Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:27807

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-12-2012
Datum publicatie
03-10-2013
Zaaknummer
418183 - FA RK 12-3197
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Doorhaling/aanvulling/verbetering akte burgerlijke stand

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage

Sector familie- en jeugdrecht

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 12-3197

Zaaknummer: 418183

Datum beschikking: 17 december 2012

Doorhaling / aanvulling / verbetering akte burgerlijke stand

Beschikking op het op 25 april 2012 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoekster],

verzoekster,

in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van de minderjarigen

[de minderjarige 1] geboren op [geboortedatum] te
[geboorteplaats], en

[de minderjarige 2][de minderjarige 2]geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (hierna: de minderjarigen)

wonende te[woonplaats],

advocaat mr. Barron Akim Onyeisiagha te ’s-Gravenhage, thans geheten: B. Adonai- Ohachu.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende te[woonplaats],

advocaat: --.

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage,

zetelend te 's-Gravenhage,

de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift van de ambtenaar;

- de brief d.d. 27 juli 2012 van de zijde van verzoekster met daarin een reactie op het verweer van de ambtenaar.

Op 19 november 2012 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoekster vergezeld van haar advocaat, de vader, alsmede de heer Jansen-Verplanken in zijn hoedanigheid van ambtenaar van de gemeente ’s-Gravenhage.

Verzoek en verweer

Het verzoek – zoals de rechtbank dat begrijpt strekt tot doorhaling van de geboorteakten van de minderjarigen, aktenummers[aktenummer] ([de minderjarige 1]) en [aktenummer] [de minderjarige 2]), met aanvulling van twee nieuwe geboorteakten in die zin dat in deze akten:

  • -

    de geslachtsnaam van de minderjarigen wordt gewijzigd van ‘[oude geslachtsnaam]’ in ‘[nieuwe geslachtsnaam]’;

  • -

    de vadergegevens worden vermeld;

  • -

    de voornamen van de minderjarigen zodanig worden gewijzigd/verbeterd dat telkens de laatste voornaam, te weten ‘‘[laatste voornaam]’ vervalt.

De ambtenaar heeft verweer gevoerd.

Feiten

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

- Uit verzoekster zijn voormelde minderjarigen geboren.

- De geboorteakten van de minderjarigen ([de minderjarige 1] en [de minderjarige 2]) zijn respectievelijk op[datum] 2008 en [datum] 2010 ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente [gemeente] onder nummers[aktenummer] en[aktenummer] van respectievelijk het jaar 2008 en 2010. Daarbij zijn alleen de gegevens van verzoekster als moeder weergegeven en is de achternaam van moeder als achternaam van de minderjarigen vermeld. Voorts is de achternaam van de vader als laatste voornaam van de minderjarigen doorgegeven.

- Op[datum] 2011 heeft de vader de minderjarigen erkend en hebben verzoekster en de vader een naamskeuze gedaan voor de achternaam van de vader. Een latere vermelding van deze erkenning is aan de geboorteaktes gehecht.

- Verzoekster, vader en de minderjarigen zijn Burger van Nigeria.

Beoordeling

De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht op grond van artikel 3, aanhef en onder a, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Nu het verzoek strekt tot verbetering/aanvulling van een in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand opgenomen akten zal Nederlands recht worden toegepast.

Achternaam en vadergegevens

Verzoekster heeft gesteld dat achternamen van de minderjarigen onjuist zijn vermeld in hun geboorteaktes. Het betreft immers de achternaam van verzoekster in plaats van de achternaam van hun vader. De vrouw is afkomstig uit Nigeria en volgens diens wetgeving cultuur en traditie behoren minderjarigen tot de (culturele) gemeenschap van de vader en dienen zij diens achternaam te dragen. Indien de achternamen van de minderjarige niet worden gewijzigd en naar de rechtbank begrijpt de vadergegevens niet op het eerste blad van de geboorteakten worden vermeld, zal dat een gezonde ontwikkeling van de minderjarigen negatief beïnvloeden en hen erfrechtelijk in een zeer nadelige positie plaatsen, aldus verzoekster. Immers, op de geboorteakten staat op de eerste pagina de achternaam van verzoekster vermeld. De rechtbank begrijpt verzoekster aldus dat zij er bezwaar tegen heeft dat uit de geboorteakten van de minderjarigen de geschiedenis van de latere erkenning te herleiden valt.

