Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7882

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
06-03-2012
Datum publicatie
06-03-2012
Zaaknummer
09-758487-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het in georganiseerd verband geweld plegen tegen personen van wie werd vermoed dat het Ajax-supporters waren. Vijf personen die na een ontspannen dag in het recreatiegebied Madestein terugkeerden na de verslavingskliniek Triple-Ex, waar zij onder behandeling waren, kregen de schrik van hun leven. Zij werden bruut belaagd door een grote groep Ado-supporters. Een van de slachtoffers is daarbij op een zeer heftige en schokkende wijze geslagen door meerdere personen met honkbalknuppels. Dat het fysieke letsel van dit slachtoffer gegeven het toegepaste geweld uiteindelijk is meegevallen, is een gelukkige omstandigheid die in geen enkel opzicht is te danken aan degenen die hem hebben mishandeld. Verdachte was aanwezig, hij heeft zich niet gedistantieerd en hij heeft actief contact opgenomen met anderen met de informatie dat er Ajax-supporters in Madestein aanwezig waren. Verdachte heeft een significante rol gespeeld en een bijdrage geleverd aan het geweld. Gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, Zie ook LJN: BV7819, BV7923 en BV7940 (medeverdachten).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/758487-11

Datum uitspraak: 6 maart 2012

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte B],

geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats],

adres: [adres]

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Flevoland

- HvB Almere Binnen - te Almere.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ten terechtzittingen van 18 oktober 2011, 13 januari 2012 en 21 februari 2012.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. D.M. van Gosen en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte mr. H.M. Feenstra, advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 13 januari 2012 - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 03 juli 2011 te 's-Gravenhage met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Oostmadeweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [aangever 1], welk geweld bestond uit het:

- meerdere, althans een ste(e)n(en) gooien in de richting van het hoofd van die [aangever 1] en/of

- met kracht (met een honkbalknuppel) slaan tegen de schouder van die [aangever 1];

artikel 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 03 juli 2011 te 's-Gravenhage met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Oostmadeweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [aangever 2], welk geweld bestond uit het:

- meermalen, althans eenmaal, met kracht (met gebalde vuist) slaan/stompen in/op het gezicht/hoofd en/of op/tegen het gebit en/of één of meer tand(en) en/of

- meermalen, althans eenmaal met kracht tegen/op het achterhoofd van die [aangever 2] slaan en/of

- meermalen, althans eenmaal, met (zeer veel kracht) met meerdere, althans een honkbalknuppel(s) op/tegen de rug, althans tegen het lichaam van die [aangever 2] slaan en/of

- meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam van die [aangever 2] schoppen;

artikel 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 3 juli 2011 te 's-Gravenhage, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Oostmadeweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [aangever 3], welk geweld bestond uit het:

- gooien met een steen in de richting van die [aangever 3] en/of

- slaan met een honkbalknuppel tegen/op de elleboog, althans tegen het lichaam, van die [aangever 3];

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 3 juli 2011 te 's-Gravenhage, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [aangever 4] van het leven te beroven, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg:

- een steen tegen het been heeft gegooid, waardoor en/of waarna die [aangever 4] ten val kwam en/of

- met een steen tegen het lichaam van die [aangever 4] heeft geslagen en/of

- (vervolgens) terwijl die [aangever 4] op de grond lag, meermalen met (zeer veel) kracht met meerdere, althans een honkbalknuppel(s) op, althans in de richting van het hoofd en/of tegen/op de armen en/of knieën en/of de benen en/of het bovenlichaam (o.a. ter hoogte van de milt en/of de lever), althans tegen/op het lichaam heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair:

hij op of omstreeks 3 juli 2011 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon genaamd [aangever 4], opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel (te weten gecompliceerde breuk linkerarm) heeft toegebracht, door deze opzettelijk en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg:

- een steen tegen het been te gooien, waardoor en/of waarna die [aangever 4] ten val kwam en/of

- (vervolgens) terwijl die [aangever 4] op de grond lag, meermalen met (zeer veel) kracht met meerdere, althans een honkbalknuppel(s) in de richting van het hoofd en/of tegen/op de armen en/of knieën en/of de benen en/of het bovenlichaam (o.a. ter hoogte van de milt en/of de lever), althans tegen/op het lichaam te slaan;

art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 3 juli 2011 te 's-Gravenhage, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Oostmadeweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [aangever 4], welk geweld bestond uit het:

- gooien van een steen tegen het been van die [aangever 4], waardoor en/of waarna die [aangever 4] ten val kwam en/of

- (vervolgens) terwijl die [aangever 4] op de grond lag, meermalen met (zeer veel) kracht met meerdere, althans een honkbalknuppel(s) op, althans in de richting van het hoofd en/of tegen/op de armen en/of knieën en/of de benen en/of het bovenlichaam (o.a. ter hoogte van de milt en/of de lever), althans tegen/op het lichaam van die [aangever 4] slaan;

art 141 Wetboek van Strafrecht.

