Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW9176

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
04-04-2012
Datum publicatie
22-06-2012
Zaaknummer
AWB 11/6396 ABP
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

militair ambtenarenrecht

bodemprocedure

tussenuitspraak bestuurlijke lus

Eiser is een militair invaliditeitspensioen toegekend vanwege een psychische aandoening van traumatische aard, te weten PTSS (met verergering van persoonlijkheidsproblematiek). Ter zake van een psychische aandoening van niet traumatische aard, te weten een depressie en persoonlijkheidsproblematiek, is geen dienstverband aanvaard.

Op enig moment is de aandoening - waarvoor oorzakelijk verband met de dienst is aangenomen - hersteld. Ten tijde hier van belang moet gesproken worden over een aandoening met verergerend dienstverband.

Verwijzing naar vaste jurisprudentie ter zake van verergerend dienstverband.

De factoren, gelegen in de vroegere zielstoestand of in de andere omstandigheden die geen verband houden met de dienst, zijn onderbelicht gebleven respectievelijk buiten beschouwing gelaten. Het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 3:2 en artikel 7:12 van de Awb.

Toepassing van de bestuurlijke lus.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/6396 ABP

uitspraak van de meervoudige kamer ingevolge artikel 8:80a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaak tussen

[eiser], wonende te [plaats],

(gemachtigde: mr. W.B. Knook),

en

de minister van Defensie; Stichting Pensioenfonds Algemeen burgerlijk pensioenfonds (Abp), verweerder

(gemachtigde: P.J.H. Souren).

Procesverloop

Bij besluit van 5 februari 2008 is eiser, te rekenen van 4 mei 2006, een militair invaliditeitspensioen toegekend, berekend naar een mate van invaliditeit met dienstverband van 15%.

Eiser heeft bij brief van 5 maart 2008 bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

Bij besluit van 30 juni 2011 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft bij brief van 9 augustus 2011 beroep ingesteld tegen dit besluit.

Verweerder heeft de gedingstukken ingediend.

Het beroep is op 4 april 2012 ter zitting behandeld.

Eiser is verschenen bij gemachtigde.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1 Verweerder heeft eiser het militair invaliditeitspensioen toegekend vanwege een psychische aandoening van traumatische aard, te weten PTSS (met verergering van persoonlijkheidsproblematiek). Ter zake van een psychische aandoening van niet traumatische aard, te weten een depressie en persoonlijkheidsproblematiek, is geen dienstverband aanvaard.

Verweerder heeft zich hierbij onder meer gebaseerd op het Rapport Sociaal Medisch Onderzoek van 31 januari 2008 en het rapport van psychiater-psychoanalyticus M.J. van Weers (hierna: Van Weers) van 12 januari 2008.

2 Eiser heeft aangevoerd dat de mening van Van Weers dat de persoonlijkheids-problematiek slechts bij het dienstverband dient te worden betrokken voor zover het de verergering van bepaalde aspecten betreft onjuist is en niet conform vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (hierna: de Raad, zie de uitspraak van 12 februari 1993, AMP 1991/28).

3 Verweerder heeft ter zitting medegedeeld dat op enig moment de PTSS (waarin de verergering van de persoonlijkheidsproblematiek) - waarvoor oorzakelijk verband met de dienst is aangenomen - is hersteld. Er is voorts een wijziging opgetreden in die zin dat ten tijde hier van belang gesproken moet worden over een aandoening met verergerend dienstverband. In het bestreden besluit en in de onderliggende medische rapportages is niet belicht welke consequenties hieraan verbonden dienen te worden. De geldende jurisprudentie is daarbij niet in acht genomen.

4.1 De rechtbank overweegt dat uit vaste jurisprudentie van de Raad volgt dat, indien aanvaard is dat een psychische aandoening in verergerend verband met de militaire dienst staat, bij de bepaling van het invaliditeitspercentage ook factoren dienen te worden betrokken, gelegen in de vroegere zielstoestand of in de andere omstandigheden die geen verband houden met de dienst. Dit betekent niet dat de totale psychische invaliditeit met pensioen dient te worden vergolden. Met name dient buiten beschouwing gelaten te worden de invaliditeit, welke is toe te schrijven aan van buiten komende oorzaken die zich voordoen na de uitoefening van de militaire dienst en die ook bij een op generlei wijze gelaedeerde persoon invaliditeit zouden teweegbrengen. In dit kader wordt verwezen naar de uitspraken van de Raad van 27 oktober 1983, LJN: AK2293, 29 april 1987, LJN: AK2965, en

12 februari 1993, LJN: ZB4344, alsmede de uitspraak van 2 oktober 2008, LJN: BG1053.

4.2 De rechtbank stelt vast dat in de aan het bestreden besluit ten grondslag liggende rapportages, met name het rapport van Van Weers van 12 januari 2008, de factoren, gelegen in de vroegere zielstoestand of in de andere omstandigheden die geen verband houden met de dienst, onderbelicht zijn gebleven respectievelijk buiten beschouwing zijn gelaten. Nu verweerder zich op bedoelde rapportages heeft gebaseerd, is het bestreden besluit genomen in strijd met artikel 3:2 en artikel 7:12 van de Awb.

5 De rechtbank ziet, zoals ter zitting met instemming van partijen is besproken, in het kader van finale geschilbeslechting aanleiding tot toepassing van de bestuurlijke lus en zal verweerder daarom met toepassing van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb op de hieronder aangegeven wijze in de gelegenheid stellen om genoemde gebreken te herstellen.

Beslissing

De rechtbank 's-Gravenhage

- stelt verweerder in de gelegenheid om Van Weers een nader advies te vragen, waarbij de eerder voorgelegde vragen - thans met inachtneming van de aangehaalde jurisprudentie van de Raad - opnieuw dienen te worden beantwoord;

- stelt verweerder in de gelegenheid om, na ontvangst van het nadere advies van Van Weers, een nieuw besluit op het bezwaar te nemen, met inachtneming van hetgeen de rechtbank in deze tussenuitspraak heeft overwogen;

- bepaalt dat verweerder hierna uiterlijk op 1 augustus 2012 een afschrift van dit besluit aan de rechtbank zal doen toekomen, onder gelijktijdige toezending aan gemachtigde van eiser;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.H.B. Sentrop, mr. M.D.J. van Reenen-Stroebel, rechters, en M.P. Celie, militair lid, in aanwezigheid van A.J. Faasse - van Rossum, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 april 2012.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Ingevolge artikel 18, derde lid, aanhef en onder a, van de Beroepswet kunnen partijen tegen deze tussenuitspraak nog geen hoger beroep instellen.