Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3359

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-03-2012
Datum publicatie
19-04-2012
Zaaknummer
AWB 12/8234
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening. Verzoeker stelt dat de claim die voor zijn terugkeer bij de aanvoerende luchtvaartmaatschappij is gelegd, in strijd is met de wet.

De voorzieningenrechter kan in het midden laten of verweerder al dan niet terecht de kosten van de uitzetting van verzoeker op de KLM afwentelt. Artikel 65 van de Vw 2000 richt zich niet tot de vreemdeling, maar tot de vervoerder. Ook als de luchtvaartclaim ten onrechte is gelegd, betekent dit niet dat de feitelijke uitzetting van verzoeker daarmee onrechtmatig is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/8234

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 maart 2012 in de zaak tussen

[verzoeker], te Oude Meer (detentiecentrum Schiphol), verzoeker

(gemachtigde: mr. W.A. Venema),

en

de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel,

verweerder.

<b>Procesverloop</b>

Op 10 maart 2012 heeft verweerder verzoeker aangezegd dat hij op 12 maart 2012 om 14.40 uur per KL577 wordt uitgezet naar Abuja, Nigeria.

Op dezelfde dag heeft verzoeker bezwaar aangetekend tegen de feitelijke uitzetting. Tevens heeft hij op deze datum de voorzieningenrechter van deze rechtbank verzocht om hangende de bezwaarschriftprocedure een voorlopige voorziening te treffen.

Verzoeker en verweerder hebben telefonisch hun standpunt gemotiveerd.

<b>Overwegingen</b>

1. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. In het kader van deze belangenafweging speelt een rol of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft (de voorlopige rechtmatigheidsbeoordeling). Voor zover de toetsing aan dit criterium met zich brengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft dit oordeel een voorlopig karakter en is niet bindend voor de beslissing in die procedure

2. Verzoeker heeft spoedeisend belang bij de beoordeling van het onderhavige verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening, omdat verweerder voornemens is hem vandaag uit te zetten.

3. Ingevolge artikel 8:83, derde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter, indien hij kennelijk onbevoegd is, of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is, uitspraak doen zonder zitting.

4. Na kennis te hebben genomen van de stukken en de standpunten van partijen acht de voorzieningenrechter in dit geval termen aanwezig om van vorenbedoelde bevoegdheid gebruik te maken.

5. Verzoeker legt aan zijn verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ten grondslag dat voor zijn terugkeer een claim bij de aanvoerende luchtvaartmaatschappij is gelegd. Op grond van die claim zou de luchtvaartmaatschappij verzoeker terug naar de plaats van vertrek moeten vervoeren. Dit is echter in strijd met artikel 5 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Daarin is immers bepaald dat de verplichting van de luchtvaartmaatschappij om een vreemdeling terug te vervoeren naar de plaats van vertrek uitsluitend geldt in het geval aan de vreemdeling de toegang tot Nederland is geweigerd. Die situatie doet zich echter met betrekking tot verzoeker niet voor, omdat hij in verband met de door hem op 13 januari 2009 ingediende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel vanaf die datum rechtmatig verblijf genoot. Verweerder kan dus geen gebruik meer maken van de luchtvaartclaim. De uitzetting is daarom onrechtmatig.

6. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de zogenaamde removal order van 12 januari 2009 toentertijd weliswaar niet is geëffectueerd, maar niet is komen te vervallen. De luchtvaartclaim is inmiddels herleefd.

7. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt.

8. Ingevolge artikel 72, derde lid, van de Vw 2000 wordt met een beschikking tevens gelijkgesteld een handeling van een bestuursorgaan ten aanzien van een vreemdeling als zodanig. Derhalve kan de feitelijke uitzetting van een vreemdeling door verweerder worden aangemerkt als een beschikking als bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, van de Awb waartegen rechtsmiddelen openstaan.

9. Ter beoordeling staat of het bezwaar tegen de feitelijke uitzetting een redelijke kans van slagen heeft.

10. In artikel 65 van de Vw 2000 zijn de verplichtingen van de vervoerder om mee te werken aan de uitzetting van een vreemdeling uitgewerkt. Deze bepaling richt zich niet tot de vreemdeling, maar tot de vervoerder (Kamerstukken II, 2002/2003, 29 016, nr. 3). De voorzieningenrechter kan naar zijn voorlopig oordeel in het midden laten of verweerder al dan niet terecht de kosten van de uitzetting van verzoeker op de Koninklijke Luchtvaartmaatschappij N.V. afwentelt. Ook als dit ten onrechte zou zijn, betekent dit niet dat de feitelijke uitzetting van verzoeker daarmee onrechtmatig is.

11. Verzoeker heeft geen andere reden aangevoerd waarom de feitelijke uitzetting onrechtmatig zou zijn.

12. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat er geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat het bezwaar van verzoeker een redelijke kans van slagen heeft. Het verzoek zal dan ook kennelijk ongegrond worden verklaard en zal met toepassing van de in rechtsoverweging 3 vermelde bevoegdheid worden afgewezen.

13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

<b>Beslissing</b>

De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.S. Klerk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P.L.M.M. Mulders, griffier.

griffier rechter

Afschriften verzonden:

<HR NOSHADE>

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.