Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7589

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
02-03-2012
Datum publicatie
02-03-2012
Zaaknummer
09-607736-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft een explosie teweeggebracht tengevolge waarvan brand in zijn woning is ontstaan. Verdachte heeft een zeer gevaarlijke situatie doen ontstaan waarbij grote schade is toegebracht aan de woning en de in die woning aanwezige goederen. Ook was er gevaar voor de belendende woningen. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan belaging. Hij heeft aangeefster stelselmatig gebeld en ge-sms't en vele malen haar voicemail ingesproken. Hiermee heeft verdachte een forse inbreuk gemaakt op het privéleven van aangeefster. Een deel van de berichten had bovendien een zeer dreigende toon. Tevens heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging. Gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, met aftrek en terbeschikkingstelling met voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/607736-11

Datum uitspraak: 2 maart 2012

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting "P.I. Rijnmond - HvB De IJssel" te Krimpen aan den IJssel.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 16 september 2011, 9 december 2011 en 17 februari 2012.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie, mr. H. de Koning, en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte, mr. J.I. Echteld, advocaat te Gouda, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 08 januari 2011 tot en met 09 januari 2011 te [woonplaats], opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht en/of brand heeft gesticht door

- in een woning (gelegen aan de [adres]) vier gaskranen (volledig) open te draaien/zetten, waardoor een behoorlijke hoeveelheid gas de woning instroomde (waarna het gas/zuurstofmengsel in die woning de explosiegrens bereikte) en/of

- (vervolgens) sigaretten, althans een sigaret aan te steken, althans open vuur met dat gas in aanraking te brengen,

ten gevolge waarvan een ontploffing heeft plaatsgevonden en/of brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de belendende percelen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de personen in de naastgelegen woningen en/of eventuele voorbijgangers, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 04 mei 2011 tot en met 08 juni 2011 te [P] en/of [woonplaats], in elk geval in Nederland, (telkens) wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [X] en/of haar ouders, in elk geval van een ander, met het oogmerk die [X], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft verdachte met dat oogmerk in genoemde periode

- die [X] (telkens) (vrijwel dagelijks) meermalen gebeld (te weten 761 keer)

en/of

- de ouders van die [X] (telkens) meermalen (op een dag) gebeld en/of

- die [X] (telkens) sms-berichten gestuurd en/of

- die [X] aangemeld op diverse dating-/sekssites;

3.

ter berechting gevoegd: parketnummer 09/608135-10:

hij in of omstreeks periode van 11 tot en met 30 december 2010 te [woonplaats], in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [X], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [X], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft verdachte met dat oogmerk die [X] met grote regelmaat, althans op een (groot) aantal tijdstippen, in genoemde periode die [X] op een of meer van de navolgende wijze(n) lastiggevallen:

- het bellen van de telefoon van die [X] en/of het inspreken van voicemail-berichten en/of het sturen van sms-berichten en/of

- het bellen en/of sms-en van de ouders en/of vrienden van die [X];

4.

hij op meerdere tijdstippen, althans op enig tijdstip, in de periode van 11 tot en met 24 december 2010 te [woonplaats] en/of elders in Nederland [X] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk dreigend voornoemde [X] (telefonisch) heeft bedreigd met de dood en/of sms-jes gestuurd en/of voicemail berichten ingesproken waarin zij met de dood en/of met geweld wordt bedreigd en/of tegen een kennis van die [X] gezegd dat hij, verdachte, twee pistolen in Duitsland zou gaan kopen en die [X] door het hoofd zou gaan schieten, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

5.

hij op of omstreeks 11 december 2010 te [woonplaats] een vrouw, genaamd [X], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte ten overstaande van die [X] opzettelijk dreigend een mes tevoorschijn gehaald en/of dat mes op een voor die [X] duidelijk zichtbare wijze in zijn handen gehouden.

3. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

3.1. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft betoogd dat de officier van justitie met betrekking tot feit 2 voorzover dat betreft de ouders van [X] niet-ontvankelijk is, nu de ouders van [X] geen klacht hebben gedaan.

