Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX0613

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
30-05-2012
Datum publicatie
06-07-2012
Zaaknummer
AWB 11/26114
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft de verblijfsvergunning van eiseres ingetrokken omdat gebleken is dat eiseres, haar kind en haar echtgenoot bij de Belgische autoriteiten bekend zijn onder een andere naam en de Rwandese nationaliteit. Het vorenstaande levert volgens verweerder een contra-indicatie voor statusverlening op, als bedoeld in hoofdstuk C4/2.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000). De rechtbank is van oordeel dat verweerder uit de informatie van de Belgische immigratiedienst IBZ heeft kunnen afleiden dat eiseres bij haar asielaanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt. De rechtbank stelt vast dat hetgeen eiseres heeft aangevoerd onvoldoende overtuigend is om aan te nemen dat zij niet de visumaanvraag in België heeft gedaan in 2008.

Bevestiging in hoger beroep, art. 91 lid 2 Vw 2000, ABRS nr. 201206314/1/V1, 17-06-2013.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/26114

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 mei 2012 in de zaak tussen

[A], eiseres, V-nummer [a], mede namens haar minderjarige kind

[B], V-nummer [b],

(gemachtigde: mr. D.G. Metselaar),

en

de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, verweerder

(gemachtigde: mr. E. Nardelli).

Procesverloop

Eiseres heeft gesteld te zijn geboren op [datum] 1985 en de Congolese nationaliteit te hebben. Zij verblijft als vreemdeling in Nederland.

Bij besluit van 18 mei 2009 heeft verweerder aan eiseres een verblijfsvergunning verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet (Vw) 2000, met ingang van 1 november 2008, geldig tot 1 november 2013.

Op 23 februari 2011 heeft verweerder een voornemen uitgebracht de aan eiseres verleende verblijfsvergunning in te trekken met terugwerkende kracht tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning, 1 november 2008. Hiertegen heeft eiseres een zienswijze ingediend.

Bij besluit van 19 juli 2011 heeft verweerder de verblijfsvergunning van eiseres ingetrokken met ingang van 1 november 2008.

Eiseres heeft tegen dit besluit op 11 augustus 2011 beroep ingesteld bij de rechtbank. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 april 2012. Eiseres is verschenen en is bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was ter zitting aanwezig E. Nsabimbona, tolk Kinyamulenge.

Overwegingen

1 Verweerder heeft de verblijfsvergunning van eiseres ingetrokken omdat gebleken is dat eiseres, haar kind en haar echtgenoot [C] bij de Belgische autoriteiten bekend zijn onder een andere naam en de Rwandese nationaliteit. Uit DNA onderzoek is gebleken dat de echtgenoot de vader is van het kind van eiseres. De echtgenoot van eiseres heeft in zijn eigen verblijfsrechtelijke procedure erkend dat hij heeft gestudeerd in België maar stelt dat hij dat heeft gedaan met een vals Rwandees paspoort. Dat laatste wordt door verweerder niet gevolgd. Het vorenstaande levert volgens verweerder een contra-indicatie voor statusverlening op, als bedoeld in hoofdstuk C4/2.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000). Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat indien ten tijde van de vergunningverlening bekend zou zijn geweest dat eiseres in België andere gegevens inzake haar identiteit heeft verstrekt, eiseres destijds geen verblijfsvergunning zou hebben verkregen op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000, noch in aanmerking zou zijn gekomen voor een verblijfsvergunning op één van de andere gronden van artikel 29 van de Vw 2000. Verweerder acht de door eiseres gestelde identiteit en nationaliteit ongeloofwaardig en stelt dat hierdoor op voorhand geen geloof kan worden gehecht aan de overige verklaringen van het relaas van eiseres. Verweerder ziet dan ook geen aanleiding te overwegen of eiseres op grond van haar gestelde persoonlijke relaas dan wel op grond van de algemene situatie in de Democratische Republiek Congo (DRC) in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, dan wel b, van de Vw 2000.

2 Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat zij niet in België verbleven heeft onder de naam [D] met de Rwandese nationaliteit. Zij heeft daar ook geen visumaanvraag gedaan. De persoon op de foto van de visumaanvraag betreft niet eiseres. De door verweerder gehanteerde onderzoeksmethode van fotovergelijking is onbetrouwbaar. Subsidiair heeft eiseres aangevoerd dat indien zij toch de persoon op de foto blijkt te zijn, deze foto door onbekenden is misbruikt om een visum te verkrijgen. Eiseres is namelijk met behulp van een reisagent met een vals paspoort uit Congo gevlucht en heeft daarvoor ook foto's moeten maken. Het Eurodactonderzoek heeft uitgewezen dat eiseres niet in de vingerafdrukdatabank voorkomt. Ook daarmee heeft eiseres aangetoond dat zij niet eerder een visumaanvraag heeft gedaan in België.

