Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7940

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
06-03-2012
Datum publicatie
06-03-2012
Zaaknummer
09/758468-11; 09/660876-09 (tul); 22/005261-08 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het in georganiseerd verband geweld plegen tegen personen van wie werd vermoed dat het Ajax-supporters waren. Vijf personen die na een ontspannen dag in het recreatiegebied Madestein terugkeerden na de verslavingskliniek Triple-Ex, waar zij onder behandeling waren, kregen de schrik van hun leven. Zij werden bruut belaagd door een grote groep Ado-supporters. Een van de slachtoffers is daarbij op een zeer heftige en schokkende wijze geslagen door meerdere personen met honkbalknuppels. Dat het fysieke letsel van dit slachtoffer gegeven het toegepaste geweld uiteindelijk is meegevallen, is een gelukkige omstandigheid die in geen enkel opzicht is te danken aan degenen die hem hebben mishandeld. Verdachte heeft, naast het feit dat hij aanwezig was bij het openlijk geweld, ook door het vervoeren van deelnemers aan het openlijk geweld een bijdrage geleverd aan het openlijk geweld. Alles overziend komt de rechtbank tot de conclusie, dat de vraag of verdachte een significante bijdrage heeft geleverd aan het geweld bevestigend moet worden beantwoord. Gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar; bijozndrer voorwaarde reclasseringstoezicht; voorst een taakstraf (werkstraf) voor de duur van 240 uren. Zie ook LJN: BV7819, BV7882 en BV7923 (medeverdachten).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 09/758468-11; 09/660876-09(tul); 22/005261-08(tul)

Datum uitspraak: 6 maart 2012

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte D]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

adres: [adres]

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ten terechtzittingen van 18 oktober 2011, 13 januari 2012 en

21 februari 2012.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. D.M. van Gosen en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte mr. F.A.M. Engels, advocaat te 's-Gravenhage, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 3 juli 2011 te 's-Gravenhage met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Oostmadeweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen:

[aangever 1], welk geweld bestond uit het

- achter die [aangever 1] aan rennen en/of

- gooien van een of meerdere ste(e)n(en) in de richting van het hoofd, althans het lichaam van die [aangever 1] en/of

- meermalen, althans eenmaal slaan tegen de schouder en/of het lichaam van die [aangever 1]

en/of

[aangever 2], welk geweld bestond uit het

- achter die [aangever 2] aan rennen en/of

- meermalen, althans eenmaal (met kracht) (met gebalde vuist) in/op het gezicht en/of op een of meer tand(en) slaan en/of stompen en/of

- meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen/op het achterhoofd slaan en/of

- (vervolgens) meermalen, althans eenmaal met (zeer veel) kracht met een of meerdere knuppel(s) op/tegen de rug slaan en/of

- meermalen, althans eenmaal tegen het lichaam slaan en/of schoppen

en/of

[aangever 3], welk geweld bestond uit het

- gooien met een steen in de richting van die [aangever 3] en/of

- slaan met een knuppel in de richting van die [aangever 3]

en/of

[aangever 4], welk geweld bestond uit het

- achter die [aangever 4] aan rennen en/of

- omsingelen van die [aangever 4] en/of

- gooien van een steen tegen het been, althans het lichaam, waardoor en/of waarna die [aangever 4] ten val kwam en/of

- (vervolgens) met een steen slaan tegen het lichaam en/of

- (vervolgens) (terwijl die [aangever 4] op de grond lag) meermalen met (zeer veel) kracht met een of meerdere knuppel(s) in de richting van/tegen/op het hoofd en/of de armen en/of de knieen en/of de benen en/of het bovenlichaam (onder andere ter hoogte van de milt en/of de lever), althans tegen/op het lichaam slaan

en/of

[aangever 5], welk geweld bestond uit het

- slaan met een knuppel tegen/in de linkerzij, althans het lichaam;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair:

derden op of omstreeks 3 juli 2011 te 's-Gravenhage met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Oostmadeweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld hebben gepleegd tegen:

[aangever 1], welk geweld bestond uit het

- achter die [aangever 1] aan rennen en/of

- gooien van een of meerdere ste(e)n(en) in de richting van het hoofd, althans het lichaam van die [aangever 1] en/of

- meermalen, althans eenmaal slaan tegen de schouder en/of het lichaam van die [aangever 1]

en/of

[aangever 2], welk geweld bestond uit het

- achter die [aangever 2] aan rennen en/of

- meermalen, althans eenmaal (met kracht) (met gebalde vuist) in/op het gezicht en/of op een of meer tand(en) slaan en/of stompen en/of

- meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen/op het achterhoofd slaan en/of

- (vervolgens) meermalen, althans eenmaal met (zeer veel) kracht met een of meerdere knuppel(s) op/tegen de rug slaan en/of

- meermalen, althans eenmaal tegen het lichaam slaan en/of schoppen

en/of

[aangever 3], welk geweld bestond uit het

- gooien met een steen in de richting van die [aangever 3] en/of

- slaan met een knuppel in de richting van die [aangever 3]

en/of

[aangever 4], welk geweld bestond uit het

- achter die [aangever 4] aan rennen en/of

- omsingelen van die [aangever 4] en/of

- gooien van een steen tegen het been, althans het lichaam, waardoor en/of waarna die [aangever 4] ten val kwam en/of

