Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0126

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-03-2012
Datum publicatie
28-03-2012
Zaaknummer
415368 / KG ZA 12-290
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2012:BW1449, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens Albayrak op grond waarvan Albayrak aanspraak zou kunnen maken op afgifte van alle aan het conceptrapport ten grondslag liggende stukken, is niet aannemelijk geworden. De vordering tot afgifte van stukken wordt afgewezen. De voorzieningenrechter ziet evenmin aanleiding de publicatie van het conceptrapport te verbieden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0303
RAR 2012/93
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 415368 / KG ZA 12-290

Vonnis in kort geding van 26 maart 2012

in de zaak van

[mevr. Albayrak],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. A.P.J.M. Verbeek te Amsterdam,

tegen:

de Staat der Nederlanden (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties),

zetelende te 's-Gravenhage,

gedaagde,

advocaat mr. C.M. Bitter te 's-Gravenhage.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als 'Albayrak' en 'de Staat'.

1. Het procesverloop

Albayrak heeft de Staat op 16 maart 2012 doen dagvaarden om op 21 maart 2012 te verschijnen ter zitting van de voorzieningenrechter van deze rechtbank. De zaak is op die datum behandeld. De raadsvrouwe van de Staat heeft per e-mailbericht van 21 maart 2012 aan de voorzieningenrechter een afschrift van het op 9 maart 2012 aan Albayrak toegezonden conceptrapport doen toekomen. Door de raadsvrouwe van Albayrak is aan de voorzieningenrechter per e-mailbericht van 21 maart 2012 als bijlage toegezonden haar e-mailbericht van 11 maart 2012 te 16:40 uur aan de Staat. Tussen partijen is tijdens de zitting afgesproken dat de voorzieningenrechter van voornoemde documenten als achtergrondinformatie bij de beoordeling van de zaak kennis zal kunnen nemen. Er is op 26 maart 2012 door middel van een verkort vonnis uitspraak gedaan. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 21 maart 2012 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1. Albayrak is vanaf 2001 werkzaam bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COA), laatstelijk in de functie van Algemeen Directeur.

2.2. Bij brief van 27 september 2011 is door de Raad van Toezicht van het COA aan Albayrak meegedeeld dat zij per direct op non-actief wordt gesteld hangende het onderzoek naar salarisbetalingen en vergoedingen binnen het COA.

2.3. De heer G.B.M. Leers, minister voor Immigratie en Asiel (hierna: Minister Leers), heeft bij brief van 30 september 2011 aan de Tweede Kamer bericht dat er een onafhankelijk onderzoek naar het COA zal worden verricht.

2.4. Het COA heeft Albayrak op 11 oktober 2011 (opnieuw) bericht, dat zij op non-actief wordt gesteld.

2.5. In de brief van Minister Leers aan de Tweede Kamer van 11 oktober 2011 is onder meer het volgende opgenomen:

"(...)

Het onafhankelijk feitenonderzoek naar het functioneren van het COA is gericht op het werkklimaat en de bestuursstructuur van het COA. Het onderzoek heeft daarnaast als doel aanbevelingen te doen over maatregelen die genomen kunnen worden indien verbeteringen nodig en mogelijk zijn voor een optimaal functioneren van het COA als onderdeel van de vreemdelingenketen (...)"

2.6. Bij Instellingsbesluit commissie van onderzoek COA van 25 november 2011 (hierna: het Instellingsbesluit) heeft Minister Leers de Commissie van onderzoek Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: de Commissie Scheltema) ingesteld. In dit besluit is in artikel 2 opgenomen dat de Commissie Scheltema tot taak heeft om onderzoek te doen naar het functioneren van het COA gericht op het werkklimaat, de bestuursstructuur en de gang van zaken rondom de salariëring van de directieleden van het COA. Daarnaast heeft de Commissie Scheltema volgens dit artikel de taak om aanbevelingen te doen over maatregelen die genomen kunnen worden indien verbeteringen nodig en mogelijk zijn voor een optimaal functioneren van het COA als onderdeel van de vreemdelingenketen.

2.7. In artikel 5 van het Instellingsbesluit is bepaald dat de Commissie Scheltema haar onderzoek naar eigen inzicht inricht.

