Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX0774

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-04-2012
Datum publicatie
16-08-2012
Zaaknummer
09/997172-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich in georganiseerd verband gedurende langere tijd samen met anderen schuldig gemaakt aan oplichting, valsheid in geschrift, het doen van onjuiste en onvolledige aangiften inkomstenbelasting en omzetbelasting en witwassen. Verdachte is daarbij aan te merken als de leider van deze organisatie en heeft zich laten kennen als iemand die volledige medewerking verlangde van een ieder, waaronder zijn familie, die hij bij zijn praktijken had betrokken. Hierbij heeft hij agressief optreden en bedreiging met geweld niet geschuwd. Gevangenisstraf van 4 jaar met aftrek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/997172-10

Datum uitspraak: 16 april 2012

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum] 1958 te [geboorteplaats verdachte],

adres: [adres verdachte],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Haaglanden, locatie Scheveningen (Justitieel Medisch Centrum).

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 27 en 30 mei 2011, 5 en 10 augustus 2011, 20 en 24 oktober 2011, 5 december 2011, 17 februari 2012, 21 maart 2012, 30 maart 2012 en 2 april 2012.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie, mr. P. van de Kerkhof, en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. R.I. van Haneghem, advocaat te Rotterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ? na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting ? ten laste gelegd dat:

1.

(hypotheekfraude)

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 juli 2008 tot en met 20 juli 2009, te 's-Gravenhage en/of Rijswijk en/of Honselersdijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door (een) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, hierna te noemen bank(en) en/of hypotheekverstrekker(s),

- Nationale Nederlanden N.V. (ad a) en/of

- Internationale Nederlanden (Groep) Bank NV en/of ING Bank NV (ING) (ad b) en/of

- Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A. (Rabobank) (ad c) en/of

- Fortis Bank (Nederland) N.V. en/of Direktbank, (ad d) en/of

- Coöperatieve Rabobank West-Zeeuws Vlaanderen U.A. (ad e), in elk geval een of meer bank(en) en/of hypotheekverstrekker(s),

(telkens) heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (een) hierna te noemen geldbedrag(en), althans een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) alstoen aldaar met vorenomschreven oogmerk (zakelijk weergegeven) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, (respectievelijk) één of meer perso(o)n(en) benaderd met als doel deze/die perso(o)n(en) één of meer van de hierna te noemen woningen te laten kopen en/of te vragen een daarbij behorende hypothecaire lening af te sluiten en/of (vervolgens) een hypothecaire lening aangevraagd voor de financiering van de aankoop van het/de hierna te noemen pand(en) en/of een hypotheekaanvraag (formulier) betreffende de/het hierna te noemen pand(en) gezonden en/of doen zenden aan en/of overgelegd en/of doen overleggen aan genoemde bank(en) en/of hypotheekverstrekker(s) en/of die bank(en) en/of hypotheekverstrekker(s) verzocht om opening van een bouwdepot voor nagenoemd(e) pand(en):

a. [pand a] (Nationale Nederlanden N.V) (bijlage(n) 13-D-002 en/of 13-D-004) en/of

b. [pand b] (Internationale Nederlanden Bank NV en/of ING Bank NV) (bijlage 16-D-007) en/of

c. [pand c] (Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A.) (ad c) en/of (bijlage(n) 17-D-002 en/of 17-D-014) en/of

d. [pand d] (Fortis Bank (Nederland) NV en/of Direktbank) (bijlage(n) 19-D-002 en/of 19-D-003) en/of

e. [pand e] (Coöperatieve Rabobank West-Zeeuws Vlaanderen U.A) (bijlage 21-D-002 en/of 21-D-009), in elk geval een of meer pand(en),

en/of ten behoeve van de aanvra(a)g(en) en/of bouwdepot(s) (telkens) (een) (valse en/of vervalste) werkgeversverklaring(en) en/of salarisspecificatie(s) en/of nota('s) en/of factu(u)r(en) opgemaakt en/of voorhanden gehad en/of afgeleverd en/of(vervolgens) aan

- Nationale Nederlanden N.V. (ad a) en/of

- Internationale Nederlanden (Groep) Bank NV en/of ING Bank NV (ING) (ad b) en/of

- Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A. (Rabobank) (ad c) en/of

- Fortis Bank (Nederland) N.V. en/of Direktbank, (ad d) en/of

- Coöperatieve Rabobank West-Zeeuws Vlaanderen U.A. (ad e),

(die) (valse en/of vervalste) werkgeversverklaring(en) en/of salarisspecificatie(s) ter inzage gegeven en/of overgelegd en/of gestuurd en/of doen sturen en/of verstrekt en/of doen verstrekken en/of doen toekomen, waarmee in strijd met de waarheid de indruk is gewekt dat de daarop genoemde perso(o)n(en) voor het/de daarop genoemde bedrijf/bedrijven werkten en/of daarvoor geld ontvingen en/of (vervolgens) ((mede) door het zenden/overleggen van de onder a en/of c en/of d en/of e genoemde valse en/of vervalste nota('s)/factu(u)r(en) aan voornoemde bank(en) en/of hypotheekverstrekker(s)) heeft/hebben voorgedaan dat (bouw)werkzaamheden waren verricht (door de op dat/die stuk(ken) vermelde bedrijf/bedrijven) aan/in het/de pand(en) a en/of c en/of d

en/of e,

het gaat daarbij om de volgende bescheiden:

(met betrekking tot)

pand a.

- een werkgeversverklaring van [bedrijf 1] (bijlage 13-D-008) en/of

- een salarisspecificatie van [bedrijf 1] (bijlage 13-D-009) en/of

- een factuur van [bedrijf 2] d.d. 19-09-2008 (bijlage 13-D-005) en/of

- een factuur van [bedrijf 2] d.d. 17-10-2008 (bijlage 13-D-006) en/of

- een factuur van [bedrijf 2] d.d. 24-10-2008 (bijlage 13-D-007) en/of

pand b.

- een werkgeversverklaring van [bedrijf 2] (bijlage 16-D-002) en/of

- een salarisspecificatie van [bedrijf 2] (bijlage 16-D-005) en/of

pand c.

- een werkgeversverklaring van [bedrijf 3] (bijlage 17-D-003) en/of

- een salarisspecificatie van [bedrijf 3] (bijlage 17-D-004) en/of

- een factuur van [bedrijf 3] d.d. 13 juli 2009 (bijlage 17-D-008) en/of

- een factuur van [bedrijf 3] d.d. 20 juli 2009 (bijlage 17-D-009) en/of

pand d.

- een werkgeversverklaring van [bedrijf 4] (bijlage 19-D-004) en/of

- een salarisspecificatie van [bedrijf 4] (bijlage 19-D-005) en/of

- een factuur van [bedrijf 3] d.d. 29 mei 2009 (bijlage 19-D-006) en/of

- een factuur van [bedrijf 3] d.d. 8 juni 2009 (bijlage 19-D-007) en/of

- een factuur van [bedrijf 3] d.d. 16 juni 2009 (bijlage 19-D-008) en/of

pand e.

- een werkgeversverklaring van [bedrijf 5] (bijlage 21-D- 003) en/of

- een of meer salarisspecificatie(s) over de maand(en) januari 2009 en/of februari 2009 en/of maart 2009 en/of april 2009 van [bedrijf 5] (bijlage(n) 21-D-004 1 en/of 21-D-004 2 en/of 21-D-004 3 en/of 21-D-004 4) en/of

- een factuur van [bedrijf 3] (bijlage(n) 21-D-006 en/of 21-D-007),

waardoor

ad a)

(één of meer medewerker(s) van) Nationale Nederlanden N.V. (telkens) werd(en) bewogen tot afgifte(n) van (ongeveer) 450.000 euro, waaronder/in elk geval 100.000 euro (aan bouwdepot) en/of

ad b)

(één of meer medewerker(s) van) Internationale Nederlanden (Groep) Bank NV en/of ING Bank NV (ING) (telkens) werd(en) bewogen tot afgifte(n) van (ongeveer) 453.100 euro, waaronder/in elk geval 76.687,07 euro, zijnde het uitbetaalde verschil tussen de aankoopsom en het hypotheekbedrag en/of

ad c)

(één of meer medewerker(s) van) de Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A. (Rabobank) (telkens) werd(en) bewogen tot afgifte(n) van (ongeveer) 348.900 euro, waaronder/in elk geval 71.400 euro (aan bouwdepot) en/of,

ad d)

(één of meer medewerker(s) van) Fortis Bank (Nederland) NV en/of Direktbank (telkens) werd(en) bewogen tot afgifte(n) van (ongeveer) 165.000 euro, waaronder/in elk geval 50.000 euro (aan bouwdepot) en/of

ad e)

(één of meer medewerker(s) van) de Coöperatieve Rabobank West-Zeeuws Vlaanderen U.A. (telkens) werd(en) bewogen tot afgifte(n) van (ongeveer) van 253.500 euro, in elk geval 46.600 euro (aan bouwdepot),

in elk geval één of meer bank(en) en/of hypotheekverstrek(kers) werden bewogen tot aangifte van één of meer geldbedrag(en);

art 326 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 juli 2008 tot en met 20 juli 2009,

te 's-Gravenhage en/of Rijswijk en/of Honselersdijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk de hierna te noemen valse en/of vervalste werkgeversverklaring(en) en/of salarisspecificatie(s) en/of nota('s) en/of factu(u)r(en), zijnde (elk) een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, voorhanden heeft/hebben gehad,

het betreft:

a.

- een werkgeversverklaring van [bedrijf 1] (bijlage 13-D-008) en/of

- een salarisspecificatie van [bedrijf 1] (bijlage 13-D-009) en/of

- een factuur van [bedrijf 2] d.d. 19-09-2008 (bijlage 13-D-005) en/of

- een factuur van [bedrijf 2] d.d. 17-10-2008 (bijlage 13-D-006) en/of

- een factuur van [bedrijf 2] d.d. 24-10-2008 (bijlage 13-D-007)

en/of

b.

- een werkgeversverklaring van [bedrijf 2] (bijlage 16-D-002) en/of

- een salarisspecificatie van [bedrijf 2] (bijlage 16-D-005)

en/of

c.

- een werkgeversverklaring van [bedrijf 3] (bijlage 17-D-003) en/of

- een salarisspecificatie van [bedrijf 3](bijlage 17-D-004) en/of

- een factuur van [bedrijf 3] d.d. 13 juli 2009 (bijlage 17-D-008) en/of

- een factuur van [bedrijf 3] d.d. 20 juli 2009 (bijlage 17-D-009)

en/of

d.

- een werkgeversverklaring van [bedrijf 4] (bijlage 19-D-004) en/of

- een salarisspecificatie van [bedrijf 4] (bijlage 19-D-005) en/of

- een factuur van [bedrijf 3] d.d. 29 mei 2009 (bijlage 19-D-006) en/of

- een factuur van [bedrijf 3] d.d. 8 juni 2009 (bijlage 19-D-007) en/of

- een factuur van [bedrijf 3] d.d. 16 juni 2009 (bijlage 19-D-008)

en/of

e.

- een werkgeversverklaring van [bedrijf 5] (bijlage 21-D-003) en/of

- een of meer salarisspecificatie(s) over de maand(en) januari 2009 en/of februari 2009 en/of maart 2009 en/of april 2009 van [bedrijf 5] (bijlage(n) 21-D-004 1 en/of 21-D-004 2 en/of 21-D-004 3 en/of 21-D-004 4) en/of

- een factuur van [bedrijf 3] (bijlage(n) 21-D-006 en/of 21-D-007),

en/of

opzettelijk één of meer van voormelde valse en/of vervalste geschrift(en) heeft/hebben afgeleverd en/of heeft/hebben doen afleveren bij

ad a: [betrokkene 1] en/of Nationale Nederlanden NV en/of

ad b: [betrokkene 2] en/of [medeverdachte 1] en/of de Internationale Nederlanden (Groep) Bank NV en/of ING Bank NV (ING) en/of

ad c: [betrokkene 3] en/of de Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A.(Rabobank) en/of

ad d: [betrokkene 4] en/of de Direktbank, althans Fortis Bank (Nederland) NV en/of

ad e: [betrokkene 5] en/of Coöperatieve Rabobank West-Zeeuws Vlaanderen U.A.,

bestaande de valsheid of vervalsing op voormelde stukken (telkens) zakelijk weergegeven hieruit dat (respectievelijk)

- in het geheel geen sprake was van een dienstverband tussen het/de op de werkgeversverklaring(en) en/of salarisspecificatie(s) vermelde bedrijf/bedrijven enerzijds en werknemer(s) anderzijds, althans dat hierin een te hoog salaris was opgevoerd en/of

- de op/in de nota('s) en/of factu(u)r(en) vermelde werkzaamheden niet en/of niet tot die omvang en/of tot het daarop vermelde bedrag zijn verricht door de/het op die/dat stuk(ken) vermelde bedrijf/bedrijven,terwijl hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) (telkens) wist(en) en/of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit/deze geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst;

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

2.

(Inkomstenbelasting)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 januari 2007 tot en met 2 juli 2010 te 's-Gravenhage en/of Schiedam en/of Rijswijk en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) één of meer, (digitale) aangifte(n) voor de Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen gelegen in het/de aangiftetijdvak(ken) 2005 en/of 2006 en/of 2007 en/of 2008 en/of 2009 ten name van

[betrokkene 6] (sofi-nr [nr betrokkene 6]) (jaar 2005) (71-D-012 p.13-14) en/of

[betrokkene 7] (sofi-nr [nr betrokkene 7]) (jaar 2006) (71-D-004 p.15-16) en/of

[betrokkene 8] (sofi-nr [nr betrokkene 8]) (jaar 2006) (71-D-007 p.17-18) en/of

[betrokkene 9] (sofi-nr [nr betrokkene 9]) (jaar 2005) (71-D-011 p.14-15) en/of

[meisjesnaam betrokkene 2] (sofi-nr [nr betrokkene 2]) (jaar 2009) (71-D-016 p.31-34),

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen - (elk) valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of heeft doen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- op/in dat/die geschrift(en) (telkens)

- (een) te ho(o)g(e) en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan lo(o)n(en) en/of loonheffing(en) en/of

- te ho(o)g(e) en/of gefingeerd(e) aftrekpost(en) (rente en/of kosten eigen woning schuld) en/of

- (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan belastbaar inkomen,

geschreven en/of opgegeven en/of vermeld, en/althans doen en/of laten schrijven en/of opgeven en/of vermelden, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 januari 2007 tot en met 2 juli 2010

te 's-Gravenhage en/of Schiedam en/of Rijswijk en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten één of meer, (digitale) aangifte(n) Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen gelegen in het/de aangiftetijdvak(ken) 2005 en/of 2006 en/of 2007 en/of 2008 en/of 2009 ten name van

[betrokkene 6] (sofi-nr [nr betrokkene 6]) (jaar 2005) (71-D-012 p.13-14) en/of

[betrokkene 7] (sofi-nr [nr betrokkene 7]) (jaar 2006) (71-D-004 p.15-16) en/of

[betrokkene 8] (sofi-nr [nr betrokkene 8]) (jaar 2006) (71-D-007 p.17-18) en/of

[betrokkene 9] (sofi-nr [nr betrokkene 9]) (jaar 2005) (71-D-011 p.14-15) en/of

[meisjesnaam betrokkene 2] (sofi-nr [nr betrokkene 2]) (jaar 2009) (71-D-016 p.31-34),

onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, en/althans heeft doen en/of laten doen door (een) ander(en), immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) (telkens) opzettelijk op/in het bij/naar (de) Inspecteur(s) der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde/gezonden aangifte(n)/aangiftebiljet(ten) voor de Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (telkens)

- (een) te ho(o)g(e) en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan lo(o)n)en) en/of loonheffing(en) en/of

- (een) te ho(o)g(e) en/of gefingeerd(e) aftrekpost(en) (rente en/of kosten eigen woning schuld) en/of

- (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan belastbaar inkomen,

opgegeven en/of vermeld, en/althans doen en/of laten opgeven en/of vermelden, terwijl dat/die feit(en) (telkens) er toe heeft/hebben gestrekt dat te weinig belasting werd geheven;

3.

(omzetbelasting)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van april 2009 tot en met januari 2011 te 's-Gravenhage en/of Schiedam en/of Rijswijk en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) één of meer (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting, te weten van

- [bedrijf 6] over het derde kwartaal 2009 (p. 6575) en/of

- [bedrijf 7] over het derde kwartaal 2009 (p. 6628) en/of derde kwartaal 2010 (p. 6632) en/of vierde kwartaal 2010 (p. 6325) en/of

- [bedrijf 8] over het eerste kwartaal 2009 (p.6671) en/of

- [bedrijf 5] over het eerste kwartaal 2009 (p. 6609) en/of

- [bedrijf 9] over de maand(en) april/mei 2010 (p. 6400) en/of juni

2010 (p. 6682) en/of augustus 2010 (p. 6684) en/of september 2010 (p.6685)

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen - (elk) valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of heeft doen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- op/in dat/die geschrift(en) (telkens)

- (een) te ho(o)g(e) en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan voorbelasting en/of

- (een) te ho(o)g(e) en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan terug te vragen/krijgen omzetbelasting en/of

- (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan (af te dragen) omzet(belasting)

geschreven en/of opgegeven en/of vermeld, en/althans doen en/of laten schrijven en/of opgeven en/of vermelden, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

a.[bedrijf 6] en/of

b.[bedrijf 7] en/of

c.[bedrijf 8] en/of

d.[bedrijf 5] en/of

e.[bedrijf 9]

op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van april 2009 tot en met januari 2011 te 's-Gravenhage en/of Schiedam en/of Rijswijk en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) één of meer (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting, te weten van

ad a. [bedrijf 6] over het derde kwartaal 2009 (p. 6575) en/of

ad b. [bedrijf 7] over het derde kwartaal 2009 (p. 6628) en/of derde kwartaal 2010 (p. 6632) en/of vierde kwartaal 2010 (p. 6325) en/of

ad c. [bedrijf 8] over het eerste kwartaal 2009 (p.6671) en/of

ad d. [bedrijf 5] over het eerste kwartaal 2009 (p. 6609) en/of

ad e. [bedrijf 9] over de maand(en) april/mei 2010 (p. 6400) en/of juni 2010 (p. 6682) en/of augustus 2010 (p. 6684) en/of september 2010 (p.6685)

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, (elk) valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of heeft doen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben genoemde rechtsperso(o)n(en) en/of hun/haar mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- op/in dat/die geschrift(en) (telkens)

- (een) te ho(o)g(e) en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan voorbelasting en/of

- (een) te ho(o)g(e) en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan terug te vragen/krijgen omzetbelasting en/of

- (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan (af te dragen) omzet(belasting),

geschreven en/of opgegeven en/of vermeld, en/althans doen en/of laten schrijven en/of opgeven en/of vermelden, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) opdracht gegeven tot voormeld(e) (strafba(a)r(e)) feit(en) en/of feitelijk leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging(en).

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 8 maart 2011 te 's-Gravenhage en/of Honselersdijk en/of Schiedam en/of Rijswijk en/of elders in Nederland, (telkens) al dan niet als oprichter en/of leider en/of bestuurder heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte, en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 1] en/of [bedrijf 7] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 5] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4], welke organisatie tot oogmerk had(den) het plegen van misdrijven, namelijk

- oplichting (hypotheekfraude en/of kinderopvangtoeslagfraude) (artikel 326 Wetboek van Strafrecht) en/of

- valsheid in geschrift (in aangiftebiljetten voor de inkomstenbelasting en/of voor de omzetbelasting en/of in facturen en/of nota's en/of aanvragen kinderopvangtoeslag en/of antwoordformulieren kinderopvang) (artikel 225 Wetboek van Strafrecht) en/of

- het opzettelijk bij de belastingwet voorziene aangiften omzetbelasting onjuist of onvolledig doen, terwijl die feiten ertoe strekten dat telkens te weinig belasting wordt geheven (artikel 69 lid 2 AWR) en/of

- het opzettelijk bij de belastingwet voorziene aangiften inkomstenbelasting onjuist of onvolledig doen, terwijl die feiten ertoe strekten dat telkens te weinig belasting wordt geheven (artikel 69 lid 2 AWR) en/of

- (gewoonte)witwassen (artikel 420ter Wetboek van Strafrecht en/of artikel 420bis Wetboek van Strafrecht);

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3. Bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen zal verklaren.

3.2 Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1: Hypotheekfraude

De verdediging heeft vrijspraak van dit feit bepleit. De verklaringen van de diverse medeverdachten kunnen niet bijdragen aan het bewijs, aangezien zij ten tijde van het afleggen van hun verklaring zelf in het verdachtenbankje zaten en er dus belang bij hadden een verklaring af te leggen waarmee zij zichzelf zouden vrijpleiten en verdachte zouden belasten. De verklaringen die over [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]) en over diens veronderstelde relatie met verdachte zijn afgelegd, kunnen evenmin voor het bewijs worden gebezigd, omdat (en zo lang) [medeverdachte 2] zelf niet is gehoord.

Ten aanzien van feit 2: Inkomstenbelasting

De verdediging heeft ten aanzien van dit feit eveneens vrijspraak bepleit. Enig direct bewijs van betrokkenheid van verdachte (zoals het geven van opdrachten daar toe) met betrekking tot het feitelijk indienen van de ten laste gelegde aangiftes is er niet.

Ten aanzien van feit 3: Omzetbelasting

Ten aanzien van [bedrijf 6] heeft de verdediging naar voren gebracht dat met ingang van het derde kwartaal van 2009 [persoon 6] directeur en enig aandeelhouder was van dit bedrijf, zodat uit het dossier onvoldoende kan volgen dat verdachte opdracht heeft gegeven c.q. feitelijk leiding heeft gegeven aan het doen van de aangifte. Ook van dit feit dient hij vrijgesproken te worden. Ten aanzien van [bedrijf 7] heeft de verdediging naar voren gebracht dat verdachtes betrokkenheid slechts blijkt uit de verklaringen van [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3]). Die verklaringen zijn niet bruikbaar voor het bewijs, omdat die verklaringen niet consistent zijn. Verdachte dient voor dit feit, aldus de raadsman van verdachte, eveneens te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 4: Deelneming aan een criminele organisatie

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor zover aan verdachte het leiding geven aan een criminele organisatie is ten laste gelegd. Voorts heeft de verdediging bepleit dat in geval van een bewezenverklaring de pleegperiode ingekort moet worden, aangezien [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij verdachte pas sinds januari 2009 kent.

3.3 Het oordeel van de rechtbank1

3.3.1 Vrijspraak

Feit 2 - aangifte inkomstenbelasting [betrokkene 9]

Aangezien de telastgelegde periode 29 januari 2007 tot en met 2 juli 2010 betreft en vast staat dat de aangifte inkomstenbelasting op naam van [betrokkene 9] op 6 maart 2006, en daarmee buiten de telastgelegde periode, is ingekomen bij de Belastingdienst, zal verdachte van dit feit in zoverre worden vrijgesproken.

Feit 3 - aangifte omzetbelasting [bedrijf 8]

Het verwijt dat verdachte met betrekking tot de aangifte omzetbelasting van [bedrijf 8] (hierna: [bedrijf 8]) over het eerste kwartaal 2009 wordt gemaakt, is dat hij samen met een ander of anderen valselijk in strijd met de waarheid in die aangifte te hoge, te lage of gefingeerde bedragen aan de Belastingdienst heeft opgegeven.

