Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0443

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
30-03-2012
Datum publicatie
30-03-2012
Zaaknummer
09/994525-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft samen met een medeverdachte een partij van 8 kilo kaviaar vanuit Bulgarije ingekocht, ingevoerd en aan die medeverdachte doorverkocht; die partij was niet conform de wettelijke vereisten verpakt en verzegeld. Hierdoor kon de legale herkomst van de kaviaar niet worden aangetoond hetgeen in strijd is met (internationale) regels die in het leven zijn geroepen om de steur als ernstig bedreigde diersoort, en de eieren daarvan, een beschermde status te geven. Verdachte heeft voorafgaande aan de invoer onvoldoende zorggedragen dat de partij kaviaar voldeed aan de verpakkingsvereisten hetgeen hem als professioneel handelaar, waarvan mag worden aangenomen dat hij tot in detail bekend is met de strenge regelgeving op dit gebied, is aan te rekenen. Geldboete van € 10.000,--. Zie ook LJN: BW0438 (medeverdachte X).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige economische kamer

Parketnummer 09/994525-10

Datum uitspraak: 30 maart 2012

Verstek

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in economische strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte Y],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,

adres: [adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 16 maart 2012.

De verdachte is niet ter terechtzitting verschenen.

De officier van justitie mr. R.S. Mackor heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een geldboete van € 10.000,00, subsidiair 85 dagen hechtenis.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage A aan dit vonnis is gehecht) onder 1 genummerde voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Hij in of omstreeks de periode van 2 november 2009 tot en met 17 november

2009 in de gemeente Utrecht en/of te Schiphol-Rijk in de gemeente

Haarlemmermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging, althans

alleen, al dan niet opzettelijk, eieren van dieren, behorende tot een

beschermde uitheemse diersoort (opgenomen in de Bijlage A en/of B van Vo.

(EG)338/97), te weten eieren van steurachtigen (kaviaar), te koop heeft

gevraagd en/of heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten verkoop

voorhanden of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht of ten verkoop

aangeboden en/of binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, immers

heeft hij 8 kilogram kaviaar (te weten eieren van Acipenser gueldenstaedtii

en/of Acipenser ruthenus) besteld, althans te koop gevraagd (bij [bedrijf] inc.)

en/of ingevoerd uit Bulgarije, althans binnen het grondgebied van Nederland

gebracht en/of verkocht en/of ten verkoop aangeboden aan [medeverdachte X];

art 13 lid 1 ahf/ond a Flora- en faunawet.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, te weten dat:

hij in de periode van 2 november 2009 tot en met 17 november 2009 in de gemeente Utrecht en te Schiphol-Rijk in de gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk eieren van dieren, behorende tot een beschermde uitheemse diersoort (opgenomen in de Bijlage A en/of B van Vo. (EG)338/97), te weten eieren van steurachtigen (kaviaar), heeft gekocht en heeft verworven en heeft verkocht en binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, immers heeft hij 8 kilogram kaviaar (te weten eieren van Acipenser gueldenstaedtii en Acipenser ruthenus) besteld (bij [bedrijf] inc.) en ingevoerd uit Bulgarije en verkocht aan [medeverdachte X].

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde en van de verdachte.

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met een medeverdachte een partij van 8 kilo kaviaar vanuit Bulgarije ingekocht, ingevoerd en aan die medeverdachte doorverkocht; die partij was niet conform de wettelijke vereisten verpakt en verzegeld. Hierdoor kon de legale herkomst van de kaviaar niet worden aangetoond hetgeen in strijd is met (internationale) regels die in het leven zijn geroepen om de steur als ernstig bedreigde diersoort, en de eieren daarvan, een beschermde status te geven. Verdachte heeft voorafgaande aan de invoer onvoldoende zorggedragen dat de partij kaviaar voldeed aan de verpakkingsvereisten hetgeen hem als professioneel handelaar, waarvan mag worden aangenomen dat hij tot in detail bekend is met de strenge regelgeving op dit gebied, is aan te rekenen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 1 februari 2012 betreffende verdachte waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld. Bij het vaststellen van de vermogenssanctie heeft de rechtbank voor zover mogelijk rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 1 vermelde voorwerpen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het bewezen verklaarde feit is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

- 23, 24, 24a, 36b, 36c, 47, 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 1a, 2, 6 van de Wet op de economische delicten;

- 5, 13 van de Flora- en faunawet;

- 4 van de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet;

- Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996, Bijlagen A en B.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een geldboete van € 10.000,00 (tien duizend euro);

bepaalt dat de geldboete bij gebreke van betaling en verhaal zal worden vervangen door hechtenis voor de tijd van 85 dagen;

verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst onder 1 vermelde voorwerpen, te weten 8 blikken kaviaar.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. E. Rabbie, voorzitter,

P.J. Schreuder en A. Dantuma-Hieronymus, rechters,

in tegenwoordigheid van W.M.W. van Nuss, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 maart 2012.

Mr. Dantuma-Hieronymus is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.