Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BV5707

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-02-2012
Datum publicatie
06-03-2012
Zaaknummer
AWB 10/2319 en AWB 10/2229
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2013:4438, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vernietiging navorderingsaanslagen, omdat eiser geen onvoorwaardelijk recht op levering van aandelen heeft verkregen. De tussen eiser en diens werkgever gesloten Stock Subscription Agreements dienen te worden gekwalificeerd als verbintenissen onder opschortende voorwaarde, waarbij het recht op levering van aandelen afhankelijk is gesteld van een voorwaarde, de voldoening van de aankoopprijs van die aandelen. Aan die voorwaarde is niet is voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2012/662
FutD 2012-0720
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

zaaknummers: AWB 10/2319 en AWB 10/2229

uitspraak van de meervoudige kamer van 8 februari 2012 in de zaken tussen

[X], wonende te [Z], eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst [te P], verweerder.

Procesverloop

1.1. Aan eiser is voor het jaar 2006 met dagtekening 9 december 2008 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen (aanslagnummer [nummer a]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 242.410 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.649 (hierna: de eerste navorderingsaanslag). Daarnaast is aan eiser bij beschikking een bedrag van € 5.772 aan heffingsrente in rekening gebracht.

1.2. Aan eiser is voorts voor het jaar 2006 met dagtekening 9 juni 2009 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen (aanslagnummer [nummer b]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 530.571 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 8.217 (hierna: de tweede navorderingsaanslag). Daarnaast is aan eiser bij beschikking een bedrag van € 21.570 aan heffingsrente in rekening gebracht.

1.3. Verweerder heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 11 maart 2010 de onder 1.1 en 1.2 genoemde navorderingsaanslagen gehandhaafd.

1.4. Eiser heeft daartegen bij brief van 25 maart 2010, ontvangen bij de rechtbank op

26 maart 2010, beroep ingesteld.

1.5. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

1.6. Eiser heeft, na daartoe door de rechtbank in de gelegenheid te zijn gesteld, schriftelijk gerepliceerd, waarna verweerder schriftelijk heeft gedupliceerd.

1.7. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 november 2011 te 's-Gravenhage.

Eiser is daar in persoon verschenen. Namens verweerder zijn verschenen

[A] en [B]. Verweerder heeft ter zitting een pleitnota met bijlage overgelegd.

Overwegingen

Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

Algemeen

2.1. Eiser is directeur-grootaandeelhouder van [C] B.V. (hierna: eisers personal holding).

2.2. Eiser is op 1 november 2005 in dienst getreden bij [D] als corporate controller. Op 1 januari 2008 is eiser uit dienst getreden. Zijn laatste functie bij [D] was chief financial officer.

2.3. Tot de gedingstukken behoort een, door eiser voor akkoord getekende, employment agreement (hierna: de arbeidsovereenkomst), met dagtekening 1 november 2005. In die overeenkomst staat onder meer - voor zover van belang - het volgende vermeld:

"(...)

You will be paid a monthly salary, which is equivalent on an annualized basis to Euro 110.000-- (subject to normal withholdings).

(...)

You will also be granted as sign-up bonus equity in [D]. 25.000 options at 1 US Dollar, after 6 months a further bonus of 75000 shares at a price of 1 dollar upon delivery and approval of fully approved US GAAP and IFRS accounts 2006 and after 6 months an additional bonus of 50000 options at a price of 1 US Dollar upon delivery of the most tax efficient company and equity/assets structure. By 30 June 2007 you will be granted an additional option package of 100.000 options in the stock of [D] upon delivery of the agreed KPI's.

(...)

This letter and the Development, Confidentiality and Non-Competition Agreement, 2004 Stock Option Plan, and your Stock Option Agreement contain the entire agreement between you and [D] concerning your employment with [D] and supersede all prior oral and written discussions, agreements, and understandings.(...)"

