Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0522

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-12-2011
Datum publicatie
26-01-2012
Zaaknummer
zaaknummer: AWB 11/8420
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Partij die om handhaving heeft verzocht kan niet opkomen tegen het niet tijdig beslissen op het door belanghebbende tegen het handhavingsbesluit ingediende bezwaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Milieurecht Totaal 2012/348
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/8420

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2011 in de zaak tussen

Mijbupark B.V., te Noordwijkerhout, eiseres

(gemachtigde: mr. D.G. Lasschuit),

en

het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk, verweerder.

(gemachtigde mr. R. Lever)

I PROCESVERLOOP

Bij besluit van 18 januari 2011, verzonden op 9 februari 2011, heeft verweerder besloten handhavend op te treden tegen het illegale gebruik van de dienstwoning aan de [a-straat] 41 te [plaats].

Bij brief van 6 oktober 2011, ingekomen bij de rechtbank op 7 oktober 2011, heeft eiseres beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op het door de bewoners van de dienstwoning tegen dit besluit gemaakte bezwaar. Op 28 april 2011 is een hoorzitting gehouden door de Commissie voor de behandeling van Bezwaar- en Beroepschriften.

Op verzoek van de rechtbank om aan te geven of het juist is dat de termijn waarbinnen een beslissing op bezwaar dient te worden genomen is overschreden, heeft verweerder bij brief van 18 oktober 2011 gereageerd.

Eiseres heeft hierop bij brief van 19 oktober 2011 een reactie ingediend.

II OVERWEGINGEN

1. Ingevolge artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt beslist binnen zes weken of, indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van die wet is ingesteld, binnen tien weken na ontvangst van het bezwaarschrift.

Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt het niet tijdig nemen van een besluit voor de toepassing van wettelijke voorschriften over beroep met een besluit gelijkgesteld. Een beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan ingevolge artikel 6:12, tweede lid, van de Awb worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen.

Ingevolge artikel 4:17, eerste lid van de Awb verbeurt het bestuursorgaan, indien een beschikking op aanvraag niet tijdig wordt gegeven, aan de aanvrager een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is, doch voor ten hoogste 42 dagen.

In het derde lid van dat artikel is bepaald dat de eerste dag waarover de dwangsom verschuldigd is, de dag is waarop twee weken zijn verstreken na de dag waarop de termijn voor het geven van de beschikking is verstreken en het bestuursorgaan van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen.

2.1 De rechtbank overweegt dat blijkens de Memorie van Toelichting bij de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (Onderdeel D, betreffende wijziging van artikel 7:14) een bezwaarschrift als een aanvraag in de zin van de Awb wordt aangemerkt (Parl. Gesch. Awb I, blz. 282).

2.2 Uit artikel 4:17, eerste en derde lid, van de Awb blijkt dat alleen aan de aanvrager een dwangsom kan worden verbeurd en dat alleen de aanvrager het bestuursorgaan in gebreke kan stellen.

2.3 De rechtbank stelt vast dat eiseres in dit geval niet de aanvrager is, aangezien zij geen bezwaarschrift heeft ingediend tegen verweerders besluit van 18 januari 2011.

Eiseres kan dan ook niet als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, van de Awb worden aangemerkt bij het gestelde uitblijven van een beslissing op bezwaar.

2.4 De rechtbank acht geen onderzoek ter zitting noodzakelijk en zal met toepassing van artikel 8:54 van de Awb het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaren.

2.5 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III BESLISSING

De Rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.P.M. Meskers, in tegenwoordigheid van de griffier

drs. A.C.P. Witsiers.

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij aan de rechtbank verzoeken omtrent het verzet te worden gehoord.

Afschrift verzonden op: