Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU8356

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-12-2011
Datum publicatie
16-12-2011
Zaaknummer
AWB 11/15374
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat gerede twijfel bestaat over de inzichtelijkheid van de taalanalyse, voor zover het betreft de conclusie dat eiseres is te herleiden tot de spraakgemeenschap in de Western Area (Freetown en omgeving). De taalanalist heeft in zijn rapport onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe hij tot deze conclusie is gekomen, nu de voorbeelden van uitspraak, woordkeuze en grammatica niet zijn toegelicht.

Dit laat echter onverlet dat het aan eiseres is haar gestelde herkomst uit Kalangba, Northern Area, Sierra Leone, aannemelijk te maken. Naar het oordeel van de rechtbank is wel voldoende inzichtelijk gemaakt waarom zij daar niet in is geslaagd. Uit het rapport van BLT volgt immers dat Loko de dominante taal onder de bevolking in die regio is, zodat niet aannemelijk is dat iemand die beweert tot de Loko bevolkingsgroep te behoren, geen actieve kennis van die taal zou hebben. Dit acht de rechtbank voldoende inzichtelijk en door eiseres zijn ook geen concrete aanknopingspunten voor twijfel ingebracht. Voorts heeft verweerder voldoende inzichtelijk gemaakt dat eiseres weinig juiste informatie heeft kunnen verschaffen over haar directe woonomgeving.

Verweerder heeft derhalve kunnen concluderen dat eiseres, doordat zij geen Loko spreekt en onjuiste antwoorden heeft gegeven op vragen over haar directe woonomgeving, haar identiteit, etniciteit en herkomst uit Kalangba, Northern Area, onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder heeft zich derhalve in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het relaas van eiseres dat zich daar afspeelt, ongeloofwaardig is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE

Vreemdelingenkamer

Nevenzittingsplaats Arnhem

Registratienummer: AWB 11/15374

Datum uitspraak: 8 december 2011

Uitspraak

Ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 71 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)

inzake

[naam eiseres],

geboren op [geboortedatum]

v-nummer [nummer],

van Sierra Leoonse nationaliteit,

eiseres, mede als wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen

[naam],

geboren op [geboortedatum],

v-nummer [nummer]

[naam],

geboren op [geboortedatum],

v-nummer [nummer],

gemachtigde mr. A.J. van der Werff-Dost,

tegen

de Minister voor Immigratie en Asiel,

Immigratie- en Naturalisatiedienst,

verweerder.

Het procesverloop

Bij besluit van 22 april 2011 heeft verweerder de aanvraag van eiseres van 5 november 2009 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen.

Op 3 mei 2011 heeft eiseres beroep ingesteld tegen dit besluit.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

De openbare behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden ter zitting van 25 augustus 2011. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. A. Peeters.

De beoordeling

1. Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 8:69 van de Awb, dient de rechtbank het bestreden besluit - de motivering waarop dit besluit berust daaronder begrepen - te toetsen aan de hand van de tegen dat besluit aangevoerde beroepsgronden.

2. Ter staving van haar asielaanvraag heeft eiseres, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren gebracht. Eiseres is afkomstig uit Kalangba, in Sierra Leone. Zij is opgegroeid bij haar oma. Na het overlijden van haar oma is eiseres in oktober 2007 bij haar tante gaan wonen. Na een tijdje kwam haar moeder langs, die wilde dat eiseres besneden zou worden en dat zij - net als haar oma - Zowe zou worden, iemand die meisjes besnijdt. Haar moeder en familieleden van haar oma wilden dat eiseres zou toetreden tot het Bondogenootschap en de taak van haar oma zou overnemen. Eiseres en haar tante wilden dit niet. De tante sprak met een vriendin af dat zij eiseres uit het gebied zou wegbrengen. Samen met deze vriendin heeft eiseres vervolgens Sierra Leone verlaten.

