Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX0356

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
04-07-2012
Datum publicatie
04-07-2012
Zaaknummer
09-758583-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak. Hoewel het dossier aanwijzingen bevat voor een bepaalde betrokkenheid van verdachte bij (de voorbereidingen tot) de overval op een juwelier en bij voormelde scooter, ontbreekt voor een strafbare betrokkenheid het wettig en overtuigend bewijs. Nu aanwijzingen niet voldoende zijn om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen aan hem ten laste gelegd. Zie ook LJN BX0349.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/758583-11

Datum uitspraak: 4 juli 2012

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte 2],

geboren op [datum] 1990 te [plaats],

adres: [adres].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 21 december 2011, 7 maart 2012, 25 april 2012, 19 juni 2012 en 20 juni 2012.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.J. Algera en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte mr. V.H. Hammerstein, advocaat te Amsterdam, en door verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 23 maart 2011 te Rijswijk, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een grote hoeveelheid sieraden en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Juwelier Goudland en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]en/of [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- met (gedeeltelijk) bedekt gezicht en/of vermomming binnen rennen van juwelier Goudland en/of

- (vervolgens) roepen en/of op dreigende toon zeggen tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]"Waar is de kluis, waar is het geld en open maken" en/of "Meelopen, waar is het geld, open de kluis" en/of woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) met (een) blokhamer(s), althans een hard en/of stomp voorwerp, inslaan van (een) (glazen) vitrine(s) en/of (een) (glazen) toonbank(en) en/of (een) (glazen) kast(en) en/of

- (vervolgens/daarbij) richten en/of tonen en/of zwaaien van/met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/aan/naar die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]en/of

- (vervolgens) plaatsen van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, althans een hard voorwerp, in de rug van die [slachtoffer 2] en/of

- (vervolgens) (meermalen) richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 4];

en/of

hij op of omstreeks 23 maart 2011 te Rijswijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]heeft gedwongen tot de afgifte van (een grote hoeveelheid) sieraden en/of geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Juwelier Goudland en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- met (gedeeltelijk) bedekt gezicht en/of vermomming binnen rennen van juwelier Goudland en/of

- (vervolgens) (meermalen) roepen en/of op dreigende toon zeggen tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]"Waar is de kluis, waar is het geld en open maken" en/of "Blijf hier, blijf staan, rustig blijven" en/of "Meelopen, waar is het geld, open de kluis" en/of woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) met (een) blokhamer(s), althans een hard en/of stomp voorwerp, inslaan van (een) (glazen) vitrine(s) en/of (een) (glazen) toonbank(en) en/of (een) (glazen) kast(en) en/of

- (vervolgens/daarbij) (meermalen) richten en/of tonen en/of zwaaien van/met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/aan/naar die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]en/of

- (vervolgens) plaatsen van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, althans een hard voorwerp, in de rug van die [slachtoffer 2];

(artikel 317 juncto 312 van het Wetboek van Strafrecht)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[verdachte 3]en/of [A] en/of [B]en/of [C]en/of [D] en/of [E]en/of [verdachte 1]en/of één of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 23 maart 2011 te Rijswijk, tezamen en in vereniging met elkaar en/of een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een grote hoeveelheid sieraden en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Juwelier Goudland en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [verdachte 3] en/of [A] en/of [B]en/of [C]en/of [D] en/of [E]en/of [verdachte 1] en/of die onbekend gebleven persoon/personen en/of zijn/hun mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]en/of [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- met (gedeeltelijk) bedekt gezicht en/of vermomming binnen rennen van juwelier Goudland en/of - (vervolgens) roepen en/of op dreigende toon zeggen tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]"Waar is de kluis, waar is het geld en open maken" en/of "Meelopen, waar is het geld, open de kluis" en/of woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) met (een) blokhamer(s), althans een hard en/of stomp voorwerp, inslaan van (een) (glazen) vitrine(s) en/of (een) (glazen) toonbank(en) en/of (een) (glazen) kast(en) en/of

- (vervolgens/daarbij) richten en/of tonen en/of zwaaien van/met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/aan/naar die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]en/of

- (vervolgens) plaatsen van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, althans een hard voorwerp, in de rug van die [slachtoffer 2] en/of

- (vervolgens) (meermalen) richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 4]