In het dossier bevindt zich ten aanzien van dat verwijt een factuur van [bedrijf 8] aan [bedrijf 10] (verkoopfactuur) van 17 maart 2009 voor een bedrag van € 629.968,44 inclusief € 100.583,20 BTW. Nu op de aangifte over het eerste kwartaal 2009 van [bedrijf 8] slechts een bedrag van € 22.132,- aan totale omzetbelasting staat vermeld, bestaat geen andere conclusie dan dat deze factuur niet in die aangifte is opgenomen.

De rechtbank acht echter niet bewezen dat dit onjuist is geweest, laat staan dat de aangifte valselijk en in strijd met de waarheid is opgemaakt. [medeverdachte 3] heeft immers verklaard dat hij de factuur heeft opgemaakt, dat het een reguliere factuur betreft en dat hij denkt dat de factuur nooit is betaald omdat hij weet dat daarover een discussie is ontstaan. Deze verklaring laat de mogelijkheid open dat de factuur terecht niet in de aangifte is opgenomen. Dat geldt zoveel te meer nu de Belastingdienst deze factuur aan de FIOD heeft overhandigd, maar niet bekend is op welke wijze de Belastingdienst deze factuur heeft verkregen.

Verder geven de verklaringen van [betrokkene 10] en [medeverdachte 3] ook geen duidelijkheid over de vraag of op het moment dat de aangifte werd ingediend, op 16 april 2009, [bedrijf 8] reguliere activiteiten verrichtte en reguliere aangiften omzetbelasting kon indienen. [medeverdachte 3] heeft immers verklaard dat hij tot aan de overname door [betrokkene 10] de administratie en de aangiften omzetbelasting van [bedrijf 8] verzorgde en dat dit bedrijf een gewoon bedrijf was met reguliere activiteiten en eerlijke aangiften omzetbelasting. Hij kent de verkoopfactuur aan [bedrijf 10] ook als een gewone (niet valse) factuur. De verklaring van [betrokkene 10] is slechts dat hij het bedrijf als katvanger heeft overgenomen en dat volgens hem op dat moment geen activiteiten plaatsvonden. Hij weet niets van de aangiften omzetbelasting.

Nu met dit alles de mogelijkheid bestaat dat door [bedrijf 8] op eerlijke wijze aangifte omzetbelasting is ingediend over het eerste kwartaal 2009, dient vrijspraak te volgen.

3.3.2 Bewijsoverwegingen

Algemeen

Overweging ten aanzien van de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat diverse getuigen zelf verdacht waren en uit eigen belang naar verdachte hebben gewezen. Daarbij hebben zij voor zichzelf ingevuld welke rol verdachte gespeeld heeft. Hierdoor zijn hun verklaringen onbetrouwbaar en mogen ze niet voor het bewijs gebezigd worden.

Op zichzelf is het juist dat personen die zelf als verdachte zijn aangemerkt over verdachte verklaren. Zij kunnen daarom een belang hebben om belastende verklaringen over verdachte af te leggen. Het is ook juist dat zij, gevraagd naar de rol van verdachte, hun eigen interpretatie en indruk geven. De rechtbank constateert echter dat de getuigen, onafhankelijk van elkaar, op hoofdpunten eensluidend verklaren. Zo blijkt uit de verklaring van de hypotheekgevers (in het kader van de verweten hypotheekfraude) bijvoorbeeld steeds dezelfde handelwijze van verdachte. Er wordt verklaard over het tekenen van de papieren in aanwezigheid van verdachte waarbij verdachte aangeeft waar getekend moet worden en over het bezoek aan de notaris in gezelschap van verdachte waarbij verdachte het woord voert.

Ook de tapgesprekken ondersteunen het beeld dat met betrekking tot verdachte door diverse getuigen is geschetst. Zo zou verdachte degene zijn die de opdrachten geeft en daarbij agressieve taal niet schuwt. Uit de tapgesprekken blijkt dat verdachte inderdaad opdrachten geeft aan [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]), dat hij de voortgang van diverse belastingaangiften in de gaten houdt en dat hij contacten onderhoudt met diverse instellingen en wederpartijen. Ook schuwt hij niet om felle bewoordingen te gebruiken en op die manier druk uit te oefenen op zijn gesprekspartners.

De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat het beeld dat door de getuigen in hun verklaringen is geschetst over en weer ondersteuning vindt en ook wordt ondersteund door de tapgesprekken. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de getuigenverklaringen als onbetrouwbaar terzijde te schuiven en uitsluitend af te gaan op de door verdachte afgelegde verklaring.

De enkele omstandigheid dat [medeverdachte 2] tot op heden onvindbaar is gebleken en niet is gehoord over hetgeen anderen over hem verklaren, leidt voorts niet tot de conclusie dat de verklaringen van getuigen over zijn rol niet voor het bewijs mogen worden gebruikt. Omstandigheden die tot een andere conclusie zouden moeten leiden, zijn gesteld noch gebleken zodat ook dit verweer wordt verworpen. Ook hier heeft overigens te gelden dat de verschillende verklaringen over de specifieke rol van [medeverdachte 2] op hoofdpunten eensluidend zijn.

Feit 1 - Hypotheekfraude

Hierbij gaat het om vijf panden waarbij het verwijt dat verdachte en zijn medeverdachten wordt gemaakt, luidt dat zij - door overlegging van valse werkgeversverklaringen en valse salarisspecificaties - een aantal banken ertoe hebben bewogen om ten behoeve van de aankoop van deze panden hypotheken te verstrekken. Bij al deze panden - uitgezonderd het hierna onder b. genoemde pand gelegen aan [pand b] - is ook een verbouwing gefinancierd door middel van een bouwdepot. Ten aanzien van deze panden is het aanvullende verwijt dat door middel van valse facturen deze bouwdepots zijn leeg getrokken. In het navolgende zullen de betreffende panden achtereenvolgens aan de orde komen en zal beoordeeld worden of sprake is van valse bescheiden en, zo ja, wie daarbij betrokken is of zijn.

a. [pand a]

Inleiding

Uit het dossier blijkt dat [betrokkene 1] op 1 september 2008 de woning aan [pand a] (hierna "de woning") heeft gekocht voor € 296.500,-. 2 Ten behoeve van de aanvraag van een hypotheek bij Nationale Nederlanden N.V. (hierna "Nationale Nederlanden") is een model-werkgeversverklaring overgelegd waarop staat vermeld3:

Gegevens werkgever

[bedrijf 1]

Gegevens werknemer

[betrokkene 1]

In dienst sinds 1 januari 2008

Functie: Manager

Aard van het dienstverband

Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd

Bruto jaarinkomen

€ 69.251,76

Vakantietoeslag € 5540,14

Vaste 13e maand € 5770,98

Hierbij is tevens een kopie van een salarisspecificatie4 overgelegd. De werkgeversverklaring is namens de werkgever [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1]) op 8 september 2008 te Oostvoorne ondertekend met de naam '[medeverdachte 2]' en voorzien van een firmastempel.

Op 11 september 2008 heeft Nationale Nederlanden [betrokkene 1] een offerte voor een lening van in totaal € 450.000,- aangeboden, welke offerte [betrokkene 1] op 15 september 2008 heeft ondertekend.5 Uit de verklaring van [aangever 1], die namens Nationale Nederlanden aangifte heeft gedaan, blijkt dat Nationale Nederlanden vervolgens een hypotheek voor de aankoop en verbouwing van de woning heeft verstrekt. De hypotheekakte is op 6 oktober 2008 gepasseerd. Bij het passeren van de akte is ten behoeve van de geplande verbouwing van de woning € 100.000,- in depot gestort.6

Vervolgens heeft [bedrijf 2] (hierna "[bedrijf 2]") op 19 september 2008 een nota betreffende de 1e termijn werkzaamheden aan de woning, ten bedrage van € 47.600,00 in totaal, aan [betrokkene 1] gericht met de aantekening dat dit conform de afspraak via de notaris of de hypotheekbank wordt gestort op de rekening van [bedrijf 2] bij het transport van de woning. Hierbij gevoegd zat een brief aan Nationale Nederlanden waarin werd aangegeven "zoals u kunt zien zijn de verbouwingen reeds begonnen.".7 Vervolgens zijn op 17 oktober 2008 en 24 oktober 2008 de 2e en 3e termijn van respectievelijk € 37.000,- en

€ 15.400,- door [bedrijf 2] aan [betrokkene 1] in rekening gebracht en door hem voor akkoord getekend.8 De op voormelde nota's gebaseerde aanvragen voor uitbetaling zijn door Nationale Nederlanden op respectievelijk 10 oktober 2008, 21 oktober 2008 en 28 oktober 2008 ontvangen. Naar aanleiding daarvan zijn de gevraagde bedragen ten laste van het bouwdepot uitbetaald op rekening [rekeningnr [bedrijf 2] ten name van [bedrijf 2] te Den Haag.9

Zijn de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie vals?

[betrokkene 1] heeft verklaard dat hij verslaafd was aan cocaïne en marihuana en dat hij, toen hij in de put zat, benaderd werd door een persoon die hem kon helpen. Hij zou, zo heeft hij verklaard, een huis aankopen en er zou een hypotheek worden aangevraagd voor de aankoop en de verbouwing van die woning. Hij weet dat voor deze hypotheek salarisstroken vervalst zijn. Hij had op dat moment namelijk helemaal geen werk.10 Kort na de overdracht van de woning heeft hij € 4000,- à € 5000,- op zijn rekening gestort gekregen. Hij heeft nooit gewerkt voor [bedrijf 1] en nooit een salaris van € 69.251,76 verdiend.11

[aangever 1] voornoemd heeft verklaard dat hij is gaan kijken op het vestigingsadres van [bedrijf 1].12 Het betrof een zogenaamd bedrijfsverzamelgebouw en [bedrijf 1] bleek hier niet meer gevestigd te zijn. Volgens de eigenaar van het bedrijfsverzamelgebouw waren de bedrijfsactiviteiten van [bedrijf 1] sinds augustus 2008 geëindigd. Vanaf die datum werd er alleen post opgehaald en stond het [bedrijf 12] leeg en te huur.13

Op grond van het voorgaande staat vast dat de salarisspecificatie en de werkgeversverklaring op basis waarvan Nationale Nederlanden werd bewogen tot het aangaan van een hypothecaire lening, vals zijn. Als gevolg van dit samenweefsel van verdichtsels is Nationale Nederlanden bewogen tot de afgifte van het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag van € 450.000,-.

Wie is hierbij betrokken?

Uit het dossier blijkt dat [betrokkene 10] in de maand november 2008 enig aandeelhouder is geweest van [bedrijf 1] en dat voordien de [bedrijf 11] (hierna: [bedrijf 11]), gevestigd aan [adres] als zodanig bij de Kamer van Koophandel stond ingeschreven.14 Van deze laatste vennootschap was [betrokkene 11] bestuurder van 21 mei 2008 tot 31 maart 2009.15

Volgens [betrokkene 10] heeft hij [bedrijf 1] puur als katvanger op zijn naam gehad. Hij kan zich niet meer herinneren wie hem dat gevraagd heeft maar hij kreeg de bedrijven die hij op zijn naam moest zetten meestal aangeboden door [medeverdachte 2]. Hij weet niet wat er met het [bedrijf 7] gebeurde. [bedrijf 1] werd gebruikt door 'de kliek' rond [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en verdachte, aldus [betrokkene 10]. 16

[betrokkene 11] heeft verklaard dat hij kort bestuurder is geweest van [bedrijf 11] en dat hij dit heeft gedaan op verzoek van verdachte. Verdachte gaf tegenover hem aan dat er niets met deze onderneming zou gebeuren, hij moest de onderneming alleen maar op zijn naam zetten omdat de vorige bestuurder er vanaf wilde. Hij heeft, aldus [betrokkene 11], de onderneming dan ook alleen maar op zijn naam overgeschreven en er verder nooit enige bemoeienis mee gehad. Verdachte noemde dit 'het parkeren van ondernemingen', aldus [betrokkene 11]. De naam [bedrijf 1] heeft hij wel eens gehoord en hij heeft van verdachte zelf gehoord dat hij, verdachte, deze onderneming heeft gekocht. Hij heeft niet geweten dat toen hij bestuurder was van [bedrijf 11], [bedrijf 11] bestuurder was van [bedrijf 1]. Hij wist niet beter dan dat [betrokkene 10] bestuurder was van [bedrijf 1]. [betrokkene 10] heeft hem verteld dat hij indertijd door verdachte werd onderhouden en dat hij in ruil daarvoor hand- en spandiensten verrichtte voor verdachte.17 Volgens [betrokkene 11] voornoemd was [medeverdachte 2] de boodschappenjongen van verdachte.18

Uit de verklaringen van [betrokkene 10] en [betrokkene 11] leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 2] (op wiens naam de werkgeversverklaring is ondertekend) optrad namens [bedrijf 1] en dat verdachte het binnen [bedrijf 1] voor het zeggen had. Hierbij past dat [betrokkene 1] tegenover de rechter-commissaris heeft verklaard dat hij als katvanger is gebruikt en dat verdachte de hypotheek heeft geregeld.19 Voorts sluit hierop aan de verklaring van makelaar [betrokkene 12]. Die heeft immers verklaard dat hij een tip kreeg dat de woning te koop stond, dat hij dat heeft doorgegeven aan verdachte en dat verdachte voor de woning een koper heeft aangedragen.20 Daarnaast heeft makelaar [betrokkene 13] verklaard dat hij de offerte van Nationale Nederlanden kent en deze heeft meegenomen naar het kantoor van verdachte aan de [adres kantoor verdachte]. Daar is de offerte ondertekend door [betrokkene 1] in het bijzijn van [betrokkene 13], [betrokkene 12] en verdachte.21

Gelet op het voorgaande is, naast [betrokkene 1] en [medeverdachte 2], ook verdachte bij het opmaken van deze valse documenten betrokken geweest, waarbij tussen hen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking.

Zijn de facturen vals?

[betrokkene 1] heeft verklaard dat hij niets weet van uitbetalingen uit het bouwdepot. Als hem wordt medegedeeld dat in totaal € 100.000,- uit het bouwdepot is uitbetaald, verklaart hij dat voor een dergelijk bedrag geen verbouwing in de woning heeft plaatsgevonden.22 Dit is alleszins aannemelijk nu de woning op 23 juni 2009 bij openbare veiling is verkocht en daarna sprake was van een restschuld bij Nationale Nederlanden die op 8 december 2009

€ 235.926,65 bedroeg.23 Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat geen verbouwing, laat staan een verbouwing als vermeld op de nota's, heeft plaatsgevonden aan het pand zodat de onderhavige facturen afkomstig van [bedrijf 2] vals zijn.

Wie is hierbij betrokken?

Uit het dossier blijkt dat [bedrijf 12] (hierna "[bedrijf 12]") in de onderhavige periode enig aandeelhouder en bestuurder was van [bedrijf 2] en dat [bedrijf 12] was gevestigd aan de [adres kantoor verdachte].24 Dit sluit aan op de verklaring van [betrokkene 1] en [betrokkene 13]. [betrokkene 1] heeft immers verklaard dat hij op [adres kantoor verdachte] is geweest voor een gesprek over de verbouwing25 en [betrokkene 13] heeft verklaard dat hij de factuur van [bedrijf 2] van 19 september 2008 op het kantoor aan [adres kantoor verdachte] van [betrokkene 1] heeft gekregen. Dit gebeurde, aldus [betrokkene 13], in het bijzijn van onder meer verdachte. Verdachte heeft toen tegen hem gezegd "We zijn net begonnen met de verbouwing dus opschieten graag".26 Voorts heeft [betrokkene 13] verklaard dat hij in het kantoortje aan [adres kantoor verdachte] ordners heeft gezien met de naam [bedrijf 2].27

De rechtbank heeft verder geconstateerd dat [medeverdachte 1] de bestuurder was [bedrijf 12]. in de onderhavige periode.28 Nu over hem wordt verklaard dat hij de boodschappenjongen was van verdachte en dat hij alles deed wat verdachte aan hem vroeg,29 is de rechtbank van oordeel dat verdachte het ook met betrekking tot [bedrijf 2] voor het zeggen heeft gehad en dat hij in nauwe en bewuste samenwerking met (in elk geval) [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] dit feit gepleegd heeft.

De rechtbank wordt in deze overtuiging gesterkt door het gegeven dat van de uit het bouwdepot afkomstige € 100.000,- in de periode van 7 oktober 2008 tot en met 30 oktober 2008 vanaf de rekening van [bedrijf 2] via rekeningen welke onder meer ten name stonden van [bedrijf 13] (hierna: [bedrijf 13]), [betrokkene 14], en [bedrijf 14], uiteindelijk een bedrag van € 74.650,- contant is opgenomen.30 Uit het dossier blijkt dat [betrokkene 10] in die periode als bestuurder/enig aandeelhouder van [bedrijf 13] stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.31 [betrokkene 10] heeft verklaard dat dit een lege BV betrof. Er was geen omzet, geen personeel en geen activiteiten.32 [betrokkene 13] heeft voorts verklaard dat hij [bedrijf 13] kent; hij heeft van verdachte een factuur van [bedrijf 13] gekregen in [adres kantoor verdachte].33 [betrokkene 14] is verder de moeder van verdachte en [medeverdachte 2] was toentertijd bestuurder/enig aandeelhouder van [bedrijf 14].34 Ook met betrekking tot deze BV is verklaard dat het ging om een lege BV.35 Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat in ieder geval een deel van de gelden aan [medeverdachte 2] en verdachte dan wel aan aan hen gelieerde personen ten goede is gekomen.

b. [pand b]

Inleiding

Uit het dossier blijkt, dat [betrokkene 2] op 21 oktober 2008 de eengezinswoning [pand b] (hierna "de woning") heeft gekocht voor een bedrag van

€ 368.500,-.36 In de aanvraag van een hypotheek bij ING Bank N.V. (hierna ook "ING") voor deze woning staat het volgende vermeld37:

Naam aanvrager

[betrokkene 2]

Gegevens partner

[medeverdachte 1]

Type inkomensbron

Loondienst fulltime vast

Werkgever

[bedrijf 2]

Gevestigd te

Amsterdam

Beroep

Manager

In dienst sinds

01-01-2008

Bruto jaarinkomen

€ 87.780,-

Hypotheekbedrag

€ 453.100,-

Bij het indienen van de aanvraag zijn een werkgeversverklaring38 en een kopie van een salarisspecificatie39 overgelegd. De werkgeversverklaring is namens de werkgever [bedrijf 2] op 8 januari 2009 te Amsterdam ondertekend met de naam '[medeverdachte 2]' en voorzien van een firmastempel. Op de verklaring staat vermeld dat de werknemer aanspraak kan maken op een vaste dertiende 'maandag'.

Naar aanleiding van deze aanvraag heeft ING op 24 april 2009 een offerte uitgebracht aan [betrokkene 2] en aan haar echtgenoot, [medeverdachte 1]. Deze offerte is op 27 april 2009 in Den Haag door [betrokkene 2] en door [medeverdachte 1] ondertekend. De offerte vermeldt als rekeningnummer van de hypotheeknemer '[rekeningnr 1]'.40 ING heeft op basis van voornoemde documenten - de ondertekende offerte, de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie - een hypothecaire geldlening van € 453.100,- verstrekt. De hypotheekakte is gepasseerd op 29 mei 2009.41

Op 10 maart 2010 heeft Internationale Nederlanden Groep N.V., waartoe ING behoort, aangifte42 gedaan tegen [medeverdachte 1], [betrokkene 2], [bedrijf 2] en [medeverdachte 2] wegens - onder meer - oplichting en valsheid in geschrift.

Zijn de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie vals?

Uit de systemen van de belastingdienst blijkt niet dat er tussen [bedrijf 2] en [betrokkene 2] een dienstbetrekking heeft bestaan, in die zin dat er door [bedrijf 2] geen loonheffing is ingehouden.43

[betrokkene 2]44 heeft voorts verklaard dat ze het bedrijf [bedrijf 2] niet kent en dat ze daar zeker niet heeft gewerkt. [betrokkene 15]45 - die in de ten laste gelegde periode bestuurder was van [bedrijf 2] - heeft verklaard dat [bedrijf 2] geen activiteiten heeft gehad, dat [bedrijf 2] geen personeel in dienst heeft gehad en dat hij [betrokkene 2] niet kent.

Op grond van de informatie uit de systemen van de belastingdienst, bezien in samenhang met de verklaringen van [betrokkene 2] en [betrokkene 15], staat vast dat de salarisspecificatie en de werkgeversverklaring op basis waarvan ING werd bewogen tot het aangaan van een hypothecaire lening, vals zijn. Als gevolg van dit samenweefsel van verdichtsels is ING bewogen tot de afgifte van het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag van € 453.100,-.

Wie is hierbij betrokken?

Op 3 juni 2009 is er op de bankrekening met het nummer [rekeningnr 1] ten name van [betrokkene 2] door de betrokken notaris een bedrag van € 76.687,07 - zijnde het verschil tussen de hypothecaire lening en de koopsom plus kosten, toevoeging rechtbank - bijgeboekt. Van genoemde rekening hebben vervolgens de volgende afschrijvingen plaatsgevonden46:

Datum

Bedrag

Naam en rekeningnummer begunstigde

03-06-2009

€ 4.000,-

[rekeningnr [bedrijf 15] ([bedrijf 15])

03-06-2009

€ 5.100,-

[rekeningnr [bedrijf 16] ([bedrijf 16] 'lening')

03-06-2009

€ 10.900,-

[rekeningnr betrokkene 16] ([betrokkene 16])

tot 11-07-2009

€ 6.000,-

[rekeningnr [bedrijf 15] ([bedrijf 15])

tot 11-07-2009

€ 2.500,-

[rekeningnr betrokkene 16] ([betrokkene 16])

tot 11-09-2009

€ 2.000,-

[rekeningnr medeverdachte 1] ([medeverdachte 1])

Uit de systemen van de belastingdienst komt naar voren dat de bankrekening met het nummer [rekeningnr bedrijf 15] ten name van [bedrijf 15] wordt gebruikt door [betrokkene 16] - de echtgenote van verdachte en moeder van [medeverdachte 1] - en dat [betrokkene 16] aangifte heeft gedaan van inkomsten uit de onderneming [bedrijf 15].47 Uit de gedingstukken blijkt verder dat [betrokkene 12] van 1 januari 2009 tot 2 september 2009 middellijk - namelijk via de Stichting Administratiekantoor [bedrijf 16], gevestigd te [plaats] - aandeelhouder en bestuurder was van [bedrijf 16].48

[betrokkene 2] heeft verklaard dat verdachte via een makelaar - [betrokkene 12] - met het huis [pand b] kwam aanzetten.49 Toen zij hem vertelde dat ze het huis niet wilde, werd hij boos.50 De rekening met het nummer eindigend op –[rekeningnr 1] heeft zij op verzoek van verdachte geopend. Zij heeft de pasjes en bijbehorende (inlog)codes van die bankrekening aan verdachte gegeven.51 Verdachte heeft alles rondom [bedrijf 2] uitgedacht en opgezet om een hypotheek te verkrijgen.52

[betrokkene 12] heeft verklaard dat hij als verkopend makelaar bij pand b] betrokken is geweest en dat verdachte met de verkopers van die woning een akkoord heeft gesloten.53 Hij heeft voorts verklaard dat hij op verzoek van verdachte bestuurder werd van [bedrijf 16] en dat hij op verzoek van verdachte tijdens zijn bestuurdersschap twee bankrekeningen voor [bedrijf 16] heeft geopend. De betaalpas en de bijbehorende codes heeft hij overhandigd aan verdachte.54

[betrokkene 15].55 heeft verklaard dat verdachte hem op enig moment benaderde met het voorstel om tegen betaling van € 500,- per vennootschap een aantal lege vennootschappen op zijn naam te nemen. Hij heeft aan dit voorstel gehoor gegeven en kreeg vervolgens onder andere [bedrijf 2] op zijn naam.

Zoals ten aanzien van de [pand a] al overwogen, heeft [betrokkene 13] verklaard dat hij op het kantoor van verdachte de boekhouding van [bedrijf 2] zag staan.

Op basis van de verklaringen van [betrokkene 2], [betrokkene 12], [betrokkene 15] en [betrokkene 13], bezien in samenhang met de bevindingen van de FIOD ten aanzien van de geldstromen, acht de rechtbank bewezen dat verdachte als medepleger bij dit feit betrokken is. Daarbij heeft hij zichzelf bovendien - als echtgenoot van [betrokkene 16] en als houder van de pasjes en inloggegevens van [bedrijf 16] - (middellijk of onmiddellijk) bevoordeeld met de geldstroom die door het feit op gang is gebracht.

In aanvulling op hetgeen de rechtbank over het betrouwbaarheidsverweer reeds heeft overwogen, merkt zij hier nog op dat zij de verklaringen van [betrokkene 12] en [betrokkene 2] over de betrokkenheid van verdachte niet alleen voldoende betrouwbaar acht, maar dat deze bovendien steun vinden in objectief bewijs, te weten de bevindingen van de FIOD ten aanzien van de geldstroom.

Gelet op de verklaring van [medeverdachte 1] dat hij het handschrift op de werkgeversverklaring herkent als het handschrift van één van de werknemers van zijn vader: [medeverdachte 2]56, heeft ook bij deze woning te gelden dat verdachte met betrekking dit feit nauw en bewust met [medeverdachte 2] heeft samengewerkt. Hierbij weegt de rechtbank mee dat [medeverdachte 3]57 heeft verklaard dat [medeverdachte 2] 'de particulieren' deed. Op de facturen die [medeverdachte 2] maakte, stonden soms foute adresgegevens, rare punten en komma's in bedragen, spelfouten of rare datumnoteringen. Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 2] inderdaad beschikte over het programma 'Roos Roos Software' voor het maken van loonstroken.58 59 Voorts valt op dat in de werkgeversverklaring over een 'vaste dertiende maandag' wordt gesproken in plaats van over een 'vaste dertiende maand', hetgeen past bij voormelde verklaring van [medeverdachte 3]. Bij het opmaken van deze stukken heeft [medeverdachte 2] een valse hoedanigheid aangenomen, te weten die van werkgever van [betrokkene 2], werkzaam bij [bedrijf 2].

[betrokkene 15]60 heeft voorts verklaard dat hij met [medeverdachte 1] naar de kamer van koophandel is gegaan om [bedrijf 2] op zijn naam te zetten. Tot dat moment was [medeverdachte 1] zelf bestuurder van [bedrijf 2]. Daarnaast heeft [medeverdachte 1]61 verklaard dat hij bestuurder van [bedrijf 2] is geweest, dat hij de offerte voor de hypotheek heeft ondertekend en dat hij de woning [pand b] met zijn gezin heeft bewoond.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat ook [medeverdachte 1] bij dit feit betrokken is geweest. Hij heeft immers ervoor gezorgd dat de rechtspersoon die later de valse werkgeversverklaring zou afgeven, op naam werd gezet van een ogenschijnlijk niet-betrokken derde, hij heeft voorts een van de stukken ondertekend op basis waarvan de hypotheek werd afgegeven en hij heeft voordeel genoten uit de opbrengst van het strafbare feit, in die zin dat hij de door oplichting verkregen woning is gaan bewonen.

De rechtbank acht op basis van dit alles bewezen dat verdachte het feit in nauwe, bewuste en volledige samenwerking met (in elk geval) [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] heeft gepleegd.

c. [pand c]

Inleiding

[betrokkene 3] heeft op 13 mei 2009 de boerderij gelegen aan de [pand c] (hierna "de woning") gekocht voor € 210.000,-. 62 Ten behoeve van de aanvraag hypotheek bij de Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen (hierna "de Rabobank") is een werkgeversverklaring overgelegd waarop staat vermeld63:

Gegevens werkgever

[bedrijf 3]

[adres [bedrijf 3]]

Gegevens werknemer

[betrokkene 3]

In dienst sinds 1 januari 2009

Functie: Manager

Aard van het dienstverband

Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd

Bruto jaarinkomen

€ 77322,12

Vaste maandag € 6443.51

Hierbij is tevens een kopie van een salarisspecificatie64 alsmede een offerte voor de verbouwing afkomstig van [bedrijf 17] (hierna "[bedrijf 17]") die door [betrokkene 3] voor akkoord is ondertekend65, overgelegd. De werkgeversverklaring is namens [bedrijf 3] (hierna [bedrijf 3]) op 8 mei 2009 te Den Haag ondertekend met de naam '[betrokkene 10]' en voorzien van een firmastempel.

Op 2 juli 2009 heeft de Rabobank een lening aangeboden ten behoeve van de aankoop tot een bedrag van € 348.900,-. Deze offerte is op 2 juli 2009 door [betrokkene 3] ondertekend.66 Op 17 juli 2009 heeft ten overstaan van de notaris de eigendomsoverdracht plaatsgevonden.67 Een bedrag van € 102.000,- bleef in een bouwdepot. [aangever 2], die op 30 september 2009 namens de Rabobank aangifte heeft gedaan van oplichting en valsheid in geschrift, heeft verklaard dat aan [betrokkene 3] op grond van de verstrekte gegevens de gevraagde hypothecaire financiering is verstrekt. Vervolgens ontving de Rabobank twee nota's van [bedrijf 3] van elk € 35.700,- (totaal € 71.400,-) in verband met de werkzaamheden aan het pand gedateerd 13 juli 2009 en 20 juli 2009. De bedragen zijn daarop, aldus [aangever 2], uit het bouwdepot overgemaakt naar de girorekening ten name van [bedrijf 3].68

Zijn de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie vals?

[betrokkene 3] heeft verklaard dat hij bij McDonalds Wateringseveld werd aangesproken door een man met een Indisch uiterlijk die zich voorstelde als [voornaam 2]. Tijdens het 2e gesprek zei [voornaam 2], aldus [betrokkene 3], dat ene [voornaam 1] hem zou helpen. Op zijn, [betrokkene 3], naam zou een boerderij worden gekocht en die [voornaam 1] zou hem financieel helpen met een eventuele verbouwing. [voornaam 2] is bij hem thuis geweest en toen heeft hij een aantal maal een handtekening gezet. Dat waren papieren van de Rabobank, die waren bedoeld voor de koop van een boerderij in Woudbloem. Hij werd vervolgens gebeld door [voornaam 1] die zei dat de papieren die hij thuis getekend had niet goed waren en dat hij om nieuwe papieren te ondertekenen naar Honselersdijk moest komen. Die [voornaam 1] heeft hem gezegd dat hij de papieren moest ondertekenen. Daarna nam hij de papieren mee. Op enig moment werd hij door Indische [voornaam 2] gebeld dat hij mee moest naar Groningen, naar de Rabobank. In de auto kreeg hij de papieren en zag hij een loonstrook op zijn naam. Hij wist dat die vals was. Hij heeft nooit loon ontvangen van [bedrijf 3].69

Uit het dossier blijkt dat [betrokkene 10] voornoemd tot 1 juli 2009 bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 3] was.70 [betrokkene 10] heeft verklaard dat hij bij [bedrijf 3] als katvanger heeft gefungeerd, dat in dit [bedrijf 7]een personeel in dienst is geweest en dat [medeverdachte 2] met dit [bedrijf 2] bij hem was gekomen.71 De hiervoor genoemde werkgeversverklaring kent hij niet en hij heeft deze niet ondertekend. [betrokkene 3] kent hij wel en hij heeft deze wel eens naar McDonalds in Wateringseveld gereden. Daar was meestal [medeverdachte 2] of verdachte aanwezig. Zij spraken dan met elkaar. 72

Op grond van het voorgaande staat vast dat de salarisspecificatie en de werkgeversverklaring op basis waarvan de Rabobank werd bewogen tot het aangaan van een hypothecaire lening, vals zijn. Als gevolg van dit samenweefsel van verdichtsels is de Rabobank bewogen tot de afgifte van het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag van 348.900 euro, waaronder 71.400 euro aan bouwdepot.

Wie is hierbij betrokken?

Uit de hiervoor reeds weergegeven verklaring van [betrokkene 3] in combinatie met de verklaring van [betrokkene 10], leidt de rechtbank af dat de Indische [voornaam 2] die [betrokkene 3] noemt en [medeverdachte 2] één en dezelfde persoon zijn. De rechtbank constateert dat ook in deze werkgeversverklaring sprake is van een "Vaste maandag". De rechtbank verwijst naar hetgeen zij hierover reeds heeft overwogen.

[betrokkene 3] heeft voorts verklaard dat de [voornaam 1] over wie hij heeft verklaard [voornaam 1] [achternaam verdachte] heette73. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij wel [voornaam 1] wordt genoemd.74 Gelet hierop en mede gelet op voormelde verklaring van [betrokkene 10] over de gesprekken van [betrokkene 3] met verdachte in de McDonalds in Wateringseveld, kan het niet anders dan dat verdachte en de persoon die [betrokkene 3] aanduidt als [voornaam 1] [achternaam verdachte], ook één en dezelfde persoon zijn. Uit de verklaring van [betrokkene 3] volgt voorts dat verdachte ook actief betrokken was bij de aankoop. Hij ging immers bij de notaris mee naar binnen en hij had van tevoren tegen [betrokkene 3] gezegd dat [betrokkene 3] zoveel mogelijk zijn mond moest houden en dat hij, verdachte, het woord zou doen. De sleutels die [betrokkene 3] bij het ondertekenen van de koopakte en de hypotheekakte van de notaris heeft gekregen heeft hij, aldus nog steeds [betrokkene 3], meteen afgegeven aan verdachte.75 De verklaring van [betrokkene 3] op dit punt wordt in voldoende mate ondersteund door de verklaring van [betrokkene 4]. [betrokkene 4] is volgens zijn verklaring in februari 2009 voor verdachte gaan werken. Hij heeft verklaard dat hij op verzoek van verdachte aanwezig is geweest bij het gesprek dat [betrokkene 3] had bij de Rabobank in Veendam. [betrokkene 3] was tevoren door verdachte geïnstrueerd.76 [betrokkene 4] heeft over [betrokkene 3] vragen gesteld aan verdachte. Verdachte zei toen dat dit een werknemer was en dat hij op de loonlijst stond van een [bedrijf 23] waar verdachte iets over te zeggen had.77

Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte in nauwe samenwerking met [medeverdachte 2] en [betrokkene 3] bij de oplichting van de Rabobank betrokken is geweest, waarbij [betrokkene 3] is opgetreden als katvanger.

Zijn de facturen vals?

Zoals hiervoor reeds weergegeven, heeft [betrokkene 10] verklaard dat [bedrijf 3] geen personeel in dienst had. Hij was bestuurder enig aandeelhouder van [bedrijf 3] tot 1 juli 2009. Uit het dossier blijkt dat hij in die hoedanigheid is opgevolgd door [bedrijf 11].78 Van deze vennootschap staat [bedrijf 18] (hierna "[bedrijf 18]") als bestuurder geregistreerd van 5 mei 2009 tot 7 september 2009.79 De hiervoor reeds genoemde [betrokkene 15] heeft verklaard dat hij tot 12 mei 2010 bestuurder is geweest van [bedrijf 18].80 Voor zover hij wist had [bedrijf 3] geen activiteiten.81 Nu daarnaast door [aangever 2] voornoemd is verklaard dat de Rabobank bij een bezoek aan de woning eind juli 2009 heeft geconstateerd dat er in het geheel geen verbouwingen waren uitgevoerd,82 kan de conclusie geen andere zijn dan dat de onderhavige facturen vals zijn.

Wie is hierbij betrokken?

[betrokkene 15] heeft tevens verklaard dat hij via verdachte [bedrijf 11] heeft overgenomen en dat onder [bedrijf 11] een groot aantal vennootschappen van verdachte zijn gehangen. Hij ging met [medeverdachte 1] naar de kamer van koophandel in Den Haag, Delft en Naaldwijk om dit zo te laten registreren. [medeverdachte 1] zorgde dat de papieren in orde waren. [betrokkene 15] kreeg van verdachte, aldus zijn verklaring, € 500,- contant voor elke vennootschap. Het feitelijk beheer lag bij verdachte. [betrokkene 15] had geen boekhouding of inlogcodes om bij de belasting aangifte te doen en evenmin had hij de beschikking over bankrekeningen. Een van de vennootschappen waarop hij doelt is [bedrijf 3].83 [betrokkene 3] heeft verder verklaard dat hij de bankpasjes van de Rabobank en de ING die hij op zijn adres in Rotterdam kreeg, meteen nadat hij de handtekening had gezet met de bijbehorende pincodes moest afgeven aan Indische [voornaam 2], van wie de rechtbank zojuist al heeft vastgesteld dat hiermee [medeverdachte 2] wordt bedoeld. Deze Indische [voornaam 2] heeft hem gezegd dat verdachte die pincodes nodig had om het bouwdepotgeld ervan af te halen en zijn zogenaamde salaris te storten. Dat zouden ze ook weer opnemen.84

[betrokkene 4] heeft verder verklaard dat hij weet dat verdachte officieel niets op zijn naam heeft staan, maar dat [bedrijf 3] wel een bedrijf van verdachte is. Voorts geeft hij aan dat [medeverdachte 2] altijd werkte in opdracht van verdachte. Verdachte was echt de baas.85 [betrokkene 3] was een katvanger.86

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat verdachte het ook bij [bedrijf 3] voor het zeggen had en dat hij in nauwe samenwerking met [medeverdachte 2] de fraude met het bouwdepot heeft gepleegd.

De rechtbank wordt ook hier in haar overtuiging gesterkt door de constatering dat van de door de Rabobank in de periode van 17 juli 2009 tot 22 juli 2009 gestorte bedragen € 80.400,- is overgeboekt naar twee rekeningen op naam van [medeverdachte 2], alsmede een rekening ten name van [bedrijf 19] (hierna "[bedrijf 19]"). Van dit bedrag is uiteindelijk € 75.350,00 contant opgenomen.87 Volgens [betrokkene 17] is [bedrijf 19] een [bedrijf 22] van verdachte88 en volgens [betrokkene 11] en anderen was [medeverdachte 2] de boodschappenjongen van verdachte en gaf verdachte hem opdrachten en orders.89 Ook hier blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat in ieder geval een deel van de gelden aan [medeverdachte 2] en verdachte ten goede is gekomen.

d. [pand d]

Inleiding

[betrokkene 4] voornoemd heeft op 12 april 2009 een hypotheekaanvraag gedaan bij de Direktbank (een onderdeel van Fortis Bank Nederland) voor het pand [pand d] (hierna "de woning").90 In verband hiermee is een werkgeversverklaring verstrekt waarop staat vermeld91:

Gegevens werkgever

[bedrijf 4]

[ adres bedrijf 4]

Gegevens werknemer

[betrokkene 4]

In dienst sinds 1 januari 2009

Functie: manager

Aard van het dienstverband

Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd

Inkomen

Bruto jaarsalaris € 36.000

Vakantietoeslag € 2.880,-

Vaste maandag € 3.000,-

Hierbij is tevens een kopie van een salarisspecificatie92 alsmede een offerte voor de verbouwing van wederom [bedrijf 3] die door [betrokkene 4] voor akkoord is ondertekend93, overgelegd. De werkgeversverklaring is namens [bedrijf 4] (hierna "[bedrijf 4]") op 30 maart 2009 te Honselersdijk ondertekend met de naam '[medeverdachte 3]' en voorzien van een firmastempel.

Op 17 april 2009 heeft de Direktbank een hypothecaire lening aangeboden ten bedrage van € 165.000,-. Deze offerte is door [betrokkene 4] 'voor akkoord' ondertekend.94 Een bedrag van € 50.000,- bleef in een depot ten behoeve van de verbouwing. [aangever 3], die op 27 oktober 2009 namens de Fortis Bank NV aangifte heeft gedaan van oplichting en valsheid in geschrifte, heeft verklaard dat aan [betrokkene 4] op grond van de verstrekte gegevens de gevraagde hypothecaire financiering is verstrekt. Vervolgens ontving de Direktbank van [betrokkene 4] voornoemd drie verzoeken tot uitbetaling uit het bouwdepot welke betalingen respectievelijk op 1 juni 2009 (€ 30.000,-), 9 juni 2009 (€ 10.000,-) en 18 juni 2009

(€ 10.000,-) hebben plaatsgevonden op de ING rekening van [bedrijf 3].95. Bij deze verzoeken zijn nota's gevoegd van [bedrijf 3], welke door [betrokkene 4] voor akkoord zijn ondertekend.96

Zijn de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie vals?

[betrokkene 4] heeft verklaard dat hij privé dik in het rood stond en dat verdachte samen met de reeds genoemde [betrokkene 12] toen met een oplossing kwam. Hij zou de woning kopen, laten verbouwen en met winst verkopen. Voor de hypotheek van het pand had hij een werkgeversverklaring nodig en die is geregeld door verdachte of [medeverdachte 2]. Het stuk is opgemaakt door [medeverdachte 2] want hij herkent het handschrift. Hij vond het wel raar dat de salarisstrook en werkgeversverklaring was opgemaakt door [bedrijf 4] want hij werkte bij [bedrijf 16]. Hij wist dat de stukken niet klopten.97

Uit het dossier blijkt voorts dat tot 1 mei 2009 [bedrijf 6] (hierna "[bedrijf 6]") bij de Kamer van Koophandel stond ingeschreven als bestuurder enig aandeelhouder van [bedrijf 4]. Vanaf 1 mei 2009 werd [bedrijf 6] vervangen door [bedrijf 11]. 98 Bestuurder, enig aandeelhouder van [bedrijf 6] in de periode 24 april 2009 tot 1 mei 2009 was wederom [betrokkene 10].99 [betrokkene 10] heeft verklaard dat hij [bedrijf 6] heeft gekocht van [medeverdachte 3] maar dat hij niets betaald heeft. Hij heeft er ook niets voor gekregen. Af en toe kreeg hij zakgeld van verdachte. Ook bij dit [bedrijf 8] heeft hij als katvanger gediend. [medeverdachte 1] ging mee naar de Kamer van Koophandel en hij trad op voor [medeverdachte 3].100 [medeverdachte 3] heeft voorts verklaard dat hij de werkgeversverklaring niet heeft opgemaakt; dat heeft [medeverdachte 2] gedaan.101

Op grond van het voorgaande staat vast dat de salarisspecificatie en de werkgeversverklaring op basis waarvan de Direktbank werd bewogen tot het aangaan van een hypothecaire lening, vals zijn. Als gevolg van dit samenweefsel van verdichtsels is de Direktbank bewogen tot de afgifte van het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag van 165.000 euro, waaronder 50.000 euro aan bouwdepot.

Wie is hierbij betrokken?

Gelet op de hiervoor reeds vermelde verklaringen van [betrokkene 4] en [medeverdachte 3] is de rechtbank van oordeel dat verdachte in nauwe samenwerking met [medeverdachte 2] en [betrokkene 4] de oplichting van de Direktbank heeft gepleegd, waarbij [betrokkene 4] is opgetreden als katvanger voor verdachte en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 2] zich de valse hoedanigheid van werkgever van [betrokkene 4] heeft aangemeten. Voor wat betreft de betrokkenheid van [medeverdachte 2] vindt de rechtbank daartoe nog een extra bevestiging in de omstandigheid dat in de werkgeversverklaring wederom wordt vermeld "Vaste maandag". De rechtbank verwijst naar hetgeen zij hiervoor reeds over deze slordigheid heeft overwogen.

Zijn de facturen vals?

Uit het dossier blijkt dat [betrokkene 18] tot 25 juni 2009 bestuurder enig aandeelhouder van [bedrijf 3] is geweest.102 In het dossier bevindt zich een brief van [betrokkene 19] aan de belastingdienst waarin deze aangeeft dat [betrokkene 18] door verdachte werd gebruikt als katvanger om tijdelijk bedrijven te parkeren voor verdere verkoop of iets anders.103 Volgens [betrokkene 11] is [betrokkene 19] jarenlang zijn boekhouder geweest.104 Gelet hierop gaat de rechtbank ervan uit dat [betrokkene 19] met kennis van zaken spreekt. Uit voormelde brief leidt de rechtbank af dat [betrokkene 18] bij [bedrijf 3] dezelfde functie had als [betrokkene 10] ná hem. Er zijn voorts geen aanwijzingen in het dossier dat [bedrijf 3], anders dan reeds overwogen, in de onderhavige periode wel activiteiten heeft ontplooid. Hierbij past dat uit de verklaring van de aangever blijkt dat een medewerker van Fortis de woning heeft bezocht en heeft geconstateerd dat er geen verbouwing/verbetering aan de woning heeft plaatsgevonden.105 Dat sluit voorts aan op de verklaring van [betrokkene 4] die immers heeft verklaard dat hij op verzoek van [medeverdachte 2] een blanco papier heeft getekend van [bedrijf 3] en later zag dat dit was ingevuld met gegevens voor zogenaamde werkzaamheden aan het pand. Het pand is gestript maar nooit verbouwd, aldus [betrokkene 4] en er hebben 5 mensen, hij denkt Polen, in gewoond.106 Wel heeft [betrokkene 11] verklaard dat hij de woning voor een deel heeft verbouwd maar is hij, omdat niet alle facturen werden betaald, gestopt met verbouwen.107 Gelet op voormelde verklaringen van aangever en [betrokkene 4] gaat de rechtbank aan deze verklaring van [betrokkene 11] voorbij. Hierbij weegt ook mee dat uit het dossier niet blijkt dat [betrokkene 11] bij [bedrijf 3] werkzaam is geweest.

Onder deze omstandigheden kan ook met betrekking tot deze woning de conclusie geen andere zijn dan dat geen verbouwingswerkzaamheden hebben plaatsgevonden en dat de onderhavige facturen vals zijn.

Wie is hierbij betrokken?

