Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8285

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
01-03-2012
Datum publicatie
08-03-2012
Zaaknummer
AWB 12 / 5406
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zicht op uitzetting, Guinee

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ā€™S-GRAVENHAGE

Zittingsplaats Roermond

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 12 / 5406

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 maart 2012 in de zaak tussen

[naam eiseres], eiseres

(gemachtigde: mr. R.P.V.W. Willems),

en

de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, verweerder.

Procesverloop

Op 31 december 2011 heeft verweerder eiseres op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 in bewaring gesteld.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de vrijheidsontneming. Tevens is om schadevergoeding verzocht.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage ingezonden. Eiseres heeft daarop, na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, schriftelijk gereageerd.

Verweerder heeft bij faxbericht nadere informatie ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 februari 2012, waar eiseres zich heeft laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Peeters.

Overwegingen

1. Eiseres is volgens haar verklaring op 4 juni 1980 geboren en van Guinese nationaliteit.

2. De rechtbank stelt allereerst vast dat het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring laatstelijk bij uitspraak van 23 januari 2012 (AWB 12 / 275) ongegrond is verklaard. Ter beoordeling ligt thans de vraag voor of het voortduren van de bewaring sinds het sluiten van het vooronderzoek in de vorige procedure op

17 januari 2012, rechtmatig kan worden geacht.

3. Bij besluit van 6 februari 2012 is de door eiseres ingediende aanvraag als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 afgewezen. In verband hiermee is eiseres op 7 februari 2012 in bewaring gesteld op de in artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 bedoelde grond.

4. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen zicht op verwijdering naar Guinee bestaat aangezien de Guinese autoriteiten geen laissez-passers verstrekken. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres verwezen naar jurisprudentie.

5. Uit de gedingstukken alsmede het verhandelde ter zitting blijkt dat op

6 februari 2012 negatief is beschikt op de door eiseres ingediende asielaanvraag. Op

8 februari 2012 heeft een vertrekgesprek met eiseres plaatsgevonden. Blijkens het verslag van dit vertrekgesprek heeft eiseres niets ondernomen om aan documenten te komen en wenst zij niet terug te keren naar Guinee. Ter zitting heeft verweerders gemachtigde aangegeven dat eiseres tegen de afwijzende asielbeschikking beroep heeft ingediend en tevens bij de voorzieningenrechter heeft verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Daarom zal thans nog geen procedure worden gestart ter verkrijging van een laissez-passer bij Guinee. Indien het beroep tegen de afwijzende asielbeschikking ongegrond wordt verklaard, zal dit gebeuren. Desgevraagd heeft verweerders gemachtigde ter zitting een nadere toelichting gegeven over het zicht op verwijdering naar Guinee. Uit deze toelichting blijkt dat op 16 januari 2012 medewerkers van de Dienst Terugkeer & Vertrek en de laissez passer-afdeling een bezoek hebben gebracht aan de Guinese autoriteiten in Guinee. Tijdens dit bezoek zijn de problemen met de aanvragen tot afgifte van laissez-passers besproken. Naar aanleiding van dit gesprek zijn begin 2012 vijf laissez-passers afgegeven.

6. De rechtbank overweegt als volgt.

7. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat, zoals ook in de uitspraak van 23 januari 2012 is overwogen, de nationaliteit van eiseres nog niet vaststaat en de eventuele onmogelijkheid om haar te verwijderen naar Guinee daarom nog niet aan de orde is. Anderzijds, zo is ter zitting gebleken, staat thans reeds vast dat verweerder, zodra eiseres is uitgeprocedeerd, een laissez-passer zal aanvragen bij de Guinese autoriteiten om eiseres naar Guinee te verwijderen. De rechtbank verwerpt echter de stelling van eiseres dat zicht op verwijdering naar Guinee ontbreekt. De rechtbank verwijst op dit punt naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 augustus 2011 (gepubliceerd in JV 2011/390), waarin de Afdeling ā€“ kort gezegd ā€“ heeft geoordeeld dat er nog altijd zicht op verwijdering bestaat naar Guinee nu er in 2011 meerdere laissez-passers zijn afgegeven en er op hoog niveau regelmatig overleggen plaatsvinden met de Guinese ambassadeur. Ter zitting heeft verweerder actuele informatie over verwijdering van vreemdelingen naar Guinee verstrekt. Uit die informatie, die de rechtbank voldoende concreet acht, blijkt dat recent verschillende laissez-passers zijn verstrekt en dat er dus geen grond is voor de stelling dat zich op verwijdering naar Guinee zou ontbreken. De jurisprudentie die eiseres heeft genoemd, maakt dit oordeel niet anders, omdat die jurisprudentie is achterhaald door de genoemde Afdelingsuitspraak en de door verweerder ter zitting gegeven actuele informatie.

8. Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank het beroep ongegrond verklaren en het verzoek om schadevergoeding afwijzen.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Nollen, rechter, in aanwezigheid van

mr. S.A.J. Monnens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

1 maart 2012.

w.g. mr. S.A.J. Monnens,

griffier w.g. mr. C.M. Nollen,

rechter

Voor eensluidend afschrift:

de griffier:

Afschrift verzonden aan partijen op: 1 maart 2012.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.