3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen en heeft daaraan het volgende, kort samengevat, ten grondslag gelegd. Eiseres heeft toerekenbaar geen documenten overgelegd om haar nationaliteit, identiteit en reisroute te kunnen vaststellen. Daarom is artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, van de Vw 2000 van toepassing en dient van het asielrelaas van eiseres positieve overtuigingskracht uit te gaan. Eiseres heeft verklaard dat zij afkomstig is uit Kalangba, Northern Area, Sierra Leone en dat zij Loko is, maar dat zij de taal van de Loko niet spreekt. Uit het rapport van het taalkundig onderzoek van 5 januari 2010 is gebleken dat eiseres eenduidig is te herleiden tot de spraakgemeenschap binnen Sierra Leone, Western Area, Freetown en omgeving en dat zij eenduidig niet te herleiden is tot de spraakgemeenschap binnen Kalangba, Northern Area, Sierra Leone. Eiseres heeft de uitslag van de taalanalyse niet weerlegd en derhalve haar identiteit, etniciteit en herkomst niet aannemelijk gemaakt. Daarom wordt haar asielrelaas ongeloofwaardig geacht en komt eiseres niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, van de Vw 2000. Nu haar etniciteit niet kan worden vastgesteld, heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat er voor haar, of voor haar in Nederland geboren minderjarige dochters, een reëel risico bestaat op schending van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM) bij terugkeer naar Sierra Leone.

4. Hiermee kan eiseres zich niet verenigen. Op haar stellingen wordt in het navolgende ingegaan.

5. De rechtbank overweegt als volgt.

6. Ingevolge artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000 wordt een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen indien de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag is gegrond op omstandigheden die, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met andere feiten, een rechtsgrond voor verlening vormen. Bij de beoordeling worden de in artikel 31, tweede lid, van de Vw 2000 bedoelde omstandigheden betrokken.

Ingevolge artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, van de Vw 2000 wordt bij het onderzoek naar de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel betrokken de omstandigheid dat de vreemdeling ter staving van zijn aanvraag geen reis- of identiteitspapieren dan wel andere bescheiden kan overleggen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van zijn aanvraag, tenzij de vreemdeling aannemelijk kan maken dat het ontbreken van deze bescheiden niet aan hem is toe te rekenen.

7. Volgens paragraaf C4/3.6.2 van de Vreemdelingencirculaire Vc 2000 (hierna: Vc 2000) zijn documenten die de reisroute onderbouwen de reisdocumenten waarvan men zich tijdens de reis heeft bediend bij grenscontroles tijdens de reis naar Nederland en alle andere documenten en bescheiden op grond waarvan kan worden vastgesteld welke reisroute de asielzoeker heeft gevolgd.

Volgens paragraaf C4/3.6.3 van de Vc 2000 is het in beginsel ongeloofwaardig dat een asielzoeker geen enkel (indicatief) bewijs van de reis kan overleggen. Indien hij omtrent de reisroute en het ontbreken van documenten een consistente, gedetailleerde en verifieerbare verklaring aflegt, geeft de asielzoeker blijk van wil tot medewerking aan de vaststelling van de reisroute en kan, indien de verifieerbare elementen blijken te kloppen de conclusie zijn dat het volledig ontbreken van documenten inzake de reisroute niet aan de asielzoeker is toe te rekenen.

Wat betreft de afgifte van documenten aan de reisagent geldt dat het uitgangspunt is dat dat aan de vreemdeling is toe te rekenen, tenzij, voor zover thans van belang, de vreemdeling aannemelijk maakt dat de documenten onder dwang zijn afgegeven.

8. Vaststaat dat eiseres geen documenten ter onderbouwing van haar nationaliteit, identiteit en reisroute heeft overgelegd. Partijen worden verdeeld gehouden over de vraag of het ontbreken van deze documenten aan eiseres is toe te rekenen.

9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het eiseres is toe rekenen dat zij geen documenten ter staving van haar reisroute heeft overgelegd. Eiseres heeft verklaard dat haar reisagent beschikte over het (voor haar geregelde) paspoort en vliegticket en dat zij geen documenten in handen heeft gehad, maar zij heeft niet gesteld dat zij niet over de reisdocumenten kon beschikken en heeft die documenten ook niet gevraagd na aankomst in Nederland, toen zij de bescherming van de Nederlandse autoriteiten had kunnen inroepen. Verder heeft verweerder aan eiseres kunnen tegenwerpen dat zij geen gedetailleerde en verifieerbare verklaringen over haar reis heeft afgelegd. De rechtbank is aldus van oordeel dat verweerder reeds daarom het bepaalde in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, van de Vw 2000 bij de beoordeling van zijn aanvraag heeft mogen betrekken. De overige gronden in dit verband behoeven geen bespreking meer.

