Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU8474

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-11-2011
Datum publicatie
19-12-2011
Zaaknummer
AWB 11/4843 11/4844 11/4845 11/4846 11/4847 11/7349
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WOZ. Objectafbakening. Kantoorverzamelgebouw.

Naar het oordeel van de rechtbank moet een deel van een kantoorverzamelgebouw als een zelfstandig gedeelte in de zin van art. 16, aanhef en onderdeel c, van de Wet WOZ worden aangemerkt indien het voldoet aan de volgende eisen:

a. het is afsluitbaar ten opzichte van de overige delen van het gebouw;

b. het beschikt over de voorzieningen die nodig zijn om het zelfstandig, d.w.z. zonder dat op voorzieningen elders in het gebouw wordt terugevallen, als kantoorruimte te gebruiken (minimumvoorzieningen).

De minimumvoorzieningen van een zelfstandige kantoorruimte bestaan volgens de rechtbank uit een toilet en een (eenvoudige) pantry.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2012, 290
FutD 2011-3182
V-N Vandaag 2011/3132
Belastingblad 2012/198

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/4843 11/4844 11/4845 11/4846 11/4847 11/7349

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

17 november 2011 in de zaak tussen

[X], wonende te [Z], eiser

(gemachtigde: [A]),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Waddinxveen, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 29 april 2011 op het bezwaar van eiser tegen de na te noemen op één biljet verenigde beschikkingen en aanslagen voor het jaar 2011 inzake de objecten [a], [b], [c], [d], [e] en [f].

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 november 2011.

Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [B] en [C].

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vernietigt de beschikkingen en de aanslagen;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 41 aan eiser te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.311 te betalen aan de gemachtigde van eiser.

Overwegingen

1. Verweerder heeft bij beschikking van 28 februari 2011 (hierna: de beschikkingen) de waarde van de objecten, plaatselijk bekend als [a], [b], [c], [d], [e] en [f] (hierna tezamen: de objecten), op de voet van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) op toestanddatum 1 januari 2011 (hierna: de toestanddatum) voor het kalenderjaar 2011 vastgesteld. Met de beschikkingen zijn in één geschrift bekendgemaakt en verenigd de aan eiser opgelegde aanslagen onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2011 (hierna: de aanslagen).

2. De objecten maken deel uit van het gebouwde eigendom [g] (hierna: het gebouw). Het gebouw is een vrijstaand kantoorpand met een bruto vloeroppervlak van in totaal 1.460 m². Eiser is eigenaar van het gebouw. Van de objecten waren bij aanvang van het kalenderjaar 2011 twee objecten verhuurd.

3. Het geschil betreft:

a. de afbakening van objecten waarvoor verweerder beschikkingen heeft gegeven en aanslagen heeft vastgesteld.

b. de door verweerder vastgestelde waarden van de objecten zowel afzonderlijk als tezamen.

4. Eiser stelt zich op het standpunt dat de objectafbakening niet voldoet aan artikel 16 van de Wet WOZ. Voorts betoogt eiser dat verweerder de waarde van het gebouw en van de samenstellende delen op te hoge bedragen heeft vastgesteld.

5. Verweerder heeft de standpunten van eiser gemotiveerd betwist.

Met betrekking tot het geschilpunt ad a.

6. Ingevolge artikel 16, aanhef en onderdeel c, van de Wet WOZ dient voor de toepassing van de Wet WOZ als een onroerende zaak te worden aangemerkt een gedeelte van een gebouwd eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt. Naar het oordeel van de rechtbank dient een deel van een kantoorgebouw als onderhavige als een zelfstandig gedeelte in de zin van artikel 16, aanhef en onderdeel c, van de Wet WOZ te worden aangemerkt indien het voldoet aan de volgende eisen:

a. het is afsluitbaar ten opzichte van de overige delen van het kantoorgebouw;

b. het beschikt over de voorzieningen die noodzakelijk zijn in om het zelfstandig, dat wil zeggen zonder dat op voorzieningen elders in het kantoorgebouw behoeft te worden teruggevallen, als kantoorruimte te gebruiken (hierna: de minimumvoorzieningen)

De minimumvoorzieningen van een zelfstandige kantoorruimte bestaan naar het oordeel van de rechtbank uit een toilet en een (eenvoudige) pantry.

7. Tussen partijen is niet in geschil dat de objecten afsluitbaar zijn en dat zij niet elk afzonderlijk beschikken over de onder 7. genoemde minimumvoorzieningen. Derhalve zijn de objecten geen afzonderlijke onroerende zaken.

8. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, kunnen de beschikkingen en aanslagen niet in stand blijven. Het geschilpunt ad b. behoeft geen behandeling meer. Derhalve heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar, de beschikkingen en de aanslagen vernietigd.

Proceskosten

9. De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van de beroepen redelijkerwijs heeft moeten maken, waarbij de rechtbank de onderhavige zaken aanmerkt als samenhangende zaken in de zin van artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit). Deze kosten zijn op de voet van het Besluit voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.311 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 437, wegingsfactor 1 en een factor 1,5 voor samenhang).

Titel 4.4 van de Awb bevat bepalingen omtrent bestuursrechtelijke geldschulden. Artikel 4:89 van de Awb en met name het vierde lid van dit artikel, bieden de mogelijkheid om door middel van het verlenen van een volmacht de betaling aan een ander dan de schuldeiser te laten geschieden. De rechtbank stelt vast dat eiser een volmacht heeft ondertekend die erin voorziet dat de door verweerder te betalen proceskostenvergoeding naar de rekening van de gemachtigde, moet worden overgemaakt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J. van Leijenhorst, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.L. Scholte, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 november 2011.

griffier rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.