5.

hij op of omstreeks 3 juli 2011 te 's-Gravenhage, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Oostmadeweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [aangever 5], welk geweld bestond uit:

- het slaan met een honkbalknuppel, althans een hard voorwerp, tegen de linkerzij, althans het lichaam, van die [aangever 5];

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3. Bewijsoverwegingen

3.1 Inleiding1

Op zondag 3 juli 2011 kwam omstreeks 16.22 uur bij de politie een melding binnen, dat in het recreatiegebied Madestein in Den Haag, in de nabijheid van de Oostmadeweg, een man met honkbalknuppels was mishandeld. Een ter plaatse gekomen hoofdagent treft op de Oostmadeweg ter hoogte van nummer 17 een persoon aan die, terwijl hij op zijn rug lag, verklaarde door meerdere personen met een honkbalknuppel in elkaar te zijn geslagen en dat de daders waren weggereden in een auto met het kenteken [kenteken]. De man, [aangever 4], herhaalde dit kenteken meerdere malen2. Op aanwijzingen van omstanders is in de nabijheid in het zand naast het wegdek van de Oostmadeweg een honkbalknuppel aangetroffen3. Op het uiteinde van deze honkbalknuppel is DNA van [aangever 4] aangetroffen.4 Ter plaatse bleken ook andere personen te zijn aangevallen en mishandeld. [aangever 4] is per ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Blijkens medische informatie is sprake van forse hematomen aan de rechterschouder, rechterknie linkeronderarm en linkeronderbeen. De linkeronderarm blijkt gebroken te zijn5. Later bleek ook een operatie van deze onderarm noodzakelijk.6

[aangever 4] heeft aangifte gedaan. Ook andere mensen in zijn gezelschap, [aangever 1], [aangever 2], [aangever 3] en [aangever 5] hebben aangifte gedaan van het geweld dat zij hebben ondergaan. Uit deze verklaringen blijkt dat zij deel uitmaakten van een groep mensen die verblijft in Triple-Ex, een voorziening van Parnassia. Zij brachten de zomerzondagmiddag door in het recreatiegebied. Toen zij zich opmaakten om terug te keren naar Triple-Ex zijn zij door een groep mannen aangevallen. [aangever 2] heeft verklaard, dat hij met een zwaar beladen fiets, tezamen met [aangever 1] wegliep, dat één van de mannen naar de tatoeage van [aangever 1] keek en dat hij, toen hij daar iets van zei, een klap op zijn tanden kreeg7. Direct daarna kreeg hij twee klappen op zijn achterhoofd en is hij vervolgens meerdere malen door meerdere honkbalknuppels op zijn rug geraakt8.

[aangever 1] heeft verklaard dat op het moment dat hij met [aangever 2] de groep passeerde, laatstgenoemde een vuistslag in het gezicht kreeg, waarna de groep zich op [aangever 4] stortte, waarbij stenen in hun richting werden gegooid. Hij heeft een steen die in zijn richting werd gegooid met de hand moeten afweren. Nadat hem werd gevraagd of hij ook van Ajax was voelde hij een harde klap tegen zijn rechterschouder en toen hij zijn hoofd draaide zag hij een jongen met een houten honkbalknuppel staan, die schreeuwde dat hij weg moest of dat hij anders nog meer klappen zou krijgen. [aangever 1] heeft ook verklaard, dat hij heeft gezien, dat [aangever 4] door vier mensen in elkaar werd geslagen. Een jongen sloeg op [aangever 4] met een steen in zijn hand, drie andere jongens sloegen op [aangever 4] in met houten honkbalknuppels9.

