Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5777

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-02-2012
Datum publicatie
15-05-2012
Zaaknummer
11/38437
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt uit de opgenomen gang van zaken dat, afgezien van het feit dat het ook bij verweerder onduidelijk is wat precies is geregeld bij aankomst, een fysieke overdracht aan een psychiater voor voortzetting van de behandeling thans niet is geregeld. De beschreven gang van zaken zoals opgenomen in het bestreden besluit is in elk geval niet de wijze waarop de overdracht ook daadwerkelijk zal gebeuren. Zoals verweerder, naar aanleiding van het telefoongesprek dat de gemachtigde van verzoeker heeft gevoerd met de door verweerder in het bestreden besluit aangegeven kliniek, heeft aangegeven, zal bij de fysieke overdracht door een psychiater worden beoordeeld of verzoeker zal worden geplaatst in een psychiatrische kliniek en derhalve ook of zijn behandeling aldaar zal worden voortgezet. Deze gang van zaken acht de voorzieningenrechter niet voldoende om voortzetting van de behandeling te garanderen. Het BMA heeft het noodzakelijk bevonden dat de zorg wordt gecontinueerd en om die reden dient verzoeker te worden overgedragen aan een psychiater ter plaatse die zijn behandeling kan voortzetten. Met de huidige weergegeven gang van zaken is niet uitgesloten dat de behandeling niet zal worden voortgezet aangezien ter plaatse een beoordeling door een psychiater zal plaats vinden. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat aan de reisvoorwaarden die het BMA heeft gesteld, wordt voldaan bij de uitzetting die voor aanstaande donderdag 23 februari 2012 is gepland. Derhalve is de voorzieningenrechter van oordeel heeft verweerder thans niet heeft voldaan aan zijn vergewisplicht als bedoeld in voornoemde uitspraken van de Afdeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Nevenzittingsplaats Haarlem

zaaknummer: AWB 11 / 38437

uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 februari 2012

in de zaak van:

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum], van Armeense nationaliteit,

verzoeker,

gemachtigde: mr. U. Koopmans, advocaat te Haarlem.

tegen:

de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel,

verweerder,

gemachtigde: mr. R. Jonkman, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst te ’s-Gravenhage.

1. Procesverloop

1.1 Verzoeker heeft op 15 juli 2011 verweerder verzocht toepassing te geven aan artikel 64 Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder heeft de aanvraag bij besluit van 24 november 2011 afgewezen. Verzoeker heeft tegen het besluit op 25 november 2011 bezwaar gemaakt. Verweerder heeft het bezwaar bij besluit van 14 februari 2012 ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen dit besluit op 14 februari 2012 beroep ingesteld.

1.2 Verzoeker heeft op 25 november 2011 gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Hij verzoekt verweerder te verbieden hem uit te zetten voordat verweerder op het bezwaarschrift heeft beslist.

1.3 Bij brief van 14 februari 2012 heeft verzoeker de rechtbank verzocht het petitum te wijzigen in die zin dat thans wordt verzocht verweerder te verbieden verzoeker uit te zetten voordat de rechtbank op het beroep heeft beslist.

1.4 Verweerder heeft op 20 februari 2012 een verweerschrift ingediend. Desgevraagd heeft verweerder op 21 februari 2012 aanvullende informatie verstrekt en heeft verzoeker hier schriftelijk op gereageerd. Tot slot heeft verweerder een reactie ingediend.

2. Overwegingen

2.1 De voorzieningenrechter heeft met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak gedaan zonder voorafgaande zitting.

2.2 Indien tegen een besluit beroep bij de rechtbank is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.3 Ingevolge artikel 64 Vw blijft uitzetting achterwege zolang het gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling of die van een van zijn gezinsleden niet verantwoord is om te reizen.

2.4 Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het volgende standpunt gesteld. Uit het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) van 17 oktober 2011 is gebleken dat bij het uitblijven van behandeling een medische noodsituatie niet valt uit te sluiten. In het land van herkomst zijn echter adequate behandelmogelijkheden voor verzoeker aanwezig en valt derhalve geen medische noodsituatie op korte termijn te verwachten. Verzoeker kan, onder voorwaarden, reizen.

2.5 Verzoeker heeft hiertegen in beroep allereerst aangevoerd dat niet is gebleken dat verweerder de fysieke overdracht van verzoekers behandeling daadwerkelijk heeft geregeld.