2.8. In artikel 6 van het Instellingsbesluit is opgenomen dat de Commissie Scheltema met de informatie en reacties die zij in het kader van het onderzoek rechtstreeks of via derden ontvangt vertrouwelijk om zal gaan. Verder is in dit artikel bepaald dat als medewerkers van het COA, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of van het ministerie van Veiligheid en Justitie of andere betrokkenen worden gehoord de Commissie Scheltema ervoor zorg draagt, dat dit in volledige vertrouwelijkheid gebeurt.

2.9. Minister Leers heeft bij brief van 25 november 2011 aan de Commissie Scheltema voor zover hier van belang het volgende meegedeeld:

"(...)

Onder verwijzing naar de brief aan de Tweede Kamer van 11 oktober 2011 en naar het instellingsbesluit van uw Commissie, verleen ik u de volgende onderzoeksopdracht.

1.

Het verrichten van een onderzoek naar het functioneren van het COA gericht op het werkklimaat, de bestuursstructuur en de gang van zaken rondom de salariëring van de directieleden van het COA.

Met het onderzoek wordt inzichtelijk gemaakt:

* in hoeverre de bij het ZBO betrokken actoren waaronder mevrouw Albayrak, de Raad van Toezicht, de Ondernemingsraad en het departement hebben gehandeld naar de uitgangspunten die voortvloeien uit "good public governance" c.q. hun rol adequaat hebben ingevuld, met name ten aanzien van het werkklimaat en de bestuursstructuur.

* of gebruik is gemaakt van de bestaande klachtmogelijkheden binnen het COA en zo niet, wat daar de redenen van zijn.

* welke actoren, in welke rol en in welke periode verantwoordelijk waren voor de bezoldiging van mevrouw Albayrak.

2.

Het doen van aanbevelingen over maatregelen die genomen kunnen worden indien verbeteringen nodig en mogelijk zijn voor een optimaal functioneren van het COA als onderdeel van de vreemdelingenketen. (...)"

2.10. De Commissie Scheltema heeft op 5 december 2011 een protocol betreffende de vertrouwelijkheid van de aan deze commissie verstrekte informatie vastgesteld. In dit protocol is - voor zover hier van belang - het volgende opgenomen:

"(...)

1. De informatie die aan de Onderzoekscommissie wordt verstrekt tijdens interviews, gesprekken of via de website of anderszins, wordt vertrouwelijk behandeld. Dit betekent dat zij alleen door de Onderzoekscommissie wordt gebruikt in het kader van het onderhavige onderzoek.

2. In de rapportages van de Onderzoekscommissie zal geen tot personen herleidbare informatie worden opgenomen en zullen geen personen worden genoemd indien de verstrekkers van de informatie dat hebben gevraagd of de Onderzoekscommissie het vertrouwelijke karakter van de informatie heeft moeten begrijpen. Dit geldt ook voor andere mededelingen van de commissie naar buiten.

3. De in punt 2 beschreven handelwijze geldt niet voor personen die een functie vervullen of hebben vervuld bij de (rechtsvoorgangers van de) Raad van Toezicht en Raad van Bestuur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, en voor (oud)bewindslieden.

4. Van de interviews die de Onderzoekscommissie houdt worden gespreksverslagen gemaakt. Ten behoeve daarvan wordt het gesprek op de band vastgelegd, tenzij de gesprekspartner daar bezwaar tegen heeft. De bandopnamen worden vernietigd nadat het verslag definitief is vastgesteld.

5. Het gespreksverslag - dat doorgaans geen woordelijk verslag zal zijn - wordt aan de gesprekspartner voorgelegd. Door hem/haar geconstateerde onjuistheden in het verslag zullen, eventueel na vergelijking met de bandopname, gecorrigeerd worden. Bovendien kan betrokkene in een naschrift bij het verslag aanvullende informatie verstrekken of nadere inzichten naar voren brengen.

6. Het gespreksverslag wordt definitief vastgesteld nadat de reactie van de gesprekspartner ontvangen of binnen een door de Onderzoekscommissie gestelde redelijke termijn geen reactie is ontvangen. (...)

9. Dit protocol wordt op de website van de Onderzoekscommissie geplaatst, en de inhoud ervan wordt aan ieder die voor een interview wordt uitgenodigd, ter kennis gebracht."

2.11. Bij arrest van 10 januari 2012 heeft het gerechtshof 's-Gravenhage onder meer de op non-actiefstelling van 11 oktober 2011 opgeheven en het COA veroordeeld om Albayrak toe te laten tot haar gebruikelijke werkzaamheden met ingang van veertien dagen na betekening van dat arrest maar in ieder geval niet eerder dan met ingang van 1 maart 2012.

