Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX0466

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-06-2012
Datum publicatie
12-07-2012
Zaaknummer
09/754259-10 en 09/650023-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensenhandel. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel, waarbij vier vrouwen betrokken waren. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval een gevangenisstraf van lange duur op zijn plaats. De bewezen mishandeling en woninginbraak zijn slechts in geringe mate op deze straf van invloed. Wel bevestigt het plegen van deze delicten het beeld dat verdachte zich niets aantrekt van wettelijke - voor een maatschappij onontbeerlijke - normen of regels bij zijn ongeremde zoektocht naar inkomsten. De straf valt evenwel aanzienlijk lager uit dan de straf die de officier van justitie heeft geëist, omdat de rechtbank verdachte (onder meer) vrijspreekt van betrokkenheid bij het meest ernstige - want: meest gewelddadige en meest langdurige - feit op de tenlastelegging (zaaksdossier [S0]), terwijl de officier van justitie dat feit wel bewezen achtte.

Gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, met aftrek van voorarrest. Zie ook LJN: BX0032, BX0393, BX0718 en BX1312 (medeverdachten).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers 09/754259-10 en 09/650023-12

Datum uitspraak: 29 juni 2012

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte (C)],

geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats],

adres: [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Haaglanden, locatie Zoetermeer.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 23 januari 2012, 4 april 2012, 13 juni 2012 en 15 juni 2012.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. T.N.M. Kamps en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

De zaak tegen verdachte is (deels) gezamenlijk maar niet gevoegd behandeld met de zaken tegen de medeverdachten [A] (hier door de rechtbank kortheidshalve aangeduid als '[A]'), [B] (hierna: '[B]'), [D] (hierna: '[D]') en [E] (hierna: '[E]').

Voorts wordt in het navolgende de dagvaarding met het parketnummer 09/754259-10 aangeduid als dagvaarding I en de dagvaarding met het parketnummer 09/650023-12 als dagvaarding II.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

Dagvaarding I

feit 1 (zaaksdossier Kade)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 juli 2011 tot en met 2 augustus 2011 te Den Haag, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [S1] door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of meer feitelijkheden en/of door afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [S1] (in de prostitutie)

en/of

die [S1] (telkens) met één van de voornoemde middelen heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (in de prostitutie) en/of seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die [S1] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (in de prostitutie) en/of seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en/of

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [S1]

en/of

die [S1], (telkens) met één van de voornoemde middelen heeft gedwongen en/of bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [S1] met of voor een derde

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

* die [S1] als prostituee laten werken in Den Haag en/of

* die [S1] verteld danwel laten vertellen dat haar kans om weg te komen uit de instelling waar zij verbleef was om met hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) mee te gaan en/of

* die [S1] verteld danwel laten vertellen dat als zij in de prostitutie zou gaan werken, zij een goed leven zou krijgen, zij haar rijbewijs kon gaan halen en zij kon gaan samenwonen met ene [E] en/of

* die [S1] (telkens) naar een prostitutiekamer (over)gebracht en/of laten overbrengen en/of

* de simkaart van de telefoon van die [S1] afgepakt en/of laten afpakken en/of

* die [S1] een nieuwe simkaart waarop geen beltegoed stond gegeven en/of

* laten geven en/of

* die [S1] voorzien en/of laten voorzien van (sexy) werkkleding en/of

* die [S1] (voortdurend) onder toezicht en/of controle gehouden en/of

* die [S1] laten overnachten in de woning van verdachte en/of die van zijn

* mededader(s) en/of

* die [S1] instructies gegeven en/of laten geven over hoeveel geld zij moest vragen per klant en/of

* die [S1] gedwongen, althans bewogen, om (een groot deel van) de opbrengst uit de prostitutiewerkzaamheden aan hem, verdachte, en/of aan zijn mededader(s) af te staan en/of af te dragen.

feit 2 (zaaksdossier Frans Hals)

hij op of omstreeks 08 juli 2011 te 's-Gravenhage met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, op (althans ter hoogte van) de Frans Halsstraat, in elke geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [P1], welk geweld bestond uit het schoppen en/of slaan op/tegen het hoofd en/of het been althans het lichaam van die [P1];

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 08 juli 2011 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon (te weten [P1]) heeft geschopt en/of geslagen op/tegen het hoofd en/of het been althans het lichaam van die [P1], waardoor voornoemde [P1] letsel heeft beomen en/of pijn heeft ondervonden.

feit 3 (zaaksdossier [S2])

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 juni 2011 tot en met 17 juli 2011 te Den Haag en/of Alkmaar, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [S2] door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld of één of meer feitelijkheden en/of door afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [S2] (in de prostitutie)

en/of

die [S2] (telkens) met één van de voornoemde middelen heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (in de prostitutie) en/of seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die [S2] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (in de prostitutie) en/of seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en/of

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [S2]

en/of

die [S2], (telkens) met één van de voornoemde middelen heeft gedwongen en/of bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [S2] met of voor een derde

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

* die [S2] als prostituee laten werken in Alkmaar en/of

* die [S2] verliefd op hem, verdachte, laten worden en/of

* die [S2] verteld dat haar kans om weg te komen uit de handen van haar toenmalige pooier was om met hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) mee te gaan en/of

* die [S2] meermalen (althans eenmaal) geslagen en/of gestompt en/of

* die [S2] verteld dat als zij in de prostitutie zou gaan werken, zij een goed leven samen zouden krijgen en/of

* die [S2] (telkens) naar een prostitutiekamer (over)gebracht en/of laten overbrengen en/of

* die [S2] (voortdurend) onder toezicht en/of controle gehouden en/of

* die [S2] laten overnachten in de woning van hem, verdachte, en/of die van zijn mededader(s) en/of

* die [S2] opgesloten in zijn woning en/of de woning van zijn mededaders en/of

* die [S2] een hondje (cadeau) gegeven en/of

* die [S2] instructies gegeven hoe zij zich achter het raam diende te gedragen en/of

* die [S2] gedwongen, althans bewogen, om (een groot deel van) de opbrengst uit de prostitutiewerkzaamheden aan hem, verdachte, en/of aan zijn mededader(s) af te staan en/of af te dragen.

feit 4 (zaaksdossier [S0])

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2008 tot en met 31 december 2009 te Den Haag en/of Amsterdam, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [S0], door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld of één of meer feitelijkheden en/of door afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft/hebben geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van voornoemde [S0] (in de prostitutie)

en/of

die [S0], (telkens) met één van de voornoemde middelen heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (in de prostitutie) en/of seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel enige handeling(en) heeft/hebben ondernomen waarvan hij, verdachte, wist althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die [S0], zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (in de prostitutie) en/of seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en/of

opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting van die [S0],

en/of

die [S0], (telkens) met één van de voornoemde middelen heeft gedwongen en/of bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [S0], met of voor een derde

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader

* die [S0] als prostituee laten werken in Den Haag en/of Amsterdam en/of

* die [S0] meermalen (althans eenmaal) bedreigd haar zoontje wat aan te zullen doen en/of

* die [S0] meermalen (althans eenmaal) geslagen en/of gestompt en/of

* die [S0] met een vuurwapen bedreigd en/of

* die [S0] met een vuurwapen geslagen en/of

* die [S0] bedreigd door een vuurwapen in haar mond te zetten en/of

* die [S0] meermalen (althans eenmaal) vaginaal en/of anaal verkracht en/of -op de rug van die [S0] sigaretten uitgedrukt en/of

* die [S0] gedwongen (althans bewogen) een tatoeage in haar schaamstreek te laten zetten met de naam "[B]" of "[naam2]" en/of een tatoeage van een pitbull, althans een hond, te laten zetten met de letters MOB wat staat voor Money Over Bitches en/of een tatoeage van een vuurwapen te laten zetten en/of een tatoeage van twee vleugels over haar volledige rug te laten zetten en/of

* die [S0] (voortdurend) onder toezicht en/of controle gehouden en/of

* die [S0] opgesloten in haar eigen huis onder bewaking van twee honden en/of

* die [S0] opgedragen hoeveel geld zij per dag moest verdienen in de prostitutie en/of

* die [S0] (telkens) vanuit Den Haag, althans vanuit enige plaats in Nederland, naar een prostitutiekamer (over)gebracht en/of laten overbrengen en/of

* die [S0] gedwongen, althans bewogen, om (een groot deel van) de opbrengst uit de prostitutiewerkzaamheden aan hem, verdachte, af te staan en/of af te dragen.

feit 5 (zaaksdossier Werven)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2010 tot en met 2 augustus 2011 te Den Haag en/of Doetinchem, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [S4] en/of [S5] en/of [S6] en/of [S7] en/of [S8] en/of [S9] door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld of één of meer feitelijkheden en/of door afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [S4] en/of die [S5] en/of die [S6] en/of die [S7] en/of die [S8] en/of die [S9] (in de prostitutie)

immers heeft verdachte en/of hebben zijn mededaders

* het/de telefoonnummer(s) van die [S4] en/of die [S5] aan zijn mededader(s) gegeven en/of

* (telefonisch) contact over die [S4] en/of die [S5] en/of die [S6] en/of die [S7] en/of die [S8] en/of die [S9] en/of

* die [S4] gedreigd haar uit te woning te zetten en/of

* die [S4] gedreigd met haar af wilde rekenen en/of

* veelvuldig (telefonisch) contact met zijn mededader(s) over de wijze waarop verdachte [S4] het huis uit zou zetten en/of

* veelvuldig (telefonisch) contact over het tijdstip waarop zijn mededaders met die [S4] contact moeten opnemen en/of

* veelvuldig (telefonisch) contact met zijn mededader(s) over het tijdstip waarop zijn mededader(s) die [S4] moet(en) opvangen en/of onderdak aanbieden en/of

* veelvuldig (telefonisch) contact opgenomen en/of gezocht met die [S4] en/of die [S5] en/of die [S6] en/of die [S7] en/of die [S8] en/of die [S9] en/of

* tegen die [S9] gezegd dat wanneer zij weg wil bij haar vriend zij direct wordt opgehaald door verdachte en/of zijn mededaders en/of

* tegen die [S9] gezegd dat zij een goede toekomst krijgt als zij met hem mee gaat en/of

* vleiende sms-berichten naar die [S4] en/of die [S5] en/of die [S6] en/of die [S7] en/of die [S8] en/of die [S9] verstuurd en/of

* (telefonisch) contact over prostitutiewerkzaamheden en/of

* (telefonisch) contact over het vervoer die [S4] en/of die [S5] en/of die [S6] en/of die [S7] en/of die [S8] en/of die [S9] en/of

* (telefonisch) contact over het onderbrengen van die [S4] en/of die [S5] en/of die [S6] en/of die [S7] en/of die [S8] en/of die [S9].

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2010 tot en met 2 augustus 2011 te Den Haag en/of Doetinchem, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door hem, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om [S4] en/of [S5] en/of [S6] en/of [S7] en/of [S8] en/of [S9] door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld of één of meer feitelijkheden en/of door afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie te werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten en/of opnemen, met het oogmerk van uitbuiting van die [S4] en/of die [S5] en/of die [S6] en/of die [S7] en/of die [S8] en/of die [S9] (in de prostitutie)

immers heeft verdachte en/of hebben zijn mededaders

* het/de telefoonnummer(s) van die [S4] en/of die [S5] aan zijn mededader(s) gegeven en/of

* (telefonisch) contact over die [S4] en/of die [S5] en/of die [S6] en/of die [S7] en/of die [S8] en/of die [S9] en/of

* die [S4] gedreigd haar uit te woning te zetten en/of

* die [S4] gedreigd met haar af wilde rekenen en/of

* veelvuldig (telefonisch) contact met zijn mededader(s) over de wijze waarop verdachte [S4] het huis uit zou zetten en/of

* veelvuldig (telefonisch) contact over het tijdstip waarop zijn mededaders met die [S4] contact moeten opnemen en/of

* veelvuldig (telefonisch) contact met zijn mededader(s) over het tijdstip waarop zijn mededader(s) die [S4] moet(en) opvangen en/of onderdak aanbieden en/of

* veelvuldig (telefonisch) contact opgenomen en/of gezocht met die [S4] en/of die [S5] en/of die [S6] en/of die [S7] en/of die [S8] en/of die [S9] en/of

* tegen die [S9] gezegd dat wanneer zij weg wil bij haar vriend zij direct wordt opgehaald door verdachte en/of zijn mededaders en/of

* tegen die [S9] gezegd dat zij een goede toekomst krijgt als zij met hem mee gaat en/of

* vleiende sms-berichten naar die [S4] en/of die [S5] en/of die [S6] en/of die [S7] en/of die [S8] en/of die [S9] verstuurd en/of

* (telefonisch) contact over prostitutiewerkzaamheden en/of

* (telefonisch) contact over het vervoer die [S4] en/of die [S5] en/of die [S6] en/of die [S7] en/of die [S8] en/of die [S9] en/of

* (telefonisch) contact over het onderbrengen van die [S4] en/of die [S5] en/of die [S6] en/of die [S7] en/of die [S8] en/of die [S9]

* terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

Dagvaarding II:

feit 1 (zaaksdossier Inbraak)

hij in of omstreeks de periode van 18 juli 2011 tot en met 19 juli 2011 te Den Haag tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres]([nummer 1]) heeft weggenomen diverse goederen, onder meer twee, althans een of meer (breedbeeld) televisie(s), twee, althans een of meer, DVD-speler(s) en een Playstation (serie 3), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [X] en/of [Y], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goederen) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door met een ladder/trap op het balkon van de genoemde woning te klimmen en/of (vervolgens) de sloten van de balkondeur van genoemde woning te verbreken/forceren en/of (vervolgens) die woning binnen te gaan en/of (vervolgens) de sloten van de voordeur aan de binnenzijde te verbreken/forceren;

feit 2 (zaaksdossier Verdomi)

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2010 tot en met 16 juni 2011 te Den Haag tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [straat]) (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (in totaal) ongeveer 188 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.

