Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW1418

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-03-2012
Datum publicatie
10-04-2012
Zaaknummer
412833 - JE RK 12-388
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg: De kinderrechter constateert dat Bureau Jeugdzorg de opdracht van de kinderrechter, zoals opgenomen in maar liefst drie verschillende beschikkingen, heeft genegeerd. Nu door Bureau Jeugdzorg wederom geen aanvullend onderzoek is verricht, heeft de kinderrechter er geen vertrouwen meer in dat de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg de zorg krijgt die hij nodig heeft. De kinderrechter ziet geen andere mogelijkheid dan het verzoek tot machtiging voor plaatsing van de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg af te wijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Opleidingen Legal 2014/31
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Kinderrechter

Rekestnummer: JE RK 12-388

Zaaknummer: 412833

Datum beschikking: 19 maart 2012

Afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg

Beschikking op het op 8 februari 2012 ingekomen verzoekschrift van:

de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, vestiging Den Haag Centrum/Scheveningen (verder: Bureau Jeugdzorg),

met betrekking tot de minderjarige:

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats];

kind uit het door echtscheiding ontbonden huwelijk van:

[de vader],

de vader,

wonende te [adres en woonplaats vader],

en

[de moeder],

de moeder,

wonende te [adres en woonplaats moeder],

die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen.

De minderjarige verblijft feitelijk in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg, te weten [naam accommodatie].

Procedure

Bij beschikking d.d. [datum beschikking] 2012 van de kinderrechter in deze rechtbank is de ondertoezichtstelling van de minderjarige verlengd van 16 februari 2012 tot 16 februari 2013, is Bureau Jeugdzorg gemachtigd de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg van 16 februari 2012 tot 20 maart 2012 en is de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden tot deze terechtzitting.

De kinderrechter heeft kennis genomen van de stukken, waaronder thans ook:

- voornoemde beschikking d.d. [datum beschikking] 2012 waarvan de inhoud als hier overgenomen dient te worden beschouwd;

- het faxbericht van de zijde van Bureau Jeugdzorg, inhoudende een conceptbehandelplan van [naam accommodatie], ingekomen ter griffie op 19 maart 2012;

De kinderrechter heeft, gelet op het late tijdstip van indienen, geen kennis kunnen nemen van de brief d.d. 15 maart 2012 van de zijde van de vader, ingekomen ter griffie op

19 maart 2012. Deze brief bevindt zich thans wel in het dossier.

Op 19 maart 2012 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank opnieuw met gesloten deuren behandeld. Hierbij zijn verschenen:

- mevrouw W. da Conçeicâo, namens Bureau Jeugdzorg;

- de vader;

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. M.T. Wernsen;

- de minderjarige, bijgestaan door zijn advocaat mr. I.G.M. van Gorkum.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot machtiging de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling. De grond voor het verzoek van Bureau Jeugdzorg is, blijkens het verzoekschrift, gelegen in het feit dat de minderjarige een weglooppatroon heeft ontwikkeld. De minderjarige grijpt iedere gelegenheid aan om zich te onttrekken aan behandeling en autoriteit. De behandeling van de minderjarige dient gecontinueerd te worden, zodat hij kan leren omgaan met vrijheden.

De vader, de moeder en de minderjarige hebben verweer gevoerd, welk verweer hierna - voor zover nodig - zal worden besproken.

Beoordeling

Mevrouw Da Conçeicâo heeft ter terechtzitting namens Bureau Jeugdzorg naar voren gebracht dat het concept behandelplan is opgesteld door de heer Boele, psycholoog en gedragswetenschapper. Bureau Jeugdzorg heeft verder niet laten onderzoeken of de minderjarige meer nodig had dan cognitieve gedragstherapie omdat het conceptbehandelplan al door een psycholoog is opgesteld. De behandeling van de minderjarige houdt in dat de cognitieve gedragstherapie zal worden voortgezet. Daarnaast is het verblijf van de minderjarige bij [naam accommodatie] op zichzelf al onderdeel van de behandeling. Het is van belang dat de minderjarige behandeld wordt. Als hij naar huis gaat, kan niet verder onderzocht worden welke behandeling hij nodig heeft.

