Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BV6210

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-01-2012
Datum publicatie
17-02-2012
Zaaknummer
410197 - KG ZA 11-1527
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Arbeidsrecht. Concurrentie- en relatiebeding. Belangenafweging valt uit in het voordeel van de werkgever. Wel aanleiding voor beperking van de looptijd van de beding. Voor een vergoeding ex artikel 7:653 lid 4 BW is geen plaats.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0135
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 410197 / KG ZA 11-1527

Vonnis in kort geding van 24 januari 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BELASTINGACADEMIE B.V.,

gevestigd te Rijswijk,

eiseres in conventie,

verweerster in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. M.A. Kuyt-Fokkens te Voorburg,

tegen:

[gedaagde in conventie, tevens eiseres in voorrwaardelijke reconventie],

wonende [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. A.J.C. van Bemmel te Rotterdam.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als 'Belastingacademie' en '[gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie]'.

1. De feiten

In conventie en in (voorwaardelijke) reconventie:

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 17 januari 2012 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Belastingacademie verzorgt publicaties over fiscale, juridische en financiële onderwerpen, ontwikkelt concepten op die gebieden voor multimediale informatie-overdracht en verstrekt adviezen op die terreinen.

1.2. Met ingang van 1 juli 2010 is [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] voor de duur van twaalf maanden in dienst getreden bij Belastingacademie als fiscaal redacteur. Voor zover hier van belang houdt de arbeidsovereenkomst het volgende in:

"16. Non-concurrentiebeding

a. Het is werkneemster, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van werkgever, verboden om binnen Nederland en België tijdens het dienstverband en binnen twee jaar na de beëindiging daarvan direct of indirect werkzaam te zijn voor zichzelf of voor anderen, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, dan wel direct of indirect financieel of anderszins betrokken te zijn, bij activiteiten die liggen op het terrein van de werkzaamheden van werkgever en/of van één of meer ondernemingen die met werkgever economisch of organisatorisch zijn verbonden of die aan die activiteiten op die terreinen verwant zijn.

b. Ingeval van overtreding van het in lid a van dit artikel bepaalde tijdens of na beëindiging van de arbeidsovereenkomst is werkneemster aan werkgever een eenmalige onmiddellijk opeisbare boete verschuldigd van € 1000 en een nadere boete van € 100 per dag voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, onverminderd het recht van werkgever tot het vorderen van schadevergoeding conform de terzake geldende wettelijke regeling.

(…..)

17. Relatiebeding

a. Het is werkneemster, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van werkgever, verboden om tijdens en binnen twee jaar na de beëindiging van haar dienstverband met werkgever direct of indirect werkzaam te zijn, voor zichzelf of voor anderen, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, dan wel direct of indirect financieel of anderszins betrokken te zijn, bij en/of zakelijk contact te hebben met relaties van werkgever.

b. Onder relaties van werkgever wordt verstaan:

- iedere derde met wie werkgever en/of haar werkneemsters een klant/opdrachtrelatie onderhoudt/onderhouden respectievelijk iedere derde die aan werkgever en/of haar werkneemsters klanten/opdrachten doorverwijst of heeft doorverwezen op het moment dat werkneemster bij werkgever in dienst treedt;

- iedere derde die tijdens het dienstverband van werkneemster door werkgever en/of haar werkneemsters - werkneemster daaronder begrepen - worden geworven als klant/opdrachtgever, klant/opdrachtverwijzer.

c. Niet als relatie van werkgever worden beschouwd relaties die werkneemster reeds met derden die klant/opdrachtgever en/of klantverwijzer van haar zijn of kunnen worden, zoals gespecificeerd in de aan deze arbeidsovereenkomst gehechte bijlage III.

d. Ingeval van overtreding van het in lid a van dit artikel bepaalde tijdens of na beëindiging van de arbeidsovereenkomst is werkneemster aan werkgever een eenmalige onmiddellijk opeisbare boete verschuldigd van € 1000 en een nadere boete van € 100 per dag voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, onverminderd het recht van werkgever tot het vorderen van schadevergoeding conform de terzake geldende wettelijke regeling.