3. Bewijsoverwegingen1

3.1 Zaaksdossier Kade

3.1.1 Inleiding

Uit de inhoud van zaaksdossier Kade en het verhandelde daarover ter terechtzitting leidt de rechtbank af dat niet ter discussie staat dat [S1] (verder: [S1]) op de avonden van 31 juli en 1 augustus 2011 als raamprostituee heeft gewerkt in Den Haag.

Bij de beantwoording van de vraag of verdachte (en zijn medeverdachten) daarbij een zodanige betrokkenheid hebben gehad dat hun gedragingen moeten worden beschouwd als mensenhandel in de zin van (een of meer van de subleden van) artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht gaat de rechtbank hier dan ook zonder nadere motivering van uit.

3.1.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het medeplegen van mensenhandel, en wel in alle ten laste gelegde varianten daarvan (de subleden 1, 4, 6 en 9).

3.1.3 Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak, nu er geen steunbewijs bestaat voor de aangifte van [S1] ten laste van verdachte. Zo was het niet verdachte die op enige manier gebruik heeft gemaakt van de middelen dwang, bedreiging of geweld, en heeft verdachte evenmin voordeel getrokken dan wel zich willen bevoordelen uit de uitbuiting van [S1]. De camerabeelden zijn nietszeggend, de taps zijn eerder verwarrend dan dat zij bewijs kunnen opleveren voor de betrokkenheid van verdachte, en voor het bewijs van medeplegen ontbreekt iedere onderbouwing in het dossier.

3.1.4 Het oordeel van de rechtbank

De redengevende feiten en omstandigheden

De aangifte

Op 2 augustus 20112 heeft [S1] aangifte gedaan van mensenhandel. Uit deze aangifte, die is aangevuld op 26 augustus 20113, blijkt onder meer dat [S1] nooit eerder in de raamprostitutie had gewerkt. Wel had zij al eens als prostituee gewerkt.4

De periode tot 30 juli 2011

Enkele weken voor haar aangifte ontmoette [S1] in Rotterdam op de Nieuwe Binnenweg een Turkse jongen genaamd [E]. [E] riep haar naar zijn auto, ze vond hem leuk, en ze wisselden telefoonnummers uit. Een paar dagen later ontmoetten ze elkaar weer.5 [S1] heeft toen seks gehad met [E].6 Ze vermoedde al dat hij een loverboy was, omdat ze daar ervaring mee had, en omdat [E] al bij de eerste ontmoeting tegen haar zei dat hij verliefd op haar was.7 Ze is twee keer met [E] naar zijn huis in [woonplaats] gegaan, waar ze seks hadden, en ze merkte dat [E] haar 'verliefd op hem ging maken', want hij deed teder en lief. Toen al begon hij met vragen of ze niet alles voor hem wilde doen en of ze geen geld voor hem wilde verdienen. Hij zei dat ze geen toekomst samen hadden, maar dat ze wel samen zaken zouden kunnen doen, waarmee hij achter de ramen werken bedoelde. Hij zou dan het verdiende geld sparen, zij zou haar rijbewijs kunnen halen en ze zouden samen een huis gaan kopen, waarin ze konden gaan wonen. [E] vroeg haar of ze wel eens gewerkt had, en hij zei dat hij in dat wereldje zat.8 [E] vertelde haar dat ze mensen zou gaan ontmoeten die in de prostitutie zaten en die haar verder konden helpen. Zij zouden onderdak voor haar regelen, en een raam en zo. Hij zei dat dat loverboys waren, mannen die meisjes voor zich hadden werken.9

Zaterdag 30 juli 2011

Op zaterdag 30 juli 2011 ging [S1] met [E] in zijn auto naar Delft. Bij station Delft-Zuid ontmoette ze de mensen over wie [E] haar eerder had verteld. Het waren twee mannen, allebei met een gouden tand. Eén van hen had krulletjeshaar (verder: Krullenbol) en was ouder, de ander had een soort hanenkam (verder: Hanenkam).10 [E] en Hanenkam praatten Turks, wat [S1] niet verstond. Ze gingen rijden naar het huis van het jongere broertje van Krullenbol in Delft. Daar zou ze nader met Krullenbol kennismaken en moeten praten over 'zaken' en over het werken als raamprostituee. Aangekomen bij de woning in Delft Zuid, zag [S1] daar een jongen met een paardenstaart (verder: Paardenstaart). [E] vertelde haar dat ze buiten moest wachten totdat Krullenbol kwam. Afgesproken werd, dat Krullenbol alles zou gaan regelen. Even later kwam Hanenkam naar haar toe. Zij vertelde Hanenkam - in antwoord op zijn vraag waar zij woonde - dat ze in een instelling woonde. Hij zei toen tegen haar dat dit haar kans was om daar weg te komen.11 Ze mocht die nacht bij hem slapen en ze zouden voor de volgende dag regelen dat er een kamer zou zijn voor achter de ramen. Ook zouden ze regelen dat ze een goed leven zou krijgen: het verdiende geld konden ze gaan opsparen, ze kon haar rijbewijs halen en met [E] gaan samenwonen. [S1] geloofde dat natuurlijk niet, maar ze was toen al zo verliefd op [E] dat ze alles wilde doen om bij hem te zijn.12 Het werken als prostituee was een idee van [E] en haarzelf. Hanenkam, Krullenbol en Paardenstaart kwamen met het idee om dat achter de ramen in Den Haag te gaan doen. Hanenkam zei dat ze in Den Haag wel een raam voor haar hadden.13 Daarna zijn ze naar de woning van Hanenkam in Den Haag gereden, op negenhoog, waar geen stroom, geen licht en alleen koud water was. Er was een puppiehondje, en het stonk er enorm. Daar hadden [E] en zij seks, terwijl Hanenkam even naar buiten was. Daarna ging [E] weg. Hij zei bij het afscheid dingen als: "Schatje ik hou van je, ik bel je morgenochtend", en dat sms'te hij later nog eens. Toen [E] weg was, begon Hanenkam haar opeens te vragen of ze nog vrijgezel was, wat ze met [E] wilde (die immers getrouwd was), dat zij beiden vrijgezel waren, dat het net uit was met zijn vriendin, en dat zij samen konden trouwen. [S1] had wel door dat dit loverboy-praatjes waren. Die avond heeft ze twee keer zonder condoom geneukt met Hanenkam. Hij zei dat hij met haar kindjes zou maken. Na de seks ging hij "afstand doen" van haar en toen begreep ze dat hij een loverboy was. Hij begon over zijn vriendin en zei dat ze bij hem terugkwam, terwijl zij dacht dat zij nu zijn vriendin was. Glijmiddel en condooms lagen allemaal al in zijn huis, alsof er al eerder een meisje was geweest, alsof alles was voorbereid.14

Zondag 31 juli 2011

De volgende ochtend gingen [S1] en Hanenkam Paardenstaart ophalen, waarna zij met z'n drieën naar de instelling gingen waar [S1] woonde - de GGZ-instelling de [instelling] in [plaats] - om haar spullen op te halen. Hanenkam zei dat ze al haar spullen mee moest nemen, maar ze nam alleen haar toilettasje mee. [S1] is van 12:00 tot 14:00 uur bij [instelling] in [plaats] geweest.15 Die zondagmiddag reed [S1] met Hanenkam en Paardenstaart eerst naar de Geleenstraat. Daar is ze met Paardenstaart een kamer gaan huren. Paardenstaart wees haar aan waar het was, ze kreeg het geld voor de kamerhuur van hem of van Hanenkam.16 Daarna is ze met Hanenkam naar zijn huis gegaan. Hanenkam zocht daar een werkjurkje voor haar uit, en hij wilde weer seks met haar. Zij wilde dat echt niet, omdat ze zich klaar had gemaakt en straks zou gaan werken. Hij begon toen lief te doen en te zeggen dat ze het goed zouden krijgen samen, dat ze alles zou krijgen wat ze maar wilde. [S1] begreep het niet meer, want ze zou het toch gaan doen met [E] en nu nam Hanenkam het helemaal over. Ze had even snel seks met Hanenkam waarna hij haar naar het werk bracht. Ze heeft toen gezegd dat ze wilde dat [E] haar ging bellen.17 Hanenkam heeft haar weggebracht naar de Geleenstraat. Daar pakte hij haar simkaart af. Hij zei dat [E] daar net over had gebeld. Ze kreeg een ander simkaartje, zonder beltegoed, en Hanenkam zei daarbij dat hij nu wist hoe hij haar ging bereiken.18 Die avond werd [S1] vaak gebeld door Hanenkam met de vraag of ze klanten had, en wat ze al verdiend had. Als een klant 50 euro teveel vond dan moest ze het doen voor minder. Toen ze een klant had die een wens had waaraan ze niet wilde voldoen, zei Hanenkam haar dat ze moest pakken wat ze kon, en aan het geld moest denken. Ze was een beetje bang en wist dat ze zoveel mogelijk moest maken, dus heeft ze dat gedaan.19 Op deze avond had ze zes klanten gehad. Hanenkam haalde haar aan het einde van de avond op. Hij vroeg hoeveel ze had, en ze zei rond 200 euro. Hanenkam reageerde alsof hij niet tevreden was, en zei dingen als "Maakt niet uit, eerste avond moet je een beetje inwerken". Zijzelf vond zes klanten wel veel. Hanenkam bracht haar naar het huis van Paardenstaart. Daar pakte Hanenkam haar in het bijzijn van Paardenstaart het geld af dat ze die avond had verdiend, waarbij hij zei: "Honderd euro voor [E], honderd euro voor de huur van morgen".20 Die nacht heeft ze doorgebracht in het huis van Paardenstaart. Omdat ze niets te eten had, ging ze met honger naar bed. 21

Maandag 1 augustus 2011

De volgende ochtend werd ze met de auto opgehaald door Hanenkam, en is ze met Krullenbol, Paardenstaart en een hond haar spullen gaan ophalen in [plaats instelling].22 Krullenbol reed, zij zat achterin met Paardenstaart en de hond, voorin zat Hanenkam. Ze heeft alleen gevraagd waar [E] was. Eenmaal aangekomen in de instelling heeft ze laten weten aan de wachtende Hanenkam, dat ze niet meer mee terug wilde. Ze had met haar begeleider gesproken en gezegd dat ze gesloten geplaatst wilde worden voor haar eigen veiligheid. De begeleider vertelde haar dat ze haar niet tegen konden houden. Ze had het gevoel dat de begeleiding haar totaal niet serieus nam. Die broertjes bleven maar bellen, eerst Hanenkam, en toen kwam [E] naar [plaats instelling] toe. Die wilde haar zien om met haar te praten. [E] zei dat hij die jongens geld had gegeven om haar te verzorgen, wat niet was gebeurd, ze had immers alleen energy drank en sigaretten gekregen. Hij parkeerde voor de [instelling] en zei: "Stap gewoon in, doe het. Je zou toch alles voor mij doen, je houdt toch van mij, geef mij een kus". Zo heeft hij haar overgehaald om toch in te stappen. [E] bracht haar naar de auto van Hanenkam, en daar stapte ze in, "voor [E]".23 Die avond heeft ze weer gewerkt, nadat ze de kamer zelf had geregeld. Ze werd gebracht door Hanenkam. Ze vond het werk walgelijk en wilde ermee ophouden, en daarover heeft ze [E] gebeld. Die avond zag ze Hanenkam heel veel in de Geleenstraat lopen, hij was met een brede Marokkaan. Hij speelde het echt heel goed, want als hij bij haar kamer kwam dan vroeg hij of het goed ging en hoe ze verdiende, en als er dan iemand langs kwam ging hij heel anders praten, alsof hij een klant was. Toen ze zei dat ze wilde stoppen, werd ze door Hanenkam bedreigd. Hij zei dingen als: "Ik heb schijt aan de politie, aan de camera's, ik sla je zo de tyfus". Ze was bang en wilde weglopen, maar hij kwam steeds dichter naar haar toe. Die bedreiging was nadat Hanenkam al haar geld had opgeëist van die tweede avond. Ze vond dat niet normaal, en zei dat ze niks met hem te maken had, dat zij al die moeite had gedaan en dat ze er klaar mee was. Tijdens het werk had ze [E] gesproken en tegen hem gezegd dat ze ermee wilde stoppen. Hanenkam zei dat hij [E] ging bellen als ze het geld niet wilde geven. Hij wilde haar simkaart pas teruggeven als ze bij hem in de auto zou stappen. Zij wilde dat niet omdat hij dan haar geld zou afpakken. Hanenkam zei steeds op een dreigende manier: "Nu, nu dat geld". Hanenkam werd opgebeld en ging iets verderop staan, en toen belde zij 112.24

Identiteit [E], Hanenkam, Krullenbol en Paardenstaart

Geconfronteerd met een vijftal politiefoto's heeft [S1] bij een foto van [E] verklaard dat dit '[E]' is. Bij foto's van [A] en [verdachte] heeft [S1] verklaard dat dat 'Hanenkam' en 'Paardenstaart' zijn.25 Bij de politiefoto van [B] heeft [S1] in eerste instantie verklaard dat zij de man op die foto niet kent26, waarna zij heeft gevraagd de getoonde foto nogmaals te mogen zien en toen heeft ze verklaard dat de man op de foto wel een beetje op 'Krullenbol' lijkt, maar dat Krullenbol op de foto ander haar heeft.27

In dit verband wordt - vooruitlopend op de hiernavolgende bespreking van de verklaringen van verdachte [E] - overwogen dat de rechtbank op grond van de aangifte van [S1], bezien in samenhang met de verklaringen van [E], tot de conclusie zal komen dat [B] de man is, die [S1] in het dossier "Krullenbol" noemt.