De raadsvrouw is van mening dat dit evenzeer geldt ten aanzien van feit 3 nu de aangifte van [X] niet is gevolgd door een klacht.

3.2. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot haar ontvankelijkheid ten aanzien van feit 2 voorzover dat betreft de ouders van [X]. Ten aanzien van feit 3 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de aangifte weliswaar niet is gevolgd door een klacht, doch dat in de aangifte is opgenomen dat [X] 'hoopt dat verdachte gestraft zal worden'. Hiermee heeft zij, aldus de officier van justitie, aangegeven strafvervolging te wensen.

3.3. Het oordeel van de rechtbank1

De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk met betrekking tot feit 2 van de tenlastelegging voorzover dat betreft de ouders van [X] nu niet is gebleken dat door de ouders van [X] een klacht is gedaan en evenmin anderszins voldoende expliciet is gebleken van een wens tot vervolging.

Ten aanzien van feit 3 is de rechtbank van oordeel dat uit het feit dat aangeefster uitdrukkelijk heeft verklaard dat zij 'hoopt dat verdachte gestraft zal worden' genoegzaam duidelijk is geworden dat zij de strafvervolging van verdachte wenst. De rechtbank wordt in dat oordeel gesterkt door de klacht die aangeefster op 9 juni 2011 tegen verdachte heeft gedaan in verband met - kort gezegd - feit 2. 2

Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan het klachtvereiste. De officier van justitie is derhalve ontvankelijk ten aanzien van feit 3.

4. Bewijsoverwegingen

4.1 Inleiding

Op 9 januari 2011 heeft een explosie plaatsgevonden in de woning aan de [adres] te [woonplaats], waarna brand in de woning is ontstaan. De explosie is ontstaan doordat de vier gaskranen in de keuken open waren gezet, waarna het gas/zuurstofmengsel dat zich in de woning bevond de explosiegrens heeft bereikt. Het gas/zuurstofmengsel is op enigerlei wijze ontstoken, hetgeen de explosie en de brand tot gevolg heeft gehad. Indien de brand niet tijdig door de brandweer was geblust had deze over kunnen slaan op naastgelegen woningen, waar zich op dat moment personen bevonden.3

[X] heeft aangifte gedaan van brandstichting. Zij heeft verklaard dat zij sinds januari 2006 een relatie heeft gehad met verdachte. Op 11 december 2010 heeft zij de relatie verbroken. Vanaf dit moment heeft verdachte haar extreem vaak gebeld en ge-sms't. Hij sprak gemiddeld vijftien tot twintig voicemailberichten per dag in op haar mobiele telefoon.4

[X] heeft tevens aangifte gedaan van het volgende. Op 11 december 2010 is verdachte bij de ouders van [X] aan de deur geweest. Verdachte trok toen een groot keukenmes uit zijn broeksband. Ook heeft verdachte haar vanaf dat moment veelvuldig gebeld en ge-sms't. Op 24 december 2010 heeft verdachte haar opgebeld en gezegd dat hij naar Duitsland zou gaan om daar twee pistolen te kopen waarmee hij haar 'door haar kankerkop' zou gaan schieten. [X] vernam van haar vriendin [vriendin] dat verdachte tegen de man van [vriendin] had gezegd dat hij [X] 'door haar kop zou schieten'.5

Op 3 juni 2011 heeft [X] nogmaals aangifte gedaan tegen verdachte. Zij heeft verklaard dat het verdachte met ingang van 4 mei 2011 was verboden om contact op te nemen met haar. Zij werd echter, zo heeft zij verklaard, daarna door verdachte vele malen gebeld met het nummer [nummer]. Tevens is zij er achter gekomen dat zij op diverse sexdating websites was aangemeld.6

4.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen zal verklaren. Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde feit heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit heeft de officier van justitie betoogd dat verdachte het voorwaardelijk opzet op een explosie heeft gehad door te gaan roken terwijl zijn woning, doordat hij de gaskranen van het fornuis had opengezet, was volgestroomd met gas.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde feit heeft de officier van justitie betoogd dat verdachte hiervan zou moeten worden vrijgesproken nu de aangifte niet wordt ondersteund door enig ander bewijsmiddel.