[aangever 3] heeft in zijn verklaring aangegeven, dat er ongeveer 10 mannen waren en dat ze honkbalknuppels en straatstenen bij zich hadden. Op het moment dat hij zag dat [aangever 2] werd geslagen en geschopt is hij er tussen gesprongen. Hij werd toen door een steen geraakt. Nadat hij was weggedoken en zich omdraaide zag hij iemand met een honkbalknuppel op hem afkomen die een slaande beweging naar hem maakte. Hierbij werd zijn elleboog geraakt. De aanvaller leek alleen [aangever 2] te moeten hebben omdat de andere mensen die wegliepen richting Triple-Ex met rust werden gelaten. Voorts heeft [aangever 3] verklaard, dat toen hij wegrende hij hoorde schreeuwen " hier heb je er nog een", waarna hij zag dat ongeveer drie mannen achter [aangever 4] aanrenden en hem vervolgens met twee honkbalknuppels begonnen te slaan10.

Ook aangever [aangever 5] heeft verklaard, dat hij heeft gezien, dat [aangever 2] werd geslagen. Hij zag dat er door de aanvallers werd gekeken naar de achterhoofden van personen uit zijn groep. Er ontstond een gevecht en een man met in beide handen een honkbalknuppel sloeg met kracht in zijn richting, waarbij hij in de linkerzij is geraakt11.

[aangever 4] heeft tijdens zijn verhoor verklaard, dat hij zag dat [aangever 2] werd geslagen en dat hij met [aangever 3] er naar toe liep, waarna een worsteling ontstond tussen hen drieën en de aanvallende mannen. Nadat [aangever 2] en [aangever 3] wegrenden en hij zelf ook weg wilde rennen, voelde hij dat een zware stoeptegel tegen de achterzijde van zijn linkerbeen werd gegooid, waardoor hij ten val kwam. Terwijl hij nog op de grond lag, stonden twee mannen links van hem en twee mannen rechts van hem die allen een houten honkbalknuppel in hun hand hielden. Vervolgens werd hij meerdere keren door alle mannen met een knuppel geslagen. Hij probeerde zijn hoofd met zijn armen te beschermen. De mannen sloegen zo hard, dat hij bang was dat ze door zijn armen heen zouden slaan12.

Ook anderen uit de groep van Triple-Ex hebben verklaringen afgelegd.

Zo heeft een getuige verklaard, dat toen ze bij de weg aankwamen er zo'n acht auto's stonden met mensen erbij die agressief uit hun ogen keken, die op een gegeven moment knuppels uit hun auto's haalden en dat er een aantal personen op hem afkwamen, waarop hij is weggerend13. Deze getuige en ook andere getuigen hebben verklaard, dat het om [aangever 2] ging, omdat ze op zoek waren naar iemand met drie kruisen. Gezien wordt hoe [aangever 2], die op een fiets was, een vuistslag in het gezicht krijgt14. Gelet op deze verklaringen en de verklaringen van aangevers lijkt de aanleiding voor deze vechtpartij te zijn gelegen in het feit dat één van de aangevers, [aangever 2], eerder die dag in Madestein met een ontbloot bovenlijf had rondgelopen, met op zijn rug een enorme tatoeage met het logo van de Amsterdamse voetbalclub Ajax alsmede een drietal kruizen op zijn kaalgeschoren achterhoofd.

Ter terechtzitting op 21 februari 2012 heeft verdachte verklaard dat hij op 3 juli 2011 naar recreatiegebied Madestein is gegaan op verzoek van medeverdachte [medeverdachte A] om te praten over problemen die [medeverdachte A] ondervond15.

3.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld, dat verdachte en zijn medeverdachten deel uit hebben gemaakt van een groep die op zoek was naar vermeende leden van de harde kern van Ajax-supporters, die zich in Madestein zouden bevinden en waarbij uiteindelijk geweld is gebruikt tegen de aangevers.

De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem onder 4 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten. Zij acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem onder 1, 2, 3, 4 meer subsidiair en 5 ten laste gelegde feiten.

Daartoe heeft zij - kort gezegd - aangevoerd dat verdachte een significante bijdrage heeft geleverd aan het openlijk geweld.

3.3 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte van alle ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken. Daartoe is aangevoerd dat verdachte geen deel uitmaakte van de groep en dat hij geen bijdrage, laat staan een significante bijdrage, heeft geleverd aan het geweld. Ten aanzien van de onder 1, 3 en 5 ten laste gelegde feiten heeft de raadsvrouw nog aangevoerd dat de aangiftes enkel worden ondersteund door foto's van het letsel, maar dat niet duidelijk is wanneer dat letsel is ontstaan.

