Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU8572

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-06-2011
Datum publicatie
20-12-2011
Zaaknummer
328404 / HA ZA 09-201
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat gedaagde door de familiebanden op een negatieve manier te beïnvloeden en A, die al op leeftijd was en daardoor ook afhankelijker werd van de mensen om hem heen, af te zonderen van zijn sociale omgeving het doel heeft voorgezeten om zijn drie dochters als het ware buiten spel te zetten en zichzelf tot enig erfgenaam te laten benoemen.

Daarom verklaart de rechtbank voor recht dat gedaagde naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen rechten kan ontlenen aan de uiterste wilsbeschikking die A in het testament van 23 mei 2008 heeft gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RN 2012/27
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 328404 / HA ZA 09-201

Vonnis van 8 juni 2011

in de zaak van

1.[eiseres 1],

wonende te [woonplaats],

2.[eiseres 2],

wonende te [woonplaats],

3.[eiseres 3],

wonende te [woonplaats],

eiseressen in conventie,

verweersters in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. M.A. Ossentjuk te Leiden,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie,

advocaat voorheen mr. C. Jol te 's-Gravenhage, thans mr. N. Roodenburg te 's-Gravenhage.

Eiseressen zullen hierna afzonderlijk "[eiseres 1]", "[eiseres 2]" en "[eiseres 3]" worden genoemd. Gezamenlijk worden zij aangeduid als "[eiseressen c.s.]". Gedaagde zal hierna "[gedaagde]" genoemd worden.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 17 december 2008, met producties (1 t/m 40);

- de conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie, met producties (1 t/m 6) (hierna: cva/eir);

- het tussenvonnis van 25 maart 2009, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- het proces-verbaal van comparitie van 13 juli 2009, inclusief de daarin genoemde stukken;

- het proces-verbaal van comparitie van 19 mei 2010, inclusief de daarin genoemde stukken;

- het (deel)proces-verbaal van comparitie van 19 mei 2010, inclusief de daarin genoemde stukken;

- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie;

- het proces-verbaal van comparitie van 8 juli 2010, inclusief de daarin genoemde stukken;

- de akte uitlaten, tevens houdende wijziging van eis in reconventie, met producties (6 t/m 13) van de zijde van [gedaagde];

- de akte houdende wijziging van eis van de zijde van [eiseressen c.s.];

- het proces-verbaal van comparitie van 16 februari 2011, inclusief de daarin genoemde stukken;

- de akte van depôt van 4 maart 2011 van de zijde van [eiseressen c.s.], houdende deponering van een cd met telefoongesprekken;

- de akte inbreng stukken aan de zijde van [eiseressen c.s.] met één productie;

- de antwoordakte inbrengen stukken aan de zijde van [gedaagde].

2.De feiten in conventie en in voorwaardelijke reconventie

Algemeen

2.1.Op 28 juli 2008 is overleden de heer [A] (hierna: de heer [A]), geboren op 27 augustus 1930.

2.2.De heer [A] had drie dochters, [eiseres 1], [eiseres 2] en [eiseres 3], en vijf kleinkinderen.(1) De heer [A] was weduwnaar van mevrouw [B] (overleden op 17 november 1996).

2.3.Tijdens zijn leven was de heer [A] tandarts. Tot aan zijn overlijden woonde de heer [A] zelfstandig in zijn woning aan de [A-straat te plaats A], alwaar hij eveneens zijn tandartspraktijk uitoefende in de aan zijn woning grenzende praktijkruimte.

2.4.[gedaagde], geboren op 8 maart 1951 te Tegelen, heeft in de jaren 1970-1980 als tandartsassistent in de praktijk van de heer [A] gewerkt. Vanaf 2001 is zij weer in de praktijk komen werken. [gedaagde] is gehuwd met de heer [C].

Testament en nalatenschap van de heer [A]

2.5.Bij akte verleden op 23 mei 2008 (hierna: het testament van 23 mei 2008) ten overstaan van notaris mr. K.J. van den Dool heeft de heer [A] - onder meer - het volgende bepaald:

"(...)

Gedeeltelijke herroeping

Ik handhaaf ongewijzigd alle legaten die ik bij de akte op vijftien maart tweeduizend zes (...) heb gemaakt (...). Alle andere door mij bij die akte en eerdere notariële akten door mij gemaakte uiterste wilsbeschikkingen worden door mij bij deze herroepen. (...)

HOOFDSTUK 2. ERFSTELLING

Erfstelling

Ik benoem mevrouw [gedaagde] (...) onder de hierna vermelde ontbindende voorwaarde, tot mijn enige erfgenaam. Ik bepaal dat wat mevrouw [gedaagde] als enig erfgenaam uit mijn nalatenschap zal verkrijgen, althans wat daarvan bij haar overlijden onverteerd is overgebleven, niet zal toekomen aan haar erfgenamen, maar aan de hierna door mij benoemde verwachters.

Verwachters

Als verwachters van mevrouw [gedaagde] als mijn erfgenaam benoem ik mijn kinderen, ieder voor een gelijk deel.

(...)

HOOFDSTUK 4 LEGATEN

Ik legateer aan ieder van mijn kinderen, ten laste van mevrouw [gedaagde] als mijn erfgenaam, een geldbedrag dat overeenkomt met de helft van de waarde van het versterferfdeel waarop mijn kinderen aanspraak zouden kunnen maken indien in niet bij testament over mijn nalatenschap had beschikt. (...)

(...)

Executeursbenoeming

Ik benoem mevrouw [gedaagde] tevens tot de executeur van mijn nalatenschap. (...) Ik ken de executeur verder het beheer van mijn nalatenschap toe (...).

(...)"

2.6.In het onder rov. 2.5 bedoelde testament van 15 maart 2006 was [gedaagde] eveneens tot executeur van de nalatenschap van de heer [A] benoemd. De verdere inhoud van het testament van 15 maart 2006 is de rechtbank niet bekend.

2.7.[gedaagde] heeft de nalatenschap van de heer [A] beneficiair aanvaard.(2)

2.8.Bij beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton, locatie Delft, van 27 augustus 2009 is [gedaagde] met ingang van 28 augustus 2009 ontslagen als executeur in de nalatenschap van de heer [A], welke beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.(3) Bij zijn oordeel dat er sprake was van een gewichtige reden voor ontslag heeft de kantonrechter - onder andere - meegewogen dat [gedaagde] bij gelegenheid van de mondelinge behandeling van het verzoek heeft verklaard te hebben onderkend dat zij niet goed weet wat precies van een executeur wordt verlangd en dat zij daarom de notaris heeft ingeschakeld en dat niet door [gedaagde] is ontkend dat er nog geen notariële boedelbeschrijving is opgesteld, terwijl zij ingevolge het testament gehouden was daartoe binnen zes maanden na het overlijden van de heer [A] over te gaan.

2.9.Ter comparitie van 19 mei 2010 zijn [eiseressen c.s.] en [gedaagde] overeengekomen om de heer [X] van VOF De [X] te [plaats A] (hierna: [X]) onherroepelijke volmacht te verlenen om als vereffenaar op te treden van de nalatenschap van de heer [A]. Door middel van ondertekening van het (deel-)proces-verbaal van deze comparitie hebben partijen aan de heer [X] de onherroepelijke volmacht verleend.

2.10.Op 5 oktober 2010 heeft [X] aan de rechtbank een rapport over omvang en samenstelling van de nalatenschap van de heer [A] doen toekomen (versie 30 september 2010), alsmede een rapportage ter zake de door [eiseressen c.s.] opgestelde lijst van giften. Op 10 november 2010 heeft [X] aan de rechtbank een geactualiseerde versie van het rapport over de nalatenschap (versie 10 november 2010) gestuurd.

