Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW6549

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-04-2012
Datum publicatie
24-05-2012
Zaaknummer
415011 - KG ZA 12-265
Rechtsgebieden
Civiel recht
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding, strafrecht, teruggave (in beslag genomen) administratie. Ter zitting heeft gedaagde zich op het standpunt gesteld dat de in België in beslag genomen administratie is toegevoegd aan het procesdossier. Ter instructie van de zaak acht de voorzieningenrechter het noodzakelijk nadere inlichtingen in te winnen. (tussenvonnis).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 415011 / KG ZA 12-265

Vonnis in kort geding van 5 april 2012

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. M.A.W. Nillesen te 's-Hertogenbosch,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

de Staat der Nederlanden,

zetelende te 's-Gravenhage,

gedaagde,

advocaat mr. W.M. Limborgh te 's-Gravenhage.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als 'Khoenkhoen' en 'de Staat'.

1. Het procesverloop

Eiser heeft gedaagde op 14 maart 2012 doen dagvaarden om op 29 maart 2012 te verschijnen ter zitting van de voorzieningenrechter van deze rechtbank. De zaak is op die datum behandeld. Op verzoek van de voorzieningenrechter heeft de advocaat van gedaagde na de zitting een brief van het ressortsparket 's-Gravenhage d.d. 28 december 2010 in het geding gebracht. Vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 29 maart 2012 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1. Tegen eiser is, evenals tegen de aan hem gelieerde rechtspersonen [A.], [B.] en [C.] strafrechtelijke vervolging ingesteld op verdenking van witwassen en deelname aan een criminele organisatie.

2.2. Onder eiser en de rechtspersonen zijn op de voet van artikel 94 en 94a Wetboek van Strafvordering (Sv) verschillende goederen in beslag genomen.

2.3. Bij brief van 28 december 2010 heeft Advocaat-generaal A.L. Speijers van het ressortsparket 's-Gravenhage het volgende meegedeeld aan mr. C. Maat, de toenmalige advocaat van eiser:

"In vervolg op de behandeling ter terechtzitting van 16 december 2010 en in antwoord op uw brief van 13 augustus 2010 deel ik u mede dat de in België inbeslaggenomen stukken aan het hofdossier zijn toegevoegd en zich thans bevinden in het Paleis van Justitie (...)

In bovengenoemde brief (...) heeft u van 6 betalingen aangegeven dat er onderliggende stukken bestaan, die zich bevinden in de bedoelde inbeslaggenomen administraties.

U kunt de door u bedoelde stukken in de administratie opzoeken en hiervan een opgave doen aan het hof en het openbaar ministerie."

2.4. Bij arresten van 9 februari 2011 heeft het gerechtshof 's-Gravenhage (hierna 'het hof') de - inmiddels in staat van faillissement verklaarde - rechtspersonen vrijgesproken van de aan hen ten laste gelegde feiten en de teruggave gelast van de op de aan de arresten gehechte lijst 'Beslag inzake [X.]' onder de desbetreffende parketnummers vermelde in beslag genomen gelden en goederen.

2.5. Bij arrest van eveneens 9 februari 2009 heeft het hof in de zaak met parketnummers 10-601064-06 en 10-600052-08 eiser veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar. In dit arrest heeft het hof de teruggave gelast van de onder parketnummer 10-601064-07 (voorzieningenrechter: bedoeld zal zijn: 10-601064-06) in beslag genomen voorwerpen, zoals vermeld op de ook aan dit arrest gehechte lijst 'Beslag inzake [X.]'. Op die lijst staan achter het betreffende parketnummer de volgende zaken vermeld:

X boot (...)

X Registratiebewijs van de boot

X Boottrailer (...)

X Horloge (...)

X Vordering op bankrekening

X onroerend goed (...)

2.6. Tegen dit arrest hebben zowel eiser als het openbaar ministerie beroep in cassatie ingesteld. Bij arrest van 17 januari 2012 is eiser door de Hoge Raad niet ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep. Op het door het openbaar ministerie ingestelde cassatieberoep is nog niet door de Hoge Raad beslist.

2.7. Bij brief van 30 maart 2011 heeft Advocaat-generaal A.L. Speijers van het ressortsparket 's-Gravenhage het volgende meegedeeld aan mr. C. Maat, de toenmalige advocaat van eiser:

"In antwoord op uw schrijven van 16 maart 2011 inzake de in beslag genomen goederen van uw cliënt (...) deel ik u mede dat aangezien de in België in beslaggenomen administratie aan het dossier is toegevoegd en het arrest nog niet onherroepelijk is ik niet in staat ben bedoelde administratie terug te geven aan uw cliënt."

2.8. Bij brief van 28 februari 2012 heeft mr. M.H. Baan, officier van justitie bij het Landelijk Parket, het volgende meegedeeld aan de advocaat van eiser:

"Uit dit contact is mij gebleken dat de Hoge Raad weliswaar beslist heeft op het cassatieberoep namens uw client, doch nog niet op het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie. Dit leidt tot de conclusie dat de zaak tegen uw client nog niet onherroepelijk is en dat er nog geen verandering is opgetreden in de situatie. Het standpunt zoals verwoord (...) in het schrijven van 30 maart 2011 geldt derhalve onverkort."