- (vervolgens) met een steen slaan tegen het lichaam en/of

- (vervolgens) (terwijl die [aangever 4] op de grond lag) meermalen met (zeer veel) kracht met een of meerdere knuppel(s) in de richting van/tegen/op het hoofd en/of de armen en/of de knieën en/of de benen en/of het bovenlichaam (onder andere ter hoogte van de milt en/of de lever), althans tegen/op het lichaam slaan

en/of

[aangever 5], welk geweld bestond uit het

- slaan met een knuppel tegen/in de linkerzij, althans het lichaam

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 3 juli 2011 te

's-Gravenhage opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar opzettelijk:

- een of meer deelnemer(s) aan het strafbare feit via zijn mobiele telefoon en/of mondeling in persoon op de hoogte te brengen van de aanwezigheid van een of meer Ajax-supporter(s) in recreatiegebied Madestein en/of

- een of meer deelnemer(s) aan het strafbare feit met een door hem bestuurde personenauto naar een ontmoetingsplek te brengen in de buurt van recreatiegebied Madestein en/of

- een of meer deelnemer(s) aan het strafbare feit met een door hem bestuurde personenauto op te halen en/of

- een of meer deelnemer(s) aan het strafbare feit en/of een of meer knuppel(s) in een door hem bestuurde personenauto te vervoeren naar recreatiegebied Madestein en/of

- een of meer deelnemer(s) aan het strafbare feit af te zetten in recreatiegebied Madestein (te weten op en/of in de buurt van de Oostmadeweg) en/of

- ten tijde van het strafbare feit op de uitkijk te staan en/of

- een of meer deelnemer(s) aan het strafbare feit en/of een of meer knuppel(s) na het strafbare feit in zijn auto te vervoeren, weg vanaf de Oostmadeweg, althans recreatiegebied Madestein

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 141 lid 2 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3. Voorvragen

3.1 Het standpunt van de verdediging

De officier van justitie dient niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat zij in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld door bepaalde verdachten wel te vervolgen en andere verdachten zoals [medeverdachte M], [medeverdachte K] en [medeverdachte E] niet. De beslissing om verdachte wel te vervolgen en genoemde personen niet is onbegrijpelijk. De raadsvrouw wijst in dit verband op een uitspraak van de rechtbank Roermond (NJFS 2010, 148).

3.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie bestrijdt het standpunt van de raadsvrouw. Tegen verdachte en medeverdachten [C], [B] en [A] die thans terecht staan was het meeste bewijs aanwezig. Aangezien tegen andere verdachten in dit onderzoek minder ernstige verdenkingen en bezwaren aanwezig waren, is gekozen om hen niet te vervolgen. Met betrekking tot verdachte [medeverdachte E] merkt de officier van justitie op dat de raadkamer van deze rechtbank heeft besloten om hem op vrije voeten te stellen. Dit betekent echter niet dat hij niet verder zal worden vervolgd, daarover moet nog een beslissing worden genomen.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank merkt als eerste op dat het de officier van justitie in principe vrij staat, op basis van het opportuniteitsbeginsel, om te besluiten om bepaalde verdachten wel en anderen niet te vervolgen. De rechtbank is van oordeel dat niet valt in te zien dat de officier van justitie in dit onderzoek het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden nu zij steeds de afweging heeft gemaakt en heeft moeten maken of tegen een verdachte voldoende ernstige bezwaren en bewijs aanwezig waren. In het geval van [medeverdachte E] heeft te gelden dat de raadkamer de voorlopige hechtenis heeft opgeheven en dat nog een vervolgingsbeslissing moet worden genomen. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de raadsvrouw.

4. Bewijsoverwegingen

4.1 Inleiding1

Op zondag 3 juli 2011 kwam omstreeks 16.22 uur bij de politie een melding binnen, dat in het recreatiegebied Madestein in Den Haag, in de nabijheid van de Oostmadeweg, een man met honkbalknuppels was mishandeld. Een ter plaatse gekomen hoofdagent treft op de Oostmadeweg ter hoogte van nummer 17 een persoon aan die, terwijl hij op zijn rug lag, verklaarde door meerdere personen met een honkbalknuppel in elkaar te zijn geslagen en dat de daders waren weggereden in een auto met het kenteken [kenteken]. De man, [aangever 4], herhaalde dit kenteken meerdere malen2. Op aanwijzingen van omstanders is in de nabijheid in het zand naast het wegdek van de Oostmadeweg een honkbalknuppel aangetroffen3. Op het uiteinde van deze honkbalknuppel is DNA van [aangever 4] aangetroffen.4 Ter plaatse bleken ook andere personen te zijn aangevallen en mishandeld. [aangever 4] is per ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Blijkens medische informatie is sprake van forse hematomen aan de rechterschouder, rechterknie linkeronderarm en linkeronderbeen. De linkeronderarm blijkt gebroken te zijn5. Later bleek ook een operatie van deze onderarm noodzakelijk.6

[aangever 4] heeft aangifte gedaan. Ook andere mensen in zijn gezelschap, [aangever 1], [aangever 2], [aangever 3 ] en [aangever 5] hebben aangifte gedaan van het geweld dat zij hebben ondergaan. Uit deze verklaringen blijkt, dat zij deel uitmaakten van een groep mensen, die verblijft in Triple-Ex, een voorziening van Parnassia. Zij brachten de zomerzondagmiddag door in het recreatiegebied. Toen zij zich opmaakten om terug te keren naar Triple-Ex zijn zij door een groep mannen aangevallen. [aangever 2] heeft verklaard, dat hij met een zwaar beladen fiets, tezamen met [aangever 1] wegliep, dat één van de mannen naar de tatoeage van [aangever 1] keek en dat hij, toen hij daar iets van zei, een klap op zijn tanden kreeg7. Direct daarna kreeg hij twee klappen op zijn achterhoofd en is hij vervolgens meerdere malen door meerdere honkbalknuppels op zijn rug geraakt8.

[aangever 1] heeft verklaard dat op het moment dat hij met [aangever 2] de groep passeerde, laatstgenoemde een vuistslag in het gezicht kreeg, waarna de groep zich op [aangever 4] stortte, waarbij stenen in hun richting werden gegooid. Hij heeft een steen die in zijn richting werd gegooid met zijn hand moeten afweren. Nadat hem werd gevraagd of hij ook van Ajax was voelde hij een harde klap tegen zijn rechterschouder en toen hij zijn hoofd draaide zag hij een jongen met een houten honkbalknuppel staan, die schreeuwde dat hij weg moest of dat hij anders nog meer klappen zou krijgen. [aangever 1] heeft ook verklaard dat hij heeft gezien dat [aangever 4] door vier mensen in elkaar werd geslagen. Een jongen sloeg op [aangever 4] met een steen in zijn hand, drie andere jongens sloegen op [aangever 4] in met houten honkbalknuppels9.

[aangever 3 ] heeft in zijn verklaring aangegeven, dat er ongeveer 10 mannen waren en dat ze honkbalknuppels en straatstenen bij zich hadden. Op het moment dat hij zag dat [aangever 2] werd geslagen en geschopt is hij er tussen gesprongen. Hij werd toen door een steen geraakt. Nadat hij was weggedoken en zich omdraaide zag hij iemand met een honkbalknuppel op hem afkomen die een slaande beweging naar hem maakte. Hierbij werd zijn elleboog geraakt. De aanvaller leek alleen [aangever 2] te moeten hebben omdat de andere mensen die wegliepen richting Triple-Ex met rust werden gelaten. Voorts heeft [aangever 3] verklaard, dat toen hij wegrende hij hoorde schreeuwen " hier heb je er nog een", waarna hij zag dat ongeveer drie mannen achter [aangever 4] aanrenden en hem vervolgens met twee honkbalknuppels begonnen te slaan10.

Ook aangever [aangever 5] heeft verklaard, dat hij heeft gezien, dat [aangever 2] werd geslagen. Hij zag dat er door de aanvallers werd gekeken naar de achterhoofden van personen uit zijn groep. Er ontstond een gevecht en een man met in beide handen een honkbalknuppel sloeg met kracht in zijn richting, waarbij hij in de linkerzij is geraakt11.

[aangever 4] heeft tijdens zijn verhoor verklaard, dat hij zag dat [aangever 2] werd geslagen en dat hij met [aangever 3] er naar toe liep, waarna een worsteling ontstond tussen hen drieën en de aanvallende mannen. Nadat [aangever 2] en [aangever 3] wegrenden en hij zelf ook weg wilde rennen, voelde hij dat een zware stoeptegel tegen de achterzijde van zijn linkerbeen werd gegooid, waardoor hij ten val kwam. Terwijl hij nog op de grond lag, stonden twee mannen links van hem en twee mannen rechts van hem die allen een houten honkbalknuppel in hun hand hielden. Vervolgens werd hij meerdere keren door alle mannen met een knuppel geslagen. Hij probeerde zijn hoofd met zijn armen te beschermen. De mannen sloegen zo hard, dat hij bang was dat ze door zijn armen heen zouden slaan12.

Ook anderen uit de groep van Triple-Ex hebben verklaringen afgelegd.

Zo heeft een getuige verklaard, dat toen ze bij de weg aankwamen er zo'n acht auto's stonden met mensen erbij die agressief uit hun ogen keken, die op een gegeven moment knuppels uit hun auto's haalden en dat er een aantal personen op hem afkwamen, waarop hij is weggerend13. Deze getuige en ook andere getuigen hebben verklaard, dat het om [aangever 2] ging, omdat ze op zoek waren naar iemand met drie kruisen. Gezien wordt hoe [aangever 2], die op een fiets was, een vuistslag in het gezicht krijgt14. Gelet op deze verklaringen en de verklaringen van aangevers lijkt de aanleiding voor deze vechtpartij te zijn gelegen in het feit dat één van de aangevers, [aangever 2], eerder die dag in Madestein met een ontbloot bovenlijf had rondgelopen, met op zijn rug een enorme tatoeage met het logo van de Amsterdamse voetbalclub Ajax alsmede een drietal kruizen op zijn kaalgeschoren achterhoofd.