2.6 In het BMA-advies van 17 oktober 2011 is, onder meer, het volgende opgenomen. (…) Betrokkene heeft psychische klachten die door de behandelaars geduid worden als een aanpassingsstoornis met angst. Een aanpassingsstoornis is een abnormale reactie op belangrijke gebeurtenissen in iemands leven. Het is ook mogelijk, maar nog niet geheel duidelijk, dat betrokkene lijdt aan een psychotische stoornis of een Posttraumatische Stress Stoornis (PTSS). Betrokkene heeft gedachten dat hij achtervolgd wordt en slaapstoornissen. Betrokkene denkt dat hij door gewapende mannen in de boeien geslagen zal worden. Betrokkene is onrustig en ontregelt het gezinssysteem omdat men hem permanent bewaakt in verband met acties gericht op zelfdoding. Uit het journaal van de huisarts blijkt dat betrokkene op 6 juli 2012 een paar keer een poging tot zelfdoding heeft ondernomen. Er is toen een crisisinterventie geweest vanuit de GGz. (…) Betrokkene staat onder behandeling van een GGz instelling. De zorg wordt ambulant verstrekt. Er is medicamenteuze behandeling. Er zijn steunende en structurerende gesprekscontacten aangeboden. Betrokkene wordt regelmatig thuis bezocht en zijn familie wordt geïnstrueerd over de psychische aandoening van betrokkene. In crisissituaties wordt ondersteuning geboden door de crisisdienst. Betrokkene wordt door zijn familieleden voortdurende bewaakt vanwege zijn suïcidale uitingen. Dat is geen afhankelijkheid van mantelzorg, maar wel een niet institutionele vorm van monitoring van de psychische conditie van betrokkene, hetgeen zeker een preventief effect zal hebben. De behandelaar van de psychische problemen stelt dat het chronische problematiek betreft, wat inhoudt dat de behandeling ook wel geruime tijd zal duren. Een medische noodsituatie op korte termijn is niet uitgesloten. Betrokkene heeft recent tweemaal een poging tot zelfdoding ondernomen, er zijn daarvoor crisisinterventies geweest. Het is niet uitgesloten dat betrokkene bij het uitblijven van behandeling en zonder de monitoring van de GGz behandelaars, een poging tot zelfdoding onderneemt die hem ernstige lichamelijke schade toebrengt. (…) Eiser kan niet reizen met de genoemde vervoersmiddelen tenzij aan de volgende medische reisvoorwaarden is voldaan:

- voor de reis dient de behandeling voortgezet te worden tot aan vertrek;

- tijdens de reis dient betrokkene begeleid te worden door een sociaal psychiatrisch verpleegkundige, in verband met suïcidale uitingen;

- direct na de reis dient betrokkene bij aankomst, op het vliegveld, overgedragen te worden aan een psychiater ter plaatse die de behandeling kan overnemen.

(…) Betrokkene heeft recent pogingen tot zelfdoding ondernomen. Om continuïteit van zorg te garanderen, ter preventie van het ondernemen van pogingen tot zelfdoding, zal betrokkene begeleid worden door een sociaal psychiatrisch verpleegkundige en is overdracht naar behandelaars ter plaatse noodzakelijk. (…)

2.7 In het bestreden besluit heeft verweerder met betrekking tot de noodzakelijk bevonden fysieke overdracht het volgende opgenomen.

2.8 Allereerst heeft verweerder in dit kader verwezen naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 1 december 2010 (nr..) en 27 januari 2011 (nr. 201004712/1/V1), waaruit blijkt dat verweerder zich reeds bij de beoordeling of artikel 64 Vw op een vreemdeling van toepassing is zich ervan dient te vergewissen of het mogelijk is dat bij de daadwerkelijk verwijdering van de desbetreffende vreemdeling aan de door het BMA aan de uitzetting verbonden voorwaarden wordt voldaan en dat verweerder dat niet kan uitstellen tot het moment waarop daadwerkelijk tot verwijdering wordt overgegaan. Voorts volgt uit deze uitspraken dat indien verweerder in het bestreden besluit inzichtelijk heeft gemaakt met welke concreet bij naam genoemde behandelaar dan wel instelling voor uitzetting contact zal worden opgenomen teneinde aan de door het BMA gestelde voorwaarde van fysieke overdracht te voldoen en verweerder in dat besluit tevens heeft toegezegd dat die vreemdeling niet zal worden uitgezet ingeval de fysieke overdracht niet kan worden geregeld, hij aan vorenbedoelde vergewisplicht heeft voldaan.