2.12. Naar aanleiding van het arrest van 10 januari 2012 zijn het COA en Albayrak met elkaar in overleg getreden. Dit overleg heeft erin geresulteerd dat Albayrak te kennen heeft gegeven haar werkzaamheden voor een korte periode op te schorten totdat het rapport van de Commissie Scheltema openbaar is gemaakt.

2.13. Albayrak heeft op 9 maart 2012, nadat zij en haar advocaten een geheimhoudingsverklaring hadden ondertekend, delen van het conceptrapport met de daarbij behorende bijlagen van de Commissie Scheltema ontvangen. In de bij het conceptrapport meegezonden brief van de Commissie Scheltema wordt Albayrak verzocht om op 14 maart 2012 om 12:30 uur haar reactie op het conceptrapport ten kantore van de commissie te bespreken.

2.14. Het conceptrapport van de Commissie Scheltema van 9 maart 2012 heeft de volgende bijlagen:

1. Het Instellingsbesluit

2. De opdracht van Minister Leers aan de Commissie Scheltema

3. Een lijst met categorieën personen met wie de Commissie Scheltema heeft gesproken

4. Het verslag van het vragenlijstonderzoek onder medewerkers (inclusief de vragenlijst)

5. Het feitenrelaas salaris (2011).

2.15. De raadsvrouwe van Albayrak heeft per e-mailbericht van 11 maart 2012 te 16:40 uur aan de Commissie Scheltema bericht, dat Albayrak eraan twijfelt of het conceptrapport zorgvuldig tot stand is gekomen.

2.16. Bij brief van 13 maart 2012 heeft de Commissie Scheltema aan de raadsvrouwe van Albayrak voor zover hier van belang het volgende bericht:

"(...)

Bij brief van 9 maart 2012 heeft de Commissie de relevante delen van het concept-rapport van de Onderzoekscommissie COA aan uw cliënte (...) toegezonden, met bevestiging van de afspraak om haar reactie morgen, woensdag 14 maart 2012 te 12.30 uur, te bespreken. (...)

Het definitieve rapport zal worden voorzien van enkele bijlagen, niet van alle stukken waarvan de commissie bij de uitvoering van zijn werkzaamheden kennis heeft genomen en evenmin van vertrouwelijke gespreksverslagen. De commissie ziet ook geen grondslag om deze stukken niettemin aan u ter beschikking te stellen, waarbij de commissie ook verwijst naar het Onderzoeksprotocol; de commissie hecht er bovendien sterk aan om de aan alle geïnterviewde personen toegezegde vertrouwelijkheid gestand te doen. (...)

Allereerst geeft de commissie uw cliënte dringend in overweging om, al dan niet vergezeld door u, aan de voor morgen gemaakte afspraak gevolg te geven, zodat zij haar commentaar naar aanleiding van de afgelopen vrijdag toegezonden delen van het concept-rapport en andere opmerkingen naar voren kan brengen. Voorts biedt de commissie uw cliënte de gelegenheid om uiterlijk vrijdag 16 maart 2012 te 12.00 uur ook schriftelijk haar commentaar, zowel op mogelijke feitelijke onjuistheden als andere reacties/opmerkingen, naar voren te brengen.

Na ontvangst van alle reacties (ook van andere betrokkenen) zal het concept-rapport vanaf vrijdag 16 maart 2012 te 12.00 uur over het weekeinde geconverteerd worden in een definitief rapport, waarin alle reacties zullen worden meegenomen en in voorkomend geval verwerkt. Het lag in de bedoeling om dat rapport vervolgens op woensdag 21 maart 2012 te presenteren, maar uit een oogpunt van extra zorgvuldigheid en om het beginsel van hoor en wederhoor nog verdere invulling te geven, is de commissie bereid om dat definitieve rapport - dus in integrale vorm - onder embargo eerst aan u(w cliënte) voor te leggen, met een nadere gelegenheid om daarop schriftelijk commentaar te geven. Dat nadere commentaar zal, voor zover daarvoor aanleiding is, in het uiteindelijk te publiceren rapport worden verwerkt. Indien u daar prijs op stelt zal dit commentaar als bijlage aan het rapport worden gehecht, zodat tegelijk met het rapport van de reactie van uw cliënte kennis kan worden genomen. (...)"

2.17. Bij e-mailbericht van 13 maart 2012 heeft de raadsvrouwe van Albayrak aan de Commissie Scheltema onder meer het volgende bericht:

"(...)