Ter terechtzitting op 21 februari 2012 heeft verdachte verklaard dat hij op 3 juli 2011 samen met medeverdachte [C] en anderen naar de Oostmadeweg is gereden15.

4.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld, dat verdachte en zijn medeverdachten deel uit hebben gemaakt van een groep die op zoek was naar vermeende leden van de harde kern van Ajax-supporters, die zich in Madestein zouden bevinden, en waarbij uiteindelijk geweld is gebruikt tegen de aangevers.

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem onder primair eerste alternatief/cumulatief, primair tweede alternatief/cumulatief, primair derde alternatief/cumulatief, primair vierde alternatief/cumulatief en primair vijfde alternatief/cumulatief ten laste gelegde feiten.

Daartoe heeft zij - kort gezegd - aangevoerd dat verdachte een significante bijdrage heeft geleverd aan het openlijk geweld.

Ten slotte heeft zij de rechtbank verzocht de gevangenneming van verdachte te bevelen.

4.3 Het standpunt van de verdediging

Het was niet vanaf het begin duidelijk dat er gevochten zou gaan worden. Verdachte en anderen waren louter nieuwsgierig of er inderdaad Ajax-supporters zouden zijn. Verdachte kwam aanrijden op het moment dat het geweld al was beëindigd. Verdachte heeft de hele tijd op afstand van de plaats delict gestaan. Medeverdachten en getuigen hebben niet verklaard dat verdachte geweld heeft gebruikt. Verdachte dient te worden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten, aangezien hij geen significante bijdrage of wezenlijke bijdrage aan het geweld heeft geleverd.

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht de opheffing van de voorlopige hechtenis te bevelen.

4.4 De beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank onderschrijft het betoog van de raadsvrouw niet. De rechtbank is van oordeel dat verdachte en zijn medeverdachten niet alleen naar Madestein zijn gegaan om te kijken of er daadwerkelijk Ajax-supporters aanwezig waren, maar dat zij een specifiek doel voor ogen hadden, te weten het plegen van geweld, en dat verdachte aan dit doel een significante bijdrage heeft geleverd. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Voorop moet worden gesteld dat de verklaring van verdachte van 16 augustus 2011 niet voor het bewijs zal worden gebezigd, zodat de vraag of de wijze van verhoren zou moeten leiden tot uitsluiting van die verklaring, zoals betoogd door de raadsvrouw, verder in het midden zal worden gelaten.

De onder primair, alternatief/cumulatief ten laste gelegde feiten zien op de beschuldiging van openlijk geweld, in vereniging gepleegd, gedurende één actie van één groep, waaronder verdachte en drie medeverdachten. Weliswaar is dit in afzonderlijke op specifieke slachtoffers toegespitste onderdelen ten laste gelegd, maar het gaat hier om één gebeurtenis, waarbij één groep een andere groep aanvalt en dus niet om meerdere groepjes, die elk een slachtoffer uitkiezen. De rechtbank wijst daarbij op het volgende.

Medeverdachte [B] is gebeld door medeverdachte [A]16. Medeverdachte [B] heeft op zijn beurt contact gehad met medeverdachte [C], die hij omstreeks 15.30 uur heeft gebeld17. Medeverdachte [C] heeft verklaard dat hij is gebeld door iemand die zei dat er Ajax-supporters waren, dat hij niet wil zeggen wie hem heeft gebeld en dat hij daarna contact heeft gehad met anderen, waaronder verdachte18. Naar aanleiding van al deze telefonades gaan medeverdachte [C] en verdachte in de Ford Scorpio van de vader van verdachte met [medeverdachte E] en twee anderen naar een verzamelpunt bij McDonald's aan de Escamplaan en vanaf daar rijden zij naar Madestein19. Ook anderen vertrekken met auto's vanaf de McDonald's naar Madestein.

Blijkens de opgevraagde historische telefoongegevens van medeverdachte [A] heeft hij op 3 juli 2011 tussen 15.00 uur en 16.30 uur 123 telefonische contacten gehad: 66 uitgaand en 57 inkomend. Daarvan waren er 39 (26 uitgaand en 13 inkomend) met medeverdachte [B]20. Het is medeverdachte [A] die, in vergelijking met de gegevens van degene met wie hij in die anderhalf uur contact heeft gehad, degene is met de meeste belcontacten21. De rechtbank leidt hieruit af, dat medeverdachte [A] de grote initiator is geweest bij het waarschuwen en het verzamelen bij McDonald's aan de Escamplaan van mensen, die vervolgens naar Madestein zijn gegaan. Dit wordt bevestigd in de verklaring van getuige [medeverdachte F], die door medeverdachte [A], zo blijkt uit de historische telefoongegevens, op 3 juli 2011 is gebeld. Getuige [medeverdachte F] heeft aangegeven niet te willen zeggen wie hem heeft gebeld, wel heeft hij verklaard dat de persoon die hem belde, vertelde dat er in Madestein problemen met Amsterdammers waren en dat hij na dit telefoontje naar de McDonald's in Zichtenburg is gereden. Voorts heeft hij verklaard dat daar een busje van [bedrijf] stond en dat dit busje van medeverdachte [A] was. [medeverdachte F] heeft verder verklaard dat iedereen die daar stond wist waar het over ging22. Ook een ander belcontact, [medeverdachte G], heeft verklaard, dat medeverdachte [A] hem in de middag van 3 juli 2011 belde en zei "Er zijn Amsterdammers van de F-side op een voetbalveld" en dat ze er naar toe gingen en dat hij iedereen ging bellen. Medeverdachte [A] had het volgens [medeverdachte G] over Madestein23. Verdachte heeft verklaard, dat het ging om harde kern Ajaxcieden en dat hij om die reden is gaan kijken24. Medeverdachte [C] heeft verklaard dat het om Ajax-supporters zou gaan25. Medeverdachte [B] heeft verklaard naar Madestein te zijn gegaan omdat hij werd gebeld door medeverdachte [A] dat er daar iets mis was en dat dat iets een bedreiging was.26

