Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BV1531

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
30-11-2011
Datum publicatie
23-01-2012
Zaaknummer
398933 - HA RK 11-407
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Letselschade, deelgeschil. Bedrijfsongeval. Het moet ervoor worden gehouden dat werknemer schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. De toedracht van het ongeval speelt een rol in het kader van de beoordeling van de nakoming van de op de werkgever rustende zorgplicht. Op dit punt echter nadere bewijslevering en/of deskundigenonderzoek nodig, zodat het verzoek op grond van artikel 1019z Rv dient te worden afgewezen. Begroting van de kosten ex artikel 1019aa Rv.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1019z
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 658
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2012/69
AR-Updates.nl 2012-0063

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector kanton

Locatie Alphen aan den Rijn

zaaknummer / rekestnummer: 398933 / HA RK 11-407

Beschikking van 30 november 2011

in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

advocaat: mr. D.J. Ladrak te Leiden,

tegen

1. de besloten vennootschap

GEOMET B.V.,

2. de besloten vennootschap

GEOMET BODEMONDERZOEK B.V.,

beide gevestigd te Alphen aan den Rijn,

verweersters,

advocaat: mr. V. Oskam te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [verzoeker], Geomet en Geomet Bodemonderzoek (dan wel gezamenlijk Geomet c.s.) worden genoemd.

1.De procedure

1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 13 juli 2011, met producties;

- het verweerschrift, met producties;

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 7 oktober 2011 en de daarin genoemde stukken.

1.2.Ten slotte is een datum voor beschikking bepaald.

2.De feiten

2.1.[verzoeker] is met ingang van 2 maart 1998 in dienst getreden van Geomet en is in 2003 gedetacheerd bij Geomet Bodemonderzoek. Laatstelijk werkte hij in de functie van sondeermeester.

2.2.In verband met werkzaamheden die op 12 augustus 2008 zouden worden uitgevoerd heeft Eneco Netbeheer B.V. (hierna: Eneco Netbeheer) op 6 augustus 2008 aan Geomet een brief gestuurd met - onder meer - de volgende inhoud:

"Wij ontvingen bovengenoemde KLIC-melding met betrekking tot uw geplande werkzaamheden in de gemeente ROTTERDAM. Naar aanleiding daarvan zenden wij u bijgaand 3 tekening(en) waarop de aanwezige infrastructuur van ENECO Netbeheer1 ter plaatse is aangegeven. (...)

Omdat uw werkzaamheden in de directe nabijheid van hoogspanningskabels van ENECO Netbeheer worden uitgevoerd, is het noodzakelijk dat er door ENECO Netbeheer opzichters toezicht wordt uitgeoefend.(...)"

2.3.In de bewuste KLIC-melding wordt vermeld dat op de plaats waar de werkzaamheden zullen worden uitgevoerd - onder meer - laagspanningskabels van Eneco Energie Afdeling Infra gelegen zijn.

2.4.Op 12 augustus 2008 heeft [verzoeker] werkzaamheden verricht in Rotterdam. Na deze werkzaamheden is hij naar de afdeling Spoedeisende Hulp van het Sint Franciscus Gasthuis (hierna: het ziekenhuis) gegaan. In de brief die door het ziekenhuis naar de huisarts van [verzoeker], J. Schinkelshoek (hierna: de huisarts), is gestuurd, staat het volgende vermeld:

"Anamnese

1 uur voor presentatie electrocutie gehad. Boorde in een kabel in de grond en kreeg een stroomstoot. Viel omver. Geen bewustzijnsverlies. Nu alleen wat tintellingen inde linker arm. Geen palp, geen ap, geen dyspnoe, nergens pijn of verwondingen.'

Lichamelijk onderzoek

Niet ziek, (...) geen verwondingen aan de handenof voeten (...)"

2.5.Op 12 augustus 2008 hebben Geomet c.s. Eneco Netbeheer telefonisch geïnformeerd over een beschadiging aan een stroomkabel door voornoemde werkzaamheden van [verzoeker]. In de telefoonnotitie van het desbetreffende telefoongesprek staat het volgende vermeld:

"Doorgegeven van beschadiging Stroomkabel thv ABN AMRO op het stationsplein te R'dam.

