Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9106

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
01-12-2011
Datum publicatie
22-12-2011
Zaaknummer
405147 - KG ZA 11-1219
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

maatstaf executiegeschil; artikel 611d Rv, matiging dwangsom, wijiziging duur van de termijn. In de onderhavige zaak wordt de opgelegde dwangsom tijdelijk gematigd en de termijn om aan het vonnis te voldoen wordt verlengd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 405147 / KG ZA 11-1219

Vonnis in kort geding van 1 december 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Bouw- en Aannemingsbedrijf [eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats], gemeente [X.],

eiseres,

advocaat mr. P. Willems te Capelle aan den IJssel,

tegen:

1. [gedaagde 1],

2. [gedaagde sub 2],

beiden wonende te [woonplaats],

gedaagden,

in persoon verschenen.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als '[eiseres]' en gedaagden gezamenlijk als '[gedaagde]' in het mannelijk enkelvoud.

1. Het procesverloop

[Eiseres] heeft [gedaagde] op 18 oktober 2011 doen dagvaarden om op 27 oktober 2011 te verschijnen ter zitting van de voorzieningenrechter van deze rechtbank. De zaak is op die datum behandeld en pro forma aangehouden tot uiteindelijk 26 november 2011, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen het geschil in onderling overleg te beëindigen. Bij brief van 21 november 2011 heeft [eiseres] de voorzieningenrechter gevraagd vonnis te wijzen. Op 1 december 2011 is door middel van een verkort vonnis uitspraak gedaan. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 27 oktober 2011 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1. Bij verstekvonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 14 september 2011 is [eiseres] onder meer veroordeeld om binnen drie weken na de betekening van het vonnis de binnen- en buitenkozijnen aan de voorgevel van de woning van [gedaagde] te vervangen met gebruikmaking van merantihout, alsmede de garage-/ keldervloer van de woning waterdicht te maken, op straffe van verbeurte van een dwangsom.

2.2. Bij exploit van 6 oktober 2011 heeft [gedaagde] het verstekvonnis aan [eiseres] laten betekenen met de aanzegging om binnen drie weken te voldoen aan de veroordeling.

2.3. [Eiseres] heeft bij dagvaarding van 18 oktober 2011 verzet ingesteld tegen voornoemd verstekvonnis.

3. Het geschil

3.1. [Eiseres] vordert - zakelijk weergegeven - primair [gedaagde] te gelasten om binnen vierentwintig uur na de betekening van dit vonnis de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis ten aanzien van de vastgestelde dwangsom te staken en gestaakt te houden tot aan het moment dat bij onherroepelijke gerechtelijke uitspraak in de bodemprocedure is beslist. Subsidiair vordert [eiseres] de dwangsommen die zij zal verbeuren ingeval zij niet of niet tijdige uitvoering geeft aan het verstekvonnis te matigen tot nihil, althans tot een bedrag in goede justitie vast te stellen.

3.2. Daartoe voert [eiseres] het volgende aan.

[gedaagde] maakt misbruik van zijn bevoegdheid door het verstekvonnis ten uitvoer te leggen jegens [eiseres]. Indien [eiseres] uitvoering geeft aan het verstekvonnis zal er een onomkeerbare situatie ontstaan voor het geval in de reeds aanhangige bodemprocedure anders mocht worden beslist. De herstelwerkzaamheden waartoe [eiseres] is veroordeeld kunnen immers niet ongedaan gemaakt worden. Daarnaast is het praktisch onmogelijk om binnen een termijn van drie weken na de betekening aan het verstekvonnis te voldoen. Alleen het verrichten van de werkzaamheden duurt al langer dan drie weken. Daarbij dient nog de bestelperiode voor raamkozijnen van merantihout van ongeveer vier weken opgeteld te worden.

3.3. [Gedaagde] voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. Voor de primaire vordering heeft als uitgangspunt te gelden dat de partij, aan wie de vordering bij - zoals hier - uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is toegewezen, de bevoegdheid heeft dit vonnis ten uitvoer te leggen. Slechts indien [gedaagde] geen in redelijkheid te respecteren belang bij executie heeft, kan tenuitvoerlegging van het vonnis verboden worden. Hiervan kan sprake zijn indien het te executeren vonnis op een juridische of feitelijke misslag berust of indien na het vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten een noodtoestand doen ontstaan voor eiser, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet aanvaardbaar is.

