Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW6059

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
10-05-2012
Datum publicatie
16-05-2012
Zaaknummer
412931 KG ZA 12-150
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eindvonnis; aanbesteding; niet voldaan aan de in het bestek gestelde eisen; inschrijving is terecht ongeldig verklaard.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2012/105
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 412931 / KG ZA 12-150

Vonnis in kort geding van 10 mei 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Infopact Netwerkdiensten B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. J.P. Heering te Den Haag,

tegen:

de rechtspersoon als bedoeld in artikel 1.8, lid 2, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Technische Universiteit Delft,

gevestigd te Delft,

gedaagde,

advocaat mr. J.W. Riedijk te Den Haag,

waarin zich heeft gevoegd aan de zijde van gedaagde:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

XS4ALL Internet B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,

gevoegde partij,

advocaat mr. N. Huppes te Amsterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als 'Infopact', 'TU Delft' en 'XS4ALL'.

1. Het procesverloop

Bij tussenvonnis van 2 april 2012 is de zaak aangehouden, teneinde Infopact in de gelegenheid te stellen aan te tonen dat de door haar eerder geleverde 7170-modem voldoet aan de in § 4.2 van het bestek genoemde technische specificaties ingevolge de paragrafen 5.4.6.9 en 5.4.6.10 van het bestek. Infopact heeft zich (onder meer) hierover uitgelaten bij akte van 13 april 2012, waarna TU Delft en XS4ALL daarop ieder afzonderlijk hebben gereageerd bij antwoordakte van 26 april 2012. Eindvonnis is bepaald op heden.

2. De verdere beoordeling van het geschil

2.1. De voorzieningenrechter blijft bij hetgeen hij in het tussenvonnis van 2 april 2012 heeft overwogen en beslist, met dien verstande dat in onderdeel 2.6 in plaats van "derde" moet worden gelezen "eerste" Nota van Inlichtingen.

2.2. Infopact betoogt dat de thans geplaatste 7170-modem geschikt is voor de gevraagde dienstverlening. Zij geeft voorts aan dat nieuwe gebruikers wel worden voorzien van een ander modem, de "Fritz!Box7360-modem" (hierna: de 7360-modem). De 7360-modem zal zij naar eigen zeggen ook inzetten indien zij door technische beperkingen in de 7170-modem de gevraagde dienst niet meer kan leveren. Voor die situatie heeft zij 7360-modems aangeboden en kosten daarvan in de offerte opgenomen, aldus Infopact. Infopact stelt zich op het standpunt dat zij daarmee heeft voldaan aan de in § 5.4.6.13 gestelde eis dat de te leveren modems fabrieksnieuw zijn.

2.3. Infopact heeft bij haar akte erkend dat de 7170-modem de IPv6 standaard niet aankan en dat de 7170-modem niet beschikt over de 802.11n functionaliteit waarmee draadloos data kunnen worden overgebracht met een snelheid van 300Mbps. Daarmee staat vast dat de thans in gebruik zijnde modems niet aan de eisen voor de nieuw te leveren modems voldoen.

2.4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het voor een behoorlijk ingelichte en normaal oplettende lezer van de aanbestedingsstukken duidelijk geweest moet zijn dat TU Delft van de inschrijvers eiste dat haar gebruikers binnen drie maanden na de gunning de beschikking zouden hebben over een modem dat aan de door haar gestelde eisen voldeed. Dit volgt uit de eisen 5.4.6.13 en 5.4.4.5, in onderling verband bezien. Indien hierover bij Infopact desalniettemin twijfel bestond, had het op haar weg gelegen daarover in een van de beide rondes van inlichtingen vragen te stellen. Het staat vast dat Infopact de modems geleidelijk - in ieder geval niet alle binnen drie maanden - wilde vervangen. Nu bovendien is komen vast te staan dat de gebruikte modems niet aan de nieuwe eisen voldeden, moet de conclusie zijn dat TU Delft de inschrijving van Infopact terecht bij brief van 13 maart 2012 ongeldig heeft verklaard.

2.5. De voorzieningenrechter laat in het midden of de inschrijving van Infopact geldig zou zijn geweest als de 7170-modem wel zou hebben voldaan aan de eisen voor de nieuw te

leveren modems. Infopact moet, als huidige leverancier, ervan op de hoogte zijn geweest dat de 7170-modem niet voldeed aan de in het bestek gestelde technische eisen. Zij had ook hierover minst genomen vragen aan TU Delft moeten stellen. Nu zij dit heeft nagelaten, kan zij zich niet op goede grond beroepen op een eventuele onduidelijkheid in de aanbestedingsstukken. Ook de andere inschrijvers hebben geen vragen gesteld over de reeds in gebruik zijnde modems, kennelijk omdat zij ervan uitgingen dat deze alle zouden moeten worden vervangen.

2.6. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van Infopact zullen worden afgewezen.

2.7. Infopact zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van TU Delft en van XS4ALL.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de vorderingen van Infopact af;

- veroordeelt Infopact in de kosten van dit geding, tot dusver aan de zijde van TU Delft en van XS4ALL telkens begroot op

€ 1.391,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 575,-- aan griffierecht;

- bepaalt dat over de proceskosten de wettelijke rente verschuldigd is vanaf veertien dagen na heden;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van de proceskosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A. Koppen en in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2012.

hf