4.3 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde feit. Verdachte wilde een einde aan zijn leven maken. Daartoe heeft hij alle gaskranen van het in zijn woning aanwezige fornuis opengedraaid. Verdachte meende dat hij op die manier zou "inslapen". Hij heeft hierbij echter niet bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat er een explosie zou ontstaan. Dat hij dat opzet niet had blijkt, aldus de raadsvrouw, ook wel uit het feit dat hij dan op de koop zou hebben toegenomen dat hij ernstig verminkt zou raken voor de rest van zijn leven.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit heeft de raadsvrouw betoogd dat het initiatief tot contact van zowel verdachte als [X] uitging. Zoiets kan niet, aldus de raadsvrouw, als belaging worden gekwalificeerd.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde feit heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit. In de visie van verdachte heeft de bedreiging niet plaatsgevonden. Daarnaast kan niet worden uitgesloten dat [X] en [vriendin] elkaar over dit vermeende feit hebben gesproken en hun verklaringen op elkaar hebben afgestemd.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde feit heeft de raadsvrouw eveneens vrijspraak bepleit nu de aangifte niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen.

4.4 De beoordeling van de tenlastelegging

Feit 1

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij, nadat de explosie plaats had gevonden, verdachte mee heeft genomen en hem onder de douche heeft gezet. Terwijl verdachte onder de douche stond vertelde hij dat hij de gaskraan zelf open had gedraaid en dat hij dat de avond daarvoor al had gedaan.7

Verbalisant [verbalisant 1] heeft op 9 januari 2011 met verdachtes buurvrouw [buurvrouw] gesproken. Zij vertelde dat zij verdachte die avond daarvoor telefonisch had gesproken. Verdachte zou haar hebben verteld dat hij een einde aan zijn leven wilde maken, maar dat hij de gaskraan maar weer dicht ging draaien, omdat er toch niets gebeurde. De gaskraan zou toen al de hele middag open hebben gestaan.8

Verdachte heeft verklaard dat hij zich door middel van gas wilde laten inslapen. Toen hij hoorde dat zijn hond was overleden heeft hij het gas open gezet. Hierna heeft hij, zo heeft hij verklaard, alleen nog maar gerookt en bier gedronken. Op de vraag hoe hij dacht dat de ontploffing tot stand was gekomen heeft verdachte geantwoord dat hij een sigaret had aangestoken.9

Uit de afgelegde verklaringen en de bevindingen ter plaatse leidt de rechtbank af dat verdachte de gaskranen van zijn fornuis op 8 januari 2011 open heeft gezet en dat er op 9 januari 2011 een explosie is ontstaan waarna er brand is uitgebroken. De rechtbank acht bewezen dat verdachte deze explosie opzettelijk tot stand heeft gebracht, nu verdachte zich het leven wilde benemen, de gaskranen open had gezet en vervolgens een sigaret heeft aangestoken.

De raadsvrouw van verdachte heeft betoogd dat verdachtes opzet niet gericht was op het teweegbrengen van een explosie, omdat hij dan, onder verwijzing naar het zogeheten Porsche-arrest, op de koop zou hebben toegenomen dat hij als gevolg van de explosie ernstig verminkt zou raken. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt. Uit verdachtes verklaring blijkt dat hij zich van het leven wilde benemen. Verdachte heeft vervolgens de gaskranen in de keuken open gedraaid en op enig moment een sigaret opgestoken. Hierdoor is een ontploffing ontstaan. Verdachtes opzet was erop gericht dat hij als gevolg van deze explosie zou komen te overlijden. De dood is echter niet ingetreden. Dat verdachte zijn verminking niet op de koop zou hebben toegenomen volgt niet uit zijn verklaringen. Integendeel, uit die verklaringen volgt dat het handelen van verdachte erop was gericht dat hij zou overlijden doch dat de uitvoering van zijn plan niet is geslaagd. De gedragingen van verdachte kunnen naar het oordeel van de rechtbank naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op het uiteindelijke gevolg dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.