3.4 De beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de hem onder 4 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan en zal verdachte derhalve van deze feiten vrijspreken.

De rechtbank onderschrijft het betoog van de raadsvrouw voor het overige niet. De rechtbank is van oordeel dat verdachte en zijn medeverdachten niet alleen naar Madestein zijn toegegaan om te kijken of er daadwerkelijk Ajax-supporters aanwezig waren, maar dat zij een specifiek doel voor ogen hadden, te weten het plegen van geweld, en dat verdachte aan dit doel een significante bijdrage heeft geleverd. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

De onder 1, 2, 3, 4 meer subsidiair en 5 ten laste gelegde feiten zien op de beschuldiging van openlijk geweld, in vereniging gepleegd, gedurende één actie van één groep, waaronder verdachte en drie medeverdachten. Weliswaar is dit in afzonderlijke, op specifieke slachtoffers toegespitste feiten ten laste gelegd, maar het gaat hier om één gebeurtenis, waarbij één groep een andere groep aanvalt en dus niet om meerdere groepjes, die elk een slachtoffer uitkiezen. De rechtbank wijst daarbij op het volgende.

Verdachte is op 3 juli 2011 gebeld door medeverdachte [medeverdachte A]16. Verdachte heeft op zijn beurt contact gehad met medeverdachte [medeverdachte C], die hij omstreeks 15.30 uur heeft gebeld17. Medeverdachte [medeverdachte C] heeft verklaard dat hij is gebeld door iemand die zei dat er Ajax supporters waren, dat hij niet wil zeggen wie hem heeft gebeld en dat hij daarna contact heeft gehad met anderen, waaronder medeverdachte [medeverdachte D]18. Naar aanleiding van al deze telefonades gaan medeverdachte [medeverdachte C] en medeverdachte [medeverdachte D] in de Ford Scorpio van de vader van medeverdachte [medeverdachte D] met [medeverdachte E] en twee anderen naar een verzamelpunt bij McDonald's aan de Escamplaan en vanaf daar rijden zij naar Madestein19. Ook anderen vertrekken met auto's vanaf de McDonald's naar Madestein.

Blijkens de opgevraagde historische telefoongegevens van medeverdachte [medeverdachte A] heeft hij op 3 juli 2011 tussen 15.00 uur en 16.30 uur 123 telefonische contacten gehad: 66 uitgaand en 57 inkomend. Daarvan waren er 39 (26 uitgaand en 13 inkomend) met verdachte20. Het is medeverdachte [medeverdachte A] die, in vergelijking met de gegevens van degene met wie hij in die anderhalf uur contact heeft gehad, degene is met de meeste belcontacten21. De rechtbank leidt hieruit af, dat medeverdachte [medeverdachte A] de grote initiator is geweest bij het waarschuwen en het verzamelen bij McDonald's aan de Escamplaan van mensen, die vervolgens naar Madestein zijn gegaan. Dit wordt bevestigd in de verklaring van getuige [medeverdachte F], die door medeverdachte [medeverdachte A], zo blijkt uit de historische telefoongegevens, op 3 juli 2011 is gebeld. Getuige [medeverdachte F] heeft aangegeven niet te willen zeggen wie hem heeft gebeld, wel heeft hij verklaard dat de persoon die hem belde vertelde dat er in Madestein problemen met Amsterdammers waren en dat hij na dit telefoontje naar de McDonald's in Zichtenburg is gereden. Voorts heeft hij verklaard dat bij de McDonald's een busje van [bedrijf] stond en dat dit busje van medeverdachte [medeverdachte A] was. [medeverdachte F] heeft verder verklaard dat iedereen die daar stond wist waar het over ging22. Ook een ander belcontact, [medeverdachte G], heeft verklaard, dat medeverdachte [medeverdachte A] hem in de middag van 3 juli 2011 belde en zei "Er zijn Amsterdammers van de F-side op een voetbalveld" en dat ze er naar toe gingen en dat hij iedereen ging bellen. Medeverdachte [medeverdachte A] had het volgens [medeverdachte G] over Madestein23. Medeverdachte [medeverdachte D] heeft verklaard, dat het ging om harde kern Ajaxcieden en dat hij om die reden is gaan kijken24. Medeverdachte [medeverdachte C] heeft verklaard dat het om Ajax-supporters zou gaan25. Verdachte heeft verklaard naar Madestein te zijn gegaan, omdat hij werd gebeld door medeverdachte [medeverdachte A] dat er daar iets mis was en dat dat iets een bedreiging was.26

