Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0438

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
30-03-2012
Datum publicatie
30-03-2012
Zaaknummer
09/997553-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft in strijd met de regelgeving kaviaar voorhanden gehad en hierin gehandeld. Hij heeft onbevoegd kaviaar herverpakt en verkocht en daarbij gebruik gemaakt van zelfgemaakte valse etiketten. Hierdoor kon de legale herkomst van de kaviaar niet worden aangetoond, wat in strijd is met (internationale) regels die in het leven zijn geroepen om de steur als ernstig bedreigde diersoort, en de eieren daarvan, een beschermde status te geven. Voorts heeft verdachte het vertrouwen geschonden dat in het maatschappelijk verkeer mag worden gesteld in de etikettering van verpakkingen van kaviaar door de etiketten van onjuiste informatie te voorzien. Werkstraf voor de tijd van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaar. Zie ook LJN: BW0443 (medeverdachte Y).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige economische kamer

Parketnummer 09/997553-09

Datum uitspraak: 30 maart 2012

Tegenspraak

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in economische strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte X],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

adres: [adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 16 maart 2012.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. M.R. Mantz, advocaat te Den Haag, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr. R.S. Mackor heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage A aan dit vonnis is gehecht) onder 1 tot en met 15 genummerde voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer.

De officier van justitie heeft medegedeeld dat zij voornemens is te gelegener tijd een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 januari

2007 tot en met 31 december 2009 in de gemeente 's-Gravenhage, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging, al dan niet opzettelijk,

(telkens) eieren van dieren, behorende tot een beschermde uitheemse diersoort

(opgenomen in de Bijlage A en/of B van Vo. (EG)338/97), te weten eieren van

steurachtigen (kaviaar), te weten 133,055, althans een of meer, kilogram

kaviaar, verkocht of ten verkoop aangeboden en/of vervoerd en/of ten vervoer

aangeboden en/of afgeleverd en/of binnen of buiten het grondgebied van

Nederland gebracht heeft,

onder meer heeft hij

-op of omstreeks 11 april 2008 aan vishandel [vishandel 1], 2 blikjes (elk 30

gram) kaviaar en/of

-op of omstreeks 17 april 2008 aan restaurant [restaurant 1] 3 blikjes (elk 30

gram) kaviaar en/of

-in of omstreeks de periode 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 aan

vishandel [vishandel 2] 4,280 kg, althans een hoeveelheid, kaviaar en/of

-in of omstreeks de periode 1 januari 2007 tot en met 31 december 2009 aan

restaurant [restaurant 2] 12,76 kg, althans een hoeveelheid, kaviaar verkocht of ten

verkoop aangeboden en/of vervoerd en/of ten vervoer aangeboden en/of

afgeleverd en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland gebracht

en/of

op of omstreeks 4 november 2009, eieren van dieren, behorende tot een

beschermde uitheemse diersoort (opgenomen in de Bijlage A en/of B van Vo.

(EG)338/97), te weten eieren van steurachtigen (kaviaar), te weten 257,

althans een of meer, blikken kaviaar (24 kilogram) ten verkoop voorhanden of

in voorraad en/of onder zich heeft gehad;

art 13 lid 1 ahf/ond a Flora- en faunawet

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007

tot en met 1 november 2009 in de gemeente 's-Gravenhage, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

etiketten en/of stickers, zijnde een geschrift om tot bewijs van enig feit te

dienen, valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om het als

echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, immers

heeft hij

-valselijk een etiket en/of sticker voorzien van het kenmerk "Cites: AZ000021"

(blikje B-02) en/of

-valselijk een etiket en/of sticker voorzien van het kenmerk Org: gue/c/de,

Cites: 11578/096654 (blikje B-01) en/of

- valselijk etiketten en/of stickers voorzien van kenmerken en voldeden deze

kenmerken niet aan de eisen gesteld in Vo. 865/2006/EG (blikjes A-01, A-02,

A-03), althans heeft hij valselijk etiketten en/of stickers voorzien van

kenmerken (telkens) met het oogmerk deze etiketten en/of stickers als echt en

onvervalst (op verpakkingen kaviaar) te gebruiken of door anderen te doen

gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

Hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007

tot en met 4 november 2009 in de gemeente 's-Gravenhage, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

opzettelijk, gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste geschriften, te

weten valselijk opgemaakte en/of nagemaakte etiketten en/of stickers met

betrekking tot kaviaar, als waren deze echt en onvervalst

dan wel valselijk opgemaakt en/of nagemaakte etiketten en/of stickers en/of

verpakkingen kaviaar voorzien van zodanige etiketten en/of stickers, althans

geschriften, voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest

vermoeden dat deze geschriften bestemd waren voor echt en onvervalst gebruik,

immers

heeft hij verpakkingen met kaviaar voorzien van etiketten en/of stickers

en

- waren deze etiketten niet voorzien van CITES-nummers en/of

- werden op deze etiketten niet de gegevens van de (her)verpakker vermeld en/of

- werd op deze etiketten een CITES-nummer (AZ000021) vermeld dat bij een

andere partij kaviaar behoorde en/of

- werd op deze etiketten een onjuiste verpakkingsdatum vermeld, althans

voldeden deze etiketten niet aan de eisen gesteld in Vo. (EG) 865/2006

en heeft hij

- 2.144, althans meerdere, verpakkingen kaviaar voorzien van voormelde

etiketten en/of stickers ten verkoop aangeboden en/of verkocht en/of

- op 4 november 2009 257 verpakkingen kaviaar voorzien van voormelde etiketten

en/of stickers voorhanden gehad,

terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze geschriften

bestemd waren voor echt en onvervalst gebruik;