Electrocutie medewerker (...)"

2.6.Bij e-mailbericht van 12 augustus 2008 heeft de heer [A], senior geotechnisch adviseur / directeur van Crux Engineering BV, opdrachtgever van Geomet c.s., Geomet c.s. als volgt bericht:

"Ik sprak net je collega [B] en hij berichtte mij over de voortgang bij het Groothandelsgebouw.

Hij vertelde dat zijn collega bij het voorboren een behoorlijke stroomstoot heeft gekregen, maar dat alles gelukkig weer in orde is. (...)"

2.7.Namens Geomet c.s. is hierop bij e-mailbericht van 13 augustus 2008 als volgt gereageerd:

"Het gaat gelukkig weer goed met hem, hij kon vandaag aan de slag mogelijk wel met nog wat schrik in de benen. We gaan de locaties nu volledig voorgraven tot op het leidingenbed waarbij een sleuf wordt gemaakt. (...)"

2.8.In de notulen van de toolboxmeeting van Geomet van 6 oktober 2008 is het volgende opgenomen:

"4)VEILIGHEIDSASPECTEN AFGELOPEN TWEE MAANDEN

(...)

3.Ongeval van [verzoeker] [= [verzoeker], toevoeging kantonrechter] is deels te wijten aan niet geïsoleerde handvaten van de boren. Voor het einde van het jaar dienen alle boren te worden aangepast.

Bug: Ook de info over de kabels was gebrekkig. Dit zal duidelijk beter gaan worden nu de KLIC wordt aangeleverd door het kadaster. Er wordt toegezegd dat de tekeningen binnen 3 uur na melding binnen moeten komen, in kleur en op een schaal van 1:500 zullen (...)"

2.9.In een brief van het ziekenhuis van 22 februari 2009 aan de verzekeraar van [verzoeker] staat onder meer het volgende vermeld:

"Hierbij zend ik u een kopie van de Spoedeisende Hulp brief van 12-08-2008.

Sindsdien hebben wij bovengenoemde patiënt vele malen op het spreekuur terug gezien. Hij heeft nog steeds vele klachten van met name de linkerarm en met name zijn dat pijnklachten. Wel werkt hij alweer en doet dan daarbij ook zijn eigen werk, namelijk bodemonderzoek. Dit gaat hem soms zeer moeizaam af. Als het lichamelijk werk is, is het zwaar en vermoeiend voor hem. Hij krijgt dan ook in de tweede helft van de dag pijnklachten.

Wegens alle klachten rondom de schouder is er een MRI gemaakt, waarop geen afwijkingen te zien zijn.

De functie is redelijk goed hersteld, maar beperkt in abductie. Abductie boven de 80º is niet mogelijk zonder pijn.

Hij is gezien door de neuroloog, welke geen neurogene oorzaak kan vinden voor zijn pijnklachten. Hij is gezien door het pijnteam, welke hem begeleid en hem een TENS apparaat heeft gegeven, helaas met weinig effect.

Binnenkort heeft hij weer een afspraak. Al met al gaat het nog steeds moeizaam en is er nauwelijks verbetering sinds het najaar van 2008. Ik heb hem verwezen naar de afdeling Revalidatie alhier, mogelijk dat zij wel een suggestie hebben voor verbetering van zijn klachten.(...)"

2.10.In het rapport van de namens [verzoeker] aangezochte orthopedisch chirurg dr. E.L.F.B. Raaymakers van 25 januari 2010 is het volgende opgenomen:

"Medische voorgeschiedenis

Op 12 augustus 2008 heeft de heer [verzoeker] een heftige elektrische schok opgelopen op het moment dat hij in een elektriciteitskabel boorde. Betrokkene is daarbij achterovergeslagen en is vermoedelijk een fractie van een seconde bewusteloos geweest. (...)

Conclusie

De heer [verzoeker] heeft op 12 augustus 2008 een elektriciteitsongeval doorgemaakt. Stroom is daarbij vermoedelijk van de linkerarm naar de rechterarm gegaan. Van dit letsel heeft hij schouderklachten beiderzijds, maar links meer dan rechts, overgehouden, die, hoewel niet heel typisch, toch imponeren als impingementklachten. Wat daar niet helemaal bij hoort is dat ook de passieve functie ernstig gestoord is. Ondergetekende houdt echter rekening met het feit dat de passieve functie niet door mechanische oorzaak, maar door de pijn verminderd is. Dat een ernstig schouderletsel kan worden veroorzaakt door een elektrische schok is onder meer beschreven door (...).