Van de zijde van de minderjarige is gepleit voor afwijzing van het verzoek. Door de kinderrechter is bij beschikking van [datum beschikking] 2012 een duidelijke opdracht betreffende psychologisch onderzoek aan Bureau Jeugdzorg gegeven. Aan deze opdracht is geen gehoor gegeven. Bij de minderjarige is geen sprake geweest van behandeling, waardoor het verblijf van de minderjarige bij [naam accommodatie] voor hem aanvoelt als een gevangenis en de harde aanpak doet denken aan kindermishandeling. Het door Bureau Jeugdzorg overgelegde conceptbehandelplan is zeer onduidelijk. Er is geen diagnostiek afgenomen en er zal geen nader onderzoek worden verricht. De heer Boele zegt dat de minderjarige eerst moet stabiliseren en daarna verder behandeld zal worden. Bureau Jeugdzorg heeft zich niet aan de afspraken gehouden met als gevolg dat de situatie bij [naam accommodatie] voor de minderjarige niet zal veranderen.

Namens de moeder is ter terechtzitting verklaard dat de moeder van mening is dat de minderjarige bij haar thuis kan verblijven. Er is geen sprake geweest van agressie van de minderjarige jegens de moeder. De minderjarige heeft reeds vele weekenden thuis verbleven. De moeder wil de behandeling van de minderjarige bij een psychiater zelf organiseren.

De vader heeft in aanvulling op zijn brief d.d. 15 maart 2012 aangegeven dat hij had verwacht dat de gedragswetenschapper ter terechtzitting zou verschijnen om de verklaring toe te lichten. In de verklaring van de gedragswetenschapper staan kopieën uit het verzoekschrift van Bureau Jeugdzorg, geen eigen conclusies van de gedragswetenschapper. De minderjarige wordt totaal niet behandeld bij [naam accommodatie], zodat hij net zo goed naar huis kan gaan, waar hij tenminste nog liefdevol verzorgd wordt. De vader heeft de afgelopen jaren herhaaldelijk gevraagd om andere medicatie voor de minderjarige. Aan dit verzoek is uiteindelijk pas zeer recent gehoor gegeven. Het medicijn Abilify is inmiddels gestopt en de minderjarige wordt thans ingesteld op Ritalin, aldus de vader. Het Ritalin gebruik is nog te kort om conclusies over het resultaat te kunnen trekken.

De kinderrechter overweegt als volgt:

In de beschikking van [datum beschikking] 2011 heeft de kinderrechter onder meer de navolgende overweging opgenomen:

"Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat zij het van belang acht dat er op korte termijn meer duidelijkheid komt over de vervolgplek van de minderjarige en over de vervolgtherapie van de minderjarige, nu deze eerder niet van de grond zijn gekomen."

De kinderrechter heeft Bureau Jeugdzorg gemachtigd de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg van 5 oktober 2011 tot 16 november 2011. De behandeling van het verzoek is voor het overige aangehouden tot de terechtzitting van 1 november 2011 en Bureau Jeugdzorg is verzocht tijdig voor de zitting een aanvullend advies uit te brengen omtrent de vervolgplek en therapie voor de minderjarige.

Vervolgens heeft de kinderrechter in de beschikking van [datum beschikking] 2011 (nadat gebleken was dat het in de beschikking van [datum beschikking] 2011 genoemde aanvullend advies omtrent de vervolgplek en therapie niet was uitgebracht) onder meer de navolgende overweging opgenomen:

"De kinderrechter is met de raadsvrouw van oordeel dat onderzoek door een (onafhankelijke) psycholoog nodig is om te kunnen vaststellen of de minderjarige meer behandeling nodig heeft dan alleen de cognitieve gedragstherapie en gaat ervan uit dat de gezinsvoogd ervoor zal zorg dragen dat de psycholoog die de minderjarige eerder heeft onderzocht, mevrouw Hulshof, dit onderzoek zal uitvoeren. Ter terechtzitting hebben de ouders hun zorgen geuit over de voortgang van het traject. Bureau Jeugdzorg dient tijdig de overstap in het traject te starten."