10. Gelet op het terzake gevoerde beleid, zoals dit gold ten tijde van het geding, brengt het toerekenbaar ontbreken van documenten mee dat op voorhand afbreuk is gedaan aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas. Van het asielrelaas moet dan een positieve overtuigingskracht uitgaan.

11. In de gehoren van eiseres die hebben plaatsgevonden, heeft verweerder vastgesteld dat eiseres geen Loko spreekt, terwijl zij stelt te behoren tot de Loko bevolkingsgroep. Dit was voor verweerder aanleiding om een taalanalyse door Bureau Land en Taal (hierna: BLT) te laten verrichten.

In het rapport taalanalyse van 5 januari 2010 heeft de taalanalist geconcludeerd dat eiseres op grond van haar Krio eenduidig is te herleiden tot de spraakgemeenschap binnen Western Area (Freetown en omgeving), Sierra Leone, en dat zij op grond van haar gebrek aan enige actieve kennis van het Loko eenduidig niet is te herleiden is tot de spraakgemeenschap binnen Kalangba, Northern Province, Sierra Leone.

Naar aanleiding van de taalanalyse heeft verweerder eiseres tijdens een aanvullend gehoor op 23 februari 2010 nadere vragen gesteld, ondermeer over Kalangba en haar woonomgeving.

In reactie op de taalanalyse heeft eiseres in haar zienswijze van 22 maart 2011 de deskundigheid en inzichtelijkheid van de taalanalyse betwist. In het rapport van BLT wordt volgens eiseres niet onderbouwd dat het Krio eenduidig is te herleiden tot Freetown en wordt niet uitgelegd waarom het niet spreken van het Loko relevant zou zijn.

12. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat het asielrelaas niet geloofwaardig is, nu uit het rapport taalanalyse van 5 januari 2010 blijkt dat eiseres eenduidig niet te herleiden is tot de spraakgemeenschap binnen Kalangba, Northern Area, Sierra Leone, zoals zij stelt. Daarnaast doen de verklaringen van eiseres tijdens het aanvullende gehoor op 23 februari 2010 over haar beweerde plaats van herkomst en haar gestelde voormalige, directe, woonomgeving verder afbreuk aan haar geloofwaardigheid.

13. De rechtbank overweegt in dit verband als volgt.

14. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling), onder meer in de uitspraak van 9 mei 2006 (JV 2006, 249) komt de minister, in het geval twijfel is gerezen aan de gestelde identiteit en nationaliteit, door een taalanalyse te laten uitvoeren, de desbetreffende vreemdeling tegemoet bij de voldoening aan de op deze rustende verplichting om de aan zijn aanvraag ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden aannemelijk te maken. Wanneer de taalanalyse deze twijfel niet wegneemt, kan de desbetreffende vreemdeling deze door het laten verrichten van een contra-expertise alsnog trachten weg te nemen.

Uit de jurisprudentie van de Afdeling, (zie onder meer de uitspraak van 19 mei 2009 (JV 2009/289)) volgt ook dat verweerder door het inschakelen van het BLT in beginsel heeft voldaan aan de ingevolge artikel 3:2 van de Awb op hem rustende verplichting zich ervan te vergewissen dat de gebruikte taalanalyse op deugdelijke en zorgvuldige wijze is verricht, zodat die analyse de daaraan verbonden conclusies kan dragen. Eerst indien er gerede twijfels bestaan over de zorgvuldigheid en inzichtelijkheid van de taalanalyse en de wijze waarop deze tot stand is gekomen, kan verweerder niet met een enkele verwijzing naar de deskundigheid van het BLT voldoen aan de vergewisplicht.

15. Met eiseres is de rechtbank van oordeel dat gerede twijfel bestaat over de inzichtelijkheid van de taalanalyse, voor zover het betreft de conclusie dat eiseres is te herleiden tot de spraakgemeenschap in de Western Area (Freetown en omgeving). De taalanalist heeft in zijn rapport van 5 januari 2010 onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe hij tot deze conclusie is gekomen, nu de voorbeelden van uitspraak, woordkeuze en grammatica niet zijn toegelicht. De rechtbank verwijst in dit verband naar voornoemde uitspraak van de Afdeling van 19 mei 2009. Het rapport taalanalyse is in zoverre derhalve onvoldoende inzichtelijk.