Over het aantal mensen, dat naar Madestein is gegaan wordt wisselend verklaard. [aangever 4] en [aangever 2] verklaren over een groep mannen die op enig moment nog wordt versterkt. Niettemin kan worden vastgesteld dat het om een groot aantal mensen gaat dat zich naar Madestein begeeft omdat er Ajax-supporters zouden zijn gesignaleerd. Kennelijk allemaal met hetzelfde doel.

Dat het de bedoeling was om enkel te gaan kijken of het klopte dat er Ajax-supporters in Madestein waren, zoals verdachte en enkele van de medeverdachten hebben verklaard, acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig. Medeverdachte [A] en ook verdachte zijn verknocht aan de Haagse voetbalclub ADO. Dat er zo veel mensen worden opgetrommeld, is voorts een indicatie dat de tocht naar Madestein een gewelddadig oogmerk had. Het is bovendien een feit van algemene bekendheid, dat het de laatste jaren in Nederland bij ontmoetingen van supporters van rivaliserende voetbalclubs over het algemeen niet om een vreedzaam uitwisselen van sportieve ervaringen gaat. De praktijk leert dat dergelijke ontmoetingen steevast uitlopen in wederzijds geweld. De onder primair, alternatief/cumulatief ten laste gelegde feiten kunnen naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet los van elkaar worden gezien, waar zij zich hebben afgespeeld gedurende korte tijd waarin één confrontatie tussen de twee groepen heeft plaatsgevonden.

Ter beantwoording ligt voorts de vraag voor of verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het gepleegde geweld tegen [aangever 4], [aangever 1], [aangever 2], [aangever 3] en [aangever 5]. Hierbij zij opgemerkt dat voor bewezenverklaring van openlijk geweld niet van belang is of kan worden bewezen dat verdachte de in de ten laste gelegde feiten genoemde geweldshandelingen heeft gepleegd en dat zijn bijdrage zelf niet van gewelddadige aard hoeft te zijn geweest.

Dat er geweld is gebruikt tegen de vijf aangevers blijkt uit de hiervoor reeds aangehaalde aangiftes. Ten aanzien van [aangever 4] en [aangever 2] vinden de aangiftes in ieder geval bevestiging in de ook hiervoor reeds aangehaalde verklaringen van getuigen. De aangiftes van [aangever 1], [aangever 3] en [aangever 5] worden in voldoende mate ondersteund door het bij hen geconstateerde en vastgelegde letsel, dat past bij de inhoud van hun respectievelijke verklaringen. 27 Uit de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen kan ook worden afgeleid, dat verdachte op 3 juli 2011 naar Madestein toe is gegaan.

Hiervoor is reeds overwogen, dat de rechtbank het ongeloofwaardig acht, dat er geen gewelddadig oogmerk was. Verdachte heeft ter terechtzitting van 21 februari 2012 verklaard dat hij geen honkbalknuppel heeft meegenomen in zijn auto en dat ook de andere inzittenden geen honkbalknuppel hebben meegenomen.28 Dat verdachte zelf niet tussen de vechtende menigte heeft gestaan, doet niet af aan het feit, dat hij met zijn aanwezigheid de groep getalsmatig versterkte. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte kwam aanrijden toen het geweld al was voltooid. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wel aanwezig was ten tijde waarop het openlijk geweld plaatsvond. Diverse getuigen, waaronder [aangever 2]29 en [aangever 1],30 hebben verklaard dat zij [aangever 4] hoorden schreeuwen toen hij werd mishandeld. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij iemand heeft horen gillen toen hij bij Madestein was, dat hij heeft gehoord dat er iemand was geslagen met honkbalknuppels en dat hij deze persoon waarschijnlijk heeft horen gillen.31 De rechtbank acht het zeer waarschijnlijk dat het [aangever 4] was die verdachte heeft horen gillen, zodat met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte aanwezig moet zijn geweest op het moment dat het geweld tegen diverse personen plaatsvond.

Uit niets blijkt verder dat verdachte zich op enig moment van de gebeurtenissen heeft gedistantieerd. Gelet op de verklaring van [aangever 4] is het aannemelijk, dat de vechtpartij enkel is gestopt omdat sirenes van de politie werden gehoord.