Zoals reeds aangegeven heeft [betrokkene 4] verklaard dat het idee om de woning op zijn naam te zetten onder meer van verdachte kwam. Hij heeft voorts verklaard dat verdachte hem heeft toegezegd dat hij hiervoor € 4.000,- betaald zou krijgen. Dit bedrag heeft hij ook gekregen en hij wist dat dat geld afkomstig was van het uitbetaalde bouwdepot.108 Hij heeft op verzoek van verdachte of [medeverdachte 2] of [betrokkene 12] bij de ABN Amro een rekening geopend ten behoeve van de woning. Hij moest de pas, pincode en reader inleveren en heeft deze op het bureau van [medeverdachte 2] gelegd. Zoals al eerder overwogen heeft hij verklaard dat [bedrijf 3] een bouw[bedrijf 9] is van verdachte.109

Uit het dossier blijkt voorts dat van het door de Direktbank op 5 juni 2009 op de rekening van [bedrijf 3] bijgeschreven bedrag van € 30.000,- op dezelfde dag € 11.000,- is overgeboekt naar een rekening ten name van [betrokkene 10] en € 15.000,- naar een rekening ten name van [medeverdachte 2].110 Laatstgenoemd bedrag is vervolgens direct overgeboekt naar een rekening ten name van [betrokkene 16], de echtgenote van verdachte.111 [betrokkene 10] heeft in dit verband verklaard dat hij weet dat het geld dat op zijn rekening bij de ING ([rekeningnr betrokkene 10]) werd gestort onder meer afkomstig was van [bedrijf 3]. Hij heeft dit steeds contant opgenomen waarna hij het, onder inhouding van € 250,- aan [medeverdachte 2] afdroeg. Hij heeft zijn privérekening laten gebruiken door [medeverdachte 2] en verdachte. Volgens [betrokkene 10] zei verdachte tegen hem: "Doe niet zo kinderachtig, een privé-rekening, daar wordt niet naar gekeken, een zakelijke rekening wel.112 Ten aanzien van dit pand heeft mitsdien eveneens te gelden dat in ieder geval een deel van de gelden aan [medeverdachte 2] en verdachte dan wel aan hen gelieerde personen ten goede is gekomen.

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat verdachte wederom in nauwe, bewuste en volledige samenwerking met [medeverdachte 2] de fraude met dit bouwdepot heeft gepleegd. Een samenwerking die erin is uitgemond dat in ieder geval een deel van de gelden aan verdachte en [medeverdachte 2] dan wel aan aan hen gelieerde personen ten goede is gekomen.

e. [pand e]

Inleiding

[betrokkene 5] heeft op 9 april 2009 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot de woning [pand e] (hierna "de woning").113 Ten behoeve van de hypotheekaanvraag gedaan bij de Rabobank West-Zeeuws-Vlaanderen (hierna de Rabobank) is een werkgeversverklaring verstrekt waarop staat vermeld114:

Gegevens werkgever

[bedrijf 5]

[adres [bedrijf 5]

Gegevens werknemer

[betrokkene 5]

In dienst sinds 1 januari 2009

Functie: uitvoerder

Aard van het dienstverband

Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd

Inkomen

Bruto jaarsalaris € 44.424,-

Vakantietoeslag € 3.53,92

Vaste maandag € 3.702,-

Hierbij zijn tevens vier kopieën van een salarisspecificatie115 alsmede een offerte voor de verbouwing van [bedrijf 3] die door [betrokkene 5] voor akkoord is ondertekend 116, overgelegd. De werkgeversverklaring is namens [bedrijf 5] (hierna "[bedrijf 5]") op 28 april 2009 te Bergschenhoek ondertekend met de naam '[betrokkene 10]' en voorzien van een firmastempel.

Op 18 mei 2009 heeft de Rabobank een hypothecaire lening aangeboden ten bedrage van € 235.500,-. Deze offerte is door [betrokkene 5] op 22 mei 2009 'voor akkoord' ondertekend.117 Op 4 juni 2009 is de hypotheekakte met de woning als onderpand voor de notaris gepasseerd.118 [aangever 2], die op 30 september 2009 namens de Rabobank aangifte heeft gedaan van oplichting en valsheid in geschrifte, heeft verklaard dat aan [betrokkene 5] op grond van de verstrekte gegevens de gevraagde hypothecaire financiering is verstrekt. Vervolgens heeft de Rabobank op basis van twee door [betrokkene 5] voor akkoord getekende nota's van [bedrijf 3] gedateerd respectievelijk 2 juni 2009 en 13 juni 2009, een bedrag van respectievelijk € 21.900,- en € 24.700,- uit het bouwdepot overgemaakt op de rekening van [bedrijf 3].119

Zijn de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie vals?

[betrokkene 5] heeft tegenover de FIOD verklaard dat hij via een kennis in contact is gekomen met [betrokkene 20] en dat deze hem voorstelde een pand op zijn naam te laten zetten waar een wietplantage in zat. [betrokkene 20] heeft hem meegenomen naar Den Haag om papieren te tekenen. Hij werd gebracht naar de [adres kantoor verdachte] en daar ontmoette hij een Indonesische man [voornaam 2]. Hem is verteld dat die bij de belastingdienst had gewerkt. Er moest gewacht worden op [voornaam 1].120 Hij is met [betrokkene 4] naar Zeeland gegaan, naar de notaris. Op de koopovereenkomst voor het pand [pand e] staat zijn handtekening, aldus [betrokkene 5]. De naam [bedrijf 5] zegt hem niets, hij heeft hier nooit gewerkt. Ook de naam [betrokkene 10] zegt hem niets. De salarisspecificaties over de maanden januari 2009 tot en met april 2009 zijn hem onbekend.121

Zijn verklaring wordt ondersteund door de verklaring van [betrokkene 4] die immers heeft verklaard dat hij zich weliswaar niet heeft bemoeid met de verkoop van de woning maar dat hij [betrokkene 5] hiervoor wel naar de notaris heeft gereden. [betrokkene 4] herkent voorts de werkgeversverklaring. Hij herkent op dat stuk het handschrift van [medeverdachte 2].122

Uit het dossier blijkt verder dat [betrokkene 10] van 16 maart 2009 tot 1 juni 2009 heeft ingeschreven gestaan als bestuurder van [bedrijf 5].123 Volgens [betrokkene 10] is hij ook voor [bedrijf 5] opgetreden als katvanger. Waarschijnlijk is ook dit via [medeverdachte 2] gegaan. [medeverdachte 1] was mee naar de Kamer van Koophandel toen [bedrijf 5] op zijn naam werd overgeschreven. Hij heeft geen stukken opgemaakt voor dit bedrijf.124 [betrokkene 15] heeft voorts verklaard dat een van de besloten vennootschappen van verdachte die onder [bedrijf 11] zijn gehangen, [bedrijf 5] was. Toen hij medio 2009 werd gebeld door de ABN-Amrobank die vroeg naar werkgeversverklaringen met betrekking tot [bedrijf 5] in verband met verstrekte hypotheken, heeft hij gezegd dat dat complete onzin was want [bedrijf 5] had geen activiteiten en geen personeel.125 Ook [betrokkene 13] geeft aan dat dit bedrijf van verdachte is. Hij is zelf op het adres geweest waar dit bedrijf volgens de Kamer van Koophandel gevestigd is. Volgens [betrokkene 13] was daar een loods waar geen activiteiten in plaatsvonden.126

Op grond van het voorgaande staat vast dat de salarisspecificatie en de werkgeversverklaring op basis waarvan de Rabobank werd bewogen tot het aangaan van een hypothecaire lening, vals zijn. Als gevolg van dit samenweefsel van verdichtsels is de Rabobank bewogen tot de afgifte van het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag van 253.500 euro, waaronder 46.600 euro aan bouwdepot.

Wie is hierbij betrokken?

Uit voormelde verklaringen volgt dat ook met betrekking tot deze woning verdachte in nauwe samenwerking met [medeverdachte 2] en [betrokkene 5] de oplichting van de Rabobank heeft gepleegd, waarbij [betrokkene 5] is opgetreden als katvanger voor verdachte en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 2] zich de valse hoedanigheid van werkgever van [betrokkene 5] heeft aangemeten. Ook hier vindt de rechtbank voor wat betreft de betrokkenheid van [medeverdachte 2] nog een extra bevestiging in de omstandigheid dat in de werkgeversverklaring wordt vermeld "Vaste maandag". De rechtbank verwijst naar hetgeen zij hiervoor daaromtrent reeds heeft overwogen.

Zijn de facturen vals?

[betrokkene 5] heeft de handtekening op zowel de offerte van [bedrijf 3] als de hiervoor genoemde facturen van [bedrijf 3] herkend als zijn handtekening. Hij heeft echter nooit een verbouwing aangevraagd of er opdracht voor gegeven, zo heeft hij verklaard.127

[betrokkene 10] voornoemd is vanaf 25 juni 2009 tot 1 juli 2009 bestuurder/enig aandeelhouder van [bedrijf 3] is geweest. In de periode van 17 december 2008 tot 25 juni 2009 was dat de reeds genoemde [betrokkene 18].128 Zoals hiervoor al overwogen gaat de rechtbank ervan uit dat [betrokkene 18] bij [bedrijf 3] dezelfde functie had als [betrokkene 10] ná hem en er zijn geen aanwijzingen in het dossier dat [bedrijf 3] in de onderhavige periode wel activiteiten heeft ontplooid. Hierbij past dat uit de verklaring van de aangever blijkt dat bij een bezoek aan de woning is geconstateerd dat er geen verbouwing/verbetering aan de woning heeft plaatsgevonden.129

Gelet hierop kan ook met betrekking tot deze woning de conclusie geen andere zijn dan dat er geen verbouwingen hebben plaatsgevonden en dat de onderhavige facturen vals zijn.

Wie is erbij betrokken?

[betrokkene 5] heeft verklaard dat hij van [betrokkene 20] heeft hij gehoord dat de achternaam van de [voornaam 1] waarover hij heeft verklaard, [achternaam verdachte] was.130 [betrokkene 4] heeft voorts verklaard dat hij [betrokkene 5] naar de notaris heeft gebracht op verzoek van verdachte. Ook [betrokkene 5] is een katvanger, aldus [betrokkene 4].131

Gelet op de hiervoor reeds vastgestelde betrokkenheid van verdachte en [medeverdachte 2] bij zowel [bedrijf 5] als [bedrijf 3], dient de conclusie te luiden dat verdachte ook bij deze woning in nauwe samenwerking met [medeverdachte 2] de fraude met het bouwdepot heeft gepleegd.

Hierbij past dat van het bedrag dat door de Rabobank vanuit het bouwdepot op 5 juni 2009 op de bankrekening van [bedrijf 3] is bijgeschreven, op diezelfde datum een bedrag van € 12.000,- wordt overgeboekt naar een rekening op naam van [bedrijf 19] en twee bedragen van respectievelijk € 1.000,- en € 8.800,- naar een rekening ten name van [medeverdachte 2]. Door [bedrijf 19] wordt daarna een bedrag van € 9.900,- overgemaakt naar een rekening ten name van [medeverdachte 2]. De aldus overgemaakte bedragen worden vervolgens contant opgenomen. Nadat op 18 juni 2009 een bedrag van € 24.700,- wordt bijgeschreven op de rekening van [bedrijf 3], wordt vervolgens wederom een bedrag van € 12.000,- overgeboekt naar een rekening van [bedrijf 19], een bedrag van € 6.300,- naar een rekening op naam van [medeverdachte 2] en een bedrag van € 6.400,- naar een rekening ten name van [betrokkene 10]. Alle bedragen worden daarna weer contant opgenomen.132 Ook hier weegt de rechtbank mee dat [betrokkene 10] heeft verklaard dat hij wist dat er bedragen van [bedrijf 3] op zijn rekening werden bijgeschreven en dat hij het geld contant heeft opgenomen en heeft afgedragen aan [medeverdachte 2] (onder inhouding van € 250,- per keer).133

Uit het dossier blijkt voorts dat [medeverdachte 2] in maart 2009 bestuurder is geweest van [bedrijf 19].134 Verder heeft [betrokkene 5] verklaard dat verdachte de grote man was135 en dat hij enkele weken na de koop van de woning van verdachte € 3.000,- heeft gekregen.136

Ook met betrekking tot deze woning komt de rechtbank tot de conclusie dat in ieder geval een deel van de gelden aan [medeverdachte 2] en verdachte ten goede is gekomen.

Feit 2 - aangiften inkomstenbelasting [betrokkene 6], [betrokkene 7], [betrokkene 8] en [meisjesnaam betrokkene 2]

Het onder dit feit gemaakte verwijt aan het adres van verdachte houdt in dat hij voor meerdere personen ([betrokkene 6], [betrokkene 7], [betrokkene 8] en [meisjesnaam betrokkene 2]) aangiften inkomstenbelasting heeft gedaan met het doel om belastingteruggaven te krijgen waar geen recht op heeft bestaan. Hiertoe zouden op de aangiften gefingeerde looninkomsten en ingehouden loonheffingen zijn opgenomen en valse jaaropgaven, een valse werkgeversverklaring en een valse salarisspecificatie aan de Belastingdienst zijn overgelegd.

In het navolgende zullen de aangiften en daarbij behorende stukken worden weergegeven en zal aan de orde komen dat deze valselijk in strijd met de waarheid zijn opgemaakt. Vervolgens zal de betrokkenheid van verdachte en anderen worden besproken.

Zijn de aangiften vals?

I. [betrokkene 6]

Op naam van [betrokkene 6] (met burgerservicenummer [nr betrokkene 6]) is op 2 februari 2010 en met gebruikmaking van DigiD de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2005 elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst.137 Op de aangifte staat een bedrag aan loon uit arbeid vermeld van € 9.080,- en een bedrag aan ingehouden loonheffing van € 3.084,-. Het totaal aan arbeidskorting loonheffing is volgens de aangifte € 0,-.138

Bij brief van 25 juli 2010 is een brief aan de Belastingdienst gezonden met de navolgende inhoud:

"Geachte heer [medewerker belastingdienst 1],

Via deze weg stuur ik de jaaropgaven van het jaar 2005 tot en met 2009 naar u toe. Tot mijn spijt deel ik u mede dat ik geen bankafschriften kan overleggen, omdat ik de betalingen deels contant en deels in natura zijn geweest.

Ik hoop u voldoende ingelicht te hebben,

Hoogachtend,

[betrokkene 6]"139

Bij deze brief is onder meer een jaaropgaaf gevoegd over het jaar 2005 op naam van het bedrijf [bedrijf 20], met daarop een bedrag van € 9.080,- aan fiscaal loon, een bedrag van € 3.084,- aan loonheffing en een bedrag van € 0,- aan arbeidskorting.140

Over (onder meer) de nihil bedragen op de onderzochte aangiften inkomstenbelasting heeft getuige [medewerker belastingdienst 2], medewerkster van de Belastingdienst, verklaard dat op verschillende aangiften een te hoog bedrag aan loonheffing stond vermeld waarbij geen rekening was gehouden met de diverse heffingskortingen. Dit veronderstelt dat er geen loonbelastingtabel is toegepast op de looninkomsten. Want in de loonbelastingtabellen is al rekening gehouden met heffingskortingen. Ook staat op verschillende aangiften de rubriek arbeidskorting loonheffing niet ingevuld.141

Dat in de aangifte van [betrokkene 6] niet genoten loon en niet afgestane loonheffing staat vermeld en dat daarbij een valse jaaropgave is overgelegd, volgt verder uit de verklaring van [betrokkene 6] dat zij nooit heeft gewerkt en [bedrijf 20] niet kent. Zij heeft ook nooit aangiften ingediend, zij heeft nog nooit een DigiD-code aangevraagd en zij kent de brief aan de Belastingdienst niet. Verder weet zij niets van jaaropgaven over 2005 tot en met 2009, behalve dan dat ze vals zijn.142 Deze verklaring wordt ondersteund door de gegevens die bekend zijn bij de Belastingdienst, namelijk dat niets bekend is over looninkomsten en ingehouden loonheffing ten aanzien van [betrokkene 6].143 De conclusie is dan ook dat, nu deze is gebaseerd op valse stukken, de aangifte inkomstenbelasting op naam van [betrokkene 6] valselijk in strijd met de waarheid is opgemaakt en ingediend.

II. [betrokkene 7]

Op naam van [betrokkene 7] (met burgerservicenummer [nr betrokkene 7]) is op 16 februari 2010 de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2006 elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst. De aangifte is verzonden met een softwarepakket in gebruik bij [bedrijf 7] (hierna: [bedrijf 7]).144 Op de aangifte staat een bedrag aan loon uit arbeid vermeld van € 20.794,- en een bedrag aan ingehouden loonheffing van € 7.376,-.145

Bij brief van 26 september 2010 is een brief aan de Belastingdienst gezonden met de navolgende inhoud:

"Geachte mevrouw [medewerker belastingdienst 3],

Naar aanleiding van uw brieven van 16 september 2010, met uw verzoek om de jaaropgaven over de jaren 2005, 2006 en 2007, toe te sturen, doe ik u bij deze toekomen.

Met vriendelijke groet,

[betrokkene 7]"146

Bij deze brief is onder meer een jaaropgaaf gevoegd over het jaar 2006 op naam van het bedrijf [bedrijf 21], met daarop een bedrag van € 20.794,- aan fiscaal loon, een bedrag van € 7.376,- aan loonheffing en een bedrag van € 0,- aan arbeidskorting.147 Voor dat laatste bedrag is ook hier de verklaring van getuige [medewerker belastingdienst 2] van de Belastingdienst relevant.

Ook ten aanzien van [betrokkene 7] is bij de Belastingdienst niets bekend over looninkomsten en ingehouden loonheffingen148 en hij heeft zelf verklaard nooit in loondienst te hebben gewerkt149, ook niet voor [bedrijf 21]. Hij heeft verder verklaard dat hij de brief aan de Belastingdienst niet herkent, dat de daarop geplaatste handtekening niet zijn handtekening is en dat de daarbij overgelegde jaaropgaven vals zijn.150

De op de jaaropgaaf over het jaar 2006 gebaseerde aangifte inkomstenbelasting is derhalve valselijk in strijd met de waarheid opgemaakt en ingediend.

III. [betrokkene 8]

Op naam van [betrokkene 8] (met burgerservicenummer [nr betrokkene 8]) is op 30 januari 2007 en met gebruikmaking van DigiD de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2006 elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst.151 Op de aangifte staan twee namen van werkgevers of uitkeringsinstanties genoemd, te weten: 1. [bedrijf 23] en 2. [bedrijf 22]. Op de aangifte staan verder bedragen aan loon uit arbeid vermeld van 1. € 7.162,- en 2. € 28.128,- en bedragen aan ingehouden loonheffing van 1. € 968,- en 2. € 10.416,-. Het totaal aan arbeidskorting loonheffing is volgens de aangifte € 1.484,-.152

Weliswaar is [betrokkene 8] niet gehoord over deze aangifte, maar de rechtbank gaat er ook bij deze aangifte vanuit dat daarin gefingeerde bedragen zijn opgenomen. Bij de Belastingdienst is immers ook ten aanzien van [betrokkene 8] niets bekend over looninkomsten en ingehouden loonheffingen.153 Voorts rijmen deze gegevens van de Belastingdienst met de verklaring van [betrokkene 21], ten aanzien van wie ook aangiften inkomstenbelasting zijn onderzocht, dat zij niet weet van werkzaamheden van [roepnaam betrokkene 8] ([betrokkene 8]) - de zoon van haar man [betrokkene 17]154 - voor [bedrijf 22]155. Hierbij past dat [getuige 1]156, [getuige 2]157, [getuige 3]158 en [getuige 4]159, allen werknemers van [bedrijf 22], hebben verklaard de naam [achternaam betrokkene 8 en 17] niet te kennen.

IV. [meisjesnaam betrokkene 2]

Op naam van [meisjesnaam betrokkene 2] (met burgerservicenummer [nr betrokkene 2]) is op 18 februari 2010 en met gebruikmaking van DigiD de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2009 elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst.160 Op de aangifte staat een bedrag aan loon uit arbeid vermeld van € 39.735,- en een bedrag aan ingehouden loonheffing van € 15.149,-. Het totaal aan arbeidskorting loonheffing is volgens de aangifte (net als bij [betrokkene 6] en [betrokkene 7]) € 0,-. De naam van de werkgever staat niet op de aangifte vermeld.161

Zoals bij feit 1 (hypotheekfraude), pand [pand b], al aan de orde is gekomen, bevindt zich ten aanzien van [betrokkkene 2] in het dossier wel een werkgeversverklaring van [bedrijf 2], op 8 januari 2009 ondertekend door [medeverdachte 2] te Amsterdam, inhoudende dat [betrokkene 2] in de functie van manager een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft met [bedrijf 2] met als bruto jaarsalaris € 75.459,60, een vakantietoeslag van € 6.036,77 en een vaste 13e "maandag" van € 6.288,30 162, alsmede een salarisspecificatie van [bedrijf 2] van 28 februari 2009 voor wat betreft loon over februari 2009.163 Aansluitend op hetgeen daar ten aanzien van deze werkgeversverklaring en salarisspecificatie al is overwogen, te weten dat deze stukken vals zijn, is eveneens de conclusie gerechtvaardigd dat de daarop gebaseerde aangifte inkomstenbelasting valselijk in strijd met de waarheid is ingevuld en ingediend.

Wie is hierbij betrokken?

I., II. en III. [betrokkene 6], [betrokkene 7] en [betrokkene 8]

[betrokkene 6] en [betrokkene 22] hebben een relatie en samen twee kinderen164 en de broer van [betrokkene 22] is [betrokkene 7].165 Uit hun verklaringen volgt dat zij verdachte kennen van de ijshockeyvereniging omdat de zoon van [betrokkene 6] en [betrokkene 22] in hetzelfde team zat als een zoon van verdachte en166 en ook de zoon van [betrokkene 7] ijshockeyde167. [betrokkene 22] heeft verklaard dat '[voornaam 1]' (verdachte) hem had verteld dat er potjes waren waar je recht op had en dat hij vervolgens de gegevens van onder meer zijn broer en schoonzus aan verdachte heeft gegeven.168 [betrokkene 7] heeft vergelijkbaar over verdachte verklaard, namelijk dat hij zijn inkomstenbelasting wilde doen169 en dat hij zijn belastingpapieren voor de jaren 2007 tot en met september 2010 aan verdachte heeft gegeven.170 [betrokkene 6] heeft verklaard dat zij er door verdachte op werd gewezen dat ze recht had op kinderopvangtoeslag, dat verdachte dat zou regelen, dat hij toen haar identiteitsbewijs en bankrekeningnummer heeft gevraagd en dat zij wel eens grote bedragen op haar rekening bijgeschreven heeft gekregen.171

[betrokkene 8] is de zoon van [betrokkene 17].172 [betrokkene 17] heeft verklaard dat hij voor verdachte werkzaamheden heeft verricht en dat verdachte zijn belastingzaken deed en dat zijn post werd verzonden naar het adres [adres bedrijf 7], waar [bedrijf 7] (de rechtbank begrijpt: [bedrijf 7], welk [bedrijf 15] ook bij de aangiften omzetbelasting aan de orde zal komen) kantoor hield.173 [bedrijf 7] - met wiens softwarepakket de aangifte inkomstenbelasting op naam van [betrokkene 7] ook is verzonden - is het administratiekantoor van [medeverdachte 3]174 en [medeverdachte 3] heeft over [bedrijf 7] verklaard dat verdachte de beschikking had over de rekening en de bankpassen van [bedrijf 7].175

Voormelde verklaringen vinden steun in andere bewijsmiddelen. Zo zijn de aangiften inkomstenbelasting ook op andere wijze in verband te brengen met aan verdachte gelieerde bedrijven. De aangiften inkomstenbelasting van [betrokkene 6], [betrokkene 7] en [meisjesnaam betrokkene 2] zijn immers verzonden vanaf het IP-adres van [bedrijf 24] (hierna: [bedrijf 24]), [ip-adres bedrijf 24], welk bedrijf ook bij de aangiften omzetbelasting terug zal komen. Over het bedrijf [bedrijf 24] vermeldt het dossier onder meer dat dit [bedrijf 15] op naam heeft gestaan van [bedrijf 16] - een oude Stichting van [medeverdachte 3]177 - en van [betrokkene 12].178 [betrokkene 12] heeft dan weer verklaard dat hij [bedrijf 24] heeft overgedaan op verdachte179 en dat hij op initiatief van verdachte en met [medeverdachte 1] naar de Kamer van Koophandel is gegaan, waar [bedrijf 24] en [bedrijf 16] van zijn naam zijn overgeschreven op naam van iemand anders.180

Verder zijn teruggaven inkomstenbelasting op naam van [betrokkene 7] en [betrokkene 8] door de Belastingdienst overgemaakt naar een rekening op naam van [bedrijf 7] (zie hiervoor ten aanzien van [bedrijf 7]) en zijn teruggaven inkomstenbelasting op naam van [betrokkene 22], [betrokkene 7] en [betrokkene 6] (de ex-vrouw van [betrokkene 7]181) overgemaakt naar een rekening op naam van [bedrijf 16]182, op welke BV de zojuist weergegeven verklaring van [betrokkene 12] ook slaat. [betrokkene 12] heeft in dit verband nog verklaard dat hij op naam van [bedrijf 16] twee bankrekeningen heeft geopend183 en dat hij de betaalpassen en codes aan verdachte heeft gegeven.184 Dit brengt mee dat aan verdachte in elk geval een deel van de door de Belastingdienst overgemaakte gelden ter beschikking zijn komen te staan.

