Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9055

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
30-11-2011
Datum publicatie
30-12-2011
Zaaknummer
AWB 11/4753 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Medewerker en ambtenaar van de burgerlijke stand beweegt een collega tot de afgifte van een uittreksel uit de GBA, waarop, in afwijking van de gegevens in de GBA, handmatig is vermeld dat de partner van de ambtenaar sedert zijn geboorte van Surinaamse nationaliteit is. Voorwaardelijk strafontslag en strafoverplaatsing naar een andere functie één schaal lager op een ander stadsdeelkantoor volgt. Werkgever geeft de garantie dat betrokkene, na twee jaar functioneren in de lagere functie en een goede beoordeling, in aanmerking komt voor een bevordering naar de oude schaal en wederaanstelling als ambtenaar van de burgerlijke stand. Aard van de proeftijd als gelegenheid tot rehabilitatie. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/4753 AW

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 november 2011 in de zaak tussen

[eiseres], wonende te [plaats]

(gemachtigde: mr. M.R. Hoendermis),

en

het college van burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage, verweerder

(gemachtigden: mr. O.M. Langemeijer en J.C.M. Arents).

Procesverloop

Bij besluit van 20 december 2010 is eiseres, [medewerker] (schaal 7) en ambtenaar van de burgerlijke stand bij verweerders gemeente, op basis van de bevindingen van een intern onderzoek wegens plichtsverzuim gestraft met voorwaardelijk ontslag met een proeftijd van twee jaar en tijdelijke plaatsing in de lagere [functie] (schaal 6) op [afdeling] van een ander stadsdeelkantoor met ingang van 20 december 2010.

Op 3 januari 2011 heeft het verantwoordingsgesprek met eiseres, vergezeld van haar gemachtigde, plaatsgevonden.

Bij brief van 5 januari 2011 heeft verweerder eiseres een nadere toelichting gegeven op een passage uit het besluit van 20 december 2010.

Voorts is bij besluit van 28 januari 2011 aan eiseres ontslag verleend uit de functie van ambtenaar van de burgerlijke stand, met ingang van 20 december 2010.

Tegen deze beide besluiten heeft eiseres bij verweerder bezwaar gemaakt. Verweerder heeft deze bezwaren om advies voorgelegd aan de Algemene bezwarencommissie personeels-besluiten (verder: de bezwarencommissie). De bezwarencommissie heeft eiseres tijdens een hoorzitting op 13 april 2011 op haar bezwaren gehoord. Op 26 april 2011 heeft de bezwarencommissie haar advies aan verweerder uitgebracht.

Bij besluit van 26 april 2011 heeft verweerder, met overneming van het advies van de bezwarencommissie, beide bezwaren ongegrond verklaard. Bij de ongegrondverklaring van het bezwaar tegen het ontslag van eiseres als ambtenaar van de burgerlijke stand heeft verweerder aangetekend dat, wanneer zou blijken dat eiseres in 2012 geplaatst zou kunnen worden in een soortgelijke functie als haar oude functie, schaal 7, zij ook opnieuw geplaatst zou kunnen worden in de functie van ambtenaar van de burgerlijke stand, onder voorbehoud van eventuele wijzigingen in de aanstellingsvoorwaarden.

Tegen dat besluit heeft eiseres bij brief van 30 mei 2011 bij de rechtbank beroep ingesteld. Bij brieven van 24 juni 2011 en 8 september 2011 zijn de gronden van het beroep aangevuld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden alsmede een verweerschrift, gedateerd 19 juli 2011.

Het beroep is op 21 september 2011 ter zitting behandeld.

Eiseres is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.

Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Bij brief van 17 oktober 2011 heeft de rechtbank partijen medegedeeld dat zij de termijn voor het doen van uitspraak met zes weken had verlengd.

Overwegingen

1. De rechtbank staat in dit beroep voor de vraag of het bestreden besluit, gelet op de daartegen ingebrachte beroepsgronden, in rechte stand kan houden.