Overige bewijsmiddelen

De aangifte van [S1] vindt steun in andere bewijsmiddelen. Zo is bij de aanhouding van [A] op 2 augustus 2011 in zijn auto de Adidastas van [S1] aangetroffen en lag buiten die auto het gebroken simkaartje van [S1].28 Uit camerabeelden, op 31 juli 2011 gemaakt op de Geleenstraat, is voorts te zien dat [S1] door de Geleenstraat loopt, in het gezelschap van een man met een paardenstaart.29 Ook zijn er prints van camerabeelden van 2 augustus 2011 om 00:23 uur, waarop te zien is dat [A] de tas van [S1] pakt en er kennelijk een discussie op straat plaatsvindt.

Verder is er de verklaring van getuige [getuige 1].30 Ze kent [verdachte] onder de naam [bijnaam]. Zij was een keer bij hem thuis in zijn woning een Delft toen de broer van [verdachte] aan de deur kwam met een meisje, dat niet wilde binnenkomen. [getuige 1] weet niet meer precies wanneer dit was, maar het was voor haar vakantie in augustus 2011.

Getuige [getuige 2] - leerling-verpleegkundige en begeleider van [S1] - heeft verklaard dat [S1] op maandag 1 augustus 2011 vertelde dat ze achter de ramen had gestaan, dat ze slecht was behandeld door de mensen die hiervoor verantwoordelijk waren, dat het ging om drie Turkse broers, dat ze alleen soep gekregen had en dat ze haar geld nog hadden, dat ze twijfels had om terug te gaan, maar het geld wilde terughebben.31 Getuige [getuige 3] heeft gelijkluidend verklaard.32 De behandelend psychiater van [S1] heeft verklaard dat zij bekend is met loverboy-problematiek en dat ze al twee keer in het "Stop loverboys"-traject heeft gezeten. Door de psychiatrische stoornis van [S1] - ze is licht verstandelijk gehandicapt en heeft een persoonlijkheidsstoornis met borderline kenmerken - heeft dit echter niet geholpen. De voorgeschiedenis van [S1] is er een van verwaarlozing en misbruik. Ze woont in de inrichting omdat ze moeilijk te plaatsen is in een ambulante instelling. De psychiater beschrijft haar als een kwetsbaar persoon, die - als ze aandacht krijgt - makkelijk over te halen is om risicovolle dingen te doen.33

Behalve deze bewijsmiddelen is er nog technisch bewijs, afkomstig uit onderzoek naar de telefoon van [S1]. Daaruit blijkt dat er een simkaartwissel heeft plaatsgevonden in deze telefoon. Het laatste gesprek met de oude simkaart vond plaats op 31 juli om 17:11 uur en het eerste gesprek met de nieuwe simkaart ([nummer 1]) vond plaats met het toestel van Hanenkam ([nummer 2]).34 Ook blijkt uit dit onderzoek dat [S1] veelvuldig is gebeld door Hanenkam / [A]. Op 31 juli 2011 is er tussen 18:07 uur en 23:56 uur vanaf genoemd toestel van [A] vijftienmaal gebeld met het nieuwe nummer van [S1]. Daarnaast blijkt dat met de telefoon die bij zijn aanhouding op 2 augustus 2011 onder [A] in beslag is genomen ([nummer 3]), op 2 augustus 2011 tussen 00.01 uur 00.35 uur vijfmaal is gebeld naar het nummer van [S1]. Ook blijkt uit dit onderzoek dat [S1] door [E] veelvuldig is gebeld. In de periode van 11 juli 2011 tot 2 augustus 2011 wordt met het nummer van [E] ([nummer 4]) 79 maal naar [S1] gebeld. In de nacht van de aanhouding van [A] - de nacht van 1 op 2 augustus 2011 - blijkt dat hij haar na 22:57 uur zevenmaal heeft opgebeld.35

Het dossier bevat voorts diverse tapgesprekken die aan het bewijs kunnen bijdragen:

* zondag 31 juli 2011

12:23 uur[verdachte] belt [A]. [A]: wil je deze, geen paspoort, gaan we ophalen, al is het voor een week, [B] is toch in Den Haag? Laat ik hem even bellen, zegt [verdachte], kijken hoe en wat. [A] zegt dat hij deze niet wil, hij heeft anderen, daarom. [verdachte] zegt, laten we deze in Den Haag plaatsen.36

12:44 uur [E] belt [A]. [A] zegt dat deze helemaal niets bij zich heeft, ID-kaart, [E] zegt, kunnen jullie halen en kaart is daar. [A]: dan geen probleem, bel jij [B] even, praat even alles met [B]. Wat moet ik bespreken, zegt [E]. ID-kaart zegt [A].37

12:46 uur [E] belt [A]. [E]: [B] heeft gezegd dat jullie die dinges kunnen gaan halen, en de tas is toch bij hem? [A], ja bij mijn broer38

14:21 uur [A] belt [E]: hij heeft het tasje bij zich, [E] komt hem halen in [plaats]; [A] zegt dat hij dat meisje net hier heeft geplaatst.39

16:20 uur Sms van [E] aan [A]: regel nieuwe sim en tel, die van 30 euro40

16:27 uur [A] belt [D] en vraagt of hij een 2-5 plek heeft. [D] zegt van niet, dan zegt [A] dat hij gaat plaatsen bij 5-0 [uit het dossier is de rechtbank bekend dat hiermee de (starttarieven in de) Haagse raamprostitutiestraten Doubletstraat respectievelijk Geleenstraat worden bedoeld]41

17:44 uur [A] belt [E]: wil nieuw nummer geven, [E] zegt, later nu met vrouw in Scheveningen, dus nu niet.42

17:54 uur [verdachte] belt [A]. [A]: ik ben nu aan het plaatsen, [verdachte] zegt dat hij nu met [B] is en eraan komt; bij de Haringkoning.43

20:17 uur [A] belt [B] over verdiensten tot dan, uitvoerig gesprek over [E], nog niks gehoord, over waar ze vanavond gaat slapen (niet bij [A], ze is veilig bij hem of broertje), over klanten en wat ze moet doen44

20:38 uur [A] belt [verdachte]: 60! Goed zegt [verdachte], nog vroeg, het gaat komen45

21:13 uur [E] belt [A]: [A]: we hebben geplaatst enzo, gewoon, loopt; [E], ja? Mooi, [A]: vanavond gaat die in het huis van mijn broertje blijven weet je, [E]: ok is goed. Jullie moeten die een beetje goed behandelen, ok? Probeer gewoon een paar dingen uit te leggen, wat ze moet weten, wat er is, ok?46

21:35 uur [A] belt [E]. [E] wil niet dat zijn nummer aan anderen wordt gegeven; [A] zegt dat alleen hij, [B] en [verdachte] het kennen. Over de telefoon vraagt [E] of hij alleen een nieuwe sim heeft gegeven, want er staat misschien nog iets op haar telefoon, daarom moet [A] ook een nieuwe telefoon voor haar kopen en de oude nummers op het andere toestel wissen. [A] zal dit doen.47

21:39 uur [A] belt [S1]. Ze heeft nu 85, als ze 50 zou houden had ze al 150, maar iedereen vindt dat te duur. [A] vraagt of de huur er al uit is, Zij: nog niet.48

22:57 uur [A] belt [S1]. Op de vraag hoe het gaat zegt ze 'al 140' ze gaat nog door, hij komt haar om kwart voor 1 ophalen. Zij vindt het raar en echt helemaal niet leuk dat [E] haar niet gebeld heeft. [A] zegt: maar mij wel, ik leg het nog uit, en ze moet zich niet druk maken.49

23:57 uur [A] belt [S1]. Zij zegt dat hij haar moet komen halen. Zij vertelt dat ze er zes heeft gehad, voor 30/ 35, want ze vonden 50 te duur. [A] wil totaal bedrag weten, ze weet het niet. [A] komt haar halen.50

* maandag 1 augustus 2011

14:40 uur [E] belt [A]. Hij zegt dat ze dat meisje eventjes daar hebben geplaatst, nee niet in Delft (vraagt [E]), maar 'als een ziekenhuis, haar spullen pakken en zo'. [E] vraagt naar gisteren, [A] zegt dat ze naar [E] wilde komen. Dan komt [verdachte] aan de lijn, praat over afspraak tussen [E] en [B]51

17:08 uur [A] belt [S1]. Hij zegt 'kom naar buiten', zij vraagt met wie hij is, hij geeft geen antwoord, zij wil niet komen.52

17:09 uur [A] belt [S1]: ze wil niet meer met mensen omgaan die haar zo behandelen, Ze zegt dat [E] haar gisteren niet heeft gebeld, die kan het bekijken, ze zegt doei!53

17:10 uur [A] belt [E]. Hij moet gekke meisje bellen om haar naar hem te laten komen.54

17:13 uur [A] belt [S1]. [E] is toch jou vriend, niet ik; ja laat hem dan komen, zegt ze. Hij zegt dat [E] haar zal bellen, hij wacht nog 10 minuten dan weg, is geen taxichauffeur. Over dat [E] gisteren niet is geweest, [A] zegt dat ze dat niet gek moet vinden, hij komt niet in die straat; [A]s rol is ophalen en wegbrengen en dingen voor haar regelen.55

17:15 uur [A] belt [S1]: waarom ze steeds ophangt? Zij wil niks met die jongen in de auto te maken hebben, omdat hij haar slecht behandeld heeft. Ze wil niet komen, gaat zo eten. [A] zegt dat hij eten voor haar zal kopen, zij zegt: ja ok ik kom eraan.56

17:33 uur [E] belt [A]: [A] vertelt dat hij heeft opgehaald, of [E] even met deze gekke wil praten en haar paaien. [E] aan de lijn, waarom hij gisteren niet had gebeld, zij zegt: smoesjes. Ze zegt dat ze gisteren en vandaag niets heeft gegeten, ze moet erom vragen zegt hij; ze wil sigaretten als ze gaat werken, en zegt dat hij dat met [A] moet regelen, dat doet hij dan. Daarna nog [verdachte] aan de lijn, [E] zegt op vraag van [S1] dat hij moet werken en haar niet kan halen. [verdachte] maakt afspraak [E] onderweg te ontmoeten bij de Mc Donalds, 'daar kan [verdachte] geven'.57

22:57 uur [E] belt [A] en geeft hem het telefoonnummer [nummer 1] door.58

23:43 uur [A] belt [E]: [E] zegt dat ze bij [straat] moet blijven, ze kan het niet vinden met [verdachte], goed zegt [A]. [E] vraagt hem 10 euro beltegoed voor haar te halen, hij zegt dat ze haar zo moeten dingesen dat ze, want ze heeft net staan klagen over [verdachte], over niks eten gisteravond/honger. [A] zegt goed, hij heeft geen probleem met haar, wil zaken met haar kunnen doen. [E] zegt: haar paaien, want anders houdt ze ermee op. Ze wil haar simkaart terug, zeg maar die krijg je wel, is hier niet.59

* dinsdag 2 augustus 2011

00:02 uur [A] belt [S1]. Ze heeft 50 winst, het mag niet lager dan 50 van de beheerster. Wat heeft [E] met [A] afgesproken? Dat vertelt hij later. Ze neemt daar geen genoegen mee en ze wil haar simkaart terug,60

00:12 uur [A] belt [S1]. Zij zegt dat ze er klaar mee is; ze stelt voor 100 euro voor hem als hij de simkaart teruggeeft en haar naar huis brengt. Daarna wijzigt ze haar aanbod, nu wil ze haar verdiensten van 150 delen met hem61

00:35 uur [A] belt [S1]. Hij zegt dat ze kan komen, zij zegt dat hij de simkaart kan brengen, ze vertrouwt het niet.62

00:42 uur [A] belt [E] en vertelt dat ze niet wil komen en simkaart terug wil, hij zegt geef maar. [A] zegt maar ze moet meekomen, niet hier midden in de straat, [E] krijgt haar aan telefoon: je gaat gewoon met hem mee, je krijgt je simkaart, naar die andere huis. [S1]: hij zegt eerst geld dan simkaart terug. [E]: ga mee kom naar mij toe. [S1]: nee ik stap niet in de auto, ik blijf hier. [E]; ik laat mijn werk zitten en kom naar Den Haag, zij: dat wou ik horen, laat je werk en kom naar Den Haag. Dan [A] weer aan de lijn; moet ik haar zogenaamd naar jou brengen? Ja zegt [E]. Zij wil niet meer mee.63

00:51 uur [E] belt [A] en hoort dat ze niet is ingestapt, ze schreeuwt en is een probleem.64

00:56 uur [E] belt [A] dat hij eraan komt, [A] zegt dat ze gek is, [E] vraagt hoeveel ze gisteren gemaakt heeft, [A] zegt 170, huur was 100, dat ze [verdachte] haat en dat hij tegen haar zegt dat hij doet wat [E] hem vraagt. [E] zegt, ik kom over 15 min.65