Gezondheidstoestand van de heer [A]

2.11.Op 22 juli 2008 is de heer [A] opgenomen in het ziekenhuis Reinier de Graaf Groep, locatie Reinier de Graaf Gasthuis, alwaar hij op 28 juli 2008 in het bijzijn van [eiseressen c.s.] is overleden.

2.12.In het verslag van het ziekenhuis is onder meer het volgende opgenomen:(4)

"(...)

23/7/'08:

Al jaren cardiale klachten. (...)

(...)

CT-schedel: forse atrofie van het brein, geen bloeding of (voorlopig verslag) infarct.

(...)

Tijdens gesprek patiënt: weet niet waarom opgenomen - gaf aan dat hij van dochters moest, maar geen klachten had. Later zij hij dat hij door benauwdheid hier op de afdeling is gekomen. Laatste tijd slecht gegeten en gedronken. Kookt zelf niet, nooit. Loopt de laatste tijd slechter. Merkt zelf wel verward is geweest. Er is volgens hem nu niets aan de hand. Heeft ernstig facade gedrag + confabuleert over bijna alles. Heeft goed contact volgens hem met dochters, regelmatig contact. Vindt dit prettig. Wordt verzorgd door mw. [gedaagde]. Geeft aan dat zij geen liefdesrelatie hebben maar dat zij assistente is en een goede vriendin.

(...)"

2.13.In een brief van dr. H.J. Gilhuis, neuroloog, van 28 augustus 2008 aan de huisarts van de heer [A] is onder meer het volgende opgenomen:(5)

"(...)

Bovengenoemde patiënt werd op 23-7-2008 op de CCU van de Reinier de Graaf Groep, locatie Delft gezien i.v.m. cognitieve functiestoornissen.

(...)

Conclusie: Multi-infarct dementie bij gegeneraliseerd vaatlijden en atriumfibrilleren.

Bespreking: (...) Gezien de ernst van de afwijkingen bij neurologisch onderzoek en op de ct scan cerebrum, zijn de afwijkingen minstens 2-3 jaar aanwezig.

(...)"

2.14.In een brief van de heer Gilhuis van 9 oktober 2008 aan mr. Ossentjuk is - voor zover relevant - het volgende opgenomen:(6)

"(...)

Antwoord vraag 1:

Compos mentis betekent helder. Patiënt was helder, doch dementieel. Zoals reeds in ons schrijven staat aangegeven kan er gezien de anamnese en afwijking bij aanvullend onderzoek er vanuit gegaan worden dat deze afwijkingen al enige jaren bestonden. Gezien de ernst van de geheugenstoornissen, het gebrek aan ziekte inzicht, het gebrek aan oordelingsvermogen, het gebrek aan visueel-spatieel inzicht, allemaal passend bij een matig dementieel syndroom, kom ik tot de conclusie dat patiënt niet handelingsbekwaam was begin 2008.

(...)"

2.15.In een brief van mrs. K.J. van den Dool en Th.J.H. Dröge van 28 mei 2009 aan mr. Jol, is onder meer opgenomen:(7)

"(...)

In totaal zijn er met de heer [A] drie besprekingen bij ons op kantoor gevoerd. Deze besprekingen zijn gedaan in aanwezigheid van een kandidaat-notaris, maar overigens zonder aanwezigheid van anderen.

(...)

De eerste bespreking werd gevoerd door de heer Dröge, de beide andere besprekingen door de heer Van den Dool. Dat de heer Dröge niet alle gesprekken heeft gevoerd is gelegen in het feit dat hij de heer [A] via de plaatselijke Rotary ook in de persoonlijke sfeer goed kende en ook zelf maar de schijn van professioneel onvoldoende afstand of onafhankelijkheid wilde voorkomen.

(...)

De persoon, zijn situatie, motieven en inhoudelijke wensen voor het testament waren voor ons reden om de grootst mogelijke zorgvuldigheid te betrachten bij het maken van het nieuwe testament. Dit heeft, naast het voorgaande, met name vorm gekregen in het tegen het "doorzagen" aan door te spreken en te vragen op deze punten. In alle gesprekken toonde de heer [A] een consistente gedragslijn in zijn antwoorden en reacties. Verder gaf hij in zijn antwoorden en reacties er blijk van de gevolgen van het nieuwe testament te overzien en te doorzien.

Samenvattend kunnen wij stellen en bevestigen dat in onze waarneming de heer [A] zijn verklaringen zoals juridisch vastgelegd in het nieuwe testament heeft gewild. Er zijn ons in de gesprekken geen feiten of aanwijzingen gebleken waaruit een discrepantie tussen de (uiterste) wil en de verklaring zou kunnen worden afgeleid.

(...)"

2.16.In het half jaar voor zijn overlijden was de heer [A] - in ieder geval - wekelijks onder behandeling van een fysiotherapeut.

Overig

2.17.Na een daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 19 september 2008 respectievelijk van 19 december 2008, hebben [eiseressen c.s.] ten laste van [gedaagde] op 22 september 2008 conservatoir beslag doen leggen op de onroerende zaak aan de [A-straat te plaats A] en op 18 november 2008 conservatoir derdenbeslag doen leggen onder de naamloze vennootschap Fortis Bank (Nederland) N.V.

3.Het geschil

in conventie

3.1.Zakelijk weergegeven hebben [eiseressen c.s.] - na wijziging eis - gevorderd dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

(i) primair: het testament van 23 mei 2008 nietig verklaart, dan wel vernietigt;

subsidiair: verklaart voor recht dat [gedaagde] aan het testament van 23 mei 2008 geen rechten kan ontlenen en verklaart voor recht dat gelding heeft en dient te worden uitgevoerd, het testament van 15 maart 2006;

meer subsidiair:

(a) verklaart voor recht dat de uitvoering van het testament van 23 mei 2008 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is;

(b) verklaart voor recht dat [gedaagde] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een ongewijzigde uitvoering van het testament van 23 mei 2008 niet mag verwachten;

(c) de gevolgen van het testament van 23 mei 2008 wijzigt in die zin dat [gedaagde] slechts toekomt 5% van de waarde van hetgeen [gedaagde] op grond van het testament van 23 mei 2008 als enig erfgenaam zou toekomen, althans een percentage in goede justitie;

(ii) [gedaagde] veroordeelt [eiseressen c.s.] inzage te verschaffen in de omvang (aard en waarde) van de door haar van de heer [A] ontvangen - zowel directe als indirecte - giften/schenkingen, zoals door haar ontvangen sinds 1 augustus 2003;

(iii) [gedaagde] veroordeelt volledige rekening en verantwoording af te leggen over de periode dat zij als enig erfgenaam en executeur de nalatenschap van de heer [A] heeft beheerd;

(iv) bepaalt dat [gedaagde] vanaf de dag van betekening van het vonnis een dwangsom verbeurt van € 1.000,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in gebreke blijft aan het onder ii en iii gevorderde te voldoen, met een maximum van € 500.000,--;

(v) [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure, waaronder de kosten van beslaglegging, alsmede in de feitelijke kosten van de door [eiseressen c.s.] ingeschakelde derden en deskundigen, nader op te maken bij staat.

3.2.[eiseressen c.s.] leggen - samengevat - het volgende aan hun vorderingen ten grondslag.

Nietigheid testament wegens geestelijke stoornis (primaire vordering onder rov. 3.1 onder (i))

De heer [A] was ten tijde van het opmaken van het testament van 23 mei 2008 als gevolg van een geestelijke stoornis niet meer in staat zijn wil te bepalen. Uit de verklaringen van de betrokken artsen volgt dat de heer [A] in de zes maanden voorafgaand aan zijn overlijden dementerend was. Aangezien de stoornis de heer [A] een redelijke waardering van zijn belangen - zijn belang om zijn dochters op een goede en juiste wijze te bedenken - belette, ontbrak bij de heer [A] ten tijde van het wijzigen van zijn testament een met zijn verklaring overeenstemmende wil.