2. Eiseres heeft, samengevat, het volgende aangevoerd.

Eiseres ontkent nadrukkelijk dat zij te kwader trouw een collega er toe heeft bewogen ten behoeve van haar partner, [A], een internationaal uittreksel te vervaardigen waarop, in strijd met de feiten, als zijn nationaliteit "Surinaamse" is vermeld. Eiseres zegt te hebben gedwaald ten aanzien van de eisen die gelden voor het aanvragen van een jachtwapenvergunning in Suriname. Voorts ontkent eiseres dat de collega tot wie zij zich in eerste instantie heeft gewend haar heeft gezegd dat eiseres zich tot de coördinator, [B], moest wenden, omdat de verlangde toevoeging op het uittreksel niet overeenstemde met de gegevens in de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (verder: GBA). Er is dus geen sprake geweest van het bewust negeren van een advies van een ervaren collega en het zich vervolgens wenden tot een minder ervaren collega met hetzelfde verzoek.

Eiseres heeft er voor gezorgd dat het afgegeven uittreksel met de onjuiste vermelding van de nationaliteit van eiseresses partner op 1 november 2010 aan [B] kon worden geretourneerd. Het uittreksel is bovendien in Suriname niet voor het beoogde doel gebruikt. [B] heeft haar toen gezegd dat daarmee de kwestie was afgehandeld en dat deze geen verdere gevolgen voor eiseres zou hebben, hetgeen hij in een telefoongesprek met de partner van eiseres heeft bevestigd. Op grond van deze toezegging kwam verweerder niet de bevoegdheid toe aan eiseres een disciplinaire straf op te leggen.

Ten aanzien van het negen maal raadplegen van de GBA-gegevens van eiseresses partner in de periode van december 2009 tot en met 1 november 2010 heeft zij aangegeven dit te hebben gedaan om te controleren of de gegevens klopten. In verband met relationele problemen was de partner tijdelijk elders gaan wonen en eiseres wilde controleren of hij zich op haar adres had laten uitschrijven. Ter zitting heeft eiseres verklaard dat zij in aanwezigheid van haar partner ook eenmaal zijn GBA-gegevens heeft geraadpleegd, omdat hij deze nodig had voor het laten opstellen van een geboortehoroscoop.

Eiseres acht de opgelegde straf buitenproportioneel, nu zij gedurende haar jarenlange dienstverband als een gewaardeerde kracht binnen de Dienst Burgerzaken heeft gefunctioneerd, waarbij haar integriteit nimmer voorwerp van enig onderzoek is geweest. Eiseres erkent dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld en dat dit plichtsverzuim oplevert, maar meent dat verweerder door het opleggen van vier straffen haar onnodig hard heeft getroffen. Eiseres had zich kunnen voorstellen dat zij zou zijn gestraft met voorwaardelijk ontslag en overplaatsing naar een ander stadsdeelkantoor. Ten slotte heeft eiseres betoogd dat de proeftijd van twee jaar door latere ontwikkelingen illusoir geworden, aangezien eiseres inmiddels bij besluit van 10 augustus 2011 wegens ziekte is ontslagen met ingang van

1 september 2011. De uitkering van eiseres zal daardoor gebaseerd zijn op haar laatste inkomen in schaal 6. Zij wordt daardoor blijvend extra gestraft.

3. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

4. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

4.1 Eiseres is sinds 31 maart 1995 werkzaam bij de gemeente Den Haag, laatstelijk als [medewerker] bij de [afdeling] op stadsdeelkantoor Laak.

Op 27 oktober 2010 heeft eiseres volgens de daartoe geldende interne procedure een collega verzocht ten behoeve van haar partner [A] een internationaal uittreksel uit de GBA op te stellen. Eisers heeft verzocht op het uittreksel de toevoeging "Surinaamse nationaliteit sedert geboorte" op te nemen. [C], een collega van eiseres, heeft het verzochte uittreksel vervaardigd met daarop handgeschreven de toevoeging "Surinaamse nationaliteit sedert geboorte".

