Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0365

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-12-2011
Datum publicatie
06-01-2012
Zaaknummer
407086 / HA RK 11-692 Wrakingsnummer 2011/53
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Schriftelijk verzoek tot wraking van kantonrechter. Opstelling van de kantonrechter tijdens comparitie van partijen. Uit de zittingsaantekeningen van de griffier, in samenhang beschouwd met het wrakingsverzoek en de schriftelijke reactie van de kantonrechter daarop blijkt dat de kantonrechter tijdens de comparitiezitting een actieve rol heeft vervuld en in zekere mate heeft gestuurd op de onderwerpen die hij juridisch relevant achtte. De kantonrechter heeft geprobeerd om tot de kern van de zaak te komen. De wrakingskamer oordeelt dat de door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden niet kunnen leiden tot de conclusie dat zich een uitzonderlijke omstandigheid heeft voorgedaan die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de kantonrechter jegens de verzoeker persoonlijk, dan wel aangaande een standpunt in de zaak, een vooringenomenheid koestert, dan wel dat een dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Verzoek afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Meervoudige wrakingskamer

Wrakingnummer 53/2011

rekestnummer: 407086 / HA RK 11-692

zaaksnr: 1091703 \ CV EXPL 11-6025

datum beschikking: 5 december 2011

BESLISSING

op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in de zaak van:

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

(gedaagde in de hoofdzaak)

procederend in persoon,

tegen

Stichting SLS Wonen

gevestigd te Leiden,

belanghebbende,

(eiser in de hoofdzaak)

bijgestaan door mr. J.J.P.M. van Reisen,

strekkende tot wraking van:

Mr. [X],

kantonrechter in de rechtbank 's-Gravenhage, locatie Leiden.

hierna te noemen: de kantonrechter.

1. De voorgeschiedenis en het procesverloop.

1.1 Belanghebbende heeft verzoeker gedagvaard om op 17 augustus 2011 te verschijnen ter terechtzitting van de rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton, locatie Leiden. Op de rolzitting van 14 september 2011 heeft verzoeker een conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie ingediend. Op 30 september 2011 heeft de kantonrechter een comparitie van partijen bepaald op de terechtzitting van 26 oktober 2011.

1.2 Tijdens de comparitiezitting van 26 oktober 2011 waren verzoeker in persoon en namens belanghebbende de heer [A], bijgestaan door mr. J.J.P.M. van Reisen aanwezig.

1.3 Op 28 oktober 2011 heeft verzoeker een schriftelijk verzoek tot wraking van de kantonrechter ingediend.

2. De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek.

Op 28 november 2011 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoeker is verschenen en heeft het wrakingsverzoek aan de hand van de door hem overgelegde pleitaantekeningen toegelicht. De kantonrechter heeft bij brief van 17 november 2011 zijn standpunt met betrekking tot het wrakingsverzoek kenbaar gemaakt en tevens medegedeeld dat hij niet aanwezig zal zijn bij de behandeling. Namens belanghebbende is mr. J.J.P.M. van Reisen ter zitting verschenen.

3. Het standpunt van verzoeker.

In zijn schriftelijke wrakingsverzoek van 28 oktober 2011, met als bijlage aangehecht de zittingsaantekeningen van de griffier van de kantonrechter d.d. 26 oktober 2011, en in zijn ter zitting van 28 november 2011 voorgedragen pleitaantekeningen stelt verzoeker dat hij geen vertrouwen heeft in een onpartijdige behandeling van de zaak door de kantonrechter, die naar de mening van verzoeker vooringenomen is. Ter onderbouwing van die stelling heeft verzoeker samengevat het volgende aangevoerd:

a. de kantonrechter heeft bij binnenkomst wel naar de namen van de verschenen personen gevraagd, maar zichzelf en de griffier niet voorgesteld;

b. de kantonrechter heeft verzoeker verweten dat hij geen respect voor de Nederlandse wet heeft;

c. de kantonrechter heeft de conclusie van antwoord van verzoeker niet gelezen;