Vernietiging testament op grond van artikel 4:43 BW (primaire vordering onder rov. 3.1 onder (i))

[gedaagde] heeft misbruik gemaakt van de situatie van de heer [A] en heeft hem bewogen om enkele weken voor zijn overlijden zijn testament te wijzigen onder benoeming van [gedaagde] als enig erfgenaam en executeur. [gedaagde] heeft de heer [A] doen geloven dat hij met haar getrouwd was en heeft doelbewust [eiseressen c.s.] en derden op afstand gehouden, teneinde hem te isoleren van zijn omgeving en in haar invloedssfeer te brengen. [eiseressen c.s.] verwijzen in dit verband naar de reportage in het televisieprogramma Zembla van 23 januari 2006 over financieel misbruik van ouderen en naar de Kamervragen die naar aanleiding van deze uitzending zijn gesteld.

Vernietiging testament op grond van artikel 4:59 BW(primaire vordering onder rov. 3.1 onder (i))

Gedurende de ziekte van de heer [A] heeft [gedaagde] zich gedragen als een persoon als bedoeld in artikel 4:59 BW. [gedaagde] had immers ten opzichte van de heer [A] een vertrouwenspositie en was eveneens als zijn geestelijk verzorger aan te merken. Gelet op de ratio van het bepaalde in artikel 4:59 BW - het voorkomen van misbruik van een verworven vertrouwenspositie - is het testament van 23 mei 2008 op grond van artikel 4:62 BW vernietigbaar, aldus nog steeds [eiseressen c.s.]

Onthouden rechtsgevolg testament wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid/geen ongewijzigde instandhouding testament (subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen onder rov. 3.1 onder (i))

Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid kan [gedaagde] geen rechten ontlenen aan het testament van 23 mei 2008, dan wel is het gelet op de omstandigheden van het geval onaanvaardbaar indien daaraan integrale uitvoering wordt gegeven, althans mag [gedaagde] geen ongewijzigde instandhouding daarvan verwachten. Daartoe zijn volgens [eiseressen c.s.] onder meer de volgende omstandigheden van belang:

- de wijze waarop de (geestelijke) gezondheid van de heer [A] in de loop der jaren verslechterde;

- de wijzigingen die zich in het leven van de heer [A] hebben voorgedaan nadat [gedaagde] in zijn leven is verschenen;

- [gedaagde] heeft de heer [A] van haar afhankelijk gemaakt;

- [gedaagde] heeft de heer [A] en zijn dochters uit elkaar gedreven en ook anderen buiten het leven van de heer [A] gehouden;

- de wijze waarop [gedaagde] heeft bewerkstelligd dat de heer [A] zijn testament ten gunste van [gedaagde] heeft gewijzigd.

Verschaffen van inzage in de omvang van de giften/schenkingen (vordering onder rov. 3.1 onder ii)

De heer [A] heeft een groot aantal zaken aan [gedaagde] geschonken en daarnaast heeft [gedaagde] zich de bankpassen van de heer [A] toegeëigend en hiervan misbruik gemaakt. Indien het testament van 23 mei 2008 nietig wordt verklaard, dan wel wordt vernietigd, alsook indien het testament wel in stand blijft, is van belang vast te stellen wat de omvang is van de door de heer [A] - en de door [gedaagde] eigenhandig - gedane giften en schenkingen aan [gedaagde].

Rekening en verantwoording (vordering onder 3.1 onder iii)

Ingeval het testament nietig wordt verklaard, dan wel wordt vernietigd, is het voor [eiseressen c.s.] in verband met de afwikkeling van de nalatenschap van belang informatie te verkrijgen met betrekking tot het door [gedaagde] verrichtte beheer over de periode dat zij enig erfgenaam en executeur over de nalatenschap van de heer [A] was.

3.3.[gedaagde] voert - samengevat - als volgt verweer.

Ten aanzien van de primaire, subsidiaire en meer subsidiaire vordering onder rov. 3.1 onder (i)

- Er is geen sprake van een geestelijke stoornis als bedoeld in artikel 3:34 BW. De heer [A] was voor zijn overlijden niet onder medische behandeling en hij kon zijn beroep als tandarts nog naar behoren uitoefenen.

- In tegenstelling tot [eiseressen c.s.] stellen, was de verstandhouding tussen de heer [A] en [eiseressen c.s.] niet goed en de heer [A] wilde dan ook zelf geen contact meer met zijn dochters, ook geen telefonisch contact. De heer [A] vertrouwde zijn dochters niet meer. Nadat de heer [A] in 2006 vernam dat [eiseressen c.s.] erop uit waren om hem - buiten zijn medeweten om - wilsonbekwaam wilden laten verklaren, besloot de heer [A] zijn testament te wijzigen.(8) [eiseressen c.s.] hebben de wijziging van het testament dus zelf veroorzaakt.

- [gedaagde] betwist dat zij de heer [A] zou hebben geïsoleerd van zijn omgeving. [gedaagde] heeft de heer [A] juist aangemoedigd contacten te onderhouden.

- [gedaagde] betwist dat zij misbruik heeft gemaakt van de situatie van de heer [A]. De heer [A] wilde immers zelf zijn testament wijzigen en bovendien valt niet in te zien dat een zelfstandig gevestigd tandarts als de heer [A] zich door zijn assistent zou laten beïnvloeden.

- Het bepaalde in artikel 4:59 BW mist in dit geval toepassing aangezien de heer [A] niet ziek of hulpbehoevend was en [gedaagde] geen beroepsbeoefenaar is op het gebied van de individuele gezondheidszorg.

Ten aanzien van vordering tot inzage in omvang giften/schenkingen:

- De heer [A] en [gedaagde] gaven elkaar regelmatig cadeaus met verjaardagen en feestdagen, maar dit is niet vreemd als je goede vrienden van elkaar bent.

- Het is juist dat [gedaagde] regelmatig met de bankpas van de heer [A] € 900,-- heeft gepind, maar [A] telde dit geld altijd na (zie verklaring d.d. 27 maart 2008, productie 5 van [gedaagde]) en [gedaagde] heeft hiervan geen bedragen ontvangen. Daarbij is van belang dat de heer [A] er tijdens zijn leven dure hobby's (goochelen) op na hield en dat hij al voordat [gedaagde] in de praktijk kwam een groot uitgavenpatroon had.

- [gedaagde] ontving voor haar verdiensten geen salaris of contanten, maar mocht in ruil daarvoor mee op vakantie met de heer [A].

in voorwaardelijke reconventie

3.4.[gedaagde] vordert - op voorwaarde dat de vordering in conventie wordt afgewezen, na wijziging van eis en zakelijk weergegeven - dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

(i) verklaart voor recht dat [eiseressen c.s.] aansprakelijk zijn voor de waardevermindering van de woning/praktijk en de aandelen gedurende de periode van de beslagen, met verwijzing naar de schadestaatprocedure;

(ii) [eiseressen c.s.] veroordeelt in de proceskosten.

3.5.[gedaagde] legt samengevat het volgende aan haar vorderingen ten grondslag. Indien de vorderingen in conventie worden afgewezen, zijn de door [eiseressen c.s.] gelegde beslagen onrechtmatig geweest, zodat zij de dientengevolge geleden schade, bestaande uit onder andere een waardevermindering van de woning, de praktijk en de aandelen, aan [gedaagde] moeten vergoeden. Voorts hebben [eiseressen c.s.] ten onrechte de administratie van de tandartspraktijk achtergehouden, als gevolg waarvan de goodwill van de praktijk is gedaald. Hierdoor hebben [eiseressen c.s.] onrechtmatig jegens [gedaagde] gehandeld.