Op 28 oktober 2010 meldde [D], een andere collega van eiseres, aan de coördinator, [B], dat zij door eiseres was benaderd met het boven omschreven verzoek. Zij had geweigerd op dit verzoek in te gaan, omdat [A] met de Nederlandse nationaliteit in de GBA is opgenomen.

Op 29 oktober 2010 meldde [C] zich bij [B] naar aanleiding van een door hem verzonden e-mail, waarin hij de noodzaak van verificatie van de GBA-gegevens benadrukte bij het behandelen van verzoeken van collega's om verstrekking van uittreksels en dergelijke. Op dezelfde dag heeft [B] eiseres op het gebeurde aangesproken, waarbij hij haar heeft verzocht het bewuste uittreksel te retourneren. Daarbij heeft hij desgevraagd aangegeven dat het terugbezorgen van het uittreksel voor dat moment het belangrijkste was, maar dat er nog een vervolg zou komen. Eiseres heeft op 1 november 2010 het uittreksel aan [B] afgegeven. Deze heeft vastgesteld dat op het uittreksel de aantekening "Surinaamse nationaliteit sedert geboorte" was opgenomen. Desgevraagd heeft [B] toen aan eiseres gezegd dat het "voor vandaag daarmee klaar was". [B] heeft het voorgevallene gemeld aan zijn afdelingshoofd, [E], die op haar beurt de dienstleiding heeft geïnformeerd. Daarop is besloten tot schorsing van eiseres en tot het instellen van een intern onderzoek. Een bezwaarschrift van eiseres tegen het schorsingsbesluit is ongegrond verklaard. Voorts is de vertrouwenspersoon integriteit geïnformeerd, die de Stuurgroep integriteit op de hoogte heeft gesteld.

4.2 Door [F], senior P&O-adviseur, is in opdracht van de Stuurgroep integriteit een onderzoeksrapport opgesteld, getiteld "Gevalsbeschrijving (vermoeden van) valsheid in geschrifte bij DPS 27 oktober 2010". Dit rapport bestrijkt de periode 27 oktober 2010 tot en met 29 november 2010 en is kort daarna uitgebracht. Verweerder heeft zich bij zijn besluitvorming op (de feiten in) dit rapport gebaseerd. Verder heeft via de protocollering van het gebruik van het systeem Key2Burgerzaken een technisch onderzoek plaatsgevonden naar het raadplegen door eiseres van de GBA. Verder heeft [G], senior adviseur Publiekszaken bij verweerders gemeente, als GBA-deskundige geadviseerd en heeft de Stuurgroep integriteit een advies over de strafoplegging en de strafmaat uitgebracht.

Al deze adviezen zijn in verweerders besluitvorming betrokken.

4.3 Bij brief van 15 november 2010 heeft verweerder de consul-generaal van de Republiek Suriname te Amsterdam op de hoogte gesteld van de onjuiste vermelding van de Surinaamse nationaliteit op het aan [A] verstrekte uittreksel.

4.4 Op 17 november 2010 is op grond van artikel 162 Wetboek van Strafvordering namens verweerder tegen eiseres en haar collega [C] aangifte gedaan wegens valsheid in geschrift.

5. In artikel 15:1:1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag (verder: ARG) is bepaald dat de ambtenaar is gehouden zijn betrekking nauwgezet en ijverig te vervullen en zich ook overigens te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt.

In artikel 16:1:1, eerste lid, van de ARG is bepaald, voor zover thans van belang, dat de ambtenaar die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt (...) deswege disciplinair kan worden gestraft.

In het tweede lid van genoemd artikel is bepaald dat plichtsverzuim zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.

In artikel 8:13 van de ARG is bepaald dat aan de ambtenaar als disciplinaire straf ongevraagd ontslag kan worden verleend.

