Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7064

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-05-2012
Datum publicatie
30-05-2012
Zaaknummer
AWB 12/14170
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De Jamaicaanse autoriteiten hebben aan verweerder een laissez-passer toegezegd voor de vreemdeling op voorwaarde dat vanuit Kingston daarvoor toestemming wordt verleend. Onduidelijk is wanneer deze toezegging gestand zal worden gedaan. Verweerder wil alleen rappelleren bij de Jamaicaanse autoriteiten op de voortgang van de lp-aanvraag bij een volgende presentatie van een Jamaicaanse vreemdeling. Incidenteel informeren naar de stand van zaken in individuele lp-aanvragen wordt door verweerder niet bevorderlijk geacht voor de betrekkingen met de ambassade en kan averechts werken. Nu het aantal presentaties bij de Jamaicaanse autoriteiten niet zeer talrijk is en niet vaststaat op welke termijn de mogelijkheid van een gekoppeld rappel zoals verweerder zich dat voorstelt zich zal voordoen, bestaat niet langer een redelijk vooruitzicht op verwijdering van de vreemdeling. Verweerder betracht onvoldoende voortvarendheid bij het verkrijgen van een lp voor de vreemdeling. Beroep gegrond, bewaring opgeheven, geen schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/14170

uitspraak van de enkelvoudige kamer ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht, beroep vrijheidsontnemende maatregel in de zaak tussen

[vreemdeling], V-nummer [nummer],

(gemachtigde: mr. M.R. van der Linde),

en

de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel; voorheen de minister voor Immigratie en Asiel, verweerder

(gemachtigde: mr. D. Bozanovic).

Procesverloop

De vreemdeling heeft gesteld te zijn geboren op [datum] 1989 en de Jamaicaanse nationaliteit te hebben.

Op 27 april 2012 heeft de vreemdeling een beroepschrift ingediend bij de rechtbank. Het beroep is gericht tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die verweerder bij besluit van 9 november 2011 de vreemdeling heeft opgelegd. In het beroepschrift is tevens verzocht om schadevergoeding.

De openbare behandeling van dit beroep heeft plaatsgevonden op 11 mei 2012. De vreemdeling heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich eveneens doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en verweerder in de gelegenheid gesteld om nadere informatie te verstrekken met betrekking tot de vraag welke informatie is verstrekt aan de Jamaicaanse autoriteiten en wat de gang van zaken is met betrekking tot de afgifte van een laissez-passer (LP) door de autoriteiten van Jamaica. De gemachtigde van verweerder heeft bij schrijven van 15 mei 2012 een reactie ingezonden. De gemachtigde van de vreemdeling heeft op 16 mei 2012 een nadere reactie ingezonden. Beide partijen hebben de rechtbank toestemming gegeven zonder nadere zitting uitspraak te doen. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1 De rechtbank stelt voorop dat over de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring als zodanig reeds is beslist bij uitspraak van deze rechtbank van

21 november 2011. Voorts heeft deze rechtbank laatstelijk bij uitspraak van 27 april 2012 geoordeeld dat het voortduren van de bewaring rechtmatig was.

Derhalve staat thans ter beoordeling of verdere voortzetting van de maatregel van bewaring, gegeven de omstandigheden van het geval, rechtmatig is.

2 De vreemdeling heeft aangevoerd dat de Jamaicaanse autoriteiten weliswaar hebben toegezegd een LP te verstrekken, maar dat daarvoor eerst toestemming vanuit Kingston moet worden gegeven. Niet bekend is wanneer een LP wordt verleend.

Ten onrechte heeft verweerder geen belangenafweging in verband met het verstrijken van de zesmaandentermijn gemaakt.

Voorts heeft de vreemdeling aangevoerd dat verweerder ten onrechte de Jamaicaanse autoriteiten ervan op de hoogte heeft gesteld dat de vreemdeling een asielverzoek heeft ingediend.