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 18 maart 2011 tot en met 23 maart 2011 te Rijswijk en/of Amsterdam en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- daartoe zijn/een auto aan hem/hen beschikbaar te stellen en/of

- daartoe een voorverkenning te doen en/of

- daartoe (een) scooter(s) beschikbaar te stellen en/of

- daartoe (een) scooter(s) naar Rijswijk te brengen en/of in Rijswijk klaar te zetten

en/of

[verdachte 3]en/of [A] en/of [B]en/of [C]en/of [D] en/of [E]en/of [verdachte 1]en/of één of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 23 maart 2011 te Rijswijk tezamen en in vereniging met elkaar en/of een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld K. [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]heeft gedwongen tot de afgifte van (een grote hoeveelheid) sieraden en/of geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Juwelier Goudland en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [verdachte 3] en/of [A] en/of [B]en/of [C]en/of [D] en/of [E]en/of [verdachte 1] en/of die onbekend gebleven persoon/personen en/of zijn/hun mededader(s) en/of aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- met (gedeeltelijk) bedekt gezicht en/of vermomming binnen rennen van juwelier Goudland en/of

- (vervolgens) (meermalen) roepen en/of op dreigende toon zeggen tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]"Waar is de kluis, waar is het geld en open maken" en/of "Blijf hier, blijf staan, rustig blijven" en/of "Meelopen, waar is het geld, open de kluis" en/of woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) met (een) blokhamer(s), althans een hard en/of stomp voorwerp, inslaan van (een) (glazen) vitrine(s) en/of (een) (glazen) toonbank(en) en/of (een) (glazen) kast(en) en/of

- (vervolgens/daarbij) (meermalen) richten en/of tonen en/of zwaaien van/met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/aan/naar die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]en/of

- (vervolgens) plaatsen van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, althans een hard voorwerp, in de rug van die [slachtoffer 2]

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 18 maart 2011 tot en met 23 maart 2011 te Rijswijk en/of Amsterdam en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- daartoe zijn/een auto aan hem/hen beschikbaar te stellen en/of

- daartoe een voorverkenning te doen en/of

- daartoe (een) scooter(s) beschikbaar te stellen en/of

- daartoe (een) scooter(s) naar Rijswijk te brengen en/of in Rijswijk klaar te zetten;

artikel 317 juncto 312 van het Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 22 maart 2011 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een scooter/motorrunner (merk Honda Dylan, kenteken [KENTEKEN], kleur rood), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 22 maart 2011 tot en met 23 maart 2011 te Amsterdam en/of Rijswijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een scooter/motorrunner (merk Honda Dylan, kenteken [KENTEKEN], kleur rood) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die scooter/motorrunner wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3. Bewijsoverwegingen

3.1 Inleiding

In de ochtend van 23 maart 2011 is juwelierszaak Goudland te Rijswijk door vier personen overvallen. Hierbij is een grote hoeveelheid sieraden weggenomen. De daders zijn gevlucht op twee scooters, die verderop in Rijswijk zijn teruggevonden. Eén van die scooters, te weten een Honda Dylan voorzien van kentekennummer [KENTEKEN], bleek in de nacht van 21 maart op 22 maart 2011 te zijn gestolen.

Aan de orde is de vraag of verdachte betrokken is geweest bij de overval op juwelierszaak Goudland en zo ja, welke rol hij daarbij heeft gehad (feit 1 primair en subsidiair). Voorts is aan de orde de vraag of verdachte voornoemde scooter heeft gestolen dan wel of hij de scooter heeft verkregen dan wel voorhanden heeft gehad en wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat die scooter van diefstal afkomstig was (feit 2 primair en subsidiair).

3.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van de onder 1 primair, eerste cumulatief/alternatief (diefstal met geweld in vereniging), 1 primair, tweede cumulatief/alternatief (afpersing in vereniging), 2 primair (diefstal scooter) en 2 subsidiair (opzetheling/schuldheling scooter) ten laste gelegde feiten en dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte de onder 1 subsidiair, eerste cumulatief/alternatief (medeplichtigheid aan diefstal met geweld in vereniging), en 1 subsidiair, tweede cumulatief/alternatief (medeplichtigheid aan afpersing in vereniging), ten laste gelegde feiten heeft begaan.

