Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9424

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-03-2012
Datum publicatie
21-03-2012
Zaaknummer
399592 - FA RK 11-5808
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek verklaring rechtsvermoeden van overlijden

Verzoeker is bewindvoerder over hetgeen de vermiste toekomt uit de nalatenschap van haar moeder. Verzoeker wenst dat de bewindvoering wordt beëindigd en de nalatenschap wordt verdeeld.

De rechtbank verklaart verzoeker niet ontvankelijk. Immers, de door verzoeker genoemde belangen zijn geen belangen als bedoeld in artikel 1:413 BW, doch slechts afgeleide belangen. Indien verzoeker de bewindvoering wenst te beëindigen, kan hij een daartoe strekkend verzoek indienen bij de kantonrechter.

Het voorliggende verzoek had op grond van art. 1: 413 BW gedaan kunnen worden door de zus van de vermiste, nu zij net als de vermiste erfgenaam is van de moeder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Meervoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 11-5808

Zaaknummer: 399592

Datum beschikking: 19 maart 2012

Verklaring rechtsvermoeden van overlijden

Beschikking op het op 18 juli 2011 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker],

verzoeker,

wonende te [woonplaats verzoeker],

advocaat mr. B.J. Hoogeveen te Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemeld:

[belanghebbende],

wonende te [woonplaats belanghebbende],

advocaat: mr. --.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- de brief d.d. 29 augustus 2011 met bijlagen behorende bij het verzoekschrift;

- het faxbericht d.d. 13 januari 2012 met bijlagen van de zijde van verzoeker;

- de verklaring tot instemming belanghebbende van [belanghebbende], ondertekend op 19 september 2011.

Verzoek

Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank zal gelasten [de vermiste], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], (hierna te noemen: de vermiste) op te roepen teneinde van haar in leven zijn te doen blijken, en, zo hiervan niet blijkt, zal verklaren dat er rechtsvermoeden van overlijden van de vermiste bestaat.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken is het volgende gebleken:

- Bij beschikking van deze rechtbank van [datum] 2009 is verzoeker voormeld benoemd tot bewindvoerder over hetgeen de vermiste toekomt uit nalatenschap van haar moeder, [moeder van vermiste en belanghebbende].

- Blijkens brief van [datum] 2008 van de dienst persoonsgegevens van de gemeente [gemeente] heeft [moeder van vermiste en belanghebbende] twee kinderen gekregen: voormelde belanghebbende en de vermiste. Uit voormelde brief blijkt voorts dat de vermiste per [datum] 1988 is uitgeschreven als 'Vertrokken Onbekend Waarheen'. Sindsdien is niets meer van haar vernomen.

Het verzoek bedoeld in artikel 1:413 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan worden ingediend door belanghebbenden en door het openbaar ministerie. Met belanghebbenden worden personen bedoeld die een rechtstreeks belang hebben bij het betreffende verzoek, en derhalve niet slechts een afgeleid belang hebben.

Verzoeker is bij beschikking van deze rechtbank van [datum] 2009 benoemd tot bewindvoerder over hetgeen de vermiste toekomt uit de nalatenschap van haar moeder

[moeder van vermiste en belanghebbende]. Verzoeker stelt dat zijn belang erin gelegen is dat de bewindvoering wordt beëindigd en de nalatenschap wordt verdeeld.

De rechtbank is van oordeel dat de door verzoeker genoemde belangen geen belangen zijn als bedoeld in artikel 1:413 BW, doch slechts afgeleide belangen. Indien verzoeker de bewindvoering wenst te beëindigen, kan hij een daartoe strekkend verzoek indienen bij de kantonrechter. Het verdelen van de nalatenschap is op zich wel een belang als bedoeld in artikel 1:413 BW, maar dat is niet het belang van verzoeker nu hij - anders dan voornoemde belanghebbende, zijnde de zus van de vermiste - geen erfgenaam is van de vermiste.

Nu het onderhavige verzoek naar het oordeel van de rechtbank niet is ingediend door één van de in artikel 1:413 BW bedoelde personen, is verzoeker niet-ontvankelijk in het door hem ingediende verzoek en zal de rechtbank aldus bepalen.

Beslissing

De rechtbank:

Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.W. de Wit, E.S.G. Jongeneel en A.M. Brakel, bijgestaan door mr. I.M. Talstra - Touwen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 maart 2012.