3.6.[eiseressen c.s.] voeren tegen een en ander verweer.

4.De beoordeling

in conventie

Nietigheid testament wegens geestelijke stoornis?

4.1.De vorderingen van [eiseressen c.s.] zijn in de eerste plaats gebaseerd op het betoog dat de heer [A] op 23 mei 2008 als gevolg van een geestelijke stoornis niet meer in staat was zijn wil te bepalen en dat aldus een in artikel 3:33 BW bedoelde wil ontbrak. Voor een nietigverklaring van het testament op de voet van artikel 3:34 BW is vereist dat (i) de heer [A] een geestelijke stoornis had en (ii) dat de heer [A] het testament onder invloed van deze stoornis heeft doen opmaken of dat die stoornis een redelijke waardering van de daarbij betrokken belangen belette. De bewijslast rust in dit verband op [eiseressen c.s.]

4.2.De rechtbank is van oordeel dat in dit geval onvoldoende vast is komen te staan dat de heer [A] ten tijde van het opmaken van het testament van 23 mei 2008 leed aan een geestelijke stoornis. Daartoe is ten eerste redengevend dat de heer [A] tot aan zijn overlijden nog zelfstandig thuis woonde en dat hij nog altijd als tandarts aan het werk was. [eiseressen c.s.] hebben weliswaar een aantal verklaringen overgelegd van patiënten van de heer [A] waaruit volgens hen volgt dat de heer [A] vergeetachtig was en niet meer in staat was zijn beroep als tandarts uit te oefenen, maar [gedaagde] heeft daartegenover een groot aantal verklaringen van patiënten van de heer [A] overgelegd (productie 8) waarin het tegendeel wordt verklaard, namelijk dat de heer [A] ook in de periode voor zijn overlijden zijn werk als tandarts nog naar behoren uitoefende en dat hij helder van geest was.

4.3.Op grond van de conclusies van de dr. Gilhuis in zijn brieven van 28 augustus 2008 en van 9 oktober 2008 (zie onder rov. 2.13 en 2.14) en de inhoud van de besprekingen die [eiseressen c.s.] met dr. Boomkens, dr. Van Pol en dr. Gilhuis hebben gevoerd (producties 41 tot en met 43 van [eiseressen c.s.]) bestaat onvoldoende aanleiding te veronderstellen dat de heer [A] ten tijde van het opmaken van het testament van 23 mei 2008 niet over zijn geestvermogens beschikte. In dat verband is van belang dat deze artsen de heer [A] eerst na 22 juli 2008 (dus toen hij was opgenomen in het ziekenhuis) hebben onderzocht op zijn cognitieve functies, zodat hun conclusies omtrent de geestelijke gesteldheid van de heer [A] ten tijde van het opmaken van het testament slechts vermoedens zijn en derhalve niet met zekerheid kan worden vastgesteld of en zo ja, in welke mate, de heer [A] mogelijk in mei 2008 dementerend was. Bovendien is niet gesteld of gebleken dat de heer [A] in de periode voorafgaand aan zijn overlijden al bij artsen onder behandeling was wegens dementie of de ziekte van Alzheimer. Door dr. Gilhuis is al weliswaar in april 2008 een MRI-scan gemaakt van het hoofd van de heer [A], maar volgens dr. Gilhuis heeft dat plaatsgevonden in het kader van een onderzoek naar een mogelijke tumor bij zijn oor (zie pagina 7 van productie 43 van [eiseressen c.s.]). Een verklaring van een arts die de heer [A] omstreeks 23 mei 2008 heeft gezien en die hem heeft onderzocht op zijn geestelijk vermogen ontbreekt.

4.4.Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat uit de brief van de destijds betrokken notarissen (zie rov. 2.15) volgt dat zij tijdens de besprekingen die zij met de heer [A] hebben gevoerd geen redenen hebben gehad om te twijfelen aan de geestvermogens van de heer [A]. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan het betoog van [eiseressen c.s.] dat hierover bij de notarissen twijfel heeft bestaan.

4.5.Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [eiseressen c.s.] hun stelling dat de heer [A] ten tijde van het opmaken van het testament van 23 mei 2008 niet over zijn geestvermogens beschikte onvoldoende hebben onderbouwd. Derhalve gaat de rechtbank voorbij aan het door [eiseressen c.s.] gedane bewijsaanbod. Een en ander brengt mee dat de vordering van [eiseressen c.s.] tot nietigverklaring van het testament van 23 mei 2008 niet op grond van artikel 3:34 BW kan worden toegewezen.

Vernietiging op grond van artikel 4:43 BW?

4.6.De vordering tot vernietiging van het testament van 23 mei 2008 is evenmin op grond van artikel 4:43 BW toewijsbaar. Krachtens artikel 4:43, lid 1, BW kan een uiterste wilsbeschikking niet worden vernietigd wegens misbruik van omstandigheden. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan het betoog van [eiseressen c.s.] dat [gedaagde] misbruik heeft gemaakt van de vermeende slechte gezondheidssituatie van de heer [A] en hem op die wijze heeft bewogen zijn testament te wijzigen. Voor zover [eiseressen c.s.] hebben bedoeld te betogen dat de heer [A] zijn testament heeft gewijzigd onder invloed van een onjuiste beweegreden - namelijk in de veronderstelling dat hij gehuwd was met [gedaagde] - slaagt dit betoog evenmin. Voor vernietiging wegens dwaling als bedoeld in artikel 4:43, lid 2, BW, is - onder meer - vereist dat de onjuiste beweegreden in het testament is aangeduid. Daargelaten de vraag of er wel sprake was van een onjuiste beweegreden - de heer [A] heeft in het ziekenhuis nog verklaard dat hij geen liefdesrelatie had met [gedaagde] - kan deze niet tot vernietiging van het testament leiden aangezien deze reden niet in het testament is aangeduid.

Vernietiging op grond van artikel 4:59 BW?

4.7.Een voor [eiseressen c.s.] geslaagd beroep op het bepaalde in artikel 4:59, lid 1, BW vereist dat [gedaagde] beroepsbeoefenaar op het gebied van de individuele gezondheidszorg is (geweest), en als zodanig aan de heer [A] gedurende enige ziekte waaraan deze is overleden, bijstand heeft verleend. De strekking van dit artikel is het van bevoordeling van categorieën van personen die, aangezien zij in nauw contact staan met de zieke, misbruik kunnen maken van hun positie (Kamerstukken II, 1985-1986, 19522, nr. 3, p. 161).

4.8.Wie als beroepsoefenaren op het gebied van de individuele gezondheidszorg in de zin van artikel 4:59 BW dienen te worden aangemerkt blijkt uit artikel 3 van de Wet BIG, waarin die beroepsoefenaren concreet zijn genoemd. Voor een uitbreiding van het bepaalde in artikel 4:59, lid 1, BW tot anderen dan beroepsbeoefenaren als bedoeld in de Wet BIG is blijkens de wetsgeschiedenis geen grond (zie Zevende nota van wijziging bij Invoeringswet Boek 4 en Titel 3 van Boek 7 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, eerste gedeelte (wijziging van Boek 4), Kamerstukken II, 1997-1998, 17141, nr. 29, p. 3 en Nota naar aanleiding van het verslag betreffende Vaststelling van titel 7.3 (Schenking) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, Kamerstukken II, 2000-2001, 17213, nr. 6, p. 5). Deze grond kan ook niet gevonden worden in de hiervoor onder rov. 4.6 geciteerde achtergrond van artikel 4:59 BW, omdat deze diende ter motivering van de toen aan de orde zijnde uitbreiding van de groepen personen - van arts en apotheker tot een ruimere groep beroepsbeoefenaren - die geen voordeel kunnen trekken uit een uiterste wilsbeschikking. Voor een verdere uitbreiding is in het artikel noch in de achtergrond daarvan enig aanknopingspunt te vinden.