Feit 2

Onder verdachte zijn twee mobiele telefoons in beslag genomen. Eén van deze twee mobiele telefoons had als telefoonnummer [nummer]. Met dat nummer is in de periode van 1 maart 2011 tot en met 1 juni 2011 463 keer gebeld naar [X].10

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [X] niet heeft ingeschreven op de sex/dating websites. Hiervoor zou iemand anders -verdachte wil zijn naam niet noemen- verantwoordelijk zijn. Diegene zou hebben voorgesteld [X] in te schrijven, waarmee verdachte, zo verklaart hij, akkoord is gegaan. Voorts heeft verdachte verklaard de schuld op zich te nemen. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij haar in die periode vele malen heeft gebeld en dat hij ook degene was die vele malen met een onbekend nummer heeft gebeld.11

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [X] heeft ingeschreven op diverse sex/dating websites. De rechtbank acht de verklaring van verdachte hieromtrent, mede in het licht van de overige gebeurtenissen, onvoldoende onderbouwd om aannemelijk te kunnen zijn.

De rechtbank acht voorts bewezen dat verdachte [X] in de ten laste gelegde periode vele malen heeft gebeld en ge-sms't. De rechtbank baseert dit oordeel op de aangifte en de verklaring van verdachte, alsmede op de volgende bewijsmiddelen:

- een overzicht van door [X] ontvangen sms-berichten12;

- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 3 juni 201113;

- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 6 juni 2011.14

Feit 3

Verdachte heeft op 30 december 2010 verklaard dat hij gebruik maakt van het telefoonnummer [nummer 2]. Tevens heeft hij verklaard dat hij [X] sinds 11 december 2011 'vaak, heel vaak, honderd keer of misschien wel honderden keren' heeft gebeld. Hij deed dit onder andere om haar als partner terug te winnen.15

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat er over en weer contact werd gezocht. Verder heeft verdachte verklaard dat hij waarschijnlijk boos was in die periode omdat hij tot het idee was gekomen dat [X] vreemd zou zijn gegaan.16

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen. De raadsvrouw heeft betoogd dat over en weer contact werd gezocht en dat de vele contacten daarom niet als belaging gekwalificeerd kunnen worden. De rechtbank verwerpt dat verweer en overweegt als volgt.

Verdachte en [X] hadden in die periode hun relatie beëindigd. Dat zowel verdachte als [X] in die periode het initiatief hebben genomen om contact met de ander te zoeken is niet ongebruikelijk. Er moest immers nog het nodige geregeld worden om het een en ander te regelen. Verdachte heeft echter vele malen meer contact met [X] gezocht dan andersom. Bovendien hadden deze contactpogingen meestal niet tot doel lopende zaken te regelen. Verdachte wilde immers [X] voor zich terugwinnen. Onder deze omstandigheden kunnen de vele contacten niet gezien worden als noodzakelijke contacten om lopende zaken te regelen. Geconcludeerd moet dan ook worden dat verdachte in de ten laste gelegde periode stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [X].

Feit 4

[A, echtgenoot van vriendin van X] heeft verklaard dat verdachte op 24 december 2010 tegen hem heeft verteld dat hij naar Duitsland ging om een pistool te halen. Tevens hoorde hij dat verdachte zei: "[X] (hiermee wordt aangeefster [X] bedoeld) kan praten, maar ik kan ook praten. Ik heb met de buren staan praten en die vertelde mij dat ze al twee jaar met een ander ligt. Ik schiet haar voor haar kankerkop." [vriendin] zei vervolgens tegen verdachte dat hij normaal moest doen. Hierop zei verdachte: "Nee, ze haalt de kerst nog niet."17

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [X] niet heeft bedreigd. De rechtbank acht desalniettemin wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [X] heeft bedreigd. Haar aangifte wordt ondersteund door de verklaring van [A]. De rechtbank heeft geen plausibele redenen aangetroffen om, zoals door de verdediging naar voren gebracht, aan te nemen dat er tussen [A] en [X] overleg heeft plaatsgevonden over de aangifte . De rechtbank acht beide verklaringen daarom betrouwbaar en voldoende voor het wettig en overtuigend bewijs.