Verklaringen verdachten

[E] heeft ontkend dat hij zich aan mensenhandel heeft schuldig gemaakt. Uit zijn verklaringen blijkt dat hij, speciaal om met vrouwen contact te hebben, een telefoon heeft met nummer [nummer 4].66 Over de ontmoeting in Rotterdam met [S1] verklaart hij op hoofdlijnen hetzelfde als zij. De eerste avond hebben ze seks gehad in het huis van een vriend in Rotterdam. De volgende dag kreeg hij een sms van haar, ze was verliefd op hem. Die avond hebben ze weer seks gehad in de woning. Ze hebben ook een keer in zijn huis in [woonplaats], en een keer bij [A] op de [adres] seks gehad. Ze stalkte hem, ook al wist ze dat hij getrouwd was en dat het niets kon worden. Of ze goed bij haar hoofd is, daarvan denkt hij dat het wel iets zegt dat ze in een inrichting zit. Hij wist dat al vanaf de eerste keer seks.67 Op zaterdag 30 juli 2011 had hij bij station Delft Zuid een ontmoeting met [B], waarna hij achter hem aangereden is naar de woning van [verdachte]. Daar zat de vriendin van [verdachte]. Toen is hij met [S1] en [A] naar de [adres] gegaan, heeft daar seks gehad met [S1], en is weggegaan. [S1] mocht niet meer naar de inrichting terug, en is daar gebleven. [S1] belde hem op zondagavond rond 01:00 uur omdat [A] haar geld wilde afpakken. Hij heeft [A] toen gebeld en gezegd dat hij haar met rust moest laten. Hij is toen naar de Doubletstraat gekomen rond 01:00 uur, omdat ze zei dat ze daar werkte. Die zondag had hij in [plaats], bij de inrichting waar [S1] woonde, aan [verdachte] 100 euro geleend voor benzine.68 Het klopt dat hij het nieuwe telefoonnummer van [S1] van [A] heeft gekregen.69 De volgende dag had hij in [plaats] afgesproken, om zijn vergeten tasje terug te krijgen, en toen heeft hij ook [B] daar gezien.70

[A] heeft verklaard dat hij 'snorder en hotel' was.71 [E] was volgens hem de pooier van [S1].72 Hij heeft seks met [S1] gehad en ze heeft één nacht bij hem geslapen in een huis waar [E] ook is geweest.73 Hij heeft daarnaast verklaard dat hij haar van [E] een andere simkaart moest geven, en hij heeft erkend dat hij op maandagavond met de telefoon die bij hem in beslag is genomen vijfmaal heeft gebeld met [S1].74 [B] en [verdachte] hebben zich op hun zwijg- en verschoningsrecht beroepen.

Tussenconclusie ten aanzien van de identiteit van Krullenbol

Uit de verklaringen van [E] maakt de rechtbank op dat bij de ontmoeting bij station Delft Zuid ook [B] aanwezig was. Hij was immers degene met wie [E] daar een afspraak gemaakt had. Het moge zo zijn dat de benaming "Krullenbol" voor de man met wie Hanenkam in de auto kwam aanrijden, gelet op de haardracht van [B], niet helemaal bij zijn uiterlijk lijkt te passen, maar de verklaring van [E] laat over de identiteit van deze persoon geen twijfel.

Conclusies van de rechtbank ten aanzien van het bewijs

In bovenstaande bewijsmiddelen vindt de rechtbank ondersteuning voor de aangifte van [S1], waardoor deze - ook al is die aangifte niet op alle onderdelen geheel consistent - op de essentiële punten als betrouwbaar kan worden aangemerkt.

Zo blijkt behalve uit de aangifte ook uit de verklaring van [E] dat hij een seksuele relatie met [S1] is aangegaan, dat ze verliefd op hem was, en dat hij degene was die [S1] in contact heeft gebracht met de broers [A, B en C] van wie hij wist dat ze in de wereld van prostitutie en loverboys zaten. De telefoongegevens en de tapgesprekken leveren vervolgens bijkomend bewijs voor de betrokkenheid van [E], waarbij de frequentie van (van hem) uitgaande oproepen naar [S1] in de maand juli opvalt. Uit deze telefoongegevens blijkt verder dat hij contact met haar opnam nadat ze had aangegeven dat ze niet meer wilde werken.

[A]'s verklaring dat hij als snorder en hotel heeft gediend onderbouwt het verhaal van [S1] over de trips naar de Geleenstraat en naar [plaats inrichting] en haar verblijf bij zowel [A] als [verdachte] in de nachten van 31 juli 2011 en 1 augustus 2011, en biedt ook steun voor haar verklaring over de simkaartwissel. Uit de tapgesprekken met [E] en met [verdachte] blijkt dat [A] degene was die de feitelijke uitvoeringshandelingen voor zijn rekening nam, zoals het regelen van de identiteitskaart, het zoeken naar een raam, het vele bellen naar [S1] - waarbij over de te verlenen service en de verdiensten werd gesproken - en het vervoer van [S1]. Zijn dreigende gedragingen om het door haar verdiende geld in handen te krijgen op 2 augustus 2011 worden door hetgeen te zien is op de camerabeelden onderbouwd.

Over [verdachte]'s aandeel staat op basis van de tapgesprekken, bezien in samenhang met de aangifte, vast dat hij bij de planning over de tewerkstelling van [S1] werd betrokken, dat hij bij haar vervoer aanwezig is geweest en dat hij haar onderdak heeft geboden.

De rol van [B] als de regisseur zoals die uit de aangifte naar voren komt - [S1] had begrepen dat ze moest kennismaken met Krullenbol en dat hij alles zou gaan regelen - wordt bevestigd enerzijds door de verklaring van [E] - daar waar hij zegt dat hij een zakelijke afspraak had met [B] - en anderzijds door de inhoud van de tapgesprekken waarin over overleg tussen [E] en [B] in verband met de identiteitskaart wordt gesproken, de gesprekken over een afspraak de volgende dag tussen [E] en [B] en uit zijn aanwezigheid bij het vervoer naar [plaats inrichting].

Uit deze bewijsmiddelen volgt dat alle vier verdachten in nauwe en bewuste samenwerking en ieder met een eigen substantieel aandeel [S1] hebben geworven, vervoerd en gehuisvest met het oogmerk van uitbuiting, in de zin van artikel 273 f lid 1 sub 1 van het Wetboek van Strafrecht.

Van de daarbij gebruikte middelen acht de rechtbank bewezen de dreiging met geweld en afpersing (door [A] om haar geld te krijgen op 2 augustus 2011), misleiding ( door [E] en [A] met de voor loverboys kenmerkende gedraging van de geveinsde verliefdheid en valselijk geschetste mooie toekomstbeelden), het uit feitelijke omstandigheden voortvloeiende overwicht (zoals de door [E] en [A] en [verdachte] georganiseerde overnachting in de woningen van [A] en [verdachte], het afnemen van haar simkaart en de voortdurende controle tijdens het werk, waardoor ze in haar vrije keus om met dit werk te kunnen stoppen werd beperkt) en ten slotte het misbruik van een kwetsbare positie (haar kwetsbaarheid, die blijkt uit haar verblijf in de zorginstelling [instelling], was [E] vanaf het begin bekend, is in het eerste gesprek tussen [S1] en [A] over haar woonomstandigheden duidelijk geworden en wordt ook door de verdachten in telefoongesprekken benoemd: "of [E] even met die gekke wil praten en haar wil paaien").

De rechtbank acht op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen voorts bewezen dat verdachte en zijn mededaders met die middelen en dat bewezen oogmerk [S1] hebben bewogen zich beschikbaar te stellen voor werk in de prostitutie (artikel 273f, eerste lid, aanhef en onder 4, van het Wetboek van Strafrecht), dat zij opzettelijk voordeel hebben getrokken uit haar uitbuiting (artikel 273f, eerste lid, aanhef en onder 6, van het Wetboek van Strafrecht) en dat zij haar met die middelen hebben bewogen om hen verdachten, te bevoordelen uit de opbrengst van haar werk als prostituee (artikel 273f, eerste lid, aanhef en onder 9, van het Wetboek van Strafrecht), waaraan de geringe omvang van haar verdiensten niet afdoet.

Ten aanzien van verdachte acht de rechtbank de periode bewezen zoals ten laste gelegd, aangezien de rechtbank de strafbare betrokkenheid van verdachte vanaf de eerste ontmoeting met [S1] op 30 juli 2011 bewezen acht.

3.2 Zaaksdossier Frans Hals

3.2.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van het onder 2 primair ten laste gelegde.

3.2.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat niet ontkend kan worden dat verdachte [P1] heeft geslagen, doch dat wel bedacht dient te worden dat dit plaatsvond nadat verdachte een kopstoot van [P1] had gekregen.

3.2.3 Het standpunt van de rechtbank

Redengevende feiten en omstandigheden

Verdachte heeft op 8 juli 2011 in Den Haag [P1] tegen het lichaam geslagen en een trap tegen zijn linkerbeen gegeven. Ook heeft hij [P1] met gebalde vuist op het rechteroog geslagen.75 Hierdoor heeft [P1] hevige pijn gevoeld76 en letsel aan zijn rechterwenkbrauw77 en een kneuzing van de neus78 opgelopen. Verdachte heeft dezelfde dag een (afgetapt) telefoongesprek met zijn moeder gevoerd waarin hij aangeeft: "Ik heb [voornaam]’s (rechtbank: de voornaam van [P1]) hele gezicht verbouwd, dat jullie dat weten."79

Conclusie van de rechtbank ten aanzien van het bewijs

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de openlijke geweldpleging die hem onder 2 primair is ten laste gelegd, nu dit feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Ten aanzien van de medeverdachte [B] is immers niet van enige andere (gewelds)handeling tegenover [P1] gebleken dan het - mogelijk juist met de bedoeling om de ruzie tot een einde te laten komen - vastpakken van diens armen.

De subsidiair ten laste gelegde mishandeling van [P1] acht de rechtbank op basis van de aangifte, de medische verklaring en het tapgesprek echter wel wettig en overtuigend bewezen. Uit hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen over het aandeel van de medeverdachte [B], vloeit logischerwijze voort dat verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde bestanddeel 'tezamen en in vereniging'.

3.3 Zaaksdossier [S2]

3.3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat wettig en overtuigend bewezen zal worden dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel in vereniging, en wel in alle ten laste gelegde varianten daarvan.

3.3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft algehele vrijspraak van dit feit bepleit. Bij de rechter-commissaris heeft [S2] niets belastends over verdachte verklaard. In de stukken is verder niets te vinden waaruit blijkt van enige door verdachte uitgeoefende vorm van dwang. Hij heeft [S2] niet bedreigd of mishandeld. Van opzettelijk voordeel trekken is ook geen sprake geweest. [A] heeft geld uit de portemonnee van [S2] gepakt en dat aan verdachte gegeven in verband met het vervoeren van [S2] naar Alkmaar. Voor het overige heeft verdachte nooit geld gekregen van [S2]. Aan verdachte kan hooguit verweten worden dat hij [A] naar Alkmaar zou hebben gereden. Uit niets blijkt echter enig oogmerk van uitbuiting. De afgetapte gesprekken bieden evenmin een aanwijzing voor betrokkenheid van verdachte. Verdachte heeft, kortom, in dit zaaksdossier geen rol van betekenis gespeeld en dient dan ook te worden vrijgesproken.

3.3.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting en de gedingstukken niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van de mensenhandel van [S2], zoals dit hem is ten laste gelegd in vier varianten van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Vast staat dat [S2], toen ze nog met [ex-vriend] was, is benaderd door [A]. [A] deed haar beloften over een nieuw leven. Een leven waarin zij niet meer (in de prostitutie) hoefde te werken, maar met [A] zou trouwen, kinderen zou krijgen en met hem op vakantie zou gaan. Ook zei [A] dat hij veranderd was in vergelijking met vroeger. [S2] heeft (door deze beloftes) [ex-vriend] verlaten en is door [A] gehuisvest in de woning aan de [adres] in Den Haag. Zij is met [A] naar Alkmaar geweest en heeft daar in de raamprostitutie gewerkt, waarbij [A] als haar pooier fungeerde. Het door [S2] verdiende geld is door [A] opgemaakt.

De rechtbank ziet in het dossier ten aanzien van verdachte onvoldoende aanwijzingen om het medeplegen bij de gedwongen prostitutie van [S2] op te kunnen baseren. Enkele aanwijzingen kunnen worden gevonden in de aangifte van [S2], waar zij onder meer vertelt dat verdachte haar meer dan eens naar Alkmaar heeft vervoerd. Ook haar beschrijving van hoe door verdachte (en zijn broers) met het door haar verdiende geld werd omgegaan, levert een aanwijzing op voor de betrokkenheid van verdachte.

Nu het dossier echter geen bewijsmiddelen bevat die de aangifte op deze punten kunnen ondersteunen, ontbreekt het wettige en overtuigende bewijs dat voor een bewezenverklaring noodzakelijk is. Daarom dient een vrijspraak voor dit feit te volgen.

3.4 Zaaksdossier [S0]

3.4.1 Inleiding

[S0] heeft op 7 oktober 2009 heeft aangifte gedaan van mensenhandel tegen verdachte en diens broer [B]. Zij is op 28 oktober 2010, 25 november 2010, 25 augustus 2011 en 16 september 2011 nader door de politie gehoord. Op 20 april 2012 is [S0] nogmaals gehoord, nu door de rechter-commissaris. Haar verklaring houdt kort gezegd in dat verdachte en diens broer [B] haar gedurende een periode van een jaar met gebruik van zwaar (seksueel) geweld, dreiging van geweld en andere middelen hebben geworven met als doel haar uit te buiten in de prostitutie, dat zij haar met die middelen hebben gedwongen zich te prostitueren, dat zij opzettelijk voordeel hebben getrokken uit die uitbuiting en dat zij haar hebben gedwongen de opbrengsten uit die prostitutie aan hen af te staan.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [S0] welgeteld één keer heeft ontmoet. Tijdens deze ontmoeting hebben [S0] en hij zijn inschrijving op haar GBA-adres met elkaar besproken.