d. de kantonrechter liet belanghebbende lang en uitgebreid verhaal doen en gaf verzoeker slechts de kans om onderwerpen te noemen die nog niet ter sprake waren geweest;

e. de kantonrechter heeft geen serieuze poging gedaan om tot een schikking te komen;

f. de kantonrechter heeft geen kritische vragen aan belanghebbende gesteld;

g. de kantonrechter stond toe dat belanghebbende ter zitting een stuk inbracht terwijl was aangekondigd dat dat tot uiterlijk een week voor de zitting mocht;

h. de kantonrechter heeft gesteld dat als belanghebbende beweert brieven verstuurd te hebben, ze dus verstuurd en ontvangen zijn;

i. de kantonrechter weigerde de geloofwaardigheid van belanghebbende te toetsen door te vragen naar een verzendbewijs van de brief van 29 april 2010.

4. Het standpunt van de kantonrechter.

De kantonrechter heeft bij brief van 17 november 2011 gereageerd op het verzoek tot wraking en zich verzet tegen toewijzing daarvan. Zijn standpunt komt er op neer dat hij niet bevooroordeeld of partijdig is geweest. Zijn toelichting komt op het volgende neer:

a. de kantonrechter heeft verzoeker niet beschuldigd geen respect te hebben voor de Nederlandse wetgeving, maar uitsluitend laten weten dat de hij niet de bevoegdheid heeft op alle eisen van de verzoeker in te gaan;

b. de verzoeker heeft voldoende gelegenheid gehad zijn standpunt toe te lichten;

c. de kantonrechter heeft direct bij de aanvang van de comparitie gepoogd om tot de kern van de zaak te komen;

d. de kantonrechter heeft gezegd dat het geen zin heeft om over de brief van 29 april 2010 te debatteren omdat door de wederpartij van verzoeker geen rechtskracht aan die brief wordt toegekend;

e.tijdens de comparitiezitting bleek het niet mogelijk het debat te verleggen naar de al of niet totstandkoming van een huurprijs per 1 december 2010;

f. over de brief van 6 januari 2011 en het beroep van de wederpartij op artikel 7:253 leden 2 en 3 van het Burgerlijk Wetboek zal de kantonrechter een beslissing moeten nemen;

g. de kantonrechter heeft nog overwogen een schikking te beproeven, maar door de opstelling van de verzoeker en de sfeer, waarin de advocaat voor crimineel werd uitgemaakt, was dat niet mogelijk.

5. De beoordeling.

5.1 Aan de orde is in de eerste plaats de vraag of het wrakingsverzoek in overeenstemming met de voorschriften is gedaan zodra de feiten en omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden.

5.2 Uit het schriftelijke wrakingsverzoek blijkt dat verzoeker zich op 27 oktober 2011, de dag volgend op de comparitiezitting, bij de rechtbank heeft vervoegd om te informeren naar de mogelijkheden tot klagen over de gang van zaken ter zitting, omdat hij naar zijn zeggen een nare smaak had overgehouden aan het gedrag van de rechter tijdens de zitting. Het wrakingsverzoek is gedateerd op 28 oktober 2011 en op die dag ook ingediend ter griffie.

5.3 De wrakingskamer stelt vast dat verzoeker kennelijk ten tijde van de comparitiezitting niet op de hoogte was van de mogelijkheid van wraking, maar dat hij zich onmiddellijk de volgende dag ter zake heeft laten informeren om vervolgens het wrakingsverzoek de dag daarop in te dienen. Onder deze omstandigheden dient verzoeker in zijn verzoek ontvankelijk te worden verklaard.

5.4 Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van art. 6, eerste lid, EVRM dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

5.5 De wrakingskamer stelt voorop dat een rechter enige vrijheid heeft in zijn keuze voor de op de terechtzitting te hanteren stijl bij de bespreking van een zaak. De rechter voert de regie en mag enigszins sturen op de onderwerpen die hij relevant acht voor de juridische vraagstukken die in de concrete zaak voorliggen en waarop hij later in de procedure een antwoord zal moeten formuleren. De rol van de civiele rechter is bovendien sinds de herziening van het procesrecht in civiele zaken minder lijdelijk geworden dan voorheen. Met name tijdens een comparitie van partijen is het niet ongebruikelijk dat de rechter voor een actieve opstelling kiest.