Op 18 januari 2010 had ondergetekende telefonisch overleg met de huisarts van de heer [verzoeker], collega Schinkelshoek. Inderdaad heeft deze in 2007 een subacromiale infiltratie in de linkerschouder toegediend in verband met pijnklachten. Deze hadden echter een geheel ander karakter dan betrokkene's huidige probleem.

Antwoord op de gestelde vragen

(...)

Ad 2.Diagnose: dubbelzijdig ernstig impingement van de schouder als restant van een heftige elektrische schok. Niet met zekerheid is vast te stellen of (ook) sprake is van een frozen shoulder links en rechts.

Ad 3Op grond van het telefonisch overleg dat is gevoerd met de huisarts mag worden geconcludeerd dat de huidige klachten en restverschijnselen niet bestonden vóór het ongeval van 12 augustus 2008 en ook niet zouden zijn ontstaan indien betrokkene het ongeval op die datum niet was overkomen.

Ad 4. De klachten en verschijnselen die in de paragrafen "De huidige klacht", "Lichamelijk onderzoek", en "Radiologisch onderzoek" zijn beschreven moeten als rechtstreeks en uitsluitend ongevalgevolg worden beschouwd.(...)"

2.11.Bij brief van 30 juni 2010 aan Geomet Bodemonderzoek heeft [verzoeker] Geomet aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden en nog te lijden schade als gevolg van de gebeurtenissen op 13 augustus 2008 [de rechtbank begrijpt: 12 augustus 2008]. Bij brief van 17 november 2010 heeft [verzoeker] ook Geomet Bodemonderzoek hiervoor aansprakelijk gesteld.

2.12.In een brief van de huisarts van [verzoeker] van 1 juli 2011 aan [verzoeker] staat onder meer het volgende vermeld:

"In het kort wil ik meedelen dat ik nogal verbaasd ben door de opstelling van de werkgever sedert het incident dat mijn patient in 2008 is overkomen. Mijn indruk is dat er weinig empathie is geweest voor de lichamelijke en psychische nood waar mijn patient in verkeerde en nog steeds verkeerd. Het stelt me nu ook weer teleur dat ik de werkgever moet wijzen op het feit dat patient nog niet voltijds belastbaar is voor zijn werk.(...)"

2.13.Er heeft uitvoerige correspondentie plaatsgevonden tussen (de advocaat van) [verzoeker] en To The Point Expertise, de door de verzekeraar van Geomet c.s. ingeschakelde schadebehandelaar. Op 22 februari 2011 heeft To The Point Expertise een rapport uitgebracht over de toedracht van de schadeveroorzakende gebeurtenis, waarin wordt geconcludeerd dat het onbekend is gebleven of [verzoeker] daadwerkelijk een leiding heeft geraakt, aangezien er geen claim van Eneco door Geomet c.s. is ontvangen vanwege schade aan het netwerk en de door [verzoeker] bij het verrichten van de werkzaamheden gebruikte handboor niet beschadigd is geraakt.

3.Het geschil

3.1.Na zijn verzoek ter zitting te hebben gewijzigd verzoekt [verzoeker] de kantonrechter om op de voet van artikel 1019w van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voor recht te verklaren dat Geomet c.s. hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die [verzoeker] lijdt als gevolg van het hem op 12 augustus 2008 overkomen bedrijfsongeval, met begroting van de kosten van deze procedure op grond van artikel 1019aa Rv.