De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan (het medeplegen van) mensenhandel van [S0].

3.4.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de aangifte van [S0] in voldoende mate wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen, zodat wettig en overtuigend bewezen dient te worden verklaard dat verdachte het feit heeft begaan.

3.4.3 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de verdenkingen met betrekking tot dit feit enkel gegrond zijn op de verklaring van [S0] - die bovendien vanwege haar inconsistenties en aantoonbare onjuistheden onvoldoende betrouwbaar is - zodat niet bewezen kan worden dat verdachte dit feit heeft gepleegd.

3.4.4 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop, dat de aangifte van [S0] op zichzelf voldoende consistent en gedetailleerd is om als bewijs te kunnen dienen. Het bewijs dat een verdachte een strafbaar feit heeft begaan kan echter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Dit voorschrift, dat volgt uit het in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering vastgelegde bewijsminimum, strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing. De vraag of aan het bewijsminimum is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.

Tegen deze achtergrond overweegt de rechtbank als volgt. Het dossier bevat naast de verklaring van [S0] een aantal processen-verbaal, die door de officier van justitie als steunbewijs zijn gebezigd en waaruit ook zonder meer - in zoverre kan de rechtbank de officier van justitie volgen - enige ondersteuning kan worden geput voor die verklaring. Zo volgt uit deze processen-verbaal dat [B] in de ten laste gelegde periode een [merk auto] op zijn naam had staan, dat [B] van 9 december tot en met 12 december 2009 een kamer in hotel [hotel] te Wassenaar had gereserveerd, dat [B] direct aansluitend aan deze reservering een periode in detentie heeft verbleven, dat de naam '[B]' in de [taal] taal 'vleugel' betekent ([S0] draagt op haar schouders een tatoeage van twee vleugels), dat op het adres van [S0] gedurende enige tijd ook verdachte ingeschreven heeft gestaan, dat [S0] een periode aan de [adres] heeft verbleven - alwaar tot tweemaal toe door de politie een Staffordshire bull terrier in beslag is genomen - en dat [S0] een tatoeage heeft van een vuurwapen dat uiterlijke gelijkenissen vertoont met één van de tatoeages van verdachte en diens broer [B]. Al deze zaken, waarover [S0] tijdens de diverse politieverhoren had verklaard bleken, nadat de politie daarnaar onderzoek had verricht, dus juist te zijn.

Het gaat echter zonder uitzondering om feiten en omstandigheden die niet de kern van het verwijt raken dat verdachte en zijn broer wordt gemaakt. Feiten en omstandigheden derhalve die in een te ver verwijderd verband staan van de belastende verklaring van [S0], om met succes te kunnen stellen dat zij steunbewijs leveren voor het verwijt dat verdachte wordt gemaakt, te weten het medeplegen van mensenhandel door gebruikmaking van onder meer (seksueel) geweld en bedreiging daarmee. Ten aanzien van de tatoeages van [S0] - behalve het al genoemde vuurwapen en de 'schoudervullende' tatoeage van twee vleugels ook een tatoeage waarin de naam '[B]' of '[naam2]' kan worden gelezen - is daarbij in het bijzonder nog relevant dat ondanks herhaalde opsporingsinspanningen van de politie en ondanks stevig doorvragen van de rechter-commissaris op dit punt, nooit is komen vast te staan waar, wanneer en onder welke omstandigheden (gedwongen of vrijwillig) deze bij [S0] zijn gezet.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de door de officier van justitie gebezigde bewijsmiddelen onvoldoende steun bieden aan de verklaringen van [S0], zodat in deze zaak niet is voldaan aan het bewijsminimum. Ten overvloede merkt de rechtbank daarbij nog op dat een aantal van de door de officier van justitie ten laste gelegde handelingen - de mishandelingen in de woning van [S0] te [plaats] en de verkrachting in hotel [hotel] in Wassenaar - mogelijk ook om een andere reden buiten het bereik van een bewezenverklaring zouden zijn gevallen, nu deze handelingen zich niet hebben afgespeeld in de (primair) ten laste gelegde pleegplaatsen Den Haag en Amsterdam.

Gelet op dit alles kan de slotsom geen andere zijn dan dat niet wettig bewezen verklaard kan worden dat verdachte zich - al dan niet samen met zijn broer [B] - in de periode van 1 september 2008 tot en met 31 december 2009 te Den Haag en/of Amsterdam schuldig heeft gemaakt aan (verschillende vormen van) mensenhandel van [S0]. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van dit feit.

3.5 Zaaksdossier Werven

3.5.1 Inleiding

Dit verwijt betreft het onderdeel werven van art 273f lid 1 sub 1, van het Wetboek van Strafrecht, te weten het werven van vrouwen met het oogmerk van uitbuiting (in deze zaak door tewerkstelling in de prostitutie), waarbij gebruik zou zijn gemaakt van een of meer van de in dat lid genoemde middelen.

De volgende feiten kunnen op grond van de gebruikte bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

In de periode van 22 december 2010 tot 2 augustus 2011 is van de telefoonnummers in gebruik bij [verdachte], [A], [B] en [D] een hoeveelheid gespreksgegevens en sms-berichten opgenomen, bekeken en uitgeluisterd, waarvan zowel de gesprekken (en sms-berichten) die plaatsvonden tussen de verdachten onderling als die met de telefoonnummers van de vrouwen die in het zaaksdossier Werven als getuigen zijn aangemerkt, relevant zijn. Het betreft hierbij telkens vrouwen die de verdachten niet of nauwelijks kenden.

3.5.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het werven van [S4], [S5] en [S9] bewezen wordt, nu uit de taps blijkt dat verdachte na een opzetje met [D] als reddende engel huisvesting aanbood aan [S4], hij [S5] van [D] heeft 'gekregen' en hij [S9] met zijn broers op is gaan halen in Arnhem.

3.5.3 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft algehele vrijspraak bepleit, nu [S4] en verdachte elkaar al kenden en nu [S4] bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat zij niet uit huis is gezet door [D] en dat zij een goed contact had met verdachte. De contacten die verdachte met [S5] zocht, hadden niets om het lijf en bewijs ontbreekt dat werven hierbij de bedoeling was, terwijl de gesprekken met de andere verdachten hierover als grootspraak moeten worden afgedaan. Ten aanzien van [S6], [S7], [S8] en [S9] was de betrokkenheid van verdachte afwezig dan wel minimaal, en bewijs voor medeplegen jegens alle vrouwen ontbreekt.

3.5.4 Het oordeel van de rechtbank

3.5.4.1 [S4]

Redengevende feiten en omstandigheden

Uit afgetapte telefoongesprekken en onderschepte sms-berichten uit de periode van 26 december 2010 tot en met 31 december 2010, blijkt het volgende. Op 26 december 2010 maken [verdachte] en [D] een afspraak om elkaar te ontmoeten.80 Even later laat [verdachte] aan [B] het volgende weten: "Die heeft twee gegeven, [S4] en één van zeventien jaar. Ja, die geeft he! Ik ga hier dingesen! Ik haal mijn geld eruit...en elke maand duizend lira, [B]!".81 Direct hierna stuurt [verdachte] een eerste sms-bericht naar [S4] ("Hey [S4], alles goed met jou? Laat wat van je hooren xx"), waarop [S4] terugsms't: "Wie ben jij?". [verdachte] antwoordt dan "[bijnaam], weet je niet meer, bel me eens op?" Nog diezelfde avond hebben [verdachte] en [S4] het eerste telefoongesprek.82 Op 27 december 2010 spreken [verdachte] en [D] over [S4]. [D] vraagt: "Heb je zaken kunnen regelen met die, komt die naar je toe?" en "Ik zeg, komt [S4]?". Hierop zegt [verdachte]: "Ik weet niet, ik moet even praten". Hierop antwoordt [D]: "Ik heb dat meisje uit haar huis gejaagd, jij moet pakken gozer".83 Diezelfde dag belt [S4] [verdachte] en vertelt hem dat die Turk naar haar woning gekomen was en dat hij met haar wilde afrekenen.84 Twee dagen later - het is dan 29 december, 19:22 uur - zegt [S4] tegen [verdachte] dat die Turk gisteren voor de deur stond en gezegd heeft dat ze er voor vrijdag uit moet. [verdachte] reageert daarop met de woorden: "Maak je niet druk, je kan altijd bij mij terecht".85 Diezelfde dag om 20:49 uur belt [D] naar [verdachte] met de vraag of hij [S4] heeft gesproken. [verdachte] vertelt hem dan dat hij bij [S4] is geweest en dat zij boos was op [D]. [D] adviseert [verdachte] om te zeggen dat hij haar een grote kamer voor 200 euro kan aanbieden en dat hij daarbij moet zeggen dat ze die kans moet grijpen, omdat ze er over een maandje sowieso uit moet bij [D].86 Op 31 december 2010 vertelt [verdachte] aan [A] dat [D] hem twee stuks heeft gegeven, [S4] en nog eentje [S5], van zeventien of zo.87

[S4] heeft bij de politie laten weten dat ze geen verklaring wenste af te leggen, omdat ze een nieuwe start in haar leven had gemaakt en omdat ze geen problemen wilde met de broers [A, B en C]. Bij de rechter-commissaris heeft [S4] een verklaring afgelegd, waaruit blijkt dat ze [D] herkende op een foto uit het dossier, dat ze hem kende onder de naam '[naam]', dat hij zich als snorder voor meisjes voordeed en dat hij meisjes probeerde te ronselen.88 Over de betrokkenheid van [verdachte] verklaarde ze, dat ze van hem nooit last had gehad. Ook verklaarde ze dat ze in december 2010 niet uit haar huis was gezet omdat ze toen nog geen huis had.

Conclusies van de rechtbank ten aanzien van het bewijs

Over de verklaring die [S4] bij de rechter-commissaris heeft afgelegd, merkt de rechtbank allereerst op dat deze op belangrijke onderdelen haaks staat op de inhoud van de tapgesprekken. De rechtbank leidt hieruit af dat [S4] er ofwel - om haar moverende redenen - voor heeft gekozen om niet de (gehele) waarheid te spreken, ofwel zaken simpelweg is vergeten. De rechtbank zal de verklaring van [S4] daarom bij de verdere beoordeling van deze zaak buiten beschouwing laten.

Uit de inhoud van de hierboven vermelde tapgesprekken leidt de rechtbank af dat [verdachte] en [D] op 26 december 2010 een afspraak hebben gemaakt om elkaar te ontmoeten, dat [verdachte] bij die ontmoeting van [D] (de contactgegevens van) twee vrouwen heeft 'gekregen' en dat zij samen een opzetje hebben gemaakt om [S4] uit een door henzelf veroorzaakte kwetsbare positie te redden door haar - op het moment dat zij haar bij [D] gehuurde woning dreigde kwijt te raken - onderdak bij [verdachte] aan te bieden zodat zij haar werk als prostituee kon blijven uitoefenen. Hiermee is het bewijs geleverd dat verdachten - in nauwe, bewuste en volledige samenwerking met elkaar - [S4] met gebruikmaking van de middelen misleiding en misbruik van een kwetsbare positie hebben geworven.

Dat deze middelen zijn ingezet met het oogmerk [S4] uit te buiten, haalt de rechtbank uit het tapgesprek van [verdachte] met [B] - "Ik ga hier dingesen! Ik haal mijn geld eruit, elke maand 1000 lira!" - en uit het gesprek tussen [verdachte] en [D] ("Jij moet pakken gozer!"). Bij haar oordeel over het delictsbestanddeel 'oogmerk van uitbuiting' betrekt de rechtbank daarnaast hetgeen haar over de manier van opereren van deze verdachten en over het daarbij door hen gebezigde taalgebruik - waarbij het woord 'dingesen' steeds wordt gebruikt als het gaat om het gedwongen achter een raam plaatsen van een vrouw - bekend is uit de andere zaaksdossiers.

Nu de rechtbank de middelen, de gedraging en het oogmerk heeft vastgesteld, kan het feit (in de variant van het eerste sublid) bewezen worden. Dat het uiteindelijk niet zover is gekomen dat [S4] werd uitgebuit of zelfs maar werd bewogen zich ten bate van verdachte(n) beschikbaar te stellen voor de prostitutie, staat aan een bewezenverklaring van dit sublid niet in de weg.

3.5.4.2 [S5]

Redengevende feiten en omstandigheden

Net als bij [S4], zijn hier het tapgesprek van 26 december 2010 en de daaropvolgende ontmoeting tussen [verdachte] en [D] van belang.89 Kort na deze ontmoeting laat [verdachte] aan [B] het volgende weten: "Die heeft twee gegeven, [S4] en één van zeventien jaar. Ja, die geeft he! Ik ga hier dingesen! Ik haal mijn geld eruit...en elke maand duizend lira, [B]!". Ook zegt [verdachte]: "Die zegt, maar de ene is zeventien, je zal één à twee maanden moeten wachten, nog niks doen, die wil uit huis, maar je moet dingesen nadat die 18 is geworden".90 Nog diezelfde avond - kort na zijn gesprek met [B] en nog geen twee minuten nadat hij de eerste sms aan [S4] verzonden heeft - belt [verdachte] [S5] voor de eerste keer. Hij zegt dat hij een Latino is en dat hij haar nummer heeft gekregen op het Jonckbloetplein, waarop [S5] zegt dat dat verhaal niet kan kloppen.91 Op 27 december 2010 spreken [verdachte] en [D] over '[S5]'. [verdachte] zegt dat hij [S5] inmiddels gesproken heeft en dat alles geregeld is.92 Op 27 en 28 december 2010 stuurt [verdachte] [S5] diverse sms-berichten op verliefde toon ("Ik wil jou beter leeren kennen, vind jou een leuke meisje x. Ha lieverd, ik wil je stem horen, mijn prinsesje, babytje"). Hij blijft haar bellen en sms'en. Hij stelt voor samen naar een telefoonwinkel te gaan en mee naar haar huis te gaan om haar moeder te ontmoeten.93 In een sms-bericht van 28 december 2010 volgt dan de tekst: "Baby waarom laat je me lijden, je mag ook bij mij blijven als je dat wilt".94 Uit de telefoongesprekken van [S5] met [verdachte] - en uit het uitblijven van een reactie op zijn vele vleiende smsjes - blijkt dat zij [verdachte] niet kent, nooit heeft ontmoet en niet geneigd is in te gaan op zijn toenaderingspogingen.