Bovendien heeft de FIOD bij een doorzoeking in het pand aan [adres 1] - waarover [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dat pand bij [medeverdachte 2] en bij verdachte in gebruik was -185 op 8 maart 2011 twee USB-sticks aangetroffen in een doosje waarin normaalgesproken nietjes zitten. Op die USB-sticks zijn onder meer de jaaropgaven 2005 tot en met 2009 op naam van [betrokkene 6] en de jaaropgaven 2005 tot en met 2009 op naam van [betrokkene 7] aangetroffen, alsmede de brief op naam van [betrokkene 7] van 26 juli 2010 aan de Belastingdienst186 en een lijst met mappen met de namen van diverse personen, onder wie [betrokkene 8].187

Op 7 maart 2011 om 12:58 uur wordt de gebruiker van het toestel met nummer [telefoonnr 1] wiens stem wordt herkend als de stem van [medeverdachte 2] - gebeld door een man over wiens stem een medewerker van de FIOD op ambtsbelofte heeft verklaard dat zij die herkent als de stem van verdachte. De beller (B) en de gebelde (G) voeren vervolgens het volgende gesprek:

B: In je computer. Dat kleine ding. Waar?

G: Naast de printer in het blauwe doosje.

B: Dat kleine stickje, heb ik het over.

G: Naast de printer in het blauwe doosje.188

Enkele minuten later wordt het toestel opnieuw gebeld, ditmaal door een man wiens stem is herkend als die van [medeverdachte 1], de zoon van verdachte. Vervolgens ontspint zich tussen beller en gebelde het volgende gesprek:

B: Waar lag ie nou precies?

G: Naast mijn printer links ligt een doosje waar normaal nietjes in zitten.189

De rechtbank concludeert op basis van de ambtsedige stemherkenning, bezien in samenhang met het feit dat verdachte over een ander telefoongesprek, te weten die van 12 januari 2011 om 14.51 uur (zie hierover nader bij de aangiften omzetbelasting), heeft verklaard dat dat een gesprek is dat hij heeft gevoerd en waar hij ook aan zijn stem is herkend190, dat het inderdaad verdachte is geweest die met [medeverdachte 2] een gesprek heeft gevoerd over een USB-stick met daarop documenten die een cruciale rol spelen in het onderhavige verwijt en die hij kennelijk nodig had.

De naam van [medeverdachte 2] komt ook nog terug in andere verklaringen, bijvoorbeeld in de verklaring van [betrokkene 17] voornoemd, inhoudende dat hij weet dat [medeverdachte 3] de boekhouder is van verdachte en dat [medeverdachte 2] naar zijn weten de belastingspecialist van verdachte is.191 Verder heeft [medeverdachte 3] verklaard dat [medeverdachte 2] meer van de inkomstenbelasting was dan [medeverdachte 3] zelf 192 en [betrokkene 15] heeft eveneens verklaard over de betrokkenheid van [medeverdachte 2] naast verdachte bij het doen van aangiften inkomstenbelasting.193

Conclusie

Uit het voorgaande volgt dat verdachte, als degene aan wie verschillende personen hun belastingzaken uit handen hadden gegeven en aan wie zij hun gegevens hadden verschaft, als degene die het voor het zeggen had in [bedrijf 24] en de beschikking had over de bankpassen van BV's op wiens rekening belastingteruggaven werden gestort en als degene die direct kon beschikken over USB-sticks met daarop valse jaaropgaven en namen van degenen op wiens naam valse aangiften inkomstenbelasting bij de Belastingdienst zijn ingediend, zich schuldig heeft gemaakt aan het doen van die valse aangiften. De verklaringen van [medeverdachte 3], de verklaringen over [medeverdachte 2] en de tap van 7 maart 2011 om 12:58 uur duiden er verder op dat verdachte dit niet alleen maar samen met anderen heeft gedaan.

IV. [meisjesnaam betrokkene 2]

Dezelfde conclusie heeft te gelden voor de aangifte inkomstenbelasting op naam van [meisjesnaam betrokkene 2]. Hiervoor kan worden verwezen naar de weergegeven verklaringen en overwegingen en de daarop gebaseerde conclusie ten aanzien van feit 1 (hypotheekfraude), pand [pand b] Den Haag en de rol van verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] daarbij, en naar de zojuist gegeven overwegingen ten aanzien van de aangiften inkomstenbelasting op naam van [betrokkene 6], [betrokkene 22] en [achternaam betrokkene 8 en 17], waarbij de naam van [meisjesnaam betrokkene 2] bij het gebruikte IP-adres op naam van [bedrijf 24], volgens de verklaring van [betrokkene 12] een BV van verdachte, ook is terug te vinden.

Feit 3 - aangiften omzetbelasting [bedrijf 6], [bedrijf 7], [bedrijf 9] en [bedrijf 5]

Hierbij gaat het nog om vier bedrijven waarbij het verwijt dat verdachte ten aanzien van drie daarvan ([bedrijf 6], [bedrijf 7] en [bedrijf 9]) wordt gemaakt, luidt dat hij samen met een ander of anderen - overwegend met overlegging van valse facturen - niet daadwerkelijk betaalde omzetbelasting als voorbelasting op de aangiften omzetbelasting heeft vermeld. Het verwijt dat verdachte ten aanzien van het bedrijf [bedrijf 5] wordt gemaakt is dat hij samen met een ander of anderen een aangifte omzetbelasting heeft ingediend, terwijl met het [bedrijf 7] geen activiteiten werden verricht.

In het navolgende zullen achtereenvolgens de aangiften, de valsheid van die aangiften en de betrokkenheid van verdachte en anderen bij die aangiften aan de orde komen.

Hoe zien de aangiften eruit?

I. [bedrijf 6]

Ten name van [bedrijf 6] is een aangifte omzetbelasting elektronisch via internet bij de Belastingdienst ingediend. Het gaat dan om de aangifte omzetbelasting over het tijdvak derde kwartaal 2009, binnengekomen bij de Belastingdienst op 30 september 2009 om 11.49 uur.194

In deze aangifte zijn dusdanige bedragen aan totale omzetbelasting en voorbelasting vermeld, dat teruggave is gevraagd van een bedrag van de Belastingdienst, te weten een bedrag van € 155.435,- (opgegeven totale omzetbelasting van € 25.491,- minus voorbelasting van € 180.926,-).195

II. [bedrijf 7] en [bedrijf 9]

Ten name van [bedrijf 7] en [bedrijf 9] (hierna: [bedrijf 9]) zijn aangiften omzetbelasting bij de Belastingdienst ingediend. Het gaat dan om de volgende aangiften:

a. de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 7] over het tijdvak derde kwartaal 2009, elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst op 30 september 2009 om 12.30 uur196,

b. de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 9] over het tijdvak april/mei 2010, per post en op schrift binnen gekomen bij de Belastingdienst op 3 juni 2010197 198,

c. de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 9] over het tijdvak juni 2010, elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst op 30 juli 2010199, alsmede een suppletie aangifte over datzelfde tijdvak200 201,

d. de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 9] over het tijdvak augustus 2010, elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst op 20 september 2010202,

e. de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 9] over het tijdvak september 2010, elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst op 18 oktober 2010203,

f. de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 7] over het tijdvak derde kwartaal 2010, elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst op 21 oktober 2010204 en

g. de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 7] over het tijdvak vierde kwartaal 2010, elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst op 14 januari 2011205.

In deze aangiften zijn dusdanige bedragen aan totale omzetbelasting en/of voorbelasting vermeld, dat steeds teruggave is gevraagd van een bedrag van de Belastingdienst:

a. opgegeven totale omzetbelasting van € 8.327,- minus voorbelasting van € 17.009,- = € 8.682,- 206,

b. opgegeven totale omzetbelasting van € 799,- minus voorbelasting van € 4.914,- = € 4.115,- 207,

c. opgegeven voorbelasting van € 83,- (aangifte van 30 juli 2010)208 plus opgegeven voorbelasting van € 4.329,- (suppletie aangifte)209 210,

d. opgegeven totale omzetbelasting van € 962,- minus voorbelasting van € 9.331,- = € 8.369,-211,

e. opgegeven voorbelasting van € 13.445,-212,

f. opgegeven totale omzetbelasting van € 1.159,- minus voorbelasting van € 3.735,- = € 2.576,-213 en

g. opgegeven totale omzetbelasting van € 1.998,- minus voorbelasting van € 7.953,- = € 5.955,-214.

III. [bedrijf 5]

Ten name van [bedrijf 5] is een aangifte omzetbelasting elektronisch via internet bij de Belastingdienst ingediend. Het gaat dan om de aangifte omzetbelasting over het tijdvak eerste kwartaal 2009, binnengekomen bij de Belastingdienst op 13 april 2009 om 18.24 uur215 via IP-adres [ip-adres 2].

In deze aangifte zijn dusdanige bedragen aan totale omzetbelasting en voorbelasting vermeld, dat teruggave is gevraagd van een bedrag van de Belastingdienst, te weten een bedrag van € 109.354,- (opgegeven totale omzetbelasting van € 77.832,- minus voorbelasting van € 187.186,-).217

Zijn de aangiften vals?

I. [bedrijf 6]

Dat de aangifte ten name van [bedrijf 6] valselijk en in strijd met de waarheid is opgemaakt, leidt de rechtbank af uit de factuur van [bedrijf 25] aan [bedrijf 6] d.d. 28 augustus 2009 voor een bedrag van € 1.059.100,- inclusief € 169.100,- BTW voor de levering van een [bedrijf 25] hydraulische vouwkraan, die ter onderbouwing van deze aangifte aan de Belastingdienst is overgelegd.218 Derdenonderzoek door de Belastingdienst bij het [bedrijf 19][bedrijf 25] heeft immers uitgewezen dat door [bedrijf 25] slechts een pro forma factuur ten behoeve van [bedrijf 6] is opgemaakt en dat levering van het in die factuur opgenomen product niet heeft plaats gevonden.219 [medeverdachte 3] heeft ook verklaard dat hij zijn twijfels had over de juistheid van de facturen in de administratie van [bedrijf 6] omdat er volgens hem nooit zo veel activiteiten in [bedrijf 6] hebben gezeten. Hij heeft de factuur met betrekking tot de hijskraan ingeboekt in de administratie en deze naderhand ook weer tegengeboekt. Hij weet verder dat er speciaal voor de controle van de Belastingdienst was geregeld dat een demonstratie van de hijskraan gegeven zou kunnen worden, welke demonstratie uiteindelijk niet door is gegaan.220 Uit dit alles volgt dat de omzetbelasting als vermeld op deze factuur ten onrechte als voorbelasting op de aangifte over het derde kwartaal 2009 is opgevoerd en dat daarmee (ook) een gefingeerd en/of te hoog bedrag aan terug te vragen omzetbelasting in de aangifte is opgenomen.

II. [bedrijf 7] en [bedrijf 9]

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij de administratie van het bedrijf [bedrijf 7] heeft gedaan221 en dat hij ook de administratie van [bedrijf 9] over het jaar 2010 heeft gedaan.222

Bij de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 9] over het tijdvak april/mei 2010 zijn facturen van [bedrijf 26] van 13 april, 28 april en 21 mei 2010 en een factuur van de [bedrijf 27] van 7 mei 2010 (met een totaal van € 4.914,- aan BTW) gevoegd.223 [medeverdachte 3] heeft verklaard dat deze facturen vals zijn.224 225 Ook bij de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 9] over de tijdvakken juni en augustus 2010 zijn volgens de verklaring van [medeverdachte 3]226 227 facturen overgelegd die vals zijn, namelijk facturen van de [bedrijf 32] aan [bedrijf 9] van 22 juni 2010 (met een bedrag van € 4.329,15 aan BTW)228 en van 4 augustus en 19 augustus 2010 (met tezamen een totaal van € 9.280,55 aan BTW)229.

[medeverdachte 3] heeft de administratie van [bedrijf 9] ook aan de Belastingdienst overhandigd en vervolgens heeft het FIOD-ECD de administratie onderzocht. Dit onderzoek heeft uitgewezen dat de administratie niet overeen komt met de inhoud van de aangiften omzetbelasting.230 Zo zijn er nog facturen uitgeschreven aan [bedrijf 28] in Urlati-Prahova (Roemenië) in de maanden april tot en met augustus en oktober tot en met december 2010.231 Deze facturen zijn niet in de aangiften van de betreffende maanden opgenomen maar in de aangifte van december 2010 verwerkt. Dit terwijl in het VIES (VAT Information Exchange System) is vastgelegd dat het BTW-nummer van [bedrijf 28] per 1 augustus 2010 is komen te vervallen. Verder zijn in september 2010 meerdere facturen uitgeschreven, gedateerd 23 september 2010, aan [bedrijf 29] voor de levering van auto's.232 Voor die facturen zijn in dezelfde maand, op 30 september 2010, weer creditfacturen uitgeschreven.233 De facturen zijn wel overgelegd ter onderbouwing van de aangifte omzetbelasting over september 2010.

Ten aanzien van de aangiften omzetbelasting van [bedrijf 7] heeft de Belastingdienst na ontvangst van de aangiften verzocht om die te staven met een specificatie voorbelasting en met facturen. Bij brieven van 13 oktober 2009234 (derde kwartaal 2009), 29 oktober 2010235 (derde kwartaal 2010) en 31 januari 2011236 (vierde kwartaal 2010) zijn steeds een specificatie voorbelasting en (minimaal) tien facturen (met de hoogste bedragen aan voorbelasting) aan de Belastingdienst gezonden.

Bij brief van 13 oktober 2009 is een specificatie aan de Belastingdienst overgelegd waarop een bedrag van € 17.008,95 aan voorbelasting is vermeld en waarbij de volgende facturen aan de Belastingdienst zijn overgelegd:

- drie facturen van [bedrijf 24] aan [bedrijf 7] (van 3 juli, 31 juli en 31 augustus 2009)237,

- twee facturen van [bedrijf 30] aan [bedrijf 7] (van 2 september en 28 september 2009)238,

- drie facturen van [bedrijf 29] aan [bedrijf 7] (van 24 juli, 3 september en 22 september 2009)239 en

- twee facturen van [bedrijf 31] aan [bedrijf 7] (van 31 augustus en 28 september 2009)240.

De specificatie die bij brief van 29 oktober 2010 aan de Belastingdienst is overgelegd vermeldt een bedrag van € 3.734,93 aan voorbelasting en daarbij zijn onder meer vijf facturen van [bedrijf 29] aan [bedrijf 7] (van 26 juli, 5 augustus, 26 augustus (twee maal) en 27 augustus 2010)241 en facturen van de [bedrijf 32] aan [bedrijf 7] (van 14 augustus en 31 augustus 2010) 242 overgelegd.

Bij brief van 31 januari 2011 is ten slotte een specificatie met een bedrag van € 7.952,01 aan voorbelasting en met facturen van [bedrijf 29] aan [bedrijf 7]] (van 13 april, 28 juni, 27 januari, 27 april en 26 oktober 2010 en van 31 december, 22 december, 24 november en 24 december 2009)243 en een factuur van [bedrijf 33] d.d. 23 december 2010 aan de Belastingdienst overgelegd.

[medeverdachte 3] heeft over de administratie van [bedrijf 7] verklaard dat de facturen van [bedrijf 24], [bedrijf 31] en [bedrijf 30] vals zijn.244 De werkzaamheden op die facturen zijn niet verricht en de facturen zijn eerst opgesteld nadat de Belastingdienst had verzocht om een onderbouwing van de aangifte omzetbelasting.245 Voor de facturen van de [bedrijf 32]246 247 en van Bouw[bedrijf 2].[bedrijf 33]248 geldt volgens zijn verklaring hetzelfde.

Dit alles leidt tot geen andere conclusie dan dat in de aangiften van [bedrijf 7] en [bedrijf 9] bedragen aan voorbelasting zijn opgenomen die (mede) zijn gestoeld op valse facturen, zodat steeds gefingeerde en/of te hoge bedragen aan voorbelasting zijn opgenomen en daarmee gefingeerde en/of te hoge bedragen aan terug te vragen/krijgen omzetbelasting zijn opgenomen.

III. [bedrijf 5]

Ten aanzien van feit 1 (hypotheekfraude) is dit bedrijf al aan de orde gekomen. Dezelfde overwegingen die hebben geleid tot de conclusie dat de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie die bij de aanvraag van de hypotheek voor het pand [pand e] vals zijn, dragen ook hier de conclusie dat de aangifte omzetbelasting van dit [bedrijf 15] over het eerste kwartaal 2009 valselijk en in strijd met de waarheid moet zijn opgemaakt. Een bedrijf zonder enige activiteit kan immers ook niet worden geacht omzetbelasting terug te vragen bij de Belastingdienst, zodat in die aangifte enkel gefingeerde bedragen zijn opgenomen.

Wie is hierbij betrokken?

Het bedrijf [bedrijf 6] is eerder ook al bij feit 1 (hypotheekfraude, met betrekking tot het pand [pand d]) aan de orde geweest. Dit bedrijf is van [medeverdachte 3] geweest en hij heeft verklaard dat hij deze BV in de loop van 2009 heeft verkocht249 aan [betrokkene 10]. Verder heeft hij verklaard dat de bankrekening van [bedrijf 6] bij die overname is meegegaan en dat verdachte de beschikking had over deze bankrekening.250 Bij feit 1 is verder melding gemaakt van de wijze waarop [bedrijf 6] is overgedragen door [medeverdachte 3] aan [betrokkene 10] en van de rol van verdachte daarbij volgens [betrokkene 10]. [betrokkene 10] heeft immers verklaard dat hij als katvanger voor verdachte is opgetreden en in die hoedanigheid het bedrijf van 24 april 2009 tot 1 mei 2009 op zijn naam heeft doen zetten en dat hij af en toe zakgeld kreeg van verdachte.

Ook het bedrijf [bedrijf 5] is eerder besproken bij feit 1 (hypotheekfraude met betrekking tot het pand [pand e]). Over dit bedrijf, dat van 16 maart 2009 tot 1 juni 2009 op zijn naam heeft gestaan, heeft [betrokkene 10] hetzelfde verklaard als over [bedrijf 6]. Ook [betrokkene 15] en [betrokkene 13] hebben over dit bedrijf verklaard en die verklaringen komen er in de kern op neer dat [bedrijf 5] een bedrijf van verdachte was. Vanaf 11 mei 2009 respectievelijk 1 juni 2009 zijn de aandelen en het bestuurderschap overgenomen door [bedrijf 11].251, ook een bedrijf dat al eerder is besproken bij feit 1 (hypotheekfraude met betrekking tot de panden [pand a] en [pand c]). Zoals reeds overwogen heeft [betrokkene 11] over [bedrijf 11] verklaard dat hij op verzoek van verdachte bestuurder is geworden van dat [bedrijf 5] en heeft [betrokkene 15] verklaard dat [bedrijf 5] een van de besloten vennootschappen is van verdachte die onder [bedrijf 11] zijn gehangen.

Zoals reeds overwogen is de rechtbank van oordeel dat verdachte het in deze BV's voor het zeggen had. Dat verdachte het ook in de andere BV's voor het zeggen had en invloed had op de aangiften omzetbelasting, blijkt verder uit het volgende.

[medeverdachte 3] heeft ten aanzien van de aangiften omzetbelasting op naam van [bedrijf 7].252 253 254 (zijn administratiekantoor255) en [bedrijf 9] (met uitzondering van de aangifte april/mei 2010)256 257 verklaard dat hij de aangiften heeft ingevuld en naar de Belastingdienst heeft gezonden. Dat de aangiften van die twee bedrijven aan elkaar te linken zijn, valt ook op te maken uit het gegeven dat verschillende aangiften omzetbelasting van deze twee bedrijven van hetzelfde IP-adres naar de Belastingdienst zijn gezonden. De aangiften omzetbelasting ten name van [bedrijf 9] (juni, september en oktober 2010.) - met uitzondering van de suppletie aangifte (juni 2010) - zijn immers ontvangen via hetzelfde IP-adres van waar de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 7] over het tijdvak derde kwartaal 2010 is ingediend, te weten IP-adres [ip adres 3] De suppletie aangifte ten name van [bedrijf 9] van juni 2010 is ontvangen via IP-adres [ip adres 4] Van datzelfde IP-adres is de aangifte omzetbelasting over het tijdvak tweede kwartaal 2010 van [bedrijf 7] (niet ten laste gelegd) ingediend.260

Over de wijze waarop de aangiften omzetbelasting tot stand zijn gekomen heeft [medeverdachte 3] bij zijn verklaringen over [bedrijf 7] verklaard dat hij - als hij aangiften invulde - de bedragen mondeling kreeg aangeleverd en dat hij op het moment dat de Belastingdienst vragen ging stellen, de verschillen (de rechtbank begrijpt: tussen de bedragen in de aangiften en de administratie) door gaf. Hij kreeg vervolgens facturen om de verschillen af te dichten. Ook heeft hij verklaard dat hij vermoedt dat [medeverdachte 2] deze facturen maakte.261 Bij zijn verklaringen over [bedrijf 9] heeft hij wederom verklaard dat hij stukken kreeg aangeleverd262, dat hij mondeling door kreeg welke bedragen er op facturen moesten komen te staan en dat hij wist dat het niet goed zou komen op het moment dat hij de stukken aan de Belastingdienst gaf.263 Hoewel hij hierbij niet de naam van verdachte heeft genoemd als degene die hem die bedragen mondeling doorgaf en aan wie hij de verschillen tussen de aangiften en de administratie meldde, kan het niet anders zijn dan dat hij hiermee heeft gedoeld op verdachte. Hij heeft immers verklaard: "[persoon 5] had destijds [bedrijf 7] en wilde daarvan af. Dit was verders een schone BV. Ik heb dit toen met [voornaam 1] [achternaam verdachte] besproken en [voornaam 1] zei toen trek maar naar je toe. Dit is toen via [betrokkene 10] gegaan. Om het op deze manier te doen, was het idee van [voornaam 1] [achternaam verdachte]."264 [medeverdachte 3] heeft verder verklaard dat verdachte de beschikking had over de rekening en de bankpassen van [bedrijf 7].265 en dat hij incidenteel wel eens op verzoek van verdachte contant geld heeft opgenomen. Hij kreeg dan de bankpas mee van verdachte en gaf het opgenomen geld ook aan hem. Hij weet dat hij op die wijze in elk geval geld heeft opgenomen van de rekening van [bedrijf 7].266

Deze rol van verdachte bij het doen van de aangiften omzetbelasting wordt bevestigd door een afgeluisterd gesprek van 12 januari 2011 om 14.51 uur tussen verdachte en [medeverdachte 3]267, welk gesprek in het dossier - voor zover relevant - als volgt is weergegeven:

"Lukt het met dat [bedrijf 9] afmaken vraagt verdachte. Ik moet even kijken hoe we nou met de rest omgaan, met name ook met die waar we het gisteren over hadden, halen we hem eruit laten we hem erin zegt [medeverdachte 3]. Het moet morgen gewoon even afgemaakt worden van verdachte. En dat [bedrijf 7] wanneer gooi je dat eruit vraagt verdachte. [medeverdachte 3] hoopt het vanmiddag nog af te krijgen, maar die kan er morgen ook uit."268

De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij in dit gesprek slechts aan [medeverdachte 3] heeft gevraagd of '[bedrijf 9]' en '[bedrijf 7]' er al uit waren omdat [medeverdachte 3] als secretaris en penningmeester van de ijshockeyvereniging nodig was voor het op korte termijn verrichten van werkzaamheden voor die vereniging, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Met deze uitleg valt immers niet te rijmen dat [medeverdachte 3] tegen verdachte zegt: "Ik moet even kijken hoe we nou met de rest omgaan, met name ook met die waar we het gisteren over hadden" en aan verdachte vraagt: "halen we hem eruit laten we hem erin". De aangifte omzetbelasting op naam van [bedrijf 7] over het vierde kwartaal 2010 is bovendien twee dagen na dat gesprek door de Belastingdienst ontvangen. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit dit telefoongesprek veeleer dat verdachte invloed had op de inhoud van de aangiften van [bedrijf 7] en [bedrijf 9] en het tijdstip waarop die moeten worden ingediend.