In artikel 16:1:2, eerste lid, aanhef en onder h., van de ARG is bepaald dat als disciplinaire straf kan worden toegepast:

h. plaatsing in een andere betrekking, al of niet in een ander onderdeel van de dienst, voor bepaalde of onbepaalde tijd en met of zonder vermindering van bezoldiging.

Ingevolge artikel 16:1:2, derde lid, van de ARG kan bij het opleggen van een straf worden bepaald, dat zij niet ten uitvoer zal worden gelegd indien de betrokken ambtenaar zich gedurende een bij het opleggen van de straf te bepalen termijn niet schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim als waarvoor de bestraffing plaatsvindt, noch aan enig ander ernstig plichtsverzuim en zich houdt aan bij het opleggen van de straf eventueel te stellen bijzondere voorwaarden.

In de Gedragscode gemeente Den Haag 2008 (verder: Gedragscode), in werking getreden met ingang van 1 april 2008, zijn gedragsregels opgenomen die gelden voor ambtenaren van verweerders gemeente.

Aan deze Gedragscode wordt het volgende ontleend:

• U draagt verantwoordelijkheid voor uw eigen handelen. U kunt de keuzes die u binnen uw werk maakt verantwoorden (par. 1, Goed ambtenaarschap);

• U gaat functioneel om met gevoelige informatie (par. 2, Vertrouwelijk omgaan met gevoelige informatie);

• U bent alert op situaties in uw werk waarin u met privé-relaties te maken krijgt. U licht uw leidinggevende in over aanvragen en offertes van vrienden, familieleden of bedrijven waarin familie of vrienden werkzaam zijn (par. 7, Belangen van familieleden, vrienden en ex-collega's);

• U voorkomt de schijn van vriendjespolitiek en behandelt dergelijke aanvragen niet zelf (t.a.p.).

6. De rechtbank overweegt allereerst dat het inmiddels aan eiseres verleende ontslag wegens ziekte met ingang van 1 september 2011 voor de beoordeling van dit beroep niet zonder betekenis is. Het thans bestreden besluit is gedateerd 26 april 2011, toen van een ziekmelding door eiseres nog geen sprake was. Eiseres heeft zich op 6 juni 2011 in verband met een ziekenhuisopname op die dag ziek gemeld. In het kader van de in dit beroep geboden ex tunc-toetsing kan de latere ontslagverlening aan eiseres bij besluit van

10 augustus 2011 geen rol spelen. Deze latere besluitvorming maakt dus geen onderdeel uit van het thans te beoordelen geschil.

Materieel bezien is met het latere ontslagbesluit een situatie ontstaan, waarin het laatst verdiende inkomen van eiseres in schaal 6 als berekeningsgrondslag voor haar uitkering zal gelden. Eiseres is van 3 januari 2011 tot 6 juni 2011 feitelijk werkzaam geweest in haar nieuwe functie bij het stadsdeelkantoor Escamp en heeft aldus niet de proeftijd van twee jaren kunnen volmaken. Een terugkeer van eiseres, bij een goede beoordeling, in haar oude functie in schaal 7 en een herbenoeming als ambtenaar van de burgerlijke stand zijn hierdoor niet aan de orde gekomen, terwijl zulks, gelet op het karakter van de proeftijd bij disciplinaire strafoplegging als een gelegenheid tot rehabilitatie voor de gestrafte ambtenaar en mede gelet op verweerders brief aan eiseres van 5 januari 2011, wel duidelijk de bedoeling van partijen is geweest.

De rechtbank heeft partijen daarom ter zitting voorgesteld dit beroep aan te houden totdat door verweerder zal zijn beslist op het voorliggende bezwaar van eiseres tegen haar ontslag. Tijdens een schorsing heeft verweerders gemachtigde nagegaan op welke termijn de bezwarencommissie evengenoemd bezwaar tijdens een hoorzitting zal behandelen. Gebleken is dat dit, uitgaande van een tijdige indiening van de gronden van het bezwaar, niet eerder dan in december 2011 het geval zal zijn. Verweerders gemachtigde heeft daarop kenbaar gemaakt zich niet tegen een aanhouding te verzetten en de keuze aan eiseres te laten. Eiseres heeft daarop een voorkeur uitgesproken voor een inhoudelijke behandeling van haar beroep ter zitting. Aldus is besloten.

