Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW8236

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
13-06-2012
Datum publicatie
13-06-2012
Zaaknummer
09-753576-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met een aantal anderen schuldig gemaakt aan verduistering, oplichting en poging tot oplichting met betrekking tot een tweetal huurauto's. Verdachte en zijn mededaders hebben auto's gehuurd waarvan zij vervolgens kenmerken van het verhuurbedrijf hebben verwijderd. Vervolgens hebben zij geprobeerd de auto's met vervalste kentekenpapieren te verkopen aan autobedrijven, die in de veronderstelling waren dat zij een auto van de rechtmatige eigenaar kochten. Eén van de huurauto's is daadwerkelijk verkocht voor een hoog geldbedrag. De huurauto werd daarna bij het verhuurbedrijf als gestolen opgegeven en verdachte en zijn mededaders verdeelden de opbrengst van de verkoop van de auto onderling. Doordat verdachte en zijn mededaders voor de contacten met de verhuurbedrijven en de (potentiële) kopers gebruik maakten van katvangers, werd de opsporing van hen bemoeilijkt en hebben zij bovendien ervoor gezorgd dat anderen verantwoordelijk werden gehouden en zijzelf buiten schot bleven. De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte, medeverdachte [E] en medeverdachte [B] hebben deelgenomen aan een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. Naar het oordeel van de rechtbank was de samenwerking echter te incidenteel en dusdanig aan verandering onderhevig dat deze onvoldoende was om te kunnen spreken van een organisatie in de zin van artikel 140 Sr. Daarvan wordt verdachte vrijgesproken. Gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/753576-11

Datum uitspraak: 13 juni 2012

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte (A)],

geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats],

adres: [adres].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 30 november 2011, 10 februari 2012, 7 maart 2012, 14, 15, 22, 23 mei 2012 en 6 juni 2012.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.R. Joesoef Djamil en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. J.A. Hoste, advocaat te 's-Gravenhage, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2011 tot en met 16 augustus 2011 te Alphen aan den Rijn en/of Amsterdam en/of Purmerend en/of Amersfoort en/of Hengelo althans te Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een en/of meerdere auto(s) (te weten een Volkswgen Golf met kenteken [kenteken 1] en/of een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2] en/of een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 3]) althans vervoermiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan een en/of meerdere autoverhuurbedrij(f)(ven)(te weten firma [bedrijf 1] en/of verhuurbedrijf [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] autoverhuur), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s), als huurder, althans anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode tussen 1 mei 2011 tot en met 16 augustus 2011 te Alphen aan den Rijn en/of Oud-Bijerland en/of Hilversum althans te Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een en/of meerdere garagehouder(s)/bedrij(f)(ven) althans een en/of meerdere koper(s) (te weten [koper 1] en/of [koper 2]) heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van (ongeveer) 11.000 euro en/of een geldbedrag van (ongeveer) 14.000 euro althans geld, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-een en/of meerder (huur)auto(s) (te weten een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 1] en/of een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 3]) te koop aangeboden en/of

-zich voorgedaan als eigena(a)r(en) althans rechtmatige houder(s) van deze (te koop aangeboden) auto(s) en/of

-de herkomst van de (huur)auto(s) verborgen (door alle kenmerken van het autoverhuurbedrijf te verwijderen) en/of

-een vals althans vervalst kentekenbewijs aan deze garagehouder(s) en/of koper(s) van auto(s) overhandigd

-een en/of meerdere (auto) sleutels (laten) kopieren althans een tweede exemplaar een en/of meerdere (auto)sleutel(s) te (laten) bijgemaakt/bijmaken,

waardoor voornoemde garagehouder(s) en/of koper(s) van auto(s) (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode tussen 1 mei 2011 tot en met 16 augustus 2011 te Alphen aan den Rijn en/of Amersfoort en/of Purmerend althans te Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een en/of meerdere garagehouder(s)/bedrij(f)(ven) althans een en/of meerdere potentiële koper(s) van auto(s) (te weten [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5]) te bewegen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-een en/of meerdere (huur)auto(s) (te weten een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2]) te koop aangeboden en/of

-zich voorgedaan als eigena(a)r(en) althans rechtmatige houder van deze (te koop aangeboden) auto(s) en/of

-de herkomst van de (huur)auto(s) verborgen (door alle kenmerken van het autoverhuurbedrijf te verwijderen) en/of

-een vals althans vervalst kentekenbewijs aan deze garagehouder(s) en/of koper(s) van auto(s) overhandigd

-een en/of meerdere (auto) sleutels (laten) kopieren althans een tweede exemplaar en/of meerdere (auto)sleutel(s) bijgemaakt/(laten) bijmaken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode tussen 1 mei 2011 tot en met 16 augustus 2011 te Alphen aan den Rijn in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging althans alleen, (telkens), een en/of meerdere kentekenbewij(s)(zen) en/of overschrijvingsbewij(s)(zen) (Volkswagen Golf [kenteken 2]) - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte en/of zijn mededaders toen en daar (telkens) valselijk de (invul)gegevens van deze kentekenbewij(s)(zen) en/of overschrijvingsbewij(s)(zen) gewist en/of deze (invul)gegevens vervangen door andere (invul)gegevens (te weten onder meer de identiteitsgegevens van

[I]), zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode tussen 1 mei 2011 tot en met 16 augustus 2011 te Alphen aan den Rijn en/of Amersfoort en/of Purmerend althans te Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, opzettelijk heeft afgeleverd en/of voorhanden gehad een vals(e) of vervalst(e) kentekenbewij(s)(zen) en/of overschrijvingsbewij(s)(zen) (Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 2]) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij en/of zijn mededaders wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst, immers

-zijn de (oorspronkelijke) (invul)gegevens (grotendeels) verwijderd en vervangen door andere (invul)gegevens (onder meer identiteitsgegevens van [I]);

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode tussen 1 mei 2011 tot en met 16 augustus 2011 te Alphen aan den Rijn althans te Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke bestond uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen tussen verdachte en/of [B]en/of [C] en/of [D] en/of [E] en/of [F] en/of [G] een of meer ander(e) perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- het verduisteren van een of meer (huur)auto(s), als bedoeld in artikel 321 Wetboek van Strafrecht en/of

- het oplichten van een of meerdere garagehouder(s)/koper(s) van deze (huur)auto(s) als bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht en/of

- het vervalsen van geschriften, te weten een of meer kentekenbewij(s)(zen) en/of overschrijvingsbewij(s)(zen), en/of het voorhanden hebben van valse of vervalste kentekenbewij(s)(zen) en/of overschrijvingsbewij(s)(zen), als bedoeld in artikel 225 lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht;

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3. Bewijsoverwegingen

3.1 Inleiding

In juni 2011 is onder de naam 161canon een opsporingsonderzoek gestart naar aanleiding van meerdere incidenten met betrekking tot de verduistering van huurauto's. In dit onderzoek zijn vijftien soortgelijke zaken naar voren gekomen, waarin steeds volgens dezelfde modus operandi een huurauto werd gehuurd door een zogenaamde katvanger, waarna de auto met vervalste kentekenpapieren werd verkocht aan derden, meestal een autobedrijf. Bij deze gang van zaken waren steeds (in wisselende samenstellingen) meerdere verdachten betrokken. Verdachte komt naar voren in drie van de vijftien onderzochte zaken, die zijn gerelateerd in de zaaksdossiers 1, 4 en 5.

Aan hem is ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan:

- medeplegen van verduistering (feit 1: zaaksdossiers 1, 4 en 5)

- medeplegen van oplichting (feit 2: zaaksdossiers 1 en 4)

- poging tot medeplegen van oplichting (feit 3: zaaksdossier 5)

- medeplegen van valsheid in geschrift, subsidiair medeplegen van opzettelijk afleveren en/of voorhanden hebben van een vals of vervalst geschrift (feit 4: zaaksdossier 5)

- deelname aan een criminele organisatie (feit 5)

3.2 Het standpunt van de officier van justitie1

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem onder feit 4 primair ten laste gelegde wordt vrijgesproken en dat hij ter zake van het hem onder feiten 1, 2, 3, 4 subsidiair en 5 wordt veroordeeld.

3.3 Het standpunt van de verdediging2

De raadsman heeft primair aangevoerd dat de observatie van verdachte onrechtmatig heeft plaatsgevonden en dat alle daaruit voortgevloeide bewijsmiddelen van het bewijs dienen te worden uitgesloten. In dat geval blijft onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor alle ten laste gelegde feiten, behalve voor de onderdelen van feiten 1 en 2 die betrekking hebben op zaaksdossier 4.

Subsidiair heeft de raadsman het volgende bepleit. Ten aanzien van de onderdelen van feiten 1 en 2 die betrekking hebben op zaaksdossier 1 heeft de raadsman vrijspraak bepleit, omdat verdachtes betrokkenheid hierbij onvoldoende is om te kunnen spreken van medeplegen.

Ten aanzien van het onderdeel van feit 1 dat betrekking heeft op zaaksdossier 5 heeft de raadsman vrijspraak bepleit, omdat geen sprake is van wederrechtelijke

toe-eigening en derhalve niet van een (voltooide) verduistering.

Ten aanzien van feit 4 primair en subsidiair heeft de raadsman vrijspraak bepleit, omdat de in de tenlastelegging vermelde geschriften niet op echtheid zijn onderzocht en derhalve niet vaststaat dat deze vals of vervalst zijn.

Ten aanzien van feit 5 heeft de raadsman vrijspraak bepleit, omdat geen sprake is van een duurzaam samenwerkingsverband in de zin van artikel 140 Sr.

3.4 De beoordeling van de tenlastelegging

Rechtmatigheid van de observaties

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair aangevoerd dat voor de observaties van verdachte op 22 en 25 juli 2011 onvoldoende verdenking bestond en deze om die reden onrechtmatig zijn.

Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat de observaties van verdachte op 21, 22 en 25 juli 2011 stelselmatig waren en dat deze observaties, nu hiertoe een bevel van de officier van justitie ontbrak, als onrechtmatig moeten worden aangemerkt. Volgens de raadsman was gezien de intensieve werkwijze en de handelingen van het observatieteam sprake van een inbreuk in de persoonlijke levenssfeer van verdachte.

De raadsman is van mening dat de resultaten van deze zijns inziens onrechtmatige observaties alsmede al het daaruit voortvloeiende bewijsmateriaal van het bewijs moeten worden uitgesloten. In het bijzonder heeft de raadsman naar voren gebracht dat rechtstreeks als gevolg van die observaties zijn verkregen: gesprekken opgenomen via de afgeluisterde telefoon, waarvan de politie het imei-nummer heeft verkregen door de verpakking uit een prullenbak te halen, de opname vertrouwelijke communicatie, de resultaten van de in de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2] geplaatste peilzender, bakengegevens, camerabeelden van Shell, de resultaten van de doorzoeking in de woning van verdachte, de verklaringen van [D] (hierna: [D]), [H] en [I] en de resultaten van de vordering verstrekking verkeersgegevens met betrekking tot telefoonnummer

[nummer].

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft erop gewezen dat in eerste instantie een bevel tot stelselmatige observatie is afgegeven met betrekking tot medeverdachte [B] (hierna: [B]). Tijdens die observatie heeft het observatieteam ook waarnemingen gedaan ten aanzien van verdachte. Op dat moment is - gelet op de aard van het onderzoek - de verdenking tegen verdachte ontstaan, omdat is waargenomen dat aan hem een auto werd overgedragen. Het bevel tot stelselmatige observatie tegen verdachte is vervolgens (mondeling) afgegeven op

28 juli 2011. Dit bevel was niet vereist voor de observaties op 21, 22 en 25 juli 2011, omdat deze ten aanzien van verdachte niet stelselmatig waren. Het gaat om slechts drie waarnemingen. Tijdens één van de observaties is door het observatieteam waargenomen dat verdachte een telefoonverpakking weggooit. Dit is op dat moment een res nullius geworden, wat door iedereen, en dus ook door het observatieteam, uit de prullenbak gepakt mocht worden. Dit maakt de observatie niet zodanig intensief dat sprake is van stelselmatige observatie. Gelet op het voorgaande acht de officier van justitie de observaties van verdachte niet onrechtmatig en derhalve evenmin alle daaruit verkregen bewijsmiddelen.

Het oordeel van de rechtbank

Artikel 2 van de Politiewet 1993 luidt als volgt:

De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven.

Artikel 2 van de Politiewet 1993 en in het verlengde daarvan artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), alsmede enkele bepalingen van bijzondere wetten, bieden een basis voor het verrichten van onderzoekshandelingen. Hiervoor is niet een concrete verdenking in de zin van artikel 27 Sv (een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit) vereist, maar kan worden volstaan met aanwijzingen voor strafbare feiten. Wel dienen de onderzoekshandelingen noodzakelijk te zijn voor een goede taakuitoefening. De rechtbank verwijst in dit verband naar het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 december 2006 (LJN: AZ4219). Zolang die handelingen niet ingrijpend zijn, in die zin dat ze als zodanig niet een min of meer volledig beeld opleveren van bepaalde aspecten van iemands leven en ook overigens geen inbreuk maken op een grondwettelijk of verdragsrechtelijk beschermd grondrecht, biedt de globale taakomschrijving van artikel 2 van de Politiewet 1993 daarvoor een toereikende wettelijke grondslag. Bij de bedoelde onderzoekshandelingen kan worden gedacht aan bijvoorbeeld de niet-stelselmatige observatie.

Artikel 126g Sv luidt als volgt:

1. In geval van verdenking van een misdrijf, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bevelen dat een opsporingsambtenaar stelselmatig een persoon volgt of stelselmatig diens aanwezigheid of gedrag waarneemt.

(...)

5. het bevel tot observatie is schriftelijk en vermeldt: (...)