De kinderrechter heeft Bureau Jeugdzorg gemachtigd de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg van 16 november 2011 tot 16 februari 2012.

Vervolgens heeft Bureau Jeugdzorg op 8 februari 2012 onderliggend verzoek ingediend.

In de tussenbeschikking van [datum beschikking] 2012 heeft de kinderrechter onder meer de navolgende overweging opgenomen:

"De kinderrechter neemt hierbij in overweging dat uit de voorgaande beschikkingen onder meer blijkt dat er meer duidelijkheid moest komen over de behandeling van de minderjarige en dat een onderzoek door een (onafhankelijke) psycholoog nodig werd geacht om te kunnen vaststellen of de minderjarige meer behandeling nodig heeft dan alleen cognitieve gedragstherapie. Dit onderzoek is echter tot op heden niet verricht. Gelet hierop zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg thans slechts voor de duur van één maand verlenen."

en:

"Als Bureau Jeugdzorg niet aan de opdracht van de kinderrechter kan voldoen, zal in beginsel het verzoek tot uithuisplaatsing van de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg worden afgewezen."

De kinderrechter heeft Bureau Jeugdzorg gemachtigd de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg van 16 februari 2012 tot 20 maart 2012 en de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden tot de terechtzitting van 19 maart 2012. Voorts heeft de kinderrechter het volgende verzoek in het dictum van de beschikking geformuleerd:

"verzoekt Bureau Jeugdzorg tijdig voor voornoemde zittingsdatum aan de rechtbank een behandelplan van [naam accommodatie] te doen toekomen - waarbij zijn betrokken de resultaten van het onderzoek verricht door hetzij mevrouw Hulshof, hetzij een andere psycholoog -, alsmede een schriftelijk verslag van de bevindingen van desbetreffende psycholoog. Indien het Bureau Jeugdzorg feitelijk niet mogelijk is om een schriftelijk verslag van de bevindingen van de psycholoog tijdig aan de rechtbank te doen toekomen, dan dient Bureau Jeugdzorg er zorg voor te dragen dat desbetreffende psycholoog ter terechtzitting verschijnt om een mondelinge toelichting te geven op de bevindingen van het bij de minderjarige verrichte onderzoek."

De kinderrechter constateert dat er niet tijdig een behandelplan is ingediend. Slechts ingediend is, enkele uren voor de terechtzitting een conceptbehandelplan, waaruit bovendien niet duidelijk blijkt wat voor behandeling de minderjarige zal gaan ontvangen. Bij dit conceptbehandelplan zijn, anders dan uitdrukkelijk in het dictum van de beschikking d.d. [datum beschikking] 2012 geformuleerd, niet betrokken de resultaten van het onderzoek verricht door mevrouw Hulshof of een andere psycholoog. Er is geen schriftelijk verslag van de bevindingen van een psycholoog, evenmin is er een psycholoog ter terechtzitting verschenen. De kinderrechter constateert dat er helemaal geen onderzoek is verricht door mevrouw Hulshof of een andere psycholoog.

De kinderrechter constateert dat Bureau Jeugdzorg met betrekking tot deze minderjarige de opdracht zoals opgenomen in maar liefst drie verschillende beschikkingen heeft genegeerd. De minderjarige is de dupe van deze gang van zaken. Naar het oordeel van de kinderrechter is deze gang van zaken schandalig.

Duidelijk is dat de minderjarige forse problemen heeft waar iets aan gedaan moet worden en al had moeten worden. Er is alle reden om aan te nemen dat er sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de zorg die hij nodig heeft zal onttrekken. Nu door Bureau Jeugdzorg wederom geen aanvullend onderzoek is verricht, heeft de kinderrechter er geen vertrouwen meer in dat de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg de zorg krijgt die hij nodig heeft. Het verblijf heeft hierdoor meer het karakter van jeugddetentie dan van jeugdzorg. Onder deze omstandigheden ziet de kinderrechter geen andere mogelijkheid dan het verzoek tot machtiging voor plaatsing van de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg af te wijzen.

Beslissing

De kinderrechter:

wijst af het verzoek tot machtiging de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Moussault, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 maart 2012, in tegenwoordigheid van L.A. Neuman-Steenaart als griffier.