Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7048

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-05-2012
Datum publicatie
30-05-2012
Zaaknummer
AWB 11/9183
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Naheffingsaanslag opgelegd op zondag 6 november 2011 om 22:41 uur. De onderhavige locatie is door de gemeente aangewezen als locatie voor betaald parkeren van maandag t/m zondag van 18:00 t/m 23:00 uur. De Dienst parkeren is telefonisch bereikbaar op werkdagen tot 16:00 uur. Naar het oordeel van de rechtbank ligt het op de weg van verweerder om het doorgeven van telefonische wijzigingen ook op de aangewezen dagen en tijdstippen mogelijk te maken. Eiser parkeert een leenauto op zondag om ongeveer 22:00 uur. Nu voor eiser geen gelegenheid bestond om de wijziging van het kenteken telefonisch door te geven kon hij, buiten zijn schuld, niet voldoen aan één van de vergunningsvoorwaarden. Nu eiser voorts zijn eigen vergunning, met een papier waarop een verklaring werd gegeven voor het afwijkende kenteken, in de leenauto heeft gelegd, had oplegging van de naheffingsaanslag achterwege moeten blijven. Het voert te ver om van iedere vergunninghouder te verwachten dat hij via het internet wijzigingen door kan/moet geven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2012/1343
Belastingblad 2012/307
V-N 2012/37.35 met annotatie van Redactie
FutD 2012-1559
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/9183

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 mei 2012 in de zaak tussen

[X], wonende te [Z], eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd (aanslagnummer [nummer]). Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 29 november 2011 de naheffingsaanslag gehandhaafd.

Eiser heeft daartegen bij brief ontvangen bij de rechtbank op 6 december 2011, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 april 2012.

Eiser is daar in persoon verschenen. Namens verweerder is verschenen [A] en

[B].

Overwegingen

Feiten

1. Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

2. Op 6 november 2011 om 22:41 uur stond de auto met kenteken [kentekennummer a] geparkeerd op een parkeerplaats aan de Valkenboskade te Den Haag. Deze locatie is door burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag aangewezen als een plaats waar op dat tijdstip slechts geparkeerd mag worden tegen betaling van parkeerbelasting dan wel met een parkeervergunning.

3. Tijdens een controle op genoemd tijdstip heeft een parkeercontroleur geconstateerd dat er in het voertuig geen geldig betaalbewijs of voor dat voertuig geldige parkeervergunning aanwezig was. In de auto bevond zich wel een aan eiser afgegeven parkeervergunning voor het kenteken [kentekennummer b]. Naar aanleiding daarvan is aan de houder van het kenteken [kentekennummer a] een naheffingsaanslag ten bedrage van € 53,70 opgelegd, bestaande uit € 1,70 aan parkeerbelasting en € 52 aan kosten van de naheffingsaanslag. Eiser heeft tegen deze naheffingsaanslag bezwaar gemaakt.

4. Op 19 november 2010 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag het wijzigingbesluit tot aanwijzing plaatsen betaald parkeren en toepassing wielklem inzake uniformering parkeerregeling centrum vastgesteld. In de daarbij behorende bijlage: "Plaats en tijdstip betaald parkeren" is bepaald dat voor de Valkenboskade, tussen Valkenboslaan en Laan van Meerdervoort (oneven zijde) betaald parkeren geldt van maandag t/m zondag van 18:00 t/m 23:00 uur.

Geschil

5. Tussen partijen is in geschil of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

Eiser heeft -samengevat- aangevoerd dat hij de auto heeft geleend van zijn broer omdat zijn eigen auto naar de garage was. Eiser heeft een papier met een mededeling van die strekking, samen met de aan hem verleende vergunning in de leenauto geplaatst. De auto is om ongeveer 22.00 uur neer gezet, omdat eiser de andere ochtend naar het ziekenhuis moest. Het was te laat om te bellen omdat het kantoor dicht was en eiser weet niet hoe hij via het internet een wijziging kan doorgeven.

6. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser de wijziging van het kenteken direct had moeten melden bij de Dienst Stadsbeheer. Dat kan telefonisch of via het Internet. Eiser wist van te voren dat zijn auto naar de garage ging. Eiser had ook een parkeerkaartje kunnen kopen.

Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

7. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Beoordeling van het geschil

8. Aan de aan eiser verleende parkeervergunning zijn -onder meer- de volgende voorwaarden verbonden: De op kenteken uitgeven vergunning is alleen geldig in het voertuig met dat kenteken. De vergunninghouder is verplicht veranderingen in de gegevens - in dit geval het kenteken- direct te melden bij de Dienst Stadsbeheer.

Niet in geschil is dat de Dienst Stadsbeheer telefonisch bereikbaar is op werkdagen tot 16.00 uur. Eiser heeft de auto van zijn broer geparkeerd op 6 november 2011 om 22.00 uur.

6 november 2011 is een zondag zodat, daargelaten dat de Dienst Stadsbeheer ook op werkdagen telefonisch niet meer bereikbaar zou zijn geweest, eiser het gehele weekend telefonisch geen wijzigingen kon doorgeven aan de Dienst Stadsbeheer.

In het onderhavige geval heeft de gemeente bij het aanwijzen van plaatsen en tijdstippen voor betaald parkeren gekozen voor betaald parkeren van maandag t/m zondag van 18:00 t/m 23:00 uur. Naar het oordeel van de rechtbank ligt het dan op de weg van verweerder om het doorgeven van telefonische wijzigingen ook op die dagen en tijdstippen mogelijk te maken. Er kunnen zich bij de betrokken vergunninghouders immers altijd en zeker ook in het weekend, onverwachte omstandigheden voordoen op grond waarvan een wijziging van gegevens plaatsvindt, welke wijzigingen ook telefonisch doorgegeven zouden moeten kunnen worden. Nu voor eiser geen gelegenheid bestond om de wijziging van het kenteken telefonisch door te geven kon hij, buiten zijn schuld, niet voldoen aan één van de vergunningsvoorwaarden. Nu eiser voorts zijn eigen vergunning, met een papier waarop een verklaring werd gegeven voor het afwijkende kenteken, in de leenauto heeft gelegd, had

naar het oordeel van de rechtbank oplegging van de naheffingsaanslag achterwege moeten blijven.

9. Hetgeen verweerder heeft aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.

Eiser heeft zich wel degelijk gerealiseerd dat hij door de wisseling van auto strikt genomen niet meer aan de vergunningsvoorwaarden voldeed. Omdat hij telefonisch geen wijzigingen door kon geven, heeft hij door het plaatsen van zijn eigen vergunning en een papier met uitleg in de leenauto getracht de omstandigheden van het geval duidelijk te maken. Naar het oordeel van de rechtbank kon van eiser op dat moment in redelijkheid niet meer worden verwacht. Het voert naar het oordeel van de rechtbank te ver om van iedere vergunning- houder te verlangen dat hij via het internet wijzigingen door kan en in de visie van verweerder ook door moet geven.

De ter zitting aangevoerde stelling dat eiser in het onderhavige geval een parkeerkaartje had moeten kopen slaagt niet. Waar eiser reeds parkeerbelasting voor zijn vergunning heeft betaald zou een dergelijke eis neerkomen op het verlangen van dubbele betaling van parkeerbelasting.

10. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard.

Proceskosten

11. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet is gesteld dat eiser kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:

-verklaart het beroep gegrond;

-vernietigt de uitspraak op bezwaar;

-vernietigt de naheffingsaanslag;

-draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 41 aan eiser te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. van Rij, rechter, in aanwezigheid van

mr. P.C. Stroebel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2012.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.