2.9 Vervolgens overweegt verweerder in het bestreden besluit dat voordat de fysieke overdracht plaatsvindt een medische overdracht geregeld moet worden door de Afdeling Bijzonder Vertrek van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V). Uitvoering van het BMA-advies betekent volgens verweerder dat voor de uitzetting contact zal worden gelegd met een psychiater in het Psychiatric Medical Center “Nork”, 2a Hovsepyan str. in Yerevan. Met de psychiater zullen afspraken worden gemaakt over de datum en de wijze waarop de medische behandeling wordt overgedragen. Indien aan alle in het medisch advies gestelde voorwaarden is voldaan, wordt de vreemdeling overgebracht naar een uitzetcentrum alwaar een vlucht wordt aangevraagd en alle benodigde (medische) informatie aan de KMar wordt gestuurd ten behoeve van het briefen van de medische escorts. Tevens is gebleken dat DT&V ervaring heeft (of er ervaring is; of staat t zo in t BB?) met zaken waarin de medische overdracht is geregeld en de uitzetting heeft plaatsgevonden. Derhalve bestaat geen aanleiding om op voorhand te concluderen dat verzoeker na aankomst in het land van herkomst niet aan een psychiater in het Psychiatric Medical Center ‘Nork’ overgedragen zal kunnen worden voor continuering van de voor betrokkene noodzakelijk medische behandeling, aldus verweerder.

2.10 In het verweerschrift van 20 februari 2012 heeft verweerder dit standpunt gehandhaafd en heeft verweerder aangegeven dat uit contact met de regievoerders van het uitzetcentrum Rotterdam en de Afdeling bijzonder vertrek & boekingen is gebleken dat de fysieke overdracht is geregeld. Verzoeker zal worden overgedragen aan een psychiater welke is verbonden aan het psychiatric Medical Center ‘Nork’ te Yerevan. Bij aankomst zal een ambulance klaar staan voor vervoer naar dit medische centrum. Voorts geeft verweerder aan dat de begeleiding van twee sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen is geregeld. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft verweerder verwezen naar een telefoonnotitie van een gesprek tussen een procesvertegenwoordiger van verweerder en twee medewerkers van de DT&V.

2.11 Bij de aanvullende gronden van beroep en tevens het verzoek om versnelde behandeling van het verzoekschrift aangezien verweerder de uitzetting van verzoeker heeft gepland op 23 februari 2012, heeft de gemachtigde van verzoeker aangegeven dat hij met behulp van een tolk in de Armeense taal contact heeft opgenomen met het Psychiatric Medical Center ‘Nork’. Zoals blijkt uit deze gronden heeft de tolk, in het bijzijn van de gemachtigde van verzoeker, gesproken met de plaatsvervangend directeur van de kliniek, de heer Robert Aramais Harotjunyan. Deze verklaarde op de hoogte te zijn van alle afspraken van zijn kliniek. Hij verklaarde echter niet bekend te zijn met een afspraak voor de overdracht van verzoeker met een psychiater van zijn kliniek. De heer Harotjunyan heeft voorts aangegeven dat het ooit (in het verleden = misschien iets duidelijker?) is voorgekomen dat iemand vanuit Moskou naar zijn kliniek werd overgebracht.

2.12 In reactie hierop heeft verweerder een nader standpunt uitgebracht. Hierin geeft verweerder aan dat er een misverstand is ontstaan tussen de regievoerder van de afdeling Bijzonder vertrek van de DT&V en de procesvertegenwoordiger over de wijze waarop de overdracht in Yerevan is geregeld. Derhalve is het standpunt weergegeven in rechtsoverweging 2.10 niet juist. Het standpunt weergegeven in de reactie luidt als volgt. De DT&V maakt afspraken met de autoriteiten van Armenië, de State Migration Service (SMS), wanneer medische overdracht noodzakelijk is. De afspraken worden dus niet gemaakt met een bepaald ziekenhuis of een bepaalde kliniek. In dit geval heeft dat er toe geleid dat is afgesproken dat op de luchthaven een arts of psychiater aanwezig zal zijn die verzoeker zal onderzoeken, en dat een ambulance beschikbaar zal zijn voor het geval dat vervoer van verzoeker naar een (psychiatrisch) ziekenhuis noodzakelijk is.Wanneer echter de arts bij onderzoek concludeert dat gedwongen opname niet mogelijk is omdat verzoeker geen gevaar voor zichzelf of voor zijn omgeving vormt, is gedwongen opname in een psychiatrische ziekenhuis in Armenië niet mogelijk en kan opname alleen op vrijwillige basis gebeuren. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft verweerder verwezen naar een mailwisseling tussen de “Supervisor Special Departure” en de contactpersoon in Armenië.

2.13 Naar aanleiding van dit standpunt heeft de gemachtigde van verzoeker wederom met behulp van een tolk contact gezocht met Armenië, in dit geval de SMS. De gemachtigde van verzoeker heeft gesproken met de heer Hambarchum Abrahamyan, die verantwoordelijk is voor de Afdeling Migratie. Hij heeft de gemachtigde van verzoeker medegedeeld dat de naam van verzoeker die volgens de planning van de DT&V op 23 februari 2012 met de vlucht OK-930 vanuit Praag om 4.20 uur zou moeten arriveren, niet op de lijst van de SMS van personen die vanuit Nederland gedwongen worden uitgezet voorkomt. Op deze lijst staan twee andere namen.