Aandelen [D]

2.4. Tot de gedingstukken behoren voorts een drietal Stock Subscription Agreements (hierna: SSA's) tussen respectievelijk [D] en eiser van 1 juni 2006 en van 1 december 2006, en [D] en eisers personal holding van 1 december 2006. Eén van de SSA's (1 juni 2006) is niet voorzien van handtekeningen. De overige SSA's zijn niet voorzien van een datum van ondertekening. In de SSA's staat onder meer - voor zover hier van belang - het volgende vermeld:

"STOCK SUBSCRIPTION AGREEMENT

This Stock Subscription Agreement (the "Agreement") is made as of June 1, 2006 [rechtbank: respectievelijk

December 1, 2006] by and between [D] (the "Company") and [eiser] [rechtbank: respectievelijk eisers personal holding] (the "Subscriber")

1) Subscription for Stock. Subject to the terms and conditions of this Agreement, on the date hereof the Company will issue to Subscriber, and Subscriber agrees to purchase from the Company, 450,000 [rechtbank: respectievelijk 500,000 (eiser) en 100,000 (eisers personal holding)] shares of the Company's Common Stock (the "Shares") at US$ 0,01 per share. The term "Shares" refers to the Shares and all securities received in replacement of or in connection with the Shares pursuant to stock dividends or splits, all securities received in replacement of the Shares in a recapitalization, merger, reorganization, exchange or the like, and all new, substituted or additional securities or other properties to which Subscriber is entitled by reason of Subscriber's ownership of the Shares.

2) Subscription. The Subscription of the Shares under this Agreement shall occur at the principal office of the Company simultaneously with the execution of this Agreement by the parties or on such other date as the Company and Subscriber shall agree (the "Subscription Date"). On the Subscription Date, the Company will deliver to Subscriber a certificate representing the Shares Subscribed for by Subscriber (which shall be issued in Subscriber's name) in exchange for the Consideration.

(...)

4) Investment and Taxation Representations. In connection with the subscription of the Shares,

Subscriber represents to the Company the following:

(...)

(c) Subscriber understands that the Shares are "restricted securities" under applicable U.S. federal and state securities laws and that, pursuant to these laws, Subscriber must hold the Shares indefinitely unless they are registered with the Securities and Exchange Commission and qualified by state authorities, or an exemption from such registration and qualification requirements is available. Subscriber acknowledges that the Company has no obligation to register or qualify the Shares for resale. Subscriber further acknowledges that if an exemption from registration or qualification is available, it

may be conditioned on various requirements including, but not limited to, the time and manner of sale, the holding period for the Shares, and requirements relating to the Company which are outside of the Subscriber's control, and which the Company is under no obligation and may not be able to satisfy.

(d) Subscriber understands that Subscriber may suffer adverse tax consequences as a result of Subscriber's subscription for or disposition of the Shares.

(...)

The parties have executed this Agreement as of the date first set forth above."

2.5. In Rule 144 van de Securities and Exchange Commission (hierna: SEC) is aangegeven onder welke voorwaarden aandelen met een restrictie, zoals bedoeld in artikel 4 (c) van de SSA's, kunnen worden doorverkocht. De voorwaarden, die gelden voor aandelen die toebehoren aan een zogenoemde 'affiliate of the issuer' luiden, kort weergegeven, als volgt:

- de aandelen mogen, nadat deze volledig zijn betaald, gedurende minimaal één jaar niet worden verkocht. De wachtperiode begint te lopen vanaf het moment dat de volledige koopprijs van de aandelen is voldaan;

- het aantal aandelen dat per kwartaal kan worden verkocht, mag niet groter zijn dan 1% van het totaal van de uitstaande aandelen van dezelfde soort of, indien dit tot een hoger bedrag leidt, het gemiddelde wekelijkse omzetbedrag van deze aandelen op de aandelenbeurs gedurende de aan de verkoop voorafgaande maand (de zogenoemde volumebeperking);

- indien het aantal aandelen dat per kwartaal is verkocht het aantal van 500 of de totale verkoopprijs het bedrag van $ 10.000 overschrijdt, moet een kennisgeving van deze verkopen bij de SEC worden gedeponeerd;

- de aandelen mogen slechts worden verkocht door tussenkomst van een "broker" of direct aan een "market maker";

- de uitgevende instelling moet voldoen aan bepaalde informatieverplichtingen.