Allereerst dank voor uw reactie van heden namens de commissieleden van de onderzoekscommissie van het COA. Namens cliënte blijf ik mij echter op het standpunt stellen dat er geen sprake is van een zorgvuldig geboden mogelijkheid tot wederhoor naar aanleiding van de concept rapportage. Alhoewel de handreiking van de commissie met betrekking tot de input van cliente op het integrale rapport dezerzijds wordt gewaardeerd,komt het bieden van deze mogelijke input op de definitieve rapportage, die eventueel in het rapport zal worden verwerkt, althans daaraan zal worden gehecht, niet tegemoet aan deze eis van wederhoor. Alvorens cliënte, mondeling dan wel schriftelijk, kan reageren op het conceptonderzoek, ontvangt zij graag de onderliggende stukken zoals reeds eerder herhaaldelijk door mij verzocht. (...)"

2.18. Bij brief van 14 maart 2012 heeft de Commissie Scheltema aan de raadsvrouwe van Albayrak onder meer het volgende meegedeeld:

"(...)

In uw verzoeken om achterliggend materiaal moet onderscheid worden gemaakt tussen vertrouwelijke stukken (zoals gespreksverslagen) en niet-vertrouwelijke stukken. De vertrouwelijke stukken zullen niet ter beschikking kunnen worden gesteld, om redenen als in de brief van gisteren aangegeven. Wat betreft de niet-vertrouwelijke stukken verdient opmerking dat de commissie acht heeft geslagen op een zeer grote hoeveelheid stukken, die als volgt kunnen worden gerubriceerd: (...)

Het dient geen enkel doel, ook niet het recht op wederhoor, om al die stukken, die overigens voor het merendeel aan uw cliënte bekend zullen zijn, in kopie ter beschikking te stellen. Niettemin is de commissie bereid om u en uw cliënte morgen, donderdag 15 maart 2012 te 14.00 uur, te ontvangen om kennis te nemen van uw (feitelijke) commentaar op de afgelopen vrijdag toegezonden delen van het concept-rapport. Mocht daarbij blijken dat uwerzijds op deelpunten de behoefte bestaat aan kennisneming van bepaalde onderliggende niet-vertrouwelijke stukken, dan kunnen die in overleg worden verstrekt. (...)"

2.19. De Commissie Scheltema heeft bij brief van 15 maart 2012 haar onderzoeksmethode toegelicht en Albayrak verzocht om op het aan haar toegezonden conceptrapport te reageren voor 16 maart 2012 12:00 uur.

3. Het geschil

3.1. Albayrak vordert - zakelijk weergegeven - de Staat:

i) te veroordelen om aan haar, althans haar advocaat, althans een onafhankelijk forensisch onderzoeker/registeraccountant alle relevante informatie te verstrekken, waaronder de niet openbare documenten, gespreksverslagen en bandopnames alsmede de ontbrekende hoofdstukken en bijlagen behorend bij het rapport van de Commissie Scheltema van 9 maart 2012, op straffe van een dwangsom;

ii) te verbieden tot publicatie van het thans voorliggende rapport over te gaan totdat aan Albayrak de mogelijkheid van wederhoor is geboden en zij daartoe daadwerkelijk is overgegaan, op straffe van een dwangsom;

