Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4683

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
01-05-2012
Datum publicatie
02-05-2012
Zaaknummer
09/900021-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft samen met anderen een inbraak in een kapperswinkel, diefstal uit een woning en een diefstal gepleegd. De straf is lager dan door de officier van justitie gevorderd, omdat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt en voorts kennelijk meer dan de officier van justitie meer ten gunste van verdachte laat meewegen zijn jonge leeftijd en het feit dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten met justitie in aanraking is gekomen. Daarbij komt dat de rechtbank het van belang acht dat verdachte in de gelegenheid is om spoedig weer een opleiding te gaan volgen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer 09/900021-12

Datum uitspraak: 1 mei 2012

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats],

wonende aan de [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting "Haaglanden" te Zoetermeer.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 17 april 2012.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. N. van Bremen, advocaat te Rotterdam, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

Er hebben zich benadeelde partijen gevoegd.

De officier van justitie, mr. H. Mol, heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke (gedeeltelijke) toewijzing van de vordering van de volgende benadeelde partijen:

[A] € 250,-, en dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [A];

[B] € 392,56, en dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 392,56, subsidiair 7 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [B];

[C] € 250,-, en dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [C];

[D] € 250,-, en dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [D];

[E] € 250,-, en dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [E],

Alle genoemde benadeelde partijen wonen te [adres 1].

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partijen [B] en [C] voor het overige.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 25 november 2011 en/of 26 november 2011 te Naaldwijk,

gemeente Westland, meermalen, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een kapperszaak (genaamd [naam]) heeft weggenomen een

kluis (met daarin een geldbedrag) en/of meerdere kappersproducten (onder meer

sprays en/of conditioners en/of haarverf van onder meer de merken Global

Keratine en/of Alter ego en/of Chi), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [F], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

haar/hun bereik te hebben gebracht door het forceren van een deur (met een

koevoet of ander breekvoorwerp) en/of door het uithakken van voornoemde

(ingemetselde) kluis;

2. primair

hij op of omstreeks 16 december 2011 te Naaldwijk, gemeente Westland, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 1]) heeft

weggenomen één of meer sieraden en/of notebook(s) en/of

identiteitsbewij(s)(zen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [A] en/of [B] en/of [E] en/of

[C], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

haar mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te

hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te

hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een huissleutel

die niet bestemd was voor gebruik door verdachte en/of zijn mededader(s);

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

een ander en/of anderen op of omstreeks 16 december 2011 te Naaldwijk,

gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de

Aalbersestraat) heeft/hebben weggenomen sieraden en/of notebook(s) en/of

identiteitsbewijzen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [A] en/of [B] en/of [E] en/of [C],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te

hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder hun bereik te

hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een huissleutel

die niet bestemd was voor gebruik door verdachte en/of zijn mededader(s),

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk

behulpzaam is geweest door op de uitkijk te staan;

3.

hij op of omstreeks 12 december 2011 te Naaldwijk, gemeente Westland, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening in/uit een pand (gelegen aan de [adres 2])

heeft weggenomen een tas met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan Foto [G] en/of [G], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich

de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg

te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door het

verbreken van een raam;

4.

hij op of omstreeks 4 december 2011 te Naaldwijk, gemeente Westland, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 3])

heeft weggenomen een GSM en/of een sleutelbos en/of twee horloges en/of een

fotocamera, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [H],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te

hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te

hebben gebracht door verbreking van een raam;

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte bij dagvaarding onder 4 is ten laste gelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

Overwegingen met betrekking tot de vrijspraak.