Deze voorwaarden, met uitzondering van de volumebeperking, gelden niet meer na afloop van een wachtperiode van twee jaar, welke periode begint te lopen op het moment dat de aandelen zijn betaald.

2.6. Eiser is op grond van zijn functie bij [D] aangemerkt als "affiliate of the issuer".

2.7. Tot de gedingstukken behoren tevens een drietal certificaten met de nummers [nummer c],

[nummer d] en [e]. Voormelde certificaten zijn op naam van eiser en diens personal holding gesteld en zijn namens [D] en de "Transfer Agent and Registrar Authorized Officer" ondertekend. De certificaten zijn gedagtekend op respectievelijk 28 juni 2006 (ten name van eiser ([nummer c])) en 20 december 2006 (één certificaat op naam van eiser ([nummer d]) en één certificaat op naam van eisers personal holding ([e])). In de certificaten staat, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:

"(...)

This Certifies That [eiser] [rechtbank: respectievelijk eisers personal holding]

Is The Owner Of ***FOUR HUNDRED FIFTY THOUSAND [rechtbank: respectievelijk FIVE HUNDRED THOUSAND (eiser), ONE HUNDRED THOUSAND (eisers personal holding)]***

FULLY PAID AND NON-ASSESSABLE COMMON SHARES, NO PAR VALUE

[D]

transferable only on the books of the Corporation by the holder hereof in person or by attorney upon

surrender of this Certificate properly endorsed. This Certificate and the shares represented hereby are

subject to all the provisions of the Articles of Incorporation, to all of which the holder by acceptance

hereby assents. This Certificate is not valid until countersigned by the Transfer Agent and Registrar.".

2.8. Eiser heeft een zogenoemd "receipt for stock certificate" ondertekend betreffende het certificaat met het nummer [nummer c] inzake 450.000 aandelen [D]. Dit stuk is gedagtekend op 6 juli 2006.

2.9. De aandelen in [D] waren in 2006 verhandelbaar op de Pink Sheets-beurs te New York. De beurskoers van het aandeel bedroeg op respectievelijk 1 juni 2006 $ 0,60,

1 december 2006 $ 0,51 en 31 december 2006 $ 0,51. De wisselkoers US-dollar - euro bedroeg op respectievelijk 1 juni 2006 1,2804, 1 december 2006 1,3336 en

31 december 2006 1,3199.

Vaststellingsovereenkomst

2.10. Eiser heeft met dagtekening 21 december 2007 een vaststellingsovereenkomst met [D] gesloten (hierna: de vaststellingsovereenkomst), waarin afspraken zijn vastgelegd ter afwikkeling van de beëindiging van eisers dienstverband bij [D]. In de vaststellingsovereenkomst staat - voor zover hier van belang - het volgende vermeld:

"(...)

Overwegingen

A [Eiser] is per 1 november 2005 voor onbepaalde tijd bij [D] in dienst getreden;

B [Eiser] vervulde laatstelijk de functie van Chief Financial Officer tegen een vast salaris van EUR 20.833,33 Bruto per maand, inclusief vakantiegeld en te vermeerderen met overige emolumenten;

C Aan de wens van [eiser] om te komen tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft geen gedraging van [eiser] ten grondslag gelegen. Evenmin is er sprake van enige dringende reden;

D [D] en [eiser] zijn beiden van mening zijn dat [eiser] ter zake van de beëindiging van het dienstverband geen verwijt valt te maken;

E [Eiser] en [D] hebben afspraken gemaakt aangaande de afwikkeling van de arbeidsovereenkomst;

(...)

Partijen zijn het volgende overeengekomen:

1 Datum beëindiging en vergoeding

1.1 Partijen beëindigen de tussen hen bestaande arbeidsovereenkomst op verzoek van [eiser] met wederzijds goedvinden per 1 januari 2008.