Blijkens de memorie van toelichting gaat het bij het op stelselmatige wijze waarnemen van personen om die vormen van observatie die tot resultaat kunnen hebben dat een min of meer volledig beeld wordt verkregen van bepaalde aspecten van iemands leven, bijvoorbeeld zijn contacten met een crimineel. Voor het antwoord op de vraag of sprake is van een dergelijke vorm van observatie is een aantal elementen van belang: de duur, de plaats, de intensiteit of frequentie en het al dan niet toepassen van een technisch hulpmiddel dat méér biedt dan alleen versterking van de zintuigen. Ieder voor zich, maar met name in combinatie, zijn deze elementen bepalend voor de vraag of een min of meer volledig beeld van bepaalde aspecten van iemands leven wordt verkregen.3

In de onderhavige zaak heeft de officier van justitie op 14 juli 2011 een mondeling bevel tot observatie als bedoeld in artikel 126g Sv gegeven ten aanzien van [B]. Dit bevel is schriftelijk bevestigd op 20 juli 2011. In het hieraan ten grondslag liggende proces-verbaal van 18 juli 2011 wordt gerelateerd dat een onderzoek (161canon) is gestart naar aanleiding van meerdere meldingen/aangiften van verduistering van huur- dan wel leasevoertuigen en dat alle personen die bij de huur of lease van die huurauto's betrokken waren, afkomstig waren uit dan wel verbleven in Alphen aan den Rijn en dat enkele van deze personen contacten van elkaar waren, dan wel gezamenlijke contacten hadden. In genoemd proces-verbaal wordt voorts informatie van de Criminele Inlichtingen Eenheid van mei-juni 2011 gememoreerd waarin onder andere wordt gesproken [B] als een persoon die zich bezighoudt met autocriminaliteit. Verder vermeldt het proces-verbaal dat verdachte als getuige is gehoord met betrekking tot de verduistering van een huurauto. Om beter zicht te krijgen op de dadergroep, de werkwijze en de rol van onder an[B] wordt van belang geacht om vast te stellen wie de contacten zijn.

21 juli 2011

Het proces-verbaal van bevindingen van 28 februari 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant], vermeldt dat door het observatieteam op 21 juli 2011 werd waargenomendat [B] in gezelschap was van verdachte en dat diverse handelingen van beide mannen werden waargenomen terwijl zij in elkaars gezelschap waren. Om welke handelingen het gaat staat niet vermeld in het proces-verbaal.

22 juli 2011

Blijkens het proces-verbaal van observeren d.d. 25 juli 2011zijn de waarnemingen op 22 juli 2011 gestart om 15.05 uurnabij het woonadres van [B]. Op het parkeerterrein nabij deze woning wordt omstreeks 18.59 uur waargenomen dat aan verdachte een zwarte Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 1] wordt overgedragen door twee onbekende mannen. Gezien wordt dat verdachte in deze auto vertrekt. Één minuut na vertrek is de auto buiten beeld van de observeerders geraakt. Ruim één uur later wordt verdachte weer waargenomen in de auto op het parkeerterrein nabij het woonadres van [B]. Hierna wordt de auto gevolgd en wordt waargenomen dat verdachte stopt bij een tankstation, parkeert ter hoogte van de [weg] en uiteindelijk om 20.38 uur in de nabijheid van zijn woning parkeert. Uiteindelijk zijn ten aanzien van verdachte waarnemingen gedaan van 18:59 uur tot 20:38 uur. Verdachte was op deze tijdstippen niet in het gezelschap van [B].

25 juli 2011

Blijkens het proces-verbaal van observeren d.d. 27 juli 2011 zijn verbalisanten de waarnemingen op 25 juli 2011 gestart in de omgeving van de woning van verdachte. Waargenomen is dat verdachte vertrekt in een Volkswagen Caddy. Hierop is hij rijdend in deze auto gevolgd. De waarnemingen op die dag behelzen verder dat gezien wordt dat verdachte al dan in gezelschap van [C] op twee verschillende momenten in totaal drie mobiele telefoons van het merk Samsung, in wit/groene doosjes koopt in de Mediamarkt, dat hij in een Turks restaurant samen met een ander heeft gezeten en voorts dat hij met papieren in zijn hand een drogist/postkantoor in en uit loopt. Na de onderscheidene aankopen wordt waargenomen dat [C] en later verdachte een verpakkingsdoosje van de Samsung GSM weggooit. Deze doosjes worden veiliggesteld en overgedragen aan het tactisch team. Uiteindelijk zijn al deze waarnemingen gedaan van 11:02 uur tot 13.53 uur. Verdachte was op deze tijdstippen niet in het gezelschap van [B].

Ten aanzien van [verdachte] heeft de officier van justitie op 28 juli 2011 mondeling - en schriftelijk bevestigd op 1 augustus 2011- een bevel gegeven tot observatie ex artikel 126g Sv voor de periode van 28 juli tot 28 oktober 2011.

Aanwijzing strafbare feiten?

De rechtbank stelt vast dat voorafgaand aan het bevel tot observatie op 21, 22 en 25 juli 2011 observaties zijn verricht die verdachte betreffen. Zoals hiervoor is overwogen, verkeerde verdachte ten tijde van de observaties op 21 juli 2011 in het gezelschap van [B], ten aanzien van wie op dat moment een bevel tot observatie was afgegeven. De observaties van [B] vonden plaats in het kader van het 161canon-onderzoek naar een groep die betrokken is bij het huren en verkopen van onder andere huurauto's. In het bevel betreffende [B] wordt de naam van [verdachte] genoemd in relatie tot een verkochte auto. Niet kan worden ontkend dat op 22 en 25 juli 2011 de waarnemingen enkel waren gericht op de persoon van [verdachte] en niet (mede) op [B].

Gezien met name het contact tussen [B] en [verdachte] en het overdragen van eerderbedoelde Volkswagen aan [verdachte], bestonden naar het oordeel van de rechtbank voldoende aanwijzingen dat sprake zou kunnen zijn van strafbare feiten waar ook [verdachte] bij betrokken was (vgl. Hof Den Bosch van 8 december 2006, LJN AZ4219). Derhalve bood artikel 2 van de Politiewet 1993 voldoende basis voor het op genoemde data verrichten van waarnemingen ten aanzien van [verdachte] en voor het veiligstellen van door hem weggegooid verpakkingsmateriaal.

Stelselmatig?

Met betrekking tot de vraag of de feitelijk verrichte waarnemingen van [verdachte] in de periode vóór 28 juli 2011 moeten worden aangemerkt als stelselmatige observaties, waartoe de officier van justitie dan ook vóór 28 juli 2011 een bevel ex artikel 126g Sv had moeten geven, wordt het volgende overwogen.

De hierboven vermelde waarnemingen van [verdachte] op 21, 22 en 25 juli 2011 zijn, afzonderlijk maar ook bezien in onderlinge combinatie, van zeer korte duur en gedaan vanaf de openbare weg dan wel voor publiek toegankelijke ruimten. Het gaat voornamelijk om het volgen van de auto waarin [verdachte] reed.

Gelet op deze zeer beperkte duur, de beperkte frequentie en de plaatsen van de waarnemingen, is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is geweest van stelselmatige observaties als bedoeld in artikel 126g Sv. De observaties vormden een dusdanig beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [verdachte] dat artikel 2 van de Politiewet 1993 en artikel 141 Sv daarvoor een toereikende grondslag boden (vgl. HR 12 februari 2002, LJN AD7804).

Het verweer dat de observaties onrechtmatig zijn, wordt dan ook verworpen. Reeds hierom bestaat geen aanleiding om de observaties van bewijs uit te sluiten en evenmin om bewijsmiddelen die volgens de raadsman hierop zijn gebaseerd, van het bewijs uit te sluiten.

Zaaksdossier 1, Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 3]

Uit dit zaaksdossier blijkt dat [J] op 5 mei 2011 een Volkwagen Golf met kenteken [kenteken 3] (hierna: de Volkswagen) heeft gehuurd bij [bedrijf 3] Autoverhuur te Amsterdam.