iii) te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 10.000,-- ten titel van buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2. Daartoe stelt Albayrak dat de Staat jegens haar onrechtmatig handelt gelet op het volgende. Albayrak heeft geen reële mogelijkheid tot wederhoor, want zij heeft van de Commissie Scheltema op 9 maart 2012 slechts delen van het conceptrapport gekregen. Zij moet daarom in de gelegenheid worden gesteld om van het gehele rapport kennis te nemen om daarop haar reactie te kunnen geven. In de delen van het conceptrapport waarvan Albayrak kennis heeft kunnen nemen, zijn feiten aantoonbaar onjuist, tegenstrijdig en/of onbegrijpelijk door de Commissie Scheltema opgenomen. Daar komt bij dat Albayrak de voorgelegde onderzoeksresultaten niet kan beoordelen, omdat de Commissie Scheltema deze voor een groot deel baseert op verklaringen van anonieme gesprekspartners. Albayrak betwijfelt of de Commissie Scheltema die verklaringen goed in het rapport heeft weergegeven. Mevrouw [ou-bestuursvoorzitter] (hierna: [oud-bestuursvoorzitter COA]), oud bestuursvoorzitter van het COA, heeft namelijk aan Albayrak verklaard dat zij door de weergave in het conceptrapport van hetgeen zij aan de Commissie Scheltema heeft verklaard in haar integriteit wordt aangetast. Er zijn inmiddels diverse onderzoeken verricht die in het voordeel van Albayrak spreken, maar die resultaten zijn ten onrechte niet in het conceptrapport opgenomen. Daarentegen is het rapport Hoffmann wel in het conceptrapport opgenomen terwijl Albayrak nog niet in de gelegenheid is gesteld om op het rapport Hoffmann te reageren. Laatstgenoemd rapport bevindt zich ook nog in een conceptfase. Bovendien is het bureau Hoffmann teveel verbonden met het COA, zodat sprake lijkt van belangenverstrengeling. Het is derhalve onzorgvuldig van de Commissie Scheltema om het rapport Hoffmann in haar conceptrapport te gebruiken. De onderzoeksscope van de opdracht aan de Commissie Scheltema is tijdens het onderzoek ten onrechte uitgebreid en verbreed. Het onderzoek behelst met name de persoon Albayrak en haar functioneren. Albayrak wordt enkel in de gelegenheid gesteld wederhoor te geven aan de achterdeur terwijl de Commissie Scheltema Albayrak aan de voordeur die gelegenheid zou moeten bieden. De Commissie Scheltema heeft gelet op het vorenstaande geen invulling gegeven aan het beginsel van hoor en wederhoor, fair play en equality of arms, zodat geconcludeerd moet worden dat het conceptrapport niet zorgvuldig tot stand is gekomen.

3.3. De Staat voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. Ter beoordeling ligt voor - samengevat - of de Staat onrechtmatig jegens Albayrak heeft gehandeld.

4.2. Albayrak heeft in het kader van haar vordering tot afgifte van stukken aansluiting gezocht bij artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Vooropgesteld moet worden dat artikel 843a Rv niet voorziet in een onbeperkt recht op inzage van bescheiden jegens degene die deze te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, maar dat deze bepaling het recht op inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde bescheiden afhankelijk stelt van enkele cumulatieve vereisten. Ingevolge lid 1 van genoemd artikel moet de eiser in elk geval een rechtmatig belang hebben bij de inzage, het afschrift of het uittreksel en moet hij inzage, afschrift of een uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarbij hij of zijn rechtsvoorganger partij is; daaronder valt mede een rechtsbetrekking uit onrechtmatige daad. Het ligt op de weg van de partij die exhibitie verlangt (Albayrak) om voldoende concrete feiten en omstandigheden te stellen waaruit naar normale ervaringsregels de mogelijkheid van aansprakelijkheid kan worden afgeleid.

Opdracht

4.3. De voorzieningenrechter overweegt dat de Commissie Scheltema tot taak heeft om zelfstandig onderzoek te doen naar het functioneren van het COA gericht op het werkklimaat, de bestuursstructuur en de gang van zaken rondom de salariëring van de directieleden van het COA en de Commissie Scheltema zo nodig aanbevelingen kan doen voor de toekomst. De Commissie Scheltema heeft een grote mate van vrijheid gekregen om het onderzoek naar eigen goeddunken in te richten (zie het Instellingsbesluit). Dat sprake is van een onderzoek naar in het bijzonder (het functioneren van) de persoon Albayrak is gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door de Staat en de hiervoor omschreven aan de Commissie Scheltema voorgelegde onderzoeksvragen niet aannemelijk geworden. Dat een uitbreiding buiten de gegeven onderzoeksopdracht heeft plaatsgevonden is niet gebleken. In dat verband overweegt de voorzieningenrechter verder dat het bij beantwoording van voornoemde onderzoeksvragen onvermijdelijk is dat het handelen van de bij het COA betrokken directieleden - onder wie Albayrak - aan de orde komt. Zulks is in beginsel niet onrechtmatig, ook niet indien kritische conclusies worden getrokken ten aanzien van de hiervoor bedoelde personen. Dit zou anders worden indien aan de opzet van het onderzoek of de wijze van uitvoering ernstige gebreken kleven. Naar voorlopig heeft de Staat in dat kader echter niet onrechtmatig gehandeld jegens Albayrak op grond waarvan zij aanspraak zou kunnen maken op afgifte van de door haar verlangde stukken. Daartoe is het volgende redengevend.