(…..)"

1.3. Op 29 juni 2011 is de duur van de arbeidsovereenkomst verlengd tot 30 juni 2012, onder handhaving van voormelde bedingen.

1.4. Bij brief van 30 november 2011 heeft [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] het dienstverband met Belastingacademie opgezegd per 1 januari 2012 omdat zij gaat werken bij Fiscaal up to Date B.V. te Eindhoven (hierna 'FutD').

1.5. FutD houdt zich - blijkens het Handelsregister - bezig met het uitgeven van informatie en het verzamelen, beheren en exploiteren van kennis op elk gebied. In dat verband levert zij informatie ten behoeve van de belastingpraktijk, de advocatuur, het notariaat, de belastingdienst en andere overheidsinstanties, onder meer door het uitgeven van fiscale nieuwsbrieven en vaktijdschriften.

1.6. Bij brief van 5 december 2011 heeft Belastingacademie [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] er op gewezen dat zij door in dienst te treden bij FutD de overeengekomen concurrentie- en relatiebedingen schendt en dat Belastingacademie [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] onvoorwaardelijk aan die bedingen houdt.

1.7. FutD was - gedurende zeven jaar - een opdrachtgever van Belastingacademie, in het bijzonder met het oog op de uitgave van het "Fiscaal Praktijkblad". FutD heeft op 23 december 2011 aan Belastingacademie medegedeeld de betreffende overeenkomst per 1 januari 2012 niet (meer) te verlengen, omdat zij de aan Belastingacademie uitbestede werkzaamheden zelf gaat uitvoeren.

1.8. In afwachting van de afloop van de onderhavige procedure heeft [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] er - vooralsnog - van afgezien om in dienst te treden van FutD.

2. Het geschil

In conventie:

2.1. Belastingacademie vordert [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] - op straffe van verbeurte van een dwangsom - te veroordelen en te bevelen om tot 31 december 2013 geen werkzaamheden in wat voor vorm dan ook - hetzij in dienstverband, hetzij zelfstandig - te verrichten voor FutD, dan wel ten behoeve van aan FutD gelieerde vennootschappen, met veroordeling van [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] in de juridische kosten van Belastingacademie en de proceskosten.

2.2. Belastingacademie voert daartoe - samengevat - het volgende aan.

FutD is een (grote) concurrent van Belastingacademie. Door bij haar in dienst te treden schendt [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] dan ook het in artikel 16 van de arbeidsovereenkomst vastgelegde (non-) concurrentiebeding. Bovendien verricht Belastingacademie in opdracht van FutD bepaalde werkzaamheden, zodat ook het relatiebeding, zoals vastgelegd in artikel 17 van de arbeidsovereenkomst, wordt geschonden. Als gevolg van die schendingen lijdt Belastingacademie schade, onder meer doordat kennis die [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] heeft opgedaan bij en over Belastingacademie uitlekt naar FutD. Belastingacademie heeft er dan ook belang bij om [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] aan het concurrentie- en het relatiebeding te houden.

2.3. [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] heeft de vordering van Belastingacademie gemotiveerd bestreden. Voor zover nodig zal haar verweer hierna worden besproken.

In (voorwaardelijke) reconventie:

2.4. Voor zover sprake is van een geldig concurrentiebeding en Belastingacademie belang heeft bij het inroepen daarvan, vordert [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] - na wijziging van eis - zakelijk weergegeven:

primair:

- het concurrentie- en het relatiebeding buiten werking te stellen, dan wel de werking daarvan te schorsen, althans de duur ervan te beperken tot zes maanden;

subsidiair (voor zover het concurrentie- en het relatiebeding voor enige periode van kracht blijven):

- Belastingacademie te veroordelen tot betaling van een vergoeding ter hoogte van het gebruikelijke bruto maandinkomen van [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie], te vermeerderen met vakantiegeld voor elke maand dat [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] geacht wordt te zijn gebonden aan het concurrentie- en het relatiebeding;

een en ander met veroordeling van Belastingacademie in de proceskosten.