4.9.[eiseressen c.s.] hebben ter onderbouwing van hun stelling dat [gedaagde] moet worden aangemerkt als een beroepsbeoefenaar in de individuele gezondheidszorg als bedoeld in artikel 4:59, lid 1, BW, slechts aangevoerd dat [gedaagde] ten opzichte van de heer [A] in een vertrouwenspositie verkeerde en uit dien hoofde een afhankelijkheidspositie van de heer [A] ten opzichte van haar kon creëren waar zij misbruik van heeft gemaakt. Bezien tegen de achtergrond van hetgeen hierboven is overwogen, is dit onvoldoende om [gedaagde] aan te kunnen merken als een beroepsbeoefenaar in de individuele gezondheidszorg, zodat de rechtbank aan deze stelling van [eiseressen c.s.] voorbij gaat.

4.10.Ten aanzien van de stelling van [eiseressen c.s.] dat [gedaagde] als geestelijk verzorger als bedoeld in artikel 4:59, lid 1, BW moet worden aangemerkt, overweegt de rechtbank dat - in tegenstelling tot hetgeen [eiseressen c.s.] hebben betoogd - uit de wetsgeschiedenis volgt dat onder de omschrijving "geestelijk verzorger" vallen de bedienaars van een godsdienst en andere geestelijke verzorgers die van de geestelijke verzorging hun beroep maken (Kamerstukken II, 1981 - 1982, 17141, nr. 3. p. 41). Niet gesteld of gebleken is dat [gedaagde] als tandartsassistent van de heer [A] van de geestelijk verzorging haar beroep heeft gemaakt.

4.11.Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [gedaagde] niet behoort tot de in artikel 4:59 BW genoemde personen. De vordering tot vernietiging van het testament kan daarom niet op deze grondslag worden toegewezen.

Redelijkheid en billijkheid

4.12.Vervolgens is aan de orde de subsidiaire en meer subsidiaire grondslag van de vordering, namelijk het door [eiseressen c.s.] gedane beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. De rechtbank stelt voorop dat de artikelen 6:2 en 6:248 BW ook van toepassing zijn in de verhouding tussen [gedaagde] en [eiseressen c.s.](9) Vast staat dat de heer [A] zijn testament twee maanden voor zijn overlijden heeft gewijzigd en [gedaagde] als enig erfgenaam en opnieuw tot executeur benoemd heeft. [eiseressen c.s.] zijn als legitimarissen bij de nalatenschap van de heer [A] betrokken. Gelet op de stellingen van [eiseressen c.s.] dient te vraag te worden beantwoord of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid al dan niet onaanvaardbaar is dat [gedaagde] een beroep kan doen op de uiterste wilsbeschikkingen die de heer [A] in zijn testament van 23 mei 2008 heeft gemaakt.

4.13.[eiseressen c.s.] hebben ter onderbouwing van hun stelling dat [gedaagde] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen rechten kan ontlenen aan het testament van 23 mei 2008 onder meer schriftelijke verklaringen in het geding gebracht van henzelf (producties 9 - 11 en 36) en van verscheidene personen uit de directe omgeving van de heer [A] (producties 13 - 27, 29 - 35 en 44). Ten aanzien van deze verklaringen in het algemeen merkt de rechtbank op dat het enkele feit dat deze - concrete en gedetailleerde - verklaringen afkomstig zijn van vrienden en kennissen van [eiseressen c.s.] onvoldoende is om te kunnen oordelen dat dit geen objectieve verklaringen zouden zijn. Het verweer van [gedaagde] op dit punt wordt dan ook verworpen.

4.14.Rol [gedaagde] in het privéleven van de heer [A]

4.15.[gedaagde] is in 2001 - na een onderbreking van bijna twintig jaar - weer in de praktijk van de heer [A] als tandartsassistent komen werken. Uit de door [eiseressen c.s.] overgelegde verklaringen (verklaringen van [eiseres 1], [eiseres 2] en [eiseres 3] - producties 9-11 en 36) en de verklaringen van patiënten, vrienden en kennissen van de heer [A], leidt de rechtbank af dat de rol van [gedaagde] niet beperkt bleef tot die van tandartsassistente maar dat zij ook een grote rol speelde in het privéleven van de heer [A]. Zo vergezelde [gedaagde] de heer [A] regelmatig tijdens feest- en verjaardagen (zie de verklaringen van [eiseres 1], [eiseres 2] en [eiseres 3] - productie 9-11 van [eiseressen c.s.]), ging zij regelmatig met de heer [A] op vakantie en vergezelde zij de heer [A] bij bezoeken aan de sociëteit de Delftse Tafel. [gedaagde] heeft ook verklaard dat de heer [A] en zij goede vrienden waren en dat in de loop der tijd tussen hen een vertrouwensrelatie is ontstaan.(10)

4.15.Voorts wordt in aanmerking genomen dat [gedaagde] ook bemoeienis had met de financiële zaken van de heer [A]. Zo blijkt uit de verklaring van [D] (productie 31 van [eiseressen c.s.]), die niet door [gedaagde] is weersproken, dat [gedaagde] een keer voor de heer [A] bepaalde dat een goochelspel dat de heer [A] bij [D] wilde kopen te duur was. Daarnaast heeft [gedaagde] zelf verklaard dat zij regelmatig met de bankpas van de heer [A] geldbedragen opnam en dat zij in al in 2006 door de heer [A] tot executeur is benoemd.

4.16.Daarnaast volgt uit de door [eiseressen c.s.] overgelegde verklaringen dat mensen in de directe omgeving van de heer [A] in de veronderstelling waren dat [gedaagde] en de heer [A] een stel waren.(11) [gedaagde] heeft dit wel betwist, maar gelet op de voornoemde verklaringen heeft [gedaagde] dit naar de buitenwereld wel zo doen voorkomen. Daarbij is van belang dat [eiseressen c.s.] onweersproken hebben aangevoerd dat [gedaagde] vaak in de "wij-vorm" sprak.(12) Bovendien blijkt uit deze verklaringen dat de vakantiefoto's in de praktijkruimte waarop de heer [A] en [gedaagde] stonden afgebeeld mede debet waren aan de ontstane indruk.

4.17.Uit het voorgaande, in onderling verband en samenhang genomen, volgt genoegzaam dat [gedaagde] op tal van vlakken een grote rol speelde in het privéleven van de heer [A].

