Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BY4668

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-11-2011
Datum publicatie
30-11-2012
Zaaknummer
Awb 11/10874
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij brief heeft Makano International er op gewezen dat bekendmaking van de identiteitsgegevens van degene die het contra-expertiserapport van de taalanalyse zal gaan opstellen vooraf onmogelijk is, omdat er dan administratieve kosten moeten worden gemaakt, zonder de zekerheid dat het uiteindelijk tot een opdracht komt. Niet inzichtelijk is waarom, zoals Makano International stelt, administratieve kosten niet (meer) kunnen worden gemaakt dan wel waarom de bedrijfsprocessen daarop niet zijn afgestemd. Verweerder merkt in dat kader in het verweerschrift terecht op dat niet elke offerte leidt tot een daadwerkelijke opdracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats Groningen

Sector Bestuursrecht

Vreemdelingenkamer

Zaaknummer: Awb 11/10874

Uitspraak in het geschil tussen:

[naam],

geboren op [geboortedatum],

Burger van de Democratische Republiek Congo,

V-nummer: [nummer],

eiseres,

gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek, advocaat te Groningen,

en

Het CENTRAAL ORGAAN OPVANG ASIELZOEKERS (hierna: COA),

gevestigd te Rijswijk,

verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geschil

1.1. Bij brief van 18 oktober 2010 heeft eiseres aan verweerder verzocht toestemming te verlenen voor het maken van kosten in verband met het laten verrichten van een contra-expertise taalanalyse. Bij besluit van 21 maart 2011 heeft verweerder de aanvraag afgewezen.

1.2. Op 30 maart 2011 heeft eiseres hiertegen beroep ingesteld. Op 28 april 2011 zijn de gronden van het beroep ingediend.

1.3. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank toegezonden, onder gelijktijdige verzending daarvan aan eiseres. Verweerder heeft een verweerschrift, gedateerd 14 september 2011, ingediend.

1.4. Het beroep is behandeld ter openbare zitting van 5 oktober 2011. Eiseres is aldaar vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Verweerder is aldaar, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen. Het onderzoek is ter zitting gesloten.

2. Rechtsoverwegingen

Feiten en standpunten van partijen

2.1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Op 8 januari 2008 heeft eiseres een asielaanvraag ingediend. Eiseres heeft daarbij gesteld afkomstig te zijn uit Zuid-Kivu. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: IND) heeft vanwege gerezen twijfel aan de herkomst van eiseres, het Bureau Land en Taal (hierna: BLT) een taalanalyse laten uitvoeren. Volgens het rapport taalanalyse van 2 juli 2008 is eiseres, anders dan zij heeft gesteld, eenduidig te herleiden tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen DRC (niet Zuid-Kivu). Eiseres heeft ruim twee jaar later verzocht om vergoeding van de kosten voor het laten verrichten van een contra-expertise. Eiseres heeft hiertoe een op 14 oktober 2010 gedateerde offerte van onderzoeksbureau Makano International te Stadskanaal ingediend.

2.2. Bij brief van 1 december 2010 heeft verweerder aan eiseres verzocht bekend te maken welke contra-expert door Makano International zal worden ingeschakeld.

2.3. Bij brief van 21 januari 2011 heeft eiseres een reactie van Makano International, gedateerd 17 november 2010, overgelegd.

2.4. Op een verzoek van verweerder van 28 januari 2011 om aanvullende informatie te overleggen is door eiseres niet meer gereageerd.

2.5. In het bestreden besluit heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat de kosten voor de te verrichten contra-expertise redelijkerwijs niet voor vergoeding als buitengewone kosten in aanmerking komen, nu verweerder er zich niet van heeft kunnen vergewissen dat de door eiseres in te schakelen contra-expert voldoende onafhankelijk en deskundig is.

In dit kader wordt door verweerder tevens verwezen naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) van 1 september 2010, zaak nr. 201002786/1/V1.

2.6. Eiseres kan zich niet verenigen met het bestreden besluit. Daartoe heeft eiseres aangevoerd dat Makano International in zijn brief van 17 november 2010 duidelijk uiteen heeft gezet waarom hij er niet toe kan overgaan de identiteit van de contra-experts reeds op voorhand en dus nog voordat er een overeenkomst tot het verrichten van een onderzoek tot stand is gekomen, bekend te maken. Voorts gaat verweerder er aan voorbij dat Makano International een deskundigenbureau is dat met gekwalificeerde specialisten werkt. Bovendien beschikt verweerder niet over de deskundigheid om een oordeel te geven over de geschiktheid van een deskundige die door Makano International of welke andere contra-expert dan ook, wordt ingeschakeld.