3.2.[verzoeker] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat hij op 12 augustus 2008 voor Geomet c.s. werkzaamheden heeft verricht. Ter voorbereiding op een te verrichten proefboring heeft [verzoeker] die dag met een handboor een gat voorgeboord om te bezien of er ter plaatse leidingen liepen of puin lag. Nadat hij bij de eerste twee keer boren op puin was gestuit, heeft [verzoeker] de onderzijde van de handboor verwisseld voor een boor met een scherpere punt, een zogenaamde riversideboor. Bij de derde boorpoging heeft [verzoeker] vervolgens een (hoog)spanningsleiding geraakt, waardoor hij een elektrische schok heeft gehad (hierna: het ongeval). Als gevolg van het ongeval heeft [verzoeker] letsel opgelopen. Volgens [verzoeker] hebben Geomet c.s. niet aan hun zorgplicht ex artikel 7:658 lid 1 BW voldaan. Geomet c.s. hadden [verzoeker] immers niet zonder toestemming van Eneco en buiten aanwezigheid van een inspecteur van Eneco aan het werk mogen zetten. Bovendien was de aan [verzoeker] gegeven informatie, bestaande uit foto's, de zogenoemde KLIC-melding en zwart/wit-tekeningen van de betrokken beheerders van kabels en leidingen, gebrekkig. [verzoeker] was ook onvoldoende geïnstrueerd, aangezien hem had moeten worden verteld dat ingeval van aanwezigheid van puin de locatie met de hand of met de graafmachine horizontaal afgegraven moest worden. Ten slotte waren de handvatten van de grondboor onvoldoende geïsoleerd. Volgens [verzoeker] zijn Geomet c.s. op grond van het voorgaande ex artikel 7:658 lid 2 BW gehouden de door [verzoeker] als gevolg van het ongeval geleden en nog te lijden schade te vergoeden.

3.3.Geomet c.s. voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.Geomet c.s. betogen primair dat [verzoeker] niet in zijn verzoek kan worden ontvangen althans dat zijn verzoek afgewezen dient te worden, omdat om op het verzoek te kunnen beslissen nadere bewijslevering noodzakelijk is. Dit past volgens Geomet c.s. niet binnen het kader van de deelgeschilprocedure.

4.2.De kantonrechter overweegt als volgt. De deelgeschilprocedure biedt volgens de memorie van toelichting bij de Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade betrokkenen bij een geschil over letsel- en overlijdensschade de mogelijkheid in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase de rechter in te schakelen. Zij krijgen hiermee een extra instrument ter doorbreking van een impasse in de buitengerechtelijke onderhandelingen (Kamerstukken II, 2007-2008, 31518, nr. 3, p. 2). Gezien de ratio van de deelgeschilprocedure om de buitengerechtelijke onderhandelingen te bevorderen, dient de kantonrechter te toetsen of de verzochte beslissing voldoende kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst en of de bijdrage van de verzochte beslissing aan de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst zodanig is dat dit opweegt tegen de kosten en het tijdsverloop van de procedure.

4.3.De kantonrechter is met Geomet c.s. van oordeel dat voor een beslissing op het onderhavige verzoek nadere bewijslevering of deskundigenadvies nodig is, als gevolg waarvan de procedure dermate veel tijd, geld en moeite gaat kosten, dat dit niet opweegt tegen de bijdrage die de beslissing kan leveren aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Daartoe is het volgende van belang.

4.4.Om op het verzoek te kunnen beslissen dient te worden vastgesteld of [verzoeker] schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden en, zo ja, of Geomet c.s. tekort zijn geschoten in de op hen rustende zorgplicht op grond van artikel 7:658 lid 1 BW. De stelplicht en de bewijslast ten aanzien van de vraag of [verzoeker] schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden rusten op [verzoeker], terwijl Geomet c.s. belast zijn met de stelplicht en bewijslast ten aanzien van de nakoming van de op hen rustende zorgplicht.

4.5.Door Geomet c.s. wordt niet - althans onvoldoende gemotiveerd - betwist dat [verzoeker] schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Terwijl [verzoeker] zich op het standpunt stelt dat zijn schade is ontstaan door een elektrisch trauma, voeren Geomet c.s. namelijk aan dat gezien de grote hoeveelheid puin in de grond niet kan worden uitgesloten dat [verzoeker] op puin is gestuit en dit een hevige pijnreactie heeft veroorzaakt aan zijn armen en/of schouders op grond van pre-existent letsel. In beide situaties is er sprake van schade geleden in de uitoefening van werkzaamheden. Voor zover Geomet c.s. hebben bedoeld aan te voeren dat [verzoeker] geen schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden omdat de klachten waarvan [verzoeker] op 12 augustus 2008 melding heeft gemaakt voordien al bestonden, hebben zij dit onvoldoende onderbouwd. Het moet er op grond van het voorgaande dan ook voor worden gehouden dat [verzoeker] schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden.