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2009 in de gemeente 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, telkens eieren van dieren, behorende tot een beschermde uitheemse diersoort (opgenomen in de Bijlage A en/of B van Vo. (EG)338/97), te weten eieren van steurachtigen (kaviaar), te weten ten minste 16 kilogram kaviaar, verkocht of ten verkoop aangeboden en afgeleverd en binnen het grondgebied van Nederland gebracht heeft,

onder meer heeft hij

-op 11 april 2008 aan vishandel [vishandel 1], 2 blikjes (elk 30 gram) kaviaar en

-op 17 april 2008 aan restaurant [restaurant 1] 3 blikjes (elk 30 gram) kaviaar en

-in de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 aan vishandel [vishandel 2] een hoeveelheid kaviaar en

-in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2009 aan restaurant [restaurant 2] 12,76 kg kaviaar verkocht en

op 4 november 2009, eieren van dieren, behorende tot een beschermde uitheemse diersoort (opgenomen in de Bijlage A en/of B van Vo. (EG)338/97), te weten eieren van steurachtigen (kaviaar), te weten 257 blikken kaviaar (24 kilogram) in voorraad en onder zich heeft gehad;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2007 tot en met 1 november 2009 in de gemeente 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen telkens etiketten en/of stickers, zijnde een geschrift om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, immers heeft hij

-valselijk een etiket en/of sticker voorzien van het kenmerk "Cites: AZ000021" (blikje B-02) en

-valselijk een etiket en/of sticker voorzien van het kenmerk Org: gue/c/de, Cites: 11578/096654 (blikje B-01) en

- valselijk etiketten en/of stickers voorzien van kenmerken en voldeden deze kenmerken niet aan de eisen gesteld in Vo. 865/2006/EG (blikjes A-01, A-02, A-03);

3.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2007 tot en met 4 november 2009 in de gemeente 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse geschriften, te weten valselijk opgemaakte en/of nagemaakte etiketten en/of stickers met betrekking tot kaviaar, als waren deze echt en onvervalst dan wel valselijk opgemaakte en/of nagemaakte etiketten en/of stickers en/of

verpakkingen kaviaar voorzien van zodanige etiketten en/of stickers voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat deze geschriften bestemd waren voor echt en onvervalst gebruik,

immers heeft hij verpakkingen met kaviaar voorzien van etiketten en/of stickers en

- waren deze etiketten niet voorzien van CITES-nummers en

- werden op deze etiketten niet de gegevens van de (her)verpakker vermeld en

- werd op deze etiketten een CITES-nummer (AZ000021) vermeld dat bij een

andere partij kaviaar behoorde en

- werd op deze etiketten een onjuiste verpakkingsdatum vermeld

en heeft hij meerdere verpakkingen kaviaar voorzien van voormelde etiketten en/of stickers ten verkoop aangeboden en verkocht en

- op 4 november 2009 257 verpakkingen kaviaar voorzien van voormelde etiketten

en/of stickers voorhanden gehad,

terwijl hij wist dat deze geschriften bestemd waren voor echt en onvervalst gebruik.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde en van de verdachte.

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straffen en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in strijd met de regelgeving kaviaar voorhanden gehad en hierin gehandeld. Hij heeft - kort gezegd - onbevoegd kaviaar herverpakt en verkocht en daarbij gebruik gemaakt van zelfgemaakte valse etiketten. Hierdoor kon de legale herkomst van de kaviaar niet worden aangetoond, wat in strijd is met (internationale) regels die in het leven zijn geroepen om de steur als ernstig bedreigde diersoort, en de eieren daarvan, een beschermde status te geven. Voorts heeft verdachte het vertrouwen geschonden dat in het maatschappelijk verkeer mag worden gesteld in de etikettering van verpakkingen van kaviaar door de etiketten van onjuiste informatie te voorzien.

Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank mede rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte blijkens het uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 1 februari 2012 niet eerder met justitie in aanraking is geweest. Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking het tijdsverloop alvorens deze zaak ter berechting is aangebracht. De rechtbank acht, gelet op het vorenstaande, het opleggen van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de officier van justitie is gevorderd, niet opportuun. Zij zal verdachte in plaats daarvan een werkstraf opleggen voor de maximale duur. Tevens zal verdachte worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur om hem ervan te doordringen zich in de toekomst niet meer met dit soort praktijken in te laten.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 1 tot en met 15 vermelde voorwerpen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen de bewezen verklaarde feiten zijn begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 47, 56, 57, 225 van het Wetboek van Strafrecht;

- 1a, 2, 6 van de Wet op de economische delicten;

- 5, 13 van de Flora- en faunawet;

- 4 van de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet;

- Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996, Bijlagen A en B.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3:

medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd

en

medeplegen van opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van 240 UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 120 DAGEN;

veroordeelt de verdachte voorts tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 6 MAANDEN;

bepaalt dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst onder 1 tot en met 15 genummerde voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. E. Rabbie, voorzitter,

P.J. Schreuder en A. Dantuma-Hieronymus, rechters,

in tegenwoordigheid van W.M.W. van Nuss, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 maart 2012.

Mr. Dantuma-Hieronymus is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.