Op 4 december 2012 te 02.35 uur heeft aangeefster [H] aangifte gedaan van inbraak in haar woning. Weggenomen zijn een Nokia telefoon, reservesleutels van de woning, twee horloges en een fotocamera, merk Olympus (blz. 386). De getuige [getuige 1] heeft verklaard (blz. 411) dat hij op 3 december 2011 te 23.15 uur inbraakgeluiden hoorde en twee mannen op de [straat 4] op de uitkijk zag staan. Vervolgens ziet [getuige 1] twee andere mannen uit een poort komen en langs de achterzijde van de woning van deze getuige lopen en vervolgens richting de [straat 5] rennen. Volgens de vrouw van deze getuige droeg een van de mannen die uit de woning kwamen, een tas. Ook de getuige [getuige 2] heeft een verklaring afgelegd (blz. 417). Hij heeft verklaard dat hij op 3 december 2011 rond 23.10 uur zijn bestelbus heeft geparkeerd, en vervolgens vier mannen uit een brandgang zag komen rennen, achtervolgd door twee politiemannen. De getuige had gezien dat een van de vier rennende mannen zich achter zijn bus verborgen hield en wenkte de politiemannen. De politiemannen trachtten de man in te sluiten, maar deze wist via de bosjes te ontkomen. Later die avond heeft een betrokken verbalisant een tas met daarin sieraden, een laptop en goederen, die verpakt waren in sinterklaaspapier, in de bosschages aangetroffen. Bij een geparkeerde Renault Twingo is nog een Samsung telefoon zonder simkaart aangetroffen en een autosleutel, voor een Ford (blz. 384). Later verklaarde aangeefster, nadat zij met de goederen was geconfronteerd, dat zij een witte laptop, sieraden en een Ford-sleutel miste.

De bekenden van verdachte [X] en [Y] zijn over dit voorval gehoord. [X] heeft verklaard (blz. 280) dat zij op enig moment door verdachte is gebeld en dat zij met [Y] naar het basketbalveldje moest komen. Toen zij daar arriveerde, was verdachte daar alleen aanwezig. Even later kwamen er nog drie jongens bij, waaronder de vriend van [Y]. Verdachte vertelde haar over een inbraak in een woning en dat zij de buit, die zij in de bosjes hadden achtergelaten, niet meer konden vinden. [X] hoorde verder dat een van de andere jongens met een agent had gevochten. Ze hadden goud en Sinterklaascadeautjes meegenomen. Zij heeft verder verklaard dat verdachte niet heeft gezegd dat hij de inbraak had gepleegd.

[Y] (blz. 514) heeft verklaard dat zij, samen met [X], naar verdachte moest komen bij De Opstal. Verdachte had door de telefoon verklaard dat er iets aan de hand was. Verdachte had het over honden in de buurt en hij wist niet waarom. Verdachte heeft haar niet verteld dat zij hadden ingebroken.

De rechtbank stelt vast dat er die avond rond 23.15 is ingebroken in het pand aan het adres [adres 3] te Naaldwijk. Getuigen hebben kort na de inbraak twee jongens op de uitkijk zien staan en twee andere jongens uit een poort zien komen, waarvan één een tas droeg. De vier zijn vervolgens voor politieagenten gevlucht, waarbij een van hen ternauwernood aan de politie heeft kunnen ontsnappen. De buit, waaronder ingepakte Sinterklaascadeautjes, is in de bosjes achtergelaten. Later die avond heeft verdachte naar [X] en [Y] gebeld met het verzoek naar hem toe te komen. Er is vervolgens tussen hen gesproken over de inbraak.

De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [X] en [Y]. Zij hebben gedetailleerd en op hoofdlijnen overeenkomstig verklaard. De betrouwbaarheid wordt verder bevestigd door de getuige [getuige 3] (blz. 419). Hij heeft verklaard dat hij op 3 december 2011 twee stelletjes heeft gezien. De rechtbank acht op grond van de verklaringen van [X] en [Y] aannemelijk dat zij dat waren, in gezelschap van verdachte en het vriendje van [Y]. De dames waren volgens [getuige 3] in gezelschap van twee jongens van - vermoedelijk - Marokkaanse afkomst. De twee stelletjes liepen richting 2 andere jongens, die deze getuige daar eerder had zien lopen.

De rechtbank concludeert dat het dossier belangrijke aanwijzingen richting verdachte bevat, met name de Sinterklaascadeautjes als buit waarvan verdachte op de hoogte was, dat hij bij de inbraak betrokken is geweest, maar wettig en overtuigend bewijs ontbreekt voor de aanname dat hij deze inbraak daadwerkelijk heeft (mede)gepleegd. Hij heeft dat niet gezegd tegen [X] en [Y], en zij zijn er niet bij geweest dus kunnen niet uit eigen wetenschap verklaren over zijn betrokkenheid. De rechtbank zal verdachte daarom van dit feit vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de op de dagvaarding onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, te weten dat:

