Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW6152

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-04-2012
Datum publicatie
21-05-2012
Zaaknummer
414567 JE RK 12-651
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing verlenging ots en muhp zodat een Poolse vader en moeder in de gelegenheid worden gesteld met hun kinderen terug te keren naar Polen. Hoewel de ots + muhp door de rb wel noodzakelijk worden geacht, zouden de ouders – met of zonder kinderen – sowieso terugkeren naar Polen. Door uithuisplaatsing van hun kinderen in Nederland zou de band met de ouders zodanig geschaad worden dat de rechtbank zulks, gelet op het EVRM en het IVRK, niet in het belang van de minderjarigen acht. De kinderen zouden dan bovendien te maken krijgen met twee culturele identiteiten. Dit in combinatie met het gemis van hun natuurlijke ouders en het gemis van band met hun familie vergroot de kans bestaat dat zij zich uiteindelijk zowel in Nederland als in Polen ontheemd zullen voelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Meervoudige kamer

Rekestnummer: 12-651

Zaaknummer: 414567

Datum beschikking: 17 april 2012

Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

Beschikking op de op 5 maart 2012 ingekomen verzoekschriften van:

de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland, vestiging Zuid-Holland Midden (verder: Bureau Jeugdzorg),

met betrekking tot de minderjarigen:

1. [minderjarige sub 1], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Polen;

2. [minderjarige sub 2], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats];

kinderen van:

[de moeder],

de moeder,

en erkend door

[de vader],

de vader,

beiden wonende te [adres].

De moeder en de vader oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over de minderjarige sub 1.

De moeder oefent het ouderlijk gezag over de minderjarige sub 2. alleen uit.

De minderjarigen verblijven feitelijk in perspectief biedende pleeggezinnen.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van:

- de verzoekschriften, met bijlagen;

- de indicatiebesluiten van Bureau Jeugdzorg d.d. 27 februari 2012 met de daarbij behorende aanvragen;

- de brief d.d. 2 april 2012 van de pleegouders van de minderjarige sub 1;

- de brief d.d. 2 april 2012 van Bureau Jeugdzorg met aanvullende informatie, met als bijlagen het verslag van peuterspeelzaal "[naam peuterspeelzaal]" betreffende de minderjarige sub 1 en

de pleegzorgplannen betreffende de minderjarigen.

Op 17 april 2012 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld.

Hierbij zijn verschenen:

- mevrouw T. Mook, mevrouw S. Scheelen en de heer R. van den Berg, namens Bureau Jeugdzorg;

- de ouders, bijgestaan door de tolk in de Poolse taal, mw. Klein-Paszko en

- de heer en mevrouw [geslachtsnaam], pleegouders van de minderjarige sub 1, als informant.

Feiten

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. [datum beschikking] 2011 de minderjarigen onder toezicht gesteld van 18 mei 2011 tot 9 mei 2012.

Voorts heeft de kinderrechter in deze rechtbank bij beschikking d.d. [datum beschikking] 2011 aan Bureau Jeugdzorg machtiging verleend voornoemde minderjarigen gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen van 18 augustus 2011 tot 9 mei 2012.

Verzoek

Het verzoek strekt tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van één jaar, alsmede tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing van de minderjarigen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Beoordeling

Mevrouw Mook heeft namens Bureau Jeugdzorg verklaard dat door de aankondiging van de ouders dat zij met de minderjarigen terug willen keren naar Polen er het nodige is veranderd en de situatie complexer is geworden. Aan de ouders zijn destijds door Bureau Jeugdzorg voorwaarden geformuleerd waaraan de ouders moeten voldoen om uiteindelijk verantwoord met de minderjarigen terug te kunnen keren naar Polen. Een en ander houdt enerzijds verband met de grote zorgen over de bedreigde ontwikkeling van de minderjarigen en anderzijds zijn er twijfels over de opvoedingscapaciteiten van de ouders. Als Bureau Jeugdzorg puur kijkt naar de Nederlandse situatie dan zou de uithuisplaatsing, vanwege de vele zorgen, verlengd moeten worden. Ook als Bureau Jeugdzorg de Poolse situatie vertaalt naar de Nederlandse situatie zou gekozen worden voor een verlenging van de uithuisplaatsing. Vorige week is er via de mail contact geweest met het International Social Service waarvan het rapport over de situatie in Polen nog onderweg is. Gebleken is dat de situatie in Polen verre van ideaal is. De woning daar is te klein, er is weinig meubilair en de financiële situatie van de moeder is instabiel. Tevens wordt door het maatschappelijk werk aldaar getwijfeld aan het ondersteunend vermogen van het netwerk in de persoon van oma moederszijde en een zuster van de moeder. Voor de minderjarigen is het van belang dat er duidelijkheid is en komt, omdat elk uitstel schadelijk is voor de hechting. Volgens mevrouw Mook zijn er twee scenario's mogelijk. Of de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing worden verlengd waarbij de minderjarigen opgroeien in Nederland in een perspectiefbiedend pleeggezin, waarbij Bureau Jeugdzorg een verzoek zal indienen om de ouders uit de ouderlijke macht te ontheffen. Het andere scenario is dat beide ouders met de minderjarigen vertrekken naar Polen en de minderjarigen bij ouders opgroeien. Als op het laatste wordt ingezet is het plan om de bezoeken tussen de ouders en de minderjarigen te intensiveren alvorens zij afreizen naar Polen. Bureau Jeugdzorg zal daarbij een zorgmelding doen richting de Poolse autoriteiten.