De officier van justitie heeft hiertoe aangevoerd dat haars inziens geen bewijs voorhanden is dat verdachte op 23 maart 2011 de overval op juwelierszaak Goudland heeft medegepleegd en evenmin dat verdachte de scooter met kentekennummer [KENTEKEN] gestolen heeft dan wel dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan heling van die scooter. De officier van justitie is echter van mening dat wel voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor de medeplichtigheid van verdachte aan de overval op juwelierszaak Goudland. Zij acht hiertoe redengevend dat haars inziens uit opgevraagde camerabeelden is gebleken dat verdachte en zijn medeverdachten in verschillende samenstellingen op 18, 21 en 22 maart 2011 voorverkenningen hebben verricht bij juwelierszaak Goudland, waarbij verdachte is herkend op de beelden van 22 maart 2011. Verder is op de handgreep van de buddyseat van de Honda Dylan, voorzien van kentekennummer [KENTEKEN], die als vluchtscooter is gebruikt, DNA aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van verdachte. Verdachte heeft voor dit alles geen enkele logische verklaring gegeven, hetgeen onder de genoemde omstandigheden wel op zijn weg lag.

3.3 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft bepleit dat verdachte van de hem onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken, omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte die feiten zou hebben begaan.

De raadsvrouw heeft hiertoe aangevoerd - zakelijk en verkort weergegeven - dat de verdenking dat verdachte bij de overval op juwelierszaak Goudland betrokken is geweest, primair is gebaseerd op de herkenning door twee verbalisanten van verdachte op camerabeelden van 22 maart 2011 van juwelierszaak Goudland, maar dat die herkenningen niet objectief zijn en derhalve geen bewijsrechtelijke waarde hebben. Voor het overige bevat het dossier geen enkel bewijsmiddel waaruit zou kunnen worden afgeleid dat verdachte bij de overval of het wegnemen van de scooter voorzien van kentekennummer [KENTEKEN] betrokken is geweest. Uit het gegeven dat op die scooter DNA is aangetroffen waarvan een onvolledig DNA-profiel is afgeleid dat matcht met het DNA-profiel van verdachte, kan enkel worden afgeleid dat verdachte op enig moment in aanraking is geweest met die scooter, maar vormt geen bewijs dat hij één van de ten laste gelegde feiten zou hebben begaan. Voorts heeft de raadsvrouw aangevoerd dat, mocht de rechtbank er wel van uit gaan dat het verdachte betreft die op de camerabeelden van 22 maart 2011 is te zien, die enkele vaststelling geen strafbare handeling oplevert in de zin van een voorverkenning en derhalve evenmin enig bewijs voor het ten laste gelegde behelst.

3.4 De beoordeling van de tenlastelegging

Verdachte is door twee verbalisanten herkend op camerabeelden van juwelierszaak Goudland van 22 maart 2011, als een van de personen die voor de juwelierszaak langslopen.

Voor de betrouwbaarheid van een herkenning is naar het oordeel van de rechtbank van belang of de herkenning heeft plaatsgevonden op basis van specifieke, onderscheidende persoonskenmerken. De kwaliteit van de beelden en de zichtbaarheid van verdachte op de beelden kunnen daarbij een rol spelen. Tot slot kan van belang zijn in welke hoedanigheid en frequentie waarnemer en dader elkaar eerder getroffen hebben.

Verbalisant [verbalisant] heeft verdachte herkend aan zijn jas, gelaat, opgeschoren haar en karakteristieke loop. Bij de rechter-commissaris heeft [verbalisant] verklaard zich niet te herinneren dat verdachte een karakteristiek loopje heeft maar verdachte te herkennen aan het hele plaatje.

Verbalisant [verbalisant 2] heeft verdachte herkend aan zijn jas, postuur, lengte en gelaat. Bij de rechter-commissaris heeft [verbalisant 2] desgevraagd verklaard dat hij zijn herkenning heeft gebaseerd op de beelden van 22 maart 2011, maar dat hij zich, gelet op de snelheid waarmee de beelden bij de rechter-commissaris worden getoond, kan voorstellen dat er geen herkenning kan worden gedaan.

Beide verbalisanten hebben verklaard dat zij frequent contact met verdachte hebben gehad.