4.2. In dit geval is sprake van een verstekvonnis. In beginsel geldt voormelde regel ook voor een verstekvonnis. Het enkele feit dat dit vonnis is gewezen zonder dat inhoudelijk verweer naar voren is gebracht, betekent nog niet dat in een executiegeschil (alsnog) een inhoudelijke toets dient plaats te vinden. Bij een verstekvonnis kan wel eerder dan bij een op tegenspraak gewezen vonnis de conclusie worden getrokken dat naderhand is gebleken van feiten, die - waren zij eerder bekend geweest - naar verwachting tot een andere uitspraak zouden hebben geleid. Verder kan aanleiding bestaan om de in 4.1 geformuleerde (strikte) norm te nuanceren, indien de niet-verschijning en het niet gevoerd hebben van een mogelijk gegrond verweer niet, of niet ten volle, aan de veroordeelde kan worden toegerekend.

4.3. Van een feitelijke of juridische misslag in het verstekvonnis in kwestie is niet gebleken. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiseres] geen feiten of juridische misvattingen heeft aangevoerd waaruit kan worden geconcludeerd dat het verstekvonnis in kwestie een evidente misslag bevat.

4.4. Van een noodtoestand op grond van na het verstekvonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten is evenmin sprake. De stelling van [eiseres] dat de herstelwerkzaamheden, waartoe zij is veroordeeld, tot een onomkeerbare situatie leiden, brengt nog niet als vanzelfsprekend mee dat de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis [eiseres] in een dergelijke toestand zou brengen. Indien later mocht blijken dat [gedaagde] ten onrechte het verstekvonnis ten uitvoer heeft gelegd, zal dat in dit geval immers leiden tot een verplichting tot vergoeding van de waarde van de ter uitvoering van het vonnis door [eiseres] verrichte prestaties. Als [gedaagde] dit (proces)risico aanvaardt, levert dit nog geen misbruik van bevoegdheid op aan zijn zijde.

4.5. Het vorenstaande brengt mee dat uitgegaan dient te worden van het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde verstekvonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage, zodat [gedaagde] het recht heeft om tot executie daarvan over te gaan.

4.6. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de primaire vordering moet worden afgewezen.

4.7. Ten aanzien van de subsidiaire vordering geldt dat de voorzieningenrechter op grond van artikel 611d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de opgelegde dwangsom kan opheffen, de looptijd ervan kan opschorten of de dwangsom kan verminderen indien - kort gezegd - de veroordeelde in de onmogelijkheid verkeert om aan de hoofdveroordeling te voldoen.

4.8. [eiseres] heeft onweersproken aangevoerd dat zij niet in staat is om tijdig aan de hoofdveroordeling te voldoen, nu dat gezien de te verrichten werkzaamheden aan alle raamkozijnen aan de voorgevel en de bestelperiode van de merantihouten raamkozijnen niet mogelijk is. Zo duurt het bestellen van de raamkozijnen ongeveer vier weken, evenals het plaatsen daarvan. Op grond hiervan is de voorzieningenrechter van oordeel dat [eiseres] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het praktisch onmogelijk is om tijdig aan de veroordeling te voldoen. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat niet onaannemelijk is dat indien [eiseres] dit punt in de bodemprocedure naar voren had gebracht, de rechtbank bij een vergelijkbare veroordeling daarmee rekening had gehouden bij de bepaling van de termijn waarbinnen een en ander gerealiseerd had moeten worden.

4.9. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de opgelegde dwangsommen tijdelijk zullen worden gematigd tot nihil. Aan de matiging van de dwangsommen zal een termijn worden verbonden waarbinnen [eiseres] moet worden geacht in staat te zijn alsnog aan de veroordeling te voldoen. Nu bovendien [gedaagde] ter zitting heeft verklaard moeite te hebben met de werkzaamheden gedurende de winterperiode, aangezien de complete raamkozijnen vervangen moeten worden, zal de voorzieningenrechter bepalen dat de tijdelijke opheffing van de dwangsommen geldt tot 1 mei 2012.

4.10. In de omstandigheid dat partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- matigt tot 1 mei 2012 de dwangsommen die [eiseres] zal verbeuren indien zij niet of niet tijdig uitvoering geeft aan het tussen partijen gewezen verstekvonnis van deze rechtbank van 14 september 2011 tot nihil;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A. Koppen en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2011.

nve