Onvolledig rapport

4.4. De Staat heeft gemotiveerd betwist dat Albayrak geen volledige reactie kan geven op het conceptrapport, omdat zij daarvan slechts enkele delen heeft gekregen. Daartoe voert de Staat aan dat Albayrak de volledige hoofdstukken 1 tot en met 5 van het conceptrapport heeft ontvangen. Hoofdstuk 6 bestaat uit conclusies ten aanzien van alle betrokkenen bij het onderzoek (de Raad van Toezicht, de Ondernemingsraad, het departement en Albayrak). Voor iedere betrokkene geldt dat hij/zij alleen inzage krijgt in de conceptconclusie uit dat hoofdstuk die hem/haar betreft. Zodoende heeft Albayrak alleen het op haar betreffende onderdeel van dat hoofdstuk ontvangen. Hoofdstuk 7 bevat ten slotte lessen en aanbevelingen voor de toekomst. Laatstgenoemd hoofdstuk is volgens de Staat aan geen enkele betrokkene ter inzage gegeven, omdat dat op 9 maart 2012 nog diende te worden ingevuld. Aan Albayrak zijn eveneens alle bijlagen bij het conceptrapport ter beschikking gesteld, aldus de Staat.

4.5. Naar voorlopig oordeel heeft Albayrak niet aannemelijk gemaakt, dat zij niet afdoende op het conceptrapport kan reageren, omdat zij niet alle delen daarvan heeft ontvangen. Onweersproken is immers dat de hoofdstukken 1 tot en met 5, het op haar betrekking hebbende onderdeel van hoofdstuk 6 en de bij het conceptrapport behorende bijlagen aan haar ter beschikking zijn gesteld. Dat zij de conclusies van hoofdstuk 6 die betrekking hebben op andere actoren niet heeft gekregen ligt in de rede. Albayrak heeft ook niet aannemelijk gemaakt waarom van belang zou zijn dat zij ook daarop kan reageren. Verder bevreemdt het niet dat hoofdstuk 7 niet is toegezonden als dat hoofdstuk bij toezending van het concept nog niet was ingevuld. Een en ander leidt tot het voorlopig oordeel dat het recht op wederhoor in dit verband niet is geschonden.

Geen wederhoor

4.6. Door de Staat is vervolgens betwist dat Albayrak geen reële mogelijkheid tot wederhoor heeft gekregen, omdat de resultaten van het onderzoek zijn gebaseerd op anonieme gesprekspartners. Daartoe heeft de Staat aangevoerd dat in het kader van het onderzoek door de Commissie Scheltema met bijna 100 mensen is gesproken. Aan deze personen is voorafgaand aan de gesprekken het protocol toegezonden en vertrouwelijkheid toegezegd. Verder zijn deze personen allemaal aan de Commissie Scheltema bekend. Naar aanleiding van de interviews zijn gespreksverslagen gemaakt. Die verslagen zijn aan de gesprekspartners voorgelegd, zodat zij daarop konden reageren. De bandopnamen van een gesprek zijn, nadat het gespreksverslag definitief was vastgesteld, vernietigd. De informatie die van deze gesprekspartners is verkregen is in het conceptrapport weergegeven op een manier zodat deze niet herleidbaar is naar de individuele gesprekspartner behoudens in het geval het personen betreft die een functie vervullen of hebben vervuld binnen het COA en bij (oud)bewindslieden. Een en ander overeenkomstig het door de Commissie Scheltema opgestelde protocol. In dit verband is verder van belang dat de Commissie Scheltema zich in het conceptrapport uitsluitend heeft gebaseerd op informatie die is bevestigd door ten minste twee bronnen. Er is geen informatie gebruikt die niet kon worden bevestigd op basis van documenten dan wel door andere gesprekspartners. Ten slotte is door de Commissie Scheltema nimmer geheimhouding van gesprekspartners afgedwongen, aldus de Staat.