5.6 Uit de zittingsaantekeningen van de griffier, in samenhang beschouwd met het wrakingsverzoek en de schriftelijke reactie van de kantonrechter daarop blijkt dat de kantonrechter tijdens de comparitiezitting van 26 oktober 2011 een actieve rol heeft vervuld en in zekere mate heeft gestuurd op de onderwerpen die hij juridisch relevant achtte. De kantonrechter heeft geprobeerd om tot de kern van de zaak te komen. De punten zoals verwoord onder 3, onderdelen a, d, e, f, g en i, beschouwt de wrakingskamer als zaken die vallen binnen de grenzen van de vrijheid van de kantonrechter om actief de regie te voeren tijdens een comparitiezitting en kunnen daarom geen grond voor wraking opleveren.

5.7 Verzoeker verwijt de kantonrechter voorts dat deze tijdens de comparitiezitting heeft gesteld dat als verhuurder beweert brieven verstuurd te hebben, ze dus verstuurd en ontvangen zijn. Op basis van de zittingsaantekeningen van de griffier stelt de wrakingskamer vast dat de kantonrechter heeft gezegd dat er de afgelopen jaren zeer veel brieven zijn verstuurd die wel zijn aangekomen en dat hij het daarom aannemelijk acht dat de brief van 28 september is verstuurd. Uit de aantekeningen blijkt voorts dat beide partijen vervolgens de gelegenheid hebben gehad om het woord te voeren en hun standpunten kenbaar te maken. Over de verzending van een brief heeft de kantonrechter enkel gezegd dat dit aannemelijk is en niet dat dit naar zijn oordeel vaststaat. Over de ontvangst van een brief heeft hij zich in het geheel niet uitgelaten.

De wrakingskamer is van oordeel dat een rechter de vrijheid heeft om tijdens een comparitiezitting tot uitdrukking te brengen wat hem aannemelijk voorkomt, om partijen in de gelegenheid te stellen zich daarover vervolgens uit te laten. Mede in het licht van de verdere context van de zitting is de wrakingskamer van oordeel dat de uitlating in die zin moet worden opgevat. Het gestelde onder 3, onderdeel h, kan niet tot wraking leiden.

5.8 Dat geldt ook voor het verwijt van verzoeker dat de kantonrechter hem een gebrek aan respect voor de Nederlandse wet heeft verweten, hetgeen de kantonrechter heeft ontkend. Op basis van de zittingaantekeningen van de griffier concludeert de wrakingskamer dat de kantonrechter niet meer heeft gedaan dan de juridische kaders afbakenen en toelichten, hetgeen past binnen zijn rol zoals hierboven onder 5.5 is uiteengezet. Het onder 3, onderdeel b, gestelde kan niet tot wraking leiden.

5.9 Dat ten slotte, zoals verzoeker onder 3, onderdeel c betoogt, de kantonrechter de conclusie van antwoord niet zou hebben gelezen, is gelet op de uit het zittingsverslag blijkende debat niet aannemelijk geworden.

5.10 Concluderend oordeelt de wrakingskamer dat de door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden zoals hiervoor onder 3. weergegeven niet kunnen leiden tot de conclusie dat zich een uitzonderlijke omstandigheid heeft voorgedaan die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de kantonrechter jegens de verzoeker persoonlijk, dan wel aangaande een standpunt in de zaak, een vooringenomenheid koestert, dan wel dat een dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

6. De beslissing.

De wrakingskamer:

wijst het verzoek tot wraking af;

bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;

beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:

• de verzoeker;

• belanghebbende p/a haar gemachtigde mr. J.J.P.M. van Reisen;

• de kantonrechter mr. [X];

Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 december 2011 door mr. E. Timmermans, voorzitter en mrs. F.J.Verbeek en J.Th. van Walderveen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G. Kistemaker als griffier.