Uit de historische gegevens van de mobiele telefoons van verdachte en medeverdachte [B] blijkt dat deze ten tijde van de huur gebruik maakten van zendmasten in de omgeving van [bedrijf 3] Autoverhuur en rond dit tijdstip meerdere telefonische contacten met elkaar hadden. Uit bankgegevens van verdachte blijkt bovendien dat hij op 5 mei 2011 € 1000,- heeft opgenomen van zijn eigen rekening, terwijl [J] de Volkswagen heeft gehuurd voor € 1010,-, waarvan hij

€ 650,- heeft gepind.

Op 17 mei 2011 heeft [J] bij de politie aangifte gedaan van diefstal van de Volkswagen. Deze zou hij op 15 mei 2011, omstreeks 13:00 uur, hebben geparkeerd nabij de woning van zijn neef, verdachte. De volgende dag merkte hij, zo verklaarde hij bij de politie, dat de sleutel en de huurauto weg waren

De Volkswagen blijkt op 16 mei 2011, omstreeks 14:45 uur, door [K] met vervalste kentekenbewijzen en twee verschillende sleutels te zijn verkocht aan [koper 2] van een garagebedrijf in Oud-Beijerland. Na de verkoop is [K] even verderop in een Ford Ka met kenteken [kenteken 4] gestapt. Verdachte en [B] hebben verklaard dat zij in deze auto zaten en dat zij aldaar ene [L] hebben opgehaald.

Hoewel uit het bovenstaande blijkt dat ten aanzien van verdachte meerdere aanwijzingen bestaan voor zijn betrokkenheid bij deze zaak, is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende wettig bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten die hem met betrekking tot dit zaaksdossier ten laste zijn gelegd. Derhalve zal de rechtbank verdachte van deze feiten vrijspreken.

Zaaksdossier 4, Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 1]4

Op 20 juli 2011, omstreeks 17:00 uur, huurt [M] (hierna: [M]) voor vijf dagen een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 1] (hierna: de Volkswagen) bij [bedrijf 1] autoverhuur in Hengelo.5 Op 25 juli 2011 doet [M] aangifte van diefstal van de Volkswagen.6 [M] heeft later bekend dat hij deze aangifte in strijd met de waarheid heeft gedaan. Hij heeft verklaard dat hij de Volkswagen op verzoek van [B] (hierna: [B]) heeft gehuurd, terwijl hij wist dat deze van hem zou worden "gestolen", waarna hij hiervan aangifte moest gaan doen. [M] heeft verklaard dat hij op 20 juli 2011 door verdachte naar het verhuurbedrijf in Hengelo is gebracht en dat hij de Volkswagen na de huur in Alphen aan den Rijn aan verdachte heeft overgedragen.7 Uit de historische gegevens van de mobiele telefoon van verdachte blijkt dat deze op 20 juli 2011 om 17:18 uur werd aangestraald door een zendmast in de omgeving van het verhuurbedrijf.8

Een observatieteam van de politie heeft waargenomen dat de Volkswagen op 22 juli 2011 omstreeks 19:00 uur is overgedragen aan verdachte en dat verdachte in deze auto is weggereden.9 Op 22 juli 2011 om 23:12 uur heeft de politie een baken in de Volkswagen geplaatst, waarmee kan worden gevolgd waar de auto zich bevindt. Op dat moment stond de Volkswagen geparkeerd op de [straat] in Alphen aan den Rijn, in de nabijheid van het woonadres van verdachte.10 Uit de bakengegevens blijkt dat de Volkswagen op 23 juli 2011 om 13:08 uur is geparkeerd nabij autobedrijf [bedrijf 6] aan de [adres] te Hilversum.11 Daar wordt de auto vervolgens aangetroffen.12 De eigenaar van dit bedrijf, [koper 1], heeft verklaard dat hij de Volkswagen op 23 juli 2011 voor € 11.000,- heeft gekocht van een Somalische jongen. Tijdens de onderhandelingen over de prijs heeft de Somalische jongen meerdere keren gebeld met - volgens zijn zeggen - zijn vrouw. [koper 1] heeft op verzoek van deze jongen een nota gemaakt met een verkoopprijs van € 10.000,-, zodat hij deze aan zijn vrouw kon laten zien en zelf € 1.000,- kon houden.13

Het kentekenbewijs deel IA en het overschrijvingsbewijs die bij de verkoop zijn geleverd, blijken te zijn vervalst: de oorspronkelijke gegevens zijn verwijderd en vervangen door de thans aanwezige gegevens. De oorspronkelijke gegevens op het kentekenbewijs deel IA behoren bij het kenteken [kenteken 5] dat sinds 8 maart 2011 op naam van verdachte staat.14 Op het vervalste kentekenbewijs deel IA is een vingerafdruk van [N] (hierna: [N]) aangetroffen.15

[N] heeft verklaard dat hij de Volkswagen op verzoek van [G] (hierna: [G]) heeft verkocht. [G] had hem gevraagd om een auto op zijn naam te zetten, omdat de eigenaar de auto wilde verkopen, maar dat niet op zijn eigen naam wilde doen. [N] zou hier € 1.000,- voor ontvangen. [N] heeft vervolgens zijn persoonsgegevens aan [G] gegeven. De volgende dag werd hij opgehaald door [G] en verdachte, die zich voordeed als de "eigenaar" van de auto. Verdachte liet toen kentekenpapieren aan [N] zien, waarop [N] als eigenaar van de auto stond vermeld. Op 23 juli 2011 omstreeks 14:00 uur werden [N] en [G] door verdachte opgehaald in de Volkswagen en zijn ze naar het autobedrijf in Hilversum gereden, waarmee verdachte van tevoren had gebeld om de Volkswagen te koop aan te bieden. Verdachte gaf de (vervalste) kentekenbewijzen en een tweede sleutel aan [N]. Op korte afstand van het autobedrijf stapten verdachte en [G] uit. Vervolgens heeft [N] de Volkswagen aan het autobedrijf verkocht voor € 11.000,-, waarbij hij het bedrag van € 10.000,- op de bon heeft laten zetten.16 [N] had aan de koper verteld dat hij de auto wilde verkopen omdat zijn familie in Somalië geld nodig had. Tijdens de verkoop werd hij door verdachte gebeld en hebben zij gesproken over de prijs. In de richting van de koper deed [N] voorkomen als ware het zijn vrouw met wie hij telefonisch sprak.17 Na de verkoop heeft [N] € 10.000,- aan verdachte gegeven en heeft hij € 1.000,- zelf gehouden.18

Uit de historische gegevens van de mobiele telefoon van verdachte blijkt dat deze op 23 juli 2011 van 14:48 tot 17:23 uur werd aangestraald door zendmasten nabij het garagebedrijf in Hilversum waar de Volkswagen is verkocht.19

Gelet op het bovenstaande, in onderling verband en samenhang gezien, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden dat verdachte zich samen met andere schuldig heeft gemaakt aan verduistering van de Volkswagen en oplichting van garagehouder [koper 1].