1.

hij omstreeks 26 november 2011 te Naaldwijk,

gemeente Westland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een kapperszaak (genaamd [naam]) heeft weggenomen een kluis (met daarin een geldbedrag) en kappersproducten (onder meer sprays en conditioners en haarverf van onder meer de merken Global Keratine en Alter ego en Chi), toebehorende aan [F], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder

hun bereik te hebben gebracht door het forceren van een deur (met een koevoet of ander breekvoorwerp) en door het uithakken van voornoemde ingemetselde kluis;

2.

hij op 16 december 2011 te Naaldwijk, gemeente Westland, tezamen

en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 1] heeft

weggenomen sieraden en notebooks en

identiteitsbewijzen toebehorende aan [A] en [B] en [E] en [C], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door middel van een valse sleutel, te weten een huissleutel

die niet bestemd was voor gebruik door verdachte en zijn mededaders;

3.

hij op 12 december 2011 te Naaldwijk, gemeente Westland, tezamen

en in vereniging met anderen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas met inhoud, toebehorende aan Foto [G] en/of [G].

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Verdachte heeft consequent en stellig ontkend dat hij iets met de feiten te maken heeft. Daartegenover staan verschillende verklaringen afgelegd over de betrokkenheid van verdachte bij deze feiten, waaronder verklaringen van medeverdachten.

Zo is er de verklaring van [X]. Zij heeft verklaard dat zij samen met [Y], [Z], en verdachte het plan hadden opgevat om in de kapperszaak in te breken (blz. 280 e.v.) Zij heeft verklaard dat zij samen met [Y] op de uitkijk heeft gestaan terwijl verdachte en [Z] de zaak zijn binnengegaan door met een koevoet aan de achterkant van de kapperszaak een deur te forceren. Uit de aangifte van [F] (blz. 98) blijkt dat de weggenomen kluis is uitgehakt. [X] heeft hierover verklaard dat verdachte de kluis naar buiten droeg en deze later heeft geopend. In de kluis was geld aanwezig. Dit geld is onder de daders verdeeld. De kluis is in de sloot gegooid. De kappersbenodigdheden zijn naar het huis van [Y] gebracht waar de politie deze later heeft aangetroffen (blz. 86). [Y] heeft op haar beurt de verklaring van [X] bevestigd (blz. 511). De broer van [Y], [broer], heeft tegenover de politie verklaard dat [Y] hem over de inbraak bij de kapperszaak heeft verteld (blz. 126).

Met betrekking tot feit 2 primair heeft [X] eveneens een verklaring afgelegd. Zij heeft verklaard dat verdachte de woning van de familie [A-E] via de voordeur is binnengegaan, nadat hij de sleutel van haar had gekregen. [X], [Y], en [Z], die eveneens aanwezig waren, zijn buiten blijven staan. Verdachte heeft de woning via het dak verlaten (blz. 280) [Y] heeft in grote lijnen ook deze verklaring van [X] bevestigd. Verdachte is volgens haar verklaring later naar de schuur van de woning van [X] gekomen, alwaar hij de weggenomen goederen aan de anderen toonde en vertelde dat hij via een achterraam de woning had verlaten.

Uit de aangifte van [C] (blz. 47) blijkt dat naast de goederen, zoals vermeld op de tenlastelegging, ook een paar Uggs zijn weggenomen. Ook [E] heeft hierover een verklaring afgelegd (blz 62). [Y] heeft verklaard dat zij deze Uggs van verdachte heeft gekregen (blz. 510).

De raadsman heeft met betrekking tot bovengenoemde feiten aangevoerd dat de verklaringen van [X] en [Y] onbetrouwbaar zijn.

De rechtbank overweegt als volgt.

[X] en [Y] hebben een belastende verklaring over verdachte afgelegd. De rechtbank acht hun verklaringen, waarover al is overwogen onder het kopje vrijspraak, ook met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten consistent en gedetailleerd. Op hoofdlijnen komen de verklaringen van beiden met elkaar overeen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding aan de betrouwbaarheid van de verklaringen te twijfelen. Daar komt bij dat beiden met hun verklaringen ook zichzelf hebben belast en dat hun verklaringen worden ondersteund door verklaringen van diverse getuigen.