Over het aantal mensen, dat naar Madestein is gegaan wordt wisselend verklaard. [aangever 4] en [aangever 2] verklaren over een groep mannen die op enig moment nog wordt versterkt. Niettemin kan worden vastgesteld dat het om een groot aantal mensen gaat dat zich naar Madestein begeeft omdat er Ajax-supporters zouden zijn gesignaleerd. Kennelijk allemaal met hetzelfde doel.

Dat het de bedoeling was om enkel te gaan kijken of het klopte dat er Ajax-supporters in Madestein waren, zoals enkele van de medeverdachten hebben verklaard, acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig. Medeverdachte [medeverdachte A] is verknocht aan de Haagse voetbalclub ADO. Dat er zo veel mensen worden opgetrommeld, is voorts een indicatie dat de tocht naar Madestein een gewelddadig oogmerk had. Het is bovendien een feit van algemene bekendheid, dat het de laatste jaren in Nederland bij ontmoetingen van supporters van rivaliserende voetbalclubs over het algemeen niet om een vreedzaam uitwisselen van sportieve ervaringen gaat. De praktijk leert dat dergelijke ontmoetingen steevast uitlopen in wederzijds geweld. De onder 1, 2, 3, 4 meer subsidiair en 5 ten laste gelegde feiten kunnen naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet los van elkaar worden gezien, waar zij zich hebben afgespeeld gedurende korte tijd waarin één confrontatie tussen de twee groepen heeft plaatsgevonden.

Ter beantwoording ligt voorts de vraag voor of verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het gepleegde geweld tegen [aangever 4], [aangever 1], [aangever 2], [aangever 3] en [aangever 5]. Hierbij zij opgemerkt dat voor bewezenverklaring van openlijk geweld niet van belang is of kan worden bewezen dat verdachte de in de ten laste gelegde feiten genoemde geweldshandelingen heeft gepleegd en dat zijn bijdrage zelf niet van gewelddadige aard hoeft te zijn geweest.

Dat er geweld is gebruikt tegen de vijf aangevers blijkt uit de hiervoor reeds aangehaalde aangiftes. Ten aanzien van [aangever 4] en [aangever 2] vinden de aangiftes in ieder geval bevestiging in de ook hiervoor reeds aangehaalde verklaringen van getuigen. De aangiftes van [aangever 1], [aangever 3] en [aangever 5] worden in voldoende mate ondersteund door het bij hen geconstateerde en vastgelegde letsel, dat past bij de inhoud van hun respectievelijke verklaringen. 27 Uit de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen kan ook worden afgeleid, dat verdachte op 3 juli 2011 naar Madestein toe is gegaan.

Hiervoor is reeds overwogen, dat de rechtbank het ongeloofwaardig acht, dat er geen gewelddadig oogmerk was. Ook al zou verdachte zelf niet tussen de vechtende menigte hebben gestaan, dan doet dat niet af aan het feit dat hij met zijn aanwezigheid de groep getalsmatig versterkte. Uit niets blijkt dat hij zich op enig moment van de gebeurtenissen heeft gedistantieerd. Gelet op de verklaring van [aangever 4] is het aannemelijk, dat de vechtpartij enkel is gestopt omdat sirenes van de politie werden gehoord. De rechtbank hecht ten slotte waarde aan de verklaring van [medeverdachte E] over zijn ontmoeting op 4 juli 2011 met verdachte en medeverdachten [medeverdachte A], [medeverdachte D] en [medeverdachte C], waar werd nagepraat over de vechtpartij. [medeverdachte E] heeft daarover verklaard, dat tijdens dat gesprek naar voren kwam dat medeverdachte [medeverdachte A] met een stok had geslagen en dat ook medeverdachte [medeverdachte C] en verdachte hadden gevochten.28