Zaaksdossier 5, Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2]20

Op 2 augustus 2011 belt [D] naar autoverhuurbedrijf [bedrijf 2] te 's-Gravenhage. Hij stelt zich voor als [O] en reserveert een Volkswagen Golf type 6.21 Omdat naar aanleiding van eerdere incidenten het vermoeden bestaat dat deze huurauto zal worden verduisterd, plaatst de politie voorafgaand aan de verhuur een peilzender en afluisterapparatuur (ter opname van vertrouwelijke communicatie) in het voertuig.22 De Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2] (hierna: de Volkswagen) wordt vervolgens op 2 augustus 2011 om 13:45 uur opgehaald en voor vier dagen gehuurd door [O] (hierna: [O]).23 Op 6 augustus 2011 om 13:15 uur wordt de Volkswagen weer ingeleverd bij het verhuurbedrijf. Dan blijkt dat de auto is ontdaan van kenmerken die verwijzen naar het verhuurbedrijf.24

Uit de in de Volkwagen opgenomen vertrouwelijke communicatie (hierna: OVC-gesprekken) blijkt dat de auto gedurende de huurperiode is gebruikt door meerdere personen. Nadat de auto op 2 augustus 2011 is opgehaald bij het verhuurbedrijf hebben de verdachten [D], [C] (hierna: [C]), [G], [F] en verdachte de auto (meerdere keren) onder zich gehad.25

Aan de hand van de OVC-gesprekken, de gegevens van het peilbaken, camerabeelden van benzinestations, processen-verbaal van politie en de verklaringen van [O] en [I] (hierna: [I]) kan worden afgeleid dat van 2 tot en met 6 augustus 2011 het volgende zich heeft afgespeeld.

2 augustus 2011

Bij het Transferium te Leiden heeft [O] de Volkswagen direct nadat hij deze had gehuurd, afgegeven aan [D] en [C],26 waarna [D] de auto naar Alphen aan den Rijn heeft gereden. Omstreeks 15:15 uur is verdachte bij [D] en [C] in de auto gestapt en hebben zij besproken dat verdachte een sleutel en kentekenpapieren gaat (laten) maken en dat zij iemand hebben gevonden die de auto gaat verkopen. Verdachte is vervolgens alleen in de auto weggereden, waarna omstreeks 15:57 uur [G] is ingestapt. Ook zij hebben gesproken over de plannen om de auto met vervalste kentekenpapieren en een bijgemaakte sleutel door te verkopen. [G] heeft een persoon geregeld die de auto zal gaan verkopen. De (vervalste) kentekenpapieren zullen op naam van deze persoon komen te staan. Vervolgens heeft [G] een ontmoeting gehad met deze persoon, [I]. Hierna is [G] weer even bij verdachte in de auto gestapt, waarna zij de verdeling van de opbrengst hebben besproken en is [G] weer uitgestapt.27 Omstreeks 16:23 uur is [H] even bij verdachte in de auto geweest. Verdachte heeft aan hem kentekenpapieren en de persoonsgegevens van [I] gegeven, opdat zijn broer, [F], deze gegevens op de papieren kon (laten) zetten, zodat de Volkswagen op naam van [I] zou lijken te staan.28 Omstreeks 21:10 uur is [F] bij verdachte in de Volkswagen gestapt, aan wie verdachte geld heeft gegeven. [F] heeft vervolgens gezegd dat hij naar Rotterdam en Amsterdam zou gaan om de papieren en de sleutel te regelen. Daarna heeft verdachte de auto verlaten en is [F] met een andere man naar Rotterdam en vervolgens naar Amsterdam gereden. In Amsterdam is een man ingestapt met wie verdachte en die andere man kennelijk hebben gesproken over het vervalsen van kentekenpapieren.29 Hierna zijn [F] en de andere man naar Barneveld gereden, alwaar de Volkswagen vanaf 00:53 uur heeft stilgestaan achter autobedrijf [bedrijf 7]. Daar hebben tussen [F] en anderen gesprekken plaatsgevonden over sleutels en is kennelijk het autoslot uitgelezen om kopie(ën) van (een) sleutel(s) te maken. Op dat moment is de Volkswagen door de politie in beslaggenomen. De Volkswagen was door de Rijksdienst voor het Wegverkeer voorzien van code A34 (uitvoer en sloop). De verbalisanten hebben in de Volkswagen een dummysleutel aangetroffen.30

3 augustus 2011

Op 3 augustus 2011, omstreeks 16:30 uur, is de Volkswagen door [D] en [C] opgehaald en teruggereden naar Alphen aan den Rijn.31 Omstreeks 18:22 uur hebben zij een korte ontmoeting gehad met verdachte, die daarbij vertelde dat hij € 600,-voor de papieren heeft betaald en € 400,- voor de sleutel, maar dat de auto niet meer verkocht kan worden en de volgende dag naar het verhuurbedrijf moet worden teruggebracht door [O]. [D] en [C] hebben die avond geprobeerd om via anderen dan verdachte alsnog kentekenpapieren te (laten) vervalsen, hetgeen niet is gelukt. Vanaf 20:30 uur was de Volkswagen weer in het bezit van verdachte, waarna hij van een onbekend persoon kentekenbewijzen (van een bromfiets) heeft gekregen en heeft besproken dat de persoonsgegevens van [I] daarop moeten worden gezet. Omstreeks 23:35 uur is [G] in de Volkswagen gestapt. [G] heeft tegen verdachte gezegd dat het geregeld is en dat de gegevens van [I] erop zullen worden gezet.32

4 augustus 2011

Op 4 augustus 2011 heeft verdachte [G] opgehaald in de Volkswagen en hebben zij in Amsterdam een sleutel opgehaald.33

5 augustus 2011

Op 5 augustus 2011 zijn [G] en verdachte met [I] in de Volkswagen naar Purmerend gereden om de auto te proberen te verkopen. [C] en [D] reden de hele tijd in een andere auto (een Toyota) achter hen aan. In de auto heeft verdachte verteld dat hij voor deze auto onder andere € 600,- voor de papieren, € 450,- voor de sleutels, € 500,- voor de huur en daarna nog een keer € 700,- voor de papieren heeft betaald, terwijl [D] en [C] € 400,- hebben betaald. Onderweg zijn ze even gestopt en hebben verdachte en [G] gecontroleerd of er geen stickers - kennelijk van het verhuurbedrijf - meer in de kofferbak en bij het reservewiel zaten. In de auto hebben verdachte en [G] aan [I] de kentekenpapieren op zijn naam laten zien en hebben zij hem geïnstrueerd over zijn verkoopverhaal. [I] heeft vervolgens geprobeerd om de Volkswagen te verkopen bij garagebedrijf [bedrijf 5] in Purmerend en daarna bij [bedrijf 4] in Amersfoort. Vanwege de RDW-code is de verkoop niet gelukt, waarna verdachte, [G] en [I] met daar achteraan [D] en [C] weer zijn teruggereden naar Alphen aan den Rijn.34

6 augustus 2011

Op 6 augustus 2011 heeft [D] [O] opgehaald in de Volkswagen, waarna zij deze hebben ingeleverd bij [bedrijf 2] te 's-Gravenhage, terwijl [C] achter hen aanreed in een andere auto.35

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan verduistering van de Volkswagen, poging tot oplichting van de garagebedrijven waaraan zij deze hebben geprobeerd te verkopen en het afleveren en voorhanden hebben van vervalste kentekenbewijzen. Verdachte is van meet af aan op de hoogte geweest van de plannen om de huurauto te voorzien van valste kentekenbewijzen en een bijgemaakte sleutel en deze vervolgens te verkopen. Op de dag van de huur is de auto overgedragen aan verdachte, waarna hij [F] heeft gevraagd om vervalste kentekenpapieren en een sleutel te (laten) maken.36 Daarna is de Volkswagen het grootste deel van de tijd in zijn bezit geweest en heeft hij contact onderhouden met [D] en [C] over de voortgang van hun plan en de verdeling van de opbrengst.37 Ook heeft hij (telefonisch38) contact gehad met [I] en is hij mee geweest toen hij de huurauto probeerde te verkopen.