16. Dit laat echter onverlet dat het aan eiseres is haar gestelde herkomst uit Kalangba, Northern Area, Sierra Leone, aannemelijk te maken. Naar het oordeel van de rechtbank is wel voldoende inzichtelijk gemaakt waarom zij daar niet in is geslaagd. Uit het rapport van BLT volgt immers dat Loko de dominante taal onder de bevolking in die regio is, zodat niet aannemelijk is dat iemand die beweert tot de Loko bevolkingsgroep te behoren, geen actieve kennis van die taal zou hebben. Dit acht de rechtbank voldoende inzichtelijk. Door eiseres zijn ook geen concrete aanknopingspunten voor twijfel ingebracht. Dat, zoals zij met stukken heeft onderbouwd, het Krio ook in de Northern Area voor interetnische communicatie wordt gebruikt en de formele taal is voor degenen die geen Engels spreken, heeft geen betrekking op de vraag of leden van de Loko bevolkingsgroep in de Northern Area geacht kunnen worden Loko te spreken. Door eiseres is ook geen contra-expertise ingebracht die deze conclusie van het BLT in twijfel trekt.

Voorts heeft verweerder, onder verwijzing naar het rapport van het aanvullend gehoor op 23 februari 2010, voldoende inzichtelijk gemaakt dat eiseres weinig juiste informatie heeft kunnen verschaffen over haar directe woonomgeving. Verweerder heeft ondermeer vastgesteld dat eiseres haar Chiefdom niet kent en dat zij niet weet in welk district Kalangba ligt. Verder heeft eiseres op de vraag of zij water overstak vanaf de weg van Kalangba naar Makeni, geantwoord dat zij geen water heeft gezien, terwijl blijkens kaartmateriaal de weg wel over een rivier voert. Verweerder heeft in de door eiseres gestelde en onderbouwde psychische problemen geen aanleiding behoeven zien om dit niet aan eiseres tegen te werpen.

Verweerder heeft derhalve kunnen concluderen dat eiseres, doordat zij geen Loko spreekt en onjuiste antwoorden heeft gegeven op vragen over haar directe woonomgeving, haar identiteit, etniciteit en herkomst uit, Kalangba, Northern Area, onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder heeft zich derhalve in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het relaas van eiseres dat zich daar afspeelt, ongeloofwaardig is.

17. Ten aanzien van het beroep van eiseres op artikel 3 van het EVRM overweegt de rechtbank het volgende. Het is niet in geschil dat er in Sierra Leone bevolkingsgroepen zijn die geen vrouwenbesnijdenis toepassen. Nu eiseres haar herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt, kan niet worden vastgesteld of zij behoort tot een etnische bevolkingsgroep in Sierra Leone die vrouwenbesnijdenis toepast. De rechtbank volgt daarom het standpunt van verweerder dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er voor haar of haar dochters een reëel risico bestaat op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM bij terugkeer naar het land van herkomst.

18. Eiseres heeft verder gesteld dat het niet duidelijk is of haar dochters de Sierra Leoonse nationaliteit hebben en kunnen terugkeren naar Sierra Leone. Het is echter aan eiseres om aannemelijk te maken dat haar dochters die nationaliteit niet hebben en niet kunnen terugkeren. Zij heeft dit verder niet onderbouwd. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om eiseres te volgen in haar stelling dat haar kinderen door Sierra Leone geweigerd worden en daarom niet met haar kunnen terugkeren naar Sierra Leone.

19. Nu verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het relaas van eiseres ongeloofwaardig is, kan dit ook geen grond vormen voor het verlenen van een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000. Hetgeen door eiseres in dit verband is aangevoerd behoeft om die reden geen beoordeling.

20. Derhalve is het beroep ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

De beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.B.M. Vreeswijk, griffier.

De griffier, De rechter,

Uitgesproken in het openbaar op 8 december 2011.

Rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de verzending van een afschrift hoger beroep instellen bij de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC ’s-Gravenhage. Het beroepschrift dient een of meer grieven tegen de uitspraak te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb is niet van toepassing. Een afschrift van de uitspraak dient overgelegd te worden. Meer informatie treft u aan op de website van de Raad van State (www.raadvanstate.nl).