Eiseres heeft aangevoerd dat niet uit te sluiten valt dat een andere persoon, op dezelfde naam als haar echtgenoot, in België een studievisum heeft aangevraagd. Eiseres merkt voorts op dat als toch mocht blijken dat haar echtgenoot in België is geweest, hij zijn Rwandese paspoort onrechtmatig verkregen heeft. De beroepsprocedure van de echtgenoot van eiseres loopt nog. De Rwandese autoriteiten verklaren dat eiseres, haar kind en haar echtgenoot niet de Rwandese nationaliteit bezitten. Eiseres kan dan ook niet teruggezonden worden naar Rwanda.

De informatie van de Belgische immigratiedienst is niet volledig. Volgens die informatie zou de echtgenoot van eiseres op 16 juli 2007 een studievisum aangevraagd hebben. Eiseres zou volgens die informatie echter reeds in mei 2007 een toeristenvisum aangevraagd hebben om haar echtgenoot te bezoeken. Dit kan niet kloppen en duidt op onzorgvuldigheid van de Belgische immigratiedienst. Eiseres heeft bij haar asielaanvraag een originele Congolese identiteitskaart overgelegd, welke door verweerder echt bevonden is. Doordat eiseres ook nog behoort tot de bevolkingsgroep Banyamulenge en Kinyamulenge spreekt heeft zij voldoende aangetoond afkomstig te zijn uit Congo.

Op grond van het asielrelaas van eiseres dient zij in het bezit gesteld te worden van een verblijfsvergunning asiel. Indien eiseres uitgezet wordt naar Rwanda zal zij naar haar geboorteprovincie in Congo gedeporteerd worden. Zulks is in strijd met het refoulementverbod. Eiseres beroept zich op artikel 19, vierde lid, van de richtlijn 2004/83/EG (Definitierichtlijn), waarin is bepaald dat verweerder dient aan te tonen dat er een intrekkingsgrond is.

3 Ingevolge artikel 32, eerste lid, onder a, van de Vw 2000 - voor zover van belang - kan de verblijfsvergunning asiel (voor bepaalde tijd) als bedoeld in artikel 28 worden ingetrokken indien de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning zouden hebben geleid.

Ingevolge artikel 3.105f van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) - voor zover van belang - wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28, van de Vw 2000, die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, van de Vw 2000 ingetrokken indien sprake is van de situatie bedoeld in artikel 32, eerste lid, onder a, van de Vw 2000.

4 De rechtbank overweegt als volgt.

4.1 Vast staat dat uit de informatie van de Belgische immigratiedienst, IBZ, blijkt dat de echtgenoot van eiseres onder een andere naam en de Rwandese nationaliteit met een studentenvisum vanaf 12 september 2007 in België heeft verbleven. De echtgenoot van eiseres heeft tegenover verweerder bevestigd dat hij in België heeft gestudeerd. Voorts blijkt uit de informatie van de IBZ dat aan eiseres en haar kind, onder een andere naam, geboortedatum en de Rwandese nationaliteit, een visum is verstrekt om haar echtgenoot te bezoeken in België. Op 4 december 2008 is de echtgenoot van eiseres geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken toen bleek dat hij niet meer op de door hem aangegeven plaats verbleef. Ook eiseres heeft zich niet meer gemeld bij de Belgische autoriteiten. Op

1 november 2008 heeft eiseres haar asielaanvraag in Nederland ingediend.

4.2 De rechtbank is van oordeel dat verweerder uit deze informatie heeft kunnen afleiden dat eiseres bij haar asielaanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt. Eiseres heeft aangevoerd dat niet onomstotelijk vaststaat dat het door haar echtgenoot gebruikte Rwandese paspoort niet vals was. De brief van de IBZ van 18 april 2012 geeft geen concrete aanknopingspunten voor die stelling. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat de aanwijzingen van de IBZ, namelijk dat de echtgenoot van eiseres op zijn Rwandese paspoort tweemaal een visumaanvraag heeft gedaan, hij tweemaal legaal België is ingereisd en dat er twee VISION consultaties zijn geweest bij België door Nederland voor de, naar eigen opgave, Rwandese echtgenoot van eiseres, voor verweerder voldoende aanknopingspunt zijn om uit te gaan van de echtheid van het Rwandese paspoort van de echtgenoot van eiseres. Hetgeen eiseres tegen deze aanwijzingen heeft ingebracht is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te twijfelen aan de echtheid van het paspoort, te meer nu de echtgenoot van eiseres in zijn asielprocedure heeft aangegeven zijn Rwandese paspoort verscheurd te hebben.

4.3 De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder wel gerechtigd was om de stukken en verklaringen uit de asielprocedure van de echtgenoot van eiseres bij het beroep van eiseres te betrekken. Eiseres heeft geen rechtsregel genoemd op grond waarvan verweerder niet gerechtigd is om gebruik te maken van alle beschikbare relevante informatie die hem ter handen komt.

4.4 De stelling van eiseres dat de informatie van de Belgische immigratiedienst onjuist is, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Het feit dat in de brief van de IBZ staat dat eiseres reeds in mei 2007 een visumaanvraag heeft gedaan terwijl haar echtgenoot pas in juli 2007 zijn studievisum aanvroeg kan gezien worden als een kennelijke verschrijving, nu uit de door de IBZ overgelegde pagina van de visumaanvraag duidelijk blijkt dat eiseres haar visum in mei 2008 heeft aangevraagd.

