Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW9458

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-06-2012
Datum publicatie
26-06-2012
Zaaknummer
AWb 12/16433
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De vreemdeling is uitgezet naar Vietnam, zij heeft herhaaldelijk verklaard terug te willen keren naar dat land, zij heeft verklaard dat zij niet van plan is terug te komen naar Europa en aan haar is schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige inbewaringstelling. Onder deze omstandigheden heeft de vreemdeling naar het oordeel van de rechtbank geen belang bij haar beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats Dordrecht

Sector Bestuursrecht

Vreemdelingenkamer

procedurenummer: AWB 12/16433, V-nummer: [nummer],

uitspraak van de enkelvoudige kamer

in het geding tussen

[naam], eiseres,

gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer, advocaat te Dordrecht,

en

de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, verweerder,

gemachtigde: mr. M.H. Tjokrojoso, ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

1. Ontstaan en loop van het geding

Op 3 mei 2012 heeft verweerder ten aanzien van eiseres een terugkeerbesluit genomen. Het besluit omvat tevens een inreisverbod voor de duur van twee jaar.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij faxbericht van 16 mei 2012 beroep ingesteld.

De zaak is op 14 juni 2012 behandeld ter zitting van een enkelvoudige kamer.

Beide partijen zijn verschenen bij gemachtigde.

2. Overwegingen

2.2.1. Op 3 mei 2012 is eiseres gehoord over het voornemen tot het nemen van een terugkeerbesluit en het uitvaardigen van een inreisverbod. Blijkens het proces-verbaal van gehoor heeft eiseres bij deze gelegenheid verklaard dat zij graag terug wil naar Vietnam en dat zij niet van plan is naar Europa terug te komen.

Eveneens op 3 mei 2012 is eiseres gehoord over het voornemen haar in vreemdelingenbewaring te stellen. Blijkens het proces-verbaal van gehoor heeft eiseres bij deze gelegenheid verklaard dat zij graag zo snel mogelijk naar Vietnam wil terugkeren en dat zij niet terug wil naar Tsjechië, omdat zij daar geen werk meer heeft en ook geen verblijfsvergunning.

Tijdens het vertrekgesprek van 8 mei 2012 heeft eiseres verklaard dat zij graag wil terugkeren naar Vietnam.

Op 13 mei 2012 is eiseres uitgezet naar Vietnam.

Bij uitspraak van 23 mei 2012 heeft deze rechtbank en nevenzittingsplaats eiseres schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige inbewaringstelling.

2.2.2. Eiseres is uitgezet naar Vietnam, zij heeft herhaaldelijk verklaard terug te willen keren naar dat land, zij heeft verklaard dat zij niet van plan is terug te komen naar Europa en aan haar is schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige inbewaringstelling.

Gevraagd naar het belang van eiseres bij haar beroep heeft haar gemachtigde naar voren gebracht dat niet valt uit te sluiten dat eiseres zich over enige tijd bedenkt en opnieuw naar Europa wil komen. Deze onzekere toekomstige gebeurtenis levert geen belang op bij het beroep. De verklaringen van eiseres wijzen niet in de richting dat zij zich mogelijk zal bedenken. Bovendien heeft de gemachtigde van eiseres ter zitting desgevraagd verklaard dat zij met eiseres niet specifiek heeft gesproken over het inreisverbod, zodat - daargelaten of desondanks sprake kan zijn van een toereikende volmacht om beroep in te stellen tegen het inreisverbod - de opmerking dat eiseres zich mogelijk zal bedenken puur speculatief van aard is. Ook overigens bevat het betoog van eiseres geen aanknopingspunten voor de conclusie dat zij belang heeft bij een oordeel van de rechtbank over de rechtmatigheid van het bestreden besluit.

2.2.3. Het beroep is derhalve niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

2.2.4. Gezien het vorenstaande beslist de rechtbank als volgt.

3. Beslissing

De rechtbank 's-Gravenhage:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr. B. van Velzen, rechter, en door deze en mr. N. Jansen, griffier, ondertekend.