2.14 Vervolgens heeft, blijkens de schriftelijke reactie van verweerder, de regievoerder contact opgenomen met mevrouw H. Chobanyan, hoofd van de afdeling externe betrekkingen van de SMS. Mevrouw Chobanyan heeft zich laten informeren door haar medewerker de heer Abrahamyan. Volgens mevrouw Chobanyan heeft deze medewerker de gemachtigde van verzoeker ervan op de hoogte gesteld dat de overdracht van verzoeker is geregeld. De regievoerder merkte voorts op dat hij vreest dat het expliciet in twijfel trekken van de afspraken die door de DT&V met de SMS zijn gemaakt, de goede werkrelatie van de DT&V met deze dienst kunnen beïnvloeden.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

2.15 Uit het BMA-advies volgt dat verzoeker slechts kan reizen wanneer aan verschillende reisvoorwaarden is voldaan. Één van de voorwaarden is dat verzoeker bij aankomst op het vliegveld wordt overgedragen aan een psychiater die de behandeling kan overnemen. Deze overdracht naar behandelaars ter plaatse is noodzakelijk om continuïteit van zorg te garanderen, ter preventie van het ondernemen van pogingen tot zelfdoding, aldus het BMA.

2.16 Zoals ook verweerder in het bestreden besluit heeft overwogen, dient verweerder, gelet op vaste jurisprudentie van de Afdeling, zich er reeds bij de beoordeling van artikel 64 Vw van te vergewissen dat bij de daadwerkelijke uitzetting aan de uitzetting verbonden voorwaarden door het BMA kan worden voldaan.

2.17 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt uit de opgenomen gang van zaken dat, afgezien van het feit dat het ook bij verweerder onduidelijk is wat precies is geregeld bij aankomst, een fysieke overdracht aan een psychiater voor voortzetting van de behandeling thans niet is geregeld. De beschreven gang van zaken zoals opgenomen in het bestreden besluit is in elk geval niet de wijze waarop de overdracht ook daadwerkelijk zal gebeuren. Zoals verweerder, naar aanleiding van het telefoongesprek dat de gemachtigde van verzoeker heeft gevoerd met de door verweerder in het bestreden besluit aangegeven kliniek, heeft aangegeven, zal bij de fysieke overdracht door een psychiater worden beoordeeld of verzoeker zal worden geplaatst in een psychiatrische kliniek en derhalve ook of zijn behandeling aldaar zal worden voortgezet. Deze gang van zaken acht de voorzieningenrechter niet voldoende om voortzetting van de behandeling te garanderen. Het BMA heeft het noodzakelijk bevonden dat de zorg wordt gecontinueerd en om die reden dient verzoeker te worden overgedragen aan een psychiater ter plaatse die zijn behandeling kan voortzetten. Met de huidige weergegeven gang van zaken is niet uitgesloten dat de behandeling niet zal worden voortgezet aangezien ter plaatse een beoordeling door een psychiater zal plaats vinden. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat aan de reisvoorwaarden die het BMA heeft gesteld, wordt voldaan bij de uitzetting die voor aanstaande donderdag 23 februari 2012 is gepland. Derhalve is de voorzieningenrechter van oordeel heeft verweerder thans niet heeft voldaan aan zijn vergewisplicht als bedoeld in voornoemde uitspraken van de Afdeling.

2.18 Het bestreden besluit zal naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter wegens strijd met artikel 7:12 Awb niet in stand kunnen blijven. Daarom zal het verzoek om voorlopige voorziening thans worden toegewezen zoals hierna bepaald. Het belang van verzoeker bij het hier te lande mogen afwachten van de behandeling van zijn beroep en de uitspraak daarop weegt onder voornoemde omstandigheden zwaarder dan het belang dat verweerder op dit moment heeft bij een spoedige verwijdering van verzoeker uit Nederland. Daarbij is niet gebleken dat de uitzetting illusoir wordt indien deze donderdag 23 februari 2012 geen plaats zal vinden.

2.19 De voorzieningenrechter zal met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, Awb verweerder veroordelen in de kosten die verzoeker heeft gemaakt. De kosten zijn op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht € 437,- (1 punt voor het verzoekschrift, wegingsfactor 1).

2.20 Met toepassing van artikel 8:82, vierde lid, Awb gelast de voorzieningenrechter dat verweerder het betaalde griffierecht moet vergoeden.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1 verbiedt verweerder verzoeker uit te zetten voordat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep;

3.2 veroordeelt verweerder in de proceskosten en draagt verweerder op € 437,- te betalen aan verzoeker;

3.3 draagt verweerder op € 152,- te betalen aan verzoeker als vergoeding voor het betaalde griffierecht.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.M.A. Bataille, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van J. van Roode, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2012.

Afschrift verzonden op:

Coll:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.