Beoordeling van het beroep

2.7. Ingevolge artikel 3, eerste lid, Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: Wet COA) is verweerder onder meer belast met de materiële en immateriële opvang van asielzoekers.

2.8. De minister van Justitie kan ingevolge het tweede lid van artikel 3 Wet COA, verweerder taken als bedoeld in het eerste lid opdragen met betrekking tot andere categorieën vreemdelingen.

2.9. Ingevolge artikel 12 Wet COA kan de minister regels stellen met betrekking tot verstrekkingen aan asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, Wet COA.

2.10. De Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (hierna: RVA 2005) strekt ter uitvoering van artikel 12 Wet COA.

2.11. Ingevolge artikel 17, eerste lid, van de Rva 2005 kan een asielzoeker een vergoeding ontvangen voor buitengewone kosten, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel g van de regeling. In het tweede lid van dit artikel is vermeld dat buitengewone kosten noodzakelijke kosten zijn die vanwege hun aard of hoogte in redelijkheid niet geacht kunnen worden door de asielzoeker zelf te worden betaald. Voorts bepaalt het derde lid van voormeld artikel dat buitengewone kosten slechts worden betaald voor zover vooraf door het orgaan aan de asielzoeker toestemming is verleend voor het maken van deze kosten, met uitzondering van kosten die voortvloeien uit noodsituaties waarin geen mogelijkheid bestond tot het verzoeken om toestemming. Het vierde lid bepaalt dat een asielzoeker aanspraak maakt op vergoeding van buitengewone kosten in geval het noodzakelijke kosten betreft en in die kosten niet op andere wijze kan worden voorzien.

2.12. Gelet op de uitspraak van de AbRS van 19 maart 2010, zaaknr. 200907879/1/V1, LJN: BL9320, komt verweerder bij de toepassing van artikel 17, eerste lid en tweede lid, van de Rva 2005, beoordelingsvrijheid toe, waarvan de invulling tot zijn verantwoordelijkheid behoort. Het is aan verweerder om te beoordelen of de kosten noodzakelijk zijn en naar aard en omvang in redelijkheid niet kunnen worden geacht door de asielzoeker zelf te worden betaald. Het staat verweerder bij vorenstaande beoordeling vrij, gezien zijn beperkte financiële middelen, rekening te houden met de aard en omvang van de kosten waarvoor vergoeding wordt gevraagd. De rechtbank dient die beoordeling, aldus de AbRS, terughoudend te toetsen op de wijze zoals die is aangegeven in voornoemde uitspraak. Dit houdt onder meer in dat de rechtbank haar eigen oordeel over de vraag of de kosten waarvoor vergoeding wordt gevraagd noodzakelijk zijn in voornoemde zin, niet in de plaats dient te stellen van dat van verweerder.

2.13. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat hij zich in het kader van de toetsing van de noodzakelijkheid een oordeel moet kunnen vormen over de deskundigheid en onafhankelijkheid van de door eiseres via Makano International in te schakelen contra-expert. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat bij uitspraak van 1 september 2010, in zaaknr. 201002786/1/V1, door de AbRS is geoordeeld dat de eis van verweerder dat De Taalstudio en dus de vreemdeling inzichtelijk maakt wie op welke wijze de contra-expertise heeft verricht, niet onredelijk is.

2.14. In de onderhavige procedure staat centraal de vraag of verweerder in redelijkheid het standpunt heeft kunnen innemen dat de hiervoor onder 2.13 opgenomen toets dient plaats te vinden bij de beoordeling van het verzoek en dat daarvoor is vereist dat eiseres voorafgaand aan het nemen van het besluit, beschikt over de identiteitgegevens van degene die het contra-expertiserapport van de taalanalyse zal gaan opstellen, ook al is op dat moment de contra-expertise nog niet uitgevoerd. De rechtbank overweegt daarover het volgende.

