Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5755

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-04-2012
Datum publicatie
15-05-2012
Zaaknummer
11 - 22036
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In onderhavig geval, waarbij sprake is van een inwilligend besluit, wordt ingevolge het bepaalde in art. 39, lid 1, Vw, geen schriftelijk voornemen uitgebracht en wordt de vreemdeling, gezien het bepaalde in art. 79, lid 1, Vw, derhalve niet in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Nu de voornemenprocedure in onderhavig geval niet van toepassing is, zal eerst bezwaar dienen te worden gemaakt tegen het inwilligende besluit van 18 mei 2011. De Rb. vat het als beroepschrift inkomen schrijven van 31 mei 2011, gericht tegen het besluit van verweerder van 18 mei 2011, op als een bezwaarschrift en zal dit schrijven met toepassing van art. 6:15 Awb doorzenden aan verweerder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Nevenzittingsplaats Haarlem

zaaknummer: AWB 11 / 22036

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 20 april 2012

in de zaak van:

[eiseres],

geboren op [geboortedatum], van Eritrese nationaliteit,

eiseres,

gemachtigde: mr. I.J.M. Oomen, advocaat te Amsterdam,

tegen:

de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, voorheen de minister voor Immigratie en Asiel,

verweerder,

gemachtigde: mr. C. Brand, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst te ’s-Gravenhage.

1. Procesverloop

1.1 Eiseres heeft op 9 december 2009 een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag bij besluit van 18 mei 2011 ingewilligd. Eiseres heeft hiertegen op 31 mei 2011 een bezwaarschrift ingediend. Verweerder heeft deze brief aan de rechtbank doorgezonden als beroepschrift.

1.2 Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

1.3 De openbare behandeling van het geschil heeft plaatsgevonden op 29 november 2011. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met afbericht, niet in persoon verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

2. Overwegingen

2.1 In beroep toetst de rechtbank het bestreden besluit aan de hand van de voorgedragen beroepsgronden op rechtmatigheid en ambtshalve aan voorschriften van openbare orde.

2.2 Eiseres heeft verweerder allereerst verzocht het schrijven van 31 mei 2011 aan te merken als bezwaarschrift op grond van artikel 79, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De rechtbank ziet zich dus allereerst gesteld voor de vraag of zij bevoegd is van het geschil kennis te nemen.

2.3 Ingevolge artikel 39, eerste lid, Vw wordt de vreemdeling in het geval verweerder voornemens is de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen, onder opgave van redenen, schriftelijk mededeling gedaan.

2.4 Ingevolge artikel 79, eerste lid, Vw is Afdeling 3 Vw (rechtsmiddelen asiel) slechts van toepassing indien beroep wordt ingesteld omtrent een verblijfsvergunning asiel, of tegen een besluit omtrent tijdelijke bescherming of toepassing van artikel 45, vierde lid, Vw, indien de vreemdeling in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze over het voornemen van dat besluit te geven.

2.5 In onderhavig geval, waarbij sprake is van een inwilligend besluit, wordt ingevolge het bepaalde in artikel 39, eerste lid, Vw, geen schriftelijk voornemen uitgebracht en wordt de vreemdeling, gezien het bepaalde in artikel 79, eerste lid, Vw, derhalve niet in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen.

2.6 Nu de voornemenprocedure in onderhavig geval niet van toepassing is, zal eerst bezwaar dienen te worden gemaakt tegen het inwilligende besluit van 18 mei 2011. De rechtbank vat het als beroepschrift inkomen schrijven van 31 mei 2011, gericht tegen het besluit van verweerder van 18 mei 2011, op als een bezwaarschrift en zal dit schrijven met toepassing van artikel 6:15 Awb doorzenden aan verweerder.

2.7 Op grond van het voorgaande acht de rechtbank zich onbevoegd om van het geschil kennis te nemen.

2.8 Er is geen grond een van de partijen te veroordelen in de door de andere partij gemaakte proceskosten.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. Medze, rechter, in tegenwoordigheid van mr. drs. S.R.N. Parlevliet, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 april 2012.

afschrift verzonden op:

Coll:

Rechtsmiddel

Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC, ’s-Gravenhage. Het hoger beroep moet ingesteld worden door het indienen van een beroepschrift, dat een of meer grieven bevat, binnen vier weken na verzending van de uitspraak door de griffier. Bij het beroepschrift moet worden gevoegd een afschrift van deze uitspraak.