Mevrouw Scheelen heeft namens Bureau Jeugdzorg de twijfels nader toegelicht. Ouders zijn zeer betrokken ouders die voor de minderjarigen willen zorgen, waardoor de minderjarigen hun Poolse identiteit en de familiebanden kunnen behouden. Als de minderjarigen in Nederland blijven zullen de ouders en de minderjarigen elkaar niet langer meer in de huidige bezoekregeling kunnen zien vanwege de hechtingsproblematiek. Zij spreekt haar twijfels uit over het feit of ouders zich bewust zijn van de ernst van de zaak en dat het hier gaat om twee uiterst kwetsbare kinderen.

De moeder heeft meegedeeld dat zij en de vader met de minderjarigen zo snel mogelijk terug willen naar Polen en daar een nieuwe start willen maken. De bedoeling is dat zij en de minderjarigen voorlopig bij oma moederszijde gaan wonen en dat de vader voorlopig zijn intrek neemt bij zijn ouders. Haar zus heeft inmiddels een tweede baan gevonden en staat haar financieel bij. Ook in Polen zijn speciale mensen die helpen bij de taalachterstand voor kinderen die terugkeren naar Polen. Bij terugkeer in Polen gaat moeder op zoek naar werk en een eigen woning. Het is de bedoeling dat het hele gezin bij elkaar gaat wonen zodra er een woning beschikbaar komt.

De vader heeft meegedeeld dat hij en de moeder destijds een verkeerde start hebben gemaakt. Hij heeft door het werk in Nederland geld gespaard om met zijn gezin terug te kunnen keren naar Polen om daar een bestaan op te bouwen. In Polen heeft hij via de stiefvader van moeder werk in de bruggenbouw. Hij is vanwege zijn werk hier niet altijd in de gelegenheid geweest om bij de bezoekregeling aanwezig te zijn.

De pleegouders hebben meegedeeld dat het er naar uitziet dat de ouders in Polen weer terugkeren naar de situatie waaruit de problemen destijds zijn ontstaan en dat de problematiek door de geboorte van de jongste minderjarige alleen maar groter is geworden. De taalachterstand is één van de dingen waar zij tegenaan lopen, maar er is daarnaast nog meer problematiek, aldus de pleegouders.

De rechtbank is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:254, eerste lid, alsmede artikel 1:261, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing niet, althans onvoldoende, aanwezig zijn.

De rechtbank overweegt daarbij als volgt:

De rechtbank moet thans een ver strekkende keuze maken. Indien de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing worden verlengd lijkt haast zeker dat de kinderen verder in Nederland zullen opgroeien. Het alternatief is de verlenging afwijzen, zodat de ouders met hun kinderen kunnen terugkeren naar het land van herkomst. Voor de rechtbank staat vast dat in de huidige situatie in Nederland een thuisplaatsing niet aan de orde kan zijn. Daarvoor zijn de zorgen over de ontwikkeling van de kinderen, mede gelet op de beperkte opvoedingsvaardigheden van de ouders en hun overige beperkingen, te groot. Ook de door de ouders gewenste situatie in Polen kan - naar Nederlandse maatstaven beoordeeld - op dit moment niet leiden tot een thuisplaatsing. Bij de beoordeling van het voorliggende geval dienen echter naar het oordeel van de rechtbank ook nadrukkelijk de artikelen 3 en 5 van het Verdrag inzake de rechten van het kind en artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) te worden betrokken. Zowel de kinderen als de ouders hebben recht op familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM. De situatie waaronder de kinderen in Polen vermoedelijk zullen opgroeien is naar Nederlandse maatstaven niet optimaal. Wanneer de kinderen echter in Nederland opgroeien, zullen zij ook met de nodige extra problematiek worden geconfronteerd. Zij zullen te maken krijgen met twee culturele identiteiten, met het gemis van hun natuurlijke ouders en het gemis van band met hun familie. De gerede kans bestaat dat zij zich uiteindelijk in Nederland en in Polen ontheemd zullen voelen. Alle belangen in ogenschouw nemend is de rechtbank daarom van oordeel dat de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing moet worden afgewezen.

De rechtbank overweegt dat het afscheid van de pleeggezinnen sowieso moeilijk zal zijn. Zij zal daarom de uithuisplaatsing op zeer korte termijn beëindigen, te weten per 21 april 2012. De ondertoezichtstelling expireert van rechtswege op 9 mei 2012. De tussenliggende tijd kan de gezinsvoogd gebruiken om het dossier aan de betreffende instanties in Polen over te dragen.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De rechtbank:

wijst af het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling;

en

wijst af het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en beëindigt de op [datum beschikking] 2011 verleende machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen

per 21 april 2012.

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.A. van Steen, voorzitter, J.M. Ghrib en H. Dragtsma, allen kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 april 2012, in tegenwoordigheid van S.P.M. Flipse als griffier.