2.9. Bij klaagschrift gedateerd op 21 februari 2012 en ingediend bij zowel de Rechtbank Rotterdam als het hof, heeft eiser verzocht om in afwachting van de procedure bij de Hoge Raad zijn administratie aan hem terug te geven. De respectieve data van behandeling van de klaagschriften zijn nog niet vastgesteld.

3. Het geschil

3.1. Na vermindering van eis vordert eiser, zakelijk weergegeven:

primair: gedaagde te gelasten de privéadministratie van eiser aan hem terug te geven;

subsidiair: gedaagde te gelasten kopieën van die administratie aan eiser af te geven;

een en ander op straffe van een dwangsom.

3.2. Daartoe stelt eiser het volgende. Mede in verband met de afwikkeling van de faillissementen van de rechtspersonen in België heeft eiser belang bij afgifte van zijn (originele) privéadministratie. Hoewel de administratie niet op de lijst met beslagen goederen staat vermeld, dient deze administratie op grond van de beslissing van het hof, net als alle andere in beslag genomen goederen, aan eiser te worden teruggeven. Aangezien tot op heden de behandeling van de door eiser op de voet van artikel 552a Sv ingediende klaagschriften nog altijd niet is geappointeerd, heeft eiser recht op en een spoedeisend belang bij toewijzing van zijn vordering. Indien, zoals gedaagde nu stelt, de administratie tijdens de procedure bij het hof in het procesdossier is opgenomen, dan hadden kopieën in het dossier gevoegd kunnen worden en de originele administratie aan eiser kunnen worden afgegeven. In dat geval had eiser bovendien al tijdens de procedure bij het hof kopieën moeten krijgen van de integrale administratie.

3.3. Gedaagde voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. In deze procedure moet worden beoordeeld of de privéadministratie van eiser, die zich thans onder het openbaar ministerie bevindt, aan eiser moet worden teruggegeven, dan wel of hem van deze administratie kopieën moeten worden verstrekt.

4.2. In zijn dagvaarding heeft eiser tot uitgangspunt genomen dat de administratie van eiser op de voet van de artikelen 94 en 94a Sv in beslag is genomen en dat deze, net als de goederen waarvan het hof teruggave heeft gelast, aan eiser behoort te worden teruggegeven. Ter terechtzitting heeft gedaagde zich op het standpunt gesteld dat de administratie in België in beslag is genomen - naar de voorzieningenrechter begrijpt op grond van een rechtshulpverzoek - en dat tijdens de procedure voor het hof is besloten deze administratie toe te voegen aan het procesdossier. Hierbij heeft gedaagde in het midden gelaten of de originele administratie dan wel kopieën daarvan aan het hofdossier zijn toegevoegd.

4.3. Hoewel daartoe verzocht, heeft gedaagde ter zitting niet meer informatie kunnen verschaffen over de administratie van eiser. Ter instructie van de zaak acht de voorzieningenrechter het noodzakelijk nadere inlichtingen in te winnen. In dat kader wenst de voorzieningenrechter een gemotiveerd en zoveel mogelijk gedocumenteerd antwoord op de volgende vragen.

I. Is het juist dat de administratie van eiser in België in beslag is genomen? Hoe luidde het onderliggende rechtshulpverzoek en heeft België voorwaarden verbonden aan de overdracht van de administratie aan Nederland? Heeft België de originele administratie overgedragen of slechts kopieën hiervan?

II. Is de administratie na de overdracht aan Nederland (alsnog) op de voet van de artikelen 94 en 94a Sv in beslag genomen? Zo nee, waarom niet?

III. Waarom staat de administratie niet vermeld op de lijst van in beslag genomen goederen?

IV. De onder 2.3 en 2.7 vermelde brieven doen vermoeden dat de originele administratie aan het hofdossier is toegevoegd. Is dat juist, of zijn slechts kopieën van die administratie toegevoegd?

V. Welk bezwaar bestaat er tegen afgifte van de originele administratie aan eiser?

4.4. De voorzieningenrechter zal de zaak aanhouden tot een proformadatum, te weten zaterdag 5 mei 2012. Als meest gerede partij dient gedaagde uiterlijk twee weken voordien, dus uiterlijk zaterdag 21 april 2012, zijn schriftelijke antwoord en de in het geding te brengen stukken toe te zenden aan de voorzieningenrechter en aan eiser. Een goede procesorde brengt mee dat vervolgens eiser in de gelegenheid zal worden gesteld om uiterlijk 5 mei 2012 daarop te reageren. Tenzij partijen verzoeken om een nadere behandeling ter zitting, zal de zaak vervolgens op de stukken worden afgedaan.

Iedere verdere beslissing in deze zaak worden aangehouden.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- houdt de behandeling van de zaak aan tot zaterdag 5 mei 2012 pro forma;

- bepaalt dat gedaagde zich vóór 21 april 2012 dient uit te spreken over hetgeen in onderdeel 4.3 is weergegeven;

- bepaalt dat eiser vóór 5 mei 2012 hierop kan reageren;

- houdt iedere beslissing over de zaak zelf aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 5 april 2012.

WJ