3 Verweerder heeft de rechtbank schriftelijk inlichtingen verstrekt inzake zijn handelen strekkend tot uitzetting van de vreemdeling uit Nederland. Verweerder heeft voorts ter zitting betoogd dat er nog steeds een redelijk vooruitzicht op verwijdering bestaat.

4. Op grond van hetgeen partijen hebben aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat het voortduren van de onderwerpelijke vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig is.

Blijkens het gehoor van 1 mei 2012 heeft de vreemdeling zelf bij de Jamaicaanse autoriteiten aangegeven een asielaanvraag te hebben ingediend. Verweerder heeft aangegeven dat er geen aanwijzingen zijn dat de door de LP-medewerker aan de Jamaicaanse autoriteiten overgelegde informatie iets anders betrof dan het verstrekken van algemene inlichtingen omtrent asielrechtelijke procedures. De rechtbank ziet in hetgeen van de zijde van eiser daarover is gesteld geen aanleiding hier anders over te oordelen. Het komt voor eigen rekening en risico van de vreemdeling dat bij het consulaat van Jamaica bekend is geworden dat hij een asielaanvraag in Nederland heeft ingediend, nu hij dit zelf kenbaar heeft gemaakt. Dat hij tijdens zijn presentatie op de Jamaicaanse ambassade door de consulaire ambtenaar onder druk is gezet om zijn inreis en aanwezigheid in Nederland zonder reisdocument nader te verklaren maakt dat niet anders.

Verweerder heeft aangegeven voornemens te zijn om bij de eerstvolgende presentatie van een vreemdeling bij het consulaat van Jamaica navraag te doen naar de verstrekking van de LP voor de vreemdeling. Incidenteel informeren naar de stand van zaken in individuele lp-aanvragen wordt door verweerder niet bevorderlijk geacht voor de betrekkingen met de ambassade en kan averechts werken.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder hiermee onvoldoende voortvarend handelt. Op deze wijze wordt het bewaken van de voortgang van de lopende LP-aanvraag afhankelijk van een volgende vreemdeling met de Jamaicaanse nationaliteit die bij de autoriteiten van dat land wordt gepresenteerd ter verkrijging van een LP. Nu het aantal presentaties bij de Jamaicaanse autoriteiten niet zeer talrijk is en niet vaststaat op welke termijn de mogelijkheid van een gekoppeld rappel zoals verweerder zich dat voorstelt zich zal voordoen, kan thans niet langer worden gesteld dat er een redelijk vooruitzicht op verwijdering van de vreemdeling bestaat. Om deze reden zal het beroep gegrond worden verklaard en moet de bewaring van de vreemdeling per heden worden opgeheven.

5 De rechtbank acht geen gronden aanwezig voor het toekennen van een schadevergoeding wegens het onrechtmatig voortduren van de bewaring. Nu eerst op 15 mei 2012 uit de nadere schriftelijke informatie van verweerder duidelijk is geworden dat door verweerder niet op individuele basis zal worden gerappelleerd op de LP-aanvraag ten behoeve van de vreemdeling, zal deze met ingang van heden in vrijheid worden gesteld. De rechtbank acht de vreemdeling met zijn invrijheidstelling voldoende gecompenseerd.

6 Aan eiser de vreemdeling ten laste van verweerder een proceskostenvergoeding toegekend van € 874,-- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, waarde per punt € 437,--, factor 1). Aangezien ten behoeve van de vreemdeling een toevoeging krachtens de Wet op de rechtsbijstand is verleend, dient de betaling van dit bedrag ingevolge artikel 8:75, tweede lid, van de Awb te geschieden aan de griffier van de rechtbank.

Beslissing

De rechtbank 's-Gravenhage:

- verklaart het beroep gegrond;

- gelast de opheffing van de bewaring van de vreemdeling;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af;

- kent aan de vreemdeling een proceskostenvergoeding ten bedrage van € 874,--- toe.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.H.B. Sentrop, rechter, in aanwezigheid van

drs. F.J.M. van den Berg, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2012.

De griffier is niet in staat de uitspraak te ondertekenen.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.