Verduistering

De verdediging heeft aangevoerd dat geen sprake is van verduistering, nu de huurauto (weliswaar net buiten de afgesproken huurperiode) is teruggebracht naar het verhuurbedrijf. Omdat het niet is gelukt om de auto te verkopen, is geen sprake van wederrechtelijke toe-eigening. Het verwijderen van de kenmerken van het verhuurbedrijf van de auto en het maken van vervalste kentekenpapieren en een sleutel door verdachte en/of zijn medeverdachten had ten doel de oplichting van de potentiële koper(s) te doen slagen, en zag niet op het wederrechtelijk toe-eigenen van de auto, aldus de verdediging.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt hiertoe als volgt. Uit vaste rechtspraak blijkt dat van wederrechtelijke toe-eigening sprake is als een persoon, zonder daartoe gerechtigd te zijn, als heer en meester beschikt over een goed dat aan een ander toebehoort (HR 24 oktober 1989, NJ 1990, 256). Het enkele feit dat iemand een auto huurt en niet op het afgesproken tijdstip terugbrengt, levert niet zonder meer verduistering op (HR 23 januari 2007, NJ 2007, 84).

Tijdens de vier dagen dat verdachte en zijn medeverdachten de huurauto onder zich hadden, hebben zij op verschillende manieren bewerkstelligd dat de herkomst van de huurauto is verborgen. Zij hebben kenmerken verwijderd waarmee de auto te herleiden was naar het verhuurbedrijf. Zij hebben kentekenpapieren vervalst, waardoor het leek alsof het kenteken [kenteken 2] op naam van [I] stond. Bovendien hebben zij potentiële kopers gezocht en gevonden. [I] heeft zich - in opdracht van verdachte en zijn medeverdachten - tegenover die potentiële kopers voorgedaan als de rechtmatige eigenaar van de auto en heeft meermalen getracht de auto te verkopen.

Uit het samenstel van deze gedragingen, ongeacht welke rol iedere medepleger hierbij heeft vervuld, volgt naar het oordeel van de rechtbank dat, hoewel de auto weer bij het verhuurbedrijf is teruggebracht, in dit geval wel degelijk sprake is van wederrechtelijke toe-eigening van de huurauto. Dit zijn immers handelingen waartoe alleen de rechtmatige eigenaar is gerechtigd. Door zich aldus te gedragen, hebben zij als heer en meester beschikt over de auto die toebehoorde aan het verhuurbedrijf.

Valsheid in geschrift

De verdediging heeft aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat verdachte (samen met anderen) vervalste kenteken- en/of overschrijvingsbewijzen heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad, nu deze geschriften niet zijn aangetroffen en de valsheid hiervan derhalve niet door een deskundige is vastgesteld.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt hiertoe als volgt. Vaststaat dat de kentekenpapieren die aan de potentiële kopers zijn aangeboden, niet zijn aangetroffen en derhalve evenmin op echtheid zijn onderzocht. Voor bewezenverklaring van dit feit is naar het oordeel van de rechtbank echter niet vereist dat de valsheid van deze geschriften door een deskundige is vastgesteld. De rechtbank is van oordeel dat uit onder meer de verklaring van [I] en de OVC-gesprekken voldoende blijkt dat de kentekenpapieren van de Volkswagen op naam van [I] stonden. Reeds daaruit blijkt de valsheid van de kentekenpapieren, nu vaststaat dat de Volkswagen niet zijn eigendom was.

Deelname aan een criminele organisatie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat de verdachte, [E] (hierna: [E]) en [B] (hierna: [B]) hebben deelgenomen aan een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Hij heeft betoogd dat tussen hen sprake was van een structureel en duurzaam samenwerkingsverband, omdat zij in het 161canon-onderzoek steeds - al dan niet in wisselende samenstellingen - in beeld kwamen bij het plegen van strafbare feiten. Deze verdachten hebben vanaf begin mei 2011 tot en met 16 augustus 2011 met elkaar samengewerkt en hebben zich bijna dagelijks beziggehouden met het verduisteren van (huur)auto's, het valselijk (doen) opmaken van kentekenpapieren en het plegen van oplichting door deze auto's vervolgens te verkopen aan derden. Het oogmerk van de organisatie was gericht op het plegen van deze misdrijven en deze verdachten hadden daar ook weet van, aldus de officier van justitie.

Ten aanzien van de overige medeverdachten, zijnde [F], [C], [D] en [G], heeft officier van justitie aangegeven dat hij onvoldoende aanknopingspunten ziet om tot een bewezenverklaring te komen van deelname aan een criminele organisatie.

Door de verdediging is aangevoerd dat geen sprake is van een structureel en duurzaam samenwerkingsverband in de zin van artikel 140 Sr, dan wel dat niet kan worden bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een dergelijk samenwerkingsverband.

De rechtbank overweegt het volgende. Volgens bestendige jurisprudentie moet onder een organisatie in de zin van artikel 140 Sr worden verstaan "een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten minste één andere persoon. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat een persoon om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is" (HR 22 januari 2008, LJN BB7134, NJ 2008, 72). Het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie (HR 15 mei 2007, LJN BA0502, NJ 2008, 559).

Het opsporingsonderzoek onder de naam 161canon is in juni 2011 gestart naar aanleiding van diverse verduisteringen van huurauto's. In het onderzoek zijn uiteindelijk vijftien soortgelijke zaken naar voren gekomen, waarin van mei 2011 tot en met augustus 2011 steeds volgens min of meer dezelfde modus operandi een auto werd gehuurd, waarna deze werd voorzien van vervalste kentekenpapieren en vervolgens werd verkocht aan derden, die aldus werden opgelicht. Bij deze gang van zaken was een grote dadergroep betrokken die per zaak van samenstelling wisselde. Daarnaast werd een aantal katvangers ingezet voor het daadwerkelijk huren en verkopen van de auto's. In totaal zijn 29 personen als verdachte aangemerkt en heeft het onderzoek zich geconcentreerd op zeven van hen: verdachte, [B], [E], [F], [C], [D] en [G]. Deze keuze lijkt, zo begrijpt de rechtbank, te zijn ingegeven door het vermoeden dat zij betrokken waren bij de verduistering van meer dan één auto en dat hun betrokkenheid daarin verder ging dan het enkel fungeren als katvanger.

Uit het onderzoek ter terechtzitting en de inhoud van het dossier is komen vast te staan dat verdachte met één of meer van zijn medeverdachten heeft samengewerkt bij het plegen van bovenbeschreven strafbare feiten. In die zin kan gesproken worden van een samenwerkingsverband. Uit de tussen de verdachten gevoerde OVC-gesprekken, maar ook uit een aantal van de tegenover de politie afgelegde verklaringen, blijkt ook wel van een zekere taakverdeling tussen de verdachten. Zo lijkt de één meer belast met het zoeken naar geschikte katvangers en huurauto's en de ander met het vervalsen van kentekenpapieren. Ook kan uit verschillende bewijsmiddelen worden opgemaakt dat onderling afspraken werden gemaakt over de hoogtes van investeringen en de bijbehorende winstverdeling en volgt hieruit een zekere hiërarchie. Het samenwerkingsverband waar de verdachte deel van uitmaakte heeft dan ook kenmerken van een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr.