Verdachte heeft, naast het feit dat hij aanwezig was bij het openlijk geweld, ook door het vervoeren van deelnemers aan het openlijk geweld een bijdrage geleverd aan het openlijk geweld. Verdachte heeft medeverdachte [C] vervoerd naar de ontmoetingsplaats McDonald's en even later heeft verdachte medeverdachte [C] vervoerd van en naar recreatiegebied Madestein.32 Daarnaast heeft verdachte medeverdachten [B] en [C] vervoerd na het voorval vanaf recreatiegebied Madestein.33 Ook heeft verdachte een bijdrage geleverd door deelnemers aan het openlijk geweld te ronselen. Medeverdachte [C] heeft verdachte gebeld en tegen hem verteld, dat er allemaal Ajaxieden in Madestein waren.34 Dit telefoontje van medeverdachte [C] aan verdachte heeft een kettingreactie teweeg gebracht. Nadat verdachte deze informatie had ontvangen heeft hij [medeverdachte H] gebeld.35 Daarna heeft hij samen met medeverdachte [C] en [medeverdachte E]36 hierna [medeverdachte H] en [medeverdachte I]37 opgehaald en zijn zij met via de verzamelplaats bij McDonald's naar Madestein gereden. Uit de verklaring van [medeverdachte E] blijkt dat het duidelijk was dat het doel van het ritje was om te gaan vechten met Ajax-supporters.38 [medeverdachte I] kreeg in de auto de indruk dat er gevochten zou gaan worden, mede gelet op de agressieve taal die werd geuit.39 Ook [medeverdachte H] had geen goed gevoel toen hij in de auto zat.40 Ook heeft verdachte aan medeverdachte [C] zijn telefoon uitgeleend, terwijl zij in de auto zaten.41 De rechtbank vermoedt dat dit is gebeurd om nog meer deelnemers te ronselen. Ten slotte hecht de rechtbank waarde aan de verklaring van [medeverdachte E] over zijn ontmoeting op 4 juli 2011 met verdachte en medeverdachten [A], [C] en [B], waar werd nagepraat over de vechtpartij. [medeverdachte E] heeft daarover verklaard, dat tijdens dat gesprek naar voren kwam dat medeverdachte [A] met een stok had geslagen en dat ook medeverdachten [C] en [B] hadden gevochten.42

Alles overziend komt de rechtbank tot de conclusie, dat de vraag of verdachte een significante bijdrage heeft geleverd aan het geweld bevestigend moet worden beantwoord. De rechtbank acht dan ook het openlijk geweld zoals primair tenlastgelegd wettig en overtuigend bewezen.

4.5 De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

hij op 3 juli 2011 te 's-Gravenhage, op of aan de openbare weg, de Oostmadeweg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen:

[aangever 1], welk geweld bestond uit het

- gooien van stenen in de richting van het hoofd en

- slaan tegen de schouder van die [aangever 1]

en

[aangever 2], welk geweld bestond uit het

- in/op het gezicht en op tanden slaan en/of stompen en

- tegen/op het achterhoofd slaan en

- (vervolgens) meermalen, althans eenmaal met knuppels op/tegen de rug slaan

en

[aangever 3], welk geweld bestond uit het

- gooien met een steen in de richting van die [aangever 3] en

- slaan met een knuppel in de richting van die [aangever 3]

en

[aangever 4], welk geweld bestond uit het

- gooien van een steen tegen het been, waardoor die [aangever 4] ten val kwam en

- terwijl die [aangever 4] op de grond lag meermalen met een of meerdere knuppel(s) in de richting van het hoofd en de armen en de knieën en de benen en het bovenlichaam slaan

en

[aangever 5], welk geweld bestond uit het

- slaan met een knuppel tegen de linkerzij.

5. De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7. De strafoplegging

7.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder primair eerste alternatief/cumulatief, primair tweede alternatief/cumulatief, primair derde alternatief/cumulatief, primair vierde alternatief/cumulatief en primair vijfde alternatief/cumulatief ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

7.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de raadsvrouw de rechtbank verzocht bij het bepalen van de straf rekening te houden met de omstandigheden dat verdachte zich heeft gehouden aan de schorsingsvoorwaarden, dat verdachte bereid is met de reclassering mee te werken en dat de Cova-training samen met de reclassering inmiddels in gang is gezet. Zij heeft verder aangegeven dat zij de strafeis buitensporig hoog vindt, gelet op het feit dat verdachte naar haar oordeel geen reële bijdrage heeft gehad aan het openlijk geweld.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straffen en maatregelen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het in georganiseerd verband geweld plegen tegen personen van wie werd vermoed dat het Ajax-supporters waren. Vijf personen die na een ontspannen dag in het recreatiegebied Madestein terugkeerden na de verslavingskliniek Triple-Ex, waar zij onder behandeling waren, kregen de schrik van hun leven. Zij werden bruut belaagd door een grote groep Ado-supporters. Een van de slachtoffers, [aangever 4], is daarbij op een zeer heftige en schokkende wijze geslagen door meerdere personen met honkbalknuppels. Dat het fysieke letsel van dit slachtoffer gegeven het toegepaste geweld uiteindelijk is meegevallen, is een gelukkige omstandigheid die in geen enkel opzicht is te danken aan degenen die hem hebben mishandeld. De ernst en duur van de psychische gevolgen van het voorval zijn in de schriftelijke slachtofferverklaring duidelijk naar voren gekomen. Zo was [aangever 4] bang op straat voor bepaalde type mensen en auto's, hij was bang om weer te pakken genomen te worden. Ook heeft hij zijn traject bij Triple-Ex niet af kunnen ronden. Na de gebeurtenis wilde hij niet meer in Den Haag blijven, aangezien hij zich er niet meer veilig voelde.