4.7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de Commissie Scheltema op een onrechtmatige wijze gebruik heeft gemaakt van anonieme bronnen. Voor zover daarmee door Albayrak de resultaten worden bedoeld die uit een in het kader van het onderzoek gevoerde enquête zijn verkregen gaat die stelling niet op. Een enquête is immers in de regel een anoniem onderzoek. Daarom valt niet in te zien waarom de Commissie Scheltema daarvan geen gebruik zou mogen maken. Dat aan het bij de enquête gehouden vragenlijstonderzoek een gebrek kleeft is immers gesteld noch gebleken. Bovendien heeft Albayrak kennis kunnen nemen van het verslag van het vragenlijstonderzoek inclusief de vragenlijsten die als bijlage deel uitmaken van het conceptrapport. De door Albayrak geuite twijfel of de Commissie Scheltema de bij de individuele gesprekken verkregen informatie correct in het conceptrapport heeft weergegeven deelt de voorzieningenrechter niet. Voor zover Albayrak doelt op de aan haar gedane mededeling van [oud-bestuursvoorzitter COA], is dat onvoldoende voor bevestiging van de door Albayrak geuite twijfel. Immers ook aan [oud-bestuursvoorzitter COA] is het conceptrapport gezonden met het verzoek desgewenst commentaar te leveren. Indien een onjuist gebruik gemaakt zou zijn van het gespreksverslag van [oud-bestuursvoorzitter COA] is zijzelf in de gelegenheid de Commissie Scheltema daarop te wijzen, aldus de Commissie in staat stellend haar conceptrapport aan te passen. Verder wordt overwogen dat Albayrak met de voorgenomen werkwijze aangaande de hiervoor bedoelde gesprekken, zoals neergelegd in het (gedeeltelijk onder 2.10 weergegeven) protocol, bekend was. Voorafgaande aan de conceptrapportage heeft zij zich daartegen echter niet verzet. Voorts is niet aannemelijk geworden dat de Commissie Scheltema de geïnterviewden geheimhouding heeft opgelegd, anders dan - evenals Albayrak - bij inzage van het conceptrapport. De voorzieningenrechter overweegt dat het aan Albayrak toekomende recht op wederhoor niet zover reikt, dat zij door kennisname van de vertrouwelijke gespreksverslagen kan onderzoeken of de hiervoor bedoelde informatie in het conceptrapport juist is weergegeven. Albayrak moet ook zonder kennis van de inhoud van hiervoor bedoelde gespreksverslagen in staat worden geacht op het conceptrapport haar op- en aanmerkingen te geven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Albayrak niet aannemelijk heeft kunnen maken dat er redenen bestaan om eraan te twijfelen dat de Commissie Scheltema niet integer heeft gehandeld bij gebruikmaking van informatie uit voornoemde gespreksverslagen. Het belang van de aan de gesprekspartners toegezegde vertrouwelijkheid moet daarom zwaarder wegen dan het belang van Albayrak om ook van de vertrouwelijke stukken kennis te kunnen nemen. De Commissie Scheltema handelt aldus niet onrechtmatig jegens Albayrak door haar inzage in voornoemde stukken te weigeren.

Onjuistheden in rapport

4.8. Naar voorlopig oordeel heeft de Staat er terecht opgewezen dat voor zover Albayrak zich op het standpunt stelt dat in het conceptrapport feiten aantoonbaar onjuist, tegenstrijdig en/of onbegrijpelijk zijn, zij dit zelf in haar reactie aan de Commissie Scheltema dient aan te geven. Haar reactie zou dan mogelijk kunnen leiden tot een correctie. Daarnaast kan Albayrak in haar reactie ook ingaan op conclusies of bevindingen waarover zij anders denkt. Zij had voor bevindingen in het rapport die voor haar onduidelijk of onbegrijpelijk zijn zowel schriftelijk als tijdens de aan haar aangeboden gesprekken om een toelichting kunnen vragen. Om haar reactie op het conceptrapport te kunnen geven, heeft Albayrak daarom naar voorlopig oordeel niet alle onderliggende stukken nodig. Bovendien is Albayrak door de Commissie Scheltema in de brief van 14 maart 2012 de gelegenheid geboden om desgewenst de niet-vertrouwelijke stukken in te zien ten kantore van de commissie. Er is verder bij brieven van 9 maart 2012, 13 maart 2012, 14 maart 2012 en 15 maart 2012 steeds om haar respons op het conceptrapport gevraagd. Als Albayrak op deze verzoeken niet reageert, dan kan de Commissie Scheltema ook geen eventuele correcties doorvoeren. Daarnaast is Albayrak nog de mogelijkheid geboden commentaar op de eindversie van het rapport te geven, welk commentaar desgewenst aan het rapport toegevoegd kan worden. Aldus kan niet gezegd worden dat er slechts sprake is van wederhoor "aan de achterdeur".

