Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9121

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
15-12-2011
Datum publicatie
22-12-2011
Zaaknummer
407181 KG ZA 11-1335
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gedaagde handelt niet niet onrechtmatig jegens eiser door hem in een P.I. te plaatsen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 407181 / KG ZA 11-1335

Vonnis in kort geding van 15 december 2011

in de zaak van

[eiser],

voorheen verblijvende in de Penitentiaire Inrichting (P.I.) Scheveningen, thans in de P.I. Krimpen aan den IJssel,

eiser,

advocaat mr. I.A. Groenendijk te 's-Gravenhage,

tegen:

de Staat der Nederlanden,

zetelend te 's-Gravenhage,

gedaagde,

advocaat mr. W.B. Gaasbeek te 's-Gravenhage.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 7 december 2011 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Bij arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 13 oktober 2006 is eiser veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar wegens -kort gezegd- het feitelijk leidinggeven aan BTW-fraude. Eiser heeft tegen dit arrest beroep in cassatie ingesteld. Bij arrest van 17 februari 2009 heeft de Hoge Raad voormelde duur van de gevangenisstraf, in verband met het overschrijden van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM, verminderd in de zin dat deze nog twee jaren en tien maanden (1030 dagen) beloopt.

1.2. Bij brief van 26 maart 2009 heeft [A], maag-, darm- en leverziekte-arts van het Sint Franciscus Gasthuis (S.F.G.) te Rotterdam aan de advocaat van eiser onder meer bericht dat eiser sinds 2003 bij hem onder controle is in verband met een chronische alvleesklierontsteking.

1.3. Bij brief van 25 mei 2009 heeft de medisch adviseur bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), [B], de advocaat van eiser meegedeeld dat zij eiser detentiegeschikt acht.

1.4. Vervolgens heeft penitentiair arts [C] op verzoek van [D], Hoofd Afdeling Gezondheidszorg DJI, een onderzoek ingesteld naar de detentiegeschiktheid van eiser. Bij brief van 9 september 2009 aan [D] heeft [C] geconcludeerd dat hij eiser detentieongeschikt vindt voor een verblijf in een normale P.I.. Ook concludeert hij dat verblijf in het Penitentiair Ziekenhuis een mogelijkheid is indien aan alle voorwaarden voor optimale zorg en het maken van strikte nadere afspraken is voldaan. Daarbij heeft hij geadviseerd om op medische gronden van detentie af te zien en een detentievervangende straf te realiseren, althans om detentie uit te stellen totdat genezing heeft plaatsgevonden in de wetenschap dat dit dan waarschijnlijk een uitstel "voor eeuwig" zal zijn. Daaraan is toegevoegd dat eventueel detentie kan plaatsvinden in het Penitentiair Ziekenhuis maar alleen onder de voorwaarde dat ook daar vaste en duidelijke afspraken met het S.F.G. of een ander, meer nabij gelegen, ziekenhuis worden gemaakt over snelle toegang tot intensive care (I.C.)voorzieningen.

1.5. Bij brief van 11 september 2009 heeft de medisch adviseur DJI, [E], het Centraal Justitieel Incasso Bureau bericht dat hij in het licht van voormelde conclusie van [C], zijn op 18 mei 2009 uitgebrachte advies ten aanzien van de door hem geachte volledige detentiegeschiktheid van eiser wil herzien. Daarbij heeft [E] aangegeven eiser alleen detentiegeschikt te achten in een zorgomgeving waarin snel kan worden toegeleid naar een ziekenhuis met een I.C. voorziening.

1.6. De tenuitvoerlegging van de aan eiser opgelegde gevangenisstraf van 1030 dagen heeft op 14 november 2011 een aanvang genomen in het Justitieel Medisch Centrum (JMC) te Scheveningen. Sedert 1 december 2011 verblijft eiser in de P.I. Krimpen aan den IJssel.

2. Het geschil

2.1. Eiser vordert - zakelijk weergegeven - staking van de executie van de aan eiser opgelegde straf en onmiddellijke invrijheidstelling.

2.2. Daartoe voert eiser onder meer het volgende aan.

Gedaagde handelt jegens eiser onrechtmatig dan wel buiten iedere redelijkheid en voorzichtigheid door na een radiostilte van anderhalf jaar eiser plotseling zonder te voldoen aan de vereiste voorwaarden in hechtenis te nemen. Eiser, die een chronische alvleesklierontsteking heeft, vreest voor zijn leven omdat in de P.I. de gevraagde zorg niet kan worden geboden ingeval zich een calamiteit voordoet. Dit geldt voor de P.I. Krimpen aan den IJssel waar eiser thans verblijft maar was ook al van toepassing op zijn verblijf in het JMC te Scheveningen. Het advies van [C] van 9 september 2009 geldt nog steeds. Er moet direct actie worden ondernomen als er complicaties optreden in de gezondheidstoestand van eiser.

2.3. Gedaagde voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. De vraag is of gedaagde jegens eiser onrechtmatig handelt door hem in een P.I. te plaatsen.

3.2. Vooropgesteld wordt dat gedaagde niet alleen bevoegd, maar ook verplicht is een veroordelende beslissing van de strafrechter, waartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat, ten uitvoer te leggen. De vraag die partijen verdeeld houdt is of er zich al dan niet een omstandigheid voordoet op grond waarvan een uitzondering op voormelde executieplicht zou moeten worden gemaakt. Volgens gedaagde kan er in deze zaak slechts sprake zijn van detentieongeschiktheid indien aan eiser binnen de P.I. waar hij verblijft, niet de nodige zorg kan worden geboden. In de visie van eiser kan die zorg niet worden geboden.

3.3. Gedaagde betwist dat eiser zijn gevangenisstraf niet in een reguliere P.I. of in het JMC kan ondergaan. Daarbij heeft gedaagde erop gewezen dat de second opinion van [C], die ruim twee jaar geleden tot stand is gekomen en waar eiser een beroep op doet, inmiddels achterhaald is. Gedaagde heeft in dit verband gewezen op het oordeel van de behandelend arts van eiser in het JMC die in een brief van 22 november 2011 aan medisch adviseur [B] heeft bericht dat eiser geen medische zorg behoeft en dat hij prima in een reguliere P.I. kan verblijven. De medisch adviseur heeft dit oordeel onderschreven.

3.4. Geoordeeld wordt dat tegenover de observaties en beoordelingen van de medische situatie van eiser, die zijn overgelegd door gedaagde, hij zelf geen informatie heeft overgelegd die in een andere richting wijst. Dat eiser zijn stelling op het punt van detentieongeschiktheid baseert op het rapport van [C] overtuigt niet. Dat rapport is twee jaar oud en eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de conclusies in dat rapport thans nog steeds onverkort gelden. Dat eiser kennelijk angst heeft om in geval van een acute noodsituatie niet direct medische zorg te krijgen, is begrijpelijk. Op dit punt heeft gedaagde ter zitting evenwel expliciet verklaard dat de betreffende penitentiaire werkers allen zeer alert zijn op eisers situatie en zonodig in staat om eiser direct op te vangen zodat hij bij een calamiteit de juiste medische hulp ontvangt. Een en ander leidt tot de conclusie dat gedaagde niet onrechtmatig handelt jegens eiser door hem in een P.I. te plaatsen.

3.5. Al het voorgaande leidt ertoe dat de vordering van eiser afgewezen moet worden. Eiser zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt eiser in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van gedaagde begroot op € 1.376,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 560,-- aan griffierecht;

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Th. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2011.

AB