De rechtbank heeft ter terechtzitting van 19 juni 2012 geconstateerd dat de beelden van juwelierszaak Goudland van 22 maart 2011 van matige kwaliteit zijn. Voorts hebben de herkenningen van verdachte op die beelden niet plaatsgevonden op basis van specifieke, onderscheidende persoonskenmerken.

Gelet hierop komt naar het oordeel van de rechtbank aan enkel deze herkenningen onvoldoende overtuigende kracht toe.

De herkenningen van verdachte op de beelden van 22 maart 2011 worden ondersteund door een jas van verdachte die tijdens de doorzoeking in de slaapkamer van verdachte is aangetroffen. Deze jas is vergeleken met de jas die de persoon draagt die op de camerabeelden is herkend als verdachte. Naar het oordeel van de rechtbank vertonen die jassen grote overeenkomsten.

Daarnaast is sprake van aanwezigheid van de auto van een van de medeverdachten op datzelfde moment in Rijswijk. Uit mutaties van de politie blijkt dat verdachte meermalen, op andere dagen dan 22 maart, is gesignaleerd in deze auto.

Op basis van voornoemde herkenningen bezien met name in combinatie met de aangetroffen jas van verdachte gaat de rechtbank ervan uit dat het inderdaad verdachte is die te zien is op de camerabeelden van 22 maart 2011 en dat verdachte dus op dat moment voor juwelierszaak Goudland langsliep. Hieruit kan naar het oordeel van de rechtbank echter niet worden afgeleid, zoals de officier van justitie heeft betoogd, dat verdachte willens en wetens, met dat opzet, de plaats van het misdrijf heeft voorverkend.

De rechtbank overweegt voorts dat op de handgreep van de buddyseat van de Honda Dylan voorzien van kentekennummer [KENTEKEN], die na de overval als vluchtscooter is gebruikt en in Rijswijk is achtergelaten, DNA is aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van verdachte. Weliswaar duidt dit op enige betrokkenheid van verdachte bij die scooter, maar nergens kan uit worden afgeleid op welk moment en welke betrokkenheid hij daarbij heeft gehad. Hierbij heeft de rechtbank meegewogen dat tussen het moment van de diefstal van de scooter - in de nacht van 21 op 22 maart 2011 te Amsterdam -en de overval - op 23 maart 2011 te Rijswijk - een niet te verwaarlozen tijdverloop zit. Uit het dossier blijkt niet van enige betrokkenheid van verdachte bij de diefstal van deze vluchtscooter. Evenmin blijkt uit het dossier van het op enig moment naar Rijswijk brengen of aldaar klaarzetten van deze scooter door verdachte. Voorts blijkt onvoldoende uit het dossier dat verdachte op het moment van het contact met de scooter wist dan wel moest vermoeden dat deze afkomstig was van diefstal.

Hoewel het dossier aldus aanwijzingen bevat voor een bepaalde betrokkenheid van verdachte bij (de voorbereidingen tot) de overval en bij voormelde scooter, ontbreekt voor een strafbare betrokkenheid het wettig en overtuigend bewijs. Nu aanwijzingen niet voldoende zijn om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 primair en subsidiair is ten laste is gelegd, alsmede van hetgeen aan hem onder 2 primair en subsidiair is ten laste gelegd.

4. De vorderingen van de benadeelde partijen

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren, aangezien op die schriftelijke vorderingen geen te vorderen schadebedrag is ingevuld.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

[slachtoffer 3]en [slachtoffer 2] hebben zich als benadeelde partijen gevoegd.

De rechtbank zal de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen tot schadevergoeding, aangezien verdachte ten aanzien van de ten laste gelegde feiten waarop de vorderingen betrekking hebben, is vrijgesproken en bovendien op de voegingsformulieren geen schadebedrag staat vermeld.

Dit brengt mee, dat de benadeelde partijen dienen te worden veroordeeld in de kosten die verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vorderingen heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

5. De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair, eerste cumulatief/alternatief, 1 primair, tweede cumulatief/alternatief, 1 subsidiair, eerste cumulatief/alternatief, 1 subsidiair, tweede cumulatief/alternatief, 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

bepaalt dat de benadeelde partijen [slachtoffer 3]en [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten door verdachte ter verdediging tegen de vorderingen gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. van Paridon, voorzitter,

mr. O.F. Bouwman en mr. G.M.G. Hink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.A. Keuter,griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juli 2012.