Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BV4136

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
04-10-2011
Datum publicatie
14-02-2012
Zaaknummer
09/028312-97
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2012:BW6050, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

verlengingsbeslissing TBS

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Parketnummer: 09/028312-97

Kenmerk RK: 11/2761

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft de volgende beslissing gegeven op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 26 juli 2011, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 27 juli 2011.

De vordering.

De vordering strekt tot verlenging met twee jaar van de termijn gedurende welke:

[terbeschikking gestelde]

geboren op [datum] 1967 te [geboorteplaats],

thans verpleegd wordende in [locatie FPC]

bij arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 24 augustus 1998 ter beschikking werd gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, welke terbeschikkingstelling is ingegaan op 8 september 1998 en laatstelijk met één jaar werd verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 26 oktober 2010, welke beslissing werd vernietigd door het gerechtshof te Arnhem op 19 april 2011, waarbij de terbeschikkingstelling eveneens met een termijn van één jaar werd verlengd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het dossier, waartoe behoren voormelde beslissingen, alsmede na te melden advies.

Het advies.

Het op 8 juli 2011 op grond van artikel 509o, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies, waarbij de in dat artikel bedoelde aantekeningen zijn overgelegd, strekt tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar.

Het advies is ondertekend door drs. J.P. Schel, hoofd behandeling, dr. K.J. Simis, psychiater en H.M. van Bussel, locatiedirecteur organisatie en plaatsvervangend hoofd van de inrichting, allen verbonden aan voornoemde kliniek.

De behandeling in raadkamer.

De terbeschikkinggestelde, bijgestaan door mr. M.W. Stoet, advocaat te 's-Gravenhage, is op 20 september 2011 in raadkamer gehoord.

De terbeschikkinggestelde heeft zich in raadkamer verzet tegen een verlenging van de terbeschikkingstelling.

Mr. Stoet heeft in raadkamer primair afwijzing van de vordering bepleit omdat ten aanzien van de terbeschikkingstelling van zijn cliënt sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling, nu de specifieke kenmerken van de diefstal met bedreiging met geweld die de terbeschikkinggestelde heeft gepleegd niet vallen onder het criterium dat het gerechtshof te Arnhem sedert enkele maanden hanteert. De bedreiging was niet zichtbaar en de terbeschikkinggestelde heeft alleen voorwerpen gebruikt om te voorkomen dat hij werd herkend en deze voorwerpen hebben niet het doel van geweld gehad. Subsidiair heeft de raadsman afwijzing van de vordering bepleit gelet op de wens van de terbeschikkinggestelde.

De officier van justitie heeft in raadkamer aangevoerd dat de terbeschikkingstelling sinds 8 september 2002 nog uitsluitend steunt op de diefstal met bedreiging met geweld. Op 30 mei 2011 heeft het gerechtshof te Arnhem de toets die tot voor kort dienaangaande werd gehanteerd, bijgesteld. De uitwerking van deze nieuwe toets leidt ertoe dat in geval van bedreiging met geweld alleen dan een ongemaximeerde TBS kan worden opgelegd dan wel verlengd indien een dreigende uiting begeleid wordt door niet-verbaal handelen dat naar zijn aard agressief was jegens de bedreigde(n). Daarvan is sprake als dat handelen tenminste het risico van onmiddellijk geweld in zich droeg. Dit kan worden afgeleid uit de uiterlijke verschijningsvorm van de gedraging en de wil van de pleger. Hierbij kunnen buiten de bewezenverklaring en kwalificatie ook andere concrete feiten en omstandigheden relevant zijn. In het onderhavige geval zijn naar het oordeel van de officier van justitie de volgende feiten relevant: de terbeschikkinggestelde heeft kort voor de overval een mes gekocht bij een dumpzaak met het doel hiermee tijdens de overval aanwezige klanten te bedreigen; hij heeft dit mes in zijn rechterjaszak gedaan; hij heeft een bivakmuts en handschoenen aangetrokken; hij is met het mes op zak, de bivakmuts over zijn gezicht en de handschoenen aan de bank binnen gelopen; hij heeft hierbij geroepen: "dit is een overval, geld, geld", hij heeft het mes niet gebruikt, omdat het geld al klaar lag; hij heeft het geld gepakt en is weggegaan. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat uit voormelde feiten blijkt van een dreigende uiting, voorafgegaan en vergezeld van niet-verbaal handelen dat naar zijn aard agressief was jegens de bedreigde.

Ook in het licht van de nieuwe jurisprudentie komt de officier van justitie tot de conclusie dat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat gericht was tegen en gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen. De terbeschikkingstelling is derhalve ongemaximeerd en kan - indien daar gronden voor zijn - worden verlengd.

Vervolgens heeft de officier van justitie in raadkamer gepersisteerd bij de vordering. De officier van justitie heeft daarbij nog opgemerkt dat een beëindiging van de terbeschikkingstelling dan wel een verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar thans niet reëel is, nu de eerste resocialisatie poging is mislukt, er het komende jaar geen verlofmogelijkheden zijn en pas daarna een nieuw resocialisatietraject kan worden opgezet.