1.2 [D] betaalt [eiser] tot aan het einde van het dienstverband (31 december 2007) dienst volledige salaris door;

1.3 [D] betaalt direct alle achterstallige salarissen t/m november 2007, ingediende expenses die zijn ingediend vóór 30 november 2007 en alle bedragen die door [eiser] voorgeschoten zijn ter voorkoming van faillissementen en/of andere voorgeschoten kosten. Het netto uit te betalen bedrag per 30 november 2007 is vastgesteld op € 60.000.

(...)

1.5 Aan [eiser] zijn tot op het moment van beëindiging van het dienstverband 1.200.000 aandelen verstrekt op basis van netto vergoeding. Hiervan zijn 1.000.000 aandelen verstrekt op basis van performance. [Eiser] is bereid deze aandelen om niet aan [D] terug te leveren op voorwaarde dat [eiser] van alle liabilities gevrijwaard wordt in de ruimste zin. Bovendien geldt dat de tot en met heden verstrekte aandelen zijn op basis van een netto verstrekking. In het geval de fiscus aanspraak maakt op inkomsten- en/of loonbelasting, verplicht [D] zich deze af te dragen zonder dat [eiser] tot enige compensatie verplicht is. In het onverhoopte geval de fiscus zich tot [eiser] wendt met het verzoek tot belasting afdracht over de verstrekte aandelen, is [D] verplicht deze belasting afdracht onverkort over te nemen dan wel onverkort terug te betalen aan [eiser]. De hieraan verbonden kosten zijn voor rekening van [D].".

2.11. Naar aanleiding van de vaststellingsovereenkomst heeft [D] bij brief van

20 maart 2008 eiser gesommeerd om alsnog 1.000.000 aandelen aan [D] terug te leveren, zoals in artikel 1.5 van de vaststellingsovereenkomst is vastgelegd. Bij brief van 6 mei 2008 is namens [D] verklaard dat eiser op 29 april 2008 in totaal 1.200.000 aandelen [D] aan [D] heeft teruggeleverd en dat de te veel ontvangen aandelen (200.000) aan eiser zullen worden geretourneerd.

Navorderingsaanslagen

2.12. Aan eiser is met dagtekening 21 februari 2008 een definitieve aanslag inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen over het jaar 2006 opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 150.752 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 103.

2.13. Op 21 februari 2008 heeft er op initiatief van [D] een gesprek met de heer [A], die door verweerder is belast met de behandeling van de loonheffingsaangelegenheden van [D], plaatsgevonden over de kwalificatie van de aan de werknemers van [D] verstrekte aandelen. Daarbij heeft [D] aan [A] een overzicht verstrekt van de aan haar werknemers verstrekte aandelen. In dat overzicht staat vermeld dat eiser op

1 juni 2006 200.000 aandelen [D] tegen een prijs van $ 0,01 per aandeel heeft verkregen.

2.14. [A] heeft, na diverse correspondentie en gesprekken, bij brief van 16 september 2008 aan [D] meegedeeld dat haar werknemers op het moment van verstrekking van de aandelen door [D] een voordeel hebben genoten en dat dit voordeel in de inkomstenbelasting zal worden betrokken.

2.15. Naar aanleiding van door [A] aan de met de behandeling van de inkomstenbelastingaangelegenheden van eiser belaste ambtenaar verstrekte informatie over de toekenning van 200.000 aandelen [D] aan eiser, heeft deze ambtenaar (hierna: de aanslagregelaar) eiser bij brief van 14 oktober 2008 op de hoogte gesteld van zijn voornemen om in verband met de aan hem verstrekte aandelen [D] een navorderingsaanslag over het jaar 2006 op te leggen.

2.16. Bij brief van 3 november 2008 heeft [A] bij [D] om de SSA's en de (aandelen)certificaten van onder meer eiser verzocht. Vervolgens heeft er op 14 november 2008 een gesprek tussen [A] en een voormalige gemachtigde van eiser plaatsgevonden. Op

18 november 2008 heeft [D] de hiervoor onder 2.4 en 2.7 vermelde SSA's en de certificaten aan verweerder verstrekt.

2.17. De aanslagregelaar heeft met dagtekening 9 december 2008 de eerste navorderingsaanslag opgelegd. De aanslagregelaar heeft daarbij de volgende correcties aangebracht:

tabel 1

tabel 2

2.18. Naar aanleiding van de in november 2008 door [A] ontvangen SSA's en certificaten heeft er op 14 januari 2009 een gesprek plaatsgevonden tussen [A], eiser en diens voormalige gemachtigde, waarna [A] bij brief van 15 januari 2009 aan [D] om nadere informatie heeft verzocht over de aan eiser verstrekte aandelen [D]. Bij brief van 20 januari 2009 heeft [D] hierop gereageerd. In die brief staat - voor zover hier van belang - het volgende vermeld:

"Aan (...) heeft u gevraagd om informatie te verstrekken inzake de uitgifte van aandelen in het kapitaal van de vennootschap.

Bijgaand treft u totaaloverzichten aan van alle ,, certificates" die door de vennootschap zijn uitgegeven. De kolommen ,, gereserveerd" geven de posities aan waarbij de ,,certificates" nog niet zijn volgestort.

(...)

tabel 3

2.19. Tot de gedingstukken behoort een brief van [D] aan [A] van 24 maart 2009. In die brief staat onder meer - voor zover hier van belang - het volgende vermeld:

"Uitgifte Aandelen [D] aan de heren (...) en [eiser]

(...)

De Aandelenrechten [D] zijn aangeboden aan de bovengenoemde werknemers om hen te motiveren om de beurswaarde van [D] in algemene zin op termijn te doen stijgen. De aanbiedingen waren voorwaardelijk aangezien in ieder geval eerst een tegenprestatie in de vorm van betaling van een bedrag per aandeel geleverd zou moeten worden om ook persoonlijk te kunnen profiteren van een eventuele waardestijging van aandelen in het kapitaal van [D].

(...)

Voor wat betreft [eiser], danwel [eisers personal holding] geldt het volgende:

tabel 4

De kolom aangeduid met ,,Reserveringen" heeft betrekking op Aandelenrechten [D]. In onze optiek zijn dat optierechten in plaats van (certificaten van) aandelen. De regels aangeduid met ,,Algemeen" betreffen posities waarvoor door de onderneming geen individuele targets of voorwaarden zijn gesteld aan de werknemers aan wie Aandelenrechten [D] zijn aangeboden. Het behalen van persoonlijke targets of performance lagen derhalve niet ten grondslag aan de toekenning en aanbieding van deze Aandelenrechten [D].

Met beide werknemers is afgesproken dat zij Aandelen [D] en aandelen in het kapitaal van [D] zouden teruggeven, aangezien met beiden op dat moment een onwerkbare situatie was ontstaan en het niet opportuun meer was dat zij volledig mee zouden kunnen profiteren van een eventuele, toekomstige waardestijging (de ,,performance"). In beginsel waren zij hiertoe niet verplicht, doch is deze regeling overeengekomen in de desbetreffende vaststellingsovereenkomsten.".

2.20. [A] heeft in maart 2009 de aanslagregelaar op de hoogte gesteld dat aan eiser in totaal 1.050.000 aandelen [D] zijn verstrekt.

2.21. Bij brief van 9 mei 2009 heeft de aanslagregelaar aan eiser een tweede navorderingsaanslag over het jaar 2006 aangekondigd. Met dagtekening 9 juni 2009 heeft de aanslagregelaar de tweede navorderingsaanslag opgelegd. De aanslagregelaar heeft daarbij de volgende correcties aangebracht:

tabel 5

tabel 6

Geschil

3.1. In geschil is of de navorderingsaanslagen terecht zijn opgelegd. Meer specifiek is in geschil of:

- eiser in 2006 ten aanzien van de aandelen [D] een voordeel uit dienstbetrekking en een voordeel uit sparen en beleggen heeft genoten, en zo ja, welke waarde aan de aandelen [D] dient te worden toegekend ter bepaling van de omvang van die voordelen;

- ter zake van de tweede navorderingsaanslag sprake is van een nieuw feit als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

- sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel.