Ingevolge artikel 1:20, eerste lid, BW, voor zover hier van belang, voegt de ambtenaar van de burgerlijke stand aan de onder hem berustende akten van de burgerlijke stand latere vermeldingen toe van akten van de burgerlijke stand houdende onder meer erkenning.

Ingevolge artikel 1:20a, eerste lid, van het BW, voor zover hier van belang, worden de in artikel 20 bedoelde latere vermeldingen toegevoegd aan de geboorteakte van de betrokken persoon.

De rechtbank constateert dat in dit geval is gehandeld conform artikel 1:20, eerste lid, BW en artikel 1:20a, eerste lid, BW, zodat er in zoverre geen aanleiding bestaat voor toewijzing van het verzoek.

Dat de latere vermeldingen op het tweede blad van de geboorteaktes zijn opgenomen doet aan het voorgaande niet af nu de ambtenaar ingevolge artikel 16, tweede lid in verbinding met artikel 36 van het Besluit burgerlijke stand 1994 (Bbs 1994) daartoe bevoegd is.

Voor zover verzoekster heeft bedoeld te stellen dat zij c.q. de minderjarigen door deze handelwijze in haar belangen wordt c.q. worden geschaad, stelt de rechtbank voorop dat de burgerlijke stand tot doel heeft inzicht en zekerheid te verschaffen ten aanzien van de burgerlijke staat van personen. Het (algemeen) belang om de historische en juridische werkelijkheid zowel vast te leggen als vast te houden weegt zwaarder dan het belang van verzoekster c.q. de minderjarigen bij verbetering van de geboorteakten (zie ook HR 20 oktober 1995, NJ 1996, 174, LJN: ZC1853). Daarbij komt dat het gewenste resultaat bereikt had kunnen worden als de vader de minderjarigen (zoals hij thans ook bij hun derde kind heeft gedaan) vóór de geboorte had erkend. Bovendien heeft de ambtenaar aangegeven dat bij meertalige uittreksels van de geboorteaktes van de minderjarigen (welke verzoekster nodig zal hebben indien zij naar Nigeria gaat en/of deze documenten naar Nigeria wilt opsturen) slechts de huidige situatie wordt weergegeven, zodat de erkenning na de geboorte en de daarbij gedane geslachtsnaamkeuze niet te herleiden zijn en daarom onmiddellijk en enkel de achternaam van de vader wordt vermeld, zoals partijen kennelijk wilden.

De verzoeken zullen derhalve worden afgewezen.

Voornamen

Verzoekster heeft gesteld dat de laatste voornaam van beide minderjarigen onterecht zijn opgenomen in hun geboorteaktes. In de visie van verzoekster dient bij beide minderjarigen deze laatste voornaam te worden geschrapt.

De rechtbank is met de ambtenaar van oordeel dat wat betreft de voornamen van de minderjarigen geen sprake is van een misslag in de geboorteakte als bedoeld in artikel 1:24 BW, zodat geen aanleiding bestaat voor verbetering van de geboorteakte op dit punt. Niet, althans onvoldoende gemotiveerd, bestwist is immers dat verzoekster deze namen zelf op heeft gegeven ten tijde van de registratie van de geboortes van de minderjarigen.

Verzoekster heeft evenwel eveneens een verzoek gedaan tot wijziging van de voornamen van de minderjarigen op grond van artikel 1:4, vierde lid, BW.

Op het verzoek tot voornaamswijziging is ingevolge artikel 10:19 BW Nigeriaans recht van toepassing. Nu het de rechtbank evenwel bekend is dat niet te achterhalen is of een voornaamswijziging naar Nigeriaans recht mogelijk is, is de rechtbank van oordeel dat ook op dit verzoek Nederlands recht dient te worden toegepast.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende gebleken van een zwaarwichtig belang bij toewijzing van het verzoek tot voornaamswijziging. De gevraagde voornamen zijn geoorloofd naar de maatstaven van artikel 1:4, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek. De rechtbank zal het verzoek derhalve toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:

gelast de wijziging van de voornamen van de minderjarigen in die zin dat de voornamen zullen luiden: respectievelijk “[de minderjarige 1]” en “[de minderjarige 2]”;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Zonneveld, tevens kinderrechter, bijgestaan door
mr. J.H. van Berkel als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 december 2012.