De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij louter naar recreatiegebied Madestein is gegaan om te praten met [medeverdachte A] over diens problemen ongeloofwaardig. Verdachte heeft maar liefst 110 telefooncontacten tussen drie uur en half vijf op 3 juli 2011 en niet alleen met [medeverdachte A], maar ook met anderen, waaronder medeverdachten [medeverdachte C] en [medeverdachte D].29 Vlak nadat verdachte medeverdachte [medeverdachte C] heeft gebeld, belt medeverdachte [medeverdachte C] medeverdachte [medeverdachte D] en [medeverdachte E]. Bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte E] verklaard dat medeverdachte [medeverdachte C] in de auto van medeverdachte [medeverdachte D] tegen hem heeft gezegd dat verdachte hem had gebeld en had gezegd dat er Ajax-supporters in park Madestein waren.30 Ondanks het feit dat medeverdachte [medeverdachte C] niet heeft willen verklaren wie hem heeft gebeld met de informatie dat er Ajax-supporters in het recreatiegebied Madestein aanwezig waren,31 acht de rechtbank het aannemelijk dat verdachte deze persoon is geweest, gelet op de verklaring van verdachte [medeverdachte E] en het feit dat medeverdachte [medeverdachte C] vlak na dit telefoongesprek met medeverdachte [medeverdachte D] heeft gebeld. Dit telefoontje van medeverdachte [medeverdachte C] heeft er vervolgens toe geleid dat medeverdachte [medeverdachte C] samen met medeverdachte [medeverdachte D] en [medeverdachte E]32, [medeverdachte H] en [medeverdachte I ]33 hebben opgehaald, waarna zij via McDonald's naar Madestein zijn gereden. Uit de verklaring van [medeverdachte E] blijkt dat het duidelijk was dat het doel van het ritje was om te gaan vechten met Ajax-supporters.34

Alles overziend - verdachte was aanwezig, hij heeft zich niet gedistantieerd en hij heeft actief contact opgenomen met anderen met de informatie dat er Ajax-supporters in Madestein aanwezig waren - komt de rechtbank tot de conclusie, dat de vraag of verdachte een significante rol heeft gespeeld en een bijdrage heeft geleverd aan het geweld bevestigend moet worden beantwoord. De rechtbank acht dan ook het openlijk geweld zoals ten laste gelegd onder 1, 2, 3, 4 meer subsidiair en 5 wettig en overtuigend bewezen.

3.5 De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

1.

hij op 03 juli 2011 te 's-Gravenhage, op of aan de openbare weg, de Oostmadeweg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [aangever 1], welk geweld bestond uit het:

- stenen gooien in de richting van het hoofd van die [aangever 1] en

- met kracht (met een honkbalknuppel) slaan tegen de schouder van die [aangever 1];

2.

hij op 03 juli 2011 te 's-Gravenhage, op of aan de openbare weg, de Oostmadeweg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [aangever 2], welk geweld bestond uit het:

- slaan/stompen in/op het gezicht/hoofd en op/tegen het gebit van die [aangever 2] en

- tegen/op het achterhoofd van die [aangever 2] slaan en

- met meerdere, althans een honkbalknuppel(s) op/tegen de rug van die [aangever 2] slaan;

3.

hij op 3 juli 2011 te 's-Gravenhage, op of aan de openbare weg, Oostmadeweg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [aangever 3], welk geweld bestond uit het:

- gooien met een steen in de richting van die [aangever 3] en

- slaan met een honkbalknuppel tegen/op de elleboog van die [aangever 3];

4.

meer subsidiair:

hij op 3 juli 2011 te 's-Gravenhage, op of aan de openbare weg, Oostmadeweg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [aangever 4], welk geweld bestond uit het:

- gooien van een steen tegen het been van die [aangever 4], waardoor die [aangever 4] ten val kwam en

- terwijl die [aangever 4] op de grond lag, met meerdere, althans een honkbalknuppel(s) in de richting van het hoofd en tegen/op de armen en knieën en de benen en het bovenlichaam van die [aangever 4] slaan;

5.

hij op 3 juli 2011 te 's-Gravenhage, op of aan de openbare weg, Oostmadeweg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [aangever 5], welk geweld bestond uit:

- het slaan met een honkbalknuppel tegen de linkerzij van die [aangever 5].