3.2. Eiser concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en vernietiging van de navorderingsaanslagen.

3.3. Verweerder concludeert tot gegrondverklaring van het beroep tegen de tweede navorderingsaanslag, vernietiging van de op die navorderingsaanslag betrekking hebbende uitspraak op bezwaar en vermindering van die navorderingsaanslag tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 516.514 (€ 530.571 - /- € 14.057) en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 7.000 (€ 8.217 - /- 1.217 (4% x € 30.428), alsmede tot ongegrondverklaring van het beroep tegen de eerste navorderingsaanslag.

3.4. Voor de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Beoordeling van het geschil

Voordeel uit dienstbetrekking?

4.1. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de tekst van de drie onder 2.4 genoemde SSA's volgt dat eiser op 1 juni 2006 en op 1 december 2006 een onvoorwaardelijk recht op levering van respectievelijk 450.000 en 600.00 (500.000 + 100.000) aandelen [D] heeft verkregen. Door deze verkrijging heeft eiser op 1 juni 2006 en 1 december 2006, gelet op de destijds geldende beurskoers van het aandeel [D], rekening houdende met een afwaardering van 15% (2,5% per "geblokkeerd" jaar), de verkrijgingsprijs van $ 0,01 en een vaste aftrek om doelmatigheidsredenen van € 500, een te belasten voordeel in de vorm van loon in natura van € 365.762 genoten.

4.2. Eiser heeft daartegen aangevoerd dat hij in 2006 geen loon in natura heeft genoten, aangezien hij in dat jaar geen (onvoorwaardelijk recht op levering van) aandelen [D] heeft verkregen, omdat hij toen niet voldeed aan de key performance indicatoren. Pas eind 2007 heeft hij een recht op levering van 200.000 (certificaten van) aandelen verkregen. Deze (certificaten van) aandelen zijn niet aan hem geleverd, aangezien hij daarvoor niet de op grond van de SSA's verschuldigde betalingen had gedaan. De uitreiking van de onder 2.7 genoemde "certificaten" kan niet als de levering van (certificaten van) aandelen [D] worden aangemerkt. Deze "certificaten" kunnen pas drie maanden na uitdiensttreding, alsmede na een wachttijd van twee jaar en met medewerking van [D], worden omgezet in verhandelbare aandelen. Voorts vormden de "certificaten", die aan zijn personal holding waren toegekend, een tegenprestatie voor het geld dat eiser via deze holding in [D] had gestoken. Daarnaast vertegenwoordigen de "certificaten", evenals de aandelen [D], geen enkele waarde, aangezien voor de waarde dient te worden aangesloten bij de intrinsieke waarde, welke, gelet op het continue negatieve eigen vermogen van [D], nihil bedraagt.

4.3. Partijen verschillen van mening over de vraag of eiser in 2006 al dan niet een onvoorwaardelijk recht op levering van (certificaten van) aandelen [D] heeft verkregen. Dienaangaande overweegt de rechtbank het volgende.

4.4. Een verbintenis is, gelet op het bepaalde in artikel 6:21 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) voorwaardelijk, wanneer bij rechtshandeling haar werking van een toekomstige onzekere gebeurtenis afhankelijk is gesteld. Ingevolge artikel 6:22 van het BW doet een opschortende voorwaarde de werking van de verbintenis eerst met het plaatsvinden van de gebeurtenis aanvangen.