2.5. Verkort weergegeven voert [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] daartoe het volgende aan.

Als gevolg van het concurrentie- en het relatiebeding wordt [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] in ernstige mate belemmerd bij het vinden van ander werk, zodat een vergoeding op de voet van artikel 7:653 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek ('BW') is aangewezen. Deze vergoeding moet worden gerelateerd aan het salaris dat [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] verdiende bij Belastingacademie.

2.6. Belastingacademie heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vorderingen van [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie]. Voor zover nodig zal dat verweer hierna worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

In conventie en in (voorwaardelijke) reconventie:

3.1. Gelet op de samenhang tussen de conventionele en de (voorwaardelijke) reconventionele vorderingen, zullen deze - om proceseconomische redenen - tezamen worden beoordeeld.

3.2. Waar Belastingacademie enerzijds volledige nakoming vordert van het concurrentie- en het relatiebeding, zoals opgenomen in de artikelen 16 en 17 van de arbeidsovereenkomst en [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] anderzijds vordert die bedingen buiten werking te stellen, dan wel de werking ervan te schorsen, althans te beperken, dient in het bestek van het onderhavige kort geding te worden onderzocht of een over dezelfde feiten oordelende bodemrechter met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de betreffende bedingen geheel of gedeeltelijk zal vernietigen op grond van het bepaalde in artikel 7:653 lid 2 BW. Daarbij wordt opgemerkt dat het relatiebeding ook moet worden aangemerkt als een 'concurrentiebeding' in de zin van artikel 7:653 BW. Aan de hand daarvan wordt [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] immers ook beperkt in haar bevoegdheid om na het einde van haar dienstverband met Belastingacademie op zekere wijze werkzaam te zijn.

3.3. Uitgangspunt is dat een partij zich dient te houden aan hetgeen waartoe zij zich contractueel jegens de andere partij heeft verplicht. In beginsel is [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] dan ook gebonden aan het concurrentie- en het relatiebeding. Dat is slechts anders indien [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] - afgezet tegen het belang van Belastingacademie - door de bedingen onbillijk wordt benadeeld.

3.4. Het verweer van [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] dat het concurrentiebeding onduidelijk is wordt verworpen. Over de strekking van het bepaalde in artikel 16 van de arbeidsovereenkomst kan in redelijkheid geen onduidelijkheid bestaan: behoudens toestemming van Belastingacademie is het [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] niet toegestaan om tijdens het dienstverband en binnen een periode van twee jaar na de beëindiging ervan - in Nederland en België - werkzaam te zijn voor een concurrent van Belastingacademie c.q. een aan haar gelieerde onderneming. [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] heeft dat - zeker als juriste - ook moeten (kunnen) begrijpen toen zij de arbeidsovereenkomst sloot. Hieraan wordt - voor de goede orde - toegevoegd dat, ook al heeft [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] zich niet beroepen op de onduidelijkheid van het relatiebeding, ook de strekking van dat beding niets aan duidelijkheid te wensen overlaat.

3.5. Het verweer dat Belastingacademie bij [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] het vertrouwen heeft gewekt de bedingen niet te zullen inroepen treft evenmin doel. Aan uitlatingen c.q. gedragingen van Belastingacademie in het kader van de (eventuele) indiensttreding bij haar van derden, kan [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] geen rechten ontlenen, wat daar verder ook van zij. Aan de stelling van [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] dat Belastingacademie heeft aangegeven dat het concurrentiebeding zou komen te vervallen als de overeenkomst van opdacht met FutD ter zake van het "Fiscaal Praktijkblad" zou worden verlengd en [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] nog drie maanden langer wilde blijven wordt eveneens voorbijgegaan. In de stellingen en verklaringen tijdens de comparitie van Belastingacademie ligt namelijk besloten dat zij die stelling van [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] gemotiveerd betwist, zodat van de juistheid ervan niet kan worden uitgegaan. Te minder nu Belastingacademie in haar e-mailbericht van 25 november 2011 aan FutD - evenals op de zitting - als enige oplossing van het probleem heeft aangeboden om [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] werkzaamheden te laten verrichten ten behoeve van FutD in het kader van een overeenkomst van opdracht tussen haar en FutD.

3.6. Als niet (voldoende gemotiveerd) betwist staat vast dat Belastingacademie en FutD concurrenten zijn van elkaar. Bovendien staat niet ter discussie dat Belastingacademie een zakelijke - contractuele - relatie heeft met FutD. Onder die omstandigheden moet worden geconcludeerd dat [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] het concurrentie- en het relatiebeding schendt door (binnen twee jaar na 31 december 2011) in dienst te treden bij FutD. Het feit dat [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie], voordat zij in dienst trad bij Belastingacademie, ook incidenteel werkzaamheden heeft verricht voor FutD, brengt niet mee dat FutD niet kan worden aangemerkt al een relatie van Belastingacademie in de zin van artikel 17 van de arbeidsovereenkomst. FutD voldoet immers aan de daarin opgenomen definitie van "een derde", terwijl voor de situatie die [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] aanvoert geen uitzondering is gemaakt en gesteld noch gebleken is dat [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] voor FutD bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst een uitzondering heeft willen bedingen.

3.7. Gelet op het voorgaande zal thans moeten worden overgegaan tot een afweging van de belangen van enerzijds Belastingacademie en anderzijds [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] ex artikel 7:653 lid 2 BW.

3.8. Belastingacademie heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij er belang bij heeft [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] aan het concurrentie- en het relatiebeding te houden. Belastingacademie en FutD opereren in een zeer beperkte en sterk concurrerende, competitieve, markt. Belastingacademie heeft - onbetwist - gesteld dat in het onderhavige marktsegment slechts tien partijen actief zijn, waarvan zij één van de kleinste is met 13 werknemers, alsmede dat FutD haar grootste concurrent is. Zij vreest dat kennis die [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] heeft opgedaan bij en over Belastingacademie uitlekt naar FutD, indien [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] daar in dienst treedt en dat zij (Belastingacademie) daardoor wordt benadeeld. Deze vrees moet als reëel worden ingeschat. Mede gelet op het relatief beperkte personeelsbestand van Belastingacademie is allesbehalve ondenkbaar dat [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] op de hoogte is van veel "ins and outs" over het reilen en zeilen van Belastingacademie, ook betreffende aspecten die niet direct te maken hebben met de aan haar opgedragen taken. Daar komt bij dat vast staat dat de werkzaamheden die [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] gaat uitoefenen bij FutD deels overeenkomen met de taken waarmee zij bij Belastingacademie was belast. Dit blijkt onder meer uit de door [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] zelf opgestelde "VERGELIJKING WERKZAAMHEDEN [GEDAAGDE IN CONVENTIE TEVENS EISERES IN VOORWAARDELIJKE RECONVENTIE]".

3.9. Daartegenover heeft [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] gesteld dat het concurrentie- en het relatiebeding haar ernstig belemmeren in haar vrije arbeidskeus en het voorzien in haar eigen levensonderhoud, alsmede dat er door haar indiensttreding bij FutD sprake is van een aanmerkelijke positieverbetering, met betere primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden en doorgroeimogelijkheden.

3.10. Op zichzelf is duidelijk dat het concurrentie- en het relatiebeding [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] beperken bij het vinden van een andere baan. Echter, alles afwegende moet vooralsnog worden geconcludeerd dat het belang van Belastingacademie bij handhaving van die bedingen, ter bescherming van haar bedrijfsbelangen, zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] bij het volledig buiten werking stellen ervan. Aan bedingen als de onderhavige is immers inherent dat zij de - grondwettelijk vastgelegde - vrijheid van arbeidskeuze inperken. Desondanks zijn zij - in beginsel - toelaatbaar. Voorts moet worden aangenomen dat [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] zich volledig realiseerde waartoe zij zich jegens Belastingacademie verplichtte bij het aangaan van het dienstverband en bij de vrij recente verlening ervan. Die inperking heeft [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] dus bewust geaccepteerd en zal zij in een voorkomend geval, zoals hier aan de orde, tegen zich moeten laten gelden. Te meer waar de arbeidsovereenkomst met Belastingacademie op haar verzoek is geëindigd. Op grond van het voorgaande gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat de bodemrechter in een eventueel aan hem voorgelegd geschil, niet zal overgaan tot volledige vernietiging van de bedingen.

3.11. De omstandigheden van het geval brengen wel mee dat met voldoende zekerheid kan worden aangenomen dat de bodemrechter de bedingen gedeeltelijk zal vernietigen, in die zin dat de termijn waarvoor zij gelden wordt beperkt. Mede afgezet tegen de totale duur van het dienstverband tussen partijen, moet de overeengekomen termijn van twee jaar als (veel) te lang worden aangemerkt. Blijkbaar vindt Belastingacademie dat zelf ook, waar zij op de zitting heeft aangegeven dat zij er vrede mee kan hebben als de termijn wordt verkort tot één jaar. Verder is van belang dat moet worden aangenomen dat de door [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] vergaarde kennis over Belastingacademie met het verstrijken van de tijd steeds minder waarde zal hebben voor FutD, hetgeen Belastingacademie ook heeft erkend op de zitting. Op grond van een en ander gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat de bodemrechter de termijn van de bedingen redelijkerwijs zal vaststellen op zes maanden.

3.12. Gelet op het bovenstaande zullen de vordering in conventie van Belastingacademie en (nu daarmee de voorwaarde waaronder de reconventionele vordering is ingesteld is ingetreden) de primaire vordering van FutD in reconventie worden toegewezen op de wijze zoals hieronder in het dictum vermeld. Voor wat betreft de vordering van FutD wordt daarbij nog opgemerkt dat een kort gedingprocedure zich niet leent voor een constitutieve uitspraak, zodat de gevorderde buitenwerkingstelling niet voor toewijzing in aanmerking komt.

3.13. Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing in conventie, is aangewezen. De gevorderde dwangsom zal echter gematigd worden toegewezen en worden gemaximeerd. Voorts zal worden bepaald dat de op te leggen dwangsom vatbaar is voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid daarvan.

3.14. Het vorenstaande betekent dat het concurrentie - en het relatiebeding voor enige tijd van kracht blijven, waarmee de voorwaarde waaronder FutD haar subsidiaire vordering in reconventie heeft ingesteld is ingetreden. Dienaangaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat er - mede bezien in het licht van hetgeen hiervoor al is overwogen - in de gegeven omstandigheden geen aanleiding bestaat om gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid ex artikel 7:653 lid 4 BW om Belastingacademie te veroordelen tot betaling van een vergoeding aan [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] voor de tijd dat de bedingen tegen haar kunnen worden ingeroepen. Niet valt in te zien dat de bedingen [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] in belangrijke mate belemmeren om anders dan in dienst van Belastingacademie werkzaam te zijn. Gelet op haar bij verschillende werkgevers opgedane ruime ervaring, zoals blijkt uit haar curriculum vitae, moet worden aangenomen dat het voor [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] goed mogelijk is om emplooi te vinden bij een niet met Belastingacademie concurrerend bedrijf. Te meer waar Belastingacademie slechts negen (directe) concurrenten heeft. De onderhavige vordering zal dan ook worden afgewezen.

3.15. Aangezien partijen - zowel in conventie als in reconventie - over en weer in het ongelijk worden gesteld, zullen de proceskosten in beide procedures op de gebruikelijke wijze worden gecompenseerd. Er bestaat geen aanleiding om [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] te veroordelen in de - niet tot de proceskosten behorende - (juridische) kosten van Belastingacademie.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

In conventie:

- veroordeelt en beveelt [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] om tot 1 juli 2012 geen werkzaamheden in welke vorm dan ook - hetzij in dienstverband, hetzij zelfstandig - te verrichten voor FutD of aan haar gelieerde vennootschappen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 250,-- voor elke dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde in conventie tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 40.000,--;

- bepaalt dat bovenstaande dwangsom vatbaar is voor matiging op de wijze zoals onder 3.13 vermeld;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- wijst af het meer of anders gevorderde;

In reconventie:

- schorst de werking van het concurrentie- en het relatiebeding vanaf 1 juli 2012;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. van der Helm en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2012.

jvl