Uit een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie blijkt dat [S5] op [geboortedatum] 1993 geboren is, hetgeen betekent dat zij in de hiervoor genoemde periode zeventien jaar oud was.95

[S5] heeft verklaard dat ze niet onder de indruk was geraakt van de sms-berichten en telefoongesprekken met [verdachte]. [D] herkent ze van een politiefoto als de Turk die met haar vriendin [vriendin] omging. Ze kent hem onder de naam "[naam]" en ze weet dat [vriendin] voor hem heeft gewerkt achter de ramen en dat hij taxichauffeur is, vooral voor meisjes. Ze heeft zelf haar telefoonnummer aan [D] gegeven in verband met zijn taxidiensten en werd daarná door die jongen opgebeld.96

Conclusies van de rechtbank ten aanzien van het bewijs

Uit de inhoud van de tapgesprekken en sms-berichten, steeds in samenhang bezien, kan worden opgemaakt dat het [D] was die [S5] en haar leeftijd en achtergrond kende en dat hij die informatie, inclusief haar telefoonnummer, aan [verdachte] heeft verschaft. Uit de gesprekken tussen [verdachte], [B] en [D] wordt vervolgens duidelijk dat [verdachte] haar wilde 'dingesen' en dat [D] hiervan op de hoogte was. Daarnaast volgt uit de tapgesprekken en sms-berichten, dat [verdachte] aan de slag is gegaan om daartoe een ontmoeting met [S5] te organiseren. [verdachte] heeft zich hierbij - tegenover iemand die hij nog nooit had ontmoet en enkele minuten nadat hij op eenzelfde wijze contact had gelegd met een andere vrouw - bediend van vleiend en misleidend taalgebruik, door tijdens het eerste gesprek bijvoorbeeld te zeggen dat hij een Latino was en dat hij [S5] een leuke meid vond waar hij leuke dingen mee wilde doen. De gedragingen van [D] kunnen als een wezenlijke bijdrage hieraan worden beschouwd, waardoor het medeplegen aan het werven middels misleiding is bewezen.

Dat het middel is ingezet met het oogmerk [S5] uit te buiten, haalt de rechtbank ook hier uit het tapgesprek van [verdachte] met [B] - "Ik ga hier dingesen! Ik haal mijn geld eruit, elke maand 1000 lira!". Bij haar oordeel over het delictsbestanddeel 'oogmerk van uitbuiting' betrekt de rechtbank ook hier hetgeen haar over de manier van opereren van deze verdachten en over het daarbij door hen gebezigde taalgebruik - waarbij het woord 'dingesen' steeds wordt gebruikt als het gaat om het gedwongen achter een raam plaatsen van een vrouw - bekend is uit de andere zaaksdossiers.

Nu de rechtbank het middel, de gedraging en het oogmerk heeft vastgesteld, kan het feit (in de variant van het eerste sublid) bewezen worden. Dat het uiteindelijk niet zover is gekomen dat [S5] werd uitgebuit of zelfs maar werd bewogen zich ten bate van verdachte(n) beschikbaar te stellen voor de prostitutie, staat aan een bewezenverklaring van dit sublid niet in de weg.

3.5.4.3 [S9]

Redengevende feiten en omstandigheden

Uit opgenomen en uitgeluisterde telefoongesprekken in de periode van 11 april 2011 tot 24 juli 2011 is met betrekking tot [S9] gebleken dat er op 11 april 2011 bij een pompstation een ontmoeting heeft plaatsgevonden tussen haar, [A] en [W]. Hierna is er veelvuldig telefonisch en sms-contact geweest tussen [S9] en [A]. Vier dagen na die ontmoeting - het is dan 15 april 2011 - belt [A] met [W] en zegt hij: "Laten we iets doen met hun, je weet wel, als ons geld maar komt" En: "Die [S9], makkelijk, die is gelijk te gooien".97 In latere gesprekken met [S9] zegt [A] dat hij verliefd op haar is. Hij zegt dat hij nu gelooft in liefde op het eerste gezicht, dat hij wil samenwonen en kinderen wil krijgen, en dat hij - als [S9] zegt weg te willen van de plek waar ze woont - alles perfect gaat regelen en dat ze gaan samenwonen en leuke dingen doen, zoals met vakantie gaan.98 Op 30 april 2011 haalt [A] haar in Arnhem op, samen met zijn broers [B] en [verdachte]99 waarna [S9] één nacht in Den Haag blijft slapen.100 Hierna is er enige tijd geen contact meer (waargenomen). Op 15 juni 2011 is er hernieuwd contact tussen [A] en [S9], waaruit blijkt dat [S9]'s relatie is beëindigd en [A] opnieuw spreekt over samenwonen. Op 21 juli 2011 vertelt [S9] dat haar partner/pooier [partner/pooier] wordt uitgeleverd101, waarop [A] direct zijn broers inlicht. Het is dan [B] die zegt dat ze haar gaan ophalen.102 [A] belt [S9] direct en zegt dat, als ze wil, ze haar vandaag komen halen.103 In een gesprek tussen [A] en [verdachte] is het [verdachte] die zegt dat hij wil dat ze voor hem komt, anders hoeft 't niet.104 Daarna spreekt [A] met [S9] af dat hij haar woensdag komt halen.105 Hij belt op 22 juli 2011 naar [D] en zegt: "Bingo, een nieuwe Nederlandse lokum". Hij stelt [D] voor iets te doen.106 Later die dag belt hij [S9], dat hij met een huis bezig is, en belt hij [verdachte]: "[S9] komt dadelijk, ik speel met miljoenen!".107 Op 24 juli belt hij met [V] om advies over een nieuwe Nederlandse lokum. Ze bespreken in welke straat ze kan worden geplaatst en waar ze een goede omzet kan halen.108 Ten slotte blijkt dat [S9] niet meewerkt en geen verder contact wenst met [A]. [S9] is ondanks pogingen van de politie om haar te traceren over deze contacten niet gehoord.

Conclusies van de rechtbank ten aanzien van het bewijs

Uit de inhoud van de hierboven weergegeven gesprekken, in samenhang bezien, blijkt dat er een bepaalde rolverdeling bestond tussen de verdachten, waarbij het [A] was die met gebruikmaking van het (voor loverboys typerende) middel misleiding - in dit geval door verliefdheid te veinzen en door beloftes te doen over een betere toekomst in een relatie met hem - [S9] heeft geworven met het oogmerk van uitbuiting ("Als ons geld maar komt", "[S9] komt dadelijk! Ik speel met miljoenen"). De betrokkenheid van [verdachte], die direct wenst te profiteren van haar komst en van [B], die de beslissing neemt om haar op te gaan halen, tonen de bewuste en nauwe samenwerking die voor het bewijs van medeplegen wordt vereist. De (beperkte) verklaringen van verdachten over de uitleg die aan deze gesprekken dient te worden gegeven, brengen de rechtbank niet tot een andere conclusie.

Nu de rechtbank het middel (misleiding), de gedragingen (werven en vervoeren) en het oogmerk van uitbuiting heeft vastgesteld, kan het feit (in de variant van het eerste sublid) bewezen worden. Dat het uiteindelijk niet zover is gekomen dat [S9] werd uitgebuit of zelfs maar werd bewogen zich ten bate van verdachte en zijn mededaders beschikbaar te stellen voor de prostitutie, staat aan een bewezenverklaring van dit sublid niet in de weg.

3.5.4.4 [S6], [S7] en [S8]

Met betrekking tot de overige in de tenlastelegging genoemde vrouwen, acht de rechtbank de tegen verdachte gerezen verdenking onvoldoende concreet om tot het wettige en overtuigende bewijs te komen, zodat in die zaken vrijspraak zal volgen.

3.6 Zaaksdossier Inbraak

3.6.1 Inleiding

Tussen 18 juli 2011 omstreeks 02:00 uur en 19 juli 2011 omstreeks 22:00 uur is er ingebroken in de woning gelegen aan de [adres] [nummer 1] te Den Haag (hierna ook: woning [nummer 1]). Bij deze inbraak zijn onder meer twee breedbeeldtelevisies, een DVD-speler en een Playstation (serie 3) weggenomen.109

De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of verdachte deze inbraak - al dan niet samen met anderen - heeft gepleegd.

3.6.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich tezamen en in vereniging met anderen schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde inbraak.

3.6.3 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan de inbraak. Weliswaar had verdachte wetenschap van een inbraak die door een ander is gepleegd, maar dat is onvoldoende om hem aan te merken als medepleger.

3.6.4 Het oordeel van de rechtbank

Redengevende feiten en omstandigheden

Aangever [X] heeft verklaard dat hij een tijdje op de woning van [Y] - een woning die ligt aan de [adres] [nummer 1] - moest letten en dat hij op 19 juli 2011 rond 22:00 uur aankwam bij de woning, die hij de vorige dag in goede staat had achtergelaten. Hij zag dat de voordeur van de woning aan de binnenzijde was verbroken. Ook zag hij dat de balkondeur aan de buitenkant was beschadigd ter hoogte van de sloten. Verder zag hij dat op het dak van een uitstekend deel van de benedenverdieping van het flatgebouw een ladder lag. Deze plek kon alleen bereikt worden via het balkon van de woning gelegen op nummer [nummer 2], waar de voor aangever bekende [A] en [verdachte] destijds verbleven.110 Uit politieonderzoek ter plaatse is gebleken dat er braakschade aan de balkondeur zat en dat een ladder op een uitstekend deel van het flatgebouw lag, alwaar zich de woning met nummer [nummer 2] bevindt.111

Op grond van de verklaring van aangever, die op relevante onderdelen wordt bevestigd door de uitkomsten van het politieonderzoek, stelt de rechtbank vast dat de inbreker(s) met de ladder van het balkon van de woning met nummer [nummer 2] op het balkon van de woning met nummer [nummer 1] zijn geklommen, alwaar hij/zij de balkondeur heeft/hebben verbroken en naar binnen is/zijn gegaan.

Tapgesprekken

In de periode van 19 juli 2011 tot en met 20 juli 2011 is een aantal telefoonnummers, in gebruik bij [A] en [verdachte] getapt. Hierbij zijn de volgende gesprekken afgeluisterd.

Op 19 juli 2011 te 20:01 uur belt [A] naar [D].112

[A]: ben je binnen?

[D]: bijna, is er niks aan de hand?

[A]: nee nee nee even kijken hoe het met jullie gaat.

Noot verbalisant: Uit de mastgegevens van dit gesprek blijkt dat [A] een mast aanstraalt in [weg] te 's-Gravenhage. Over het algemeen wordt deze mast aangestraald als [A] in de woning aan de [adres] [nummer 2] is.113

Op 19 juli 2011 te 20:02 uur belt [A] naar [verdachte].114

[verdachte]: en wat doe je nu dan?

[A]: euh je weet toch, je begrijpt toch wel, laat gewoon euh, we zijn ons dinges van het huis aan het doen

[verdachte]: boven?

[A]: ja, van Amsterdam weet je toch, moet geverfd worden plafond

[verdachte]: hmm hmm

[A]: ja, okee

[verdachte]: maar nee, niet jij!

[A]: nee nee die andere. Die andere twee doen het, weet je, plafond verven, van die huis

[verdachte]: ja ja, maar de muur moet jij niet doen he.

[A]: nee, euh, hun zijn al bezig, ze zijn al binnen, plafond verven

[verdachte]: zweer dat eens!

[A]: ik zweer het, ik zweer het!

[verdachte]: dus euh.. ze zijn dus binnen de plafonds aan het doen?

[A]: ja ja ja ja ja

De mastgegevens geven aan dat [A] een mast aan de [weg] te 's-Gravenhage aanstraalt.115

Op 19 juli 2011 te 20:05 uur belt [verdachte] naar [B].116

[B] vraagt of [A] heeft gebeld. [verdachte] zegt dat hij hem ([A]) had gebeld maar hij ([A]) nam niet op. [verdachte] zegt dat [A] thuis zal zijn en merkt op dat [B] niet naar hun toe moet gaan. [B] beaamt dit. [verdachte] zegt: "Nee, want eeeuh ze zeggen 'We zijn het huis aan het verven'. [verdachte] zegt dat hij het [B] zal laten weten als er iets is.

Op 19 juli 2011 te 20:06 uur belt [A] naar [D].117

[D]: ja

[A]: zijn jullie binnen, euh plafond verven..?

[D]: Nederlands Nederlands Nederlands Nederlands

[A]: oh, zit je al die plafond te verven?

[D]: ja ik zit te verven. Ik ben nu aan het zoeken en daarna eten.