Zo heeft [broer van Y] over feit 1 verklaard dat [Y] hem heeft verteld over de inbraak bij de kapperszaak.

Over feit 2 heeft [broer van Y] verklaard met betrekking tot de gestolen Uggs. Verder hebben de getuigen [getuige 4] (blz.74), [getuige 5] (blz. 64), en [getuige 6] (blz. 67) over dit feit verklaard dat zij [X], met nog een ander meisje en een Marokkaanse jongen in de buurt hebben zien staan. Dit strookt met de verklaringen van [X] en [Y]. Daarnaast heeft de getuige [getuige 4] nog expliciet verklaard dat zij het slaapkamerraam van de woning van nummer [nummer], zijnde de woning van de familie [A-E], geheel open zag staan. Ook hier heeft [X] over verklaard. Uit de verklaring van [A] (blz. 71) blijkt tenslotte dat zij ook op enig moment [X], [Y] en een voor haar onbekende Marokkaanse jongen bij haar huis zag toen zij uit school kwam. Zij heeft verklaard dat het haar leek dat [X] erg gehaast was, en dat zij hoorde dat zij tegen [Y] zei dat zij op moest schieten.

Over feit 3 heeft [broer van Y] verklaard dat [Y] over deze inbraak een opmerking tegen hem heeft gemaakt. De aangever heeft, aansluitend bij de verklaringen van [X] en [Y], over dit feit verklaard dat hij drie keer een harde klap hoorde en drie jongens bij de kast aan de muur van zijn fotozaak zag staan die wegliepen. Tenslotte zijn er camerabeelden, door de rechtbank ter terechtzitting bekeken, waarop de rechtbank weliswaar verdachte niet expliciet heeft kunnen herkennen, maar die wel aansluiten bij het relaas van [X] en [Y].

Tot slot worden de verklaringen van [X] en [Y] ondersteund door een zich in het dossier bevindende foto, waarop verdachte zichzelf heeft herkend. Hij is daar in aanwezigheid van [X], [Y] en de vriend van [Y] en heeft zijn arm om [X] heen geslagen. Deze foto duidt op een relatie tussen verdachte, [Y] en [X], zoals die door laatstgenoemden is omschreven en duidt er niet op dat zij, zoals door verdachte gesteld, erg weinig omgang met elkaar hadden.

Gelet op het bovenstaande, acht de rechtbank de verklaringen van [X] en [Y] betrouwbaar en voor het bewijs bruikbaar.

Met betrekking tot feit 3 overweegt de rechtbank nog het volgende. Uit de aangifte blijkt dat de kast waaruit de inhoud is gestolen, tegen de muur is bevestigd aan de buitenkant van het pand (blz. 422). Niet bewezen kan worden dat de tas uit het pand is weggenomen. Het kastje was immers buiten aan de voorgevel bevestigd. Evenmin kan wettig en overtuigend bewezen worden dat de tas is weggenomen door middel van het verbreken van een raam. Noch uit de aangifte noch uit enige andere verklaring blijkt hiervan.

Verdachte zal van deze delen van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, aangezien er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De verdachte is deswege strafbaar, nu er evenmin feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met anderen een inbraak in een kapperswinkel, diefstal uit een woning en een diefstal gepleegd. Dit zijn hinderlijke feiten, die doorgaans financiële schade en veel overlast voor de betrokkenen met zich meebrengen. Een diefstal uit een woning is daarbij extra belastend omdat verdachte daarmee inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de bewoners op een plaats waar zij zich bij uitstek veilig moeten kunnen voelen. Dergelijke feiten veroorzaken in zijn algemeenheid bovendien onrust en angst in de samenleving en in het bijzonder bij diegenen, die het overkomt. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

De rechtbank heeft voorts gelet op het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 5 januari 2012 waaruit blijkt dat verdachte behoudens een keer een boete voor een overtreding van de Wegenverkeerswet niet eerder is vervolgd of veroordeeld. Daarnaast heeft de rechtbank kennis genomen van het door de reclassering over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport d.d. 14 maart 2012. Daarin is opgenomen dat verdachte zijn leven goed op orde lijkt te hebben en dat begeleiding door de reclassering niet geïndiceerd lijkt. De reclassering onthoudt zich van advies omdat verdachte ontkent.