7. De rechtbank stelt vast dat in de aanloop naar de primaire besluiten door verweerder geen plaats is ingeruimd voor het zogeheten verantwoordingsgesprek. Eerst op 3 januari 2011 heeft een door verweerder als zodanig aangeduid gesprek plaatsgevonden. Wel is eiseres op 3 en 15 november 2011 in het kader van het feitenonderzoek door mevrouw [F] gehoord.

Nu eiseres zich op deze procedurele onvolkomenheid niet heeft beroepen, zal de rechtbank aan deze tekortkoming in het onderzoek van verweerder voorbijgaan. Zij acht de belangen van eiseres, die heeft bekend zich aan het haar verweten plichtsverzuim te hebben schuldig gemaakt, door deze gang van zaken niet in zodanige mate geschaad dat het beroep, gelet op het bepaalde in de artikelen 3:2 en 4:8, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb), reeds op deze grond gegrond zou moeten worden verklaard.

8. De rechtbank dient thans te toetsen of verweerder, volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep inzake disciplinaire strafoplegging, op basis van na een zorgvuldig onderzoek deugdelijk vastgestelde feiten is gekomen tot de vaststelling dat eiseres zich heeft schuldig gemaakt aan plichtsverzuim, of dit plichtsverzuim aan eiseres toegerekend kan worden en of de opgelegde straf niet onevenredig is aan de aard en de ernst van het aan eiseres verweten plichtsverzuim.

8.1 Eiseres heeft erkend dat zij haar collega [C] heeft verzocht een internationaal uittreksel uit de GBA af te geven ten name van haar partner [A] met daarop de vermelding "Surinaamse nationaliteit sedert geboorte", terwijl zij wist dat [A] alleen de Nederlandse nationaliteit bezit.

De door eiseres bestreden omstandigheden waaronder de afgifte van dit uittreksel is tot stand gekomen (met name de vraag of eiseres in eerste instantie door haar collega [D] is gewezen op het niet toelaatbaar zijn van de verzochte aantekening alvorens zij zich tot haar collega [C] wendde en de omstandigheden aan de balie van [C]) kunnen naar het oordeel van de rechtbank in het midden blijven. Het had eiseres, die een ervaren ambtenaar van de burgerlijke stand was, van meet af aan duidelijk moeten zijn dat de vermelding van een niet in de GBA voorkomende nationaliteit op een uittreksel uit de GBA niet toelaatbaar is. Het beoogde gebruik van het uittreksel in Suriname en de aldaar geldende eisen voor een pensioen dan wel een jachtwapenvergunning doen niet ter zake. Deze factoren zijn niet van belang voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van de afgifte van een uittreksel met de verzochte aantekening omtrent de Surinaamse nationaliteit. Eiseres had haar partner direct moeten zeggen dat zij aan zijn verzoek niet mocht voldoen, aangezien geen uittreksel uit de GBA mag worden afgegeven dat niet overeenkomt met de gegevens in de GBA.

8.2 Verder heeft zij erkend dat zij in de periode van december 2009 tot en met 1 november 2010 negen maal zonder dienstreden de gegevens van haar partner [A] in de GBA heeft geraadpleegd. De door eiseres genoemde redenen (uitschrijving van [A] op het adres van eiseres en het trekken van een geboortehoroscoop) zijn privé redenen, die geen aanleiding mogen geven tot het uitoefenen van de bevoegdheid tot het raadplegen van de GBA, die eiseres in de hoedanigheid van ambtenaar van de burgerlijke stand had ten behoeve van dienstdoeleinden.

8.3 De rechtbank is met verweerder van oordeel dat eiseres, door te handelen zoals zij heeft gedaan, zich aan ernstig plichtsverzuim schuldig heeft gemaakt.