Op 19 juli 2011 te 20:44 uur belt [A] naar [verdachte].118

[A]: ja ik ben in Amsterdam weet je, die plafond zitten we te verven nog euh

[verdachte]: ja nog steeds, bel mij wanneer het klaar is ja

[A]: luister dan

[verdachte]:ja

[A]: je weet toch, euh die euh zwarte ding wat je op teevee euh op muur ken

doen.. wat je ken kijke

[verdachte]: hmm

[A]: twee stuks, grote begrijp je?

[verdachte]: muur euh.. nee

[A]: die teevees moeten toch aan de muur ge.. euh gezet worden

[verdachte]: ah ik begrijp het

[A]. dit was in Amsterdam in de huis he

[verdachte]: oh oh er is dus wel..het hangt wel

[A]: jaja, die hebben we nu in jouw euh huis wat we voor jou die nieuwe huis in Amsterdam hebben, daar hebben we binnen nu

[verdachte]: hmm.. maar maar maar.. zorg dat jullie het wegmaken

[A]: ja hoe dan?

[verdachte]: jullie moeten het daar laten wegmaken, andere plek

[A]: ik heb ook euh voor jou euh ding gekocht weet je, Playstation 3 Playstation 2, heb ik ook voor jou

[verdachte]: okee, dan euh.. breng het dan mijn kant op

[A]: hoe moeten we dat dan doen?

[verdachte]: tas

[A]: ja maar dat is groot he die ding, begrijp je

[verdachte]: ja, okee ik begrijp het wel, maar als het daar blijft, dan moet je weten dat het op een dag dinges zal zijn

[A]: ja

[A]: ah oke, nou in ieder geval euh ik ga eentje op de muur doen voor jou, begrijp je, en die andere gaat wel weg vandaag ieder geval

[verdachte]: ja ja, want ik.. eentje is genoeg begrijp je

(..)

[verdachte]: okee bel maar wanneer het klaar is en wanneer je weg bent

Op 19 juli 2011 te 21:48 uur belt [A] naar [verdachte].119

[verdachte]: ja is goed euh.. heb je die gezegd... heb je gedaan wat ik heb gezegd?

[A]: ja ja ja tuurlijk tuurlijk tuurlijk tuurlijk (..) ze hebben het gedragen en zo man

[verdachte]: echt waar?

[A]: ja man, in twee wagens TAK TAK TAK en klaar

[verdachte]: echtwaar?

[A]: echt waar echt waar

[verdachte]: hmm okee

[A]: alleen dinges is nog gebleven, eentje aan de muur, van de mijne

[verdachte]: euh bij mij thuis?

[A]: ja

[verdachte]: ik neuk he walla [A] ik zeg het je, nu eruit, nu!!

[A]: ja er was geen plek het is nu avond geworden

[verdachte]: nee niet avond, ik heb zojuist gezien, die jongen kwam die kant op

[A]: echt waar?

(..)

[verdachte]: en zij?

[A]: wie.. nee ik ben niet bij hun gestapt, zij hebben gevuld/volgeladen, ik zei gaan jullie maar vriend, ik zei ga en regel meteen die andere ding, laadt het uit, en kom die andere twee dinge ook halen, dus vandaar

[verdachte]: vandaag, nu nu moet walla had je boven moeten zetten he mongool

[A]: ja maar ik kan niet doen, ik ga niet naar boven toe, vandaar.

Uit de hier aangehaalde tapgesprekken, die zijn gevoerd kort voordat aangever [X] de inbraak heeft ontdekt, volgt onder meer dat [D] ergens 'binnen' is gegaan, dat dat 'boven' was en dat er twee televisies en een Playstation op die plek waren, hetgeen overeenkomt met de verklaring van [X] over de buitgemaakte goederen en over de positionering van de twee woningen ten opzichte van elkaar. Uit de tapgesprekken volgt verder dat er dingen zijn gedragen, geladen en weggebracht. Dit alles, gevoegd bij de omstandigheid dat in de tapgesprekken door [A] met de anderen veelvuldig wordt gesproken over het feit dat hij een huis in Amsterdam aan het verven is, terwijl zijn telefoon een mast aanstraalt in de omgeving van de [adres] te 's-Gravenhage, maakt dat de rechtbank concludeert dat door verdachten in de tapgesprekken in versluierd taalgebruik wordt gesproken over (het verloop van) de inbraak aan de [adres] [nummer 1], die op dat moment 'live' wordt gepleegd.

Conclusies van de rechtbank ten aanzien van het bewijs

Betrokkenheid verdachte

Uit de tapgesprekken - bezien in samenhang met hetgeen de rechtbank in de tussenconclusie over de wijze van inbreken over de positionering van de twee woningen heeft overwogen - volgt dat [D] samen met een onbekend gebleven ander vanuit de woning van [verdachte] en [A] de woning met nummer [nummer 1] is binnengegaan, terwijl hij [A] op de hoogte hield van wat er in woning [nummer 1] gebeurde. [A] hield [D] op zijn beurt op de hoogte van wat er buiten woning [nummer 1] gebeurde. [verdachte], die ergens anders was, werd weer door [A] op de hoogte gehouden van de inbraak. Voorts spraken [A] en [verdachte] concreet over wie er wel en niet de woning [nummer 1] binnen mochten gaan ([verdachte]: 'maar de muur moet jij niet doen he', [A]: 'nee, euh, hun zijn al bezig, ze zijn al binnen, plafond verven') en instrueerde [verdachte] [B] dat hij daar weg moest blijven. Verder spraken [verdachte] en [A] over wat er met de uit woning [nummer 1] buitgemaakte televisies moest gebeuren. Op grond hiervan komt de rechtbank tot de conclusie dat [D] degene is geweest die met de onbekende ander (een groot deel) van de uitvoeringshandelingen heeft verricht, dat [A] en (in mindere mate) [verdachte] [D] hebben geholpen om via hun woning de woning [nummr 1] te bereiken en dat zij een wezenlijke invloed hebben gehad op de uitvoering van de inbraak en op het daaropvolgende vervoer, de opslag en de verdeling van de buit. [D], [A] en [verdachte] hebben aldus bewust en nauw samengewerkt en hebben ieder een substantieel en rechtstreeks aandeel gehad in de totstandkoming van de inbraak.

De rechtbank acht op grond van het voorgaande dan ook wettig en overtuigend bewezen dat [D], [A] en [verdachte] zich samen met een onbekend gebleven ander schuldig hebben gemaakt aan het tezamen en in vereniging plegen van de ten laste gelegde inbraak.

3.7 Zaaksdossier Verdomi

3.7.1 Inleiding

Verdachte is onderhuurder en bewoner van een woning, gelegen aan de [adres] te Den Haag.120 Op 16 juni 2011 treden verbalisanten naar aanleiding van een CIE-melding deze woning binnen. Daar troffen zij een in werking zijnde kwekerij met 188 hennepplanten aan.121 Verdachte wordt even later aangetroffen en aangehouden op het balkon van een naastgelegen woning.122

3.7.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte opzettelijk 188 hennepplanten heeft geteeld en voorhanden heeft gehad.

3.7.3 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van dit feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.7.4 Het oordeel van de rechtbank

Redengevende feiten en omstandigheden

Verdachte heeft verklaard dat de kwekerij er al was, toen hij in augustus 2010 de woning betrok. In de kwekerij stonden op dat moment nog geen planten. De hennepplanten zijn pas later in de kwekerij geplaatst. Dat was ongeveer vijf en een halve week voordat de politie binnenviel. Verdachte heeft verder verklaard dat hij de hennepplanten samen met iemand anders water heeft gegeven.123

Conclusies van de rechtbank ten aanzien van het bewijs

Op grond van het hiervoor overwogene acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het telen van hennep in de periode van 1 mei 2011 tot en met 16 juni 2011.

3.8 De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - dat:

Dagvaarding I

feit 1 (zaaksdossier Kade)

hij in de periode van 30 juli 2011 tot en met 2 augustus 2011 te Den Haag tezamen en in vereniging met anderen,

* [S1] door dwang en dreiging met geweld en afpersing en misleiding en misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [S1] in de prostitutie

* die [S1] met voornoemde middelen heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten in de prostitutie

* opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [S1]

* die [S1] met voornoemde middelen heeft gedwongen en/of bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [S1] met of voor een derde,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededaders

* die [S1] als prostituee laten werken in Den Haag en

* die [S1] verteld danwel laten vertellen dat haar kans om weg te komen uit de instelling waar zij verbleef was om met hem, verdachte, en zijn mededaders mee te gaan en

* die [S1] verteld dan wel laten vertellen dat als zij in de prostitutie zou gaan werken, zij een goed leven zou krijgen, zij haar rijbewijs kon gaan halen en zij kon gaan samenwonen met ene [E] en

* die [S1] naar een prostitutiekamer overgebracht en

* de simkaart van de telefoon van die [S1] afgepakt en/of laten afpakken en

* die [S1] een nieuwe simkaart waarop geen beltegoed stond gegeven en/of laten geven en

* die [S1] voorzien en/of laten voorzien van sexy werkkleding en

* die [S1] voortdurend onder toezicht en/of controle gehouden en

* die [S1] laten overnachten in de woning van zijn mededader(s) en

* die [S1] instructies gegeven en/of laten geven over hoeveel geld zij moest vragen per klant en

* die [S1] bewogen om de opbrengst uit de prostitutiewerkzaamheden aan hem, verdachte, en aan zijn mededaders af te staan;

feit 2 subsidiair (zaaksdossier Frans Hals)

hij op 8 juli 2011 te 's-Gravenhage opzettelijk een persoon (te weten [P1]) heeft geschopt en geslagen op/tegen het hoofd en het been, waardoor voornoemde [P1] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

feit 5 (zaaksdossier Werven)

hij in de periode van 26 december 2010 tot 24 juli 11 te Den Haag, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

* [S4] en [S5] en [S9] door misleiding en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [S4] en die [S5] en die [S9] in de prostitutie,

immers heeft verdachte en/of hebben zijn mededaders:

* de telefoonnummers van die [S4] en die [S5] aan zijn mededader gegeven en

* (telefonisch) contact over die [S4] en die [S5] en die [S9] gehad en

* die [S4] gedreigd haar uit de woning te zetten en

* die [S4] gedreigd met haar af te rekenen en

* veelvuldig (telefonisch) contact met zijn mededader gehad over de wijze waarop verdachte [S4] het huis uit zou zetten en

* veelvuldig (telefonisch) contact gehad met zijn mededader over het tijdstip waarop zijn mededader die [S4] moet opvangen en onderdak aanbieden en

* veelvuldig (telefonisch) contact opgenomen en/of gezocht met die [S4] en die [S5] en die [S9] en

* tegen die [S9] gezegd dat wanneer zij weg wil bij haar vriend zij direct wordt opgehaald door verdachte en zijn mededaders en

* tegen die [S9] gezegd dat zij een goede toekomst krijgt als zij met hem mee gaat en

* vleiende sms-berichten naar die [S4] en die [S5] en die [S9] verstuurd en

* (telefonisch) contact over prostitutiewerkzaamheden gehad en

* (telefonisch) contact over het vervoer van die [S9] gehad en

* (telefonisch) contact over het onderbrengen van die [S4] en die [S9] gehad.

Dagvaarding II

feit 1 (zaaksdossier Inbraak)

hij op 19 juli 2011 te Den Haag tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres] (nummer 1) heeft weggenomen twee breedbeeldtelevisies, een DVD-speler en een Playstation (serie 3), toebehorende aan [X] en/of [Y], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door met een ladder op het balkon van de genoemde woning te klimmen en vervolgens de sloten van de balkondeur van genoemde woning te verbreken en die woning binnen te gaan.

feit 2 (zaaksdossier Verdomi)

hij in de periode van 1 mei 2011 tot en met 16 juni 2011 te Den Haag tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan de [adres]) 188 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren met aftrek van de tijd die hij reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de door de officier van justitie gevorderde straf buitensporig hoog is en dat deze geen recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van verdachte.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsook met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 13 oktober 2011. De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel, waarbij vier vrouwen betrokken waren. Door het plegen van dit type misdrijven heeft verdachte laten zien dat het welzijn van deze vrouwen voor hem van geen enkele waarde is. Zijn aandacht was kennelijk uitsluitend gericht op zijn eigen geldelijke gewin. Deze impliciete minachting en het gebrek aan respect voor een medemens rekent de rechtbank verdachte in ernstige mate aan.

Meer in het bijzonder overweegt de rechtbank het volgende in verband met de strafoplegging. Eén van deze vier vrouwen, [S1], die nog nooit als raamprostituee had gewerkt en van wie verdachte wist dat zij in een zorginstelling verbleef, is door verdachte en zijn mededaders op eenvoudige wijze ingepalmd. Haar kwetsbaarheid was evident, nu het ging om een licht verstandelijk beperkte vrouw die gevoelig is voor iedere soort aandacht. Verdachte en zijn mededaders hebben haar onder erbarmelijke omstandigheden gehuisvest, tewerkgesteld en daarna haar inkomen afgepakt. Zij heeft door toedoen van verdachte en zijn mededaders onvrijwillig in de prostitutie gewerkt en is financieel uitgebuit. De andere vrouwen die verdachte heeft geworven - het voorstadium van de uitbuiting - was eenzelfde lot beschoren doch zij hebben zijn manipulaties tijdig doorzien.

Uit de (slachtoffer)verklaring van [S1] blijkt dat ze zich als een dier achter glas voelde, dat zij de seks met klanten 'soms op het meest walgelijke en vernederende af' vond en dat zij zich nog nooit zo afschuwelijk heeft gevoeld.