Naar het oordeel van de rechtbank komen de ernst van het bewezenverklaarde en de door de rechtbank in aanmerking genomen omstandigheden voldoende tot uitdrukking in de in het dictum opgenomen straf. Deze straf is lager dan door de officier van justitie gevorderd, omdat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt en voorts kennelijk meer dan de officier van justitie meer ten gunste van verdachte laat meewegen zijn jonge leeftijd en het feit dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten met justitie in aanraking is gekomen. Daarbij komt dat de rechtbank het van belang acht dat verdachte in de gelegenheid is om spoedig weer een opleiding te gaan volgen.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht;

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

De vordering van de benadeelde partijen.

Ten aanzien van feit 2 hebben de volgende partijen zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van een vordering tot schadevergoeding:

[A], groot € 250,-;

[B], groot € 1.312,92;

[C], groot € 388,25;

[D], groot € 250,-;

[E], groot € 250,-,

allen wonende te [adres 1],

en vertegenwoordigd door de gemachtigde de heer mr. [gemachtigde], DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekering-Maatschappij N.V., Amsterdam

Ter zake van de gevorderde immateriële schade, gelet op hetgeen de benadeelde partijen ter toelichting hebben aangevoerd, zal de rechtbank naar billijkheid in alle vorderingen een bedrag van € 100,- aan immateriële schade hoofdelijk toewijzen.

Met betrekking tot de vordering van [B] zal de rechtbank een bedrag aan materiële schade hoofdelijk toewijzen en wel het bedrag van € 100,- eigen risico inboedelverzekering en € 13,50 kosten slaappillen, in totaal € 113,50, zijnde directe schade uit het bewezenverklaarde feit 2.

De rechtbank zal derhalve de vorderingen als volgt toewijzen:

[A], groot € 100,-;

[B], groot € 213,50;

[C], groot € 100;

[E], groot € 100,-

[D], groot € 100.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente in alle vorderingen toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 16 december 2011 is ontstaan.

De rechtbank zal voor het overige deel de benadeelde partijen in hun vorderingen niet-ontvankelijk verklaren, aangezien ten aanzien van de gevorderde reiskosten, inkomstenderving en beveiligingskosten onvoldoende blijkt dat sprake is van rechtstreekse schade.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met hun vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden in alle gevallen begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Ten aanzien van feit 4 heeft [H] zich als benadeelde partij gevoegd. Voor dit feit zal verdachte worden vrijgesproken.

Dit brengt mee, dat de rechtbank de kosten die in verband met deze vordering zijn gemaakt zal compenseren door te bepalen dat de verdachte en de benadeelde partij ieder de eigen kosten dragen, tot zoverre begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht tezamen met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die door het onder 2 primair bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 16 december 2011 tot aan de dag waarop deze vorderingen zijn voldaan, ten behoeve van de voornoemde slachtoffers, op de wijze zoals hieronder in het dictum opgenomen.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding onder 4 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

feit 1

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen

feit 2 primair

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel, terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen

feit 3

diefstal door twee of meer verenigde personen

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 2 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de eventuele tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

wijst de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [A], een bedrag van € 100,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 16 december 2011 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [B], een bedrag van € 213,50, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 16 december 2011 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [E], een bedrag van € 100,- vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 16 december 2011 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [D], een bedrag van € 100,- vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 16 december 2011 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [C], een bedrag van € 100,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 16 december 2011 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

Alle benadeelde partijen zijn woon[adres 1].

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat vier bedragen, elk groot

€ 100,- vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 16 december 2011 tot aan de dag waarop deze vorderingen zijn voldaan ten behoeve van de slachtoffers

[A] en [E] en [C];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor telkens de duur van 2 dagen;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat een bedrag, groot € 213,50,- vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 16 december 2011 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan ten behoeve van het slachtoffer

[B].

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 4 dagen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partijen, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van de betaalde bedragen;

bepaalt dat de benadeelde partij [H] niet ontvankelijk is in de vordering;

bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten dragen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.C. van Veen, voorzitter,

mrs R. van Zeijst-Repelaer van Driel en T.L. Fernig-Rocour, rechters,

in tegenwoordigheid van V.R.G.D. Boel griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 mei 2012.