Feit 5

De rechtbank zal verdachte van dit feit vrijspreken nu de aangifte niet door enig ander overtuigend bewijsmiddel wordt ondersteund. De omstandigheid dat verdachte tijdens zijn aanhouding op 30 december 2010 in het bezit was van een mes kan niet gebruikt worden voor het bewijs, nu deze omstandigheid bijna drie weken na het aangegeven incident heeft plaatsgevonden en ook niet vast staat dat het bij verdachte aangetroffen mes eenzelfde mes is als beschreven door aangeefster [X].

4.5 De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart mitsdien wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

ten aanzien van feit 1:in de periode van 08 januari 2011 tot en met 09 januari 2011 te [woonplaats], opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht en brand heeft gesticht door

- in een woning (gelegen aan de [adres]) vier gaskranen volledig open te draaien, waardoor een behoorlijke hoeveelheid gas de woning instroomde (waarna het gas/zuurstofmengsel in die woning de explosiegrens bereikte) en

- vervolgens sigaretten, althans een sigaret aan te steken, althans open vuur met dat gas in aanraking te brengen,

ten gevolge waarvan een ontploffing heeft plaatsgevonden en brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de belendende percelen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de personen in de naastgelegen woningen te duchten was;

ten aanzien van feit 2:

op tijdstippen in de periode van 04 mei 2011 tot en met 08 juni 2011 te [P] of [woonplaats] wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [X] met het oogmerk die [X] te dwingen iets te doen en te dulden, immers heeft verdachte met dat oogmerk in genoemde periode

- die [X] vrijwel dagelijks meermalen gebeld en

- die [X] sms-berichten gestuurd en

- die [X] aangemeld op diverse dating-/sekssites;

ten aanzien van feit 3:

in de periode van 11 tot en met 30 december 2010 te [woonplaats], wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [X], met het oogmerk die [X], te dwingen iets te doen ente dulden, immers heeft verdachte met dat oogmerk die [X] met grote regelmaat in genoemde periode op een of meer van de navolgende wijze(n) lastiggevallen:

- het bellen van de telefoon van die [X] en het inspreken van voicemail-berichten en het sturen van sms-berichten;

ten aanzien van feit 4:

hij op tijdstippen, in de periode van 11 tot en met 24 december 2010 te [woonplaats] [X] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door een voicemailbericht in te spreken waarin zij, [X], met de dood wordt bedreigd en tegen een kennis van die [X] te zeggen dat hij, verdachte, twee pistolen in Duitsland zou gaan kopen en die [X] door het hoofd zou gaan schieten.

5. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7. De strafoplegging

7.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren. Tevens heeft de officier van justitie de terbeschikkingstelling met voorwaarden van verdachte gevorderd.

7.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft medegedeeld zich niet te verzetten tegen het opleggen van terbeschikkingstelling met voorwaarden. Zij heeft betoogd dat deze zo snel mogelijk moet worden aangevangen en dat een hieraan voorafgaande gevangenisstraf niet op zijn plaats is.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een explosie teweeggebracht tengevolge waarvan brand in zijn woning is ontstaan. Verdachte heeft een zeer gevaarlijke situatie doen ontstaan waarbij grote schade is toegebracht aan de woning en de in die woning aanwezige goederen. Ook was er gevaar voor de belendende woningen. Brandstichting geldt als een zeer ernstig strafbaar feit, in het bijzonder, indien het een woning in een dichtbebouwde woonwijk betreft. Brandstichting leidt tot ernstige gevoelens van angst en onveiligheid in de omgeving van het desbetreffende pand en dwingt hulpverleners (de brandweer) tot het nemen van soms zeer grote risico's om levens te redden of ten minste te onderzoeken of er levens gevaar lopen.

Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan belaging. Hij heeft aangeefster [X] stelselmatig gebeld en ge-sms't en vele malen haar voicemail ingesproken. Hiermee heeft verdachte een forse inbreuk gemaakt op het privéleven van aangeefster. Een deel van de berichten had bovendien een zeer dreigende toon. Tevens heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging. Ook hiermee heeft hij het slachtoffer angst berokkend. De rechtbank rekent dit verdachte ernstig aan.

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte onder meer vanwege een drietal brandstichtingen is veroordeeld tot een langdurige gevangenisstraf. Tevens is uit het uittreksel gebleken dat verdachte ook terzake bedreiging eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Feiten als de onderhavige, waarbij met name gewicht toekomt aan het onder 1 bewezenverklaarde feit, rechtvaardigen dat aan verdachte een langdurige gevangenisstraf wordt opgelegd. Nu verdachte zich ook nog eens eerder aan een soortgelijk feit schuldig heeft gemaakt acht de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals geëist door de officier van justitie passend en geboden.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het psychologisch rapport van M.H. de Groot, gz-psycholoog. In het rapport is geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens ten gevolge van alcoholmisbruik. Tevens is er sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis 'niet anders omschreven' waarbij narcistische en antisociale trekken het meest op de voorgrond staan. Ten gevolge van in zijn ogen ondergane krenking heeft verdachte de explosie teweeg gebracht. Vanwege de invloed van de persoonlijkheidsstoornis wordt geadviseerd verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Volgens de psycholoog blijft de kans op recidive bestaan zolang verdachte er niet in slaagt meer adequate copingmechanismen te ontwikkelen, bedoeld voor situaties waarin hij gefrustreerd of gekrenkt raakt. Geadviseerd wordt verdachte hiervoor te laten behandelen. Deze behandeling kan het beste plaatsvinden bij De Waag. De rapporteur acht een behandeling in het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden het meest geïndiceerd.

Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het psychiatrisch rapport opgesteld door dr. B.A. Blansjaar, psychiater. Ook in dit rapport is geconcludeerd dat verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Deze gebrekkige ontwikkeling bestaat uit een persoonlijkheidsstoornis met vooral narcistische en in mindere mate antisociale kenmerken. Het onder 1 bewezen verklaarde feit is volgens de psychiater waarschijnlijk deels voortgekomen uit de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, met name uit krenkbaarheid, impulsiviteit en gebrek aan empatisch vermogen. Geadviseerd wordt verdachte daarom licht verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

De psychiater acht de kans op recidive verhoogd als gevolg van de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van verdachte. Met name bij relationele conflicten en relatiebreuken is de kans op nieuwe gewelddadige ontsporingen verhoogd. Geadviseerd wordt daarom de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen en verdachte verplicht mee te laten werken aan een ambulante behandeling bij de forensisch psychiatrische polikliniek De Waag.

Tevens heeft de rechtbank acht geslagen op het Reclasseringsadvies ten behoeve van terbeschikkingstelling met voorwaarden van Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering. Deze rapporteur acht het niet verstandig als verdachte na zijn vrijlating alleen een woning zou betrekken en maakt gewag van zorgen dat verdachte wederom contact op zal nemen met [X]. Verdachte zal nog een zware tijd tegemoet gaan door zijn brandwonden en de verwerking van de gebeurtenissen. Een zinvolle dagbesteding is van belang mede om te voorkomen dat verdachte gaat drinken of in de verleiding komt om weer contact op te nemen met [X].

Verdachte heeft verklaard, aldus de rapporteur, dat hij open staat voor een behandeling bij De Waag. Behandeling bij De Waag zou zich kunnen richten op het omgaan met krenking en afwijzing, het verdragen van deze emoties, het vergroten van probleemoplossende vaardigheden en hulp en steun leren accepteren wanneer het tegen zit.