8.4 De rechtbank is voorts van oordeel dat het gestelde plichtsverzuim op goede gronden aan eiseres is toegerekend. Het betoog van eiseres dat zij op 27 oktober 2010 zichzelf niet was, dat zij mogelijk onder invloed van medicatie tot haar gedrag is gekomen en dat zij zich achteraf ook zelf heeft afgevraagd hoe zij tot haar handelen heeft kunnen komen wordt door de rechtbank niet gevolgd. Eiseres heeft haar stelling dat de haar voorgeschreven medicijnen van invloed zijn geweest op haar handelen niet met een medische verklaring aannemelijk gemaakt. Zij heeft verwezen naar het formulier "Medische informatie WIA", ingevuld door de bedrijfsarts R.G. Ladi van 20 oktober 2010. Uit dat formulier, dat dateert van één week voor het aan eiseres verweten voorval op 27 oktober 2010, blijkt dat eiseres diverse medische klachten had, waarvan enkele met een mogelijk chronisch karakter. Onder het kopje "Belastbaarheid" is op dat formulier vermeld: energetisch en conditioneel sterk beperkt; aangewezen op werk zonder veelvuldige deadlines of productiepieken, waarin geen hoog handelingstempo is vereist, in een werksituatie zonder veelvuldige storingen en onderbrekingen. Het omgaan met conflicten is beperkt (agressieve/onredelijke mensen). Het formulier vermeldt verder overspanningsklachten wegens verschillende lichamelijke aandoeningen die het algehele functioneren belemmerden plus problemen in de privé situatie. Voorts wordt melding gemaakt van chronische vermoeidheid wegens verstoorde nachtrust. Als medicatie wordt genoemd: Tramadol, Paracetamol en Thyrax; een volledig medicatieoverzicht ontbreekt. Eiseres was in 2010 om de andere dag 3 uur per dag werkzaam in verband met haar beperkte belastbaarheid. Hoewel de rechtbank niets wil afdoen aan de medische problemen waarmee eiseres eind oktober 2010 te kampen had, is zij van oordeel dat uit dit formulier niet blijkt dat eiseres niet in staat was haar handelen op

27 oktober 2010 te overzien en daarvoor verantwoordelijkheid te nemen. Hetzelfde geldt voor het gedurende de periode december 2009 tot en met 1 november 2010 negen maal raadplegen van de GBA-gegevens van [A]. Het is niet aannemelijk dat eiseres in de genoemde periode bij herhaling gedrag heeft vertoond waarvoor zij niet verantwoordelijk kan worden gehouden. Dat de aan eiseres voorgeschreven medicatie de door eiseres gestelde uitwerking op haar heeft gehad is niet aangetoond. Verweerder was dus bevoegd tot het opleggen van een disciplinaire straf aan eiseres wegens ernstig plichtsverzuim.

8.5 Vervolgens moet worden beoordeeld of aan eiseres een straf is opgelegd die evenredig is aan de aard en de ernst van het door haar gepleegde en aan haar toe te rekenen plichtsverzuim.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van evenredigheid als hier omschreven.

Bij haar overwegingen gaat de rechtbank uit van het gegeven dat eiseres ten tijde van het haar verweten plichtsverzuim een ervaren ambtenaar van de burgerlijke stand was, die alle benodigde opleidingen en cursussen had gevolgd en als een [medewerker] functioneerde. Van een ambtenaar met de kennis en ervaring van eiseres mag worden verwacht dat deze begrip heeft voor de hoge eisen van integriteit die verbonden zijn aan het werken met de GBA als basisadministratie voor bevolkingsgegevens en daarmee aan het handelen van de ambtenaren die voor ambtelijke doeleinden toegang hebben tot de GBA en bevoegd zijn tot het afgeven van officiële uittreksels die in het (internationale) rechtsverkeer een rol spelen. Het is in strijd met geschreven en ongeschreven integriteitsregels dat eiseres bij herhaling en met misbruik van haar publiekrechtelijke bevoegdheid is overgegaan tot raadpleging van de GBA voor privé doeleinden. Verweerder heeft zich in dit verband terecht beroepen op het oordeel van de Centrale Raad van Beroep in zijn uitspraak van

20 mei 2009, LJN: BI7014, TAR 2009, 156, waarbij een onvoorwaardelijk strafontslag wegens herhaald niet-zakelijk gebruik van informatiesystemen in stand is gebleven.