Echter, onvoldoende is naar het oordeel van de rechtbank komen vast te staan dat het samenwerkingsverband een zekere duurzaamheid en structuur bezat. De rechtbank stelt vast dat de samenstelling van de dadergroep per zaak verschillend was en in die zin een ad hoc karakter kende. Eerder lijkt derhalve sprake te zijn geweest van afzonderlijke samenwerkingsverbanden, die telkens met toepassing van dezelfde "truc", bezig waren met als oogmerk het plegen van strafbare feiten, dan van het gestructureerd samenwerken. Zoals vermeld is niet vereist dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is of dat de verdachte bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie. In dit geval was de samenwerking, voor zover deze uit de zaaksdossiers naar voren komt, naar het oordeel van de rechtbank echter te incidenteel en dusdanig aan verandering onderhevig dat deze onvoldoende was om te kunnen spreken van een organisatie in de zin van artikel 140 Sr. Derhalve zal de rechtbank verdachte van dit feit vrijspreken.

3.5 De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

1.

hij in de periode van 20 juli 2011 tot en met 6 augustus 2011 te Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk meerdere auto's (te weten een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 1] en een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2]), die toebehoorden aan meerdere autoverhuurbedrijven (te weten firma [bedrijf 1] en verhuurbedrijf [bedrijf 2]) en welke goederen verdachte en zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

hij in de periode tussen 22 juli 2011 tot en met 23 juli 2011 te Alphen aan den Rijn en Hilversum, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, een koper (te weten [koper 1]) heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 11.000 euro, hebbende verdachte en zijn mededaders toen aldaar met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

-een (huur)auto (te weten een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 1]) te koop aangeboden en

-zich voorgedaan als eigenaar van deze (te koop aangeboden) auto en

-de herkomst van de (huur)auto verborgen (door kenmerken van het autoverhuurbedrijf te verwijderen) en

-een vervalst kentekenbewijs aan deze koper van deze auto overhandigd en

-een tweede exemplaar van een (auto)sleutel te (laten) bijmaken,

waardoor voornoemde koper van deze auto werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

hij in de periode tussen 2 tot en met 6 augustus 2011 te Amersfoort en Purmerend ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, garagehouders/bedrijven van een auto (te weten [bedrijf 4] en [bedrijf 5]) te bewegen tot de afgifte van geld, hebbende verdachte en zijn mededaders toen aldaar met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

-een (huur)auto (te weten een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2]) te koop aangeboden en

-zich voorgedaan als eigenaar van deze (te koop aangeboden) auto en

-de herkomst van de (huur)auto verborgen (door kenmerken van het autoverhuurbedrijf te verwijderen) en

-een vervalst kentekenbewijs aan deze garagehouders/bedrijven van deze auto overhandigd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4.

hij in de periode tussen 2 tot en met 6 augustus 2011 te Alphen aan den Rijn en Amersfoort en Purmerend, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft afgeleverd en voorhanden gehad een vervalste kentekenbewijs (Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 2]) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij en zijn mededaders wisten dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst, immers

-zijn de oorspronkelijke invulgegevens vervangen door andere invulgegevens (onder meer identiteitsgegev[I]).

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om in geval van bewezenverklaring aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen waarvan de duur gelijk is aan de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich samen met een aantal anderen schuldig gemaakt aan verduistering, oplichting en poging tot oplichting met betrekking tot een tweetal huurauto's. Kort gezegd hebben verdachte en zijn mededaders auto's gehuurd waarvan zij vervolgens kenmerken van het verhuurbedrijf hebben verwijderd. Vervolgens hebben zij geprobeerd de auto's met vervalste kentekenpapieren te verkopen aan autobedrijven, die in de veronderstelling waren dat zij een auto van de rechtmatige eigenaar kochten. Eén van de huurauto's is daadwerkelijk verkocht voor een hoog geldbedrag. De huurauto werd daarna bij het verhuurbedrijf als gestolen opgegeven en verdachte en zijn mededaders verdeelden de opbrengst van de verkoop van de auto onderling.

Doordat verdachte en zijn mededaders voor de contacten met de verhuurbedrijven en de (potentiële) kopers gebruik maakten van katvangers, werd de opsporing van hen bemoeilijkt en hebben zij bovendien ervoor gezorgd dat anderen verantwoordelijk werden gehouden en zijzelf buiten schot bleven. Eén en ander heeft ertoe geleid dat één verhuurbedrijf fors nadeel heeft geleden.

Verdachte en zijn mededaders zijn zeer geraffineerd te werk gegaan en hebben louter uit winstbejag gehandeld, zonder zich rekenschap te geven van de maatschappelijke gevolgen van hun handelswijze. Dit zijn ernstige feiten die zeer ontwrichtend werken in een samenleving die is gebaseerd op het vertrouwen dat moet kunnen worden gesteld in anderen en in waardepapieren en gegevens.

De rechtbank houdt bij het bepalen van de op te leggen straf tevens rekening met een het uittreksel justitiële documentatie d.d. 18 augustus 2011 betreffende verdachte, waaruit volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden.

7. De inbeslaggenomen goederen

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage aan dit vonnis is gehecht) onder B.3.0.0.1, B.3.0.0.2, B.1.3.1.1, B.2.1.1.11 en B.2.1.1.12 genummerde voorwerpen zullen worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende en dat de onder B.1.3.1.3, B.2.1.1.3, B.2.1.1.7, B.2.1.1.8 en B.2.1.1.10 genummerde voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om de onder B.3.0.0.1, B.1.3.1.1, B.2.1.1.11 en B.2.1.1.12 genummerde voorwerpen terug te geven aan verdachte.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbenden gelasten van de op naam gestelde voorwerpen, te weten: B.3.0.0.1, B.1.3.1.1, B.2.1.1.11 en B.2.1.1.12.

Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan verdachte gelasten van de op de beslaglijst onder B.3.0.0.2, B.1.3.1.3, B.2.1.1.3, B.2.1.1.7, B.2.1.1.8 en B.2.1.1.10 genummerde voorwerpen.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 47, 57, 225, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 4 primair en 5 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 subsidiair tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van verduistering, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

medeplegen van oplichting;

ten aanzien van feit 3:

poging tot medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 4 subsidiair:

medeplegen van opzettelijk afleveren en voorhanden hebben van een vervalst geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht als ware echt en vervalst, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

gelast de teruggave aan verdachte van de op de beslaglijst onder B.3.0.0.2, B.1.3.1.3, B.2.1.1.3, B.2.1.1.7, B.2.1.1.8 en B.2.1.1.10 genummerde voorwerpen, te weten:

- 10 tankbonnen diverse lokaties (kopie, origineel terug)

- 2 papiertjes met aantekeningen

- NS dagretour Alphen a/d Rijn -Leiden Lammenschands met aantekeningen adres: [adres]

- A4 met notities persoonsgegevens [P] en papiertje met email-adres en nummer

- KVI PL 1633 2011075689-9 met handgeschreven aantekeningen

- papiertje met nummer [nummer 2] met naam [Q]

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de op de beslaglijst onder B.3.0.0.1, B.1.3.1.1, B.2.1.1.11 en B.2.1.1.12 genummerde voorwerpen, te weten:

- Kentekenbewijs scooter Gilera Runner vvk [kenteken 6], kentekenhouder [kentekenhouder], [geboortedatum] wonende [adres]

- Nota en keuringsrapport Gilera Runner [kenteken 6]

- Kentekenbewijs IB [kenteken 7] kentekenhouder [kentekenhouder] [geboortedatum] [adres]

- MastercardMedius onv. [naam] [nummer].