4.6.Voorts dient te worden beoordeeld of Geomet c.s. aan hun zorgplicht hebben voldaan. Geomet c.s. stellen, zoals hiervoor al is overwogen, dat de schade van [verzoeker] is ontstaan doordat hij op puin is gestuit en dit een hevige pijnreactie heeft veroorzaakt aan zijn armen/en of schouders op grond van pre-existent letsel. Dat bestaande klachten na werkzaamheden (tijdelijk) toenemen, leidt volgens Geomet c.s. niet tot de conclusie dat zij aansprakelijk zijn voor de schade. Er is volgens Geomet c.s. geen sprake van een elektrisch trauma, aangezien Eneco geen melding heeft gedaan van schade aan haar netwerk, de door [verzoeker] gebruikte handboor niet is beschadigd, de klachten van [verzoeker] niet per definitie duiden op het doormaken van een elektrische schok en ook de pre-existente klachten van [verzoeker] de schade kunnen hebben veroorzaakt. Voor zover de kantonrechter oordeelt dat toch dient te worden uitgegaan van de toedracht zoals die door [verzoeker] wordt geschetst, stellen Geomet c.s. dat zij te dien aanzien aan hun zorgplicht hebben voldaan, onder meer aangezien zij [verzoeker] vooraf van de juiste informatie hebben voorzien, zij de juiste werkwijze hanteren in geval van aanwezigheid van puin, leidingen of kabels in de grond en zij hun werknemers van deze werkwijze op juiste wijze op de hoogte stellen en hebben gesteld. De kantonrechter overweegt als volgt.

4.7.Nu de toedracht van de schadeveroorzakende gebeurtenis een rol speelt in het kader van de beoordeling van de nakoming van de op Geomet c.s. rustende zorgplicht, rusten de stelplicht en bewijslast ten aanzien daarvan op Geomet c.s.. [verzoeker] voert aan dat Geomet c.s. niet meer in staat moeten worden gesteld op dit punt bewijs te leveren.

Geomet c.s. hebben namelijk, aldus [verzoeker], geen onderzoek ter plaatse gedaan, zij hebben Eneco niet verzocht om nadere informatie over eventuele beschadigingen van kabels of leidingen en zij hebben geen melding van het incident gedaan bij de arbeidsinspectie. Het gaat echter om een ernstig ongeval, waarbij Geomet c.s. de beschikking hadden over alle medische informatie en ook in de gelegenheid waren onderzoek uit te voeren, aldus [verzoeker]. Als gevolg hiervan moet de door hem gestelde toedracht, te weten het doormaken van een elektrisch trauma, volgens [verzoeker] tot uitgangspunt worden genomen.

4.8.De kantonrechter volgt [verzoeker] hierin niet. Het enkele feit dat Geomet c.s. geen onderzoeksrapportages hebben opgemaakt dan wel doen opmaken maakt niet dat moet worden geoordeeld dat Geomet c.s. niet aan de op hen rustende stelplicht hebben voldaan en dat de door [verzoeker] geschetste toedracht als vaststaand moet worden aangenomen (zie ook HR 15 december 2000, NJ 2001, 252). Naar het oordeel van de kantonrechter hebben Geomet c.s. voldoende gesteld ten aanzien van de toedracht van de schadeveroorzakende gebeurtenis. Nu de door Geomet c.s. gestelde toedracht echter door [verzoeker] gemotiveerd wordt betwist met het met stukken onderbouwde betoog dat hij een elektrisch trauma heeft doorgemaakt, zal om op het verzoek van [verzoeker] te kunnen beslissen op dit punt nadere bewijslevering en/of deskundigenonderzoek moeten plaatsvinden. Gelet hierop dient het verzoek van [verzoeker] op grond van artikel 1019z Rv te worden afgewezen.