2.15. Bij brief van 17 november 2010 heeft Makano International er op gewezen dat bekendmaking van de identiteitsgegevens van degene die het contra-expertiserapport van de taalanalyse zal gaan opstellen vooraf onmogelijk is, omdat er dan administratieve kosten moeten worden gemaakt, zonder de zekerheid dat het uiteindelijk tot een opdracht komt. Het is de rechtbank evenwel ambtshalve bekend -uit rechtspraak van de AbRS- dat Makano International taalanalyses opstart in afwachting van en vooruitlopend op een opdracht van de vreemdeling en zonder toestemming van verweerder (uitspraak van de AbRS van 22 maart 2010, in zaaknr. 200907872/1/V1, www.raadvanstate.nl). Niet inzichtelijk is waarom, zoals Makano International stelt, administratieve kosten niet (meer) kunnen worden gemaakt dan wel waarom de bedrijfsprocessen daarop niet zijn afgestemd. Verweerder merkt in dat kader in het verweerschrift terecht op dat niet elke offerte leidt tot een daadwerkelijke opdracht.

2.16. Voorts heeft eiseres niet, althans onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er geen geschikte deskundige is te vinden die niet voor Makano International werkt en dat een contra-expertise van Makano International, die de bedrijfsprocessen blijkbaar niet wenst aan te passen op de procedures van verweerder, de enige mogelijkheid is om de in de asielprocedure gerezen twijfel over zijn herkomst weg te nemen. In dat kader verwijst de rechtbank naar de uitspraak van deze rechtbank, nevenzittingsplaats Dordrecht, Awb 09/33331, r.o. 2.4.4., welke uitspraak op 31 december 2010 is bevestigd door de AbRS (zaaknr. 201009830/1A/1, www.raadvanstate.nl).

2.17. In beroep is tot slot gesteld dat verweerder de deskundigheid niet bezit om een oordeel te geven over de geschiktheid van een deskundige welke door Makano International wordt ingeschakeld en evenmin inzichtelijk is gemaakt welke de deskundigheidseisen zijn waar verweerder op doelt. Deze stelling kan de rechtbank niet volgen, nu verweerder aan de gemachtigde van eiseres bij brief van 1 december 2010 heeft verzocht om aanvullende informatie, waaruit blijkt dat het gaat om een academisch opgeleide linguïst die onafhankelijk is en die beschikt over de specifieke deskundigheid die benodigd is voor het verrichten van een contra-expertise dan wel actuele kennis heeft van de relevante taal of talen die op de ten behoeve van eiser gemaakte geluidsopname te horen zijn en waarop de door BLT uitgevoerde taalanalyse(s) gebaseerd zijn.

De stellingname van de gemachtigde van eiseres komt dan ook feitelijk neer op een verzoek om een onvoorwaardelijke tegemoetkoming in de te maken kosten, daarmee vertrouwend op de deskundigheid van Makano International. Dit verzoek heeft verweerder, mede in het licht bezien van de daar door Makano International voor aangevoerde argumenten, niet hoeven te honoreren.

De door eiseres aangehaalde uitspraak van deze rechtbank en nevenzittingsplaats van 21 juni 2011, Awb 09/3685 en 09/3686 (LJN: BQ8763), biedt geen grond voor een ander oordeel, reeds nu in deze uitspraak de gemachtigde van de eisende partij het verzoek had gedaan onder voorwaarden de vergoeding toe te kennen. Daarvan is hier geen sprake.

2.18. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verweerder op goede gronden is gekomen tot een weigering van de toestemming en afwijzing van de vergoeding.

2.19. Het beroep is ongegrond.

2.20. Voor veroordeling van een partij in de kosten die de andere partij in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, in tegenwoordigheid van mr. H. Wachtmeester-Koning, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 november 2011.

de griffier de rechter

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder vermelding van "hoger beroep vreemdelingenzaken", postbus 16113, 2500 BC te 's-Gravenhage. Ingevolge artikel 85 Vw 2000 dient het beroepschrift, in aanvulling op de vereisten gesteld in artikel 6:5 Algemene wet bestuursrecht (Awb), één of meer grieven tegen de uitspraak te bevatten. Artikel 6:6 Awb is niet van toepassing, indien niet is voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 6:5, eerste lid, onder c en d, Awb of aan het eerste lid of tweede lid van artikel 85 van de Vw 2000.