Negatieve invloed [gedaagde] op relatie tussen de heer [A] en zijn dochters

4.18.De rechtbank is voorts van oordeel dat [gedaagde] sinds haar komst in de praktijk van de heer [A] de relatie tussen de heer [A] en zijn dochters in negatieve zin heeft beïnvloed. Voordat de rechtbank zal ingaan op de gebeurtenissen en omstandigheden die tot dit oordeel leiden, stelt zij voorop dat de relatie tussen de heer [A] en zijn dochters voor de komst van [gedaagde] altijd goed is geweest en dat er een liefdevolle en betrokken band tussen hen bestond. Uit de verklaringen van [eiseressen c.s.] volgt dat zij vanaf 1996, na het overlijden van hun moeder, de vrouw van de heer [A], altijd een goed en ook een intensief contact met hun vader hebben gehad.(13) Zo aten [eiseressen c.s.] wekelijks met hun vader en regelmatig ging hij met hun gezinnen mee op vakantie. Ook sprak de heer [A] vaak met trots over zijn dochters en kleinkinderen. Het betoog van [eiseressen c.s.] dat de band met hun vader goed was vindt steun in de door [eiseressen c.s.] overgelegde verklaringen van [J] - productie 13, [K] - productie 14, [E] - productie 15, [L] -productie 16, [M] - productie 17, [N] - productie 18, [O] -productie 19, [F] - productie 20, [P] - productie 21, [Q] - productie 22, [R] - productie 24 en [H]- productie 26. Naar de rechtbank begrijpt heeft [gedaagde] aangevoerd dat de relatie tussen de heer [A] en [eiseressen c.s.] ook voor haar komst slecht is geweest.(14) Tegen de achtergrond van al de voorgaande verklaringen heeft [gedaagde] dit betoog onvoldoende geconcretiseerd, zodat de rechtbank hieraan voorbij gaat.

4.19.De rechtbank leidt uit de navolgende gebeurtenissen en omstandigheden af dat [gedaagde] zich mengde in de relatie tussen de heer [A] en [eiseressen c.s.] en dat zij tussen hen spanningen veroorzaakte.

- Zowel [eiseres 1], [eiseres 2] als [eiseres 3] hebben verklaard dat zij de heer [A] in 2002 voor zijn verjaardag een gezamenlijk weekend naar Vlissingen cadeau wilden geven. Toen zij op de bewuste verjaardag van de heer [A] waren was [gedaagde] ook aanwezig en heeft zij toen van de heer [A] geëist - door te dreigen bij hem weg te gaan - dat zij ook mee naar Vlissingen zou gaan. Het weekend is uiteindelijk niet door gegaan.(15)

- [eiseres 2] heeft onweersproken verklaard dat [gedaagde] de heer [A], toen hij in de zomer van 2002 met [eiseres 2] en haar man en kinderen op vakantie was, dagelijks belde met mededelingen die de heer [A] onrustig maakten.(16) [eiseres 3] heeft in dit verband tevens onweersproken verklaard dat [gedaagde] haar na deze vakantie in het bijzijn van de heer [A] had verteld dat zij boos was op [eiseres 2] omdat de heer [A] volgens [gedaagde] door [eiseres 2] slechts op vakantie mee werd gevraagd om haar spullen in zijn auto mee te nemen. Dit veroorzaakte spanningen bij de heer [A].(17)

- [eiseres 3] heeft onweersproken verklaard dat in 2002 een conflict is ontstaan naar aanleiding van een eettafel van de heer [A] die [eiseres 3] van de heer [A] had gekregen. [gedaagde] en haar man waren de eettafel bij [eiseres 3] komen brengen en de man van [gedaagde] deed volgens [eiseres 3] zeer afstandelijk. Later vernam [eiseres 3] van de heer [A] dat zij zeer onfatsoenlijk tegen de man van [gedaagde] zou hebben gedaan. Hierdoor ontstonden volgens [eiseres 3] opnieuw spanningen.(18)

- Door [eiseres 1], [eiseres 2] en [eiseres 3] is voorts onweersproken verklaard dat [gedaagde] in oktober 2003 tijdens een jaarlijkse gezamenlijke vakantie met de heer [A] in Limburg, hen achterna is gereisd en dat zij de heer [A] iedere dag weghaalde van het vakantieadres. Volgens [eiseres 1] veroorzaakte dit de nodige spanningen en gebruikte [gedaagde] dit om de heer [A] boos te houden.(19)

- [eiseres 1] heeft onweersproken verklaard dat [gedaagde] de heer [A] een luisterend oor bood nadat hij eerst - naar de rechtbank begrijpt, door [gedaagde] - boos en achterdochtig was gemaakt.(20)

- [eiseres 2] heeft onweersproken verklaard dat zij van haar vader vernam dat [gedaagde] na een ontmoeting tussen [eiseressen c.s.] en hun vader - waar [gedaagde] ook altijd bij was - steeds negatief over hen sprak.(21)

4.20.Uit de bovengenoemde verklaringen blijkt genoegzaam dat [gedaagde] zich op een opdringerige wijze mengde in de relatie tussen de heer [A] en zijn dochters en dat zij haar negativiteit ten opzichte van [eiseressen c.s.] ventileerde op de heer [A] waardoor zij conflicten tussen de heer [A] en zijn dochters veroorzaakte en op die manier een wig tussen hen dreef. De rechtbank verwerpt in dit verband het verweer van [gedaagde] dat de verstandhouding tussen de heer [A] en [eiseressen c.s.] door toedoen van [eiseressen c.s.] slecht was en dat de heer [A] na een aantal gebeurtenissen (de gestelde ontvreemding van een adresboek en de sleutels van de praktijk en het vermeende plan van [eiseressen c.s.] om hun vader wilsonbekwaam te laten verklaren) heeft gebroken met zijn dochters en daarom zijn testament heeft laten wijzigen.

Afschermen van sociale omgeving

4.21.Uit het geheel van de door [eiseressen c.s.] overgelegde verklaringen en het verhandelde tijdens de zittingen, komt het de rechtbank voor dat het een vooropgezet plan van [gedaagde] was om de heer [A] te bewegen dat hij zijn testament ten nadele van [eiseressen c.s.] heeft doen wijzigen. Naast het veroorzaken van conflicten tussen [eiseressen c.s.] en de heer [A] was - naar het oordeel van de rechtbank - ook een onderdeel van dit plan van [gedaagde] dat zij de heer [A] in de loop der jaren steeds meer van zijn dochters als ook van familieleden en vrienden ging afschermen. De rechtbank neemt daartoe de volgende door [eiseressen c.s.] aangevoerde en door [gedaagde] niet dan wel onvoldoende weersproken gebeurtenissen en omstandigheden in aanmerking.

- Vanaf 2002 werd het volgens [eiseressen c.s.] lastiger om een afspraak met de heer [A] te kunnen maken. [gedaagde] bepaalde zijn agenda (zie verklaring [eiseres 1] - productie 9, pagina 2 van [eiseressen c.s.]) en boekte de avonden vaak vol (zie verklaring [eiseres 2] - productie 10, pagina 2 van [eiseressen c.s.]) en als er enig contact was dan was dit vanwege de drukte doorgaans van korte duur.(22)

- [gedaagde] plande vanaf 2003 steeds uitjes of vakanties tijdens feestdagen en tijdens verjaardagen van [eiseressen c.s.] en de kleinkinderen.(23) Voorts blijkt uit de verklaringen van familieleden van de heer [A] ([Q] - productie 22 van [eiseressen c.s.] en [Q] - productie 33 van [eiseressen c.s.]) dat zij sinds de komst van [gedaagde] altijd een afwijzing kregen op hun uitnodigingen aan de heer [A], terwijl zij de heer [A] voor die tijd geregeld in Vlissingen zagen.

- [gedaagde] voerde tijdens gesprekken vaak het woord voor de heer [A] waardoor het voor de omgeving van de heer [A] - zowel voor [eiseressen c.s.], familieleden, kennissen als patiënten - nagenoeg onmogelijk was om hem persoonlijk te spreken.(24)

- Uit een aantal van de door [eiseressen c.s.] overgelegde verklaringen blijkt ook dat [gedaagde] toenaderingen en pogingen van anderen om een praatje met de heer [A] te kunnen maken zelf belette onder andere door de heer [A] aan haar arm mee te trekken wanneer ze een bekende op straat tegenkwamen (zie de verklaringen van [eiseres 2] - productie 10, pagina 3, [L] - productie 16 en van [D] - productie 31), door een aanbod om samen iets te drinken af te slaan (zie de verklaring van [D] - productie 31) of door te melden dat iemand de heer [A] geen bloemen meer hoefde te brengen (zie de verklaring van [P] - productie 21).