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 4 primair en subsidiair ten laste gelegde wordt vrijgesproken en dat verdachte van het hem bij dagvaarding onder 1, 2, 3, 4 meer subsidiair en 5 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

6.2. Het standpunt van de verdediging

Verdachte dient te worden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten. Subsidiair, indien de rechtbank toch komt tot een (gedeeltelijke) bewezenverklaring, heeft de raadsvrouwe verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De vrouw van verdachte kan het zonder verdachte emotioneel en financieel moeilijk bolwerken. Verdachte kan terugkeren naar een goede baan, als hij vrij zou komen. Met het salaris van deze baan, kan verdachte zijn gezin goed onderhouden. Ten slotte merkt de raadsvrouwe op dat verdachte geen relevante recente antecedenten heeft.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf en maatregelen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het in georganiseerd verband geweld plegen tegen personen van wie werd vermoed dat het Ajax-supporters waren. Vijf personen die na een ontspannen dag in het recreatiegebied Madestein terugkeerden na de verslavingskliniek Triple-Ex, waar zij onder behandeling waren, kregen de schrik van hun leven. Zij werden bruut belaagd door een grote groep Ado-supporters. Een van de slachtoffers [aangever 4], is daarbij op een zeer heftige en schokkende wijze geslagen door meerdere personen met honkbalknuppels. Dat het fysieke letsel van dit slachtoffer gegeven het toegepaste geweld uiteindelijk is meegevallen, is een gelukkige omstandigheid die in geen enkel opzicht is te danken aan degenen die hem hebben mishandeld. De ernst en duur van de psychische gevolgen van het voorval zijn in de schriftelijke slachtofferverklaring duidelijk naar voren gekomen. Zo was [aangever 4] bang op straat voor bepaalde type mensen en auto's, hij was bang om weer te pakken genomen te worden. Ook heeft hij zijn traject bij Triple-Ex niet af kunnen ronden. Na de gebeurtenis wilde hij niet meer in Den Haag blijven, aangezien hij zich er niet meer veilig voelde.

Hierbij komt dat deze vorm van gewelddadig gedrag in het openbaar meer in het algemeen zorgt voor een gevoel van onveiligheid in de samenleving.

Verdachtes bijdrage aan dit niets en niemandsontziend voetbalgerelateerde geweld rekent de rechtbank hem zwaar aan.

De rechtbank heeft kennis genomen van een uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte van 11 augustus 2011, waaruit blijkt dat verdachte niet recent is veroordeeld wegens soortelijke delicten als waarvoor hij thans terecht moet staan.

De rechtbank heeft kennis genomen van het reclasseringsadvies van 24 november 2011 dat over verdachte is opgesteld. Gezien de ontkenning van betrokkene in relatie met het ontbreken van risicofactoren en een hulpvraag van betrokkene, is de reclassering van mening dat op dit moment een Plan van Aanpak niet geïndiceerd is en onthoudt zich derhalve van advies.

Gelet op het hiervoor overwogene acht de rechtbank een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden. De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan de officier van justitie heeft geëist, een straf nu deze meer in lijn is met de hoogte van de straffen welke, blijkens jurisprudentie, worden opgelegd voor soortgelijk openlijk geweld. Hoewel de strafverzwarende omstandigheden genoemd in artikel 141, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht niet in de tenlastelegging zijn opgenomen, houdt de rechtbank daarbij wel rekening met het toegebrachte lichamelijk letsel. De rechtbank zal ook een deel van de straf voorwaardelijk opleggen in de hoop dat dit verdachte in de toekomst ervan zal weerhouden soortgelijke feiten te plegen. De rechtbank zal gelet op het reclasseringsadvies hieraan geen bijzondere voorwaarde koppelen.

7. De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel

7.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [aangever 1] en [aangever 4]. Zij heeft de rechtbank verzocht bij (gedeeltelijke) toewijzing van (één van) de vordering(en) daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

7.2. Het standpunt van de verdediging

Gelet op de verzochte vrijspraak heeft de raadsvrouwe verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen af te wijzen. Met betrekking tot de door [aangever 4] gevorderde materiële schade merkt de raadsvrouwe op dat deze schade op geen enkele wijze is onderbouwd en daarom - bij eventuele veroordeling - moet worden afgewezen of niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

De vordering van de benadeelde partij [aangever 4].

[aangever 4], heeft zich, met betrekking tot feit 4 (meer subsidiair), als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.901,20.

De gehele vordering is gedetailleerd onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 4 meer subsidiair bewezenverklaarde feit.