Hierbij past dat iemand die net als in het voorgaand gesprek door de FIOD aan zijn stem wordt herkend als zijnde verdachte, zich in verschillende gesprekken uitgeeft voor [persoon 1] van [bedrijf 9]. [persoon 1] is immers niet alleen degene die op de aangiften over juni, augustus en september 2010 steeds als contactpersoon van [bedrijf 9] en als degene die de aangiften heeft ondertekend, staat vermeld269 maar ook degene die vanaf 20 april respectievelijk 20 mei 2010 bij de Kamer van Koophandel als enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 9] staat ingeschreven.270 Nu verdachte ter terechtzitting heeft erkend dat hij op 12 januari 2011 om 14.51 uur de gesprekspartner is geweest van [medeverdachte 3] (zie hiervoor), heeft de rechtbank geen enkele aanleiding te twijfelen aan de stemherkenning door de FIOD in de andere gesprekken. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat verdachte ook telefonische gesprekken heeft gevoerd over de facturen aan [bedrijf 29] van 23 september 2010 die in dezelfde maand weer zijn gecrediteerd maar wel zijn overgelegd ter onderbouwing van de aangifte omzetbelasting van [bedrijf 9] over september 2010. Zo bestaat een gesprek van 18 januari 2011 om 14.17.44 uur tussen verdachte en [persoon 2]. Het gesprek wordt in het dossier als volgt weergegeven: "Die import die jij gedaan hebt die hebben wij gecrediteerd die hebben we vandaag naar jou opgestuurd zegt [verdachte]. Ik weet dat zegt [persoon 2]. Nee ook die nota's die jij hebt gekregen zijn gecrediteerd zegt [verdachte]. Het zal wel [voornaam 2] zegt [persoon 2]. Als ik het uit moet zoeken wat je verleden week precies zei, dat is prima zal ik het uitzoeken ook, precies zo zegt [verdachte]. Dus duidelijk, nogmaals die vijf nota's die uitgeschreven (fon) van die auto's zijn waar de auto's niet van geleverd zijn zijn gecrediteerd naar jou toe, voor de duidelijkheid zegt [verdachte]. Als je me wilt spreken, weet je me te vinden." 271 Uit al deze gesprekken blijkt zoveel temeer dat verdachte nauw betrokken was bij (de aangiften omzetbelasting van) [bedrijf 9].

De samenhang tussen de bedrijven en de betrokkenheid van verdachte daarbij, blijkt verder uit het feit dat zich in de administratie van [bedrijf 6] buiten voornoemde factuur van het [bedrijf 15] ook facturen van [bedrijf 24] (d.d. 17 juli 2009, 31 juli 2009, 14 augustus 2009, 28 augustus 2009, 11 september 2009 en 25 september 2009) en [bedrijf 31] (d.d. 30 september 2009) bevinden. Immers de Belastingdienst heeft ook deze facturen aan de FIOD overhandigd.272 Van deze bedrijven zijn eveneens valse facturen aan de Belastingdienst overhandigd ter ondersteuning van de aangifte op naam van [bedrijf 7] over het derde kwartaal 2009. Een andere link tussen de aangiften van [bedrijf 6] en [bedrijf 7] is het tijdstip waarop de aangiften omzetbelasting over het derde kwartaal 2009 zijn binnengekomen bij de Belastingdienst. Het verschil tussen het tijdstip van het indienen van die aangifte op naam van [bedrijf 6] en het tijdstip van het indienen van die aangifte op naam van [bedrijf 7] bedraagt nog geen drie kwartier.

Over het bedrijf [bedrijf 24] kan worden verwezen naar hetgeen bij de aangiften inkomstenbelasting is overwogen. [bedrijf 24] is immers in handen geweest van [bedrijf 16] - een oude Stichting van [medeverdachte 3]273 - en van [betrokkene 12]274 en hierover heeft [betrokkene 12] verklaard dat hij [bedrijf 24] heeft overgedaan op verdachte275 en dat hij op initiatief van verdachte met [medeverdachte 1] naar de Kamer van Koophandel is gegaan, waar [bedrijf 24] en [bedrijf 16] zijn overgeschreven op naam van iemand anders.276 Vanaf het IP-adres van [bedrijf 24] ([ip adres bedrijf 24]) is de aangifte omzetbelasting van december 2009 op naam van [bedrijf 6] (niet ten laste gelegd) bij de Belastingdienst ingediend277 en de aangifte omzetbelasting van [bedrijf 24] over het eerste kwartaal 2009 is verzonden vanaf hetzelfde IP-adres als waarvandaan de onderhavige aangifte omzetbelasting van [bedrijf 5] is verzonden.278

De rol van verdachte kan ten slotte ook nog worden afgeleid uit de geldstromen naar aanleiding van de teruggaven van de Belastingdienst. Zo is na verrekening van kosten en andere aanslagen ten aanzien [bedrijf 6] op 27 oktober 2009 door de Belastingdienst een bedrag van € 154.977,- overgemaakt naar Postbank rekeningnummer [rekeningnr bedrijf 6]. Dit is blijkens dagafschriften280 een bankrekening op naam van [bedrijf 6]. In de dagen na 27 oktober 2009 (t/m 2 november 2009) is middels overschrijvingen en contante geldopnames in totaal een bedrag van € 154.000,- van de rekening van [bedrijf 6] gehaald. De bedragen die zijn overgemaakt naar andere rekeningen zijn onder meer overgeschreven naar een rekening op naam van [bedrijf 4].281 282 Zoals blijkt uit feit 1 is dit [bedrijf 7] gebruikt bij de hypotheekfraude met betrekking tot het pand [pand d]. Op het moment dat de bedragen naar de rekening van [bedrijf 4] worden overgemaakt, is [bedrijf 11] de aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 4] en daarvoor was dat [bedrijf 6] en ook [bedrijf 16]. Dit zijn allemaal vennootschappen waarvan al is geoordeeld dat verdachte hierin zeggenschap had. Van IP-adressen van waar aangiften omzetbelasting op naam van [bedrijf 4] (van februari/maart en mei 2009) zijn verzonden, is ook aangifte gedaan door [bedrijf 3] en [bedrijf 17] (februari/maart 2009) en door [bedrijf 24], [bedrijf 5] en [bedrijf 17] (mei 2009).283

Verder heeft de Belastingdienst het bedrag waarvan over het eerste kwartaal 2009 door [bedrijf 5] teruggave werd verzocht (na verrekening) op 14 mei 2009 uitbetaald op bankrekening nummer [rekeningnr bedrijf 3]. Dat rekening nummer staat op naam van [bedrijf 3] (zie hypotheekfraude, pand [pand c]).284 Op 14 en 15 mei 2009 is die teruggaaf middels overschrijvingen en een contante opname (van € 1.000,-) van de rekening van [bedrijf 3] gehaald. De overschrijvingen die hebben plaatsgevonden zijn de volgende:

- € 24.600,- en € 40.000,- op 14 mei 2009 en € 22.000,- op 15 mei (totaal € 86.600,-) naar rekening nummer [rekeningnr medeverdachte 2] op naam van [medeverdachte 2],

- € 7.500,- op 15 mei 2009 naar rekening nummer [rekeningnr betrokkene 10] op naam van [betrokkene 10] en

- € 27.700,- op 14 mei 2009 en € 1.566,47 op 15 mei 2009 naar rekening nummer [rekeningnummer bedrijf 19] op naam van [[bedrijf 19]] (zie ook hypotheekfraude, pand [pand c]).

Op 14 en 15 mei 2009 hebben vervolgens kasopnames (van twee maal € 12.000,-) en overschrijvingen plaatsgevonden naar onder meer [betrokkene 14] (nummer [rekeningnr betrokkene 14]) en naar [persoon 3] (nummer [rekeningnr persoon 3])) van de rekening van [medeverdachte 2] voor in totaal € 88.000,-.285 [betrokkene 14] is de moeder van verdachte.286 [persoon 3] is de schoonmoeder van [medeverdachte 1].287 De bankpas van het bankrekeningnummer op naam van [persoon 3] was in het bezit van verdachte en is in de woning aan [adres verdachte], waar verdachte woonachtig was288 - aangetroffen.289

Dit alles:

- de bepalende rol van verdachte in de bedrijven, die volgt uit verklaringen van getuigen/medeverdachten en de samenhang tussen de verschillende B.V.'s,

- zijn bemoeienis met de aangiften en de daarbij horende administratie zelf, welke bemoeienis volgt uit de met taps, gelinkte B.V.'s en IP-adressen gesteunde verklaring van [medeverdachte 3] en

- de geldstromen, waaruit volgt dat in elk geval een deel van de door de Belastingdienst overgemaakte gelden ter beschikking zijn komen te staan van (aan) verdachte (gelieerde B.V.'s),

leidt tot geen andere conclusie dan dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan het valselijk in strijd met de waarheid opmaken van de aangiften omzetbelasting van [bedrijf 6], [bedrijf 7], [bedrijf 9] en [bedrijf 5].

De personen die daar in elk geval ook bij betrokken zijn geweest zijn [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2]. Zoals hiervoor al is weergegeven, heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij de aangiften omzetbelasting van [bedrijf 7] en (voor een deel) van [bedrijf 9] heeft ingevuld en ingediend bij de Belastingdienst. Ten aanzien van de andere aangiften kan niet worden vastgesteld wie die aangiften heeft opgesteld en ingediend. [medeverdachte 3] heeft wel verklaard over de mogelijkheid dat [medeverdachte 2] andere aangiften heeft ingediend.290 [medeverdachte 3] vermoedt bovendien - zoals ook al is weergegeven - dat de facturen die werden opgesteld om de verschillen tussen de bedragen in de aangiften en de administratie 'af te dichten' door [medeverdachte 2] werden gemaakt. De rekening van [medeverdachte 2] is verder betrokken geweest bij geldstromen. Afhankelijk van de verschillende aangiften heeft verdachte dit feit dan ook gepleegd met een ander ([medeverdachte 2]) of anderen ([medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]).

Feit 4 - deelneming aan een criminele organisatie

Inleiding

Uit hetgeen ten aanzien van feit 1 (hypotheekfraude) reeds is overwogen, komt naar voren dat verschillende banken er in de jaren 2008-2009 toe zijn bewogen om op basis van valse werkgeversverklaringen en valse salarisspecificaties hypotheken en bouwdepots te verstrekken. Uit hetgeen ten aanzien van de feiten 2 en 3 reeds is overwogen, blijkt verder dat er in de jaren 2005-2011 op basis van valse stukken aangiften inkomsten- en omzetbelasting zijn gedaan. Uit het dossier volgt voorts, dat enkele personen hebben verklaard dat zij hun DigiD en (fiscale) gegevens hebben afgegeven, waarna er - buiten hun medeweten en wederom op basis van valse documenten - in de jaren 2005-2011 aanvragen voor kinderopvangtoeslag zijn gedaan.291

De over deze feiten afgelegde verklaringen en gerelateerde bevindingen hebben één ding gemeen: keer op keer komen daarin de namen van [medeverdachte 2], [medeverdachte 3], [medeverdachte 1] en verdachte naar voren. Over de manier van opereren van deze vier verdachten en het samenwerkingsverband dat tussen hen bestond, is de rechtbank uit verklaringen van betrokkenen (hierna ook aan te duiden als "katvangers") en uit tapgesprekken en fiscaal onderzoek het volgende gebleken.

Plegen van misdrijven als oogmerk

Uit de verklaringen van diverse katvangers komt naar voren, dat zij instructies kregen over wat zij tijdens een bezoek aan een hypotheekverstrekker, kamer van koophandel of notaris wel of niet mochten zeggen292. Soms werd het woord geheel door verdachte gevoerd.293 Onderhandelingen, bijvoorbeeld over de koopprijs van een aan te schaffen woning, werden sowieso altijd door verdachte gevoerd en vonden plaats buiten aanwezigheid van de katvangers.294

Voordat de hypotheekverstrekker, kamer van koophandel of notaris werd bezocht, kregen de katvangers bij wie dat nodig werd geacht - het ging vaak om verslaafden of daklozen - een net pak aangemeten en ondergingen zij een knip- of scheerbeurt295, kennelijk met de bedoeling hen representatief en kredietwaardig over te laten komen. Te tekenen papieren werden dikwijls zó neergelegd, dat alleen de plaats waar getekend moest worden, zichtbaar was.296 In de gevallen waarin de rest van het papier wel zichtbaar was, was te zien dat het ging om blanco briefpapier of blanco facturen, met enkel een bedrijfslogo erop geprint, bijvoorbeeld SNS bank297 of [bedrijf 3].298 Het was niet ongewoon om druk uit te oefenen om onwillige katvangers te bewegen tot tekenen.299

Bankpassen, pincodes en readers van bankrekeningen die de katvangers al hadden of die zij op verzoek van verdachte - in verband met een te ontvangen belastingteruggaaf of kinderopvangtoeslag, een aan te vragen hypotheek of een op naam te zetten vennootschap - hadden geopend, moesten aan verdachte of aan [medeverdachte 2] worden afgegeven.300 Ook de sleutels van de woningen die de katvangers bij de notaris ontvingen, moesten bij verdachte worden ingeleverd.301 In ruil voor geleverde diensten ontvingen de katvangers op hun bankrekening of in contanten een geldbedrag. Voor het op naam nemen van een vennootschap ging het doorgaans om een bedrag van € 500,-, voor het op naam nemen van een woning om een bedrag van € 3.000,- à € 4.000,-.302 Ook werd aan de katvangers soms een auto of een motor in bruikleen gegeven.303

Na de overdracht van een woning, het op naam zetten van een vennootschap of de ontvangst van een teruggaaf of toeslag, werd er zo nodig (dat wil zeggen: als de bankpas en bankgegevens niet reeds bij verdachte in bezit waren) opdracht gegeven om bij de bank contant geld op te nemen van de begunstigde (zakelijke of privé)rekening. Aldus werden, direct nadat de bank of de fiscus tot uitbetaling waren overgegaan - vaak bij hetzelfde bankfiliaal en met korte tussenposes - grote geldbedragen opgenomen van zakelijke en privérekeningen die onder gezag of beheer stonden van verdachte.304

De katvangers werden bij het doen van contante opnames vergezeld door [medeverdachte 1] of door [medeverdachte 2]. Bij bankopnames was het op te nemen geldbedrag steeds het maximum dat contant opgenomen kon worden, te weten (afhankelijk van de betrokken bank) € 10.000,- of € 12.000,-. Direct na de opname van het geld moesten de pas en het opgenomen geld worden afgeven aan [medeverdachte 1] of aan [medeverdachte 2], al dan niet na aftrek van een kleine beloning.305

Verdachte en de personen om hem heen wisselden vaak van auto en telefoonnummer.306 Over de telefoon bedienden zij zich van de persoonsgegevens en identiteit van een ander.307

De rechtbank acht op grond van al het voorgaande, bezien in samenhang met hetgeen in de inleiding al is overwogen, bewezen dat er door verdachte en de zijnen met criminele bedoelingen zaken werd gedaan. Er was, met andere woorden, sprake van een samenwerkingsverband dat het plegen van misdrijven tot oogmerk had en dat zich - in het bijzonder - bezig hield met het verkrijgen van hypothecaire geldleningen op basis van gefingeerde dienstverbanden (daarbij gebruikmakend van 'lege' vennootschappen die onder beheer stonden bij een van de deelnemers van het samenwerkingsverband), met het onttrekken van gelden uit bouwdepots op basis van valse bouwnota's, met het aanvragen van kinderopvangtoeslag op basis van valse jaaroverzichten en met het doen van aangifte inkomsten- en omzetbelasting op basis van valse werkgeversverklaringen en facturen.

Gegeven voornoemde bewijsmiddelen - en verder toegespitst op de tenlastelegging - acht de rechtbank bewezen dat de leden van het samenwerkingsverband zich bezighielden met het voorbereiden, faciliteren en (mede)plegen van misdrijven, waaronder:

* het plegen van valsheid in geschrift door het opmaken van valse salarisstroken, facturen en werkgeversverklaringen en

* (in het verlengde hiervan) het oplichten van banken en van de fiscus en

* (eveneens in het verlengde hiervan) het opzettelijk onjuist doen van aangiftes inkomsten- en omzetbelasting en

* (als uitvloeisel van dit alles) het strafbare feit van gewoontewitwassen, te weten het contant maken van grote geldbedragen via zakelijke en privérekeningen die onder gezag of beheer stonden van verdachte en de zijnen.

Organisatie: gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband

Vervolgens ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of het samenwerkingsverband waarvan zojuist is vastgesteld dat dit het plegen van strafbare feiten tot oogmerk had, voldoende gestructureerd en duurzaam was om te kunnen spreken van een criminele 'organisatie'.

Uit diverse verklaringen volgt dat [medeverdachte 1] degene was die, steeds als er een vennootschap op naam van een katvanger gezet moest worden, die persoon begeleidde. Zo heeft [medeverdachte 1] katvangers naar de kamers van koophandel in Den Haag, Delft en Naaldwijk vergezeld.308 Als er bij de overname van een [bedrijf 5]en notaris in het spel was, was hij daar ook altijd bij.309 De administratie die nodig was om de vennootschap over te schrijven, was doorgaans in het bezit van [medeverdachte 1].310 [medeverdachte 1] wordt omschreven als 'de boodschappenjongen van zijn vader'311. Hij reed overal en nergens naar toe voor zijn vader en was altijd met papieren in de weer.312

[medeverdachte 3] - naar eigen zeggen sinds januari 2009 bij verdachte in dienst - was binnen de organisatie verantwoordelijk voor het opzetten van administraties en voor 'de bedrijven' in algemene zin.313 Hij is boekhouder van beroep en wordt door getuigen ook beschouwd als de boekhouder van verdachte.314 [medeverdachte 3] deed aangiftes omzetbelasting en (in mindere mate) inkomstenbelasting en verzond die naar de belastingdienst.

[medeverdachte 2] was de belastingspecialist van verdachte.315 Hij was verantwoordelijk voor het opmaken van valse werkgeversverklaringen, valse facturen en valse salarisspecificaties en beschikte bovendien over de knowhow en de software om dit soort documenten op te maken.316 In voorkomende gevallen legde [medeverdachte 2] de eerste contacten met de katvangers en bood hij aan hen in contact te brengen met iemand 'die hun problemen kon oplossen': verdachte.317 Ook liet [medeverdachte 2] de katvangers valse facturen ondertekenen318 en bood hij hen lege vennootschappen ter overname aan.319 De verhouding tussen [medeverdachte 2] en verdachte was als die tussen een baas en zijn schandknaap of knecht. [medeverdachte 2] deed niets zonder verdachte en moest doen wat verdachte hem opdroeg. Ook kreeg hij soms klappen van verdachte, of werd een nietmachine of perforator naar zijn hoofd gegooid.320

Verdachte was uiteindelijk 'voor alles' verantwoordelijk321, hij was degene die - getuige ook de inhoud van de afgeluisterde telefoongesprekken 322 - de anderen opdrachten gaf, die 'alle pannetjes op het vuur had' en die altijd als enige alles wist.323 Hij was de grote man van de organisatie.324 Hij maakte de dienst uit en bepaalde alles. Hij vertelde volgens een van de medeverdachten met een zekere trots dat hij leiding gaf aan een criminele organisatie en dat daar wel acht jaar op stond.325 Verdachte was, in de woorden van een andere katvanger, 'de grote toekan erboven'.326

Op grond van deze verklaringen en afgeluisterde telefoongesprekken acht de rechtbank bewezen dat het samenwerkingsverband tussen verdachte en zijn mededaders voldoende gestructureerd was om te kunnen spreken van een 'organisatie' in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. Dat sprake was van een gestructureerde vorm van samenwerken volgt overigens niet alleen uit het feit dat tussen de verschillende deelnemers een duidelijke hiërarchie en een verregaande taakverdeling bestond - waarbij het kennelijk zo was dat een ieder werd ingezet op het gebied waarop hij de meeste expertise had - maar ook uit het feit dat de gepleegde en te plegen strafbare feiten zo complex, gelaagd, veelomvattend en divers waren, dat het eigenlijk niet anders kan dan dat op een gecoördineerde en planmatige manier te werk werd gegaan om deze feiten tot uitvoering te brengen.

De rechtbank acht het samenwerkingsverband daarnaast ook voldoende duurzaam om te kunnen spreken van een 'organisatie', nu de deelnemers zich gedurende een aanzienlijk aantal jaren en met een zekere regelmaat bezighielden met het voorbereiden en plegen van strafbare feiten. Voor het inkorten van de pleegperiode, zoals door de verdediging bepleit, ziet de rechtbank geen aanleiding, aangezien voor een bewezenverklaring van het deelnemen (of leiding geven) aan een criminele organisatie niet nodig is dat de deelnemers aan die organisatie steeds in dezelfde samenstelling opereren, terwijl op grond van het bovenstaande bewezen verklaard kan worden dat verdachte zich (lang) voordat de eerste ontmoeting tussen hemzelf en [medeverdachte 3] plaatsvond al bezig hield met het in georganiseerd verband plegen van strafbare feiten.