Drs. M. Verhees is als deskundige namens voornoemde kliniek in raadkamer gehoord.

Beoordeling van de terbeschikkingstelling.

Ten aanzien van de vraag of er in het onderhavige geval sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling overweegt de rechtbank als volgt.

De terbeschikkinggestelde is onder andere veroordeeld voor een diefstal met bedreiging met geweld. Tot voor kort hanteerde het gerechtshof te Arnhem het criterium dat van een misdrijf kan worden gesproken dat is gericht tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, indien de bedreiging op de een of andere wijze nader is ondersteund en/of aannemelijk is geworden dat die bedreiging ook daadwerkelijk ten uitvoer gebracht zou worden.

Recent heeft het gerechtshof te Arnhem daartoe een ander criterium geformuleerd (arrest d.d. 30-05-2011, LJN: BQ6616) Het Hof heeft overwogen dat voor het aannemen van een misdrijf als bedoeld in artikel 38e vereist is, dat een dreigende uiting voorafgegaan, vergezeld of gevolgd wordt door niet-verbaal handelen dat naar zijn aard agressief is jegens de bedreigde; gedacht wordt bijvoorbeeld aan het tonen van een wapen of het met een auto inrijden op een persoon. Aan de aannemelijkheid van uitvoering van het misdrijf waarmee werd gedreigd wenst het hof in zijn algemeenheid geen betekenis meer toe te kennen.

Uit het dossier van de terbeschikkinggestelde blijkt dat hij bij de door hem gepleegde overval een bivakmuts over zijn gezicht had en handschoenen aan had. Voorts heeft de terbeschikkinggestelde terwijl hij de bank binnenliep geroepen: "dit is een overval, geld, geld". Gelet op deze feiten en omstandigheden is aan het criterium dat het gerechtshof Arnhem thans hanteert, voldaan.

Beoordeling van de vordering.

Eerdergenoemd advies van 8 juli 2011 stelt - kort samengevat - dat op basis van de opgetreden stabilisatie in de afgelopen jaren, na een geleidelijke opbouw van het onbegeleide verlof in de regio van de kliniek, het afgelopen jaar is overgegaan tot verdere resocialisatie door plaatsing in een RIBW-voorziening met een 24-uurs begeleiding in de regio Rotterdam. Gebleken is echter dat deze situatie voor de terbeschikkinggestelde te complex is, en de hulpverleningsprothese onvoldoende, teneinde op verantwoorde wijze de resocialisatie te kunnen realiseren. In maart 2011 is sprake geweest van een terugval, de terbeschikkinggestelde heeft zich aan het toezicht onttrokken waarbij sprake is geweest van gebruik van alcohol. De terbeschikkinggestelde heeft geen weerstand kunnen bieden aan de uiteenlopende verleidingen die een verblijf in Rotterdam, met de bestaande onbegeleide verlofmogelijkheden, met zich meebracht. De terbeschikkinggestelde is hierna direct teruggeplaatst in de kliniek en de machtiging tot transmuraal verlof is ingetrokken. Deze situatie heeft vervolgens bij de terbeschikkinggestelde geleid tot een decompensatie met een forse manische ontregeling en een milde psychotische overschrijding. De stabilisatie hiervan loopt langzaam en gaat gepaard met een veelheid aan verbaal en fysiek agressieve incidenten (vanaf de terugkeer van de terbeschikkinggestelde is er drie keer sprake geweest van het weigeren van medicatie, drie keer van ernstige ordeverstoring in de vorm van het aanrichten van vernielingen, negen keer van forse verbale agressie naar personeel waardoor het niet mogelijk was de ruimte waar de terbeschikkinggestelde verbleef te betreden, en vier keer van non-verbale agressie naar personeel waarbij fysiek ingegrepen diende te worden of dat medewerkers ten behoeve van hun veiligheid de ruimte dienden te verlaten).