Andere onderzoeken

4.9. Dat onderzoeken die in het voordeel van Albayrak spreken niet in het conceptrapport van de Commissie Scheltema zijn besproken is gemotiveerd betwist door de Staat. De onderzoeken waarnaar Albayrak in dit kader verwijst zijn volgens de Staat, wanneer relevant, in het conceptrapport geciteerd. Daarbij tekent de Staat aan dat de onderzoeken van KPMG Advisory en Ernst & Young betrekking hebben op de informatievoorziening over onder meer de bezoldiging van Albayrak respectievelijk de financieringssystematiek van het COA. Deze onderzoeken betreffen aldus niet het functioneren van Albayrak zodat niet valt in te zien waarom de uitkomsten van deze onderzoeken in haar voor- of nadeel zouden kunnen spreken. Wat betreft het onderzoek van [X] en [Y] (in opdracht van de Ondernemingsraad van het COA, publicatie tegelijkertijd met het rapport van de Commissie Scheltema) geldt dat de Commissie Scheltema een geheimhoudingsverklaring heeft ondertekend. Over de inhoud kan de Staat daarom geen uitspraken doen. Waar nodig wordt laatstgenoemd rapport echter in het conceptrapport van de Commissie Scheltema geciteerd.

4.10. Na de gemotiveerde betwisting van de zijde van de Staat heeft Albayrak haar stellingen op dit punt niet nader onderbouwd, zodat deze niet aannemelijk zijn geworden. In dat verband geldt bovendien dat de Commissie Scheltema vrij is in de selectie van de stukken op basis waarvan zij haar rapport opstelt (artikel 5 Instellingsbesluit). Gelet op het voorgaande valt thans niet in te zien dat aan die selectie in dit verband een ernstig gebrek kleeft.

4.11. Ten slotte heeft de Staat ter zitting verklaard dat het rapport Hoffmann in opdracht van het COA is uitgevoerd en niet in opdracht van de Commissie Scheltema. De hoor en wederhoor in het kader van dat rapport wordt daarom toegepast door het COA. Een concept van het rapport Hoffmann is al wel verwerkt in het conceptrapport van de Commissie Scheltema, maar (ook) het rapport Hoffmann moet nog worden gefinaliseerd. Wanneer dat is gebeurd krijgt de Commissie Scheltema daarvan bericht en dan zal ook de tekst van haar rapport gefinaliseerd worden.

4.12. De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet valt in te zien dat de Staat onrechtmatig handelt door waar nodig te citeren uit het rapport Hoffmann. Het toepassen van hoor en wederhoor in laatstgenoemd rapport ligt niet bij de Commissie Scheltema maar bij het COA. Als de Commissie Scheltema correcties op dit rapport van het COA ontvangt en doorvoert in haar rapport voordat het definitief tot stand komt, hetgeen haar bedoeling is, is zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet aannemelijk dat de Commissie Scheltema daardoor onrechtmatig handelt jegens Albayrak.

Onderzoeksmethode

4.13. Voor zover Albayrak verder nog betoogt dat inzicht in de onderzoeksmethode ontbreekt, wordt dat betoog verworpen. Als onweersproken is komen vast te staan dat, naast meergenoemd protocol, de onderzoeksverantwoording en een beschrijving van de onderzoeksmethode in het rapport, althans in een brief van 15 maart 2012 (zie onder 2.19), vermeld wordt en dat Albayrak daarvan heeft kennisgenomen.

Slot

4.14. Dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens Albayrak op grond waarvan Albayrak aanspraak zou kunnen maken op afgifte van alle aan het conceptrapport ten grondslag liggende stukken, is gelet op het vorenstaande niet aannemelijk geworden. De vordering tot afgifte van de hiervoor bedoelde stukken zal dan ook worden afgewezen.

4.15. De voorzieningenrechter ziet evenmin aanleiding de publicatie van het conceptrapport te verbieden totdat aan Albayrak de mogelijkheid van wederhoor is geboden en zij daartoe daadwerkelijk is overgegaan. Hiervoor is reeds geoordeeld dat Albayrak daartoe voldoende mogelijkheden zijn en worden geboden, maar dat zij daarvan (vooralsnog) geen gebruik heeft willen maken.

4.16. Er bestaat gelet op het hiervoor gegeven voorlopig oordeel evenmin een grond voor toewijzing van de vordering tot vergoeding van de door Albayrak gestelde buitengerechtelijke kosten.

4.17. Albayrak zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5. De beslissing

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt Albayrak in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van de Staat begroot op € 1.391,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 575,-- aan griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2012.

evdt