Hierbij komt dat deze vorm van gewelddadig gedrag in het openbaar in het algemeen zorgt voor een gevoel van onveiligheid in de samenleving.

Verdachtes bijdrage aan dit niets en niemandsontziende voetbalgerelateerde geweld rekent de rechtbank hem zwaar aan.

De rechtbank heeft kennis genomen van een uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte van 13 juli 2011, waaruit blijkt dat verdachte de afgelopen vijf jaar eerder met politie en justitie in aanraking is geweest wegens geweldsdelicten, waaronder het plegen van openlijk geweld tegen goederen. Deze veroordelingen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden zich schuldig te maken aan soortgelijke strafbare feiten.

De rechtbank heeft kennis genomen van het reclasseringsrapport van 14 oktober 2011 welke omtrent verdachte is verschenen. De reclassering is van mening dat de training Cognitieve Vaardigheden voor verdachte is geïndiceerd. Het beoogde resultaat van deze training is dat verdachte zijn impulsen beter leert beheersen en meer assertief is, als gevolg waarvan de recidivekans wordt gereduceerd. Daarnaast adviseert de reclassering dat er onderzoek en diagnostiek wordt gedaan door de Forensische Poli van GGZ Palier naar de psychische problematiek van verdachte. Ten slotte wordt een meldingsgebod geadviseerd. Binnen dit meldingsgebod zal er controle worden uitgevoerd van de Cova-training, zal aanmelding plaatsvinden bij de Forensische Poli en zal er aandacht zijn voor de dagbesteding en het sociale netwerk van verdachte.

Gelet op het hiervoor overwogene acht de rechtbank een werkstraf en een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden. De rechtbank komt tot een lagere straf dan gevorderd, nu de op te leggen straf meer in lijn ligt met de volgens de jurisprudentie gangbare strafmaat voor dit soort vormen van openlijk geweld. Daarbij heeft de rechtbank, hoewel de strafverzwarende omstandigheden genoemd in artikel 141, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht niet in de tenlastelegging zijn opgenomen, wel rekening gehouden met het toegebrachte lichamelijk letsel. Voorts houdt de rechtbank rekening met de rol die verdachte heeft gespeeld.

De rechtbank ziet in het reclasseringsadvies voldoende reden om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde van reclasseringscontact.

8. De vordering van de benadeelde partijen / de schadevergoedingsmaatregel

8.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [aangever 1] en [aangever 4]. Zij heeft de rechtbank verzocht bij (gedeeltelijke) toewijzing van (één van) de vordering(en) daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

8.2. Het standpunt van de verdediging

De benadeelde partijen dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun vordering tot schadevergoeding.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

De vordering van de benadeelde partij [aangever 1].

[aangever 1], heeft zich, met betrekking tot feit primair eerste alternatief/cumulatief, als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 650,00.

De gehele vordering is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder primair eerste alternatief/cumulatief bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 650,00.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 3 juli 2011 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder primair eerste alternatief/cumulatief bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 650,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 juli 2011 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 1].

De vordering van de benadeelde partij [aangever 4].

[aangever 4], heeft zich, met betrekking tot feit primair vierde cumulatief/alternatief, als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.901,20.

De gehele vordering is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder primair vierde cumulatief/alternatief bewezenverklaarde feit.

Met betrekking tot de gevorderde vergoeding voor de schade aan, kort gezegd, kleding, oortjes, zonnebril en horloge, merkt de rechtbank op dat zij heeft geconstateerd dat de benadeelde partij geen bonnen heeft toegevoegd ter onderbouwing van dit deel van de vordering. Het ontbreken van bonnen ziet de rechtbank echter niet als beletsel tot het toewijzen van dit deel van de vordering. De rechtbank acht het zeer aannemelijk dat de kleding welke de benadeelde partij droeg en de spullen die hij bij zich had ten tijde van het tegen hem gepleegde geweld, als gevolg daarvan zijn beschadigd. De rechtbank acht de vergoeding die de benadeelde partij vraagt voor bovengenoemde goederen redelijk, mede gelet op het feit dat rekening is gehouden met afschrijving van deze goederen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat dit deel van de vordering voor toewijzing vatbaar is.

De door [aangever 4] gevorderde immateriële schadevergoeding komt de rechtbank reëel voor en is eveneens volledig toewijsbaar.

De rechtbank zal derhalve de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 1.901,20.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 3 juli 2011 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder primair vierde cumulatief/alternatief bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.901,20, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 juli 2011 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 4].

9. De vorderingen tenuitvoerlegging

9.1. De vorderingen van de officier van justitie

Parketnummer: 09-660876-09:

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter d.d. 15 april 2010 voorwaardelijk opgelegde taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Parketnummer: 22-005261-08:

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij het arrest van het gerechthof te 's-Gravenhage d.d. 21 oktober 2010 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 3 weken.