Uit alles blijkt dat verdachte kennelijk uitsluitend aan zichzelf denkt en geen middel schuwt om aan geld te komen om zijn eigen genoegens te kunnen bevredigen. Het leed van zijn slachtoffers heeft verdachte geheel genegeerd. Hij heeft op geen enkel moment, ook niet ter terechtzitting, laten blijken het verwerpelijke en strafwaardige van zijn handelen in te zien. Dit alles typeert verdachte als een gewetenloze mensenhandelaar waartegen de maatschappij lange tijd moet worden beschermd.

De rechtbank wijst er verder op dat de opvattingen over mensenhandel als ernstig misdrijf in de maatschappij zijn gewijzigd, hetgeen ondermeer blijkt uit het feit dat artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht recentelijk door de wetgever is voorzien van een verhoogd strafmaximum.

Alles overwegende is naar het oordeel van de rechtbank in dit geval een gevangenisstraf van lange duur op zijn plaats. De bewezen mishandeling en woninginbraak zijn slechts in geringe mate op deze straf van invloed. Wel bevestigt het plegen van deze delicten het beeld dat verdachte zich niets aantrekt van wettelijke - voor een maatschappij onontbeerlijke - normen of regels bij zijn ongeremde zoektocht naar inkomsten.

De rechtbank heeft bij de vaststelling van de hoogte van de straf vooral rekening gehouden met de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Hieruit volgt onder meer dat voor mensenhandel waarbij sprake is van seksuele uitbuiting, ongeacht de duur van het delict, in de regel een gevangenisstraf van een jaar als minimum geldt en dat waar sprake is van verkrachting veelal langdurige vrijheidsstraffen worden opgelegd. De rechtbank neemt dit als uitgangspunt bij de vaststelling van de hoogte van de straf.

De straf zal evenwel aanzienlijk lager uitvallen dan de straf die de officier van justitie heeft geëist, omdat de rechtbank verdachte (onder meer) zal vrijspreken van betrokkenheid bij het meest ernstige - want: meest gewelddadige en meest langdurige - feit op de tenlastelegging (zaaksdossier [S0]), terwijl de officier van justitie dat feit wel bewezen achtte.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf als hierna te noemen passend en geboden is.

7. De vorderingen van de benadeelde partijen en de maatregel van schadevergoeding

7.1 De benadeelde partij [S1]

7.1.1 De vordering

[S1], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 4.200,-.

7.1.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [S1] tot een bedrag € 2.200,- voor toewijzing in aanmerking komt en dat deze voor het overige deel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

7.1.3 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de vordering van de benadeelde partij en in plaats daarvan volstaan met de opmerking dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard aangezien verdachte van het feit waarop haar vordering betrekking heeft, moet worden vrijgesproken.

7.1.4 Het oordeel van de rechtbank

De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de post 'ontnomen inkomsten', is namens de verdachte niet betwist en is met de inhoud van het strafdossier voldoende aannemelijk geworden. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voorts vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 1 (dagvaarding I) bewezenverklaarde feit.

De rechtbank acht de vordering, voor zover deze betrekking heeft op een bedrag van € 2.000,-, als vergoeding ter zake van immateriële schade tot dat bedrag gelet op de gegeven onderbouwing naar billijkheid toewijsbaar, nu namens de verdachte de omvang daarvan niet is betwist en nu eveneens vast is komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 1 (dagvaarding I) bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaren, aangezien de vordering in zoverre een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 2.200,-.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 1 augustus 2011 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 (dagvaarding I) bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 2.200,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [S1].

De rechtbank zal in dit verband bepalen dat verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededaders ([B] 09/754244-10, [A] 09/650071-11 en [E] 09/650080-11) aan de benadeelde partij of aan de Staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

7.2 De benadeelde partij [P1]

7.2.1 De vordering

[P1], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 65,-.

7.2.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in zijn vordering.

7.2.3 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet inhoudelijk uitgelaten over de vordering van [P1].

7.2.4 Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien de door hem gestelde schade geen schade betreft die rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit.

Dit brengt mee, dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank begroot op nihil.

7.3 De benadeelde partij [S0]

7.3.1 De vordering

[S0], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 988.469,50.

7.3.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich met verwijzing naar het in de zaak tegen verdachte opgemaakt ontnemingsrapport op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [S0] tot een bedrag van € 111.985,- voor toewijzing in aanmerking komt en dat deze voor het overige niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

7.3.3 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat de onderbouwing van de vordering niet overeenkomt met het gevorderde bedrag.

7.3.4 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft, is vrijgesproken.

Dit brengt mee, dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank begroot op nihil.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 24c, 36f, 57, 273f, 300 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst II.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding I onder 2 primair, 3 en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding I onder 1, 2 subsidiair, 5 primair en dagvaarding II onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van dagvaarding I feit 1 en 5 primair:

mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

ten aanzien van dagvaarding I feit 2 subsidiair:

mishandeling;

ten aanzien van dagvaarding II, feit 1:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van dagvaarding II, feit 2:

diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

1) [S1]

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [S1], een bedrag van € 2.200,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 1 augustus 2011;

bepaalt dat de vordering voor het overige deel niet-ontvankelijk is en dat de benadeelde partij dit deel van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 2.200,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 1 augustus 2011 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [S1];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 32 dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededaders ([B] 09/754244-10, [E] 09/650080-11 en [A] 09/650071-11) aan de benadeelde partij of aan de Staat de betalingsverplichting in zoverre doet vervallen;

2) [P1]

bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, begroot op nihil;

3) [S0]

bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.N. Pabbruwe, voorzitter,

mr. W.N.L. Donker en mr. J.T.W. van Ravenstein, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G. van Beek, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 juni 2012.

Mr. Donker is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van de in de verwijzing genoemde zaaksdossiers, die onderdeel uitmaken van het onderzoek 'Telluur'.

2 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/01

3 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/10

4 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/02

5 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/02

6 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/03

7 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/02

8 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/18

9 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/04

I Idem

11 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/04

12 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/05

13 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/18

14 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/15

15 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/15

16 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/16

17 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/06

18 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/018

19 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/06 en 07

20 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/07 en 017

21 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade//A/017

22 Proces-verbaal van verhoor getuige [S1] bij de rechter-commissaris d.d. 24 april 2012 vraag 7 en 8

23 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/015, 016 en 01724 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/07 en 08

25 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/13

26 Proces-verbaal van aangifte [S1], ZD/Kade/A/13

27 Idem

28 Proces-verbaal van bevindingen ZD/Kade/AH/03, 07 en 08; en looppv blz. 3

29 Proces-verbaal bevindingen ZD/Kade/AH/05 blz 11 t/m 27

30 Proces-verbaal ZD/Kade/G 05/ blz. 15 t/m 21

31 Proces-verbaal ZD/Kade/G 03

32 Proces-verbaal ZD/Kade/G 02

33 Proces-verbaal ZD/Kade/G 04

34 Proces-verbaal van bevindingen ZD/Kade/AH/119 (opmerking rechtbank: in het proces-verbaal staat dat telefoonnummer onjuist vermeld; het cijfer "8" is weggevallen)

35 Proces-verbaal van bevindingen, ZD/Kade/AH/122

36 Tapgesprek 9791, ZD/Kade/T/001

37 Tapgesprek 9797, ZD/Kade/T/003

38 Tapgesprek 9798, ZD/Kade/T/005

39 Tapgesprek 9804, ZD/Kade/T/008

40 Tapgesprek 9823, ZD/Kade/T/010

41 Tapgesprek 9824, ZD/Kade/T/011

42 Tapgesprek 9842, ZD/Kade/T/013

43 Tapgesprek 9844, ZD/Kade/T/015

44 Tapgesprek 9861, ZD/Kade/T/017

45 Tapgesprek 9873, ZD/Kade/T/019

46 Tapgesprek 9901, ZD/Kade/T/020

47 Tapgesprek 9907, ZD/Kade/T/022

48 Tapgesprek 9910, ZD/Kade/T/024

49 Tapgesprek 9917, ZD/Kade/T/026

50 Tapgesprek 9930, ZD/Kade/T/028

51 Tapgesprek 10028, ZD/Kade/T/034

52 Tapgesprek 10060, ZD/Kade/T/036

53 Tapgesprek 10063, ZD/Kade/T/037

54 Tapgesprek 10064, ZD/Kade/T/038

55 Tapgesprek 10065, ZD/Kade/T/040

56 Tapgesprek 10066, ZD/Kade/T/042

57 Tapgesprek 10069, ZD/Kade/T/045

58 Tapgesprek, 10105 ZD/Kade/T/047

59 Tapgesprek 20, ZD/Kade/T/048

60 Tapgesprek 25, ZD/Kade/T/050

61 Tapgesprek 28, ZD/Kade/T/052

62 Tapgesprek 30, ZD/Kade/T/054

63 Tapgesprek 32, ZD/Kade/T/056

64 Tapgesprek 33, ZD/Kade/T/058

65 Tapgesprek 34, ZD/Kade/T/059 en 060

66 Index Dossier Kade Verhoren [E] blz. 3

67 Index Dossier Kade Verhoren [E] blz. 7

68 Index Dossier Kade Verhoren [E] blz. 9 en 10

69 Index Dossier Kade Verhoren [E] blz. 015

70 Index Dossier Kade Verhoren [E] blz. 019

71 Index Dossier Kade Verhoren [verdachte], blz. 005

72 Index Dossier Kade Verhoren [verdachte] blz. 003

73 Index Dossier Kade Verhoren [verdachte] blz. 031

74 Index Dossier Kade Verhoren [verdachte] blz. 032

75 Proces-verbaal van verhoor aangever [P1], ZD/Frans Hals/A/02 en 03; Proces-verbaal van verhoor getuige [P1] bij de rechter-commissaris, 20 april 2012, paragraaf 6

76 Proces-verbaal van verhoor aangever [P1], ZD/Frans Hals/A/03, eerste volzin

77 Fotobijlage, behorende bij het proces-verbaal van verhoor aangever [P1], ZD/Frans Hals/A09-10; Geschrift, te weten een medische verklaring, ZD/Frans Hals/A/13

78 Geschrift, te weten een medische verklaring, ZD/Frans Hals/A/13

79 Tapgesprek 204, ZD/FransHals/ T/06

80 Tapgesprekken 136, 137 en 138, ZD/Werven/AH/18-20

81 Tapgesprek 554, ZD/Werven/AH/21

82 Tapgesprek en sms-berichten 155, 157, 158 en 165, ZD/Werven/AH/24-26 en 29

83 Tapgesprek 186, ZD/Werven/AH/36

84 Tapgesprek 373, ZD/Werven/AH/42

85 Tapgesprek 373, ZD/Werven/AH/57

86 Tapgesprekken 381 en 383, ZD/Werven/AH/59 en 63.

87 Tapgesprek 505, ZD/Werven/AH/67.

88 Proces-verbaal van verhoor getuige [S4] bij de rechter-commissaris, 9 mei 2012, paragraaf 6

89 Tapgesprekken 136, 137 en 138, ZD/Werven/AH/18-20

90 Tapgesprek 554, ZD/Werven/AH/21

91 Tapgesprek 179, ZD/Werven/AH/160

92 Tapgesprek 186, ZD/Werven/AH/35

93 Tapgesprekken en sms-berichten 156, 161, 179, 180, 187, 192, 201, 202, 240, 243 en 247, 248, 259 en 263 ZD/Werven/AH/157-187 &166-175

94 Sms-bericht 295, ZD/Werven/AH/177

95 Een geschrift, te weten een uitdraai resultaat GBA-bevraging, ZD/Werven/AH/208.

96 Proces-verbaal van verhoor getuige [S5] bij de rechter-commissaris, 21 mei 2012, paragraaf 6-8.

97 Tapgesprek 905, ZD/Werven/AH/523.

98 Tapgesprekken 1106, 1254, ZD/Werven/AH/528, 529-530

99 Proces-verbaal van bevindingen Werven [S9], ZD/Werven/AH/496, 3e alinea.

100 Tapgesprekken 1783 en 1876, ZD/Werven/AH/537 en 540.

101 Tapgesprek 8470, ZD/Werven/AH/546-547

102 Tapgesprek 8491, ZD/Werven/AH/548

103 Tapgesprek 8492 en 8493, ZD/Werven/AH/549 en 550

104 Tapgesprek 8500, ZD/Werven/AH/552

105 Tapgesprek 8591, ZD/Werven/AH/562

106 Tapgesprek 8648, ZD/Werven/AH/563

107 Proces-verbaal van bevindingen Werven [S9], ZD/Werven/497, 6e alinea

108 Tapgesprek 8857, ZD/Werven/AH/567-568

109 Proces-verbaal van verhoor aangever, ZD/Inbraak/A/02

110 Idem

111 Proces-verbaal van bevindingen, ZD/Inbraak/AH/29

112 Tapgesprek 8275, ZD/Inbraak/T/07

113 Proces-verbaal (relaas), ZD/Inbraak/4

114 Tapgesprek 8277, ZD/Inbraak/T/08

115 Proces-verbaal (relaas), ZD/inbraak/5

116 Tapgesprek 525, ZD/Inbraak/T/10

117 Tapgesprek 8278, ZD/Inbraak/T/12

118 Tapgesprek 8284, ZD/Inbraak/T/18

119 Tapgesprek 8293, ZD/Inbraak/T/26

120 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 13 juni 2012

121 Proces-verbaal van bevindingen, ZD/Verdomi/AH/29-30; proces-verbaal, ZD/Verdomi/AH/42

122 Proces-verbaal van aanhouding, ZD/Verdomi/AH/12

123 Proces-verbaal van verhoor verdachte, ZD/Verdomi/AH/16-17 en verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 13 juni 2012