Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9422

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
23-12-2011
Datum publicatie
28-12-2011
Zaaknummer
09/610221-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gehandeld toen zij, rijdend in een busje, op de Maasdijk in Maasdijk alvorens af te slaan naar links, heeft nagelaten een teken met haar richtingaanwijzer te geven en de haar tegemoetkomende bromfietser geen voorrang heeft verleend. Daardoor is zij in botsing gekomen met de bromfietser. De bromfietser heeft door dit ongeval onder meer een gebroken pols en een hersenschudding opgelopen. Geldboete van € 500 en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer 09/610221-10

Datum uitspraak: 23 december 2011

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 5 september 2011 en 12 december 2011.

Verdachte, bijgestaan door haar raadsman mr. E.A. Breetveld, advocaat te 's-Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr. A.J. Algera heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het haar bij dagvaarding primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 60 uur, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren.

De tenlastelegging.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 11 juni 2010 te Maasdijk, gemeente Westland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (auto), daarmede rijdende over de weg, (de parallelrijbaan van) de Maasdijk, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, als volgt te handelen:

zij, verdachte, heeft/is:

- gereden met een snelheid van ongeveer 40 kilometer per uur, terwijl aldaar een maximum snelheid van 30 kilometer per uur was toegestaan, althans met een (te) hoge snelheid en/of vervolgens/daarbij)

- onvoldoende aandacht gehouden voor de verkeerssituatie en/of verkeersveiligheid ter plaatse, immers heeft zij een op die weg rijdende bromfietser niet (tijdig) gezien en/of (vervolgens/daarbij)

- verzuimd alvorens af te slaan een teken met haar richtingaanwijzer te geven en/of (vervolgens/daarbij)

- bij het afslaan naar links, teneinde de toerit (naar de hoofdrijbaan) op te rijden, een haar (op de parallelrijbaan van de Maasdijk) tegemoetkomende bromfiets(er) niet laten voorgaan, althans die bestuurder niet in staat gesteld ongehinderd zijn weg te vervolgen en/of (vervolgens/daarbij)

- met haar motorrijtuig (op het gedeelte van de rijbaan dat bestemd is voor het tegemoetkomende verkeer) (ondanks een (nood)remming van de bromfiets(er)) in botsing gekomen met die haar tegemoetkomende bromfiets(er),

waardoor de bestuurder van die bromfiets (genaamd [X]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken pols en/of een hersenschudding, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

art 6 Wegenverkeerswet 1994

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 11 juni 2010 te Maasdijk, gemeente Westland, als bestuurder van een voertuig (auto), daarmee rijdende op de weg, (de parallelrijbaan van) de Maasdijk, als volgt heeft gehandeld:

zij, verdachte, heeft/is:

- gereden met een snelheid van ongeveer 40 kilometer per uur, terwijl aldaar een maximum snelheid van 30 kilometer per uur was toegestaan, althans met een (te) hoge snelheid en/of vervolgens/daarbij)

- onvoldoende aandacht gehouden voor de verkeerssituatie en/of verkeersveiligheid ter plaatse, immers heeft zij een op die weg rijdende bromfietser niet (tijdig) gezien en/of (vervolgens/daarbij)

- verzuimd alvorens af te slaan een teken met haar richtingaanwijzer te geven en/of (vervolgens/daarbij)

- bij het afslaan naar links, teneinde de toerit (naar de hoofdrijbaan) op te rijden, een haar (op de parallelrijbaan van de Maasdijk) tegemoetkomende bromfiets(er) niet laten voorgaan, althans die bestuurder niet in staat gesteld ongehinderd zijn weg te vervolgen en/of (vervolgens/daarbij)

- met haar voertuig (op het gedeelte van de rijbaan dat bestemd is voor het tegemoetkomende verkeer) (ondanks een (nood)remming van de bromfiets(er)) in botsing gekomen met die haar tegemoetkomende bromfiets(er), waardoor de bestuurder van die bromfiets (genaamd [X]) letsel heeft bekomen en/of door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg

werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 11 juni 2010 te Maasdijk, gemeente Westland, als bestuurder van een auto op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, (de parallelrijbaan van) de Maasdijk, bij het afslaan naar links, teneinde de toerit naar de hoofdrijbaan op te rijden, een haar op dezelfde weg tegemoetkomende bromfiets(er) niet heeft laten voorgaan, waarbij letsel aan (een) perso(o)n(en) is ontstaan en/of schade aan (een) goed(eren) is toegebracht;

art 18 lid 1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat verdachte het op de dagvaarding primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht de inhoud van de tenlastelegging, te weten dat verdachte:

op 11 juni 2010 te Maasdijk, gemeente Westland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (auto), daarmede rijdende over de weg, de Maasdijk, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend, als volgt te handelen:

zij, verdachte, heeft/is:

- onvoldoende aandacht gehouden voor de verkeerssituatie en verkeersveiligheid ter plaatse, immers heeft zij een op die weg rijdende bromfietser niet (tijdig) gezien en

- verzuimd alvorens af te slaan een teken met haar richtingaanwijzer te geven en

- bij het afslaan naar links een haar (op de Maasdijk) tegemoetkomende bromfiets(er) niet laten voorgaan, en

- met haar motorrijtuig (op het gedeelte van de rijbaan dat bestemd is voor het tegemoetkomende verkeer) in botsing gekomen met die haar tegemoetkomende bromfiets(er),

waardoor de bestuurder van die bromfiets (genaamd [X]) zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, aangezien er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Verdachte is deswege strafbaar, nu er evenmin feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.

Strafmotivering.

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gehandeld toen zij, rijdend in een busje, op de Maasdijk alvorens af te slaan naar links, heeft nagelaten een teken met haar richtingaanwijzer te geven en de haar tegemoetkomende bromfietser geen voorrang heeft verleend. Daardoor is zij in botsing gekomen met de bromfietser. De bromfietser heeft door dit ongeval onder meer een gebroken pols en een hersenschudding opgelopen. Verdachte heeft een ernstige verkeersfout gemaakt en de rechtbank rekent dit verdachte aan.

De rechtbank houdt rekening met de omstandigheid dat verdachte zich niet eerder wegens het plegen van strafbare feiten voor de rechter heeft moeten verantwoorden en dat zij drie weken na het ongeval het slachtoffer heeft benaderd en hem haar excuses heeft aangeboden. Verder houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte, zoals zij ter terechtzitting heeft verklaard, ook thans nog geconfronteerd wordt met de consequenties van het ongeval.

De rechtbank ziet in deze omstandigheden aanleiding om, in afwijking van de eis van de officier van justitie, een geldboete op te leggen.

Daarnaast zal de rechtbank, mede met het oog op de bescherming van de verkeersveiligheid, verdachte een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen en daaraan een proeftijd van twee jaren verbinden.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c van het Wetboek van Strafrecht;

- 6, 175, 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding primair ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een geldboete van € 500,- (VIJFHONDERD EURO);

bepaalt dat de geldboete bij gebreke van betaling en verhaal zal worden vervangen door hechtenis voor de tijd van 10 dagen;

veroordeelt verdachte voorts tot:

ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 3 (DRIE) MAANDEN;

bepaalt dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, voorzitter,

mrs. G.M.G. Hink en S.M. Krans, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I.D. Broers, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 december 2011.