- [S] heeft onweersproken verklaard (zie productie 35 van [eiseressen c.s.]) dat [gedaagde] haar te kennen had gegeven dat [S] geen kaarten meer van de kinderen of de kleinkinderen aan de heer [A] mocht geven, omdat de heer [A] niets meer over hen wilde weten en dat de heer [A] haar later vertelde dat hij nooit iets van zijn kinderen en zijn kleinkinderen vernam.

- Uit diverse door [eiseressen c.s.] overgelegde verklaringen blijkt dat het privénummer van de heer [A] of niet werd opgenomen of dat het antwoordapparaat aan stond alsmede dat de telefoon in de praktijk altijd door [gedaagde] werd beantwoord en dat zij altijd weigerde - of het nu [eiseressen c.s.] was of familie of bekenden - om de heer [A] aan de telefoon te laten komen.(25) [eiseressen c.s.] hebben in dit verband ook ter comparitie van 16 februari 2011 een geluidsopname laten afspelen van drie uiterst korte telefoongesprekken op 22 december 2004 tussen [eiseres 2] en [gedaagde] (twee keer) en tussen [V] (de dochter van [eiseres 2]) en [gedaagde]. Deze geluidsopname is ook ter griffie gedeponeerd, alsmede een transcriptie daarvan. [gedaagde] heeft niet weersproken dat deze gesprekjes hebben plaatsgevonden, maar heeft enkel betoogd dat dit een vooropgezet plan van [eiseressen c.s.] zou zijn geweest en daarom niet kan dienen te onderbouwing van de stelling dat zij de heer [A] van zijn omgeving zou hebben afgeschermd. Daargelaten of de opname een plan was van [eiseressen c.s.], ondersteunt dit gesprek de stelling van [eiseressen c.s.] dat [gedaagde] altijd de telefoon opnam en dat zij weigerde om de heer [A] aan de telefoon te laten komen. Bovendien is de uiterst kille en afwerende toon waarop [gedaagde] [eiseres 2] en [V] te woord heeft gestaan, opvallend. [gedaagde] heeft weliswaar betoogd dat de heer [A] tijdens de praktijkuren geen privégesprekken wilde voeren, maar wat hier ook van zij, uit voornoemde verklaringen volgt ook dat de heer [A] de mensen die gebeld hadden in het geheel niet meer terugbelde. Voorts heeft [gedaagde] wel aangevoerd dat de heer [A] zijn dochters zelf niet wilde spreken - en dat zij van de heer [A] ook de instructie had gekregen dit aan zijn dochters te melden - en dat hij daarom zijn privénummer heeft afgesloten, maar dit staat op gespannen voet met het feit dat de heer [A] in juli 2008 toen [gedaagde] een aantal dagen op vakantie was - en derhalve niet in de buurt van de heer [A] was - weer contact heeft gezocht met zijn dochters.

- Het contact tussen de heer [A] en een aantal familieleden en kennissen is sinds de komst van [gedaagde] verwaterd.(26)

- Uit diverse door [eiseressen c.s.] overgelegde verklaringen volgt dat de gordijnen van de woning van de heer [A] altijd dicht waren en dat niet werd gereageerd op de deurbel.(27)

4.22.Gelet op de onder rov. 4.14-4.21 genoemde omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank het verweer van [gedaagde] dat zij de heer [A] juist heeft aangemoedigd om zijn sociale contacten te onderhouden ongeloofwaardig. Uit de bovengenoemde verklaringen blijkt ook dat de heer [A] altijd veel plezier beleefde aan zijn contacten met familieleden en vrienden en dat hij daar veel waarde aan hechtte. Het afzonderen van de heer [A] van zijn sociale en vertrouwde omgeving diende het doel om de heer [A] van [gedaagde] afhankelijk te maken. Door daarnaast conflicten en spanningen te veroorzaken tussen de heer [A] en zijn dochters, heeft [gedaagde] bewerkstelligd dat de heer [A] zijn testament op een voor [eiseressen c.s.] - naast financieel ook emotioneel - ingrijpende wijze heeft gewijzigd.

4.23.De handgeschreven brieven die volgens [gedaagde] afkomstig zijn van de heer [A] en aan de hand waarvan zij heeft betoogd dat de heer [A] een en ander zelf daadwerkelijk heeft gewild (zie productie 1, 4, 5 en 6 van [gedaagde]), moeten dan ook in het licht van het voorgaande worden bezien. Gelet op de inhoud daarvan (zich keren tegen [eiseressen c.s.]: producties 1 en 4; respectievelijk ontlastend voor [gedaagde] voor wat betreft de geldopnames: productie 5) en op de wijze waarop [gedaagde] te werk is gegaan, houdt de rechtbank het ervoor dat de inhoud van deze brieven door [gedaagde] is ingegeven. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de heer [A] in juli 2008 juist toen [gedaagde] een aantal dagen weg was weer contact heeft opgenomen met [eiseressen c.s.] (zie de verklaring van [eiseres 1] - productie 9, pagina 5 van [eiseressen c.s.] en van [eiseres 3] - productie 11, pagina 9 en 10 van [eiseressen c.s.] Uit de verklaring van [eiseres 3] volgt dat de heer [A] haar op 6 juli 2008 - toen zij bij hem op bezoek was gekomen nadat hij haar had gebeld - had verteld dat hij eenzaam was en dat hij het vreemd vond niets meer van vrienden en familie te vernemen. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank ook de afscherming van de buitenwereld en de afhankelijkheid van de heer [A] van [gedaagde]: in zijn beleving had hij niemand meer. Uit de verklaringen van [eiseres 1] en [eiseres 3] (productie 9, pagina 5 en productie 11, pagina 10 van [eiseressen c.s.]) blijkt bovendien dat, nadat [gedaagde] weer terug was, zij het voor [eiseressen c.s.] onmogelijk maakte om contact met hun vader te hebben. Ook dit acht de rechtbank typerend voor het handelen van [gedaagde]: iedere vorm van contact tussen de heer [A] en zijn dochters werd door haar belet. Op 22 juli 2008 is de heer [A] opgenomen in het ziekenhuis. Uit de verklaring van de betrokken verpleegkundige, [W] (productie 44 van [eiseressen c.s.]), volgt dat de heer [A] altijd zeer blij was zijn dochters te zien en dat hij vroeg naar hun komst. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van [gedaagde] dat de heer [A] zich ergerde aan de aanwezigheid van zijn dochters in het ziekenhuis. Ten slotte wordt in aanmerking genomen dat de heer [A] in het ziekenhuis tegenover de artsen heeft verklaard dat hij altijd goed contact met zijn dochters had. Dit staat dan ook in schril contrast met het standpunt van [gedaagde] dat de heer [A] gebroken zou hebben met zijn dochters en zijn dochters niet meer wilde zien.