Met betrekking tot de gevorderde materiële schade merkt de rechtbank op dat zij met de raadsvrouwe heeft geconstateerd dat de benadeelde partij geen bonnen heeft toegevoegd ter onderbouwing van dit deel van de vordering. Het ontbreken van bonnen ziet de rechtbank niet als beletsel tot het toewijzen van dit deel van de vordering. De rechtbank is namelijk van oordeel dat het evident is dat de kleding welke de benadeelde partij droeg en de spullen die hij bij zich had ten tijde van het feit kunnen zijn beschadigd. De rechtbank acht de vergoeding die de benadeelde partij vraagt voor deze goederen redelijk, mede gelet op het feit dat rekening is gehouden met afschrijving van de goederen. De rechtbank acht dit deel van de vordering volledig toewijsbaar.

De door [aangever 4] gevorderde immateriële schadevergoeding komt de rechtbank reëel voor en is eveneens volledig toewijsbaar.

De rechtbank zal derhalve de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 1.901,20.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 3 juli 2011 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4 meer subsidiair bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.901,20, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 juli 2011 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 4].

De vordering van de benadeelde partij [aangever 1].

[aangever 1], heeft zich, met betrekking tot feit 1, als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 650,00.

De gehele vordering is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van €650,00.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 3 juli 2011 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 650,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 juli 2011 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 1].

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:

- 24c, 36f, 57, 141 van het Wetboek van Strafrecht;

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij gewijzigde dagvaarding onder 4 primair en subsidiair tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij gewijzigde dagvaarding onder 1, 2, 3, 4 meer subsidiair en 5 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1, feit 2, feit 3, feit 4 meer subsidiair en feit 5:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 18 MAANDEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 6 MAANDEN niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

ten aanzien van feit 1:

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij hoofdelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [aangever 1], een bedrag van € 650,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 juli 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat zij dit deel van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 650,00 ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 1];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 13 DAGEN;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededaders aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededaders opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

ten aanzien van feit 4 meer subsidiair:

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij hoofdelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [aangever 4], een bedrag van € 1.901,20, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 juli 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat zij dit deel van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.901,20 ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 4];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 29 DAGEN;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededaders aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededaders opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

Dit vonnis is gewezen door

mr. P. Poustochkine, voorzitter,

mrs. A.C.M. Höppener en V.F. Milders, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.M.Th. Boeter, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 maart 2012.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's 1 tot en met 1111 van het doorgenummerde proces-verbaal met het nummer PL1534 2011140261, van de regiopolitie Haaglanden, met bijlagen.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p 46

3 Proces-verbaal van bevindingen, p 47

4 Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 7 februari 2012 opgesteld door dr. S. van Soest, met als onderwerp: onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een geweldsincident gepleegd in 's-Gravenhage op 3 juli 2011

5 Geneeskundige verklaring betreffende [aangever 4] d.d. 3 juli 2011, p 88 en verklaring Afdeling Spoedeisende hulp Hagaziekenhuis, Leyweg, p 90

6 Geneeskundige verklaring, p 833

7 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2], p 58 en 59

8 Proces-verbaal verhoor getuige [aangever 2], p 63

9 Proces-verbaal van aangifte [aangever 1], p 51

10 Proces-verbaal van aangifte [aangever], p 69

11 Proces-verbaal van aangifte [aangever 5], p 93

12 Proces-verbaal van verhoor aangever [aangever 4], p 73

13 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1], p 101

14 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2], p 106 en 107

15 Proces-verbaal terechtzitting 21 februari 2012

16 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p 539

17 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p 1079 en p 1083b en p 1084

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte C], p 564 p 963

19 Processen-verbaal van verhoor [medeverdachte D], [medeverdachte E] en [medeverdachte C], p 292, p 391 en p 564

20 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p 527 en p 530

21 Idem, p 528, p 529 en p 530

22 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte F], p 869 en 870

23 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte G], p 860

24 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte D], p 143

25 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte C], p 563

26 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p 539

27 Foto's bij proces-verbaal verhoor aangever [aangever 1], [aangever 3] en [aangever 5 ], p 55, p 71 en p 95

28 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte E], p 423, p 429, p 430 en p 959

29 Schriftelijk stuk p 206

30 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte E] bij de rechter-commissaris, onder punt 15.

31 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte C], p 564 p 963

32 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte E] p 381 en p 382

33 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte H], p 738 tot en met p 740

34 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte E] p 404