4.5. De rechtbank leidt uit de stukken en het verhandelde ter zitting af dat de tussen [D] en eiser, dan wel tussen [D] en eisers persoonlijke holding, overeengekomen SSA's dienen te worden gekwalificeerd als verbintenissen onder opschortende voorwaarde, waarbij het recht op levering van aandelen [D] afhankelijk is gesteld van een voorwaarde, namelijk voldoening van de aankoopprijs van die aandelen. Hieruit volgt dat de SSA's eerst werking krijgen op het moment waarop de "subscriber", in casu: eiser, dan wel zijn persoonlijke holding, de koopprijs heeft voldaan. Uit de door [D] naar aanleiding van een verzoek van [A] om nadere informatie over de aan de (voormalige) werknemers van [D] toegekende (certificaten van) aandelen, opgestelde brieven, vermeld in 2.18 en 2.19 van deze uitspraak, blijkt dat aan die voorwaarde tijdens eisers dienstverband bij [D] niet is voldaan. Zoals uit voormelde brieven blijkt zijn de aandelen niet aan eiser toegekend, maar voor eiser gereserveerd. Dat de koopprijs niet is voldaan volgt eveneens uit de tekst van de vaststellingsovereenkomst als vermeld in 2.10 van deze uitspraak, waarin partijen zijn overeengekomen dat eiser (het voorwaardelijke recht op levering van) 1.000.000 aandelen om niet aan [D] zal terugleveren. Dit brengt mee dat de SSA's nimmer zijn geëffectueerd, ook niet in 2006. Van enig voordeel in 2006 uit hoofde van deze SSA's is dan ook geen sprake. Het feit dat aan eiser de onder 2.7 genoemde certificaten zijn verstrekt, kan aan voormeld oordeel niet afdoen. De onder 2.7 genoemde certificaten zijn geen bewijzen van deelgerechtigdheid in het vermogen van [D]; evenmin zijn zij door de houder van bewijzen van deelgerechtigdheid in het vermogen van [D] uitgegeven waardepapieren die recht geven op de waarde en/of de opbrengsten van de bewijzen van deelgerechtigdheid. Ook anderszins belichamen de onder 2.7 genoemde certificaten geen verhandelbare op geld waardeerbare aanspraken.

4.6. Gelet op het vorenoverwoge heeft verweerder ten onrechte een voordeel uit dienstbetrekking in aanmerking genomen. Aan de waardering van de aandelen [D], de vraag of met betrekking tot de tweede navorderingsaanslag sprake is van een nieuw feit, als ook het beroep van eiser op het gelijkheids- en zorgvuldigheidsbeginsel, komt de rechtbank niet meer toe.

Voordeel uit sparen en beleggen?

4.7. Nu, naar hiervoor is overwogen, eiser in 2006 geen onvoorwaardelijk recht op levering van aandelen [D] heeft verkregen, heeft eiser evenmin in 2006 een vermogensrecht als bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, aanhef en onderdeel e, van de Wet IB 2001 verkregen. Aldus heeft verweerder ten onrechte een voordeel uit sparen en beleggen in aanmerking genomen.

Slotsom

4.8. Gelet op het vorenoverwogene zijn de beroepen gegrond. De navorderingsaanslagen, als ook de heffingsrentebeschikkingen, dienen te worden vernietigd.

Proceskosten

De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het bezwaar en het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 977,50 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 161, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 0,5 punt voor het indienen van een conclusie van repliek met een waarde per punt van € 437, een wegingsfactor 1 en een factor 1 voor samenhang).

Beslissing

De rechtbank:

-verklaart de beroepen gegrond;

-vernietigt de uitspraken op bezwaar;

-vernietigt de navorderingsaanslagen en de heffingsrentebeschikkingen;

-bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde besluiten;

-veroordeelt verweerder de proceskosten tot een bedrag van € 977,50 aan eiser te voldoen;

-gelast dat verweerder het door eiser in de zaak AWB 10/2229 betaalde griffierecht van € 41 aan hem vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Obbink-Reijngoud, rechter, mr. G.J. van Leijenhorst, rechter, en mr. A.J.M. Arends, rechter-plaatsvervanger, in aanwezigheid van

mr. U.A. Salomons, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2012.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.