Leiding geven aan de criminele organisatie

Op basis van hetgeen zojuist is overwogen over de 'alomvattende' rol van verdachte binnen de organisatie, over de verhouding van verdachte tot de katvangers en [medeverdachte 2] - waarin intimidaties en (verbaal) geweld niet werden geschuwd - en gegeven de inhoud van de afgeluisterde telefoongesprekken (waarin verdachte naar voren komt als degene die 'de lijnen uitzette', [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] aan het werk zette en ook overigens de bevelen uitdeelde), acht de rechtbank tot slot bewezen dat verdachte niet slechts als deelnemer, maar als leidinggevende van de organisatie moet worden beschouwd.

Conclusie

De rechtbank acht bewezen dat verdachte leiding heeft gegeven aan een criminele organisatie, waarvan behalve hijzelf ook [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] deel uitmaakten.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart mitsdien wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

ten aanzien van feit 1 primair:

in de periode van 31 juli 2008 tot en met 20 juli 2009 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen meermalen telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, hierna te noemen banken en/of hypotheekverstrekkers,

- Nationale Nederlanden N.V. (ad a) en

- ING Bank NV (ad b) en

- Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A. (Rabobank) (ad c) en

- Direktbank, (ad d) en

- Coöperatieve Rabobank West-Zeeuws Vlaanderen U.A. (ad e),

hebben bewogen tot de afgifte van hierna te noemen geldbedragen, hebbende hij, verdachte, en zijn mededaders alstoen aldaar met vorenomschreven oogmerk valselijk en in strijd met de waarheid, ten aanzien van de onder a, b, c, d en e genoemde panden een hypothecaire lening aangevraagd voor de financiering van de aankoop van de hierna te noemen panden en een hypotheekaanvraag (formulier) betreffende de hierna te noemen panden gezonden aan genoemde banken en/of hypotheekverstrekkers en ten aanzien van de onder a, c, d en e genoemde panden die banken en/of hypotheekverstrekkers verzocht om opening van een bouwdepot voor nagenoemde panden:

a. [pand a] en

b. [pand b] en

c. [pand c] en

d. [pand d] en

e. [pand e],,

en ten behoeve van de aanvragen en bouwdepots telkens een valse werkgeversverklaring en salarisspecificaties en ten aanzien van de onder a, c, d en e genoemde panden nota's en facturen opgemaakt en afgeleverd en

- Nationale Nederlanden N.V. en

- ING Bank NV (ING) en

- Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A. en

- Direktbank, en

- Coöperatieve Rabobank West-Zeeuws Vlaanderen U.A.,

die valse werkgeversverklaringen en salarisspecificaties overgelegd waarmee in strijd met de waarheid de indruk is gewekt dat de daarop genoemde personen voor de daarop genoemde bedrijven werkten en daarvoor geld ontvingen en vervolgens (door het zenden/overleggen van de hierna onder a en c en d en e genoemde valse nota's/facturen aan voornoemde banken en/of hypotheekverstrekkers hebben voorgedaan dat bouwwerkzaamheden waren verricht (door de op die stukken vermelde bedrijven) aan/in de panden a en c en d en e,

het gaat daarbij om de volgende bescheiden:

(met betrekking tot)

pand a.

- een werkgeversverklaring van [bedrijf 1] en

- een salarisspecificatie van [bedrijf 1] en

- een factuur van [bedrijf 2] d.d. 19-09-2008 en

- een factuur van [bedrijf 2] d.d. 17-10-2008 en

- een factuur van [bedrijf 2] d.d. 24-10-2008 en

pand b.

- een werkgeversverklaring van [bedrijf 2] en

- een salarisspecificatie van [bedrijf 2] en

pand c.

- een werkgeversverklaring van [bedrijf 3] en

- een salarisspecificatie van [bedrijf 3] en

- een factuur van [bedrijf 3] d.d. 13 juli 2009 en

- een factuur van [bedrijf 3] d.d. 20 juli 2009 en

pand d.

- een werkgeversverklaring van [bedrijf 4] en

- een salarisspecificatie van [bedrijf 4] en

- een factuur van [bedrijf 3] d.d. 29 mei 2009 en

- een factuur van [bedrijf 3] d.d. 8 juni 2009 en

- een factuur van [bedrijf 3] d.d. 16 juni 2009 en

pand e.

- een werkgeversverklaring van [bedrijf 5] en

- een of meer salarisspecificaties over de maanden januari 2009 en februari 2009 en maart 2009 en april 2009 van [bedrijf 5] en

- een factuur van [bedrijf 3],

waardoor

ad a)

Nationale Nederlanden N.V. werd bewogen tot afgifte van ongeveer 450.000 euro, waaronder 100.000 euro aan bouwdepot en

ad b)

ING Bank NV werd bewogen tot afgifte van ongeveer 453.100 euro en

ad c)

de Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A. werd bewogen tot afgifte van ongeveer 348.900 euro, waaronder 71.400 euro aan bouwdepot en

ad d)

Direktbank werd bewogen tot afgifte van ongeveer 165.000 euro, waaronder 50.000 euro aan bouwdepot en

ad e)

de Coöperatieve Rabobank West-Zeeuws Vlaanderen U.A. werd bewogen tot afgifte van ongeveer van 253.500 euro, waaronder 46.600 euro aan bouwdepot;

ten aanzien van feit 2 primair:

in de periode van 29 januari 2007 tot en met 2 juli 2010 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen meermalen digitale aangiften voor de Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen gelegen in de aangiftetijdvak(ken) 2005 en 2006 en 2009 ten name van

[betrokkene 6] en

[betrokkene 7] en

[betrokkene 8] en

[meisjesnaam betrokkene 2],

elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen valselijk heeft opgemaakt, immers hebben verdachte en zijn, verdachtes, mededaders toen en daar telkens valselijk in strijd met de waarheid in die geschriften gefingeerde bedragen aan loon en loonheffing opgegeven, zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

ten aanzien van feit 3 primair:

in de periode van april 2009 tot en met januari 2011 in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) meermalen, digitale aangiften voor de omzetbelasting, te weten van

- [bedrijf 6] over het derde kwartaal 2009 en

- [bedrijf 7] over het derde kwartaal 2009 en derde kwartaal 2010 en vierde kwartaal 2010 en

- [bedrijf 5] over het eerste kwartaal 2009 en

- [bedrijf 9] over de maanden april/mei 2010 en juni 2010 en augustus 2010 en september 2010

elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk heeft opgemaakt, immers hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar telkens valselijk in strijd met de waarheid in die geschriften te hoge en/of gefingeerde bedragen aan voorbelasting en (daarmee) te hoge en/of gefingeerde bedragen aan terug te vragen/krijgen omzetbelasting opgegeven, zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

ten aanzien van feit 4:

in de periode van 1 januari 2008 tot en met 8 maart 2011 in Nederland, als leider heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte, en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- oplichting (hypotheekfraude en kinderopvangtoeslagfraude) en

- valsheid in geschrift (in aangiftebiljetten voor de inkomstenbelasting en voor de omzetbelasting en in facturen en nota's en aanvragen kinderopvangtoeslag en antwoordformulieren kinderopvang) en

- het opzettelijk bij de belastingwet voorziene aangiften omzetbelasting onjuist of onvolledig doen, terwijl die feiten ertoe strekten dat telkens te weinig belasting wordt geheven en

- het opzettelijk bij de belastingwet voorziene aangiften inkomstenbelasting onjuist of onvolledig doen, terwijl die feiten ertoe strekten dat telkens te weinig belasting wordt geheven en

- gewoontewitwassen.

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangegeven dat hij een gevangenisstraf van zes jaar passend en geboden acht. Gelet op de omstandigheid dat verdachte ernstig ziek is en detentie hem daardoor zwaarder valt dan andere gedetineerden heeft de officier van justitie aanleiding gezien om zijn strafeis met één jaar te verminderen. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat bij het bepalen van de aan verdachte op te leggen straf rekening dient te worden gehouden met zijn gezondheidssituatie.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in georganiseerd verband gedurende langere tijd samen met anderen schuldig gemaakt aan oplichting, valsheid in geschrift, het doen van onjuiste en onvolledige aangiften inkomstenbelasting en omzetbelasting en witwassen. Verdachte is daarbij aan te merken als de leider van deze organisatie en heeft zich laten kennen als iemand die volledige medewerking verlangde van een ieder, waaronder zijn familie, die hij bij zijn praktijken had betrokken. Hierbij heeft hij agressief optreden en bedreiging met geweld niet geschuwd.

Verdachte heeft er in die hoedanigheid aan bijgedragen dat diverse banken op valse gronden werden bewogen tot het verstrekken van hypotheken van enkele honderdduizenden euro's, terwijl die hypotheken niet verstrekt zouden zijn als er een juiste voorstelling van zaken zou zijn gegeven. De banken hebben na verstrekking van die hypotheken nooit enige betaling ontvangen, zodat zij met een flinke financiële strop zijn achtergebleven. Voor deze praktijken heeft verdachte katvangers geronseld. Van hun (financiële) problemen - het waren vaak verslaafden en/of daklozen - is ernstig misbruik gemaakt. De katvangers zijn vervolgens met torenhoge schulden achtergebleven waardoor hun problemen alleen maar vergroot zijn.

Verdachte heeft er voorts aan bijgedragen dat de fiscus werd bewogen tot de uitbetaling van enkele honderdduizenden euro's aan toeslagen en terugbetalingen, terwijl verdachte noch zijn mededaders daar recht op hadden. Het vertrouwen dat de fiscus pleegt te hebben in personen en bedrijven is hierdoor ernstig beschaamd. Dit kan er toe leiden dat de fiscus in de toekomst strenger zal optreden en meer controles zal uitvoeren en hiervan zullen ook bona fide burgers en bedrijven de dupe worden. Aldus is de maatschappij als geheel de dupe van dit soort feiten. De rechtbank rekent dit verdachte ernstig aan.

De rechtbank is van oordeel dat het georganiseerde verband waarin deze feiten zijn gepleegd, de lengte van de periode waarin die feiten zich hebben afgespeeld, de hoogte van de met die feiten gemoeide bedragen en de leidinggevende rol die verdachte in dit alles heeft gehad een gevangenisstraf van aanzienlijke duur rechtvaardigen. Het zijn ook gevangenisstraffen van aanzienlijke duur die in vergelijkbare zaken worden opgelegd.

Die gevangenisstraf zal in het geval van verdachte zeker aanzienlijk moeten zijn omdat verdachte al tweemaal eerder wegens soortgelijke feiten tot een lange, deels voorwaardelijke, gevangenisstraf is veroordeeld. Hiervan heeft hij kennelijk niets geleerd want hij is vrijwel onverstoord op dezelfde voet verder gegaan met zijn praktijken. Het lijkt er sterk op dat verdachte met deze criminele praktijken voorziet in het (meer dan modale) levensonderhoud van zichzelf, zijn familie en anderen die van hem afhankelijk waren. Niet te begrijpen valt immers dat verdachte alles (waaronder ook het verschaffen van auto's aan meerdere personen) heeft kunnen bekostigen vanuit zijn persoonsgebonden budget, de (weinige) inkomsten van de zonnestudio van zijn vrouw, alsmede spaargeld van zijn moeder.

Hoewel de rechtbank ook acht heeft geslagen op het reclasseringsadvies betreffende verdachte van 20 juni 2011, uit welk rapport volgt dat de gezondheidstoestand van verdachte slecht is (verdachte lijdt al vele jaren aan multiple sclerose en is thans uitbehandeld), moet de rechtbank constateren dat zijn voortschrijdende ziekte en daarmee samenhangende lichamelijke beperkingen geen verandering hebben gebracht in vorenomschreven manier van leven. Het lijkt er eerder op dat verdachte hiervan heeft geprofiteerd en deze situatie als een vrijbrief heeft ervaren. Immers nadat hij vanwege die ziekte uit een eerdere detentie was ontslagen, is hij niet alleen doorgegaan met het plegen van strafbare feiten, maar heeft hij - zo blijkt uit het dossier - zich er ook op laten voorstaan dat hij een eventuele gevangenisstraf niet (meer) zou hoeven uitzitten. Kort voor zijn aanhouding in de onderhavige zaak is hij daarnaast nog in staat geweest het OT af te schudden.

Verdachte heeft voorts noch tijdens het opsporingsonderzoek noch tijdens de behandeling ter terechtzitting op enige wijze ervan blijk gegeven inzicht te hebben in het laakbare van zijn handelen. Verdachte heeft louter gehandeld uit persoonlijk financieel gewin. Voor de gevolgen voor anderen heeft hij in het geheel geen oog gehad. Door zijn, verdachtes, toedoen verkeren velen nu in financiële problemen.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij, ware verdachte gezond geweest, een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren geëist zou hebben. Gelet op de ernst van de door verdachte gepleegde feiten, zijn leidinggevende rol daarbij en zijn justitiële documentatie is een dergelijke straf inderdaad passend en geboden. Met de officier van justitie zal de rechtbank, ondanks hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot zijn ziekte, enigermate rekening houden met de medische situatie van verdachte. Immers als gevolg hiervan valt het verblijf in detentie verdachte zwaarder dan een andere gedetineerde. Dat laat onverlet dat een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is.

7. De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel

7.1 Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A.

Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A. heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 177.961,02.

7.1.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, bij gebrek aan onderbouwing van de vordering, geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij.

7.1.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij bepleit.

7.1.3 Het oordeel van de rechtbank

Met het onderzoek ter terechtzitting en op basis van het dossier is komen vast te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde feit (de woning [pand c]). Immers, de benadeelde partij heeft in elk geval een bedrag van € 71.400,- aan bouwdepot uitgekeerd terwijl er geen verbouwing aan de woning heeft plaatsgevonden. Hoewel de benadeelde partij geen stukken bij de vordering heeft gevoegd, acht de rechtbank de vordering - met hetgeen direct uit het dossier valt af te leiden - tot aan dit bedrag afdoende onderbouwd.

Ten aanzien van het resterende bedrag van € 106.561,02 (€ 177.961,02 minus € 71.400,-) biedt het dossier niet zonder meer houvast. Uit de vaststaande bedragen (de koopsom van

€ 210.000,- en daarnaast de totale hypotheek van € 348.900,-, waarvan een bedrag van

€ 102.000,- in het bouwdepot is gebleven en uit welk depot uiteindelijk een bedrag van

€ 71.400,- is uitgekeerd) valt het bedrag van € 106.561,02 niet te destilleren. Het is de rechtbank ook niet bekend voor welk bedrag de benadeelde partij de woning uiteindelijk heeft kunnen verkopen. Dit maakt dat het op de weg van de benadeelde partij had gelegen, zeker nu verdachte heeft betwist dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het hem gemaakte verwijt en hij daarmee de (hoogte van de) vordering van de benadeelde partij indirect ook heeft betwist, om dit deel van de vordering nader te onderbouwen. De benadeelde partij is daartoe ook in de gelegenheid gesteld, in die zin dat twee vertegenwoordigers van de benadeelde partij ter terechtzitting zijn verschenen en aan hen is gevraagd de hoogte van het gevorderde bedrag nader toe te lichten. Zij hebben die toelichting niet kunnen geven, terwijl dat van (vertegenwoordigers van) een benadeelde partij als deze, een bank, wel had mogen worden verwacht.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 71.400,- en de vordering voor het overige als onvoldoende onderbouwd afwijzen. Toewijzing zal hoofdelijk plaatsvinden, aangezien wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte dit feit (in elk geval) tezamen en in vereniging met [medeverdachte 2] heeft gepleegd.

Dit brengt mee, dat de verdachte (ook hoofdelijk) dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 primair bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 71.400,-, ten behoeve van het slachtoffer genaamd Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A.

7.2 Rabobank West-Zeeuws-Vlaanderen

Rabobank West-Zeeuws-Vlaanderen heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 46.600,-.

7.2.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 46.600,-.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 46.600,-, subsidiair 268 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd Rabobank West-Zeeuws-Vlaanderen.

7.2.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij bepleit omdat enerzijds niet is gebleken of de ondertekenaar van de vordering een daartoe strekkende bevoegdheid had en er anderzijds onduidelijkheid bestaat over het schadebedrag nu de bewijsstukken die bij de vordering zijn gevoegd niet zien op het pand [pand e].

7.2.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de vordering van de benadeelde partij ontvankelijk. Een vertegenwoordiger van de benadeelde partij heeft ter terechtzitting verklaard dat de ondertekenaar van de vordering de directeur van de betreffende bank was. De rechtbank acht die mededeling voldoende om aan te nemen dat de ondertekenaar van de vordering daartoe bevoegd was.

De vordering is voorts voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde feit (de woning [pand e]). Immers, de benadeelde partij heeft het gevorderde bedrag als bouwdepot uitgekeerd, terwijl er geen verbouwing heeft plaatsgevonden. De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 46.600,-.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 primair bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 46.600,-, ten behoeve van het slachtoffer genaamd Rabobank West-Zeeuws-Vlaanderen.

8. De inbeslaggenomen goederen

8.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage A aan dit vonnis is gehecht) onder 90 en 91 genummerde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard, dat de onder 73, 74, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81 en 83 genummerde voorwerpen zullen worden bewaard ten behoeve van de rechthebbenden en dat de onder 84, 85, 86, 87, 88 en 89 genummerde voorwerpen zullen worden teruggegeven aan rechthebbenden.

8.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht het beslag af te handelen zoals door de officier van justitie gevorderd.

8.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 90 en 91 genummerde voorwerpen verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar,

aangezien met behulp van deze voorwerpen de onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 bewezenverklaarde feiten zijn begaan en degene aan wie de voorwerpen toebehoren bekend was met het gebruik of de bestemming in verband daarmee.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting kan met betrekking tot de op de beslaglijst onder 73, 74, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81 en 83 genummerde voorwerpen geen persoon als rechthebbende worden aangemerkt. De rechtbank zal daarom de bewaring van deze voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan de rechthebbenden gelasten van de op de beslaglijst onder 84, 85, 86, 87, 88 en 89 genummerde voorwerpen.

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f, 47, 57, 140, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 primair:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

ten aanzien van de feiten 2 primair en 3 primair:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

ten aanzien van feit 4:

als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) JAREN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A. toe tot een bedrag van € 71.400,- en veroordeelt verdachte voorts hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A., een bedrag van € 71.400,-;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A. voor het overige af;

veroordeelt de verdachte tevens hoofdelijk in de proceskosten door de benadeelde partij Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A. gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de hoofdelijke verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 71.400,-, ten behoeve van het slachtoffer genaamd Rabobank Stad en Midden Groningen U.A.;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 232 dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A. de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Rabobank West-Zeeuws-Vlaanderen toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan Rabobank West-Zeeuws-Vlaanderen, een bedrag van € 46.600,-,

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij Rabobank West-Zeeuws-Vlaanderen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 46.600,-, ten behoeve van het slachtoffer genaamd Rabobank West-Zeeuws-Vlaanderen;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 133 dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij Rabobank West-Zeeuws-Vlaanderen de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de op de beslaglijst onder 73, 74, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81 en 83 genummerde voorwerpen, te weten:

73. één kentekenbewijs behorend bij een voertuig, merk Mercedes Benz, type C200 en kenteken [kenteken 1];

74. één kentekenbewijs behorend bij een voertuig, merk Pega bootvervoer en kenteken [kenteken 2];

75. één kentekenbewijs behorend bij een voertuig, merk Freeweel en kenteken [kenteken 3];

76. één kentekenbewijs, behorend bij een voertuig, merk Mini Cooper, type S en kenteken [kenteken 4];

77. één kentekenbewijs, behorend bij een voertuig, merk Hyundai, type Santa Fe en kenteken [kenteken 5];

78. één kentekenbewijs, behorend bij een voertuig, merk Volkswagen, type Touareg en kenteken [kenteken 6];

79. één kentekenbewijs, behorend bij een voertuig, merk Pega middenasaanhanger en kenteken [kenteken 2];

80. één kentekenbewijs, behorend bij een voertuig, merk Jafuar en kenteken [kenteken 7]

81. één kentekenbewijs, behorend bij een voertuig, merk Westfalia en kenteken [kenteken 8]

83. één kentekenbewijs, behorend bij een snelle motorboot ten name van [persoon 4] met registratienummer [kenteken 9];

gelast de teruggave aan de rechthebbenden van de op de beslaglijst onder 84, 85, 86, 87, 88 en 89 genummerde voorwerpen, te weten:

84. één bankpas van de ING-bank ten name van [persoon 4] met rekeningnummer [rekeningnr persoon 4] en pincode [pincode 1];

85. één bankpas van de ABN-bank ten name van [verdachte] met rekeningnummer [rekeningnr verdachte] en pincode [pincode 2];

86. één bankpas van de ING-bank ten name van [betrokkene 14] met rekeningnummer [rekeningnr betrokkene 14] en pincode [pincode 3];

87. één bankpas van de ING-bank ten name van [persoon 3] met rekeningnummer [rekeningnr persoon 3];

88. één bankpas van de ING-bank ten name van [medeverdachte 3] met rekeningnummer rekeningnr medeverdachte 3] en pincode [pincode 4];

89. één document zijnde een BVR-uitdraai ten name van de familie [verdachte];

verklaart verbeurd de volgende voorwerpen, te weten:

90. één USB-stick, merk imitation;

91. één USB-stick, kleur grijs/zwart.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.A.G.M. van Rens, voorzitter,

mrs M. Knijff en J.Th.W. van Ravenstein, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. W. Gunnewegh, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2012.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van het doorgenummerde proces-verbaal met het nummer 46835, van de Belastingdienst/FIOD-ECD, met bijlagen.

2 Geschrift, te weten een koopovereenkomst appartementsrecht (13-D-004, blz. 5296-5306).

3 Geschrift, te weten een werkgeversverklaring d.d. 8 september 2008 (13-D-008, blz. 5313).

4 Geschrift, te weten een salarisspecificatie, loon juli 2008 (13-D-009, blz. 5314).

5 Geschrift, te weten een ondertekende offerte (13-D-002, blz. 5274-5287).

6 Proces-verbaal verhoor aangever d.d. 6 juli 2010 (G01-01, blz. 5012).

7 Geschrift, te weten een nota nr. 2008-0454 (13-D005, blz. 5307-5308).

8 Geschrift, te weten twee nota's nrs 2008-455 en 2008-0456 (13-D-006 en 007, blz. 5310-5311).

9 Proces-verbaal verhoor aangever d.d. 6 juli 2010 (G01-01, blz. 5013).

10 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 1] (V05-01 blz. 4438-4439).

11 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 1] (V05-01, blz. 4440).

12 Proces-verbaal verhoor aangever d.d. 6 juli 2010 (G01-01, blz. 5014)

13 Geschrift, te weten een 'Aangifte' (13-D-001, blz. 5272).

14 Proces-verbaal ambtshandeling (50-AH-010, blz. 1547).

15 Proces-verbaal ambtshandeling (50-AH-010, blz. 1538).

16 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 10] (V12-01, blz. 4565).

17 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 11] (V13-01, blz. 4589 en 4593).

18 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 11] (V13-01, blz. 4600).

19 Proces-verbaal verhoor getuige [betrokkene 1] door de rechter-commissaris d.d. 9 november 2011 (punt 10).

20 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 12] (V35-01, blz. 4786).

21 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 13] (V47-04, blz. 4903).