9.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe heeft primair verzocht om de vorderingen af te wijzen en subsidiair om de proeftijd van beide vorderingen te verlengen met één jaar.

9.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht termen aanwezig voor toewijzing van de vordering van de officier van justitie van 14 september 2011 tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde werkstraf, waartoe verdachte werd veroordeeld bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d. 15 april 2010 en voor toewijzing van de vordering van de officier van justitie van 20 september 2011 tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, waartoe verdachte werd veroordeeld bij onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage d.d. 21 oktober 2010, nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, doordat deze zich voor het einde van de proeftijd die bij voormeld vonnis en voormeld arrest was opgelegd, wederom heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

10. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:

9, 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 22c, 22d, 24c, 36f, 57 en 141 van het Wetboek van Strafrecht;

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11. De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder primair tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 MAANDEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte en de eventuele tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 6 MAANDEN niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

alsmede onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde ter vaststelling van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

en onder de bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag, in dit geval GGZ Reclassering Palier te 's-Gravenhage, Johanna Westerdijkplein 109, 2521 EN Den Haag, zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dat inhoudt een meldingsgebod, begeleiding door en/of (ambulante) behandeling bij de Forensische Poli van GGZ Palier en voortzetting van deelname aan een Cova training;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

veroordeelt de verdachte voorts tot:

een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde

arbeid voor de duur van 240 uren;

beveelt, dat voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 120 dagen.

ten aanzien van primair eerste alternatief/cumulatief:

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij hoofdelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [aangever 1], een bedrag van € 650,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 juli 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 650,00 ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 1];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 13 DAGEN;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededaders aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededaders opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

ten aanzien van primair vierde alternatief/cumulatief:

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij hoofdelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [aangever 4], een bedrag van € 1.901,20, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 juli 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.901,20 ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 4];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 29 DAGEN;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededaders aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededaders opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d. 15 april 2010, gewezen onder parketnummer 09/668076-09, te weten taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht;

bepaalt de maatstaf volgens welke de aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht zal geschieden op 2 uren per dag;

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld arrest van het gerechtshof 's-Gravenhage d.d. 21 oktober 2010, gewezen onder parketnummer 22/005261-08, te weten gevangenisstraf voor de duur van 3 weken;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P. Poustochkine, voorzitter,

mrs. A.C.M. Höppener en V.F. Milders, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.M.Th. Boeter, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 maart 2012.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's 1 tot en met 1111 van het doorgenummerde proces-verbaal met het nummer PL1534 2011140261, van de regiopolitie Haaglanden, met bijlagen.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p 46

3 Proces-verbaal van bevindingen, p 47

4 Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 7 februari 2012 opgesteld door dr. S. van Soest, met als onderwerp: onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een geweldsincident gepleegd in 's-Gravenhage op 3 juli 2011

5 Geneeskundige verklaring betreffende [aangever 4] d.d. 3 juli 2011, p 88 en verklaring Afdeling Spoedeisende hulp Hagaziekenhuis, Leyweg, p 90

6 Geneeskundige verklaring, p 833

7 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2], p 58 en 59

8 Proces-verbaal verhoor getuige [aangever 2], p 63

9 Proces-verbaal van aangifte [aangever 1], p 51

10 Proces-verbaal van aangifte [aangever 3], p 69

11 Proces-verbaal van aangifte [aangever 5], p 93

12 Proces-verbaal van verhoor aangever [aangever 4], p 73

13 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1], p 101

14 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2], p 106 en 107

15 Proces-verbaal terechtzitting 21 februari 2012

16 Proces-verbaal van verhoor verdachte [B], p 539

17 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p 1079 en p 1083b en p 1084

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte [C], p 564 p 963

19 Processen-verbaal van verhoor [medeverdachte D], [medeverdachte E] en [C], p 292, p 391 en p 564

20 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p 527 en p 530

21 Idem, p 528, p 529 en p 530

22 Proces-verbaal van verhoor verdachte [F], p 869 en 870

23 Proces-verbaal van verhoor verdachte [G], p 860

24 Proces-verbaal van verhoor verdachte [D], p 143

25 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [C], p 563

26 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [B], p 539

27 Foto's bij proces-verbaal verhoor aangever [aangever 1], [aangever 3] en [aangever 5], p 55, p 71 en p 95

28 Proces-verbaal terechtzitting van 21 februari 2012.

29 Proces-verbaal verhoor getuige [aangever 2] p 63

30 Proces-verbaal verhoor aangever [aangever 1] p 51

31 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D] p 212

32 Processen-verbaal van verhoor [medeverdachte D], [medeverdachte E] en [C], p 292, p 391 en p 564

33 Proces-verbaal van verhoor verdachte [B], p 539

34 Proces-verbaal verhoor verdachte [D], p 226 en p 227

35 Proces-verbaal van bevindingen, p 155

36 Proces-verbaal verhoor verdachte [E] p 381 en p 382

37 Proces-verbaal verhoor verdachte [H], p 738 tot en met p 740

38 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte E] p 404

39 Proces-verbaal verhoor verdachte [N] p 717 en p 718

40 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte H] p 739

41 Proces-verbaal verhoor verdachte [D]

42 Proces-verbaal van verhoor verdachte [E], p 423, p 429, p 430 en p 959