Risico's worden momenteel onder controle gehouden door een verblijf op de intensieve zorgafdeling binnen de geslotenheid van de kliniek. Gezien het actuele kwetsbare gedragsbeeld en de stagnatie van het resocialisatietraject dient de dwangverpleging van de terbeschikkingstelling te worden verlengd. Wanneer de terbeschikkingstelling met dwangverpleging op dit moment wordt beëindigd zal er sprake zijn van een onverantwoord hoog risico ten aanzien van recidive, aangezien de terbeschikkinggestelde niet in staat zal zijn voldoende structuur in zijn leven aan te brengen. Voorts wordt verondersteld dat de terbeschikkinggestelde ter voorkoming van recidive structureel is aangewezen op een professionele hulpverleningsprothese. De terbeschikkinggestelde is een man met beperkingen op diverse gebieden waardoor de mogelijkheden voor de toekomst beperkt zijn. Sinds geruime tijd is het plafond bereikt voor wat betreft de leerbaarheid van betrokkene. De komende periode zal getracht worden met de terbeschikkinggestelde tot overeenstemming te komen over het resocialisatietraject. Voorts zal hij, gezien de momenteel afwezige motivatie, het gebrekkige ziekte inzicht en de afhankelijkheid van medicatie, structuur en controle, geruime tijd nodig hebben om op adequate wijze in te voegen in de toekomstige hulpverleningsstructuur. Alleen met de huidige maatregel is de kliniek in staat de gewenste resocialisatie zorgvuldig vorm te geven en de terbeschikkinggestelde in voldoende mate op te kunnen vangen wanneer sprake is van een terugval. Alhoewel niet te verwachten is dat het recidiverisico over één jaar tot een voldoende verantwoord niveau zal zijn teruggebracht teneinde op verantwoorde wijze de dwangverpleging te beëindigen, wordt geadviseerd de maatregel van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar te verlengen.

De deskundige heeft in raadkamer toegelicht dat na de terugplaatsing op 22 maart 2011 een periode is gevolgd met veel incidenten, waardoor de terbeschikkinggestelde een tijd in de separeer heeft moeten doorbrengen. Nadat weer enige vorm van stabiliteit was bereikt, is besloten de terbeschikkinggestelde over te plaatsen naar een intensieve zorgafdeling. Dit is een aantal weken goed verlopen waardoor weer werd nagedacht over het oppakken van de resocialisatie, maar in de afgelopen week is het echter weer fors misgegaan en heeft de terbeschikkinggestelde een collega van de deskundige aangevallen en geprobeerd te wurgen. De terbeschikkinggestelde is vervolgens teruggeplaatst in de separeer.

De kliniek maakt zich ernstige zorgen over dit recente incident en de eerdere incidenten. Desgevraagd bevestigt de deskundige dat het advies inderdaad luidt de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen, maar wel met de kanttekening dat het vanuit de huidige situatie moeilijk is een gefundeerd advies te geven over hoe lang het traject nog zal duren. De terbeschikkingstelling zal in ieder geval niet na dat jaar kunnen worden beëindigd. Daarbij is het verlofkader een jaar stilgelegd, waardoor de resocialisatie op zijn vroegst pas weer in 2012 opnieuw kan worden opgestart. Voorts moet er ook een einde komen aan de incidenten en de agressie van terbeschikkinggestelde moet weer beheersbaar zijn in de kliniek. Ten slotte moet nog worden afgewogen of het handig en wenselijk is dat deze kliniek verder gaat met de terbeschikkinggestelde of dat overplaatsing naar een andere kliniek de voorkeur heeft.

De rechtbank acht zich voldoende ingelicht door het advies, de overgelegde wettelijke aantekeningen en het verhandelde op de terechtzitting.

De maatregel van terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van:

- diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

- opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, en

- poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

en is thans nog gegrond op de veroordeling voor eerstgenoemd feit, derhalve voor een

misdrijf dat gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een

persoon.

Gezien de onverminderde noodzaak van intensieve hulpverlening en begeleiding, het aantal incidenten in de afgelopen periode - waaronder ook het meest recente incident waarbij de terbeschikkinggestelde, ook volgens zijn eigen verklaring ter zitting, een medewerkster van de kliniek heeft aangevallen en heeft geprobeerd te wurgen - en gelet op het als onverminderd hoog geschatte recidiverisico, waarbij de terbeschikkinggestelde op alle risicofactoren hoog scoort, is de rechtbank van oordeel dat de terbeschikkingstelling met dwangverpleging moet worden gecontinueerd en zal de rechtbank het verzoek tot onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling afwijzen.

Voorts is de eerste resocialisatie poging mislukt, zijn er het komende jaar geen verlofmogelijkheden en is ter zitting gebleken dat pas daarna, in 2012, weer een nieuw resocialisatietraject kan worden opgezet. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het door de kliniek gegeven advies van verlenging van de terbeschikkingstelling met slechts één jaar - waartoe de rechtbank in beginsel alleen overgaat als te verwachten is dat binnen dat jaar gronden aanwezig zijn die een (voorwaardelijke) beëindiging van de terbeschikkingstelling rechtvaardigen - niet reëel is en overigens ook niet in het belang is van de maatschappij of van de terbeschikkinggestelde zelf. In de komende periode zal moeten blijken of er voldoende basis rest tussen de terbeschikkinggestelde en diens behandelaars voor een hernieuwde resocialisatiepoging.

De rechtbank is gelet op het vorenoverwogene van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.

Toepasselijke wetsartikelen.

Artikel 38d en artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling, zoals hierboven omschreven, voor de tijd van twee jaar.

Aldus beslist te 's-Gravenhage door mr. M.H. Rochat, voorzitter, mrs. J.W. du Pon en I.E.W. Gonzales, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.G.J. Verkennis, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 oktober 2011.

Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.