgens Greenfresh geen opeisbare vordering van [eiser] op Greenfresh bestaat. Ook deze tweede vordering in reconventie moet worden afgewezen, gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor in conventie in tegenovergestelde zin heeft overwogen en beslist.

5.3Als de in reconventie in het ongelijk gestelde partij moet Greenfresh de proceskosten van [eiser] betalen, door de rechtbank begroot op € 894,- aan forfaitair salaris advocaat. De nakosten worden al toegewezen in conventie en derhalve niet nogmaals in reconventie, ondanks de daartoe strekkende conclusie van [eiser].

De beslissingen

De rechtbank in conventie en in reconventie:

- veroordeelt Greenfresh om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 138.039,15 in conventie, te vermeerderen met de Israëlische wettelijke rente over dat bedrag met ingang van 1 oktober 2011;

- veroordeelt Greenfresh om aan [eiser] te betalen een bedrag van in totaal € 9.750,38 aan proceskosten in conventie en in reconventie, dat bedrag nog te vermeerderen met € 68,- indien betekening van dit vonnis zal plaatsvinden;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het door [eiser] in conventie meer of anders gevorderde;

- wijst de vorderingen van Greenfresh in reconventie af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Wien en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2012.