4.24.Tegen de achtergrond van al het voorgaande en alles bij elkaar afwegende, is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde] [eiseressen c.s.] ten opzichte van hun vader als het ware buiten spel heeft gezet en uiteindelijk heeft bereikt dat de heer [A] zijn testament zodanig heeft gewijzigd dat [gedaagde] tot enig erfgenaam werd benoemd. Uit de wijze waarop [gedaagde] dat heeft gedaan door de familiebanden op een negatieve manier te beïnvloeden en door een man, die al op leeftijd was en daardoor ook afhankelijker werd van de mensen om hem heen, af te zonderen van zijn sociale omgeving, leidt de rechtbank af dat daarbij het doel heeft voorgezeten om zichzelf tot enig erfgenaam te laten benoemen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om [gedaagde] als enig erfgenaam van de heer [A] toe te laten. De rechtbank zal dan ook - overeenkomstig de subsidiaire vordering van [eiseressen c.s.] - voor recht verklaren dat [gedaagde] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen rechten kan ontlenen aan de uiterste wilsbeschikkingen die de heer [A] in het testament van 23 mei 2008 heeft gemaakt. De mede gevorderde verklaring voor recht dat het testament van 15 maart 2006 gelding heeft en dient te worden uitgevoerd zal worden afgewezen, aangezien niettegenstaande de toegewezen verklaring voor recht dat [gedaagde] daaraan geen rechten kan ontlenen, het testament van 23 mei 2008 - waarbij het eerdere testament werd herroepen - als zodanig nog wel gelding heeft, nu dit niet nietig is verklaard noch is vernietigd.

Verschaffen van inzage in omvang giften?

4.25.Gegeven dat [gedaagde] zich niet kan beroepen op de uiterste wilsbeschikkingen die ten behoeve van haar in het testament van 23 mei 2008 zijn gemaakt en zij derhalve in feite niet meer als enig erfgenaam in de nalatenschap van de heer [A] kan worden beschouwd, kunnen in het kader van de berekening van de legitieme portie de eventuele door de heer [A] aan haar gedane giften evenmin in aanmerking worden genomen. Gelet hierop hebben [eiseressen c.s.] geen belang bij hun vordering tot inzage in de omvang van de gestelde door de heer [A] - en door [gedaagde] eigenhandig - gedane giften en schenkingen aan [gedaagde].

Afleggen rekening en verantwoording over beheer nalatenschap?

4.26.Uit de stellingen van [eiseressen c.s.] leidt de rechtbank af dat [eiseressen c.s.] voorwaardelijk, namelijk onder de voorwaarde dat het testament van 23 mei 2008 nietig wordt verklaard of wordt vernietigd, hebben gevorderd [gedaagde] te veroordelen rekening en verantwoording af te leggen over het door haar gevoerde beheer over de nalatenschap van de heer [A] gedurende de periode dat zij executeur was. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en beslist, is deze voorwaarde niet vervuld, zodat deze vordering geen bespreking behoeft.

Beslagkosten

4.27.[eiseressen c.s.] hebben in het kader van de gevorderde beslagkosten voldoende duidelijk gemaakt dat zij recht en belang hadden bij het leggen van de onder rov. 2.17 bedoelde conservatoire beslagen, zodat de door [eiseressen c.s.] gelegde beslagen niet onrechtmatig zijn jegens [gedaagde]. De beslagkosten met betrekking tot deze conservatoire beslagen bedragen, naar de rechtbank opmaakt uit de door [eiseressen c.s.] overgelegde beslagstukken, in totaal € 621,82 aan explootkosten. Deze kosten komen voor vergoeding in aanmerking.

Proceskosten

4.28.[gedaagde] zal als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in conventie worden veroordeeld, inclusief de beslagkosten. De kosten aan de zijde van [eiseressen c.s.] worden begroot op:

- dagvaarding € 85,44

- vast recht € 254,--

- beslagkosten € 621,82

- salaris advocaat € 3.842,-- (8,5 punten × tarief € 452,--)

Totaal € 4.803,26

In de dagvaarding worden de kosten gevorderd van de door [eiseressen c.s.] ingeschakelde derden en deskundigen. Iedere onderbouwing daarvan ontbreekt, zodat deze zullen worden afgewezen.

in voorwaardelijke reconventie

4.29.Gelet op hetgeen in conventie is overwogen en beslist, is de voorwaarde waaronder de vorderingen in voorwaardelijke reconventie zijn ingesteld niet vervuld, zodat hetgeen partijen in dat verband hebben gesteld en aangevoerd geen bespreking behoeft.

5.De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.verklaart voor recht dat [gedaagde] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen rechten kan ontlenen aan de uiterste wilsbeschikkingen die de heer [A] in zijn testament van 23 mei 2008 heeft gemaakt;

5.2.veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, inclusief de kosten van beslag, aan de zijde van [eiseressen c.s.] tot op heden begroot op € 4.803,26 en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.wijst het meer of anders gevorderde af;

in voorwaardelijke reconventie

5.4.verstaat dat aan de voorwaarde waaronder de reconventionele vordering is ingesteld niet is voldaan.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.C. Punt en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.

(1) Productie 2 van [eiseressen c.s.]

(2) Zie het proces-verbaal van de comparitie van 19 mei 2010, pagina 3.

(3) Bijlage 2 bij de brief van [eiseressen c.s.] van 30 november 2009.

(4) Productie 46 van [eiseressen c.s.]

(5) Productie 4 van [eiseressen c.s.]

(6) Productie 5 van [eiseressen c.s.]

(7) Productie 6 van [gedaagde].

(8) Zie de brieven van 2 april 2008 en 22 april 2008, productie 1 en 6 van [gedaagde].

(9) Zie Asser/Perrick, Erfrecht en schenking, Deventer: Kluwer 2009, nr. 27, met jurisprudentie.

(10) Cva/eir onder 32.

(11) Zie de verklaringen van [E] - productie 15, [F] - productie 20, [G]- productie 25, [H] - productie 26 en van [I] - productie 27.

(12) Zie de door [eiseressen c.s.] overgelegde verklaringen van [eiseres 1] en [eiseres 3] - productie 9 en 11 en van [H]- productie 26.

(13) Zie de verklaringen van [eiseres 1], [eiseres 3] en [eiseres 2] - producties 9 - 11 van [eiseressen c.s.]

(14) Zie cva/eir onder 126.

(15) Zie de door [eiseressen c.s.] overgelegde verklaringen - producties 9 - 11.

(16) Zie productie 10, pagina 1 van [eiseressen c.s.]

(17) Zie productie 11, pagina 5 en 6 van [eiseressen c.s.]

(18) Zie productie 11, pagina 6 van [eiseressen c.s.]

(19) Zie productie 9, pagina 2, productie 10, pagina 2 en productie 11, pagina 7 van [eiseressen c.s.]

(20) Zie productie 9, pagina 2 van [eiseressen c.s.]

(21) Zie productie 10, pagina 2 van [eiseressen c.s.]

(22) Zie de door [eiseressen c.s.] overgelegde verklaringen van [eiseres 1] - productie 9, pagina 2, [eiseres 2] - productie 10, pagina 2 en van [eiseres 3] - productie 11, pagina 5.

(23) Zie de door [eiseressen c.s.] overgelegde verklaringen van [eiseres 1] - productie 9, pagina 4, [eiseres 2] - productie 10, pagina 2 en 3 en van [S] - productie 35.

(24) Zie de door [eiseressen c.s.] overgelegde verklaringen van [eiseres 1] - productie 9, pagina 3, [eiseres 2] -productie 10, pagina 3, [F] - productie 20, [P] - productie 21, [H] - productie 26 en van [I] - productie 27.

(25) Zie de verklaringen van [eiseres 1] - productie 9, pagina 2, 3, [eiseres 3] - productie 11, pagina 7 en 9, [Q] - productie 22 en van [G] - productie 25.

(26) Zie de door [eiseressen c.s.] overgelegde verklaringen van [N] - productie 18, [F] - productie 20, [Q] - productie 22, [T] - productie 32 en van [Q] - productie 33.

(27) Zie de verklaringen van [eiseres 1] - productie 9, pagina 3, [eiseres 3] - productie 11, pagina 7 en 8, [L] - productie 16, [M] - productie 17, [F] - productie 20, [G] - productie 25, [Q] - productie 33, [U] - productie 34 en van [S] - productie 35.