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. van Paridon, voorzitter,

mrs. G.M.G. Hink en S.M. Krans, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.M.N. Schrover, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2012.

1 Conform ter terechtzitting overgelegd schriftelijk requisitoir.

2 Conform ter terechtzitting overgelegde pleitnota.

3 Kamerstukken II, 1996/97, 25 403, nr. 3, p. 26 en 27.

4 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van het proces-verbaal met het nummer 2011073503, Zaaksdossier 4, van de regiopolitie Hollands Midden, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1215 t/m 1301).

5 Proces-verbaal aangifte, [M] namens [bedrijf 1], 25 juli 2011, p. 1249-1252 + bijlage, p. 1254; Proces-verbaal van aangifte, [aangever] namens [bedrijf 1], 9 augustus 2011, p. 1255-1258 + bijlagen, p. 1260-1263.

6 Proces-verbaal aangifte, [M] namens [bedrijf 1], 25 juli 2011, p. 1249-1252.

7 Procesdossier voorblad (doorgenummerd blz. 2235 t/m 2254): Proces-verbaal van verhoor verdachte, [M], p. 2251-2254.

8 Verdachtendossier [verdachte] (doorgenummerd blz. 284 t/m 512): Proces-verbaal van bevindingen, 31 oktober 2011, p. 451-462 + bijlage, p. 463-464.

9 Proces-verbaal relaas, 16 oktober 2011, p. 1217; Verdachtendossier [G] (doorgenummerd blz. 718 t/m 857): Proces-verbaal van observatie 22 juli 2011 (073.B-2011), p. 854-857.

10 Proces-verbaal van bevindingen, 26 juli 2011, p 1272-1277.

11 Proces-verbaal van bevindingen, 26 juli 2011, p 1272-1277.

12 Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming, 4 augustus 2011, p. 1297.

13 Proces-verbaal verhoor verdachte, [koper 1], 26 juli 2011, p. 1244-1246.

14 Proces-verbaal forensisch onderzoek kentekenbescheiden, p. 1279-1285 en bijlagen p. 1286-1288.

15 Proces-verbaal identificatie nav dactyloscopische sporen, p. 1289-1290.

16 Proces-verbaal verhoor verdachte, [N], 29 september 2011, p. 1236-1240.

17 Proces-verbaal verhoor verdachte, [koper 1], 26 juli 2011, p. 1244-1246.

18 Proces-verbaal verhoor verdachte, [N], 29 september 2011, p. 1236-1240.

19 Verdachtendossier [B] (doorgenummerd blz. 37 t/m 283): Proces-verbaal doorzoeking, p. 151-156.

20 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van het proces-verbaal met het nummer 2011073503, Zaaksdossier 5, van de regiopolitie Hollands Midden, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1302 t/m 1483).

21 Verdachtendossier [D] (doorgenummerd blz. 1593 t/m 1753): Proces-verbaal relaas, p. 1595; Uitgewerkte tapgesprekken, p. 1660-1663.

22 Proces-verbaal relaas, 17 oktober 2011, p. 1305; Proces-verbaal van bevindingen bakengegevens, 9 augustus 2011, p. 1405-1420.

23 Bijlage, p. 1398.

24 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1483.

25 Proces-verbaal van bevindingen VERSIE II ([G] genoemd), 5 september 2011, p. 1434-1482.

26 Proces-verbaal verhoor verdachte, [O], 22 augustus 2011, p. 1346-1353.

27 Proces-verbaal van bevindingen VERSIE II ([G] genoemd), 5 september 2011, p. 1434-1482; Proces-verbaal van bevindingen bakengegevens, 9 augustus 2011, p. 1405-1420; Proces-verbaal verhoor verdachte, [H], 31 augustus 2011, p. 1368-1379; Proces-verbaal van bevindingen, p. 1395-1396.

28 Proces-verbaal van bevindingen VERSIE II ([G] genoemd), 5 september 2011, p. 1434-1482; Proces-verbaal van bevindingen bakengegevens, 9 augustus 2011, p. 1405-1420; Proces-verbaal van bevindingen OVC-gesprek [H], p. 1325-1328.

29 Proces-verbaal van bevindingen VERSIE II ([G] genoemd), 5 september 2011, p. 1434-1482; Proces-verbaal van bevindingen bakengegevens, 9 augustus 2011, p. 1405-1420; Proces-verbaal van bevindingen, 23 augustus 2011, p. 1421 en bijlagen p. 1422-1423.

30 Proces-verbaal van bevindingen VERSIE II ([G] genoemd), 5 september 2011, p. 1434-1482; Proces-verbaal van bevindingen bakengegevens, 9 augustus 2011, p. 1405-1420; Proces-verbaal van bevindingen inbeslagname Golf, p. 1402; Proces-verbaal van bevindingen inbeslagname Golf, p. 1400.

31 Bewijs van ontvangst, p. 1404; Proces-verbaal van bevindingen bakengegevens, 9 augustus 2011, p. 1411.

32 Proces-verbaal van bevindingen VERSIE II ([G] genoemd), 5 september 2011, p. 1434-1482; Proces-verbaal van bevindingen bakengegevens, 9 augustus 2011, p. 1405-1420.

33 Proces-verbaal van bevindingen VERSIE II ([G] genoemd), 5 september 2011, p. 1434-1482; Proces-verbaal van bevindingen bakengegevens, 9 augustus 2011, p. 1405-1420.

34 Proces-verbaal van bevindingen VERSIE II ([G] genoemd), 5 september 2011, p. 1434-1482; Proces-verbaal van bevindingen bakengegevens, 9 augustus 2011, p. 1405-1420; Proces-verbaal van bevindingen, 23 augustus 2011, p. 1425 en bijlagen p. 1426-1433; Proces-verbaal verhoor verdachte, [H], 31 augustus 2011, p. 1368-1379; Proces-verbaal van bevindingen, p. 1395-1396.

35 Proces-verbaal van bevindingen VERSIE II ([G] genoemd), 5 september 2011, p. 1434-1482; Proces-verbaal van bevindingen bakengegevens, 9 augustus 2011, p. 1405-1420; Proces-verbaal verhoor verdachte, [O], 22 augustus 2011, p. 1346-1353.

36 Verdachtendossier [F] (doorgenummerd blz. 513 t/m 717): Proces-verbaal relaas, p. 516-517; Uitgewerkte tapgesprekken, p. 704-714

37 Verdachtendossier [verdachte] (doorgenummerd blz. 284 t/m 512): Proces-verbaal relaas, p. 287; Uitgewerkte tapgesprekken, p. 298-305.

38 Verdachtendossier [verdachte] (doorgenummerd blz. 284 t/m 512): Proces-verbaal van bevindingen, 30 oktober 2011, p. 419-423 + bijlagen 1 t/m 22, p. 424-445.