4.9.De kantonrechter overweegt ten overvloede dat partijen wellicht buiten rechte een deskundige kunnen benaderen met het verzoek om te onderzoeken of de aard van het bij [verzoeker] geconstateerde letsel duidt op een doorgemaakt elektrisch trauma, waarbij de medische voorgeschiedenis van [verzoeker] in aanmerking zal moeten worden genomen. Hiermee zou naast duidelijkheid over de toedracht van het schadeveroorzakende evenement ook duidelijkheid kunnen worden verkregen over het causaal verband tussen de klachten van [verzoeker] en het schadeveroorzakende evenement, hetgeen tussen partijen, naar de kantonrechter begrijpt, ook nog een punt van discussie is.

Kosten

4.10.Ook als het verzoek op grond van artikel 1019z Rv wordt afgewezen, dient de kantonrechter de kosten van deze procedure te begroten op grond van artikel 1019aa Rv. Dit is alleen dán anders indien de deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld. Daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter, anders dan Geomet c.s. betogen, in dit geval geen sprake. Redengevend daarvoor is dat de Wet Deelgeschillen geen concrete aanknopingspunten bevat voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een deelgeschil en de parlementaire geschiedenis het begrip deelgeschil zeer ruim uitlegt, maar de concrete invulling van dat begrip aan de rechtspraak is overgelaten. Gelet op de betrekkelijk korte tijd dat de Wet Deelgeschillen in werking is, is van een vaste lijn in de rechtspraak over het begrip deelgeschil nog geen sprake. Tegen deze achtergrond kan het door [verzoeker] ingediende verzoek niet bij voorbaat als volstrekt onnodig of kansloos worden beschouwd.

4.11.Mr. Ladrak heeft aangevoerd dat hij 33:06 uur aan deze zaak heeft besteed en [verzoeker], uitgaande van een uurtarief van € 274,50, aldus € 9.085,95 aan kosten heeft gemaakt. Geomet c.s. hebben bezwaar gemaakt tegen de hoogte van het uurtarief, aangezien mr. Ladrak, zoals hij ook zelf erkent, voor eerdere werkzaamheden een uurtarief van € 219,60 heeft gehanteerd. Bovendien betogen Geomet c.s. dat de aangevoerde kosten niet alleen betrekking hebben op het onderhavig deelgeschil.

4.12.De kantonrechter overweegt dat de kosten ingevolge artikel 6:96 lid 2 BW dienen te voldoen aan de dubbele redelijkheidstoets: zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten dienen redelijk te zijn. Gelet op het (buitengerechtelijke) karakter van de deelgeschilprocedure acht de kantonrechter het niet redelijk om af te wijken van het in het buitengerechtelijke traject reeds eerder door mr. Ladrak gehanteerde uurtarief. Dit betekent dat de kantonrechter een uurtarief van € 219,60 zal aanhouden. De kantonrechter is voorts van oordeel dat alléén de kosten die betrekking hebben op deze procedure dienen te worden begroot. Deze kosten bestaan over het algemeen (voornamelijk) uit de kosten van het bestuderen van het dossier, het opstellen van het verzoekschrift, het bestuderen van het verweerschrift, het voorbereiden van de mondelinge behandeling, het bijwonen van de mondelinge behandeling en het afronden van de zaak. Uit de door mr. Ladrak overgelegde urenspecificatie blijkt voldoende dat zijn kosten hierop betrekking hebben, maar de kantonrechter is van oordeel dat de aan de werkzaamheden bestede uren op diverse onderdelen buiten proportie zijn. Zo heeft mr. Ladrak 13:06 uur aan het opstellen van het verzoekschrift besteed (het overleg met [verzoeker] daarover nog buiten beschouwing gelaten) en komt de totaal aan de zaak bestede tijd de kantonrechter ook onredelijk voor. De kantonrechter zal de totale kosten dan ook matigen en de kosten ex artikel 1019aa Rv begroten op € 4.664,63 (17 uur x 219,60 inclusief 5% kantoorkosten en BTW), te vermeerderen met het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 260,--.

5.De beslissing

De kantonrechter:

5.1.begroot de kosten als bedoeld in artikel 1019aa Rv op € 4.924,63 (inclusief kantoorkosten en BTW);

5.2.wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.E. Bierling en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.