Eiseres heeft ter zitting aangevoerd dat verweerder opzettelijk pagina's van de visumaanvraag heeft achtergehouden, nu slechts de eerste pagina is overgelegd. De rechtbank volgt dit betoog van eiseres niet. Door verweerder is ter zitting verklaard dat hij alle informatie van de IBZ heeft overgelegd. Daarnaast is de informatie op de zich in het dossier bevindende pagina van de visumaanvraag zeer duidelijk. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk kunnen maken dat de achterliggende pagina(s) van de aanvraag zouden kunnen afdoen aan de informatie op de eerste pagina.

4.5 Het betoog van eiseres dat zij niet de vrouw is die de Belgische visumaanvraag heeft gedaan kan de rechtbank niet volgen. Immers is uit onderzoek voldoende gebleken dat de foto op de visumaanvraag een beeltenis van eiseres laat zien. De gebruikte onderzoeksmethode voor persoonsidentificatie is gebaseerd op het vergelijken van specifieke gezichtskenmerken. Op grond van de ervaring met visueel identificatieonderzoek wordt in de conclusie de verwachte zeldzaamheid van gevonden combinaties meegenomen. Eiseres heeft niet door middel van bijvoorbeeld een contra-expertise aangetoond dat het onderzoek niet deugdelijk is. De enkele stelling van eiseres dat zij niet de vrouw op de foto is, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende.

4.6 De rechtbank volgt verweerder in zijn oordeel dat het feit dat eiseres niet voorkomt in het Eurodactregister niet maakt dat zij niet in België geweest kan zijn. De verordening 767/2008 van het Europees Parlement van 9 juli 2008 betreffende het visuminformatiesysteem, welke door eiseres is aangehaald, is pas na de visumaanvraag van eiseres tot stand gekomen en kan dan ook niet gelden als ondersteuning van het standpunt van eiseres dat haar vingerafdrukken in België geregistreerd zouden moeten zijn als zij een aldaar een visumaanvraag gedaan zou hebben.

4.7 Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden voorbij kunnen gaan aan stelling van eiseres dat zij met haar geldige Congolese identiteitskaart haar nationaliteit heeft aangetoond. Uit de visumaanvraag uit mei 2008 is af te leiden dat eiseres in Congo is geboren en later de Rwandese nationaliteit heeft verkregen. Omdat de identiteitskaart van eiseres stamt uit 2005 is niet uit te sluiten dat eiseres na die tijd de Rwandese nationaliteit heeft verkregen. Ook het feit dat eiseres Kinyamulenge spreekt kan derhalve niet aantonen dat zij niet de Rwandese nationaliteit heeft verworven. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat een taalanalyse niet kan bijdragen aan de vaststelling van de nationaliteit van eiseres.

4.8 De door eiseres overgelegde verklaring van de Rwandese autoriteiten dat eiseres niet de Rwandese nationaliteit bezit kan naar het oordeel van de rechtbank niet het standpunt van eiseres onderbouwen. Eiseres heeft zich bij die autoriteiten immers niet gepresenteerd als persoon met de Rwandese nationaliteit.

4.9 Eiseres heeft voorts gesteld dat, indien toch uitgegaan dient te worden van de Rwandese nationaliteit van haar echtgenoot, nog niet vaststaat dat ook eiseres deze nationaliteit heeft verworven. Indien eiseres wordt uitgezet naar Rwanda zal zij aldaar geen verblijfsrecht hebben, en uitgezet worden naar Congo. Dit is in strijd met het refoulementverbod. Gezien het bovenstaande is de rechtbank echter van oordeel dat verweerder zich in voldoende mate op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiseres de Rwandese nationaliteit heeft. Derhalve is er geen sprake van de situatie dat eiseres uitgezet zal worden naar Congo.

4.10 De rechtbank stelt vast dat hetgeen eiseres heeft aangevoerd onvoldoende overtuigend is om aan te nemen dat zij niet de visumaanvraag in België heeft gedaan in 2008. Het beroep van eiseres op artikel 19, vierde lid, van de Definitierichtlijn kan gezien het bovenstaande ook niet slagen, nu verweerder voldoende gemotiveerd heeft waarom eiseres niet langer in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming.

5 Gezien het vorenstaande heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat eiseres onjuiste gegevens heeft verstrekt, terwijl bekendheid met die gegevens tot afwijzing van haar asielaanvraag zou hebben geleid. Verweerder heeft dan ook op goede gronden de verblijfsvergunning van eiseres op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 ingetrokken, met terugwerkende kracht tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning 1 november 2008.

6 Het beroep is ongegrond.

7 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank 's-Gravenhage

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van

mr. A. Badermann, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2012.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Bij het beroepschrift dient een kopie van deze uitspraak te worden overgelegd.

Het beroepschrift dient een of meer grieven tegen de uitspraak van de rechtbank te bevatten en moet geadresseerd worden aan de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC Den Haag (nadere informatie: www.raadvanstate.nl).