Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW8744

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-06-2012
Datum publicatie
19-06-2012
Zaaknummer
408417 - FA RK 11-9408
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vaststellen geboortegegevens

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 11-9408

Zaaknummer: 408417

Datum beschikking: 18-06-2012

Vaststellen geboortegegevens

Beschikking op het op 2 december 2011 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoekster] en [verzoeker],

verzoekers, dan wel verzoekster en verzoeker,

mede in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarige:

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Azerbajdsjan,

wonende te [woonplaats verzoekers en minderjarige],

advocaat mr. C.L.J.M. Wilhelmus te Sittard.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage,

zetelend te 's-Gravenhage,

hierna te noemen: de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift,

- de brief d.d. 23 december 2011, met bijlagen, van verzoekers,

- de brief d.d. 5 januari 2012 van verzoekers,

- de brief d.d. 14 maart 2012 van de ambtenaar,

- de brief d.d. 24 april 2012 van verzoekers.

Op 14 mei 2012 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de advocaat van verzoekers alsmede de ambtenaar in de persoon van mevrouw C.J.M. Huijgen. Verzoekers zijn - hoewel behoorlijk opgeroepen - niet ter terechtzitting verschenen.

De minderjarige is in de gelegenheid zijn mening kenbaar te maken doch heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank de voor het opmaken van de geboorteakte van verzoekers en de minderjarige noodzakelijke gegevens zal vaststellen, alsmede dat de rechtbank de ambtenaar van de burgerlijke stand zal gelasten geboorteakten op te maken en te registreren in de gemeentelijke basisadministratie (naar de rechtbank begrijpt in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage), een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage heeft zich op het standpunt gesteld dat verzoekers niet kunnen worden ontvangen in hun verzoek nu zij niet voldoen aan de criteria als bedoeld in artikel 1:25c van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Feiten

- Verzoekers zijn in 1999 vanuit Azerbajdsjan met de minderjarige Nederland ingekomen, waarbij zij zijn gehoord door de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

- De nationaliteit van verzoekers en de minderjarige is onbekend.

- Verzoekers en de minderjarige zijn in het bezit van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd.

Beoordeling

Ingevolge het eerste lid van artikel 1:25c van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan, indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd, op verzoek van het openbaar ministerie, van een belanghebbende of van de ambtenaar de rechtbank te 's-Gravenhage de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen, indien:

a. die persoon Nederlander is of te eniger tijd Nederlander dan wel Nederlands onderdaan niet-Nederlander is geweest;

b. die persoon rechtmatig verblijft op grond van artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000;

c. op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek een latere vermelding aan de akte van geboorte moet worden toegevoegd.

Verzoekers en de minderjarige hebben blijkens de in het geding gebrachte stukken een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd. Dit betreft een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Gelet hierop dient, zoals ook de ambtenaar naar voren heeft gebracht, te worden geconcludeerd dat verzoekers en de minderjarige niet voldoen aan de hiervoor onder punt b genoemde voorwaarde.

Verzoekers stellen dat er in dit geval een uitzondering gemaakt dient te worden. Verzoekers stellen dat van hen niet gevergd kan worden terug te keren naar hun land van herkomst, niet alleen vanwege de onveilige situatie in Azerbajdsjan maar ook gelet op de geestelijke en lichamelijke gesteldheid van onder meer verzoekster. Verzoekers stellen voorts dat zij van Armeense afkomst zijn en er nauwelijks nog etnische Armeniërs woonachtig zijn in Azerbajdsjan. De enkeling die er nog wel woonachtig is gebruikt geen Armeense familienaam meer. Verzoekers stellen dat zij feitelijk vluchtelingen zijn en in dat kader vallen onder de groep personen die een ontvankelijk verzoek op grond van artikel 1:25c BW kunnen indienen. Verzoekers beroepen zich op artikel 8 van het EVRM en artikel 3 IVRK.

De rechtbank begrijpt uit het voorgaande dat verzoekers verzoeken om artikel 1:25c, eerste lid, aanhef en onder b, BW in hun geval naar analogie toe te passen. De rechtbank is van oordeel dat artikel 1:25c, eerste lid, aanhef onder b, BW niet analoog kan worden toegepast indien ten tijde van indiening van het verzoek het rechtmatig verblijf in Nederland niet is gebaseerd op artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat het de rechtsvormende taak van de rechter te buiten gaat om een bepaalde groep mensen de mogelijkheid te bieden het onderhavige verzoek te doen, daar waar de wetgever die mogelijkheid niet heeft geboden. Hetgeen door verzoekers in de onderhavige zaak op dit punt is aangevoerd brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel.

De rechtbank is overigens van oordeel dat het stelsel van artikel 1:25c BW niet in strijd is met artikel 8 EVRM en artikel 3 IVRK omdat het valt binnen de grenzen van de beoordelingsvrijheid die het EVRM en het IVRK de nationale wetgever op dit gebied laat.

Gelet op het voorgaande en gezien de omstandigheid dat verzoekers evenmin voldoen aan de hiervoor onder de punten a en c genoemde voorwaarden, beslist de rechtbank als na te melden.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Don, tevens kinderrechter, bijgestaan door

P. Hillebrand als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2012.