22 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 1] (V05-01, blz. 4438-4439).

23 Proces-verbaal verhoor aangever d.d. 6 juli 2010 (G01-01, blz. 4).

24 Proces-verbaal ambtshandeling (50-AH-010, blz. 1534).

25 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 1] (V05-01, blz. 4444).

26 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 13] (V47-04, blz. 4903).

27 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 13] (V47-01, blz. 4898).

28 Proces-verbaal ambtshandeling (50-AH-010, blz. 1534-1535).

29 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 10] (V12-01, blz. 4570).

30 Bijlage 1 bij proces-verbaal Ambtshandeling (80-AH-013, blz. 1758).

31 Proces-verbaal ambtshandeling (50-AH-010, blz. 1541).

32 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 10] (V12-01, blz. 4576).

33 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 13] (V47-05, blz. 4916).

34 Proces-verbaal ambtshandeling (50-AH-010, blz. 1554).

35 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 15] (V20-01, blz. 4763).

36 Geschrift, te weten een koopakte d.d. 21 oktober 2008 (G-19-02, bijlage 5, niet doorgenummerd).

37 Geschrift, te weten een offerteaanvraag voor een hypotheek ING (16-D-004, blz. 5541-5552).

38 Geschrift, te weten een werkgeversverklaring, d.d. 8 januari 2009 (16-D-002, blz. 5526).

39 Geschrift, te weten een salarisspecificatie, februari 2009 (16-D-005, blz. 5553).

40 Geschrift, te weten een ondertekende offerte (16-D-006, blz. 5555-5563).

41 Overzichtsproces-verbaal hypotheekfraude (OPV-Hyp, blz. 146).

42 Geschrift, te weten een 'Aangifte hypotheekfraude' (16-D-001, blz. 5516-5525).

43 Proces-verbaal van ambtshandeling (16-AH-001, blz. 1313-1315).

44 Proces-verbaal van verhoor verdachte betrokkene 2] (V07-03, blz. 4485).

45 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 15] (V20-01, blz. 4762-4763).

46 Proces-verbaal van ambtshandeling (80-AH-16, blz. 1784).

47 Proces-verbaal van ambtshandeling (80-AH-16, blz. 1781-1782).

48 Proces-verbaal van ambtshandeling (50-AH-10, blz. 1548, 1552 en 1553).

49 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] (V07-05, blz. 4498).

50 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] (V07-04, blz. 4492).

51 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] (V07-03, blz. 4482).

52 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] (V07-03, blz. 4485).

53 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 12] (V35-01, blz. 4788).

54 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 12] (V35-01, blz. 4786).

55 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 15] (V20-01, blz. 4762-4763).

56 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] (V19-001, blz. 4730).

57 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-11, blz. 4679).

58 Overzichtsproces-verbaal (OPV-003, blz. 0064), proces-verbaal van ambtshandeling (90-AH-006, blz. 1909) en proces-verbaal van ambtshandeling (90-AH-008, blz. 1921-1929).

59 Proces-verbaal uitwerken tap (TAP-Da-004, blz. 2620 en 2662) en Proces-verbaal uitwerken tap (TAP-Da-004, blz. 2621 en 2622).

60 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 15] (V20-01, blz. 4762-4763).

61 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], (V19-01, blz. 4729 en V19-02, blz. 4735).

62 Geschrift, te weten een koopovereenkomst (17-D-002, blz. 5620-5624).

63 Geschrift, te weten een werkgeversverklaring d.d. 8 mei 2009 (17-D-003, blz. 5625).

64 Geschrift, te weten een salarisspecificatie, loon mei 2009 (17-D-004, blz. 5626).

65 Geschrift, te weten een offerte van [bedrijf 17] bv d.d. 19 mei 2009 (17-D-005, blz. 5627).

66 Geschrift, te weten een ondertekende offerte (17-D-014, blz. 5648 -5657).

67 Proces-verbaal ambtshandeling (80-AH-017, blz. 1788).

68 Geschrift, te weten aangifte door [aangever 2] (17-D-001, blz. 4) met daarbij gevoegd twee facturen van [bedrijf 3] (17-D-008 en 17-D-009, blz. 5632-5633).

69 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 3] (V08-01, blz. 4505-4507 en V08-02, blz. 4510 -4512).

70 Proces-verbaal van ambtshandeling (50-AH-10, blz. 1538).

71 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 10] (V12-01, blz. 4566).

72 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 10] (V12-01, blz. 4572).

73 Proces-verhaal verhoor verdachte [betrokkene 3] (V08-02, blz. 4510).

74 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 30 maart 2012.

75 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 3] (V08-01, blz. 4505-4507 en V08-02, blz. 4510 -4512).

76 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 4] (V09-02, blz. 4534).

77 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 4] (V09-01, blz. 4521-4523).

78 Proces-verbaal van ambtshandeling (50-AH-10, blz. 1538).

79 Proces-verbaal van ambtshandeling (50-AH-10, blz. 1538).

80 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 15] (V20-01, blz. 4762).

81 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 23] (V20-01, blz. 4763).

82 Geschrift, te weten aangifte door [aangever 2] (17-D-001 blz. 5605-5618) met daarbij gevoegd twee facturen van [bedrijf 3] (17-D-008 en 17-D-009, blz. 5632-5633).

83 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 23] (V20-01, blz. 4762 en 4763).

84 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 3] (V08-02, blz. 4510).

85 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 4] (V09-01, blz. 4521-4523).

86 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 4] (V09-02, blz. 4531).

87 Bijlage I bij proces-verbaal ambtshandeling (80-AH-017, blz. 1793).

88 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 17] (V43-04, blz. 4860).

89 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 11] (V13, blz. 4588 en 4600); verhoor rechter-commissaris getuige [betrokkene 4], punt 15; getuige [betrokkene 10], punt 28; getuige [betrokkene 3] punt 13 en 17.

90 Geschrift, te weten een financieringsaanvraag (19-D002, blz. 5746).

91 Geschrift, te weten een werkgeversverklaring d.d. 30 maart 2009 (19-D-004, blz. 5754).

92 Geschrift, te weten een salarisspecificatie, loon maart 2009 (19-D-005, blz. 5755).

93 Geschrift, te weten een offerte van [bedrijf 3] d.d. 23 april 2009 (19-D-009, blz. 5762).

94 Geschrift, te weten een ondertekende offerte (19-D-003, blz. 5748-5752).

95 Proces-verbaal ambtshandeling (99-AH-006, blz. 1966).

96 Geschriften, te weten twee nota's (19-D-008 en 19-D-009, blz. 5731 en 5762).

97 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 4] (V09- 01, blz. 4521-4522, 4525 en 4528).

98 Proces-verbaal van ambtshandeling (50-AH-10, blz. 1546).

99 Proces-verbaal van ambtshandeling (50-AH-10, blz. 1544).

100 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 10] (V12-01, blz. 4568).

101 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-02 blz. 4614 en 07, blz. 4641).

102 Proces-verbaal van ambtshandelingen (50-AH-10, blz. 1538).

103 Een geschrift, te weten een brief aan de belastingdienst Gouda d.d. 5 mei 2009 (40-D-002, blz. 6219)

104 Verhoor getuige [betrokkene 11] bij de rechter-commissaris, alinea 32.

105 Geschrift, te weten aangifte door [aangever3] (19-D-001, blz. 5743-5743) met daarbij gevoegd drie facturen van [[bedrijf 3]] BV (19-D-006, blz. 5757, 17-D-007, blz. 5759 en 19-D-008, blz. 5761).

106 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 4] (V09-01, blz. 4521-4522, 4525 en 4528).

107 Verhoor getuige [betrokkene 11] bij de rechter-commissaris, alinea 22.

108 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 4] (V09-01, blz. 4521-4522, 4525 en 4528).

109 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 4] (V09-02, blz. 4528 en 4530).

110 Proces-verbaal ambtshandeling (99-AH-006 blz. 1967).

111 Proces-verbaal ambtshandeling (99-AH-001, blz. 1936).

112 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 10] (V12-01, blz. 4579/4581).

113 Geschrift, te weten een koopakte bestaande eengezinswoning (21-D-002, blz. 5863-5869).

114 Geschrift, te weten een werkgeversverklaring d.d. 28 april 2009 (21-D-003, blz. 5870).

115 Geschrift, te weten vier salarisspecificaties, loon januari 2009, februari 2009, loon maart 2009 en april 2009 (12-D-004, blz. 5871-5874).

116 Geschrift, te weten een offerte van [[bedrijf 3]] d.d. 6 mei 2009 (21-D-005, blz. 5875).

117 Geschrift, te weten een ondertekende offerte (21-D-009, blz. 5878-5887).

118 Proces-verbaal van ambtshandeling (80-AH-021, blz. 1821).

119 Geschrift, te weten aangifte door [aangever 2] (21-D-001 blz. 5853) met daarbij gevoegd twee facturen van [bedrijf 3] (21-D-006, blz. 5876 en 21-D-007, blz. 5877).

120 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 5] (V06-01, blz. 4455-4456).

121 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 5] (V06-01, blz. 4458-4459.

122 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 4] (V09-02, blz. 4537).

123 Proces-verbaal ambtshandeling (50-AH-010, blz. 1549).

124 Proces-verhaal verhoor verdachte [betrokkene 10] (V12-01, blz. 4567).

125 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 15] (V20-01, blz. 4762 en 4763).

126 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 13] (V47-04, blz. 4892 en 4899).

127 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 5] (V06-01, blz. 4458-4459).

128 Proces-verbaal ambtshandeling (50-AH-010, blz. 1538).

129 Geschrift, te weten aangifte door [aangever 2] (21-D-001, blz. 5853) met daarbij gevoegd twee facturen van [bedrijf 3] (21-D-006, blz. 5876 en 21-D-007, blz. 5877).

130 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 5] (V06-01, blz. 4453).

131 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 4] (V09-02, blz. 4537).

132 Bijlage I bij proces-verbaal van ambtshandeling (80-AH-021, blz. 1825).

133 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 10] (V12-01, blz. 4580).

134 Proces-verbaal ambtshandeling (50-AH-010, blz. 1551).

135 Proces-verbaal ambtshandelingen (21-AH-001, blz. 1414).

136 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 5] (V06-01, blz. 4455-4456).

137 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 11 oktober 2010 met bijlagen (71-D-012, blz. 7318).

138 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 11 oktober 2010 met bijlagen (71-D-012, blz. 7330 en 7331).

139 Brief (70-D-001, blz. 6782).

140 Jaaropgaaf (70-D-002, blz. 6783).

141 Proces-verbaal verhoor van getuige [medewerker belastingdienst 2] (G02-01, blz. 5021).

142 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 6] (V32-01, blz. 4771).

143 Overzichtsproces-verbaal inkomstenbelasting (OPV-IB, blz. 0255).

144 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 14 oktober 2010 met bijlagen (71-D-004, blz. 7189).

145 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 14 oktober 2010 met bijlagen (71-D-004, blz. 7203 en 7204).

146 Brief (70-D-097, blz. 7001).

147 Jaaropgaaf (70-D-097, blz. 7003).

148 Overzichtsproces-verbaal inkomstenbelasting (OPV-IB, blz. 0262).

149 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 7] (V40-01, blz. 4819).

150 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 7] (V40-01, blz. 4820).

151 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 11 oktober 2010 met bijlagen (71-D-007, blz. 7231).

152 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 11 oktober 2010 met bijlagen (71-D-007, blz. 7247 en 7248).

153 Overzichtsproces-verbaal inkomstenbelasting (OPV-IB, blz. 0271).

154 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 17] (V43-04, blz. 4864 en blz. 4861).

155 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 25] (V37-01 p. 4797).

156 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] (G09-01, blz. 5052).

157 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] (G10-01, blz. 5054).

158 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] (G11-01, blz. 5056).

159 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] (G12-01, blz. 5058).

160 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 21 januari 2011 met bijlagen (71-D-016, blz. 7385).

161 Aangifte 2009 (niet-doorgenummerd aanvullende dossier met aanvullende originele processen-verbaal, 71-D-045, blz. 1).

162 Werkgeversverklaring (16-D-002, blz. 5526).

163 Salarisspecificatie (16-D-005, blz. 5553).

164 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 6] (V32-01, blz. 4770).

165 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 7] (V40-01, blz. 4819).

166 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 6] (V32-01, blz. 4770. en proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 7] (V40-01, blz. 4819).

167 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 22] (V42-01, blz. 4834).

168 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 22] (V42-01, blz. 4836).

169 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 7] (V40-01, blz. 4819).

170 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 7] (V40-01, blz. 4821).

171 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 6] (V32-01, blz. 4770).

172 Aanvangsproces-verbaal inzake inkomstenbelasting/Belastingtoeslagenfraude (70-AH-001, blz. 1640).

173 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 17] (V43-01, blz. 4841).

174 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-02, blz. 4615).

175 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-09, blz. 4657).

176 Aanvangsproces-verbaal inzake inkomstenbelasting/Belastingtoeslagenfraude (70-AH-001, blz. 1643) en proces-verbaal onderzoek IP-adressen (70-AH-002, blz. 1656).

177 Proces-verbaal van ambtshandeling (50-AH-010, blz. 1552 en 1553).

178 Proces-verbaal van ambtshandeling (50-AH-010, blz. 1552).

179 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 12] (V35-01, blz. 4784).

180 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 12] (V35-01, blz. 4787).

181 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 6] (V34-01, blz. 4777).

182 Aanvangsproces-verbaal inzake inkomstenbelasting/Belastingtoeslagenfraude (70-AH-001, blz. 1642 en 1643).

183 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 12] (V35-01, blz. 4786).

184 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 12] (V35-01, blz. 4790).

185 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-09, blz. 4648).

186 Proces-verbaal van ambtshandeling (90-AH-006, blz. 1909-1911).

187 Proces-verbaal van ambtshandeling (90-AH-006, blz. 1909-1911), bijlage 2, blz. . 2.

188 Proces-verbaal uitwerken tap (TAP-Da-004, blz. 2620 en 2662).

189 Proces-verbaal uitwerken tap (TAP-Da-004, blz. 2621 en 2622).

190 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 30 maart 2012.

191 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 17] (V43-01, blz. 4842).

192 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] (V14-08, blz. 4645).

193 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 15] (V20-01, blz. 4764).

194 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 24 februari 2011 met bijlagen (61-D-002/61-D-003, blz. 6570 en 6571).

195 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 24 februari 2011 met bijlagen (61-D-002/61-D-003, blz. 6575, 6579 en 6580).

196 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 25 februari 2011 met bijlagen, (61-D-007, blz. 6623 en 6624).

197 Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1603 en 1604).

198 Handgeschreven aangifte (60-D-12 005, blz. 6400).

199 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 23 februari 2011 met bijlagen (61-D-012, blz. 6676 en 6677).

200 Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1604).

201 Suppletie omzetbelasting (60-D-12 007, blz. 6402).

202 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 23 februari 2011 met bijlagen (61-D-012, blz. 6676 en 6677).

203 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 23 februari 2011 met bijlagen (61-D-012, blz. 6676 en 6677).

204 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 25 februari 2011 met bijlagen (61-D-007, blz. 6623 en 6624).

205 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 20 juli 2011 61-D-007a (aanvullend proces-verbaal) p. 1 en 2 (niet doorgenummerd) en ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 25 februari 2011 met bijlagen (61-D-007, blz. 6627).

206 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 25 februari 2011 met bijlagen (61-D-007, blz. 6628, 6633 en 6634).

207 Handgeschreven aangifte (60-D-12 005, blz. 6400).

208 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 23 februari 2011 met bijlagen (61-D-012, blz. 6682, 6689 en 6690.

209 Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1604).

210 Suppletie omzetbelasting (60-D-12 007, blz. 6402).

211 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 23 februari 2011 met bijlagen (61-D-012, blz. 6684, 6689 en 6690).

212 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 23 februari 2011 met bijlagen (61-D-012, blz. 6685, 6689 en 6690).

213 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 25 februari 2011 met bijlagen (61-D-007, blz. 6632, 6633 en 6634).

214 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 20 juli 2011 61-D-007a (aanvullend proces-verbaal) p. 6-8 (niet doorgenummerd).

215 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 25 februari 2011 met bijlagen (61-D-005, blz. 6600 en 6601).

216 Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1592).

217 Ambtsedige verklaring van de Belastingdienst d.d. 25 februari 2011 met bijlagen (61-D-007, blz. 6632, 6634 en 6635).

218 Factuur (60-D-3 022, blz. 6281).

219 Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1584).

220 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-09, blz. 4654 en 4655).

221 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-04, blz. 4624).

222 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-06, blz. 4632).

223 Overzicht (60-D-12-001, blz. 6385) en de facturen op blz. 6423, 6428, 6429 en 6430.

224 Specificatie (60-D-12-001, blz. 6385).

225 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-08, blz. 4644).

226 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-07, blz. 4638).

227 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-08, blz. 4644 en 4645).

228 Factuur (60-D-12 029, blz. 6424).

229 Aangifte omzetbelasting (60-D-12-001, blz. 6389) en de facturen op blz. 6390 en 6391.

230 Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1603 en 1604).

231 60-D-012 036 tot en met 046 (blz. 6431-6441).

232 60-D-012 014 tot en met 020 (blz. 6409-6415).

233 60-D-012 021 tot en met 027 (blz. 6416-6422).

234 Brief (60-D-7-001, blz. 6283).

235 Brief (60-D-7-002, blz. 6304).

236 Brief (60-D-7-003, blz. 6326).

237 60-D-7-001, blz. 6290, 6291 en 6292 en Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1595).

238 60-D-7-001, blz. 6285 en 6287 en Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1595).

239 60-D-7-001, blz. 6294, 6286 en 6293 en Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1595).

240 60-D-7-001, blz. 6288 en 6289 en Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1595).

241 60-D-7-002, blz. 6309, 6315, 6310, 6319 en 6316.

242 60-D-7-002, blz. 6307 en 6308.

243 60-D-7-003, blz. 6329-6337.

244 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-06, blz. 4634).

245 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-07, blz. 4637).

246 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-07, blz. 4638).

247 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-08, blz. 4644 en 4655).

248 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-07, blz. 4638 en 4639).

249 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-06, blz. 4634).

250 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-09, blz. 4653).

251 Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1589).

252 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-05, blz. 4629).

253 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-07, blz. 4638 en 4639).

254 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-09, blz. 4658).

255 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-02, blz. 4615).

256 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-08, blz. 4645).

257 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-06, blz. 4632).

258 Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1604).

259 Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1604).

260 Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1605).

261 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-07, blz. 4637 en 4638).

262 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-06, blz. 4632).

263 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-08, blz. 4644).

264 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-09, blz. 4657).

265 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-09, blz. 4657).

266 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-09, blz. 4655).

267 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 30 maart 2012.

268 TAP-E-027, blz. 3108 en 3109.

269 Kopie aangifte (60-D-12 001, blz. 6386, 6388 en 6389) en suppletie omzetbelasting (60-D-12 007, blz. 6402).

270 Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1603).

271 TAP-E-030, blz. 3171.

272 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-09, blz. 4654 en facturen 60-D-3 001 t/m 006 (blz. 6260-6265) en factuur 60-D-3 009 (blz. 6268)).

273 Proces-verbaal van ambtshandeling (50-AH-010, blz. 1552 en 1553).

274 Proces-verbaal van ambtshandeling (50-AH-010, blz. 1552).

275 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 12] (V35-01, blz. 4784).

276 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 12] (V35-01, blz. 4787).

277 Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1587).

278 Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1592).

279 Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1586).

280 99-AH-004, blz. 1953-1954.

281 Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1586).

282 99-AH-004 bijl.1, blz. 1955.

283 Proces-verbaal van ambtshandeling (50-AH-010 p. 1563 en 1564).

284 Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1590).

285 Proces-verbaal van ambtshandeling (60-AH-001, blz. 1591) en proces-verbaal van ambtshandeling (99-AH-006, blz. 1965-1968) en de Bijlage 1 (blz. 1969-1970) daarbij.

286 50-AH-006 bijl. 1, blz. 1519.

287 50-AH-006 bijl. 1 (blz. 1519) en proces-verbaal van verhoor verdachte (V18-04, blz. 4726).

288 Proces-verbaal van ambtshandeling (50-AH-008, blz. 1527).

289 Proces-verbaal van doorzoeking object A blz. 1061-1064 met bijlage 1 (0-AH-054, blz. 1065).

290 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-09, blz. 4655).

291 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] (V07-03, blz. 4488); proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 17] (V43-02, blz. 4855 en V43-01, blz. 4842, 4850 en 4851).

292 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 4] (V09-02, blz. 4534); proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 24] (V10-01, blz. 4555).

293 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 5] (V06-01, blz. 4454); proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3] (V-08-02, blz. 4511); proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 26], V03-01, blz. 4387).

294 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 4] (V09-01, blz. 4539).

295 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 5] (V06-01, blz. 4454); proces-verbaal uitwerken tap (TAP-G-012, blz. 3699-3700).

296 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3] (V08-01, blz. 4506).

297 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 5] (V06-01, blz. 4453).

298 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 4] (V09-01, blz. 4522).

299 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 5] (V06-01, blz. 4455).

300 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3] (V08-02, blz. 4510); proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 5] (V06-01, blz. 4456); proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 4] (V09-02, blz. 4528); proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 24] (V10-01, blz. 4554).

301 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3] (V08-02, blz. 4510 en 4511; proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 4] (V09-01, blz. 4522); proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 24] (V10-01, blz. 4555).

302 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 5] (V06-01, blz. 4456); proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1] (V05-01, blz. 4439).

303 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 24] (V10-02, blz. 4554).

304 Proces-verbaal van ambtshandeling (99-AH-051, niet doorgenummerd).

305 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 12] (V35-01, blz. 4786); proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 24] (V10-02, blz. 4560); proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 10] (V12-01, blz. 4580).

306 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 5] (V06-01, blz. 4460); proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3] (V08-02, blz. 4515).

307 Processen-verbaal uitwerken tap (TAP-D-007, blz. 2454; TAP-D-021, blz. 2517; TAP-D-030, blz. 2572; TAP-E-011, blz. 2846; TAP-E-014, blz. 2912).

308 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 15] (V20-01, blz. 4762 en 4763).

309 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 10] (V12-01, blz. 4569).

310 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 10] (V12-01, blz. 4563, 4565 en 4569).

311 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 11] (V13-01, blz. 4600); proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 10] (V12-01, blz. 4570).

312 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 17] (V43-01, blz. 4842).

313 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-11, blz. 4679).

314 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 11] (V13-01, blz. 4600); proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 17] (V43-01, blz. 4842).

315 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 17] (V43-01, blz. 4842).

316 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 4] (V09-01, blz. 4524); proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-11, blz. 4679).

317 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3] (V08-01, blz. 4505).

318 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 4] (V09-01, blz. 4522).

319 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 10] (V12-01, blz. 4565).

320 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 4] (V09-01, blz. 4523); proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 17] (V43-02, blz. 4855).

321 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (V14-11, blz. 4679).

322 Processen-verbaal uitwerken tap (TAP-E-017, blz. 2940; TAP-E-018, blz. 2951; TAP-E-021, blz. 2999; TAP-E-022, blz. 3020).

323 Proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 3] bij de rechter-commissaris.

324 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 5] (V06-01, blz. 4460).

325 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 4] (V09-01, blz. 4523).

326 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 17] (V43-01, blz. 4842).