De reclassering acht de kans op recidive groot, voornamelijk wanneer verdachte weer een relatie aangaat. Verdachtes herstel van zijn brandwonden en acceptatie van zijn lichaam en zijn beperkingen maakt hem kwetsbaar hetgeen recidiveverhogend kan werken.

De reclassering acht plaatsing in een begeleide woonvorm met 24-uurs begeleiding in eerste instantie het meeste geïndiceerd. De reclassering acht Exodus vooralsnog de meest geschikte plaats voor betrokkene waarna ambulant begeleid wonen kan volgen.

De reclassering heeft een aantal voorwaarden geformuleerd waaronder terbeschikkingstelling met voorwaarden plaats zou kunnen vinden.

De rechtbank acht zich door de rapporten voldoende voorgelicht en maakt de conclusies tot de hare. De rechtbank acht het van belang dat verdachte wordt behandeld voor zijn problematiek teneinde herhaling zoveel als mogelijk te voorkomen, temeer nu verdachte eerder soortgelijke feiten heeft begaan na (relatie)problemen.

Verdachte is eerder al behandeld vanwege dezelfde problematiek in het kader van bijzondere voorwaarden. Verdachte heeft deze behandeling -zo zag het er toen althans uit- succesvol afgerond. Ondanks die behandeling heeft verdachte nu toch weer ernstige feiten gepleegd, waaronder opnieuw een brandstichting. De rechtbank acht dit zorgelijk, temeer nu verdachte deze feiten na een tegenslag zeer makkelijk lijkt te hebben begaan. De rechtbank heeft zich dan ook beraden op de vraag of een terbeschikkingstelling met dwangverpleging niet meer op zijn plaats zou zijn geweest. Nu twee deskundigen echter hebben geadviseerd een terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen en ook de officier van justitie geen dwangverpleging heeft gevorderd zal de rechtbank daarvan afzien. De rechtbank zal aan de terbeschikkingstelling de door de reclassering geformuleerde voorwaarden verbinden.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

- 37a, 38, 38a, 57, 157, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank,

verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk ten aanzien van feit 2 voor zover dat de ouders van [X] betreft;

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding onder 5 tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

opzettelijk brand stichten en een ontploffing teweeg brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is

ten aanzien van feit 2 en 3:

belaging, meermalen gepleegd

ten aanzien van feit 4:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) JAREN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

gelast de terbeschikkingstelling van verdachte en stelt als voorwaarden:

specifieke voorwaarden:

1. Veroordeelde houdt zich aan de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door Reclassering Leger des Heils.

2. Veroordeelde houdt zich aan alle afspraken met de behandelaars van De Waag en werkt mee aan de behandeling door De Waag.

3. Veroordeelde zal zijn medewerking verlenen aan het opstellen van een signaleringsplan ten aanzien van recidiverisico's door De Waag. Hij toont hierin een open houding en bespreekt dit met de reclassering.

4. Binnen het behandeltraject van De Waag is aandacht voor het alcoholgebruik van veroordeelde. Indien dit niet voldoende is werkt veroordeelde mee aan het volgen van een leefstijltraining/behandeling bij de verslavingszorg.

5. Veroordeelde werkt mee aan een intakegesprek bij Exodus of een andere passende woonvoorziening. Wanneer hij in aanmerking komt voor Exodus of andere begeleidende woonvorm werkt hij mee aan plaatsing.

6. Veroordeelde houdt zich aan de afspraken/regels die binnen Exodus of andere begeleidende woonvorm gelden en stelt zich begeleidbaar op.

7. Veroordeelde zal niet van verblijfsplaats veranderen zonder overleg met en toestemming van de reclassering.

8. Veroordeelde stelt zich ten opzichte van de reclassering controleerbaar op en geeft toestemming aan de reclassering om informatie te verstrekken en te vragen aan die personen en instellingen die voor de uitvoering van het toezicht door de reclassering nodig worden geacht.