Evenzeer treft eiseres ernstig verwijt ten aanzien van het via een collega verkrijgen van een internationaal uittreksel uit de GBA met een onjuiste aantekening betreffende de Surinaamse nationaliteit van [A]. De betrokkenheid van een collega bij dit handelen is eiseres niet verweten, nu zij heeft gehandeld volgens de intern geldende richtlijn dat ambtenaren van de burgerlijke stand niet zelf verzoeken van familieleden tot afgifte van documenten of verklaringen afhandelen, maar dergelijke verzoeken naar een collega doorgeleiden. Wel valt het eiseres te verwijten dat zij het verzoek van haar partner om de gewraakte aantekening van zijn Surinaamse nationaliteit op het uittreksel ook heeft doorgeleid naar haar collega en haar er toe heeft gebracht deze aantekening handgeschreven op het uittreksel te vermelden. Door aldus te handelen heeft eiseres opnieuw de integriteit van haar ambt geschonden, een collega in de problemen gebracht en in strijd gehandeld met geschreven en ongeschreven regels ten aanzien van haar verplichtingen als ambtenaar.

Nu dit handelen ernstige twijfel deed ontstaan aan de integriteit van eiseres als ambtenaar van de burgerlijke stand, heeft verweerder voorts in redelijkheid kunnen besluiten tot het ontslag van eiseres als ambtenaar van de burgerlijke stand.

9. Op grond van de voorgaande overwegingen moet het beroep ongegrond worden verklaard.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

De rechtbank tekent bij het voorgaande ten overvloede en ter voorlichting aan partijen het volgende aan.

Uit verweerders brief aan eiseres van 5 januari 2011 en de aantekening in het bestreden besluit onder II. blijkt dat het evident verweerders bedoeling is geweest dat eiseres zich gedurende de proeftijd van twee jaar zou kunnen rehabiliteren en dat zij, na een goede beoordeling, in december 2012 in aanmerking zou komen voor bevordering naar haar oude schaal 7 en wederaanstelling als ambtenaar van de burgerlijke stand. De uitval van eiseres wegens ziekte op 6 juni 2011 en het ontslag van eiseres wegens ziekte met ingang van

1 september 2011 hebben ertoe geleid dat eiseres de proeftijd niet heeft kunnen volmaken. Daardoor komt zij niet voor bevordering in aanmerking en zal haar uitkering als berekeningsbasis hebben het laatst verdiende inkomen in schaal 6. Gelet op de leeftijd van eiseres (55 jaar) en haar aantal dienstjaren in overheidsdienst, gaat het hier om een uitkering van geruime duur, nu haar mogelijkheden op de arbeidsmarkt, gelet op haar medische beperkingen, beperkt lijken. Uit een oogpunt van goed werkgeverschap (artikel 125ter van de Ambtenarenwet) zal verweerder zich bij de komende beslissing op bezwaar dienen af te vragen of het aanvaardbaar is dat aan eiseres een aanmerkelijk lagere uitkering wordt toegekend dan haar, bij overigens gelijke omstandigheden, op grond van haar functie in schaal 7 zou zijn toegekomen. Daarbij zou in aanmerking genomen dienen te worden dat een ontslag van eiseres wegens ziekte ten tijde van het nemen van het thans bestreden besluit tot op zekere hoogte voorzienbaar was of althans als mogelijkheid in de besluitvorming had dienen te worden betrokken.

Beslissing

De rechtbank 's-Gravenhage

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Sentrop, rechter, in aanwezigheid van

mr. B.J. Platenburg, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 november 2011.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.