9. Veroordeelde geeft openheid over het aangaan en onderhouden van een nieuwe partnerrelatie.

10. Veroordeelde werkt mee aan het feit dat, indien er sprake is van een nieuwe relatie, zijn partner betrokken wordt bij de begeleiding en behandeling.

11. Veroordeelde geeft openheid over het aangaan en onderhouden van familierelaties en vriendschappelijke relaties.

12. Veroordeelde neemt geen contact op met zijn ex-partner, mevrouw [X], zonder voorafgaande toestemming van de reclassering. Hij gaat evenmin in op eventuele pogingen tot contact van haar kant.

13. Veroordeelde werkt eraan mee dat de afwikkeling van de boedelscheiding met zijn ex-partner geschiedt met behulp van een professioneel bemiddelaar.

algemene voorwaarden:

1. Veroordeelde geeft toestemming aan de reclassering tot het opvragen en uitwisselen van informatie aan alle instellingen die zij relevant acht en die van belang zijn voor een goede behandeling c.q. begeleiding.

2. Veroordeelde geeft toestemming aan de reclassering en zijn behandelaren dat, in geval van ongeoorloofde afwezigheid of calamiteiten en het niet nakomen van bovengenoemde voorwaarden, deze informatie aan alle betrokken partijen gemeld wordt.

3. Veroordeelde is op de hoogte van de consequenties, mocht hij zich onttrekken aan de gestelde voorwaarden, zoals intrekking van vrijheden en/of advisering tot omzetting naar dwangverpleging. In ieder geval wordt de overtreding gemeld aan justitie.

4. Veroordeelde is een verblijf in het buitenland tijdens de maatregel niet toegestaan.

5. Veroordeelde onthoudt zich van middelengebruik en werkt mee aan de controles hierop. Bij middelengebruik kunnen sancties volgen (van intrekking van vrijheden tot advisering tot omzetting naar dwangverpleging). In ieder geval wordt de overtreding gemeld aan justitie.

6. Veroordeelde werkt mee aan het convenant tussen de reclassering en politie, dat onder meer inhoudt dat hij onaangekondigd door de wijkagent gecontroleerd kan worden in zijn woning of omgeving.

7. Veroordeelde geeft openheid over zijn sociale contacten c.q. zijn sociaal netwerk en stelt zich controleerbaar op.

8. Veroordeelde geeft openheid over zijn financiën en administratie.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.J. van As, voorzitter,

mrs W.N.L. Donker en G.H.M. Smelt, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs W. Gunnewegh en K.K. Paap, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 maart 2012.

Mr. Van As is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van het doorgenummerde proces-verbaal met het nummer 2011004740, van de regiopolitie Hollands Midden (hierna te noemen: dossier 1), het doorgenummerde proces-verbaal met het nummer 2011080886, van de regiopolitie Hollands Midden (hierna te noemen: dossier 2), of het doorgenummerde proces-verbaal met het nummer PL1620 2010190888, van de regiopolitie Hollands Midden (hierna te noemen: dossier 3).

2 Proces-verbaal van ontvangst klacht, dossier 2, blz. 148

3 Proces-verbaal brandonderzoek, dossier 1, blz. 048.

4 Proces-verbaal van aangifte [X], dossier 1, blz. 031-033.

5 Proces-verbaal van aangifte [X], dossier 3, blz. 032-034.

6 Proces-verbaal van aangifte [X], dossier 2, blz. 017-018 en 021.

7 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], dossier 1, blz. 014-015.

8 Proces-verbaal van bevindingen, dossier 1, blz. 012.

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossier 1, blz. 166-167

10 Proces-verbaal van bevindingen, dossier 2, blz. 179.

11 Verklaring ter terechtzitting.

12 Een geschrift zijnde een overzicht van sms-berichten, dossier 2, blz. 116-146

13 Proces-verbaal van bevindingen, dossier 2, blz. 150.

14 Proces-verbaal van bevindingen, dossier 2, blz. 152-157.

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], dossier 3, blz. 023 en 029.

16 Verklaring ter terechtzitting.

17 Proces-verbaal van verhoor getuige [A], dossier 3, blz. 042.